Bas Kortmann – Tussen boegbeeld en bestuurder
Een jaar aan het hoofd van de universiteit en voor de meeste studenten niet meer dan een naam of gezicht. ANS kijkt tijdens zijn werk mee over de schouder van rector magnificus Bas Kortmann. Hoe ziet hij de universiteit, ‘zijn’ studenten en de toekomst?
Tekst: Boy van Dijk en Rob Ramaker
Foto’s: Sjors Overman
‘Wanneer ik in een vergadering hoor “de rector zegt”, kijk ik altijd even achterom: “Waar zit die man?”’ Rector magnificus Bas Kortmann (57) is tijdens de 85ste Diesviering in mei alweer een jaar in functie, toch blijft het soms onwennig. In zijn dagelijkse werkzaamheden is daar niets van te merken. Het gezicht van de universiteit zit er, ondanks zijn drukke werkschema, ontspannen bij. Achteroverleunend overlegt hij met universitaire bestuurders en andere beleidsmakers. Met grote regelmaat nemen zij plaats aan de tafel in Kortmanns kamer. Vanmiddag staan er afspraken op de agenda met de directeurs van het Instituut Leraar en School (ILS) en het International Office (IO), voorheen externe relaties. In kort toegelichte agendapunten wordt de rector een-op-een op de hoogte gebracht van het wel en wee binnen de beide universiteitsinstellingen. Ondanks de serieuze onderwerpen heerst er tijdens beide gesprekken een gemoedelijke sfeer. Besluiten worden zonder uitgebreide discussie genomen. Kortmann: ‘Moet ik voorzitter van de commissie van de Internationaliseringprijs worden, of kan dat ook worden overgelaten aan een decaan?’ Wim Scholten, directeur IO: ‘Als jij er voorzitter van bent, laten we duidelijker zien dat we het belangrijk vinden.’ Kortmann: ‘Dan zal ik het op me nemen.’
Naast de reguliere werkweek zijn ook avond en weekend voor Kortmann niet gevrijwaard van werkzaamheden: ‘Als ik doordeweeks twee avonden thuis eet, dan is het veel.’ Ook typerend voor zijn overvolle werkweek zijn de twee assistenten die, terwijl wij op de rector wachten, geconcentreerd naar Kortmanns digitale agenda staren; het inplannen van een onverwachte afspraak blijkt geen sinecure. Zelfs tijdens vakanties laat het rectoraat hem niet ongemoeid, zo verklapt zijn assistente Renée Leclerq: ‘Ook dan druppelen er e-mails van hem binnen of word ik gebeld met de vraag het een en ander uit te pluizen.’ Over de afgelopen twaalf maanden kan Kortmann dan ook kort zijn: ‘Het was een stevig jaar.’
Van rectorsketen tot reorganisatie
Als rector magnificus beheert Kortmann de portefeuille onderwijs en onderzoek. Samen met voorzitter Roelof de Wijkerslooth en vice-voorzitter Anton Franken vormt hij het College van Bestuur. Zij zetten in samenspraak met de decanen van de negen faculteiten het beleid uit voor de universiteit.
Naast beleidsmaker fungeert Kortmann ook als boegbeeld van de universiteit. Na het laatste halfuur vergaderen van de dag spoedt hij zich naar de aula. Daar zit hij even later, nu getooid in toga en behangen met de rectorsketen, de afscheidsrede van een vertrekkend hoogleraar voor. Een eer die niet elke plechtigheid ten deel valt. ‘Officieel moet de rector aanwezig zijn bij alle promoties, oraties en afscheidsredes. Gelukkig kan een oud-rector of decaan die verplichting af en toe van mij overnemen. Als ik werkelijk overal mijn gezicht liet zien, zouden protocollaire bezigheden, hoe belangrijk ook, de boventoon voeren’, aldus de rector, die zich in eerste plaats bestuurder voelt.
Die bestuurlijke aard liet al snel na zijn aanstelling van zich gelden. Kortmann nam het destijds kwakkelende ILS op de schop en stelde onder andere de directeur aan, die hem eerder deze dag de stand van zaken uit de doeken deed. Uit dat korte onderhoud bleken de ingrepen niet voor niets: de aanstaande visitatie wordt met goede moed tegemoet gezien. ‘Dát is besturen’, stelt Kortmann met enige trots.
Niet opleiden, maar vormen
Tussen de besprekingen door laat Kortmann duidelijk merken dat een actieve, internationaal georiënteerde student zijn ideaal is. ‘Het kan toch niet dat studenten een jaar studievrij nemen voor een bestuur.’ Geprikkeld door het onderwerp veert hij op uit zijn stoel en voert zijn eigen cv op ter verdediging van zijn standpunt: ‘In mijn Groningse studentenjaren was ik actief als student-assistent, redacteur van een studentenblad en zat ik in het bestuur van mijn dispuut en de vereniging Albertus Magnus. Ik heb mijn studie in die tijd nooit geheel naast me neergelegd en denk dat ik juist door het combineren van verschillende taken veel heb geleerd.’ Kortmann studeerde cum laude af en combineert ook zijn rectorschap met enkele nevenfuncties. ‘Ik vind het een naar woord, maar timemanagement, dat is van groot belang.’
Waar Kortmann zo mogelijk nog vuriger over betoogt, is de rol van internationalisering voor de ontwikkeling van studenten. De universiteit moet hen ‘de grens over jagen’, minimaal een keer tijdens hun studie en het liefst voor drie maanden of meer. ‘Veel mensen onderschatten het nut van een stage of studietijd in het buitenland, maar voor inzicht in de verscheidenheid aan gewoonten en gebruiken is het essentieel.’ Een opmerkelijk detail is dat Kortmann zelf niet in het buitenland studeerde. ‘Een gemis’, zo zegt hij zelf. ‘Mijn kinderen heb ik daarom altijd gestimuleerd om naar het buitenland te gaan.’ Toch was ook hijzelf in zijn jongere jaren niet wars van de wereld. Op twaalfjarige leeftijd werd hij voor enkele weken naar een gastgezin in Wallonië gestuurd. Een idee uit de pedagogische trukendoos van zijn ouders. ‘Dat was destijds heel normaal en ik heb er achteraf bezien veel van geleerd. Het heeft me gevormd’, weet Kortmann te vertellen. Hij vindt dat vorming ook binnen de universiteit centraal moet staan: ‘Wij zijn er niet om studenten op te leiden, maar om ze te maken tot karaktervolle academici met een brede blik.’
Kortmanns kroonjuwelen
Terugkijkend op het afgelopen jaar is Kortmann vooral verbaasd over het beperkte beeld dat hij, vanuit zijn hoogleraarschap op de rechtenfaculteit, van de universiteit had. Eilanden zijn de faculteiten volgens de rector niet, maar hij zal niet de fout maken alles centraal te willen regelen. Volgens hem draait het om het vinden van draagvlak. ‘Een niet te onderschatten klus met alle intelligente en eigenwijze wetenschappers die de universiteit rijk is’, zo heeft hij ervaren. Toch is hij nog niet tegen echte beperkingen van zijn functie aangelopen. ‘Wel wens ik soms dat besluitvorming wat minder traag en stroperig zou verlopen.’
Bij zijn aantreden noemde de rector het realiseren van meer interactiviteit binnen het onderwijs en het verhogen van het contact tussen universiteit en werkveld als zijn speerpunten. Ook na zijn eerste jaar praat hij met enthousiasme over deze kroonjuwelen. ‘Studenten moeten een groter deel van hun onderwijs in groepen van 25 tot 30 personen krijgen’, begint hij. ‘Nu worden ze vanuit financiële overwegingen te vaak massaal in een collegezaal bij elkaar gezet.’
De doorgevoerde onderwijsintensivering juicht hij toe, al benadrukt hij dat deze zich voornamelijk moet richten op het stimuleren van studeren en niet op het verzwaren van het curriculum. ‘Faculteiten moeten het onderwijs verspreid over de dag aanbieden, zodat er tussendoor ruimte is voor zelfstudie. Dat betekent misschien minder vrije middagen en dus niet vakken vullen bij de Albert Heijn voor een nieuw mobieltje, maar wel gemotiveerde studenten die meer tijd aan hun studie besteden.’
Naast de reguliere studies zullen in de toekomst een bachelor plus en topmaster programma worden aangeboden. Deze trajecten gaan veel van het door Kortmann zo gewenste contact met het werkveld bevatten. Ook aan internationalisering is gedacht: in beide programma’s zal een verplichte buitenlandstage worden opgenomen. Kortmann gebruikt veel van zijn kostbare tijd om gepassioneerd te vertellen over de reeds bestaande en zo door hem zo gekoesterde topmaster Onderneming en Recht. Internationaal en samenwerkend met de top van bedrijfsleven en de advocatuur. Dat zijn ontwikkelingen die bij alle faculteiten moeten opkomen. De universiteit moet blijven veranderen, want ‘stilstand, dat is achteruitgang’.






