Tofik Dibi – ‘Ik weet niet waar Allochtonië ligt’
Bekend van zijn anti-Wilders actie op de Dam en van de tegenfilm die nooit kwam. Tofik Dibi, student en fractielid van GroenLinks: ‘Ik ben geen excuus-Marokkaan.’
Tekst: Marieke Haafkes en Juliet Van de Voort
Foto’s: Johannes van Assem
‘Milieubewust ben ik nooit geweest, ook nu niet. Sinds ik verkiesbaar voor GroenLinks ben, denk ik er wel meer over na.’ We ontmoeten Tofik Dibi (27) in zijn kleine kamer, diep verscholen in een gebouw aan het Binnenhof. Het kantoor is kaal en ziet er niet uit alsof Dibi er veel uren doorbrengt. ‘Het is zo druk, dat ik niet eens tijd heb om het leuk in te richten’, verontschuldigt hij zich. Dibi kwam in 2005 vanuit het niets op de zevende plaats van de kieslijst van GroenLinks. ‘Mijn aanmelding als kandidaat-kamerlid was eigenlijk bedoeld als een grap. Tot mijn verbazing werd ik op de lijst gezet.’ Dibi zat op dat moment in het derde jaar van zijn studie Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). De gevestigde politieke orde sprak er schande van, zo’n jong broekie dat ineens wilde meepraten.
Afgelopen januari werd Dibi gearresteerd op de Dam in Amsterdam tijdens een anti-Wildersdemonstratie. Bij deze demonstratie werden posters uitgedeeld met afbeeldingen van Geert Wilders op een pakje sigaretten met daarop de tekst ‘Extremist – brengt u en de samenleving ernstige schade toe’. Dibi nuanceert: ‘De demonstratie was niet tegen Geert Wilders gericht maar juist vóór de vrijheid van meningsuiting. De dag ervoor waren dezelfde demonstranten gearresteerd vanwege dit protest. Ik vind dat zij, net als Geert Wilders, hun mening mogen ventileren. Dat het in de media als een anti-Wilders demonstratie werd uitgelegd vond ik overigens niet erg.’
In een interview met ‘Metro’ op 21 januari 2008 vertelde je dat je bezig was met een ‘tegenfilm’ tegen Geert Wilders. Gaat die nog komen?
‘Jazeker, al is het niet bedoeld als “tegenfilm”. Tijdens mijn studie heb ik mij gespecialiseerd in film. Daardoor had ik al langer het plan een film te maken over de multiculturele samenleving. Het label “tegenfilm” is er later aan gegeven. In het bewuste interview met Metro werd het plan voor een film ontzettend uit zijn verband getrokken. Ineens werd ik geportretteerd als de anti-Wilders-man die opeens ook een film ging maken. Ik werd overspoeld door de media. Iedereen wilde alles weten over de film terwijl het niet meer was dan een idee. Inmiddels zijn de plannen al iets concreter.’
Vertel, waar gaat de film over?
‘De film gaat over het nieuwe geluid in de multiculturele samenleving. Nederland is niet meer hetzelfde land als enkele decennia geleden. Het mag geen softe film worden; de nadelen van de multiculturele samenleving wil ik ook belichten. Ik zie de komst van de islam naar Nederland als een gedwongen huwelijk. Je kunt proberen te scheiden, maar zodra je kinderen hebt gekregen, blijft de band bestaan. Dat is de boodschap van de film. We kunnen niet langer voor elkaar weglopen; we moeten samen verder. Sommige mensen roepen: “Ga terug naar je eigen land”, maar welk land is dat? Ik weet niet waar Allochtonië ligt. Met mijn film hoop ik ook de aanhang van Wilders aan het denken te zetten.’
Is dat niet naïef?
‘Ik denk het niet. Je kunt twee groepen Wilders-aanhangers onderscheiden: de diehard Wilders stemmers en de meelopers. Met de eerste groep valt niet te praten. Ik focus me op de tweede groep: de meelopers. Deze groep gaat enkel af op oneliners en populistisch taalgebruik maar staat wel open voor andere visies.’
Je studeert Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en hebt verder ook geen politieke achtergrond. Ben je niet enkel gekozen door GroenLinks omdat je jong en allochtoon bent?
‘Nee, want als ik verder niets te melden zou hebben, had GroenLinks mij nooit op de lijst gezet. Ik ben niet voortdurend bezig met het vertegenwoordigen van allochtonen, al wordt die rol me vaak toebedeeld. Wanneer het in de Kamer gaat over integratievraagstukken, draait de camera automatisch mijn richting op. Alsof ik daardoor beledigd moet zijn. Ik voel mezelf niet dé Marokkaan of dé moslim. Ik weet niet eens meer wat het is om langs etnische scheidingslijnen te leven, dat is echt iets van de vorige generatie.’
In een interview met jongerenmagazine Spunk noemde je Geert Wilders een racist. Bedoel je daarmee dat hij eigenlijk toch niet alles mag zeggen wat hij vindt?
‘Het is een lastige discussie. Ik had het niet op die manier moeten zeggen. Op dat moment was ik dermate geïrriteerd door zijn uitlatingen, dat ik hem zo noemde. Als politicus zou ik met hem in discussie moeten gaan in de Kamer, in plaats van mijn mening via de media te uiten.’
Ben je niet populistisch?
‘Misschien wel. Er is niets mis met populisme. Van nature ben ik genuanceerd, maar af en toe gaat de boodschap verloren door de nuance. Wilders heeft het talent om ingewikkelde dingen op een simpele manier te brengen of dat te zeggen wat mensen willen horen. Ik probeer dat ook, al moet ik wel oppassen dat ik niet te ver ga. Dat ik de punten uit het nummer “Kamervragen” van Lange Frans en Baas B als serieuze Kamervragen heb gesteld, was een fiasco. Balkenende weigerde ze te beantwoorden, terecht natuurlijk. Het was een impulsieve actie, waar ik nu behoorlijk spijt van heb.’
Wat heb je wel goed gedaan?
‘Ik denk dat ik veel bijdraag aan de Tweede Kamer. In het begin was ik behoorlijk zenuwachtig wanneer ik iets moest zeggen tijdens een vergadering. Doordat mijn taalgebruik zo anders is en ik veel gebeurtenissen uit mijn eigen leven erbij betrek, dacht ik dat ze me niet serieus namen. Inmiddels merk ik dat een aantal Kamerleden mijn manier van presenteren en argumenteren overneemt. Ook zie ik dat media mijn ideeën vaker oppikken dan die van andere Kamerleden. Media lijken sowieso veel geïnteresseerder in mij te zijn. Klaarblijkelijk spreek ik mensen toch aan.’







