Het Laatste Oordeel
Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.
Tekst en foto: Sjors Overman
College:
Kwalitatieve onderzoeksmethoden, maandag 12 februari,
10.45 – 11.45 uur, SP3
Docent:
Dr. Hans Marks
Uitstraling:
Autistische voorleesvader
Inhoud:
Droge opsommingen uit een ouderwets schoolboek
Publiek:
Zuchtende tweedejaars Communicatiewetenschap en ijverig pennende hbo-instromers
Eindcijfer:
4
Tussen ‘duffe opsommingen en ultiem entertainment’ zit een bont scala aan onderwijsvarianten. Helaas vertegenwoordigt dit college het negatieve uiteinde van het spectrum. Welkom bij het college Kwalitatieve methoden van dr. Hans Marks.
Alle studenten wordt gevraagd vooraan plaats te nemen. De stoelen op de eerste rij worden enkel door meisjes bezet, die pen en papier klaarleggen. Achter hen zitten vooral jongens, die druk hun uitgaansavonturen van het afgelopen weekend evalueren. Een grijze, bebaarde man zet de beamer aan en doet het licht uit. Het is bijna helemaal donker als Marks zijn verhaal begint. Hoewel zijn zachte, monotone stem amper boven de verhalen van de luisteraars uit komt, gaat hij stug door met zijn introductie. Vastberaden klemt hij zich met twee handen stevig aan de lessenaar, en staat hij doodstil terwijl hij spreekt. Alleen een korte handbeweging om zijn bril recht te zetten, zorgt voor enige dynamiek. Pas halverwege de inleiding houden de studenten de kaken beleefd op elkaar.
Op het katheder liggen vellen papier waarop zijn tekst is uitgeschreven en waarvan Marks het hele college citeert. Hij leest zijn verhaal voor met een Brabants accent, en de manier van presenteren lijkt op hoe een dorpspastoor een mis voordraagt. Af en toe raakt hij de draad kwijt, maar na zijn blad consciëntieus te bestuderen kan hij verder. Soms klinkt zachtjes een opmerking over het college, gevolgd door een onderdrukte lach. Verder is het doodstil in de collegebanken. Het lijkt alsof de studenten geconcentreerd luisteren, maar uit hun houding spreekt de apathie die de saaie docent bij hen losmaakt. Marks mompelt onverstoord verder.
Het is evident dat de docent in zijn eigen vakgebied is geïnteresseerd. ‘Als ik bezig ben met een onderzoek, reflecteer ik als kwalitatief onderzoeker zelfs tijdens het strijken van de was op de zojuist ontworpen opzet’, illustreert hij. Helaas kan hij dit enthousiasme niet overbrengen op zijn publiek. Hij vertelt vanalles over de manier waarop iemand kan worden geïnterviewd. ‘Waar gaat het eigenlijk over?’, klinkt hoorbaar vanuit de zaal. Sommige studenten zuchten diep.
Het geluid van Marks’ stem is als een zachte ruis, waaruit belangrijke woorden lastig zijn op te pikken. Ook de sheets met summiere opsommingen zorgen niet voor geboeide kijkers. Dat stof over onderzoeksmethoden niet vanzelf leuk is, weet iedere student. Jammer genoeg is het Marks ontgaan dat praktische voorbeelden het voor iedereen amusanter kunnen maken. Nu doet het verhaal denken aan een vijftig jaar oud schoolboek.
Een halfuur na aanvang lijkt de concentratiespan van de toeschouwers definitief ten einde. Hoofden worden op de arm te rusten gelegd en ogen kijken glazig in het oneindige. Vrijwel iedereen heeft de hoop op een interessante voortgang opgegeven, de meeste pennen liggen afgedankt naast een collegeblok. Als de docent vertelt wat in volgende colleges aan bod gaat komen, resulteert dat onverdeeld in gemor van de luisteraars. ‘Yes, daar zit ik écht op te wachten’, sist een student. Marks beëindigt zijn betoog: ‘Een onderzoek is ten einde als je bent verzadigd, als je er zat van krijgt.’ Wat dat betreft was dit college één groot eindpunt.
Het Laatste Oordeel der Studenten
Unaniem wordt Marks beoordeeld als saai. Een veel gehoorde aanbeveling is om minder monotoon te spreken. Temeer doordat de stof heel droog is en bij velen al bekend. ‘Dit hebben we vorig jaar allemaal al gehad’, zucht Esther. ‘Misschien is dit interessant voor de hbo-instromers, maar echt niet voor mij.’ Ook het voorlezen van zijn papiertje is volgens de studenten geen onverdeeld succes. ‘Laat hem eens voor wat afwisseling zorgen.’






