ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

M#

Het is nu vijf maanden geleden en ik mis je. Ik zeg het maar eerlijk. Toen, die laatste keer, had ik niet gedacht dat het me toch zo zwaar zou vallen. Het was gewoon de laatste keer, dat wist ik, ik kon ermee leven. Ik had genoeg van je. Ik kon toen makkelijk zonder je. Er zijn immers meer vissen in de zee. Maar nu voel ik de leegte. Ik begin Diogenes te missen.
Natuurlijk was ik erbij, op de laatste avond. Nog weken later sprak ik mensen die er ook waren, en me gesproken hadden, maar van die ontmoetingen wist ik niets meer. Mijn moeder nam mij mijn beschonkenheid en de bijbehorende kater niet in dank af, temeer omdat de volgende dag een Belangrijke Dag was in onze familiegeschiedenis: mijn vader gaf zijn pensioneringsfeestje. De hele avond heb ik voor straf vruchtensapjes gedronken. Daardoor mocht ik, inmiddels broodnuchter, bij vol bewustzijn meemaken hoe een tante zonder schoenen over de dansvloer swingde terwijl een zestiger ladderzat bijna van een trap rolde. Dezelfde taferelen hadden zich de vorige nacht waarschijnlijk ook afgespeeld in Dio, zij het met mí­jn leeftijdgenoten. Maar dat wist niemand meer zeker. De fusten moesten tenslotte leeg.
Dio is dood en langzamerhand begin ik het jammer te vinden. Na de laatste ronde in een willekeurige kroeg in het centrum of Bottendaal is het feest gevoelsmatig soms nog lang niet over. Maar Dio is geen optie meer. Het Keldercafé, daar kun je thuis of bij vrienden echt niet mee aan komen. Het stinkt er, de muziek is slecht en het is er, kortom, hoogst onaangenaam vertoeven. Of Diogenes nou echt zoveel beter was, is niet meer met zekerheid te zeggen, maar het klonk in ieder geval wel een stuk beter, de volgende dag.
Andere cafés krijgen nooit echt de Dio-sfeer te pakken. Ranzen en sjanzen is nergens hetzelfde. Hoe krampachtig Merleyn of NDRGRND ook het gevoel proberen op te wekken door Too many puppies of Come on Eileen op de draaitafel te gooien, het werkt nooit echt. Ik wil weer de plakkerige vloeren, de garderobe voor 70 eurocent. Ik wil mijn hoofd door het raampje van de meest linkse wc boven kunnen steken en naar de lichten kijken die, zelfs in het holst van de nacht, nog branden in de huizen aan de overkant, tot er ongeduldig op de deur gebonsd wordt. Ik wil weer proberen tafelvoetbal te spelen met jongens die zich ergeren aan mijn gilletjes en onhandige bewegingen.
Ik mis de te steile trap, waar ik eens tijdens het zoenen keihard geduwd werd. Dat kwam slecht uit. Kostte me een bloedlip. De dader had haar redenen: ze was ziedend omdat ik met ‘haar’ vent zoende. Zo droeg iedere bar, hoek, pilaar en muur een herinnering van mij. En niet alleen van mij. Hele generaties studenten hadden er hun herinneringen hangen. Dat voelde je. In Dio was het leuk omdat dat zo hoorde, of duf omdat je er meer van verwacht had. Ik mis die decennia oude studententraditie die niets met Carolus te maken had.
Ik mis de kroeg waar mijn vader godbetert nog een lidmaatschapskaart van had.

  • Stonehead

    Zo is het!
    Ik kan eigenlijk ook niet meer leven zonder Dio. Vaarwel!