ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het licht gezien

Wonen in Hatert, de Amerikaanse biblebelt of een warm gevoel in je onderbuik: voor sommige studenten kan dit leiden tot goddelijke inzichten. Wat bezielt bekeerde academici in godsnaam? ‘Allah zet ons niet enkel op de aarde om van hem te houden.’

Het studentenleven is een goddeloos bestaan: zuipen tot je erbij neervalt, iedere week met een ander het bed induiken en vloeken bij het zien van de laatste ondermaatse studieprestaties. Het kan ook anders. Bij sommigen zijn de christelijke waarden er met de paapse paplepel ingegoten en wordt de moraal ook tijdens de studententijd braaf nageleefd. Anderen eten hun hele leven geen varkensvlees en hebben te allen tijde hun kompas naar het Oosten gericht, naar goed voorbeeld van hun islamitische ouders.
Maar waarom zou iemand uit vrije wil kiezen voor een voorlopig seksloos bestaan, wekelijks voor dag en dauw opstaan om psalmen aan te horen of op een kleedje te knielen voor Allah? ANS sprak met studenten die zich bewust hebben bekeerd. Hoe ervaren zij hun studententijd onder het alziend oog van de Heer? ‘Ik voelde het heel diep in mijn hart en dacht: dit is God.’

‘It all makes sense’
Aanvankelijk wist ze niet eens dat in Nederland nog actief belijdende christenen bestonden. In Villa van Schaeck, waar de Nijmeegse Studentenvereniging Navigators is gehuisvest, vertelt Renate Moelands (21) hoe ze met het geloof in aanraking kwam. Tijdens haar middelbare schooltijd vertrok de derdejaars studente Engelse Taal en Cultuur naar de Verenigde Staten om daar een jaar high school te volgen. Hier kwam ze in een streng protestants gezin terecht, dat de eis stelde iedere zondag mee te gaan naar de kerk. ‘Ik vond het maar een raar stelletje mensen’, vertelt Renate. ‘Ze dansten en zongen expressief en uitbundig, en waren erg conservatief.’ Haar gastmoeder was resoluut: ‘Als je niet gelooft, ga je naar de hel.’ Deze zienswijze was zo radicaal, dat Renate zich ertegen afzette.
Op school zag ze een andere kant van religie. ‘Mijn vriendengroep bestond uit ontzettend leuke, inspirerende mensen, die óók geloofden. Hun levenswijze was voor mij een openbaring.’ Renate besloot mee te gaan naar de jeugddiensten en ‘langzaam maar zeker vielen de stukjes op hun plek’. ‘Ik dacht: “Dit past bij mij, bij mijn leven. Dit is wat ik altijd heb gezocht.” Toen heb ik me laten dopen.’ Haar ouders – die bewust van het geloof waren afgestapt – reageerden verbaasd, maar respecteerden de keuze.
Nu, vijf jaar later, speelt de Heer een belangrijke rol in haar universitaire leven. ‘Ik heb altijd veel stress door tentamens. Met God kan ik dat relativeren: uiteindelijk leef ik voor Hem, en niet voor mijn studie. Ik zou het leuk vinden dingen voor het koninkrijk van God te kunnen doen.’
Over twistpunten als seks en abortus heeft ze geen duidelijke mening. ‘Mijn ouders hebben me altijd vrij gelaten. Sommige christelijke standpunten stroken niet met hoe ik ben opgevoed en hoe ik me voel.’ Ze twijfelt en begint zachter te praten. ‘Studenten gaan snel met anderen naar bed. Ik ben het er niet helemaal mee eens, maar…’ Ze zwijgt even. ‘Ja meid, denk ik dan, let een beetje op jezelf.’

De omarming van vader
Bij Michel van de Riet (20), Communicatiestudent aan de HAN, was er sprake van een plotseling inzicht. Hij werd uitgenodigd te helpen bij de opbouw van een kerk. Meer uit gezelligheid dan op godsdienstige gronden stemde hij in. Tijdens het avondmaal een aantal weken later ondervond Michel een religieuze ervaring. ‘Dit was het eerste moment waarop ik God ervoer. Hij sprak tegen me, niet zozeer een stem, maar ik voelde Hem heel diep in mijn hart. Hij liet me zien dat Hij een ander, beter leven voor me had. Ik barstte in tranen uit, zo geweldig was het.’
De Heer werkt door in alles, aldus Michel. Opeens geeft zijn vader hem een knuffel, vindt hij een goedkope kamer en is hij slechts eenmaal beboet voor het rijden zonder licht. ‘Het leven is zoveel makkelijker wanneer je Hem kent die het leven heeft gecreëerd.’

Lastig vindt hij het niet om de christelijke waarden na te leven in een studentenstad. ‘Je kan het jezelf zo moeilijk maken als je wilt. Dronken worden zie ik als mijn eigen verantwoordelijkheid, God zal heus geen “foei” roepen.’ Ook met seksuele onthouding heeft hij geen problemen. ‘In het begin worstelde ik er wel mee, maar ik heb nu al drie jaar geen seks meer.’ Vervolgens begint Michel te brabbelen. ‘Nou, ja, geen seks? Het ligt eraan hoe je het noemt. Maar je zou kunnen zeggen van niet.’
Waar Renate de behoefte voelt om voor God te leven, zegt Michel: ‘Ik doe het voor de mensen. Ik toon mijn liefde voor God in de vorm van naastenliefde. Jezus zegt het ook: “Het gaat niet om het lijden, maar om het dienen.”’

‘Dan gaat het varken eraan’
Ismaïl (32) – die verder anoniem wil blijven – heeft een pesthekel aan het ‘hele makkelijke christendom’ dat hij vroeger fanatiek aanhing. ‘God zet ons toch niet neer op aarde om maar een beetje van hem te houden zonder dat in daden om te zetten? Hij wil meer dan dat.’ Hiermee verloochent Ismaïl wel zijn eerdere intenties: oorspronkelijk was de student van plan na zijn middelbare schooltijd de priesteropleiding te gaan volgen.
Inmiddels is hij belijdend moslim, vertelt hij onsamenhangend en met een Limburgs accent. Dit accent is het enige dat zijn Nederlandse afkomst verraadt. Zijn donkere huidskleur, taqiyat – een traditioneel moslimmutsje – en haarfijn bijgehouden baardje zijn meer in overeenstemming met zijn nieuwe geloof. De omschakeling van christendom naar islam voltrok zich in vier jaar. Eén moment springt er voor Ismaïl uit: ‘Als misdienaar was ik aan het vasten en stond naast de pastoor in de kerk. Toen hij mij de heilige hostie toereikte, dacht ik opeens: “Waarom doe ik dit? Ik geloof helemaal niet dat dit het lichaam van Christus is.” Daarna
ben ik slechts een enkele keer teruggekeerd.’
Toen Ismaïl in Hatert kwam wonen zag hij een kant van moslims die in niets leek op het beeld dat hij door de media had gevormd. ‘Ze zijn hier veel gemoedelijker en minder gewelddadig dan de televisie doet voorkomen.’ Vanaf dat moment ging hij zich verdiepen in de islam, eerst zonder in contact te komen met moslims. Nu is hij veel in de moskee te vinden en bestaat zijn vriendenkring vrijwel uitsluitend uit moslims.
‘Ik denk weleens dat het goed is dat ik met studenten in een huis woon en zo contact heb met de buitenwereld. Soms is het ook lastig met goddeloze studenten samen te wonen. We hebben verschillende glazen; in die van mij mag geen alcohol komen. Ook probeer ik uit een andere pan te eten, anders heeft er misschien varkensvlees in gezeten.’ Buitenshuis moet hij als moslim bepaalde handelingen verrichten om rein te blijven, vertelt Ismaïl. ‘Voor het wassen op een openbaar toilet moet ik bijvoorbeeld met kunst- en vliegwerk in verschillende bakjes mezelf reinigen. Wanneer een ruimte leeg is, moet ik toch groeten. Er zouden engelen aanwezig kunnen zijn. Verder probeer ik altijd met mijn rechtervoet een kamer te betreden.’
De regels van de islam moeten worden gehandhaafd zolang dat mogelijk is, aldus de moslim. Hij gebruikt de analogie van een onbewoond eiland en maakt meteen een sneer naar het jodendom: ‘Als je op een eiland zit met een varken en je vergaat van de honger, zou een jood zeggen: “Ik ga nog liever dood dan dat ik dat beest opeet.” Wij zeggen: “Als de honger zo dringend wordt en er verschijnt geen schip aan de horizon, gaat het varken eraan.”’ Hij vervolgt bloedserieus: ‘Op het moment dat mijn seksuele drift zo groot wordt dat ik iemand op straat wil verkrachten, kan ik mezelf beter een handje helpen.’

Tekst: Ceciele Luijenburg en Timo Pisart
Illustratie: Loes van Woezik

Klik hier voor alle artikelen van ANS oktober 2009.

  • Pingback: Het licht gezien (2) | ANS-Online

  • Daniel

    ‘Ik zou het leuk vinden dingen voor het koninkrijk van God te kunnen doen.’

    Ik weet niet waarom, maar ik vond deze uitspraak vrij hilarisch