Paul Rosenmöller: De politiek voorbij
Van maoïstische student, na jarenlange havenarbeid, uitgegroeid tot gevreesde oppositieleider. Ondernemerszoon Paul Rosenmöller is nog steeds het bekendst van zijn politieke verleden. Inmiddels is hij al drie jaar presentator bij televisieomroep IKON. ‘Bij deze omroep kan ik mijn engagement kwijt.’
Tekst: Roel Neijts
Foto’s: Igo Nijenhuis
‘Welkom in het zwarte gat. Het kan heel leuk zijn in het zwarte gat.’ Het waren de eerste zinnen uit een brief die ik kreeg van voormalig staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Gijs de Vries. Hij sloeg de spijker op z’n kop.’ Zo begint het laatste hoofdstuk uit de autobiografie Een mooie hondenbaan van Paul Rosenmöller (50). De GroenLinks-coryfee had van de val van kabinet Balkenende I, dat slechts 87 dagen standhield, gebruikgemaakt om zijn politieke carrière voortijdig te beëindigen.
Terugkijkend op de periode direct na zijn politieke afscheid lijkt dat ‘zwarte gat’ slechts een gaatje te zijn geweest. In 2004, slechts een jaar nadat hij zijn afscheidsinterview als politicus gaf aan Paul Witteman, verscheen Rosenmöller alweer met zijn bekende krullen op de buis. Dit keer zelf als interviewer.
Intussen werkt hij al meer dan drie jaar bij de Interkerkelijke Omroep Nederland (IKON). In een wollen trui verwelkomt hij ons in de witte omroepvilla te Hilversum. Zijn Haagse pak heeft hij dan niet meer aan, maar met deze pull-over ziet hij er linkser uit dan ooit.
Heimwee met tranen
Paul Rosenmöller groeide op in het Noord-Hollandse Heemstede. Al op jonge leeftijd nam hij kennis van verschillen tussen de Nederlandse klassen. ‘Mijn vader was directeur van Vroom en Dreesmann in Haarlem; een klassieke ondernemer in hart en nieren. Hij gaf om zijn personeel en toonde betrokkenheid. Een werknemer ontslaan, dat was voor hem ondenkbaar. Als ik als kleine jongen aan zijn zijde door de V&D liep – je kunt het naïef noemen natuurlijk- voelde ik zijn band met het personeel: de zaak was van iedereen. Dit besef heeft, in combinatie met mijn katholieke opvoeding, ertoe geleid dat ik een sterk normen- en waardenpatroon heb ontwikkeld.
‘Ons gezin leefde niet in puissante rijkdom, maar we konden hartstikke goed rondkomen: we hadden een mooi huis met een grote tuin in een beschermend dorp. Ik merkte dat we het goed hadden, en dat er mensen waren – ook in mijn directe omgeving, zoals klasgenootjes – die het met minder moesten doen.’
Een kleine smet op de jeugd van de journalist was zijn aanpassingsprobleem. ‘Ik moest ontzettend wennen aan veranderingen. De overstap van basisschool naar middelbare school verliep rampzalig: maandenlang heb ik nog moeten huilen en had ik heimwee. Het zal ongetwijfeld met de puberteit te maken hebben gehad, ik wist nog niet zo goed hoe met mijn emoties om te gaan. Ook de overgang van het atheneum in Haarlem naar de Universiteit van Amsterdam ging niet zonder problemen. Heemstede en Amsterdam liggen maar twintig kilometer uit elkaar, maar voor mij leek het alsof ik aan andere kant van de planeet was terechtgekomen. Ik was niet alleen jong toen ik ging studeren, maar zelfs voor een achttienjarig joch was ik een broekie. Als oudste van vier kinderen en met ouders die nooit hadden gestudeerd, was ik nooit eerder in aanraking geweest met het universitaire leven. Die wereld was compleet nieuw voor me.’
Massamoordenaars
Het waren roerige tijden, toen de jonge Rosenmöller zijn eerste schreden op het academische pad zette. Links was begin jaren zeventig de mode in de turbulente hoofdstad. ‘Ik moest in Amsterdam echt mijn weg zoeken en de tijd nemen. Tijdens het eerste en tweede jaar van mijn studie Sociologie heb ik de kat uit de boom gekeken. Het ging er niet om óf je links was, maar hóe links je was; marxisme was de norm bij Sociologie. In mijn derde studiejaar kwam ik in contact met linkse ideologen. Marx reikte mij een theoretisch kader aan waarin ik mijn gevoelens over onrecht en verschillen in de verdeling van goederen kon plaatsen. Hij bood me zelfs een oplossing: een revolutionaire klassenstrijd.’
Tijdens zijn studententijd waren meerdere politieke partijen actief waarbij Rosenmöller zijn gevoel voor rechtvaardigheid kwijt had gekund; van links naar communistisch waren dit de Politieke Partij Radicalen, de Partij van de Arbeid, de Pacifistische Socialistische Partij en de Communistische Partij. Student Rosenmöller liet deze partijen echter links liggen en sloot zich aan bij het meest extreme alternatief. ‘Ik trad samen met een aantal hechte studiegenoten toe tot de Groep Marxisten Leninisten (GML), zeker geen onomstreden partij toentertijd.’ De GML kon zich niet langer vinden in het sovjetcommunisme van Chroesjtsjov; dat was te laf en predikte een vreedzame coëxistentie met Amerika. De Groep stond achter de strengere ideologie die in China nog wel werd aangehangen: het maoïsme. Als voorbeelden voor de GML golden Mao, Stalin, Pol Pot en Hoxha, stuk voor stuk massamoordenaars en intolerante bestuurders. Van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Cambodja had de partij zelfs een dankbrief voor hun steunbetuiging aan Pol Pot ontvangen. Rosenmöller was extreemlinks, en pleitte samen met zijn partij voor een gewelddadige revolutie.
‘Achteraf bekeken is het grenzeloos naïef van me geweest. Ik probeer het nu te verklaren, maar een verklaring geeft nog geen rechtvaardiging. Natuurlijk was het een extreme ideologie, maar als je daarna duidelijk maakt wat je beweegredenen waren, waarom je bent gestopt en hoe je er nu op terugkijkt, kan het niet meer tegen je worden gebruikt.’ Kort nadat Rosenmöllers autobiografie Een mooie hondenbaan in 2003 van de drukpers rolde, wilde EO-journalist Andries Knevel voor een allerlaatste keer Rosenmöllers maoïstische periode onder de loep nemen. De pas afgetreden politicus stemde in met een radio-interview. Het werd een heftig gesprek. ‘Knevel is van dezelfde generatie als ik en kende die roerige tijd daardoor goed. Hij was heel fel tijdens het vraaggesprek en vroeg zich af hoe het in hemelsnaam mogelijk was dat ik maoïst was geweest. Ondanks de foute standpunten die ik vroeger had en dankzij het overdreven opgewonden gedrag van Knevel, kreeg ik de luisteraars aan mijn zijde.’
Journalistiek is een keuze
Inmiddels zit Rosenmöller aan dezelfde kant van de microfoon als Knevel. ‘Het bevalt me goed. Voor veel mensen was het een onverwachte stap, maar voor mij was het een logische keuze de journalistiek in te gaan. Na mijn middelbare school had ik al overwogen me aan te melden voor de School voor Journalistiek. Ik zag er uiteindelijk toch van af, maar het journalistieke bleef echter kriebelen. Er is een aantal jaren overheen gegaan, maar nu ben ik er. Natuurlijk komt de kennis en ervaring uit Den Haag goed van pas. Toch realiseerde ik me vanaf het eerste moment bij de IKON dat ik niet zomaar wat dingen moest bijleren. Ik ging echt een ander vak uitoefenen.’
Van zijn vroegere aanpassingsproblemen bleek Rosenmöller ditmaal geen last te hebben. ‘De overstap van politiek naar journalistiek ging me goed af. Toen ik eind jaren tachtig mijn vakbondsbaan in de Rotterdamse haven inruilde voor een politieke functie, ging het veel moeizamer. Ik keek op tegen de Haagse wereld. En daarbij, de overgang van de vakbond naar GroenLinks verliep bijzonder snel. Ik belandde in een stroomversnelling, een situatie waarvan ik de regie compleet niet in handen had. Dankzij mijn vakbondsverleden kon ik redelijk babbelen, dus al snel werd ik in de Kamer als de opvolger van Ria Beckers beschouwd. In Den Haag hing een gewichtige sfeer waaraan ik moest wennen. Mijn eerste handdruk met Ruud Lubbers, een man die ik tot op dat moment enkel van de televisie kende, ligt me nog vers in het geheugen. Vanuit de politiek verliep de overstap naar de IKON een stuk natuurlijker. De organisatie is klein en de mensen zijn buitengewoon collegiaal. De IKON past heel goed bij me. Het is een omroep waar ik mijn engagement kwijt kan zonder dat kijkcijfers een dominante rol spelen. Ik kreeg al snel het idee dat ik datgene kon doen wat ik voor ogen had: interviews met bekende Nederlanders over maatschappelijk relevante thema’s.’
Babbelen in New York
Rosenmöller begon bij de kerkelijke omroep met een serie portretten, met de veelzeggende naam Paul Rosenmöller en… In het programma interviewde de journalist prominenten over bepaalde keuzes in hun leven. Tot zijn gasten behoorden onder anderen prinses Mabel, Marco Borsato en Geert Mak; weinig politici voor een programma van een zojuist afgetreden partijleider. ‘Het was niet zozeer mijn achtergrond die de doorslag gaf zo min mogelijk politici voor mijn eerste programma uit te nodigen, maar juist de ervaring die ik had opgedaan in Den Haag. Ik wist dat politici graag alleen hun eigen verhaal willen afdraaien, waardoor ze het beantwoorden van vragen niet gewend zijn. Bovendien moet je na dertien jaar politiek eens met andere mensen praten dan je ex-collega’s.’
Met het oog op de naderende verkiezingen is Rosenmöller momenteel bezig met Paul Rosenmöller en de Lijsttrekkers. Zijn gasten, lijsttrekkers van de zes grootste partijen, kiezen een locatie waar hun persoonlijke verhaal het beste tot uitdrukking komt. De presentator is net terug uit Berlijn, waar hij met Jan Peter Balkenende een aflevering heeft opgenomen. ‘Met dit programma wil ik Nederlanders kennis laten maken met de dilemma’s die de huidige lijsttrekkers tegenkomen. Kiezers kunnen dol zijn op een bepaalde politicus, maar hoeven niet achter zijn partij te staan. Mark Rutte is een goed voorbeeld: terwijl zijn VVD het imago heeft van parelkettingen en Wassenaar, hebben wij samen tot diep in de nacht in de New Yorkse straten voedsel uitgedeeld aan daklozen en zwervers. Hun Nederlandse equivalenten behoren totaal niet tot Ruttes electoraat, zou je denken. Maar dat is juist zijn dilemma: hij wil die elitaire, klassieke VVD-stemmers niet loslaten en tegelijkertijd zou hij niets liever willen dan al die bijstandsmoeders aan zich te binden. In de aflevering laat Rutte zelfs zijn christelijke kant zien, terwijl zijn liberale partij totaal niets met religie van doen heeft. Ik probeer op deze manier de kijker de verhouding tussen de persoon en zijn partij beter te laten begrijpen.’
Politieke toekomst?
Zijn interesse in politiek Den Haag heeft Paul Rosenmöller dus niet verloren. Politiek actief is hij echter allang niet meer. ‘Begin 2003 heb ik een punt gezet achter mijn loopbaan bij GroenLinks. Ik wilde mijn opvolgster Femke Halsema niet voor de voeten lopen en voorkomen nog langer een stempel op de partij te drukken. Toen een paar maanden later mijn huidige baan in zicht kwam, was die onafhankelijkheid zelfs noodzakelijk. Natuurlijk kan ik Femke altijd bellen en kom ik nog wel eens bij oud-collega’s als Van Aartsen en Marijnissen over de vloer. Maar afgezien van mijn GroenLinks-lidmaatschap ben ik helemaal politicus af.’
Rosenmöller zal nog lang worden herinnerd als indringende oppositieleider, en de vraag of hij ooit naar Den Haag zal terugkeren, is hem zeker niet vreemd. ‘Ik doe nooit uitspraken voor de eeuwigheid, maar de gedachte terug te keren naar Den Haag zit nu niet in mijn systeem.’ En het aanbod voor het burgemeesterschap van Nijmegen, waarover geruchten de ronde doen? ‘Het is een vertrouwelijke procedure, ik kan er niets over zeggen. Om te voorkomen dat een onwaarheid zich zal verspreiden, zeg ik volmondig: ik heb niet gesolliciteerd naar de functie van burgemeester van Nijmegen. Maar inderdaad, ik zou goed bij de identiteit van jullie stad kunnen passen.’ Ook andere toekomstmogelijkheden wimpelt hij af, Rosenmöller blijft op zijn plek. ‘Er worden me veel interessante functies aangeboden, maar ik heb nu een baan die te leuk is om zomaar op te geven. Ik ben nu journalist.’






