Jacob Gelt Dekker: Ongewenste idealist
De gepensioneerde ondernemer Jacob Gelt Dekker staat met een geschat vermogen van tweehonderd miljoen op de negentigste plaats in de ‘Quote 500′. Met ontwikkelingsprojecten in zestien landen behoort hij tot een van de grootste weldoeners van Nederlandse bodem. Volgens Dekker is ontwikkelingshulp niet alleen bestemd voor de meest welgestelden. ‘Als student in deze tijd kun je alles.’
Tekst: Lieneke van Dijk en Koos ten Bras
Foto: Sjors Overman
Jacob Gelt Dekker (59) heeft zijn fortuin voornamelijk te danken aan de exploitatie van drie ondernemingen: Splash fitnesscentra, One Hour Photo en Budget-Rent-a-Car. Alledrie werden ze voor een groot bedrag verkocht, waardoor hij eind jaren negentig pensioneerde en zich fulltime bezig kon houden met filantropie. Op de vraag naar zijn beweegredenen voor deze liefdadigheid, reageert Dekker laconiek: ‘Nou, er is duidelijk behoefte aan, vind je niet?’
Zijn grootste project betreft het volledig renoveren van de verpauperde stadswijk Otrabanda op Curaçao. Door het opzetten van het resort Kurí Hulanda heeft hij het eiland van werkgelegenheid voorzien. Hij is echter niet bij iedereen geliefd. Zijn groeiende invloed leidde tot weerstand bij de politici en lokale bevolking. Na columns in het Antilliaans Dagblad (AD), waarin hij de volledige regering van corruptie en betrokkenheid in de cocaïnehandel betichtte, werd hij door de Antilliaanse autoriteiten geëxcommuniceerd.
Corrupt Curaçao
‘Bij mijn aankomst op Curaçao tien jaar geleden trof ik een volledig verstoorde economische situatie aan. Enerzijds was die ontstaan doordat er ongeveer veertig jaar geleden monopolies zijn uitgegeven. Hierdoor hadden tienduizenden mensen geen mogelijkheid meer om ondernemingen op te zetten. Daarnaast was een groot aantal bedrijven door de overheid genationaliseerd, die ondernemingen werden leeggestolen door de politici van de toenmalige regering. Als een onderneming failliet werd verklaard, ging men door naar de volgende. Het is dus geen wonder dat meer dan de helft van de Antillianen zijn geluk heeft beproefd in Nederland.
‘In samenwerking met de Nederlandse regering en de Europese Unie heb ik er voor gezorgd dat er een wet werd aangenomen die de monopolies afschafte. Daarna kregen bedrijven ruimte van de overheid om te privatiseren. Het was een enorm gevecht. De rijke families zagen hun bevoorrechte posities vervagen en verdedigden hun privileges. Doordat deze elite nauwe banden had met de bovenste regionen van de regering van Curaçao, was het haast onmogelijk de situatie te veranderen. Mijn columns in het AD over deze wanpraktijken hebben de discussie hierover in een stroomversnelling gebracht. Vervolgens zijn het volledige parlement en de regering-Goddet ontslagen en is een tiental mensen gearresteerd. Dat is me niet in dank afgenomen. Er is nadien drie keer een aanslag op mijn leven gepleegd; dat is natuurlijk nooit leuk.
‘Inmiddels zijn er goede resultaten geboekt op Curaçao. Ik heb daar achter de schermen ontzettend hard aan meegewerkt. Mijn voordeel was dat ik hooggeplaatste personen privé kon benaderen. Ik kon de toenmalige minister van Koninkrijksrelaties Pechtold bellen en zeggen: “Doe eens wat!”. Ik belde Nout Wellink, de president van de Nederlandsche Bank, voor een ontmoeting waarin we die staatsschuld op de Antillen even moesten saneren. Tijdens een lunch hebben we een plan gemaakt en dat is uiteindelijk door de huidige regering geaccepteerd. Daardoor zijn de Nederlandse Antillen failliet verklaard en is de boedel opnieuw verdeeld over de eilanden. Voorheen ging 70 procent van de belastingopbrengst naar afbetaling van de staatsschuld en dat geld kan nu worden geïnvesteerd in onderwijs en andere zaken. Er is door ons plan zes miljard vrijgekomen en dat maakt een behoorlijk verschil in zo’n samenleving. Dat vind ik leuk, het is heerlijk dat er naar me wordt geluisterd.’
Superconsumptie
‘Ik heb zeventig miljoen euro uit mijn eigen vermogen in Curaçao geïnvesteerd. Dat die investering resultaten oplevert, is mooi om te zien. Trots maakt ‘t me niet, dat is een emotie die ik niet ken. Het opzetten van dit soort projecten vind ik het aardigste dat iemand kan doen in het leven. Een jacht kopen van tientallen miljoenen, daar heeft niemand wat aan. Dat soort superconsumptie vind ik walgelijk. Het is totaal onverantwoord. Een bepaalde mate van luxe is fijn, dat heb ik zelf ook, maar superconsumptie kan economisch, sociaal en emotioneel niet worden verantwoord. Een kennis van me heeft bijvoorbeeld drie vliegtuigen van 32 miljoen euro per stuk aangeschaft. Die staan nu ongebruikt in een terminal. Als ik vraag of hij wil bijdragen aan de bouw van een schooltje in een ontwikkelingsland, geeft hij niet thuis. Dat kan echt niet.’
Matching funds
‘Kijk, ik ben geen paus die zegt hoe iemand zijn leven moet leiden. Maar als je dingen wilt veranderen, heb je in deze tijd niet veel nodig. Door matching funds kan met kleine bedragen al heel veel worden gedaan. Zo is er na een voordracht van mij voor de Lions Club in Bergen op Zoom, tachtigduizend euro ingezameld. Dat geld heb ik op de Asian Development Bank gezet en die verdubbelden het naar honderdzestigduizend euro. Dankzij andere instanties die het bedrag vermenigvuldigden, zoals UNESCO, staat er ondertussen ruim een miljoen op de bank door dit matching funds-principe. Iedereen kan op deze manier schooltjes bouwen in bijvoorbeeld Laos en Cambodja, maar hiervoor zijn wel inspanning, relaties en een hoop publiciteit nodig.
‘Sinds mijn 24ste ben ik al bezig met het oprichten van ontwikkelingsprojecten. Mijn eerste fonds heb ik op Bali opgezet. De vijfhonderd dollar die ik beschikbaar stelde, was voor studenten aan een horecaschool. Zij bekostigden daarmee hun studie en betaalden dat na afronding van hun opleiding weer terug. Zo heeft dat fonds twintig jaar bestaan. In ontwikkelingslanden is veel meer behoefte aan ideeën en communicatie, dan aan een aanzienlijke hoeveelheid geld.
‘In de toekomst denk ik nog zo’n honderd scholen te bouwen. Ik heb geen zin om deze activiteiten te verruilen voor een bestuursfunctie. Zo zit de gemiddelde regering op Curaçao maar negen maanden. Ik ben daar nu tien jaar actief en heb meer invloed dan wie dan ook.’






