ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Techno logisch

Glorieus dj-talent, ongedwongen feesten en een ruimdenkend, no-nonsense publiek: Nijmegen is de ideale technostad. Over hypnotiserende beats, flitsende videobeelden en medicijnmannen.

Tekst: Loes Perrée en Timo Pisart
Foto’s: Thijs Hupkens

De Nijmeegse underground reikt verder dan de klinkerloze NDRGRND in de Molenstraat. Waar het gros van de studenten Nijmegen slechts ziet als de stad der bruine kroegen, geniet een kleine groep al jaren van talloze talentvolle dj’s die hun eigen feestjes organiseren. Hier dansen frivole fanatici op drumcomputermuziek uit Detroit, rauwe Duitse electroclash en Hollandse bass-beats. Voor wie van deze scene geen weet heeft, valt in Nijmegen nog veel te ontdekken. Warren Fellow, succesvol dj uit Rotterdam: ‘Nijmeegse feesten zijn fantastisch. In Rotterdam zijn mensen afwachtend, minder open. Hier komen mensen voor de muziek en om los te gaan.’
Rauw
Techno is muziek met een blik vooruit. ‘Vroeger werden met drumcomputers, synths en machines – die oorspronkelijk niet waren bedoeld om muziek mee te maken – beats in elkaar gedraaid’, zegt Mark Wanders, dj en organisator van de dansavond Schmoov in Inferno. Hij omschrijft techno als ‘rauwe, ongepolijste dansmuziek, die de luisteraar in een trance brengt’.
Het begon allemaal in Detroit, waar Afro-Amerikanen een cross-over maakten tussen de legendarische funk van George Clinton en electro van Kraftwerk. ‘Omdat techno is gestoeld op eindeloze herhaling, is het geen gemakkelijke muziek. Het is geen popliedje waarvan het refrein na twee keer luisteren blijft hangen’, vertelt Wanders. ‘Dit past goed bij Nijmegen, met haar van oorsprong ruimdenkende inwoners. Mensen laten zich hier niet afschrikken door techno, een op het eerste gehoor ontoegankelijke muzieksoort.’

Tijdloze techno
Nijmegen doet al sinds het begin van de jaren negentig een flinke duit in de zak van dansend Nederland. De gayclub Keizer Karel programmeerde als één van de eerste clubs in Nederland dancemuziek. ‘Het is meer mainstream geworden’, vertelt Jeroen Roording (39), die tien jaar lang de spraakmakende Extravaganza feesten in Nijmegen organiseerde. ‘Discotheken waren destijds helemaal niet op house en techno gericht. Daarom ontstonden op andere locaties feesten die dat aanbod wel hadden. Zo is Extravaganza destijds heel gemakkelijk van de grond gekomen. We begonnen in de Paraplufabriek, maar kozen al snel voor de grotere Vereeniging.’
Roording denkt dat Nijmegen altijd een pionierstad is geweest: ‘Waar dj Peter Acid met dansfeesten in Café de Plak de pionier was van de jaren negentig, is Darko Esser, programmeur van de Planet Rose-avonden in Doornroosje, dat nu. Enerzijds weet hij grote namen als Dave Clarke en Laurent Garnier te boeken, anderzijds maakt hij gewaagde keuzes door onbekende, talentvolle dj’s ook een kans te gunnen. Dat maakt het een toonaangevend feest.’
Niet alleen weet Nijmegen dj-talent te trekken, ook is het een uitstekende broedplaats voor begaafde plaatjesdraaiers zoals Monokreck, Sennh en Darko Esser. Dat een dorpse stad als Nijmegen te klein zou zijn om als dj te blijven groeien, wuift Wanders weg: ‘Marco V, één van ’s werelds grootste dj’s, woont nog steeds in Heeswijk-Dinther.’

Onder de Roos
Hoewel namen van grotere dancefeesten in tenten als Inferno en de oude Diogenes menig schouder doen ophalen, weten relatief veel studenten Planet Rose in Doornroosje wel te vinden. Dit technofeest – nauwelijks nog underground te noemen – vindt iedere twee weken plaats, en is vrijwel iedere editie compleet uitverkocht.
Meestal zijn de twee zalen al rond half één afgeladen met ijdele twintigers. Het merendeel van het publiek wordt gevormd door mannen, van wie het haar ettelijke centimeters korter en een stuk verzorgder is dan dat van het gemiddelde Roosje-publiek. Waar menigeen hoofdpijn zou krijgen in het epilepsieparadijs, gaan de bezoekers uit hun dak op trippy muziek, hypnotiserende lichten en flitsende videobeelden. Een enkeling knikt met een lichtjes openhangende mond mee op de muziek, geheel verzonken in een eigen drug-induced wereld.

Medicijnman
Doorgaans hebben de dj’s op de Nijmeegse technofeesten geen tijd om te pierewaaien. Ingespannen toveren zij de meest onnavolgbare beats uit hun computers. Wanders ziet draaien als een trip: ‘Het geeft een ontzettende kick, die controle over mensen. Ik voel me net een priester of medicijnman, wanneer iedereen losgaat op mijn platen.’
Dat veel mensen niet alleen in hogere sferen geraken dankzij de muziek maar ook met behulp van stimulerende middelen, stoort niemand. ‘Drugs en techno zijn onlosmakelijk verbonden’, vindt Wanders, ‘nuchter kan ik ook een prima avond hebben, maar een pil is een manier om het intenser te maken.’
‘Drugsgebruik kan buitenstaanders nogal afschrikken. Dat is nergens voor nodig, je hoeft er helemaal niet aan mee te doen. Bovendien tillen de gebruikers het feest ook voor niet-gebruikers naar een hoger niveau. De fanatiek dansende druggies prikkelen de andere bezoekers.’ Ook Esser relativeert: ‘Alle muziek is verbonden met drugs. De rocker drinkt een biertje, de reggaeliefhebber rookt een joint, en hier wordt wel eens een pilletje geslikt.’

Comeback
Hoewel de dancescene in Nijmegen door de jaren heen minder underground is geworden, biedt de stad nog altijd genoeg mogelijkheden om met de voeten van de vloer te gaan op de dreunende beats van nationaal en internationaal dj-talent. Toch mist Esser de mystiek van de oude scene: ‘Vroeger kocht je een plaat en had je geen idee wie daar achter zat. Als zo’n gast dan in de buurt draaide, móest je daarheen. Dankzij internet weet je tegenwoordig alles van de persoon achter de plaat, tot aan zijn lievelingseten en -kleur toe.’ De sfeer op de feesten is wel hetzelfde gebleven. ‘Die is gemoedelijk en ongedwongen. Dat is kenmerkend voor Nijmegen.’ Esser, die afgelopen jaar op Lowlands voor duizenden mensen draaide, staat nog altijd het liefst op een klein feest in Nijmegen. ‘Begrijp me niet verkeerd: Lowlands was fantastisch. Maar je kunt niet zien voor wie je draait, je ziet geen gezichtsuitdrukkingen. De sfeer is indrukwekkend, toch word je niet echt één met het publiek. In Nijmegen is de sfeer veel persoonlijker.’