Het issue: Hoe groot is het gat op rechts?
In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand:
Hoe groot is het ‘gat op rechts’?
Tekst: Roel Neijts en Pepijn Reeser
Illustratie: Nienke Oldenhuis
Geert Wilders cum suis van de Partij voor de Vrijheid rekenen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november aanstaande op tien kamerzetels. Hilbrand Nawijn hoopt met zijn Partij voor Nederland op hetzelfde aantal. De LPF maakt een doorstart onder de naam ‘Fortuyn’ en hoopt haar zeven pluche zetels te behouden; Pastors en Eerdmans denken met hun EénNL vijftien volksvertegenwoordigers te leveren. Als hun verwachtingen uitkomen, krijgen de nieuwe rechtse partijen samen meer dan veertig zetels. In opiniepeilingen worden de erfgenamen van Pim Fortuyn echter slechts enkele zetels toebedeeld.
De overeenkomst tussen de genoemde partijen is de nadruk op de thema’s veiligheid en integratie. De snelle opkomst van Fortuyn in 2002 toonde aan dat deze onderwerpen sterk leefden onder de Nederlandse bevolking. Of dat ook anno 2006 nog het geval is, valt te bezien. Bestaat er nog wel electorale ruimte rechts van de VVD? Vier experts geven hun mening.
Marco Pastors
Partijleider EénNL
‘Het zogeheten gat op rechts was er al vele jaren voordat Pim Fortuyn in beeld kwam. Destijds was er alleen niemand om het te benutten. Zowel de politiek als de media zijn jarenlang ‘gatblind’ geweest. Fortuyn was voor het volk de ideale man om die ruimte te vullen, wat ook gebeurde met 26 zetels in 2002. Gebaseerd op opiniepeilingen kan een zwartkijker zeggen dat de electorale ruimte rechts van de VVD nu een grootte heeft van slechts vijf zetels, maar daar ben ik het niet mee eens. In Rotterdam hebben wij tenslotte met Leefbaar Rotterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen maart 30 procent van de stemmen gehaald. Omgerekend naar de landelijke politiek zijn dat bijna vijftig zetels.
‘EénNL selecteert de belangrijkste problemen in de samenleving en bedenkt daarvoor de meest effectieve oplossingen. Onze vijf speerpunten zijn sociale zekerheid, veiligheid, onderwijs, bureaucratie en integratie. De winst voor EénNL komt niet alleen uit de ruimte rechts van de VVD, maar ook uit de achterban van het CDA, de SP, de VVD en vast ook van de PvdA. Onze partij wil ik daarom niet rechts noemen. Is het rechts om bijvoorbeeld mensen met een uitkering aan een baan te helpen of voorstander te zijn van kleine scholen?
‘Journalisten laten zich aanpraten dat een gefragmenteerd rechts geen sterke positie kan innemen. Die fragmentatie is echter niet relevant. De kiezer bepaalt wie de zetels krijgt. Als een van de kleine rechtse partijen – Partij voor Nederland, Partij voor de Vrijheid of EénNL – goed campagne voert, kunnen daar zomaar veel stemmen naartoe gaan. En wie hoor je over fragmentatie op links met SP, GroenLinks en PvdA?’
Peter Kanne
Opiniepeiler bij TNS NIPO
‘Je zou kunnen zeggen: daar waar een gat is, hebben anderen iets laten liggen. In dit geval zijn er tijdens de paarse regeerperiode drie oorzaken ontstaan die voor deze electorale ruimte hebben gezorgd. Ten eerste is in de jaren negentig het politieke landschap in Nederland gedepolariseerd. Verschillen tussen links en rechts waren nauwelijks nog zichtbaar. Daarnaast heeft de immigratieproblematiek toentertijd nooit de politieke agenda bereikt, een grote fout van vooral de PvdA. Een belangrijk deel van hun kiezers woont immers in een volkswijk, temidden van de allochtonen en de problemen. Ten slotte heeft de overheid destijds op vele fronten gefaald: de politiek was dichtgeslibd door een te grote bureaucratie. Het welvarende Nederland voorzag niet adequaat in de eerste levensbehoeften van haar inwoners: er waren wachtlijsten voor ziekenhuizen en kinderopvang. Pim Fortuyn signaleerde deze drie problemen en won er 26 zetels mee.
‘Er is nog steeds een goede voedingsbodem voor populistische partijen op rechts: het aantal potentiële kiezers ligt tussen de 15 en 20 procent van het totale electoraat, zo blijkt uit peilingen van TNS NIPO. Dit reservoir bestaat vooral uit het kansarme gedeelte van de bevolking. Een voedingsbodem wil echter niet zeggen dat er daadwerkelijk wordt gestemd. De interesses van deze groep zijn verschoven: de eigen portemonnee lijkt nu de prioriteit te hebben boven onderwerpen als veiligheid en immigratiebeleid. Deze onderwerpen zijn al aangepakt: het aantal asielzoekers is geslonken, er zijn strengere regels gekomen voor immigranten en inburgeringcursussen zorgen voor betere integratie.
‘Koopkrachtontwikkeling is nu belangrijker dan immigratiepolitiek. Naarmate de interesse in immigratiebeleid vermindert, gaat het minder met een partij als die van Geert Wilders, die dit onderwerp hoog op de agenda heeft staan. Wilders is rechts, ook in zijn sociaal-economisch beleid en zijn opvattingen over de verzorgingsstaat. Daardoor is hij voor mensen met een laag inkomen nadeliger dan bijvoorbeeld de SP. Net als Fortuyn geeft Wilders een tegengeluid. Dit soort populistische bewegingen heeft een achterban die gevoelig is voor protest en niet altijd naar de stembus gaat. De SP is momenteel voordeliger voor deze bevolkingsgroep; die partij staat niet voor niets hoog in de peilingen.’
Prof. dr. Carla van Baalen
Directeur Centrum voor Parlementaire Geschiedenis
‘Het ‘gat op rechts’ is een te globale omschrijving omdat het electoraat altijd in beweging is. Er zijn in het verleden vaker succesvolle rechtse partijen geweest. De huidige rechtse partijen zijn wellicht te vergelijken met de Boerenpartij van boer Koekoek, die bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1967 dankzij sterke ‘recht door zee’ opvattingen zeven zetels kreeg. De fractie viel snel uit elkaar door onderlinge twisten en de manier van politiek bedrijven: het was duidelijk een protestpartij, net zoals de huidige rechtse partijen. Uit protestpartijen komt uiteindelijk geen grote partij voort.
‘Stel dat het waar is dat veel mensen rechtser zijn dan de VVD, dan zorgt de versnippering van de huidige rechtse partijen ervoor dat er sprake is van een gemiste kans. Het is een teken van zwakte dat ze elk met een eigen lijstje zijn gekomen, op deze manier wordt het natuurlijk niets. Als daarentegen veel bekende namen samen een partij vormen, met een duidelijk conservatief profiel en een goed programma, heeft het initiatief wellicht perspectief. Immigratie en integratie blijven belangrijke onderwerpen.
‘Toch blijft het de vraag of een partij aan de rechterkant van het politieke spectrum levensvatbaar is in Nederland. Conservatisme komt hier nauwelijks van de grond. De politiek wordt gedomineerd door socialisten, liberalen en christen-democraten. De huidige rechtse partijen zullen daar, zeker zolang ze geen eenheid vormen, geen reële bedreiging voor vormen.’
Tim Lamers (22)
Vijfdejaars student Politicologie
‘Het gat op rechts bestaat niet. Politiek rechts bestaat in verschillende smaken. Het conservatieve rechts wordt in Nederland vertegenwoordigd door het CDA, terwijl kiezers die rechts zijn, omdat ze op sociaal-economisch gebied liberaal zijn terecht komen bij de VVD. In 2002 bestond ‘rechts’ uit veel kiezers die hun keuze uit onvrede bepaalden. Dat deel van het electoraat komt momenteel echter voor een deel bij de SP uit, omdat veiligheid en immigratie niet langer de belangrijkste thema’s zijn. Er is geen ruimte op ‘rechts’ omdat alle verschillende soorten rechts al gedekt worden door bestaande partijen.
‘De VVD heeft momenteel twee verschillende persoonlijkheden binnen haar gelederen. Mark Rutte vertegenwoordigt de economische liberale stroming en Rita Verdonk juist de repressieve politiek, die nadruk legt op integratie. Daardoor omvat deze partij een heel breed deel van het politieke speelveld. Kiezers van verschillend pluimage kunnen bij deze partij terecht. Overigens zal de VVD hiermee niet heel groot worden, omdat een groot deel potentiële VVD-stemmers die het liefst een kabinet van VVD en CDA zien, strategisch op de christen-democraten zullen stemmen.
‘Het is opmerkelijk hoe de opkomst van Fortuyn in een paar jaar is vertekend. Zijn erfgenamen zien hem als de man van veiligheid en integratie. Dat terugdringen van bureaucratie, hervorming van de gezondheidszorg en bestrijden van achterkamertjespolitiek ook hoog op zijn agenda stonden, wordt door fortuynisten meestal buiten beschouwing gelaten. Deze onderwerpen zijn ondertussen overgenomen door de gevestigde partijen, terwijl de nieuwe rechtse partijen amper te zien zijn bij debatten over vergrijzing of het sociaal-economische beleid. Dit zijn bij de komende verkiezingen de belangrijkste thema’s. Hierdoor kunnen de nieuwe rechtse partijen niet de aantrekkingskracht ontwikkelen die Fortuyn had. Zijn kiezers zijn inmiddels verspreid over de bestaande partijen, zonder een ‘gat op rechts’ achter te laten.’






