ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Thom de Graaf: ‘Ik ben geen Zonnekoning’

Het altijd vriendelijke gezicht, zijn glimlach en de zachte blik: je kunt geen tijdschrift openslaan of het geluk druipt ervan af. Thom de Graaf is de nieuwe burgemeester, en als we de stralende foto’s moeten geloven, wil hij nooit meer anders.

Tekst: Zef Faassen en Benjamin van Gaalen
Foto’s: Jos Janssen, Middelaar

‘Een fantastische oude stad, een prachtige omgeving, een universiteit met internationale ambities en een dynamische bevolking.’ De lovende woorden in de vele interviews uit de mond van Thom de Graaf (49) zijn overweldigend. Toch oogt hij vermoeid door de talrijke wijkbezoeken, het eindeloze fietsen en het vele handenschudden. Eenmaal aan het woord toont hij zich opmerkelijk ambitieus. Hij heeft, na zijn politieke fall from grace twee jaar geleden, weer frisse moed. In gesprek met de burgemeester, over de inhoud van zijn functie, de beperkingen van zijn ambt en de toekomst van Nijmegen.

Zes jaar voor de boeg. Waar wilt u heen met Nijmegen?
‘Dat is een combinatie van feiten en verlangens. De stad heeft in sociaal, cultureel en economisch opzicht veel in huis. Daarmee wil ik aan de slag. Nijmegen bezit ook waardevolle kapitalen, zoals de culturele podia, een mooie oude binnenstad en een natuurrijke omgeving. Achter deze feiten schuilt een stad met ambitie.’

Uw verlangen is die ambitie invulling te geven?
‘Ik wil Nijmegen meer in de schijnwerpers zetten. Samen met de andere spelers in de stad wil ik een richting bepalen, de ontwikkeling vorm geven. Een duidelijk citymarketing-beleid is daarvoor noodzakelijk. Op dit moment ben ik hierover in gesprek met de raad en de wethouders. We zoeken naar een imago.’

Is een ander imago nu echt waar Nijmegen de meeste behoefte aan heeft?
‘Het imago bepaalt de aantrekkingskracht op bedrijven en ondernemers. Dit brengt een enorme werkgelegenheid en andere economische voordelen met zich mee. Neem als voorbeeld Den Haag. Die stad heeft zich geprofileerd als de stad van het internationale recht en de vrede. Het gevolg was dat allerlei instellingen die zich met dat thema verwant voelden, naar Den Haag trokken. De vraag die vervolgens rijst, is of Nijmegen zich op één bepaald element moet richten of dat er een breder beeld moet worden geschept. Het nadeel van het eerste is dat het beeld sommige mensen tegenstaat, bij het tweede bestaat het risico dat het geheel niet wordt herkend.’

Welk imago heeft de stad over zes jaar?
‘Het is zoeken naar een balans. Profilering als Health Valley is een mogelijkheid. Veel inwoners zijn werkzaam bij zorginstellingen als het UMC St. Radboud en in en om Nijmegen zijn veel mogelijkheden om te sporten. Dit is iets waarmee Nijmegen zich op de kaart kan zetten. Ik zou me niet tot sport en gezondheid willen beperken, maar het zijn wel belangrijke elementen. Het probleem is dat er nog veel meer kapitalen zijn die allemaal mogen worden erkend. Dat maakt Nijmegen lastig te profileren.’

Is het wel realistisch te denken dat u een heel ander imago kunt creëren?
‘Het bestuur creëert niets. Ik ben van de school die zegt dat de stad niet binnen, maar buiten de muren van het stadhuis wordt gemaakt. De wethouders en de burgemeester moeten vooral buiten die muren de verbindingen leggen en zorgen dat initiatieven die in de stad bestaan op elkaar worden afgestemd. Het stadsbestuur kan bijvoorbeeld wel zorgen dat – als een ondernemer zich hier wil vestigen – alle mogelijke faciliteiten aanwezig zijn.’

U praat over beeldvorming, over het ontwikkelen van een imago, en uw rol hierin als bindende factor tussen partijen. Is dit wat het ambt van burgemeester omvat?
‘Ik heb geen knoppen waarop ik kan drukken zodat er iets gebeurt. Als burgemeester heb ik niet de touwtjes in handen, maar kan ik wel ervoor zorgen dat daar op de juiste manier aan wordt getrokken. In mijn functie ben ik als geen ander in staat om een brug te slaan tussen kennisinstituten, grote bedrijven, allerlei culturele groeperingen en het bestuur zelf. Besturen is niet alleen het nemen van besluiten, besturen is ook het meenemen van mensen in hun verlangen of ambitie.’

De burgemeester is niet de kapitein van het schip, maar slechts het boegbeeld?
‘De grote misvatting over een burgemeester is dat hij na zes jaar door de stad kan lopen en een gebouw kan aanwijzen waarvoor hij heeft gezorgd. De wethouder voor Ruimtelijke Ordening kan dat. De burgemeester is geen Franse president die na afloop van zijn termijn een glazen piramide voor het Louvre zet. Hij is geen zonnekoning. Onder het publiek leeft echter het beeld dat de burgemeester bepaalt of ergens wel of niet een bushokje wordt geplaatst. Dat noemen ze met een deftig woord de statusincongruentie. De status is groot, maar de bevoegdheid niet. Dat is niet erg, zolang ik maar het gezag heb om hier en daar een duwtje te geven.’

Vindt u het vervelend dat de macht voornamelijk bij de gemeenteraad ligt?
‘Nee, dat de macht daar ligt, is juist goed. De besluitvorming ligt in handen van het college en de raad, waarbij de raad uiteindelijk het hoogste orgaan is. Ze hebben geen behoefte aan een burgemeester die onbekend is en zijn mond niet opendoet; ze willen iemand die wordt erkend en naar buiten kan treden, zo nodig ook richting Den Haag. Het gaat niet om ceremonie, om het knippen van een lintje. Integendeel: als ik met mijn netwerk en bekende kop iets kan betekenen – zoals het aanspreken van een minister waar je anders met een ambtenaar wordt afgescheept – ben ik heel nuttig voor de stad.’

Die nederigere rol in het bestuur, moet u daaraan wennen als politicus uit Den Haag?
‘Zeker niet. Het feit dat ik minder invloed heb, maakt mijn rol niet minder aantrekkelijk. Hoe belangrijk het werk in Den Haag ook is, daar handel je voornamelijk in abstracties. Dat is conceptueel en intellectueel leuk, maar op gemeentelijk niveau werken is net een slag concreter. Het is meer down to earth en afwisselender. Ik doe met plezier de gekste dingen, variërend van het openen van studentendebatten tot het bezoeken van een wedstrijd van NEC.’

Een gekozen burgemeester zou meer invloed hebben gehad.
‘Dat is een fundamenteel andere functie. Hij staat in het geheel sterker, kiest zelf wethouders en vertegenwoordigt zijn eigen programma.’

Hebt u de intentie om vanuit uw overtuiging betreffende de gekozen burgemeester uw huidige functie in te vullen?
‘Nee. Ik ben een democraat en heb mij neergelegd bij het besluit van de Eerste Kamer om het wetsvoorstel te verwerpen. Ik ga dan ook niet stiekem proberen om via het benoemde burgemeesterschap te handelen alsof ik was gekozen. Dit is de functie waarnaar ik heb gesolliciteerd. Dat is het rare in mijn loopbaan: ik ben en blijf een voorstander van de gekozen burgemeester. Maar als deze er was gekomen, had ik niet meegedaan aan de verkiezingen in Nijmegen. Daarvoor ben ik het type niet.’

De benoemde burgemeester Thom de Graaf.
‘Eigenlijk heb ik nooit de functie van het burgemeesterschap geambieerd, maar met Nijmegen ben ik net als Mariken; zij kon de verleiding van Moenen ook niet weerstaan. Voor haar is aan het eind van het verhaal een standbeeld opgericht. Als ik dan toch op een manier moet worden herinnerd, zie ik mijn standbeeld uiteindelijk wel naast die van haar staan, midden op de Grote Markt.’

Thomas Carolus de Graaf
11 juni 1957:
geboren te Amsterdam
1976-1981:
Nederlands Recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen
1978-1979:
duo-raadslid voor D66 in de gemeente Nijmegen
1981-1985:
wetenschappelijk medewerker sectie Staatsrecht, Katholieke Universiteit Nijmegen
1994-2003:
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 mei 1994 tot 27 mei 2003
2003-2005:
minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en vice-premier
2007:
benoemd tot burgemeester van Nijmegen