ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Met angst en beven

De hele zomervakantie je huis niet uit durven, in paniek raken als er geen wc in de buurt is en dagelijks denken dat je laatste uur heeft geslagen. Voor de gemiddelde aspirant-academicus is dit ondenkbaar, maar voor studenten met een angststoornis is het realiteit. ‘Ik blowde en dronk ontzettend veel. Dat waren de enige momenten dat ik geen angst had.’

Gedurende hun jeugd waren ze hoogstens wat snel gespannen. Bij de overgang naar het studentenleven ging het echter helemaal fout. Irreële angsten kunnen zich ineens openbaren en heel het leven overnemen. ‘In Nijmegen melden zich jaarlijks ongeveer tweehonderd studenten met angstklachten,’ vertelt studentenpsycholoog Alex Buiks. Dat is een kwart van het totale aantal studenten dat zich bij ons meldt. ‘Soms gaan er jaren van bloed, zweet en tranen vooraf aan zo’n bezoek.’
Angststoornissen bestaan in vele vormen, de meest voorkomende is een paniekstoornis. Iemand die hieraan lijdt krijgt vaak paniekaanvallen en heeft daarbij bijvoorbeeld het gevoel een hartaanval te krijgen of ander lichamelijk letsel op te lopen. Als irreële angsten iemands leven verstoren, is er sprake van een stoornis. ‘De impact van deze stoornissen is groot,’ legt dr. Ger Keijsers, docent Klinische psychologie aan de RU, uit. ‘Iemand met een paniekstoornis voelt zich bijvoorbeeld alleen thuis veilig en durft zich niet meer op straat te begeven.’ Een angststoornis openbaart zich vaak pas rond het twintigste levensjaar, maar meestal zijn de problemen er al veel langer. Drie studenten over wangneuroses, paniekaanvallen en hypnose.

Ritme
Judith (21), tweedejaars student, heeft een paniekstoornis met agorafobie, pleinvrees in de volksmond. Op het dieptepunt van haar ziekte durfde ze alleen nog maar van haar ouderlijk huis naar haar zus te fietsen. ‘Die route kende ik goed en dat gaf me een gevoel van controle. Ik dacht dat als ik van de route afweek allerlei onverwachte dingen konden gebeuren.’ Nu weet Judith dat ze de stoornis al veel langer had. ‘Toen ik 14 jaar was had ik mijn eerste paniekaanval, in de klas. Ik kreeg het benauwd, mijn hart begon razendsnel te kloppen en mijn benen begonnen te trillen. Ook had ik het gevoel dat ik ging flauwvallen. Zodra het enigszins was gezakt ben ik naar huis gegaan.’ In de zesde klas van het vwo begon de stoornis haar dagelijks leven te bepalen.

De overgang naar de universiteit bood even soelaas en tijdelijk verdwenen de angsten. Snel ging het echter weer mis. Judith stopte met haar studie en stapte over naar de HAN. Sporten, werken en uitgaan kostten teveel energie. ‘Ik beet me keihard vast in mijn nieuwe opleiding en ging weer bij mijn ouders wonen. Hierdoor haalde ik mijn propedeuse cum laude. Ik deed alles in een vast ritme.’ In de zomervakantie viel dit ritme weg. ‘Op vakantie in Londen met mijn ouders heb ik constant gehuild. Daarna ben ik naar een psychiater gegaan.’ Inmiddels woont Judith weer op kamers en is ze gaan voetballen. Een normaal studentenleven heeft ze echter absoluut niet. ‘Ik hecht aan veiligheid, overzicht, structuur en controle.’ In de nabije toekomst hoopt ze door de therapie minder spanning te hebben bij alledaagse bezigheden. ‘Ik wil natuurlijk dat het ooit helemaal over gaat, maar ik verwacht dat ik met mijn agorafobie nooit naar een stad als Amsterdam kan verhuizen.

Kruidenthee
Voor de 24-jarige Sanne werkte de anonimiteit van de grote stad juist bevrijdend. Haar verhuizing naar de Randstad hielp bij het overkomen van een gegeneraliseerde angststoornis. ‘Als ik in Nijmegen ben voel ik weer hoe klote het was.’ Ze is de spoken in haar hoofd inmiddels grotendeels kwijt, maar ze heeft jarenlang last gehad van de stoornis. Net als bij Judith waren de problemen al heel lang sluimerend aanwezig. ‘Ik was een enorm zenuwachtig type en maakte me overal druk over. Ik dacht altijd dat het gewoon mijn karakter was.’ Op haar achttiende escaleerde de situatie en kreeg Sanne last van dwangneuroses. ‘Ik moest altijd naar het toilet kunnen en raakte in paniek als dat niet mogelijk was. Daarom zocht ik in de collegezaal altijd een plaats bij de deur. Na het toiletbezoek durfde ik vervolgens niet meer terug de zaal in.’
Op dat punt had Sanne het gevoel dat het zo niet verder kon en besloot ze naar de huisarts te gaan. Deze had een neef in Nijmegen die Neuronlinguïstisch Programmeur (NLP’er) was. ‘Een NLP’er werkt met hypnose en probeert je lichaam en geest zo opnieuw “op te bouwen”.’ Sanne moest zich in de zon met een kopje kruidenthee fijne dingen inbeelden. ‘Echt ontzettend vage shit. Bovendien hielp het niet.’ Ook de gang naar een psycholoog loste haar problemen niet op. ‘Ik blowde en dronk ongelofelijk veel, ging niet meer naar colleges en mijn seksleven was zo goed als afwezig.’ In een interview las Sanne dat Hugo Borst medicijnen slikte tegen nervositeit. Na een korte zoektocht op internet herkende ze de symptomen waar de medicijnen tegen hielpen. Ze zocht hulp bij een psychologencollectief dat gespecialiseerd is in angststoornissen. ‘Mijn psycholoog daar moest me echt motiveren om mijn best te doen. Ik werkte in eerste instantie niet erg goed mee en kampte met schuldgevoelens en schaamte.’
Volgens dr. Robbert Jan Verkes, psychiater in het UMC St. Radboud, is de beste psychologische behandeling voor een angststoornis cognitieve gedragstherapie. ‘Dit is een vorm van therapie waarbij zowel het gedrag wordt aangepast, alsmede de gedachten die daaraan ten grondslag liggen.’ Deze therapie hielp voor Sanne goed en tegenwoordig gaat het goed met haar. ‘Er zijn nog wel angsten die zo debiel zijn dat ik me ervoor schaam. Het is irreëel en absurd, maar tegenwoordig beheerst het niet meer mijn hele leven.’

Roofbouw
Hoe heftig irreële angsten kunnen zijn, bewijst Rob, zesdejaars student. ‘Bij mijn eerste paniekaanval die ik had, dacht ik dat ik een hartaanval kreeg. Ik klopte bij een huisgenoot aan. Die wist niet wat hij moest doen en heeft 112 gebeld.’ Rob werd met een ambulance afgevoerd naar de eerste hulp. Hij bleek kerngezond.
Aan deze eerste aanval ging twee jaar van stress vooraf. ‘Mijn spieren waren altijd verkrampt, al had ik dat zelf niet in de gaten.’ In zijn bestuursjaar resulteerde dit herhaaldelijk in paniekaanvallen. Na een aantal keer ging hij naar een psycholoog. Die leerde hem met zijn aanvallen omgaan door ze op te roepen. ‘Zo moest ik samen met mijn therapeut gaan hyperventileren. Dan kreeg ik het gevoel dat ik een hartaanval kreeg en zo leerde ik hoe ik een paniekaanval tegen kon gaan.’ Hoewel dit een onaangename ervaring is, bleek het bij Rob effectief. Op dit moment leidt hij een vrij normaal leven, al mijdt hij stressvolle situaties zoveel mogelijk. ‘Vroeger was ik zeer carrièregericht, nu vind ik het heden belangrijker. Ik sport veel en gebruik geen drank en drugs. Eigenlijk ben ik een gezondheidsfreak geworden.’ Bij zijn stage heerst een zeer competitieve sfeer, door de stress die dit oplevert moet hij soms wat gas terugnemen. Hij neemt dit echter voor lief: ‘Ik kan geen roofbouw meer op mijn lichaam plegen.’

• Volgens het psychiatrische standaardwerk DSM-IV vallen onder de noemer angststoornissen de volgende aandoeningen: paniekstoornis, specifieke fobie, sociale fobie, obsessie-compulsieve stoornis, posttraumatische stresstoornis en gegeneraliseerde angststoornis.
• 19,3 procent van de Nederlanders krijgt gedurende het leven een periode last van een angststoornis.
• Veel mensen hebben angstklachten, het wordt echter pas een stoornis genoemd als het dagelijks leven erdoor wordt beperkt.
• Bij cognitieve gedragstherapie is het belangrijk dat de vicieuze cirkel van angst wordt doorbroken.
• Medicijnen die vaak worden voorgeschreven zijn antidepressiva, vooral SSRI’s. Soms worden kalmeringsmiddelen als benzodiazepinen gebruikt.
• Studenten met angstklachten kunnen terecht bij hun decaan of de studentenpsycholoog.
• Studievertraging die wordt opgelopen bij een vastgestelde angststoornis kan door de IB-groep worden vergoed.

De naam van Sanne is gefingeerd en studies alsmede achternamen zijn op verzoek van de studenten niet genoemd.

Tekst: Dirk van den Brand en Jozien Wijkhuijs
Illustratie: Joost Dekkers

Klik hier voor de andere artikelen van de ANS mei 2010.