Het Laatste Oordeel: dr. Jose Sanders
Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.
college:
Journalistieke tekst en genre,
dinsdag 8 september, 10.45-12.30, E2.55
docent:
Dr. José Sanders
uitstraling:
Tengere schooljuffrouw, chaotisch als de lay-out van De Telegraaf
publiek:
Bedeesde, leergierige Kuifjes in wording
inhoud:
Overdreven gedetailleerde analyses van nieuwsberichten
eindcijfer:
6
De degelijke vrouw met opgestoken haar en een streng brilletje maakt direct bij aanvang van het college duidelijk wie de baas is. Met een commanderende klop op tafel beveelt Sanders de studenten vooraan te komen zitten. De cursus, onderdeel van de nieuwe master Bedrijfsjournalistiek, start met een korte inleiding over journalistieke genres. Discussiërend over het feit dat kranten een steeds lagere oplage hebben, denkt een student een slimme opmerking te maken: ‘Misschien komt dat doordat mensen ’s ochtends vaak even het nieuws op televisie of internet checken in plaats van de krant te lezen.’ Sanders antwoordt droogjes: ‘Daarom hebben ze ook avondkranten uitgevonden, dan ben je al een beetje wakker!’
Simpele PowerPoint-slides illustreren het verschil tussen de verschillende journalistieke genres. Aansluitend poogt de docent met een schets bestaande uit een paar strepen, pijlen en poppetjes het begrip grounding uit te leggen. Als toelichting kruipt Sanders vol overtuiging in de huid van een razende reporter: ‘Kijk, ik was hier bij mevrouw X en meneer Y. Vervolgens ging ik naar mevrouw Z om rond te vragen.’ Hoewel de studenten de kinderlijke tekening fanatiek overnemen, blijven ze verdwaasd kijken. Sanders slaat de plank dan ook volledig mis met deze vage uitleg.
Na een korte pauze presenteren drie studenten hun interpretatie van een gezamenlijke opdracht. De taak was het zin voor zin analyseren van een nieuwsbericht over de ‘uiterst treurige’ zaak van misdaadslachtoffer Romy van Buuren op basis van events en states. Omdat de moord op drie verschillende momenten wordt genoemd, ontstaat er een discussie. Romy kan immers maar één keer dood gaan. Sanders reageert diplomatiek: ‘Jullie hebben allemaal een beetje gelijk.’ Haar advies is om persoonsvormen als handvat te gebruiken en zo iedere deelzin te ontleden. ‘Voelen jullie dat we een hoop grammatica gaan doen? Heerlijk hè?’ Dan heeft Sanders in de gaten dat ze de presentatie geheel overneemt: ‘Ik geef het woord weer aan jullie.’ Nog geen twee seconden later schiet ze naar haar tafel om een map te pakken die ze vervolgens met veel lawaai op de grond laat vallen.
De studenten worden rumoerig door de chaos van Sanders. Ze doorbreekt het geroezemoes door nog eens kort samen te vatten dat het analyseren van nieuwsberichten een ‘heel gepeuter’ is. Ze probeert te bereiken dat men snapt hoe complex een zin kan zijn. ‘Hebben jullie nog opmerkingen, vragen, woede over dit gedoe? Nee? Goh, ik ben moe. Jongens, ik houd er mee op!’
Het Laatste Oordeel der Studenten
De studenten zijn vol lof over het enthousiasme van Sanders. De voorkennis van de aanstormende journalisten varieert sterk. Hoewel er genoeg ruimte is voor vragen, raast de docent als een bezetene door de stof. Dit vraagt om de nodige voorbereiding en inzet. Op de achtergrond slaakt Sanders plotseling en zonder reden een gil. Volgens een kritische student past dit gedrag precies in het plaatje van Sanders’ chaotische stijl van lesgeven. Een enkeling noemt haar opdrachten nutteloos. Gepuzzel met de grammatica van journalistieke teksten is kennelijk een hobby voor vreemde vogels.
Tekst: Ateke Willemse en Eva-Marijn de Vries
Foto: Klaas van der Pijl
Klik hier voor alle artikelen van ANS oktober 2009.






