De Nieuwe Stad
Kevin is een hosselaar. Voor Kevin kan het niet hard genoeg gaan. Hij is het type dat liever harder remt, dan rustiger rijdt en er hangt elke week iets nieuws te bungelen aan zijn achteruitkijkspiegel. Zijn auto is
altijd gepoetst en de achterbak is altijd vol.
Alleen een stad kan mensen als Kevin voortbrengen: de ene week oogst hij toppen in een kelder van iemand die hij ‘via via’ kent en de andere week staat hij ramen te lappen in een vinexwijk aan de stadrand.
Mensen als Kevin hebben het nooit over hun baan, maar over ‘klusjes’. De hosselaars zijn de klusjesmannen van de onderbuik.
Ik leerde hem kennen op een feest in een pand dat kort voor de afbraak stond. Zijn type floreert daar, want ze hebben altijd wel iets te verkopen. Een week later rende hij me tegemoet in de Molenstraat en
drukte hij me een pakketje in de hand. Terwijl hij de ene hoek om ging, renden twee agenten langs mij heen, de andere hoek om.
De avond daarna stond hij aan mijn deur. Hij had me ‘via via’ gevonden. En of ik zijn pakketje nog had. Hij vertelde me zo ongeveer alles over zichzelf, behalve zijn achternaam. Hij was een stereotype zoals ze
eigenlijk alleen in beleidsplannen bestaan. Hij kende zijn vader niet en was als kind tot laat in de avond met een bal op straat te vinden. Op zijn veertiende stal hij scooters en op zijn zestiende kreeg hij een
auto van zijn ‘neef’ en was ‘het grote overleven’ begonnen. Op zijn achttiende haalde hij voor de vorm zijn rijbewijs, het enige examen waar hij ooit voor geslaagd was. Hij kent de straten van deze stad als geen ander.
Hosselaars zijn altijd onderweg, maar nooit te beroerd om een praatje te maken. Ze hebben lijntjes door de hele stad lopen. In hun ‘via via’-wereld is ‘familie’ een rekbaar begrip en een auto een basisbehoefte. Kevin heeft mij door drie verhuizingen heen weten te vinden. Hij zelf woont voor zover ik weet nergens, maar heeft vast hier en daar een ‘adresje’, waar hij zo af en toe thuiskomt, douchet en bijslaapt. Hij heeft meer opladers voor zijn telefoon dan sommigen van ons onderbroeken hebben en weet alles overal vandaan te halen. Deze stad is een beetje als zijn winkel, die hij elke dag weer opnieuw opengooit voor nieuwe klanten, nieuwe handel, oude routines. Kevin is een hosselaar en ik mag hem wel.
Klik hier voor alle artikelen van ANS oktober 2009.




