ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Slaapdronken: Jacqueline van Dongen en Cedric Muyres

Jacqueline van Dongen (19), tweedejaars Bedrijfscommunicatie en Voxlog-columniste en Cedric
Muyres (25), afgestudeerd Psycholoog

Vanwaar die gelukzalige blik in jullie ogen?
Cedric: ‘Hoewel we samenwonen, heb ik Jacq veel te lang niet gezien. Tot gisteren was ik als manager op toer met dancecollectief Nobody Beats The Drum. Ik heb twee weken in Engeland op matjes geslapen en slecht gegeten, maar het was ontzettend tof. Nu is het vooral fijn om weer naast Jacqueline in te dommelen.’

Misten jullie elkaars warme lichaam tussen de dekens?
Jacqueline: ‘Nee, niet echt.’
Cedric: ‘Niet eens een beetje?’
Jacqueline, lachend: ‘Vooruit, een klein beetje. Maar het is ook fijn om alleen te slapen. Hij is namelijk overal allergisch voor. Als hij weg is, pak ik meteen mijn grote donzen deken om vervolgens overdwars in bed te gaan liggen. En ik kan eindelijk allerlei dingen eten die hij niet mag, zoals champignonroomsaus.’

Lopen de gemoederen hoog op wanneer jullie wél samen zijn?
Jacqueline: ‘Ik kan best snel boos worden, maar niet doordat we op elkaars lip zitten. Alleen toen hij net bij me was ingetrokken, had ik last van territoriumdrang; ik werd al bloedlink als hij zijn spullen op mijn tafel legde.’
Cedric: ‘Pas toen ik mijn enorme cd-collectie meenam, draaide ze bij.’
Jacqueline: ‘Vroeger zou ik na een ruzie zijn weggegaan en drie dagen niet sms’en. Nu kan dat niet, die stilte zou heel ongemakkelijk zijn.’

Jullie lijken slechts één stap verwijderd van geitenwollen sokken en een kruikje in bed.
Jacqueline: ‘We moeten ons altijd verantwoorden voor het feit dat we samenwonen, maar zo degelijk zijn we niet. Er is geen plaats voor een golden retriever en tweeënhalf kind om te pamperen en ik zit niet de hele dag thuis op Cedric te wachten met het eten. We zien elkaar bijna nooit.’
Cedric: ‘Het is een uitvalsbasis. Omdat ik altijd onderweg ben, is het fijn om een haventje te hebben.’
Jacqueline: ‘Bah, je zei haventje. Wat een verschrik-kelijk woord.’