Training van de ziel
Ondanks de ontkerkelijking die sinds de jaren zestig plaatsvindt, nemen de ledenaantallen van christelijke studentenverenigingen opzienbarend toe. Hulpbisschop De Jong van bisdom Roermond spreekt over het nut van kerkbezoek. ‘Jongeren van nu zijn oprecht geïnteresseerd in het katholicisme.’
Tekst: Christien Havranek en Ruud Vos
Foto: Valentijn Brandt
Monseigneur Everard de Jong (47) daalt het trapje af in de hal van het Erasmusgebouw. Ondanks het uitlopen van zijn vergadering tovert hij direct een vriendelijke lach tevoorschijn. De hulpbisschop van Roermond is direct herkenbaar aan zijn zwarte kledij, voorzien van een boordje en het modern ogende kruisbeeld dat onder zijn open winterjas bungelt. Het bisdom waar de priester in 1999 tot hulpbisschop werd gewijd, staat bekend als een gebied waar de aanhang van de kerk groter is dan in de rest van het land. ‘Dat zou ik niet durven zeggen,’ vertelt De Jong. ‘In Groningen is de opkomst tijdens de mis het hoogst. Daar gaat 15 procent van de katholieken geregeld naar de kerk.’
In Eindhoven – waar de hulpbisschop opgroeide – genoot hij de opleidingen lts en mts voordat hij besloot het priesterschap na te streven. ‘Toen ik een jaar of veertien was, geloofde ik niet meer. Op een gegeven moment las ik een boek, dat me opnieuw wist te overtuigen van het bestaan van Jezus. Toen ben ik weer gelovig geworden,’ vertelt De Jong. De eerste jaren ging dat heel individueel. ‘Na school zocht ik een rustig plekje op om te bidden en ik ging stiekem naar de kerk. Ik durfde het niemand te vertellen, want destijds werd je daarom uitgelachen. Toen ik naar de hts wilde gaan om ingenieur te worden, voelde dat niet goed. In de middag van 30 maart 1976 ben ik op mijn knieën gevallen voor het Jezusbeeld boven mijn bed, en vroeg: “Wat moet ik doen?” Toen viel me het woord ‘priester’ in, dat gaf me een vredig gevoel. Het was echt een roeping.’
Sinds die tijd heeft de monseigneur een expertise weten te ontwikkelen op het gebied van jongeren en studenten. Dat brengt hem dan ook naar Nijmegen; vanmiddag woonde hij een vergadering bij van het Instituut Katholiek Onderwijs (IKO) waarvan hij bestuurslid is. ‘Het IKO is opgericht met als doel de katholiciteit van de aangesloten scholen te vergroten.’
Ontkerkelijking
We nemen plaats aan een tafeltje in een rustig gedeelte van het Cultuurcafé. De Jong zegt graag onder studenten te zijn. Hij is in Maastricht jarenlang actief geweest als studentenpastor. Een belangrijke taak die hij tegenwoordig uitvoert, is de revitalisering van de kerk. De hulpbisschop bevestigt dat er sprake is van ontkerkelijking. ‘Er zijn 4,5 miljoen katholieken in Nederland – hiertoe rekenen we iedereen die katholiek is gedoopt. Daarvan gaat zo’n 8,5 procent naar de kerk. Vorig jaar was dat nog 9,5 procent. Het aantal kerkgangers neemt elk jaar met circa 10 procent af.’ Dat blijkt uit onderzoek van het KASKI – een sociaal wetenschappelijk instituut uit Nijmegen dat zich hoofdzakelijk richt op vraagstukken over kerk, samenleving en levensbeschouwing.
De Jong is groot voorstander van het wekelijks kerkbezoek. ‘Het is goed om mensen bewust te confronteren met het gegeven dat ze niet alleen een materieel wezen zijn, maar ook een geest hebben.’ Hij vergelijkt het belang van regelmaat met de oefening van een voetballer: ‘Zoals deze elke keer weer moet trainen om in vorm te blijven, denk ik dat regelmatig kerkbezoek heel erg helpt om tot rust te komen in de huidige hectische maatschappij.’
‘Onderzoek bevestigt nog meer goede kanten van frequent kerkbezoek. Het leidt bijvoorbeeld tot een lagere bloeddruk.’ Daarnaast heeft het vooral voordelen voor de geestestoestand. ‘Innerlijke rust, blijdschap en een stukje houvast in perioden van crisis. Ik zeg niet dat alle mensen die naar de mis gaan er beter van worden, maar wel dat kerkbezoek een bijdrage levert. Anders denken leidt tot anders doen, dat blijkt ook uit de cognitieve psychologie,’ aldus de hulpbisschop. Een ander nut is dat waarden en normen bijblijven. ‘Vrijwilligers bijvoorbeeld zijn voornamelijk mensen die vaak naar de kerk gaan. Blijkbaar word je daardoor dus gemotiveerd om je voor je naasten in te zetten. Het blijkt uit onderzoek dat mensen die naar de kerk gaan veel meer maatschappelijk betrokken zijn dan mensen die niet naar de kerk gaan.’
Zieltjes winnen
‘De overname van scholen en zorginstellingen door de staat heeft het proces van ontkerkelijking in Nederland versneld. Toen zorgtaken nog in handen van de kerk waren, was er sprake van onderwijs door paters, zusters en broeders – die met name de armen lesgaven.’ Het goede in de mens is volgens de hulpbisschop niet verdwenen. ‘Op dit moment is er een toename in het aantal jongeren dat naar hulpbehoevende landen in Afrika of Azië gaat. Deze jonge mensen hebben iets edelmoedigs in zich dat ze op een andere manier niet kwijt kunnen.’
Wordt er door de kerk ingespeeld op zulke gevoelens bij het werven van zielen? Veel pastors beperken de oproep aan nieuw volk en schenken in plaats daarvan meer aandacht aan de mensen die komen voor begrafenissen of een doop. ‘Het is heel lastig om de kerk van binnenuit om te vormen tot een uitgaande kerk, een die mensen uitnodigt.’ De Jong doet toch zijn best. ‘Vaak zeg ik in een preek: “Als ieder van u komend jaar allemaal tenminste één persoon overtuigt van het nut van de kerkgang, zitten we hier volgend jaar met het dubbele aantal mensen.” Er heerst in de katholieke kerk een soort defaitisme; we hebben de werving van nieuw publiek een beetje opgegeven sinds de jaren zestig. Ik weet nog dat indertijd steeds minder mensen uit mijn straat naar de kerk gingen, en dat het toen in niemand opkwam deze mensen te pushen om weer mee te gaan.’
Gemeenschapsgevoel
Toch is het niet gedaan met het geloof. ‘De kerken lopen weliswaar leeg, maar persoonlijke geloofsbeleving wordt steeds belangrijker,’ vertelt de hulpbisschop. Dat is een logisch gevolg van de toenemende individualisering in de huidige samenleving. ‘De behoefte aan spiritualiteit blijft aanhouden. Daarentegen is met name bij volwassenen te zien dat de behoefte aan een binding met een organisatie of club afneemt.’ De Jong vindt dit jammer: ‘Vooral communityfeeling is belangrijk. Na mijn besluit priester te worden vond ik het hartstikke leuk om terecht te komen in een gemeenschap van mensen die allemaal geloofden. Vooral omdat het een groep mensen betrof die een positieve kijk op de wereld had en daarmee meer wilde doen.’
Het aansluiten bij een christelijke gemeenschap hoeft niet oubollig te zijn. Op de website jongkatholiek.nl staan ook de laatste nieuwtjes over bijvoorbeeld de Olympische Winterspelen, maar dan in een christelijk jasje gestoken. ‘Ook is er de mogelijkheid tot dating,’ vertelt De Jong enthousiast. De site – met ruim 2300 leden – is opgericht naar aanleiding van de Wereld Jongeren Dagen. Dit is een al twintig jaar bestaande kerkelijke bijeenkomst van honderdduizenden jongeren uit de hele wereld. Zij komen samen om na te denken over de rol van God in het heden. Het is een initiatief van Paus Johannes Paulus II. ‘Hij was een meester in het communiceren met jongeren.’ De Poolse paus heeft afgelopen editie in Keulen, in augustus 2005, helaas niet meer mogen meemaken.
Hoe zit het eigenlijk met de nieuwe paus? ‘Benedictus XVI is afstandelijker, maar wel veel duidelijker te begrijpen en meer inhoudelijk.’ Hij heeft afgelopen Jongerendagen de gebruikelijke toespraak gehouden. ‘Hij is weliswaar minder charismatisch, maar mensen hebben honger naar wat hij zegt. Dit blijkt ook uit de opkomst voor de wekelijkse toespraak. Deze is verdriedubbeld. ‘Mensen willen weer wat meer de diepte in. Benedictus is nu de juiste man op de juiste plaats.’
Moderne media
Voordat De Jong zijn bewondering uitspreekt voor Roderick Vonhögen – de Amersfoortse pastor die over de hele wereld bekend is geworden met zijn eigen podcast op catholicinsider.com – neemt hij een slok van zijn bitter lemon. ‘De Catholic Insider heeft een heel leuke ontbijtshow met live interviews en is altijd erg actueel. Geweldig. Hij was onder andere in Rome bij het overlijden van Paus Johannes Paulus II en de benoeming van de nieuwe paus. Vonhögen was daarnaast een van de eerste priesters die een uitgebreide website had met links naar alle abdijen.’
De Jong heeft niet alleen oog voor initiatieven van modernisering op het internet, hij heeft ook te maken met de televisiewereld. ‘Ik moet vaak overleggen met de top van de KRO. Het publiek bestel dondert bijna in elkaar door concurrentie van andere media. De omroep blijft bestaan, maar misschien meer als portal naar andere media. Ik las bijvoorbeeld in de krant dat de KRO uitzendingen gaat maken voor op de mobiele telefoon.’ De hulpbisschop heeft wel een handje van moderne techniek: dit rendez-vous heeft hij in een mum van tijd kunnen regelen door zijn e-mail te lezen met de bluetooth-functie op zijn mobiele telefoon.
Geweld en liefde
De boodschap van God is niet het enige wat speelt in medialand. Vooral sinds de cartoonrellen wordt er weer veel aandacht besteed aan extremistische uitingen op religie. ‘Ik heb begrepen dat de cartoons geen kritiek uiten op Mohammed, maar op de manier waarop moslims hun geloof belijden. Ik hoorde net na het ontstaan van de eerste opstootjes een moslimvrouw op de BBC die zei: “Waarom maken we hierover zoveel stampij, terwijl we niets zeggen over alle zelfmoordacties waarbij veel onschuldige slachtoffers vallen?” Zij heeft het dus wel begrepen.’
Zou de beeldvorming omtrent extremisme demotiverend kunnen werken voor de aanhang van het katholicisme? ‘Dat zou kunnen, maar het is moeilijk te peilen. Vaak wordt geopperd: “Ik moet niets hebben van religie, want het heeft enkel oorlog veroorzaakt.” Ik vraag ze dan of ze dat zeker weten. Zou het niet juist het bestuderen waard zijn, om er een les uit te kunnen trekken? Geweldpleging in naam van God is altijd schadelijk voor een godsdienst.
‘Onze Vader kan nooit de aanleiding zijn voor geweld, God is liefde. Daarom is het vanuit het christendom gezien ook niet voldoende om te discussiëren over tolerantie en respect. Het gaat veel dieper: mensen moeten elkaar helpen, als iemand pijn heeft of in nood is. Als het bij respecteren alleen blijft, kan de afstand nog worden bewaard. Het christendom is juist een godsdienst van liefde. Ik zeg niet dat christenen altijd hebben liefgehad, maar dat is wel de bedoeling.’






