Van de Baan: De Kindertelefoon

Redactie

Wie: Maarten Dubbeld (25), eerstejaars masterstudent Gezondheidszorgpsychologie
Bijbaan: Vrijwilliger bij De Kindertelefoon, onbetaald

Tekst: Bram Jodies
Foto: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Hoe ben je bij De Kindertelefoon terecht gekomen?
'Ik zag een poster hangen in het Spinozagebouw en ik wist van een studiegenoot dat zij bij De Kindertelefoon werkte. Toen ik een sollicitatie stuurde werd ik uitgenodigd voor een gesprek, waarin je onder andere een rollenspel speelt. Hierna volgt een training van drie maanden waarin je leert om kinderen te helpen, zodat je met zekerheid aan de telefoon kan zitten.'

Kindertelefoon grootHoe vaak ben je aan de telefoon te vinden?
'Ik draai zo’n zeven diensten per maand van ongeveer drie uur. De gesprekken kunnen erg zwaar zijn, dus je draait maar één dienst per dag. Kinderen mogen over allerlei onderwerpen contact opnemen met De Kindertelefoon, of het nu een heftige of een wat luchtigere kwestie is. Daarnaast werken we met een landelijk systeem, waardoor kinderen anoniem worden doorverbonden met de eerste beschikbare medewerker. Het kind hoeft pas uit de anonimiteit te treden wanneer hij dat wil. Indien nodig kunnen we hem ook nog doorverbinden met een organisatie als Veilig Thuis, waar professionals binnen de Jeugdzorg werken.'

Het is dus een serieuze bijbaan?
'Meestal wel, maar als kinderen prankcallen staan we ze ook te woord. Soms gaan we erop in en maken we er een leuk gesprek van. Wanneer ze heel flauw een pizza of een kapsalon proberen te bestellen, weten we al snel hoe de vork in de steel zit. We gaan er nooit lang op in, omdat prankcallers de lijnen bezet houden. Gelukkig leer je vrij snel de neppe klachten van de serieuze te onderscheiden. In de periode dat killerclowns veel in het nieuws waren, belden er veel kinderen dat ze werden achtervolgd door zo’n clown. Als je ze dan vraagt of ze al contact hebben opgenomen met de politie, antwoorden ze dat hun beltegoed bijna op is.'

Wat zijn de moeilijke kanten van het beroep?
'Bij de langere, serieuze gesprekken hoor je vaak dingen die je niemand zou toewensen. Pesten, bijvoorbeeld, of onzekerheid over seksualiteit, maar ook eetstoornissen, suïcidale gedachten, mishandeling of zelfverminking. Ook als je heel aangedaan bent, is het belangrijk dat je het kind goed te woord kan staan. Soms moet je accepteren dat je alleen maar kunt handelen naar je eigen vermogen, en dat je daar uiteindelijk tevreden mee moet zijn. Over het algemeen blijven gesprekken anoniem, dus je hoort niet vaak of het verhaal een goede afloop heeft.'