Razende Ronnie

Gaatjesvullers: de campusmachinist

Dagelijks wordt de campus opgeschrikt door het gedender van de afvaltrein. Welke meedogenloze machinist bestuurt deze beruchte locomotief? ANS spoorde Ronnie op, checkte in en treinde met hem mee.

Tekst: Pim ten Broeke
Foto’s: Bas van Woerkum

Je zit onderuitgezakt in een zaaltje in de Thomas van Aquinostraat en kijkt loom om je heen naar gapende medestudenten. Plotseling doet een oorverdovend lawaai de zaal opschieten uit de klapstoeltje. Je kijkt om je heen en terwijl je probeert te doorgronden wat er gaande is, neem je de schade op: omgevallen studenten, gesneuvelde laptops en een met koffiebekertjes bezaaide vloer. Na een halve minuut breekt de hel weer los en rijdt Razende Ronnie, de Campusmachinist, naar zijn volgende station. De beduusde docent kan na dit intermezzo het college vervolgen. Althans, tot de volgende drie keer dat de trein die dag voorbij komt rijden.

RonnieKarretje

Sinds 15 jaar haalt Ronnie als bestuurder van de vuilnistrein dagelijks tussen de 2 en 2.5 ton afval op. Ondertussen probeert hij studenten en andere gevaren te ontwijken. Wie is de man die je dagelijks het apelazarus laat schrikken?

Wat doe je zoal als Campusmachinist?
‘Ik rijd elke ochtend van zeven tot elf uur in mijn karretje een vaste route vanaf het Bestuursgebouw naar het Gymnasion. Onderweg kar ik de kelders in om de volle afvalcontainers om te wisselen. RonnieDenktAls ik drie volle containers heb verzameld, breng ik die naar de hoofdpers onder de Refter.

Zodra ik klaar ben, stal ik de trein in de parkeergarage onder het Spinozagebouw. Ik beheer die garage en verricht daar ook onderhoud aan de trein. Daarnaast doe ik vloeronderhoud en verricht ik schoonmaakklussen op de campus.’

Wat vind je het mooiste aan je werk?
‘Het besturen van mijn trein vind ik het allermooist. Het maken van lastige manoeuvres, vooral het slalommen tussen de rolcontainers onder de Refter, vind ik leuk. Het sturen met vier containers achter de trein kan lastig zijn, maar ik heb nog nooit schade gereden met mijn karretje. Bij de NS werken wil ik niet, want daar hoef je niet te sturen.

'Vooral het slalommen tussen de rolcontainers onder de Refter, vind ik leuk.'

‘Daarnaast vind ik de vrijheid van het buiten werken heel mooi. Als ik een bak koffie moet pakken dan rijd ik even door TvA heen en drink ik mijn koffie onderweg op. Ook een sigaretje roken doe ik in mijn karretje. Stel dat ik mijn baan zou verliezen, dan zou je mij nooit in een fabriek kunnen plaatsen; ik wil gewoon vrij en in de openlucht zijn.’

Welke bijzondere dingen maak je mee onderweg?
‘Ik ken heel veel mensen op de campus. Ik denk dat ik wel honderd keer per dag mijn hand naar iemand opsteek. Omdat veel mensen mij kennen, ouwehoer ik ook wel eens met hen. Zo komt er wel eens iemand bij me achterop zitten, die de straat doormoet. Van mij mag dat wel, want zo hard rijdt mijn treintje niet. Hij gaat maximaal 15 kilometer per uur.

'Zo komt er wel eens iemand bij me achterop zitten, die de straat doormoet.'

‘Ik kom ook vreemde dingen tegen tussen het afval; ik heb bijvoorbeeld een keer een televisie voorbij zien komen. Ook als klusjesman maak ik de gekste dingen mee. Geregeld geeft iemand over in een collegezaal en dan rijd ik daar even langs om het op te ruimen. RonnieGebaartIk heb ook wel eens een telefoontje gehad met “Hee Ron, je moet even naar Spinoza komen, want daar ligt een drol en die ligt niet op de goede plek”. Die drol lag toen in de lift: dat soort shitklusjes bedoel ik, haha.’

Heb je wel eens iemand aangereden?
‘Als campusmachinist moet je altijd goed opletten, want je hebt met onoplettende studenten te maken. Ik kom aangereden met meer herrie dan een NS-trein, maar alsnog horen ze het niet. Ze hebben koptelefoontjes op of zitten op hun telefoon. Dan moet ik goed opletten, want ze kunnen ineens naar links uitwijken. Je moet ze er niet onder hebben, want zo’n karretje weegt 1200 kilo. Ik heb daarom een toeter op de trein. Af en toe gebruik ik die en dan horen ze me wel.’

 

Pim ten Broeke
‘De dood is geen vrolijk onderwerp'

Gaatjesvullers: de preparateur

IMG 1523ANS gaat op zoek naar de gezichten achter de RU en geeft een kijkje in de keuken. Deze keer: Dionne Christiaans, onderwijs- en onderzoeksassistent en preparateur van stoffelijke overschotten (overleden personen) in het Radboudumc.

Tekst: Pim ten Broeke
Foto’s: Tim Hebbink

Wat houdt uw werk precies in?
‘Ik prepareer stoffelijke overschotten die eigendom zijn van het Radboudumc. Op het moment dat een overschot binnenkomt, zie ik het niet meer als lichaam, maar als materiaal waar ik mee werk. Ik bekijk de conditie ervan en ontdoe het van kleding en haren. Vervolgens balsem ik het met formaldehyde of vries ik het in. In een later stadium kan ik het nog plastineren. Bij plastinatie wordt het water in het stoffelijk overschot vervangen door siliconen, waardoor het onbeperkt bewaard kan worden.’

Waar worden de preparaten voor gebruikt?
‘De overschotten worden vooral gebruikt voor onderwijs en onderzoek. De hersenen worden bijvoorbeeld uit het overschot verwijderd voor deze doelen. Heel uitzonderlijke gevallen komen in ons anatomisch museum terecht.’

IMG 1530Hoe komt u aan de lichamen?
‘Tijdens hun leven kunnen mensen aangeven dat ze hun lichaam beschikbaar willen stellen aan de wetenschap. Als iemand overleden is en het lichaam aan ons beschikbaar heeft gesteld, arriveert het stoffelijk overschot binnen 24 uur bij het Radboudumc. Wij hebben alleen lichamen van mensen van minimaal zestig jaar oud, omdat we vinden dat organen onder die leeftijd beter kunnen worden gedoneerd. We krijgen nu gemiddeld 100 lichamen per jaar binnen.

Wat vindt u het mooie aan uw baan?
‘De dood is geen vrolijk onderwerp, maar voor de wetenschap en voor studenten levert het een positieve bijdrage. Ik vind het menselijk lichaam heel mooi en het is elke keer een uitdaging om zo optimaal mogelijk een stoffelijk overschot te prepareren. Een keer was het erg lastig om een hart met aorta en middenrif in de juiste positie en vorm te krijgen. Ik heb toen kippengaas gebruikt om de juiste vorm te houden tijdens het plastinatie proces. Dat is zo goed gelukt dat het nu in het Anatomisch museum ligt.

Heeft u wel eens nachtmerries door uw werk?
‘Ik kan de emotionele knop omzetten als ik aan de slag ga. Ik heb nog nooit nachtmerries gehad over mijn werk als preparateur en ook niet bij mijn vorige baan; toen werkte ik in de uitvaart.’

 

Pim ten Broeke
Een extra stukje service

Gaatjesvullers: de sleutelportier

ANS gaat op zoek naar de gezichten achter de RU en geeft je een kijkje in de keuken. Deze keer: Henk Link, portier op de tweede verdieping van het Erasmusgebouw.

Tekst en foto: Vera Crienen

Bent u altijd met sleutels in de weer?
'Nee hoor, naast de uitgifte van sleutels ben ik ook bezig met zaalreserveringen, calamiteiten en EHBO hulpverlening. Ik zou mezelf 'manusje-van-alles' willen noemen. 

Kent iedereen u?
'Nee, met studenten heb ik bijvoorbeeld niet veel van doen. Soms komen nieuwe studenten de weg vragen maar verder heb ik vooral contact met docenten. Ik ken ongeveer 80 procent van de docenten. Ik weet precies welke sleutels ze moeten hebben en waar ze moeten zijn. Dat werkt prettig. Sommige docenten balen wel als er eens iemand anders achter de balie zit die hen niet kent.'

Wat vind u het mooiste aan uw werk?
'Het menselijke contact. Mijn baan heeft een beetje een ''kapperseffect''. Mensen vertellen soms alles tegen me. Je hoort dan vaak over zaken die privé zijn. Ook als docenten ziek zijn, weet ik dat. Dan vraag ik de week erna hoe het met ze gaat. Dat voelt voor hen vertrouwd. Het mooiste vind ik dat mensen hier met plezier komen en dat ik ze kan helpen om problemen op te lossen. Soms zijn er nieuwe docenten die het gebouw of de apparatuur niet kennen. Dan komen ze mij om hulp vragen. Als ik dan geholpen heb en ze zijn tevreden, dan ben ik ook tevreden.' 

HenkLink2Is dat de sleutel tot geluk in uw baan?
'Ja, ik werk al dertien jaar met veel plezier op deze universiteit. Mijn werkdag begint om 8 uur 's ochtends, maar ik ben vaak al om kwart over 7 in het gebouw. Dan kan ik rustig mijn dingetjes doen met een kopje koffie erbij. Ik bereid dan alles voor en loop de zalen af om te zorgen dat ze netjes zijn. Als je plezier in je werk hebt, is dat geen probleem.'

Tot slot: Welke uitdagingen komt u zoal tegen?
'De meest voorkomende problemen zijn docenten die de apparatuur in lokalen niet aan de praat krijgen of zaaltjes die te klein zijn voor het aantal studenten. Af en toe word ik opgeroepen voor reanimatie of andere EHBO-gevallen. Soms kom je dan te laat. Een keer zat een man al een uur in een hoekje van de Refter met een kopje koffie en een koptelefoon. Men vertrouwde het niet en ik werd erbij gehaald. Toen ik ter plaatse kwam was de man helaas al tijdens het luisteren van een goed muziekje en het drinken van een bakje koffie overleden. Dat is wel even akelig maar het hoort bij de functie. Daar moet je je op instellen.'

Na het interview biedt Henk nog een dropje aan uit een schaaltje op zijn balie. Die betaalt hij uit eigen zak. 'Dat vind ik gewoon leuk, het is mijn manier van een extra stukje service bieden.'

 

Vera Crienen