M#
Is het weer zo’n dag.
Soms heb je dagen dat je buitensporig veel puppies ziet. Of negers. Of gehandicapten, zoenende paartjes, lelijke eendjes, kinderwagens met huilend kroost of fietsen die door hun vermoeide wielen zijn gezakt en roestig tegen een lantaarnpaal of muur hangen. Het zou kunnen dat die dingen elke dag in gelijke mate voorbijkomen, maar sommige dagen vallen bepaalde dingen me verdacht vaak op.
Vandaag waren het mensen in roze truien.
Het begon toen ik langs een speeltuintje fietste. Hoewel het prachtig weer was, speelde er bijna geen enkel kind op de toestellen. Alleen op de schommel zat een meisje. Ze had een roze truitje aan. Paste prima bij haar leeftijd en haar goed doorvoede postuur. Op de schommel naast haar zat haar al even welgevoede moeder, verzorger, oppas of tante. Ook zij droeg een hardroze trui. Hun gezichten kon ik niet zien. Wat ik dus waarnam vanaf mijn fiets waren twee roze vlekken met overgewicht. Hoofdschuddend reed ik door.
Ik vind roze truien iets voor Duitsers. Ik hoop steeds dat mijn landgenoten zich ver van dit soort zaken houden. Maar aangezien Duitsers niks te zoeken hebben in Nederlandse speeltuintjes, zeker niet buiten de Ferien, moesten het toch Nederlanders zijn geweest.
Ik was de roze dikkerds alweer bijna vergeten, toen later op de dag weer een roze trui mijn pad kruiste. Dit keer was de roze trui (om precies te zijn was het een polo) strak gespannen om de dikke buik van een kalende grijsaard met een snorretje. De kleur roze van zijn polo was een van de lelijkste tinten die ik ken. Niet het babyroze dat in 2005 hip was, of het fuchsia van 2004, maar een onduidelijke, misselijkmakende tussenkleur. Het was al helemaal niet om aan te zien onder dat roodaangelopen, witbesnorde hoofd van deze man.
Ik kreeg zijn beeld niet meer uit mijn hoofd. Bovendien ontwaarde ik steeds meer roze truien in de stad. Ze liepen achter kinderwagens, reden op fietsen, likten aan ijsjes. Ze zaten overal. Er was geen ontkomen aan.
Waar kwamen al die roze truien zo opeens vandaan? Misschien is de bizarre kledingkeus van sommige mensen pas echt goed zichtbaar als het weer goed genoeg is om zonder jas te lopen. Misschien krijgen meer mensen zin om hun roze trui aan te doen als de zon schijnt.
Wat me hoe dan ook dwarszat, was dat ondanks dat geen van de roze-truien-dragers er goed uitzag in deze kleur, ze toch allemaal ooit hadden besloten tot aanschaf van dit specifieke kledingstuk. In het geval van de roodhoofdige snorremans sluit ik niet uit dat zijn vrouw als schuldige moet worden aangewezen. Maar de rest had geen excuus. Ze hadden echt zelf voor de spiegel in een verkeerde kledingzaak gestaan en gedacht: ‘Dit staat mij goed. Het is precies wat ik zoek. Hier ga ik geld aan uitgeven.’ En het waren niet eens allemaal kleuters of Duitsers.






