Een leven in onzekerheid
Elk moment kan hij te horen krijgen of hij mag blijven of dat hij Nederland moet verlaten. In deze onzekere situatie verkeert Karapet Papijan (21). Hij wacht al zeven jaar op een verblijfsvergunning.
Tekst: Iris Ruijs
Foto: Floris van den Berg
Karapet, tweedejaars Nederlands en Europees Recht, vluchtte op zijn veertiende samen met zijn familie uit Azerbeidzjan. Sindsdien hopen ze op een verblijfsvergunning. Het generaal pardon van minister Verdonk heeft hen overgeslagen. Dat geldt immers alleen voor asielzoekers die langer dan vijf jaar op de beslissing over hun eerste asielaanvraag hebben moeten wachten. Dat besluit heeft Karapet ongeveer twee jaar geleden vernomen en was negatief. Daarom hebben hij, zijn ouders en zussen toen een tweede aanvraag ingediend. Dit keer op medische gronden. Door ziekte van zijn ouders en de medische behandeling die zij nodig hebben, is dat mogelijk.
Beperkt
Het leven van asielzoekers is niet gemakkelijk. Zaken die Nederlanders vanzelfsprekend vinden, zijn dat voor hen niet: een bankrekening openen bijvoorbeeld. ‘Zonder verblijfsvergunning kan dat niet.’ Hetzelfde geldt voor bellen met een abonnement. ‘Met dat soort kleine dingen word ik geconfronteerd,’ verzucht hij. ‘Af en toe word ik er wel een beetje boos om, maar ik snap dat bedrijven geen contract met mij kunnen aangaan. Als zij niet weten of ik hier morgen nog ben, is dat lastig voor ze.’ Karapet lijkt het allemaal te slikken. Bijna nederig zegt hij: ‘Ik ben hier veilig, wat wil ik nog meer?’
In het dagelijks leven ondervindt Karapet dus nogal eens kleine beperkingen. Gelukkig kan hij wel studeren; financiële steun van het Universitair Asyl Funds (UAF) maakt dat mogelijk. ‘Het is een soort IB-groep, maar dan voor vluchtelingen. Ik ben het UAF heel dankbaar voor de hulp.’ Met het volgen van zijn studie ziet hij in Nederland zeker de mogelijkheid zich ‘als mens te ontwikkelen en verwezenlijken’. Iets wat Karapet heel belangrijk vindt. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de maatschappij: ‘Ik wil iets betekenen voor anderen.’
Verhuizen
Ondanks alle beperkingen en het missen van een verblijfsstatus, voelt Karapet zich welkom in Nederland. ‘Als ik alles wat tegenzit op een rijtje zou zetten, zou je zeggen van niet. Dan zie je alleen dat alles moeilijker en strenger wordt. Maar ik snap wel dat de overheid grenzen moet stellen. Bij het beleid kunnen vraagtekens worden gezet, maar het gaat mij erom dat ik hier ben als gast en om hulp vraag. Daarom moet ik me aan de regels houden, dat vind ik heel normaal.’
Ook als hem wordt gevraagd te verhuizen, doet hij dat zonder tegenstribbelen. Via diverse centra kwam hij in Nijmegen terecht. Het asielzoekerscentrum (AZC) aan de Daalseweg is ruim een jaar het thuis geweest van de familie. ‘Het vele verhuizen was in het begin wel wennen, en vooral als ik ergens langer had gewoond best moeilijk, maar het hoort erbij.’ Zelfs nu Karapet alweer een aantal jaren in een toegewezen huis woont, kent de portier van het AZC in Nijmegen hem nog. Deze stelt hem vrijwel direct de vraag hoe het met zijn procedure gaat. ‘Dat doet iedereen hier,’ licht Karapet toe. Dan loopt hij automatisch naar de derde flat, die veel weg heeft van een willekeurig studentencomplex. Binnen toont hij de kale gangen. Naast een dichte deur waar kinderschoentjes voor staan vertelt hij verder. ‘Ons hele gezin woonde in één grote kamer. De bedden schermden we af met een gordijn. Na een tijdje kregen we er gelukkig een klein kamertje bij, zodat ik een rustige plek had om te studeren.’
Ook noemt hij de Internationale Schakelklas (ISK) waarin hij heeft gezeten. Daar leerde hij de Nederlandse taal en cultuur kennen. ‘In het begin had ik moeite met waarden die in mijn eigen cultuur heel waardevol zijn en waar hier anders tegenaan wordt gekeken. Of mijn zus een vriend mag hebben bijvoorbeeld.’ Het leven in twee culturen beschouwt Karapet als een meerwaarde. ‘Het verrijkt mijn kennis. Ik zie meer mogelijkheden dan wanneer ik als het ware opgesloten zou zitten in één cultuur. Als logisch redenerend mens kan je zelf uitmaken wat goed voor je is. Uit welke cultuur dat komt maakt niets uit. Zolang je de keuzes die andere mensen maken ook respecteert.’
Van de ISK maakte hij de overstap naar een reguliere middelbare school. Daar stuitte hij op het probleem dat als er groepjes moesten worden gevormd, alle allochtonen automatisch naar elkaar toe trokken. ‘Dat probeerde ik te vermijden, ik ging liever bij Nederlanders zitten. Als ik groepjes buitenlandse jongens zie of gemeenschappen die gescheiden van Nederlanders leven, dan vraag ik me af waar ze mee bezig zijn. We leven hier met z’n allen en moeten samen iets maken van de maatschappij.’
28 dagen
Het is niet duidelijk wanneer de beslissing over de tweede asielaanvraag van het gezin bekend wordt. Feit is dat indien er weer een afwijzing komt, Karapet binnen 28 dagen het land moet verlaten. Een onzeker bestaan: het kan nog maanden duren voordat dit scenario in werking treedt. En wie weet krijgt hij wel een status en mag hij hier nog een aantal jaren, dan wel voorgoed, blijven.
Met deze onzekere toekomst is het voor Karapet moeilijk plannen maken. ‘Voor mijzelf creëer ik een fictie waarin alles goed is. Op die manier probeer ik een zo normaal mogelijk leven te leiden. Als een vriend voorstelt in de zomer iets te gaan doen, kan ik daar wel ja op zeggen, maar ik moet er wel “als alles nog steeds zoals nu is” bij zeggen,’ vertelt hij. ‘Ik ben me altijd bewust van de mogelijkheid te worden uitgezet, maar probeer er zoveel mogelijk afstand van te nemen. En dat is moeilijk. Als we een brief krijgen hoe het met de procedure staat, denk ik er weer aan. Het is heel lastig om dat van me af te zetten. Ik vergeet dan al het andere en ga piekeren.’
Karapet denkt liever niet na hoe het verder moet met het gezin als er weer een negatieve beslissing valt. ‘Daar heb ik geen voorstelling bij. Ik kan wel blijven worstelen, maar als ik er niet uitkom, kom ik er niet uit. Misschien komt het op een gegeven moment zover dat je depressief wordt. Ik kan er beter niet aan denken en maar zien hoe het verder gaat.’
Gesloten deur
In 1998, toen Karapet in Nederland arriveerde, gold de vorige Vreemdelingenwet. Procedures konden toen veel langer duren dan nu. Onder Rita Verdonk wordt in beginsel binnen zes maanden een beslissing genomen. Die beslissing kan worden uitgesteld met nog eens zes maanden. Indien het land van herkomst naar verwachting voor korte duur onveilig is of de situatie daar onzeker is, kan de beslissingstermijn met nog een jaar worden verlengd. Dat kan ook als er erg veel asielaanvragen uit dat land zijn zodat er niet tijdig op kan worden gereageerd. Asielzoekers wachten tegenwoordig dus maximaal twee jaar op uitsluitsel. Helaas wordt deze termijn nog wel eens overschreden.
Karapet heeft een dubbel gevoel bij de verkorte beslissingstermijn. Wie in Nederland woont, maar nog wacht op het besluit over een asielaanvraag, leeft in onzekerheid. Die onzekerheid is voor Karapet toch een zekerheid: ‘véilig leven in Nederland’. Als de asielaanvraag wordt afgekeurd, blijft echter nog steeds een onzekerheid, maar dan over de vraag: waar moet ik nu heen? Die is misschien wel erger dan veilig in Nederland leven, maar niet weten of je mag blijven. ‘Het zijn twee kwaden, want onzekerheid is geen leven. Natuurlijk is het fijn om zo snel mogelijk te weten of we worden uitgezet of niet. Maar dan nog is alles heel moeilijk: als we weg moeten kom ik in een lastige positie. We hebben geen andere mogelijkheid dan hier blijven. We kunnen niet terug, omdat we er problemen hebben. Dat weet je, heb je gezien en op je lijf gevoeld. Als ik en mijn familie niet mogen blijven, weet ik niet hoe het verder moet. Als ik daaraan denk, lijkt het alsof ik in ergens ben waar het helemaal donker is en waar ik niet meer uit kan. Een soort lange gang, en tegelijk een gesloten deur.’






