Het Laatste Oordeel
Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.
Tekst: Zef Faassen
Foto: Jos Janssen, Malden
College:
Hindoeïsme, Faculteit der Religiewetenschappen. Woensdag 13 september, 17.45 – 19.25 uur, E 2.50
Docent:
Dr. P.J.C.L. van der Velde
Uitstraling:
Lieve monnik in kekke Hawaïblouse, met een vleugje zen
Stopwoordje:
Ehm, ja, ehm.. ja
Inhoud:
Potpourri van linguïstische, humanistische, antropologische en religieuze beschouwingen
Publiek:
Vlijtige antropologen van verschillende generaties, met liefde voor de mens
Eindcijfer:
8
‘In de wereld gaan dingen mis, dat hoort nou eenmaal zo.’ Met deze woorden verontschuldigt dr. Paul van der Velde zich voor een fout in de reader. Hij weet de aandacht te verleggen door de studenten te wijzen op een indrukwekkende documentaire in LUX, Lost Children. Een boek met foto’s van de film wordt rondgegeven en de zaal bladert het geïnteresseerd door.
Dit zijn de eerste minuten van het college Hindoeïsme, gegeven aan de splinternieuwe Faculteit der Religiewetenschappen. Ongeveer vijftig studenten zitten verspreid door de ruimte die uitzicht biedt op het sportcentrum. De rustige stem van Van der Velde vindt zijn weerklank in de zaal, waar een ontspannen sfeer heerst. Aangezien dit pas het tweede college van de reeks is, wordt begonnen met een uiteenzetting over de oorsprong van het hindoeïsme. ‘Let wel’, laat de hindoekenner ons weten, ‘deels is de kennis die we over dit onderwerp bezitten gebaseerd op archeologisch en linguïstisch onderzoek, het grootste gedeelte bestaat echter uit giswerk en interpretatie.’
Met deze notie in het achterhoofd volgen de studenten Van der Veldes relaas. Het hindoeïsme vindt haar oorsprong in vier oude bevolkingsgroepen uit India, die vervolgens worden getypeerd en ontleed. Welke gewoonten kenden zij, was er een schrift en wat is de relatie met het hedendaagse hindoeïsme? Namen en gebruiken van talloze bevolkingsgroepen vliegen de studenten om de oren waardoor het geheel vrij onoverzichtelijk wordt. Het komt de aantrekkelijkheid van de verhandeling niet ten goede, maar de studenten blijven een en al oor. Halverwege het eerste deel van het college wordt duidelijk waarom. Met talloze verhalen, uitstapjes, grappige anekdotes en meegenomen kunstvoorwerpen weet de religiewetenschapper de vreemde culturen het lokaal binnen te halen. Van der Velde vertelt: ‘Een jongen leende zijn zonnebril uit aan een lid van een inheemse stam, maar kreeg hem vervolgens niet terug omdat het fenomeen ‘lenen’ daar simpelweg niet bekend was.’
De vele voorbeelden zijn typerend voor de stijl van Van der Velde. Hij probeert in alles zijn enthousiasme en interesse op de student over te brengen, wat lukt. De studenten leven op bij het zoveelste jungleverhaal van hun meester, die zelfs het zingen van een inheemse hymne niet schuwt. Nu en dan draaft hij door in zijn visualiserende vertellingen, maar gelukkig heeft hij dat zelf in de gaten. ‘We moeten door, maar ik zou hier wel 26 colleges mee kunnen vullen.’ Om vervolgens toch nog een anekdote op te werpen.
Aan het eind van het college geeft Van der Velde blijk van een gedegen kennis van vreemde talen en ontleedt hij enkele woorden uit het Tamil, een Indiase taal. ‘Taalkundig is dit écht leuk’, wat door de tegenstrijdigheid van die opmerking onverwachts gelach tot gevolg heeft. Zijn bevlogenheid is aanstekelijk, geeft het college kleur en wordt het beste gekenschetst door een vers uit het inmiddels bij de docent aangekomen filmboek: ‘Voor mij is geven als een rivier, soms staat het peil laag, maar het zal altijd blijft stromen.’
Het Laatste Oordeel der Studenten
De studenten zijn het met elkaar eens. Paul van der Velde is een bijzondere man met ‘hart voor het vak’. Ook roemen ze zijn verhalen, deskundigheid en avontuurlijke manier van vertellen. Een kritische noot is nauwelijks hoorbaar, zij het dat een enkeling wel wat meer interactie met de docent zou willen. ‘En ja, hij dwaalt soms wel erg ver af, maar dat is niet problematisch’, aldus een studente. Op de vraag de docent te typeren, antwoordt een ander: ‘Ehm, Paul van der Velde’.






