ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Laatste Oordeel

Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.

Tekst: Annelies Beltman
foto: Jos Janssen, Middelaar

College:
Harmonisation in the European Union, dinsdag 10 april, 13.45 – 15.30 uur, TvA 2.00.13

Docent:
Dr. A.P. den Exter

Uitstraling:
Cocky Rosewater

Inhoud:
Waar gaat het tentamen eigenlijk over?

Publiek:
Verwarde uitwisselingsstudenten en gapende derdejaars Rechten.

Stopwoordje:
‘That’s tricky’

Eindcijfer:
3,5

‘Last week someone of you asked me what you can get for your upcoming tentamen, I think that is a strange question at this stadium.’ Het is lastig te verstaan door het Nederlandse accent. Den Exter zal even vaag blijken als zijn openingszin. Vanaf de eerste minuut is duidelijk dat onbegrip de boventoon voert in de interactie tussen student en docent. Dit blijkt het belangrijkste struikelblok te zijn van de cursus Harmonisation in the European Union.
Volgens de studiegids is het doel van deze collegereeks ‘to explore the implications and manifestations of harmonisation in present and future European Community law and harmonisation of private law’. Het college van vandaag is een responsiecollege. Vanwege de onduidelijkheid rondom het aankomende tentamen heeft Den Exter besloten een aantal voorbeeldopgaven te bespreken. Hij begint met een casus over Dancing with the Stars: ‘RTL4 has obtained exclusive rights to “Dancing with the Stars”, listed as an event of “major importance”. The Dutch media authority is considering action against RTL4. Question: What do you suggest and on what legal basis?‘ Terwijl iedereen de bijbehorende tekst leest, loopt de docent rond de collegebanken. Na een gapende stilte van tien minuten, spoort hij aan: ‘Wat willen ze écht weten?’ De docent praat vooral tegen de eerste rij, wat zijn verstaanbaarheid niet ten goede komt. Een meisje draait zich om en vertelt dat dit gebrek aan respons niet ongebruikelijk is. ‘Hij praat soms zo binnensmonds. In combinatie met zijn belabberde Engels is hij slecht te volgen.’
Intussen zwaait een jongen tot drie keer toe met zijn vinger in de lucht. Hij schraapt een keer nadrukkelijk zijn keel en geeft het uiteindelijk op: Den Exter ziet hem niet zitten en blijft heen en weer lopen. Na veel stilte en gezucht waagt iemand in de eerste rij zich aan een uitgebreid antwoord. Helaas klopt het niet. ‘Wat is wel het goede antwoord?’, vraagt een student verbaasd. Den Exter legt uit dat hij wil weten waarom Dancing with the Stars wordt bestempeld als ‘an event of major importance’. Geïrriteerd roept een meisje dat de vraag onduidelijk is en bovendien slecht geformuleerd. Na een korte discussie waarin eindelijk het goede antwoord wordt gegeven is het pauze, tot opluchting van velen.
Na de onderbreking speelt zich bijna een herhaling af van de eerste drie kwartier, de enige verandering is het onderwerp. De aandacht van de studenten is verslapt: readers worden vervangen door vermakelijke tijdschriften en het volume van het geroezemoes neemt gestaag toe. Het Dunglish van Den Exter en de ontbrekende lijn in het college maken de sfeer er niet beter op. Het kan de studenten niet kwalijk worden genomen dat ze na de pauze geen energie meer kunnen opbrengen om aandachtig te luisteren naar het gemompel van hun docent.

Het Laatste Oordeel der Studenten.
Een studente vertelt dat ze meestal weggaat in de pauze; ze heeft simpelweg geen geestkracht meer voor de tweede helft. De meeste studenten missen structuur, uitleg en duidelijkheid. De collegestof an sich wordt wel als interessant ervaren, maar niemand kan de kennis eruit opnemen. ‘Den Exter is waarschijnlijk een goed theoreticus, maar als docent is hij ontzettend slecht.’
Zijn Engels laat volgens de studenten veel te wensen over. ‘Dat dit college per se in het Engels moet, prima, maar geef Den Exter eerst een cursus voordat hij op studenten wordt losgelaten.’ Sommige studenten vinden de docent kinderachtig. ‘Op Blackboard plaatste hij een mededeling dat studenten die te laat komen een straf krijgen die door de medestudenten mag worden bepaald. Bij de eerstvolgende laatkomer werd van ons verwacht dat we al iets hadden verzonnen. Toen we niet reageerden, moest de laatkomer een liedje zingen van Den Exter. Belachelijk natuurlijk. Zijn we studenten of kleuters?’