ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Plasmans pleidooi

‘Wat je eenmaal kwijt bent, krijg je nooit meer terug.’ Plasman, advocaat van Mohammed Bouyeri, vreest voor de inperking van vrijheden van burgers. Het Openbaar Ministerie en de overheid hebben in zijn ogen te veel macht. ‘Er worden bewust ontlastende stukken achtergehouden.’

Tekst: Iris Ruijs
Foto’s: Alex Kals

‘Voordat het artikel wordt gepubliceerd, wil ik het eerst inzien,’ is het eerste wat advocaat mr. Peter Plasman (54) zegt zodra hij zit. Hij doet zakelijk aan, net als de spreekkamer in zijn kantoor; die is slechts gevuld met het noodzakelijke meubilair. Een van de kasten staat vol met dikke wetbundels. Bekende kost voor de verdediger van Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh. Juridisch gezien was de zaak tegen Bouyeri geen uitdaging, maar dat deert Plasman niet. ‘Ik ben op de eerste plaats dienstverlener en dus moet ik doen wat mijn cliënt me vraagt.’ Ook wanneer dat betekent dat hij niet mag pleiten, zoals in het geval van Bouyeri. Of het beter was geweest als hij dat wel had gedaan? ‘Nee, zeker niet. Als ik mijn verhaal wel had gehouden, had Bouyeri misschien twintig jaar cel gekregen en dat wilde hij niet. Hij wil de doodstraf, maar moet genoegen nemen met levenslang.’
Andere cliënten van Plasman zijn onder andere een van de twee verdachten in de zaak Anja Joos, en Rudi Bakker – directeur van S.E. Fireworks. Verdachten in spraakmakende zaken die Plasman ook bij het grote publiek bekend hebben gemaakt, evenals zijn gastoptreden in het televisieprogramma 16 miljoen rechters. Genoeg mogelijkheden om zijn kritische blik op het Openbaar Ministerie (OM) en de overheid tentoon te spreiden.

Geweldige angst
‘Wettelijk gezien is de officier van justitie niet de tegenstander van de verdediging. In de praktijk is dat echter wel zo gegroeid. Het OM heeft eigenlijk een dubbele rol.’ Het OM is namelijk, naast de instantie die in het strafrecht de verdachte vervolgt, ook het orgaan dat de taak heeft erop toe te zien dat een proces op eerlijke wijze verloopt. ‘De verdediging heeft te maken met een tegenstander die cruciale bevoegdheden bezit, en heeft dus een ongelijkwaardige positie ten opzichte van het OM. De situatie is te vergelijken met een voetbalwedstrijd waarin de coach van de ene ploeg kan bepalen wie er bij het andere team invalt.’ Voor deze ontstane structuur heeft Plasman geen goed woord over. ‘Een voorbeeld is het samenstellen van een strafdossier, een taak waarmee het OM is belast. Het Openbaar Ministerie maakt uit het totale bewijsmateriaal een selectie. Het is evident dat een advocaat en officier van justitie niet dezelfde stukken nuttig vinden. De officier wil het bewijs rond krijgen en heeft minder oog voor wat eventueel ontlastend kan zijn voor de verdachte,’ stelt Plasman. ‘Ik heb geen toegang tot al het materiaal. Als er relevante stukken bestaan, die niet in het dossier zijn opgenomen, weet ik dus niet van die stukken af. Ik kan dan ook geen toestemming aan de rechter vragen om deze aan het dossier toe te voegen. Een heel onevenwichtige situatie,’ zegt hij verbeten.
De raadsman vindt de verhouding tussen de verdediging en het OM überhaupt ongelijk.’Het OM is een gigantisch apparaat met veel mogelijkheden. Officieren kunnen contra-expertises laten uitvoeren (een onderzoek opnieuw en door een andere instantie laten doen, red.), deskundigen inschakelen: ze hebben enorm veel bevoegdheden en geld tot hun beschikking. Een verdachte niet, die kan niks.’ Plasman is van mening dat de verdediging dezelfde bevoegdheden zou moeten krijgen als het OM. ‘De wet moet gaan aansluiten bij de structuur zoals die in de praktijk is gegroeid – met het OM als tegenstander van de verdachte. Het hoeft dan niet meer objectief te zijn.’
Behalve dit fundamentele probleem in het Nederlandse rechtssysteem, ziet Plasman een structureel gebrek bij het OM. ‘Als het eenmaal een positie heeft ingenomen, bijvoorbeeld een dader heeft aangewezen, komt het Openbaar Ministerie daar niet op terug. Het begrip voortschrijdend inzicht, na een poosje kijken of er in de tussentijd geen ontwikkelingen zijn die reden vormen een ander spoor te volgen, kent het OM niet.’ De criticus verwijt het OM niet alleen te veel vast te houden aan eenmaal ingezette trajecten, ook neemt hij het OM kwalijk dat het zijn eigen fouten niet erkent. ‘Natuurlijk kan het OM zich permitteren die te maken,’ zegt Plasman resoluut,’foutloos werken is een eis die je niet kunt stellen. Maar fouten moeten niet worden afgedekt, wat nu vaak wel gebeurt. Er heerst een geweldige angst om ze toe te geven. Het OM zou hierin veel opener moeten zijn.’

Omstreden moordzaken
Een zaak die tekenend is voor de ’starheid’ van het OM en de voor Plasman zo belangrijke bevoegdheid tot dossiervorming, is de Schiedammer parkmoord. Voor de moord op de tienjarige Nienke en de mishandeling van haar elfjarige vriendje Maikel werd Kees B. in 2000 achttien jaar gevangenisstraf en tbs opgelegd. Onterecht: Wik H. bekende in 2004 en is inmiddels veroordeeld. In het evaluatierapport van politie en justitie is te lezen dat het OM na de bekentenis van Kees B. nauwelijks onderzoek meer heeft verricht naar het misdrijf zelf. Tevens heeft het niet meer gekeken naar andere verdachten en heeft het OM nagelaten inconsistenties tussen diverse aanwijzingen te onderzoeken. Daarnaast was er binnen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onenigheid over de juistheid van de gevonden DNA-profielen. Het OM heeft omwille van deze twijfel besloten dit DNA-bewijs niet op te nemen in het dossier. Plasman denkt echter dat er iets anders achter die beslissing zit: ‘Het bewijs is achtergehouden, want “het zou alleen maar verwarring scheppen”. Hier is de selectie van het materiaal dus verkeerd gegaan; er is bewust ontlastend bewijs buiten het dossier gehouden.’
Naar aanleiding van de Schiedammer parkmoord is een verbeterprogramma opgesteld voor het NFI, de politie en het OM. Enkele verbeterpunten zijn dat voortaan alle uitkomsten van forensisch onderzoek worden opgenomen in het strafdossier en afgesloten zaken kunnen worden geëvalueerd door een commissie: Posthumus II. Enige positieve ontwikkeling lijkt hiermee gaande. Momenteel staat de Deventer moordzaak weer op de agenda van het OM. Het is op eigen initiatief bezig met een aanvullend onderzoek. ‘Een novum, dat is nog nooit eerder gebeurd,’ aldus een verheugde Plasman. Ernest Louwes werd in deze zaak veroordeeld tot twaalf jaar cel wegens de moord op de weduwe Wittenberg. Geert-Jan Knoops, zijn advocaat, heeft recentelijk een contra-expertise laten uitvoeren. Daaruit kwam naar voren dat de gevonden DNA-sporen op de blouse van de weduwe niet noodzakelijkerwijs aantonen dat Louwes de dader is. Of het OM besluit tot heropening van de zaak is nog onduidelijk.

Onmetelijk machtig
Een zaak waarin het OM en de rechter volgens Plasman te veel aan interpretatie van bewijsmateriaal hebben gedaan, is het proces tegen de Hofstadgroep. ‘Bij deze zaak ging het om artikel 140a van het Wetboek van Strafrecht: lid zijn van een criminele organisatie met terroristisch oogmerk. Hoe meet je dat? Wanneer is iemand lid van een organisatie? En wanneer heeft deze groep criminele, dan wel terroristische bedoelingen? De Hofstadgroep heeft geen concrete strafbare feiten gepleegd, zoals een bedreiging of moordaanslag. Samen praten over de jihad en juichen om filmpjes waarin niet-moslims worden afgeslacht is in Nederland niet verboden. Maar de optelling van al dit soort gedragingen was voor de rechter genoeg om vast te stellen dat de Hofstadgroep de intentie had een misdrijf te plegen. En dat op zich is al een misdrijf.’ Had het proces niet moeten worden gevoerd? ‘Jawel, het delict bedoeld met artikel 140a is strafbaar. Maar een delict kan worden geconstrueerd doordat de delictsomschrijving zo vaag is. De vaagheid wordt misbruikt om de grenzen van het strafrecht op te rekken.’ Plasman is van mening dat de overheid hiermee te veel macht krijgt. ‘Artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht houdt in dat geen enkele gedraging strafbaar is, tenzij deze staat vermeld in het rijtje van strafbare feiten. Als daar iets onduidelijks staat, wordt het eerste artikel ondergraven. Dan is er ruimte om naar believen gedragingen onder dat vage delict te scharen. De overheid wordt dan onmetelijk machtig; ze kan willekeurig iedere gedraging bestraffen. Het strafrecht is niet alleen bedoeld om de overheid bevoegdheden te geven. Het is er ook om burgers te beschermen tegen de overheid, zodat de staat hen niet zomaar kan aanpakken.’

Camera in de woonkamer
De macht van de overheid wordt volgens Plasman ook uitgebreid met bevoegdheden die extremisme moeten tegengaan: preventief fouilleren bijvoorbeeld. De noodzaak van een dergelijke inperking van vrijheid van burgers ziet de advocaat niet. ‘De samenleving wordt verteld dat er een terrorismedreiging is. Ik ben niet achterlijk, maar ik weet absoluut niet hoe groot die dreiging is. Terwijl ik wel bereid moet zijn een deel van mijn vrijheden op te geven op basis van iets wat mij wordt voorgehouden,’ zegt hij op verontwaardigde toon. ‘Preventief fouilleren is te vergelijken met aan iemand op straat vragen of je even in zijn of haar tas mag kijken. Diegene zal waarschijnlijk zeggen: “Ja hoor, ik heb niks te verbergen.” Dezelfde argumentatie is los te laten op het ophangen van een camera in iemands woonkamer, of in iemands badkamer, of op de vraag “mag ik alles wat u zegt afluisteren en opnemen?” Veel minder mensen zullen geneigd zijn om daarmee in te stemmen, ook al hebben ze niks te verbergen. De vraag is in hoeverre de overheid mag ingrijpen in het privéleven van de burger.’ Het opgeven van vrijheden gaat volgens Plasman nu veel te gemakkelijk. En dat vindt hij gevaarlijk. ‘Ik zie niet gauw gebeuren dat de bevoegdheid tot preventief fouilleren weer uit de wet wordt gehaald wanneer die niet meer nodig is. Wat je eenmaal kwijt bent, krijg je nooit meer terug. Er zou voorzichtiger moeten worden omgegaan met het inleveren van vrijheden. Wat als een overheid misbruik maakt van haar bevoegdheden? Als zij uit oogpunt van maatschappelijke beveiliging gegevens van iedereen vastlegt en op een bepaald moment van een groep mensen afwil die ze met één druk op de knop kan vinden? Je kunt het absurd vinden, maar de geschiedenis leert dat absurde dingen mogelijk zijn.’