ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Beatrijs Ritsema: Beste Beatrijs, mijn schoonmoeder stinkt

Beatrijs Ritsema (53) schrijft over etiquette: gedragsregels om het sociaal verkeer in goede banen te leiden. In Trouw beantwoordt ze elke zaterdag brieven van mensen met problemen in de omgang. Dat de buren de hele dag hun was buiten laten hangen bijvoorbeeld, of dat huisgenoten seks hebben onder luidruchtige vocale ondersteuning. Maar is etiquette eigenlijk niet een antiquarische verzameling achterlijke regeltjes die spontaniteit in de weg staat?

Tekst: Maartje Bakker
Foto: Valentijn Brandt

Gisteren was het Valentijnsdag. Ik heb er een afgrijselijke hekel aan, omdat het zo collectief is. Ik vind het stompzinnig om anoniem brieven te sturen. Volgens mij doen alleen ordinaire mensen eraan mee; niemand uit mijn eigen kennissenkring in elk geval. Toch bellen mensen mij om te vragen wat ze met Valentijnsdag aanmoeten. Ik heb gezegd dat, als ze een betekenisvolle relatie hebben, ze beter een persoonlijke mijlpaal kunnen vieren. Hun trouwdag, de dag waarop ze zijn gaan samenwonen of die waarop ze elkaar hebben ontmoet. Ik ben conservatief, ik heb niets met nieuwe tradities.
‘Mensen schrijven me over de meest onbenullige kwesties. Komende zaterdag behandel ik bijvoorbeeld een brief met een klacht over een gezin dat het beddengoed elke dag buiten hangt. Een buurvrouw meent dat deze gewoonte haar chique buurt ontsiert en vraagt zich af hoe ze de boosdoener moet benaderen. Dat vind ik wel een beetje zielig: mensen zijn zo bang dat kritiek de buren onmiddellijk doet ontploffen in woede en razernij.
‘Toch kan ik me in haar verplaatsen. Ik zie niet zo’n groot onderscheid tussen kleine dingetjes en waar het om draait in het leven. Als je bijvoorbeeld ruzie met de buren hebt – schijnbaar onbelangrijk in het tijdsgewricht van honger in de derde wereld en het financieringstekort – kan dat je leven volkomen verzuren. Het grote geluk bestaat uit een optelsom van kleine dingen.
‘Als mensen zo beleefd zijn dat ze raad vragen over hoe ze buren op hun gedrag kunnen aanspreken, denk ik: “Wat een onzin dat we leven in tijden van verloedering.” Er wordt veel geklaagd: mensen zouden onbeschaafd en egoïstisch zijn, niemand staat in de tram nog op voor zwangere vrouwen. Ik geloof er niets van. Normen en waarden zijn niet aan het verdwijnen. Etiquette is een levend verschijnsel. Sommige aspecten sterven af, andere komen op. Een verbetering is de overname van de Amerikaanse gewoonte om te groeten bij de kassa. Na het afrekenen wenst de caissière de klant een prettige dag. Ik ervaar dat als een weldaad.
Vroeger lagen autoriteitsverschillen duidelijker. Een politieagent, een arts, een leraar: die hadden in de jaren zestig echt nog wel gezag. Sinds de afschaffing van de standenmaatschappij, omstreeks die tijd, zijn mensen elkaar als gelijkwaardig gaan zien. Daardoor pikken ze minder van elkaar. De status van gezagsdragers is langzaam afgebrokkeld. In de jaren zeventig en tachtig bestond het idee nog dat je een beetje bang moest zijn voor de politie. Nu niet meer. We zijn een kritische grens gepasseerd, een onbedoeld bijeffect van democratisering.
‘De sociale controle, die veertig jaar geleden heel vanzelfsprekend was, is verdwenen. Wie een kind dat bloemen uit een perk trekt terechtwijst, krijgt onmiddellijk de moeder over zich heen. Zelfs iemand aanspreken die zijn hond op straat laat poepen, is een riskante onderneming. Maar ja, wat moet een kabinet daaraan doen? Ik vind het totaal zinloos en overbodig dat de regering er de aandacht op vestigt. Ministers hebben toch geen greep op zulke maatschappelijke ontwikkelingen.’

‘De wet is gebaseerd op een aantal ethische axioma’s. Het woord etiquette is afkomstig van ethiek: het is ethiek voor de kleine dingen. Soms verplaatst etiquette zich van de dagelijkse omgang naar het wetboek. Roken is daar een voorbeeld van. Het werd altijd tussen mensen onderling geregeld, totdat de niet-rokers er echt genoeg van kregen. Binnenkort moet je vijftig euro boete betalen als je rookt waar het niet mag.
‘Etiquette is gebonden aan context. Studenten gedragen zich onderling anders dan een student die bij de ministerraad aanschuift. Het is onmogelijk om te leven zonder etiquetteregels; dan kom je terecht in een dog-eat-dog-maatschappij. Dat kan niet, want de mens is een groepsdier en kan niet in zijn eentje overleven. Hij moet wel met anderen samenwerken en relaties opbouwen. Etiquette is er voor de efficiëntie. Het is tijdrovend om een ander steeds te moeten verzekeren van je goede intenties.
‘Van studenten krijg ik niet veel vragen. Als ze al schrijven, heeft het vaak te maken met geluidsoverlast. Ze hebben last van seks van de buren die doordringt in hun eigen ruimte. Of ze hebben schoonmaakproblemen, ook heel bekend.
‘Student of niet, het maakt niet uit als ik een advies formuleer. Ik houd altijd in mijn achterhoofd: save yourself. Vertrouw niet op de buitenwereld. Sommige mensen hebben de neiging om veel waarde te hechten aan wat de omgeving denkt. Maar wie zich te afhankelijk opstelt van anderen, wordt geleefd. Die moet de hele tijd dingen inleveren. Dat maakt niet gelukkig.
‘Ik zou mezelf typeren als een strenge juf met wie je ook wel weer kunt lachen. Zonder humor zouden mijn adviezen ontzettend vervelend worden. Tegelijkertijd doe ik alsof de etiquette in ivoor gebeiteld achter me staat. Dat is een schrijfgimmick, een quasi-autoriteit.
‘Mijn adviezen komen deels voort uit sociaal-psychologische theorieën. Om er eens wat te noemen: gedrag is altijd belangrijker dan gevoel. Heden is belangrijker dan verleden. Je kunt je distantiëren van wat je wordt aangedaan. Grenzen stellen: eens in de drie maanden je schoonfamilie over de vloer, vaker niet.’

‘Een van mijn boeken, Ter harte, gaat over de liefde. Voor studenten zou een stelregel kunnen luiden: doe vooral waar je zin in hebt. Denk niet dat je op je achttiende al de persoon tegenkomt met wie je samen tachtig zult worden. Onder studenten gaan relaties om de haverklap aan en uit. Stuk voor stuk nuttige ervaringen. De studententijd is een mooie periode om volop te experimenteren. Ook met extremen. Doe het in die tijd, en niet als je 45 bent.
‘In de leeftijdsfase tussen achttien en dertig jaar openbaren zich voortdurend nieuwe vergezichten. Naast de jeugd is dit de periode waarin mensen zich het meest ontwikkelen. Ze maken voortdurend zwenkingen: een nieuwe studie, een baantje, vrijwilligerswerk, bij een clubje, een andere liefde. Mensen van boven de 45, die terugblikken op hun leven, herinneren zich deze tijd als eindeloos lang.
‘De meeste mensen krijgen rond hun dertigste genoeg van dat experimenteren. Het vereist veel energie. Op een gegeven moment zoekt het merendeel een vaste partner – vaak nemen ze degene die ze dan toevallig hebben, omdat ze het tijd vinden om kinderen te krijgen. Het maakt ook niet zo veel uit; veel mensen zijn geschikt voor elkaar. Een kinderwens maakt een constante stroom van inkomen noodzakelijk. Een groter huis is dan ook wel aardig. Zo komt de dynamiek vanzelf tot rust. Het hoeft niet, je kunt ook tot je zestigste blijven flierefluiten. Maar vrouwen zullen dat alweer minder doen dan mannen, omdat vrouwen liever kinderen willen.
‘Als een man en een vrouw samen een kind hebben, houdt de vrouw zich er meer mee bezig dan de man. De overheid probeert via Postbus 51-spotjes het onderscheid tussen mannen en vrouwen weg te poetsen, maar in de praktijk blijken ze gewoon verschillend te zijn. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat de verschillen tussen mannen en vrouwen, die worden veroorzaakt door verschillen op het X- en het Y-chromosoom, groter zijn dan genetische verschillen tussen de mens en de chimpansee.
‘We zijn al twintig jaar bezig om evenveel vrouwelijke hoogleraren te krijgen als mannelijke. Nou, het lukt gewoon niet. Vrouwen willen best werken, maar ze voelen zich meer aangetrokken tot banen in de zorg, het onderwijs en de communicatie. Daar zijn ze goed vertegenwoordigd. Het glazen plafond bestaat niet. Er zijn geen maatschappelijke belemmeringen voor wie dan ook om wat dan ook te doen. Dat is verleden tijd.
‘Vrouwen excelleren niet. Criminelen, asocialen en zwervers: allemaal meestal mannen. Daartegenover staan de ingenieuze geleerden, de grote kunstenaars. Ook mannen. Vrouwen bevinden zich in het midden van de normaalverdeling. Anti-feministe Camille Paglia zei tien jaar geleden al: “Als vrouwen de macht hadden gehad, dan hadden we nu nog in plaggenhutten gewoond.”



Beatrijs Ritsema

13 februari 1954:
Geboren in Tunis (Tunesië)
1971-1978:
Psychologie, Universiteit Leiden
1980-1983:
Redacteur Propria Cures, Amsterdamsch Studenten Weekblad
1983-2003:
Columnist NRC Handelsblad
Sinds 2002:
Brievenrubriek Trouw
Sinds 2006:
Redacteur HP/De Tijd