ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Spellender wijs

Van de eerstejaars studenten spreekt 30 procent van zijn of haar ‘vegetarische’ huisgenoot en ‘lijdt’ bijna één op de tien een zorgeloos leven. Een taaltoets legde de tekortkomingen van aanstormende academici bloot.

Tekst: Boy van Dijk en Martine Peters van Ton
Illustratie: Loes van Woezik

‘Student schrijft slecht Nederlands’, kopt Het Parool op 6 februari naar aanleiding van een taaltoets aan de Vrije Universiteit (VU). De schokkende conclusie van het onderzoek: 29 procent van de eerstejaars voldoet niet aan de vwo eindtermen voor het vak Nederlands. Zijn de Nijmeegse eerstejaars net zulke wonderlijke spellers als hun Amsterdamse equivalenten of is voor hen zelfs het Groot Dictee der Nederlandse Taal gesneden koek? Tijd om het taaltalent van Radboudianen op de proef te stellen: 37 beruchte struikelblokken vormen samen een toets die 120 nietsvermoedende eerstejaars aan de RU onder de neus kregen geschoven.
‘Ik ga deze test echt veel beter doen als jou!’, roept een opgetogen eerstejaars Bedrijfscommunicatie. 21 fouten verder blijkt enthousiasme vooraf misplaatst. Statistisch gezien had ze de test net zo goed volledig kunnen gokken. Gelukkig is het niet met alle studenten zo erbarmelijk gesteld, één op de vijf maakt minder dan tien fouten. Toch zijn de resultaten met een gemiddeld foutpercentage van 35 procent onacceptabel voor wetenschappers in spe.

Jou(w) probleem
Hoewel het minimaal zeven en gemiddeld dertien fouten regent, gloort er hoop achter de taalkundige donderwolken. Het Universitair Talencentrum Nijmegen (UTN) spijkert voor een paar tientjes binnen anderhalf uur zelfs de meest waardeloze werkwoordspeller de regels over d’s en t’s bij. Liesbeth Korebrits, directeur van het UTN, schrikt niet van de resultaten van de toets: ‘Ik vind ze niet rampzalig, maar er is zeker ruimte voor verbetering.’ Een oplossing ziet ze in een diagnostische toets bij aanvang van de studie. ‘Op die manier wordt bij studenten bewustzijn gecreëerd van hun taalkwaliteiten. Zijn die onder de maat, dan kunnen zij zelf ervoor kiezen om daaraan iets te doen.’
Al eerder sprak het UTN met Wim Brand, directeur van Dienst Studentenzaken, over de invoering van zo’n diagnostische toets. Brand gaf toen aan een dergelijke toets niet noodzakelijk te vinden. Hij ziet meer in een grotere rol van de docent: ‘Bij beoordeling van tentamens en papers moet op de inhoud maar ook zeker op de vorm worden gelet.’ In zijn reactie benadrukt ook hij het bewustwordingsproces: studenten moeten op hun gebreken en op mogelijke oplossingen daarvoor worden gewezen.

Lik op stuk
Op sommige faculteiten wordt het belang van correcte spelling sterker benadrukt dan op andere. Zo moet om de propedeuse Rechten binnen te slepen een verplichte spellingstoets worden gehaald. Carry Maathuis, hoofd Bureau Onderwijs van de Rechtenfaculteit: ‘Rechten is een talige studie bij uitstek, een pleidooi kan staan of vallen bij het gebruik van een komma.’ Opvallend is dat de studenten Rechten de taaltoets significant beter maken dan hun medestudenten aan andere faculteiten. De verplichte test voor eerstejaars lijkt dus zijn vruchten af te werpen.
Maatregelen om de spelling van studenten te verbeteren zijn niet altijd een facultaire aangelegenheid, soms betreffen het ‘dappere’ eenmansacties van bezorgde docenten. Marcel Wissenburg, hoogleraar Politicologie, tolereert in de papers van zijn masterstudenten slechts vijf spel- of stijlfouten. Voor elke fout meer geldt een half punt aftrek. ‘Dit jaar staat het record op een -23,5’, vertelt Wissenburg schaterlachend. Dit soort extreme resultaten mag grappig zijn, Wissenburg ziet de ernst van de situatie wel in: ‘Natuurlijk neem ik deze uitermate schoolse maatregel niet voor niets. Het is belachelijk dat ik het vuile werk van het vwo moet opknappen.’

Terug naar school?
Zowel de toets aan de VU als de RU tonen aan dat er bij eerstejaars sprake is van problemen op het gebied van taalbeheersing. Het College van Bestuur onderkent de gebreken van de Radboudstudenten niet en acht universiteitsbrede maatregelen overdreven. RU-woordvoerder Willem Hooglugt: ‘Als faculteiten taalproblemen bij hun studenten constateren, zijn zij vrij om zelf actie te ondernemen.’ Deze vrijblijvende houding staat in schril contrast met de opstelling van de VU. De Amsterdamse universiteit stelde naar aanleiding van de beroerde toetsresultaten, direct diagnostische toetsen online beschikbaar. Op dit moment wordt gekeken naar verdere maatregelen. Deze verschoolsing is wellicht effectief, maar stimuleert een zelfstandige houding van de studenten niet.
De oplossing kan beter worden gezocht in een actieve houding van zowel student als docent. De RU zou haar docenten moeten stimuleren om buitensporige hoeveelheden spelfouten en ander taalleed te signaleren en om studenten hierop te attenderen. Vervolgens is het aan de student om iets aan de geconstateerde gebreken te doen, bijvoorbeeld door aan te kloppen bij het UTN of het Academisch Schrijfcentrum Nijmegen. Zo’n opstelling zou onze universiteit sieren: het belang van een goede taalbeheersing wordt benadrukt, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de eigen verantwoordelijkheid die zo kenmerkend is voor goed academisch onderwijs.

Meest gemaakte fouten
1. 94 procent was volkomen ‘ideeëloos’ over de correcte spelling van dit woord en besloot tot het toevoegen van een tussen-n.
2. Een zeer weidverbreide misvatting: 86 procent denkt dat ‘wijdverbreid’ de juiste optie is.
3. 84 procent schrijft ‘weleens‘ constant verkeerd, namelijk als ‘wel eens‘.
4. Moet het los of moet het vast? Het onderscheid tussen ten slotte en tenslotte, door 72 procent fout.
5. Een incorrect begrip van ‘schering en inslag‘ is schering en inslag: 64 procent heeft geen idee.

De mannen, de vrouwen: wie is er de baas?
Het antwoord op dé vraag des levens: de taalknobbel bij vrouwelijke eerstejaars functioneert significant beter dan die bij mannen.

Het lachertje van de universiteit
Met de taalkennis van eerstejaars Bedrijfscommunicatie is het beroerd gesteld. Deze studenten aan de Faculteit der Letteren (!) scoren het allerslechtst.