ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

En… aksie!

De tentoonstelling ’70’s in Nijmegen’ in Museum het Valkhof neemt de bezoeker dit najaar mee naar tijden van idealisme en fel protest. Vol nostalgie denken velen terug aan de woelige periode waarin studenten nog idealen hadden en bereid waren hiervoor de barricades te beklimmen. Inmiddels is de laatste bezetting van het Erasmusgebouw meer dan twintig jaar geleden en worden studies keurig binnen vier jaar afgerond. Is de huidige student te braaf geworden?

Tekst: Boy van Dijk en Renée Hugen
Illustratie: Ruud Vos

Geïnspireerd door de Praagse Lente, de protesten van mei 1968 in Parijs en revoluties buiten Europa brak eind jaren zestig een jongerenrevolte los in Nederland. Studenten kwamen in opstand tegen politieke braafheid en het traditionele, autoritaire gezag. Gevestigde instituten moesten flexibeler worden en democratiseren, zo was de gedachte. Iedere misstand in de maatschappij was een reden voor protest. Of het nu ging om studentenkiesrecht, homo-emancipatie of de Vietnamoorlog; de Nederlandse student liet van zich horen.
Tegenwoordig hebben studenten meer inspraak en hoeven zij de woorden van een hoogleraar niet langer voor zoete koek te slikken. Veel idealen waarvoor destijds werd gestreden zijn echter niet verwezenlijkt. Er is bijvoorbeeld nog steeds geen studentenkiesrecht bij het aannemen en ontslaan van hoogleraren. Studenten van nu voeren geen actie voor het benoemen van marxistische docenten, zoals dat in de jaren zeventig wel gebeurde. ‘Studenten vormen geen marginale groep meer in de samenleving’, zo meent dr. Hans Slomp, docent Vergelijkende Politicologie. Dat is niet vreemd: het aantal studenten aan de RU is gestegen van drieduizend in 1960 tot bijna achttienduizend nu. ‘Idealen zijn afgebrokkeld, er heerst meer realisme. Studenten zijn beter geïntegreerd in de samenleving. Kritisch bekeken heeft dat ze monddood gemaakt.’

Met z’n allen
De acties in de jaren zeventig werden op touw gezet door studentenbonden. De politieke studentenvakbond Unie van Studenten te Nijmegen (USN) speelde daarbij een behoudende rol, de meer spraakmakende manifestaties werden georganiseerd door de socialistische studentenbonden.
Jos van der Lans, voormalig voorzitter van de USN, benadrukt bovenal dat de jaren zeventig niet te vergelijken zijn met de huidige situatie. ‘Doordat de hedendaagse student veel meer rechten heeft, is er minder reden tot actievoeren.’ Hij constateert dat studenten individualistischer zijn geworden: ‘Ze zijn nu veel meer bezig met studeren, de typische “met z’n allen ertegenaan-sfeer” is verdwenen.’
Gerard Snels was in zijn studieperiode secretaris van de 6 oktobergroep die de socialistische studentenbonden overkoepelde. Hij heeft sterke herinneringen aan de acties tegen de disciplinering van studenten begin jaren zeventig. Toen togen bijna vijftienhonderd studenten in een grote optocht naar het Erasmusgebouw, waar zij werden verwelkomd door een peloton politie en zijn trouwe viervoeters. De invloed van dergelijke acties kan hij achteraf relativeren: ‘Die hebben weinig effect gehad, binnen het universitair onderwijs is sindsdien een nog sterkere disciplinering doorgevoerd.’

Ik-tijdperk
Ook na de jaren zeventig was er sprake van een levendige actiecultuur. ‘In de jaren tachtig was het modieus om het Erasmusgebouw te bezetten. Als je niet meedeed hoorde je er niet bij’, vertelt universiteitshistoricus dr. Jan Brabers. Toch ziet hij een duidelijk verschil met de betrokkenheid in de jaren zeventig: ‘In de jaren tachtig was er sprake van meer zakelijkheid. Studenten protesteerden uit eigenbelang: tegen studieduurverkorting, de nieuwe tweefasenstructuur en de verhoging van het collegegeld. Het was het begin van het ik-tijdperk.’
In de jaren zeventig waren achtste- of negendejaars geen uitzondering. Tegenwoordig ronden studenten hun studie zo snel mogelijk af en wordt vrije tijd opgevuld met één of meerdere bijbanen. ‘Daardoor verbreden studenten zich op academisch vlak te weinig’, stelt Brabers. Dat is volgens hem, naast het hedendaagse individualisme, één van de belangrijkste oorzaken van de afgenomen motivatie om actie te voeren. ‘Bovendien zijn studenten gaan inzien dat de universiteit ook niet staat te juichen bij bezuinigingen en dat het dus weinig zin heeft om universiteitsgebouwen te bezetten.’

Romantiek
Velen denken met weemoed terug aan de tijd waarin bezettingen nog aan de orde van de dag waren. Zo niet Slomp: ‘Het was zeker geen goede periode, nu hebben we het veel beter. Wanneer ik met iemand uit die tijd spreek, merk ik dat er een heel geromantiseerd beeld over is ontstaan.’ Ook Brabers vindt dat er onrealistisch wordt teruggekeken op de protestcultuur. ‘Het was niet zo geweldig als het nu lijkt’, verzekert hij. ‘De verschillende linkse groeperingen moesten vaak niets van elkaar hebben; de marxisten hielden zich ver van de leninisten en zij moesten op hun beurt niets hebben van de trotskisten.’ Net zoals dat tegenwoordig het geval is, waren er binnen de gelederen van de toenmalige groeperingen leiders die gehoorzaamd dienden te worden: ‘Vaak wordt gedacht dat alles toen was geoorloofd, maar om erbij te horen moest je wel binnen het plaatje van de “alternatieve student” passen.’
Floris Hammer, vice-voorzitter van AKKU, denkt niet dat de hedendaagse student minder politiek is geëngageerd dan in de jaren zeventig en tachtig. ‘Schaf de OV-jaarkaart af en je zult zien hoeveel studenten van zich laten horen.’ Studenten van nu strijden op een andere manier voor het verwezenlijken van hun idealen. Hammer is ervan overtuigd dat met gesprekken meer bereikt kan worden dan met lukraak actievoeren. ‘Het najagen van grootse ideologieën is vervangen door een meer praktische uitwerking van onze idealen. Daardoor kunnen we de besluitvorming gerichter en directer beïnvloeden.’ De manier waarop studenten nu voor hun idealen opkomen is niet zo spannend, maar leidt volgens Hammer wel tot het gewenste resultaat: ‘De problemen omtrent lijn 10 bijvoorbeeld, die speelden we door aan de media en niet veel later werd er een extra bus toegezegd.’
De huidige student leidt een weinig spectaculair bestaan en aan hem zullen over dertig jaar waarschijnlijk geen drukbezochte tentoonstellingen worden gewijd. Dat studenten braver zijn geworden, lijkt echter weinig reden om terug te verlangen naar de jaren zeventig en tachtig. Van het romantische beeld van de protestcultuur blijft bij nadere inspectie namelijk weinig over.

T/m 6 januari 2008 is in Museum het Valkhof de tentoonstelling ’70’s in Nijmegen. Tien krejatieve aksiejaren’ te bezichtigen.

Klik hier voor alle artikelen van ANS november 2007