ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het Issue: Ideologisch Egoïsme

In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Ontwikkelingswerk, nuttig voor land of voor de onderlinge band?

Tekst: Linda Ackermans en Freek Slits
Illustratie: Erik Molkenboer

Het is nobel en goed bedoeld: ontwikkelingswerk. Onder studenten lijkt het een trend om stage te lopen of vrijwilligerswerk te doen in een ontwikkelingsland. Armoedebestrijding en het helpen van mensen zijn niet hun enige motieven, de vermelding op het cv en zelfontplooiing worden zeker zo belangrijk gevonden. Of de lokale bevolking bij hun komst is gebaat, is de vraag. Hebben studenten genoeg kennis om hulp te bieden? Doordat Westerse handen scholen en ziekenhuizen bouwen, worden plaatselijke arbeiders wellicht van hun broodnodige inkomsten beroofd. Is de goedbedoelde hulp een verrijking voor het ontwikkelingsland of vooral goed voor het lijstje nevenactiviteiten en de levenswijsheid van de student?

Dr. Huub de Jonge, universitair docent Economische Antropologie
‘Ik betwijfel of het werk dat studenten en vrijwilligers verrichten nuttig is voor de landen waar ze naartoe gaan. Soms vertragen of belemmeren ze de ontwikkeling van inwoners van dat soort landen. Trek bijvoorbeeld een parallel met voetbal: vaak stellen clubs veel allochtone spelers op, waardoor voetballers uit eigen land geen kans krijgen om zich te ontwikkelen.
‘Voor jonge mensen is het altijd goed om een tijd in een ander land te werken, ook al dragen ze niet direct iets bij. Ze leren op die manier een nog onbekende cultuur kennen en gaan hun eigen samenleving met andere ogen bekijken en die meer waarderen. Voor interculturele contacten zijn stages in een ontwikkelingsland dus van belang, maar studenten die zo’n stage lopen moeten er rekening mee houden dat hun bijdrage heel beperkt is. Toch zijn jongeren, die nog openstaan voor nieuwe ideeën, soms geschikter dan geschoolde arbeiders, die zijn geneigd te denken dat ze de wijsheid in pacht hebben.
‘Om een goede bijdrage te kunnen leveren, moet eerst een gedegen studie van een andere samenleving worden gemaakt. Als ontwikkelingslanden hulp nodig hebben, kunnen wij de informatie en middelen verschaffen, maar laat de lokale bevolking het vooral zelf uitvoeren. Ik vind dat wij westerlingen niet ongevraagd mogen ingrijpen. We hebben helaas vaak de bescheidenheid niet om ons te voegen naar de vraag van ontwikkelingslanden.’

Inge Maarssen, eerstejaars student Geneeskunde
‘Na mijn middelbare school heb ik een half jaar in een weeshuis in Ghana geholpen. Het leek me een goede gelegenheid om wat van de wereld te zien. Dat ik zo ook weeskinderen kon helpen, vond ik mooi meegenomen. Via de Nederlandse organisatie Activity International ben ik gemakkelijk aan een werkplek gekomen. De laatste jaren zijn er namelijk steeds meer weeshuizen gebouwd, die voor een groot deel door het Westen zijn gefinancierd. Mijn Ghanese collega’s waren enorm blij dat mensen helemaal vanuit Nederland kwamen om te helpen en ervaarden dit absoluut niet als banenroof.
‘Een paar studenten die ik tijdens mijn verblijf heb ontmoet, waren gekomen om te helpen bij de bouw van een school. Er was door de opzichters van het bouwproject echter totaal geen rekening met hen gehouden. Uiteindelijk hebben lokale bouwvakkers de school zelf gebouwd. De mensen in Ghana stellen hulp uit het buitenland erg op prijs, zolang ze deze hulp echt nodig hebben. Bouwvakkers zijn er genoeg, leraren en verplegers zijn daarentegen altijd welkom.
‘Dat mijn kleine bijdrage niets oplost aan armoede of sociale ongelijkheid besef ik, maar dat was niet het doel van mijn verblijf. Voor mij stond de ervaring van een andere cultuur centraal. Ik heb veel geleerd van de mensen daar en van hun leefwijze. De weeskinderen hebben ook veel aan mij gehad. Zo heb ik met geld van vrienden en kennissen uit Nederland speelgoed, kleren en beddengoed voor hen gekocht. De gelukkige kindergezichten brachten mij voldoening. Natuurlijk moet je niet verwachten dat je de wereld kunt veranderen, maar als je een paar mensen gelukkiger kan maken, is dat toch al genoeg?’

Prof. dr. Piet Emmer, hoogleraar Geschiedenis van de Europese expansie aan de Universiteit Leiden en hoogleraar bij het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies aan de Universiteit van Amsterdam
‘Dat vrijwilligers de arbeidsmarkt in een ontwikkelingsland zouden ontregelen, lijkt mij vergezocht. Het werk dat zij verrichten is te onbetekenend om veel effect te hebben. Het is enkel een illusie te geloven dat ontwikkelingswerk in staat is arme landen rijk te maken. Vrijwilligerswerk in de derde wereld veroorzaakt vooral een warm gevoel bij de deelnemers uit het rijke Westen. Veel toegevoegde waarde heeft hun bijdrage niet, maar ach, een schooltje hier, een waterput daar, dat kan geen kwaad.’

Drs. Judith Westeneng, student research master Social and Cultural Sciences, deed onderzoek naar het effect van ontwikkelingswerk door jongeren
‘Vrijwilligers of stagiaires kunnen een belangrijke bijdrage leveren. Die bijdrage bestaat met name uit een uitwisseling van ervaring, cultuur en kennis. Vooral kennisoverdracht kan nuttig zijn, maar alleen als de bevolking daar om vraagt. Belangrijk is dat wordt gewaakt voor hulpafhankelijkheid. Ik deed onderzoek naar het effect van ontwikkelingswerk door jongeren, en het is niet mijn ervaring dat mensen achterover gaan zitten om vrijwilligers en hulporganisaties hun gang te laten gaan. Er moet alleen hulp worden geboden waar echt behoefte aan is.
‘Ook al doe je als student nuttig werk, het blijft een illusie om te denken dat je een verschil kunt maken. Ik kan begrijpen dat mensen zich goed voelen als ze ontwikkelingswerk doen, maar ze moeten wel realistisch blijven. Lokaal kun je misschien een kleine bijdrage leveren, maar armoedebestrijding is heel complex en de effecten van dit soort kleinschalige interventies zijn minimaal.
‘De hoofdreden voor studenten om stage te gaan lopen, is niet altijd het bestrijden van armoede. Ze doen het vooral voor een leuke vermelding op hun cv en om zich te ontplooien. Om welke reden ze het ook doen, vaak raken ze langdurig betrokken bij ontwikkelingssamenwerking. Terug in Nederland leveren ze dan een positieve bijdrage, hetzij via donateurschap, hetzij via vrijwilligerswerk. Een groot deel van de jongeren die ervaring in het buitenland heeft opgedaan, blijft een binding met dat land houden. Alleen daarom is zo’n stage al nuttig.’

Heb jij ook een mening over dit issue? Discussieer mee op ans-online.nl.