ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Een kwestie van imago

Een pedofiel, een moslimextremist en een gesloten hartafdeling van het aanverwante UMC St. Radboud: het College van Bestuur neemt snel haar maatregelen zodra het imago van de RU in het gedrang komt. Censuur en schorsing worden niet vermeden. In de naam van Radboud.

Tekst: Ruud Vos en Annemiek de Vries
Illustratie: Ruud Vos

‘Het imago van de Radboud Universiteit wordt bepaald door de kwaliteit van haar academisch onderwijs en haar onderzoek’, verklaart Willem Hooglugt, woordvoerder van de RU. Hij voegt eraan toe dat de tevredenheid van studenten medebepalend is. Onze universiteit is volgens Kennis in Kaart – een uitgave van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap – de beste van Nederland op het gebied van onderzoek. Bovendien studeren Nijmeegse studenten, op hun Maastrichtse equivalenten na, het snelst af. Toch is vrijwaring van publieke opinie en kritische pers niet te garanderen. Uit de afhandeling van de volgende gevoelige kwesties blijkt de RU zich daarvan maar al te goed bewust te zijn.

Pedostudent
Afgelopen juni werd Norbert de Jonge (28) op last van het College van Bestuur (CvB) de laan uit gestuurd. De voormalige student Orthopedagogiek maakt er namelijk geen geheim van seksuele gevoelens te koesteren voor minderjarige meisjes. Daarmee trad hij al enige tijd geleden in de publiciteit, onder andere bij Barend en Van Dorp, waar hij niet onder stoelen of banken stak student aan de RU te zijn. Op het moment van verwijdering had hij de functie van secretaris verworven van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid & Diversiteit (PNVD). Deze staat ook wel bekend als de pedopartij, aangezien de partij seks met kinderen vanaf twaalf jaar wil legaliseren. Op 4 september werd De Jonges nieuwe inschrijving bij de universiteit
niet gehonoreerd. De reden die het CvB geeft, is deze: als een pedofiele student zich bezighoudt met de behandeling van probleemkinderen, ontstaat er een inbreuk op het vertrouwensklimaat tussen kind en volwassene. De grond waarop de afwijzing heeft plaatsgevonden, is artikel 7.37 lid 6 in de Wet Hoger Onderwijs. Deze stelt dat een student mag worden geweigerd als de vrees bestaat dat hij afbreuk doet aan de eigen aard van de instelling. Wat dat betreft is de afwijzing rechtmatig, met de kanttekening dat ‘eigen aard’ een wel erg ruim en niet nader ingevuld begrip is. De belangrijkste vraag die echter rijst is of het CvB er niet een onderliggend motief op nahoudt: is het college wellicht bang dat de
universiteit zich met een pedofiel in zijn gelederen te veel negatieve publiciteit op de hals haalt?

Moslim en hartklachten
Niet alleen bij de affaire De Jonge is er sprake van een mogelijk dubbel motief. Toen Abdul-Jabbar van de Ven (29) op 23 november 2004 in Het Elfde Uur een gevoelige uitspraak deed door Geert Wilders dood te wensen, veroordeelde de RU de uitspraak onmiddellijk, ook al had die niets te maken met zijn studentschap. Na een gesprek met Van de Ven, die spijt betuigde over de volgens hem uitgelokte uitspraak, besloot het CvB toch dat hij zijn studie mocht afronden, mede omdat hij zich binnen zijn studie Arabische, Nieuwperzische en Turkse talen en culturen nooit propagandistisch had uitgelaten. Het CvB reageerde ook afgelopen juni direct, toen een premature versie van een artikel van Vox over de gesloten hartafdeling in het
UMC St. Radboud uitlekte. Slechts de patiëntenzorg, een interne kwestie van het ziekenhuis, werd erin besproken. Geen onderwerp voor een universiteitsblad, zo bepaalde het college. Hoofdredacteur Patricia Veldhuis werd vervolgens onderworpen aan een lange periode van voorleggen en daarna herschrijven van het artikel, tot er een versie uiteindelijk door het censuur van het CvB kwam.

Identiteitskwestie
De plotselinge verwijdering van een uitgesproken pedofiel, het nadrukkelijk afwijzen van de uitspraken van een extremistische moslim en het dik op de huid zitten van Vox laten dezelfde indruk achter: de RU springt zorgvuldig om met haar imago en zet haar schuwheid voor negatieve pers om in daden. In welke mate dit het geval is en waar de grens ligt, zijn lastige vragen. Zoals verwacht geeft Hooglugt geen antwoord op de vraag in hoeverre het risico op imagoschade door negatieve publiciteit meespeelt in de beslissingen van het CvB. Dr. Paul Nelissen, universitair hoofddocent Communicatiewetenschap, vindt dat de manier waarop de woordvoerder Hooglugt de pers te woord stond over de verwijdering van De Jonge ‘getuigt van openheid’. Naar aanleiding van de naamsverandering in 2004 heeft Nelissen twee jaar lang onderzoek gedaan naar de identiteit van de RU, en hoe die wordt gedragen door medewerkers. Het uitblijven van een reactie van het personeel van de RU op het verwijderen van de pedostudent ziet hij als een stilzwijgend instemmen met die beslissing. Daarmee is de kous nog niet af. ‘Het CvB moet wel in overleg gaan met universiteitsmedewerkers, het standpunt verdedigen en erover de discussie aangaan. De verwijdering van een student is moeilijk uit te leggen, dus moet het veelvuldig worden gedaan.’ Volstaat de reden die het universiteitsbestuur overigens wel, aangezien De Jonge aangeeft niet-praktiserend pedofiel te zijn en enkel zijn mening verkondigt? Een universiteit is immers een instituut waar het vrije denken wordt gestimuleerd, niet alleen een bedrijf dat een bepaalde hoeveelheid inkomsten moet binnenhalen. ‘It takes two to tango’, illustreert Nelissen. ‘Zulke vrijheid moet je niet alleen geven, maar ook nemen. In de wetenschappelijke wereld zijn er regels gesteld aan vrij denken, anders kan er geen vernieuwing plaatsvinden.’

Protectionisme
Het valt moeilijk aan te tonen hoe ver de RU wil en kan gaan om negatieve publiciteit te vermijden. De eerder genoemde maatregelen van het CvB hebben echter wel een duidelijke bijsmaak: het college heeft imagobescherming hoog in het vaandel. Veel kwaad lijkt deze factor vooralsnog niet aan te richten in het universiteitsbeleid, maar er moet voor worden gewaakt dat de academie niet verzeilt in een protectionistische inslag. Het verbod op masteradvertenties van andere universiteiten in bladen op de RU in 2004 en het op RadboudNet
- het interne netwerk van de universiteit – plaatsen van de online berichtgeving van Vox afgelopen collegejaar neigen daar bijvoorbeeld naar. Beperking van vrijheid van meningsuiting ligt op de loer wanneer eigenbelang de overhand neemt. Ter voorkoming van een te sterke zelfbescherming zouden de openheid en discussie over het beleid van het CvB, zoals Nelissen voorstelt, wellicht kunnen bijdragen.

Enquète
Of studenten zich bewust zijn van het spanningsveld tussen de universiteit als instituut voor vrij denken en als bedrijf, is nog maar de vraag. Uit een enquète van ANS onder Nijmeegse studenten blijkt namelijk dat het overgrote deel van de respondenten de universiteit vooral ziet als een opleidingsinstituut. Daarnaast is meer dan tweederde van de gevraagden het ermee eens dat Norbert de Jonge terecht is weggestuurd. Dat neemt niet weg dat veel studenten van mening zijn dat de universiteit een belangrijkere taak heeft aan het bevorderen van kritisch denken dan aan positief in het nieuws komen. Volgens Marieke van Haren (22), studente Cognitive Neuroscience, hoort leren kritisch te denken vanzelfsprekend bij een kwalitatief goede academische opleiding, en siert die kwaliteit van onderwijs en onderzoek op haar beurt een universiteit. Ze vindt het onzin dat de universiteit blijkbaar denkt dat zij verantwoordelijkheid moet nemen voor het doen en laten van haar studenten. ‘Je hebt toch recht op vrije meningsuiting? Dat je als student kunt zeggen en denken wat je wilt, heeft weinig te maken met waar je studeert. Wat één persoon vindt, zegt weinig over de kwaliteiten van een universiteit.’ Toch vindt ze het wel terecht dat Norbert de Jonge niet langer welkom is bij zijn opleiding, maar niet omdat hij zijn mening verkondigt in de media of om zijn lidmaatschap van de PNVD. ‘Een pedofiel die je naar scholen stuurt om met kinderen te werken, is erg gevaarlijk. Ook al zegt hij dat hij geen praktiserende pedofiel is. Het is mogelijk dat hij dit ooit wordt, de RU moet dat risico niet nemen.’