M#
Oproep aan de jongen die samen met mij uitstapte bij de coffeeshop op de Coehoornstraat: mail me!
Ik had je al zien staan bij het Erasmusgebouw, de halte waar we instapten. We keken elkaar maar heel eventjes aan. Je ogen van het blauwste blauw vielen me wel meteen op, maar ik dacht dat onze blikken toevallig kruisten. Ik was bovendien verdiept in het luisteren naar Ryan Adams & the Cardinals.
Weet je, ik ga nooit met de bus, maar ik had een beetje pech die maandag. Mijn fiets was kapot dus ik moest wel bussen, en lijn 1 gaat ongeveer richting mijn huis. Het was druk in de bus, ik moest staan. Ik heb je tijdens de rit niet gezien. Ik stond me alleen te ergeren aan een groepje dat vlakbij me zat, luidruchtige brugklassers met teveel praatjes en make-up voor hun leeftijd.
Toen de bus de halte in schoof, waar ik uit wilde stappen, probeerde ik me naar de deur te wurmen. Maar ik kwam niet verder. Mijn tas bleef hangen aan de knoop van een nors kijkend meisje. Verontschuldigend glimlachend friemelde ik me los en vervolgde mijn weg. Maar de chauffeur had me niet gezien, zodat ik half vast kwam te zitten tussen de sluitende deuren. De dame met het grote afrokapsel naast me zette gelukkig een keel op, waarop de deuren weer openden en ik min of meer ongedeerd naar buiten viel.
En toen ik opkeek, stond jij op de hoek op mij te wachten. Of ik ook die kant op moest, vroeg je. Verbaasd knikte ik van ja. We liepen een eindje naast elkaar en praatten over niks. Ik durfde je niet aan te kijken, bang dat het blauw van je ogen me het zwijgen op zou leggen.
Bij het café moest je afslaan. Je liep mijn dag weer uit, zonder dat ik je naam had kunnen vragen. Laat staan een telefoonnummer. Maar mijn hoofd was je nog lang niet uitgewandeld.
Ik verbaasde me over je heldendaad. Wie wacht er nou op een wildvreemde medepassagier, als hij de bus uit stapt? Wanneer maak je nou op klaarlichte dag mee, dat iemand op je afstapt en een praatje met je begint? Jij verdient een biertje, of op zijn minst een kop koffie, voor het opklaren van mijn humeur, besloot ik. En om te zorgen dat ik weer eens naar die prachtige kleur blauw kon kijken, natuurlijk. Maar hoe nodig je iemand uit voor koffie, die je niet kan bereiken?
Ik had een rubriek nodig als Hap Hallo in Rails, maar dan zonder treinen. Ik maakte een sjansje op www.ans-online.nl. Maar dat zien alleen de echte fans. Ik maakte een briefje en plakte dat op de lantaarnpaal voor het café in je straat. Verder wilde ik niet gaan. Ik wil niet dat je me wanhopig vindt.
Je hebt nog niet gemaild. Misschien ben je het allemaal allang vergeten. Misschien heb je geen zin in me. Ik vind het niet erg als je daarom niet mailt. Dan maak ik mezelf wel wijs dat je het briefje nooit hebt gezien.






