Herman Koch: Vuilnisbakhumor
Eeuwige roem vergaarde hij met Jiskefet. De serie is ter ziele, maar Herman Koch, een van de geestelijk vaders, is nog steeds een geslepen satiricus. ‘Smerigheid, daar blijf ik altijd nieuwsgierig naar.’
Tekst: Erik Denessen en Annemiek de Vries
Foto: Sjors Overman
Niets of niemand wordt door hem gespaard. Na twintig jaar radio, televisie en literatuur is Herman Koch (53) nog steeds even gevat. Anno 2007 becommentarieert hij iedere donderdag de actualiteit in het kunstkatern van de Volkskrant. De wrange grappen in terugkerende decors, zoals een basisschoolklas met de halfbroer van Wouter Bos als leraar, geven de columns zo nu en dan een politieke lading. Geen lachsalvo’s, maar humor met een glimlach en een literair randje. Het is het handelsmerk van de eeuwige satiricus, dat enig intellect van de lezer vergt. Welke man steekt achter deze combinatie? ‘Ik wil vermijden dat ik de zoveelste ben die zegt dat Bush een lul is. Dat is ook niet grappig. Daarom schreef ik eens dat de bevrijding van Nederland in de Tweede Wereldoorlog door de Amerikanen natuurlijk ook om de olie ging. Dat soort venijn is mijn stijl.’
Trends
Het thema van de aankomende boekenweek, Lof der zotheid – scherts, satire en ironie, ligt de schrijver wel. Toch zegt Koch blij te zijn dat hij niet is benaderd om het boekenweekgeschenk te schrijven. ‘Als ik in aanmerking was gekomen, had ik geweigerd. In opdracht schrijven zou voor mij “net alsof doen” zijn. Vooral voor humor geldt dat je het moet maken, en niet te lang moet zaniken over het hoe en waarom. Vorig jaar, in het kader van het thema Boem Paukeslag – schrijvers en muziek, moest iedereen het zogenaamd interessant vinden waarom Joost Zwagerman zo graag naar U2 luistert. Mij boeit het niet, het gaat helemaal voorbij aan de inhoud van een thema. Hoe minder theorie, hoe beter.’
Over de humor in het recente proza is Koch allerminst te spreken. ‘Lees eens iets van Heleen van Royen. Dildo’s op de huishoudbeurs, ondeugende vrouwen, dat is nu de trend. Deze nieuwe soort burgerlijke humor lijkt me een slechte ontwikkeling. “Ik ben een stoute vrouw en ik zeg wat ik wil!” Walgelijk, ik heb niets met dat genre.’ Koch raakt op dreef. ‘Smerigheid, daar blijf ik nieuwsgierig naar, zoals in de dagelijkse stripjes van Kamagurka, Gummbah en soms die van Peter van Straaten. Even die glimlach.’
Grenzeloos lachen
In gesprek met Koch over humor kan Jiskefet niet onbesproken blijven. Het Friese woord voor vuilnisbak is een rake typering voor een deel van de strapatsen die in de gelijknamige televisieserie voorkwamen. Samen met Michiel Romeyn en Kees Prins maakte Herman Koch bijvoorbeeld de klassiek geworden sketches waarin de stereotype corpsbal wordt afgezeken. Of de drie heren uiteindelijk een soort rolmodel zijn geworden, laat Koch zich niet in de mond leggen. ‘Het is een ironisch neveneffect, wat ik niet betreur. Integendeel, dat zulke jongens echt zo zijn en later bijvoorbeeld directeur van Schiphol worden, daarover kan ik me nog steeds verkneukelen. Dat ze in hun studententijd zuipen, schelden en over elkaar heen pissen, is geen parodie: het is waar.’
In een van de sketches wordt ‘de pizzaturk’ door de Lullo’s uit het raam geduwd. Zou dezelfde grap nu nog steeds kunnen? ‘Ik vind het niet te ver gaan, het is juist toegankelijk. Wij wilden in Jiskefet laten doorschemeren dat dit soort jongens gewoon geen fuck geeft om een nobody. Een statement kan harde humor tenminste zin geven, dat mis ik nu vaak. Omdat zo’n grap vandaag de dag direct aan de islam wordt gerelateerd, boet de humor in aan kracht. Ik vind het overigens nog steeds jammer dat de voorafgaande scène eruit is geknipt. Hierin vroegen de Lullo’s op een gegeven moment aan die pizzakoerier of hij niet even zijn zus kon laten langskomen, zodat ze die even konden, nou ja…’
Het cliché wil dat humor grenzen opzoekt. Volgens Koch is dat een misvatting. ‘Het shockeren om het shockeren is een doodlopende weg. Iedereen wil wel eens iemand het raam uitgooien, maar mensen zonder reden persoonlijk afzeiken is heel naar. Een caberatier die vraagt: “Wie in het publiek is net van zijn kanker af?” heeft het niet begrepen. Je kunt niet altijd uitgaan van een neiging tot beledigen.’ Koch maakt van zijn hart echter geen moordkuil. ‘We hoeven niet terug naar de gezelligheid van Toon Hermans. Er zijn nog genoeg andere zwakke plekken in de samenleving die kunnen worden aangepakt. Het is een daarbij een kwestie van goede smaak dat je niet zomaar wat gaat roepen, omdat het zogenaamd moet kunnen. Een grap over Anne Frank kan in principe best leuk zijn.’
Smerig populair
Jiskefet was behalve lomp ook subtiel. ‘Vooral het wonderlijke, dat je iets niet meteen snapt, was zo mooi in veel van de sketches. Ook dat mis ik tegenwoordig. Hans Teeuwen maakte een vergelijkbaar gevoel los, wanneer hij zich verloor in zijn gestoorde rollen of doorsloeg in totale gekte. Dat fascineert me nog steeds mateloos.’ Het toegankelijk maken van soortgelijke, politiek incorrecte satire wordt aan het trio Romeijn, Prins en Koch toegeschreven. Het genre, dat volgens Koch voorheen in de VPRO-hoek zat, is nu een meer gangbare soort humor geworden. ‘In de beginjaren van Jiskefet kon de kijker zich nog lekker hautain NRC-lezer voelen, maar het publiek werd almaar breder. Op een gegeven moment hadden we de indruk dat zelfs de voetbalstadions zich gewonnen gaven. Maar je zult nog steeds geen brandweerman horen over humor van het intelligentere soort, zoals Kreatief met Kurk.’
Koch is zonder wroeging van de beeldbuis verdwenen, de koek was op. Zijn toekomst ligt in de letteren. ‘Ik blijf voorlopig columns schrijven voor de Volkskrant en het tijdschrift Esta. En ik ben bezig een boek te schrijven waarvoor een wat langere adem nodig is. Daarvoor heb ik nu eindelijk tijd. Überhaupt sta ik niet meer te springen om televisie; hooguit een foute Jiskefet-reünie als Kees, Michiel en ik zestig zijn. Maar we gaan natuurlijk eerst de herhalingen schaamteloos uitmelken.’
Herman Koch
5 september 1953:
geboren te Arnhem
1983-1989:
Radioprogramma Borat
1985:
Debuut De Voorbijganger
1990 – 2005:
Jiskefet
2005:
Denken aan Bruce Kennedy
Schrijver Groot Dictee der
Nederlandse taal







Pingback: Uit de Oude Doos: Vuilnisbakkenhumor | ANS-Online