Sjaak
Vroeger nam mijn dierbare vader mij dikwijls mee naar instituten waar de woorden ‘Cultuur, Niet Voor Paupers’ nog net niet met culturele letters op stonden gekalkt. ‘Opdat gij een cultuurverslindende zoon zult worden’, sprak vader dan bij de garderobe, waarna hij mij meesleurde door zalen vol Klashorsten en gouachetekeningen van Jozef-Jan ‘de beul van Reusel’ Verdonschot, waarop niet zelden een varken op een draaimolen stond afgebeeld. Dat Jozef-Jan scheel was en derhalve dikwijls zeventien draaimolens door elkaar kliederde, beschouwde mijn verwekker als ‘kunst zoals die zelfs in kunstenaarscommune “Poolzon” te Bladel nog niet eerder is geproduceerd.’ Het zal u niet verwonderen dat ik al snel een hekel begon te krijgen aan die verrekte Hogere Kunst en mij ging verdiepen in het Hoogste Lagere: trancemuziek. Ik vond ‘t wel wat. Niet enkel bleek trance veel met mijn ruggengraat te doen, ook de astronomische, kosmische titels spraken tot mijn beperkte verbeelding: Green Astronauts, Galaxia en Water Planet zijn enkele van mijn favorieten. Inmiddels weet ik dat er weinigen van trance houden, en tot die groep behoort helaas ook nog steeds mijn vader niet. Toen ik laatst weer eens thuis zat en naar 3000 Miles Away luisterde, trok hij de stekker uit mijn stereo en plantte hij me voor de tv. Ik diende ‘t Schaep met de 5 Pooten te aanschouwen, een serie over een Hollands (aargh!) café (nogmaals aargh!), godbetert een remake van het origineel uit de jaren zestig, met Marc-Marie ‘tafelheer’ Huijbregts en Loes ‘wat ik kan, houd ik voor de mensheid verborgen’ Luca. Wat ik van dat origineel gezien had, vormde al genoeg bewijs om het bestaan van een Goede God voor altijd en eeuwig uit te sluiten, maar de remake van deze komedie voor jong, oud en debiel deed mij al helemaal de kastijzweep van de muur trekken. De Normen en Waarden lijken door het team van producers van deze rotserie te zijn aangegrepen als excuus om maar zo vaak mogelijk woorden te laten vallen als ‘duiffies’, ‘broodje bal’, ‘juffrouw’, ‘gulden’ en ‘jonge klare’: beseffende dat deze hele serie is overgoten met een Hollandse brave HEMA-saus die zelfs een non van vijf maanden niet prikkelt, dan begrijpt u dat er weer eens iets op tv is dat met wortel en tak (en vrij veel radioactief spul) dient te worden uitgeroeid. Een Amsterdammer noemt het woord ‘kanis’ en de aardappelen zijn klaar, dat sfeertje. Helaas, half Nederland zwijmelde weg bij ‘t Schaep, zodat ik als cynicus vrees dat er op moment van schrijven enkele remakes worden opgenomen, vol kraaitjes van Marc-Marie en stoute opmerkinkjes van Georgina. Er mag best een markt zijn voor ‘t Schaep en Jan, Jans en de Kinderen, maar die markt is tegenwoordig behoorlijk groot. En niet erg kunstzinnig: elke keer wordt hetzelfde kunstje opgevoerd, als het maar veilig is. Het ruime sop mag best eens gekozen worden om de zeven miljoen brave Hendriken die Nederland telt ook eens wat anders te laten zien. Ik stuur zeventig tranceplaten naar de redactie, in de hoop dat ze door die kosmonautische titels eindelijk het verre, heldere licht zullen zien, en niet het doffe caféschijnsel dat via ‘t Schaep de huiskamers binnenstroomt.






