Maartse buien
De auto-maat
Daar stonden we dan, vriendjelief en ik. Heel Brussel hadden we te voet doorkruist, op zoek naar het Atomium. Dat ligt in een afgelegen buitenwijk. ‘Trop loin à pied’, gaven bakkersvrouwen en hondenuitlaters ons te verstaan. Maar wij stapten stug door, bereikten het immense ijzeratoom, en wilden terug naar huis. Door te liften, als het even kon. Maar het begon te miezeren. De schemering viel in. En de Belgische automobilisten wuifden vriendelijk, maar lieten ons doodleuk staan aan de oprit van de snelweg. Het was, kortom, een uitzichtloze bedoening.
Uiteindelijk word je altijd opgepikt. De koekblikken op wielen met wat verdwaalde draadjes uit het dashboard, de ongewassen exemplaren waarvan het schuimrubber uit de stoelbekleding steekt: dat zijn de karren die de hoop van de lifter doen vlammen. Dure wagens met ruim plaats stoppen niet voor een opgeheven duim.
Mij was dat trouwens niet opgevallen. Kinderlijk of vrouwelijk als ik ben, deel ik auto’s nog altijd in op kleur. Aan het scherpe oog van mijn vriendje ontsnapte het echter niet dat de prijzige merken ons meedogenloos voorbijsnelden. Vanzelfsprekend mag een voorwerp waarmee je goede sier moet maken niet bezoedeld worden door lifters, ook al zijn ze fris geschoren en hebben ze opzettelijk keurig gekamde haren. Hoe onvolwassen ík het ook vind, de auto is een statussymbool. De meeste indruk maak je door zo groot, sterk, snel mogelijk te zijn. Groot, sterk, snel: typische eigenschappen van de oerman.
Hoe moet dat dan met de vrouwen? Die zijn in de regel wars van groot en stoer doen om het mannelijk geslacht te imponeren. Welnu, en laat de opvolger van Cisca Dresselhuys dit niet horen: de vrouw beweegt zich voort in een vrouwenauto. Een exemplaar met een schattig snoetje, liefst in een vrolijke modekleur passend bij handtas en schoenen. Zo’n beestje is, volgens automerk Opel, compact en trendy, zodat je er al je boodschappen en aankopen in kwijt kunt. Het is duidelijk. Mannen verdienen geld, vrouwen kopen er schoenen voor. Of een autootje. Of een schoen in de vorm van een auto, want dat kan nu ook. Tja, een slimme stunt van Opel – auto’s met schoenen vergelijken. Het zijn immers beide modeaccessoires.
Kijk, ik ben geen uitgesproken feminist. Ik vind het prima als vrouwen parttime banen nemen, geen topfuncties bekleden of in hooglerarenaantal in de minderheid zijn. Hooguit word ik een beetje kriegel van een smalend ‘het enige recht van de vrouw is het aanrecht’. Toch vind ik het krankzinnig dat er op het gebied van auto’s verschil moet zijn tussen mannen en vrouwen. Dat geen Hollandse man zich durft te vertonen in een klein, licht, beweeglijk Suzukietje.
En dus doe ik er niet aan mee. Als ik ooit mijn rijbewijs haal, en bovendien een auto wil, dan neem ik een busje. Mijn droombusje heeft achterin matrassen en een gaspitje, zodat ik elk moment kan rijden waarnaar ik wil. En daarbinnen, in mijn knusse huis-op-wielen, is altijd plaats voor heel veel lifters.






