Het Laatste Oordeel – Dr. E. Mastenbroek
Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.
College:
Management van het Openbaar Bestuur, maandag 31 maart 13.45-15.30, TvA 1.00.06
Docent:
Dr. E. Mastenbroek
Uitstraling:
Jodie Foster na een onderonsje met Hannibal Lecter
Publiek:
Ambtenaren in opleiding
Inhoud:
Het overleven van organisaties
Eindcijfer:
6
Mastenbroek staat erom bekend haar privéleven veelvuldig uit te doeken te doen, dus dit belooft een interessant college te worden. Het gaat van start met de mededeling dat dit de laatste in de reeks is, waarna er ironisch gejammer opstijgt uit de zaal. De docent reageert met een stellig ‘Ik zal jullie ook missen’. Het theekransje is geopend. Binnen enkele minuten komt er een verzoek uit de zaal of de microfoon kan worden uitgeschakeld, het apparaat veroorzaakt een irritante ruis. In een redelijk tempo passeren diverse organisatieveranderingen de revue. Gedurende het college laaien er geregeld discussies op tussen de studenten onderling. Een opmerking uit de zaal over ‘al die Ali Baba’s die ons willen opblazen’ leidt tot veel rumoer, maar Mastenbroek herstelt de orde snel. Zoals gebruikelijk zitten de studenten achterin voornamelijk zachtjes te kletsen, maar vooraan doet het merendeel actief mee. Met haar iele figuur en constant zorgelijke blik is ze geen imposante verschijning. Toch houdt ze de zaal aardig onder controle. De docent heeft haar didactische vaardigheden onder de knie en houdt iedereen goed bij de les door geregeld vragen te stellen aan de zaal. Doordat ze regelmatig verwijst naar eerdere sheets, is de rode draad goed te volgen.
Het college is degelijk, maar saai. Mastenbroek probeert haar verhaal kracht bij te zetten door in haar eigen verleden als student te duiken. Helaas rakelt ze alleen suffe anekdotes op die beter in de oude doos hadden kunnen blijven. Ze vertelt dat ze secretaris-generaals, de hoogste ambtenaren op een ministerie, mocht interviewen. Daardoor kwam ze tot de ontdekking dat expertise van derden vaak wordt ingekocht, terwijl deze onafhankelijk behoort te zijn. Dat dit voor haar een schokkend feit was, weet ze totaal niet over te brengen aan de zaal. Ook met een andere anekdote over de rol van de media in het aansturen van de politieke machine ontlokt ze geen verbijsterde kreten aan het publiek.
Mastenbroeks manier van doceren is helder, ze legt op duidelijke wijze uit waarom organisaties soms moeten veranderen om te blijven voortbestaan. Soms wordt het erg truttig: ‘Bij Bestuurskunde wordt jullie geleerd kritisch te denken, dus ik plaats zelf even een kritische noot.’ Ook ander commentaar bij haar sheets kan beter achterwege worden gelaten: ‘Ik had nog met Google gezocht naar een cartoon van een excuus-Truus, maar die kon ik niet vinden.’ De docent maakt bij vlagen een nerveuze indruk en haar handen lijken op den duur een eigen leven te leiden. Ze besluit haar verhaal uiteindelijk met een korte uitleg over het tentamen en geeft bondig antwoord op enkele vragen. De ludieke afsluiting, een toepasselijk geluidje bij het lijstje complicaties van publieke organisaties, valt jammerlijk in het water. Blijkbaar is ze al vergeten dat ze zelf de luidsprekers had uitgeschakeld in het begin van het college.
Het Laatste Oordeel der Studenten
De studenten zijn het er vooral over eens dat Mastenbroek te kinderachtig lesgeeft: ‘Hoger niveau graag, we zijn geen peuters!’ Haar enigszins vreemde humor wordt regelmatig aangestipt, zo noemt een enkeling het college ‘op een vreemde manier hilarisch’. Blijkbaar was ze vandaag niet in vorm, want in haar verhaal was geen enkele grap te ontwaren. Ook haar privéleven is helaas niet aan bod gekomen. Velen houden hun gedachten niet bij de stof en denken liever aan seks, vakantie of een overheerlijke sigaret die niet gerookt kan worden doordat de pauze wordt overgeslagen. Al met al zou het college een tikkeltje spannender kunnen, maar de studenten lijken tevreden. Of, zoals een student het sarcastisch verwoordt: ‘Ik hang aan haar lippen, ik hoop dat ze nooit meer stopt.’
Tekst: Andy Leenen
foto: Sjors Overman






