Het Laatste Oordeel: dr. C.J.C.M. Martens
Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.
College:
Ruimtelijke interacties, donderdag 4 februari, 13.15 – 14.30 uur, TvA 1.0.06
Docent:
Dr. C.J.C.M. Martens
Uitstraling:
Enthousiast vaderfiguur
Publiek:
Schuchtere, puisterige volkshuisvesters
Inhoud:
Strategische vestigingsplaatsen voor bakkers en ijscokarren
Eindcijfer:
7
‘Waar zou een bakker zich vestigen in een middeleeuwse stad?’ Met deze vraag opent de heer Martens het college. Het publiek reageert collectief met een schaapachtige blik. Uiteindelijk volgt toch een reactie van een uiterst pientere toehoorder: ‘Misschien zit de bakker graag in het centrum, want daar wonen meer mensen.’ Bedenkelijk antwoordt Martens: ‘Interessante analyse. Maar mensen willen best een eindje lopen voor een goed brood, niet?’ Na een inhoudsloze discussie van tien minuten wordt geconcludeerd dat brood een eerste levensbehoefte is en derhalve ook buiten het centrum verkrijgbaar. Moeiteloos legt de opperplanoloog vervolgens de link met een ijscoman.
Een tekening van een strand met twee ijscokarren, oftewel een streep met twee kruizen, moet inzichtelijk maken dat een ijscoman vooral niet in het midden van het strand moet gaan staan. Aangezien er geen teken van leven uit het publiek komt, vraagt Martens herhaaldelijk of zijn verhaal duidelijk is. Ondanks goedbedoelde pogingen tot interactie is er een blijvend gebrek aan respons. Daarop wijst hij nóg maar eens naar zijn tekening. De Powerpointpresentatie laat echter een interessantere afbeelding zien: de Bid-rentcurve. Deze grafiek toont de bereidheid om een hogere prijs te betalen, naarmate iemand dichter bij het centrum woont. Zeer nuttig volgens de docent: ‘Het verklaart dus een deel van de ruimtelijke verklaring.’ Wat daarmee wordt bedoeld blijft een raadsel. De grafiek wordt desalniettemin driftig overgepend, in tegenstelling tot de zielige strandtekening.
Naarmate het college vordert, verslapt de aandacht en wordt de zaal steeds rumoeriger. Martens probeert de aandacht terug te winnen door met voorbeelden te strooien. De Canarische eilanden als potentiële vestigingsplaats passeren zo’n vier keer de revue, evenals het minder indrukwekkende Malden. Uiteindelijk komt het onderwerp migratie aan bod. Als illustratie volgt een verhaal over een vriend die deels in Zweden en deels in Londen woont. Dit zorgt voor grote consternatie: ‘Waarom zou je in hemelsnaam in het buitenland gaan wonen en je moeders hutspot willen missen?’ lijkt de grijze massa te denken.
Ondanks het rumoer praat Martens stug door, maar hij lijkt afgeleid en verliest de rode draad. De rest van het college is de rust verstoord en de studenten denken alleen nog maar aan het feit dat ze bijna ‘uit’ zijn en terug kunnen naar mammie. Omdat de professionele stadstekenaar zijn presentatie toch met een goed gevoel wil eindigen en waarschijnlijk hoopt dat iets van zijn bevlogenheid wordt overgenomen, slaat hij een kruis waarmee hij zijn volgelingen zegent.
Het Laatste Oordeel der Studenten
De planologen in spe zijn enthousiast over het college. Dat Martens veel uitweidt, lijkt voor hen geen probleem. De stof is goed te volgen en wordt als interessant bestempeld. Op de vraag of de cursus veel tijd kost, wordt verbaasd gereageerd: ‘Dit is pas het tweede college, dan hoef je toch nog niets te doen?’ Daarnaast zijn de studenten zeer te spreken over de docent. Vanwege zijn grote hoeveelheid woorden per minuut, is de informatiedichtheid enorm. Ook sluit de cursus goed aan bij de voorkennis van de bakkerszonen en zorgt Martens voor veel interactie. ‘Ik zou hem wel een 8 geven!’, vertelt een heuse fan. Waarop een naar kennis hunkerende student aanvult: ‘Mits hij niet teveel grafieken gebruikt’.
Tekst: Dirk van den Brand & Eva-Marijn de Vries
Foto: Martijn Wehrens
Klik hier voor alle artikelen van ANS maart 2010.




