ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Meelopers: Met huid en haar

Iedere maand loopt ANS een dag mee in de schaduw van een zonderling. Deze maand: bonte beestenboetiek

Slangen op sterk water, opgezette vogels, ingelijste insecten en een van de grootste eieren ter wereld. In hartje Nijmegen verkoopt Erwin van Zoelen allerlei curiosa. Een kijkje in een leven tussen de dode dieren.

Menig slenteraar in de Van Welderenstraat houdt halt bij de Museumwinkel. Het rariteitenkabinet in de etalage springt dan ook direct in het oog. Eigenaar Erwin van Zoelen (37) begroet enthousiast iedere bezoeker en voorziet alle voorwerpen die hij verkoopt van commentaar. Het kleine winkeltje staat vol met interessante objecten: van de twee opgezette hoofden van een siamees kalf tot vleesetende planten. ‘Vaak vraag ik me af waarom iemand deze spullen koopt, wat moet je ermee?’ grinnikt Erwin. De ingewanden van een opengewerkte kat zijn inderdaad weinig functioneel te noemen. De overblijfselen van het dier sieren een van de kasten in een bad van sterk water. Tevens staat er een menselijk skelet met een kunstgebit in de hoek, het resultaat van een ruil met een basisschool. Die school wordt nu opgeluisterd door een plastic exemplaar, nadat de kinderen vakkundig de tanden uit de mond van het origineel hadden geslagen. Naast het geraamte prijkt een foto van een bloedmooi model, waarop ze poseert met een schedel uit Erwins verzameling. Zijn attributen worden vaker gebruikt in films en bij fotoshoots. Achter in de winkel is een werkplaats ingericht, waar op maat gemaakte plastic mallen in de vorm van verschillende dieren hangen. De gevilde huid wordt later om deze vorm heen getrokken. Verder vullen verschillende opgezette vogels, een grote kop van een eland en kratten vol botten de ruimte. ‘Die botten zijn voor een groepje van die macrobiotische kinderen, die kunnen dan doen alsof ze een archeologische vondst hebben gedaan.’

Zo dood als een Pietje
Tijdens zijn studie Economie had Erwin een bijbaantje in een boomkwekerij. Hij vond daar een dode spreeuw en wilde die graag bewaren. ‘Ik zocht een manier om ervoor te zorgen dat zoiets moois niet verloren zou gaan,’ zegt Erwin. Zo ontstond zijn fascinatie voor het opzetten en bewaren van waardeloze dingen. Na een baan als econoom, een bestaan als mede-oprichter van de Biertaxi en regulier taxichauffeur, begon hij een eigen webwinkel. Hier verkocht hij vanuit huis vlinders en insecten. ‘Ik wilde niet meer voor een baas werken, dus startte ik voor mezelf.’ Hoewel de webwinkel nog steeds het grootste deel van de omzet binnenbrengt, verkoopt hij inmiddels ook vanuit het pand in de Van Welderenstraat. Op een normale doordeweekse dag is Erwin nauwelijks in de winkel. Hij rijdt door heel het land om spullen die hij via internet koopt en verkoopt op te halen en weg te brengen. Zo heeft hij net nog een doos vlinders opgehaald in Zoetermeer. Ook staat er een nieuwe doos met schelpen. ‘Die man wilde er duizend euro voor hebben. Ik heb voorgesteld dat ik het meenam en er niets voor zou geven. Het lukte, hij moest er toch vanaf.’ Gedurende de dag arriveren er verschillende dingen per post. Zo ontvangt Erwin ’s middags een doos Engelse namaakeieren. Het begeleidende briefje bevat een biologengrap waar buitenstaanders slechts om kunnen gniffelen. ‘I hope they travel safely, nothing hatches and you like them’.

Vooral blauwe vlinders vinden gretig aftrek bij de klanten van de Museumwinkel. Erwin kan deze rare voorkeur niet verklaren. De meeste mensen komen echter binnen om rond te kijken of om dode dieren te laten opzetten. Zo kwam ook een gele parkiet op een stokje in de winkel terecht. Pietje, zoals het beestje origineel genoeg heet, werd na zijn overlijden door zijn stokoude eigenaresse naar Erwin gebracht om vereeuwigd te worden. Helaas heeft ze er nooit meer van kunnen genieten. Toen Pietje opgezet en wel naar haar werd teruggebracht, bleek ze net als hij het tijdelijke voor het eeuwige te hebben verwisseld.

Kruidje-roer-mij-niet
Naarmate de dag vordert, druppelen steeds meer mensen de winkel binnen. Naast de populaire blauwe vlinders kopen klanten ook vleesetende planten en brengt een klein jongetje een sprinkhaan langs, die hij wil laten opprikken. Zijn moeder grapt macaber: ‘Als opa en oma straks dood zijn, kunnen we ze ook op laten zetten! Dan kunnen ze aan weerszijden van de haard blijven zitten.’ Drie mannen in pak bekijken bewonderend een levensgrote replica van een bruinvis en twee ongure types kopen een aantal planten. Een vrouw, die bij binnenkomst bijna struikelt over een opgezette struisvogel, is ontevreden over het functioneren van een kruidje-roer-mij-niet. De plant, die normaal in elkaar krimpt door een aanraking, geeft onder haar ruwe handen geen kik. Ze slaat er een paar keer op en constateert stellig dat ‘hij het niet doet’. Erwin slaat het geheel met de nodige relativering gade en beantwoordt steeds vergelijkbare vragen. Favoriet is de vraag of het siamese kalf echt is. ‘Jazeker, ik kreeg hem van een vriend die alleen de schedel wilde hebben.’ Onverstoorbaar gaat hij vervolgens verder met het prikken van vlinders in een nieuwe doos en hij prijst een aantal schedels. ‘Weet je wat dit is? Een klipdas. Hoe duur zullen we die eens maken?’ Even later besluit hij onder het genot van een sigaret een gaatje in de neus van de elandkop te gaan repareren. Een staalborstel blijkt niet afdoende en Erwin besluit er een hamer bij te pakken.
De webwinkel loopt erg goed, mede dankzij alle aankopen vanuit het buitenland. De hele dag door verpakt Erwin bestellingen en doet ze op de post. Zo pakt hij verschillende insecten in dozen en verstuurt hij een fossiel van een trilobiet samen met een haaienkaak. Ook heeft hij onlangs een glazen stolp naar Amerika verstuurd. Ondanks alle waarschuwingen van Erwin zette de Amerikaan de koop door en zoals te verwachten was kwam de stolp in stukken aan.

Kinderfeestjes
Erwin krijgt veel te maken met dode dieren, maar van gewetenswroeging heeft hij geen last. Naar zijn weten zijn de dieren die hij in zijn winkel heeft staan niet gedood om opgezet te worden. Toch stuit hij af en toe op onbegrip. ‘Sommige mensen begrijpen niet helemaal wat ik doe. Er belde een keer iemand die een uil wilde laten opzetten. Toen hij hem kwam brengen bleek de vogel nog te leven!’ Er zijn meer dingen waar Erwin zich niet mee wil bezig houden, zoals kinderfeestjes geven. Hoewel hij hier regelmatig aanvragen voor krijgt, heeft hij na een eenmalige poging in juni, besloten dat niet meer te doen. ‘Zie maar eens tien van die rondreddende blagen ervan te weerhouden je winkel te slopen.’ Tevreden steekt hij zijn volgende sigaret op. Met een grijns stelt hij: ‘Het is leuk en het verdient goed, waarom zou ik stoppen?’

Tekst: Marjam Bahari en Jozien Wijkhuijs
Illustratie: Madelon van der Avoort

Klik hier voor alle artikelen van de ANS van november 2010.