In English, please
Niet lang geleden kwam het buitenland voor de meeste studenten niet dichterbij dan het gelijknamige Reftermenu; anno 2006 is studeren in het buitenland de norm. De jongste ontwikkeling op het gebied van vervagende grenzen is Engelstalig onderwijs.
Tekst: Sophie Dassen en Pepijn Reeser
Illustratie: Ruud Vos
Toen Jo Ritzen in 1989 minister van Onderwijs werd, zorgde hij voor enorme commotie door te pleiten voor een complete verengelsing van het Hoger Onderwijs. Volgens hem zou Nederland alleen daarmee een rol van betekenis kunnen blijven spelen op het academische wereldtoneel. Ritzen werd weggehoond, maar zeventien jaar later lijkt zijn visie algemeen geaccepteerd. Engelstalig onderwijs straalt kwaliteit uit en verhoogt behalve het prestige van de universiteit ook de internationale marktwaarde van Nederlandse studenten. Ook aan de Radboud Universiteit is internationalisering hot.
Nederlands koploper is de Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR), waar vanaf het derde studiejaar het totale onderwijs in het Engels wordt gegeven. De instelling maakte onlangs bekend Engels vanaf 2008 als voertaal te hanteren. Prof. dr. Pim Brascamp, verantwoordelijk voor het Wageningse onderwijs, stelt dat dit besluit voortkomt uit het unieke karakter van de WUR: ‘Doordat veel buitenlandse studenten hier een master volgen, is het aantal masterstudenten tweemaal groter dan het aantal bachelorstudenten. Om onze internationale studenten en docenten volwaardig te laten deelnemen aan het academisch leven – bijvoorbeeld in medezeggenschap en de ondernemingsraad – is besloten Engels onze voertaal te maken.’ Wageningen kan daarmee in de toekomst als voorbeeld voor de Nijmeegse universiteit fungeren. Vorig jaar stonden aan onze Alma Mater slechts 1019 buitenlandse studenten ingeschreven; Engels als voertaal lijkt hier voorlopig niet aan de orde.
University of Nijmegen
In de Keizerstad wordt wel steeds meer onderwijs gegeven in het Engelse taal: vorig jaar was dat bij 37 procent van de masteropleidingen het geval. Daarmee scoort de RU iets onder het landelijke gemiddelde. Van de 824 masteropleidingen die de Nederlandse universiteiten aanboden, was iets meer dan de helft in het Engels. De universiteiten van Leiden en Maastricht geven beduidend meer Engelstalig onderwijs dan de Radboud Universiteit, alleen de Universiteit van Amsterdam (UvA) presteert op dit gebied slechter dan de RU. Radboud-woordvoerder Willem Hooglugt bevestigt dat onze universiteit zich in de achterhoede bevindt. Hij verklaart: ‘Engelstalig onderwijs is meer dan enkel de cursussen die voorheen in het Nederlands werden gegeven aanbieden in het Engels. Zowel docenten als studenten moeten het Engels goed beheersen. Om kwaliteit te waarborgen, worden de totale lesstof en de methodiek op elkaar afgestemd in de Engelse taal.’ Dit kost tijd. De Radboud Universiteit kiest daarom voor een stapsgewijze invoering van Engelstalige masters.
Dat het Engelstalig onderwijs in Nijmegen de komende jaren zal toenemen, blijkt uit de Notitie Internationalisering die dit jaar het licht zag. Jonas Rietbergen (22), binnen de Universitaire Studentenraad (USR) vertegenwoordiger van de Koepel van Internationale Studentenorganisaties, stelt dat het verbeteren van de internationale positie van de RU niet enkel bij het College van Bestuur (CvB) topprioriteit heeft, maar ook bij de USR.
De Radboud Universiteit kijkt over de landsgrenzen heen en aangezien Engels de wetenschappelijke lingua franca is, krijgt deze taal een steeds prominentere plaats in onderzoek en onderwijs. Om internationaal competitief te kunnen zijn, is dat bittere noodzaak. Dat dit echter praktische moeilijkheden met zich kan meebrengen, blijkt uit het Wageningse verhaal van Brascamp: ‘Onze correspondentie wordt eerst in het Nederlands geschreven en daarna vertaald; een tijdrovende klus. Ook verlopen discussies soms wat houterig.’ Het lijken geen onoverkomelijke problemen.
Onverdeeld succes?
Grotere bezwaren tegen verdergaande verengelsing van het academisch onderwijs zijn er wel degelijk. De huidige wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs stelt dat onderwijs in het Nederlands moet worden gegeven. Dit vanuit de gedachte dat onderwijsinstellingen de taak hebben om de uitdrukkingsvaardigheid van studenten in de moedertaal te bevorderen. Geen overbodige luxe, zo zullen veel docenten beamen. Het belangrijkste probleem is waarschijnlijk de beheersing van het Engels door docenten. Voor hen betekent een andere taal meer tijd aan collegevoorbereiding. In 1995 promoveerde Diana Vinke in Delft op het gebruik van Engels als instructiemiddel. Hieruit bleek dat Nederlandse docenten minder samenvattingen, herformuleringen en minder voorbeelden geven als ze zich bedienen van het Engels. Dit heeft te maken met de vermindering van het aantal woorden per minuut: een daling van gemiddeld 17 procent. De kans is daardoor groot dat tijdens een Engelstalig college minder informatieoverdracht plaatsvindt. Indien de te beheersen stof gelijk blijft, zal een student meer zelfstudie moeten verrichten. Conclusion: de studielast gaat omhoog.
Daarnaast zijn er docenten die zich bedienen van steenkolenengels. Irene van den Broek, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), vertelt dat de vakbond iedere maand meerdere klachten binnenkrijgt over docenten van wie het Engels slecht is. In Delft is zelfs een prijs in het leven geroepen: de Worst – spreek uit op z’n Nederlands – Teacher Award. In voorgaande jaren werd de trofee binnengesleept met dubieuze uitspraken als ‘you have to screw up the number’ (je moet het aantal verhogen), ‘those who do only one gedeelte get until 10:30′ en uitdrukkingen als ‘don’t let the cheese eat off your bread’. Niet bepaald het hoogstaande onderwijs dat internationaal prestige moet opleveren. In Nijmegen is met name het Engels van werkgroepdocenten ondermaats, zo blijkt uit een rondvraag onder leden van de Facultaire Studentenraden. Volgens Rik Oldenkamp (22) zijn er bij zijn studie Milieu- en Natuurwetenschappen verschillende docenten die belabberd Engels spreken: ‘Nederlandse spreekwoorden krijgen vaak een letterlijke vertaling in het Engels. Daar valt, zeker voor buitenlandse studenten, werkelijk geen touw aan vast te knopen.’
Om dit soort praktijken tot een minimum te beperken, worden Nijmeegse docenten aangemoedigd om het Cambridge Certificate of Proficiency te halen en biedt het Universitair Taal- en communicatiecentrum Nijmegen (UTN) cursussen om het niveau op te krikken. Desalniettemin is ook in de Keizerstad het docentenkorps de zwakke schakel in de keten van internationale ambities. Waarschijnlijk is het maar goed dat de RU ervoor heeft gekozen het Engelstalige masteronderwijs stapsgewijs in te voeren en kwaliteit te verkiezen boven kwantiteit, isn’t it?






