Gevonden voorwerp

Wie: Ikara (22), eerstejaarsstudent religiewetenschappen
Voorwerp: hoofddoek

Tekst: Max Bosschaart
Foto: Loren Brouwer

Dit artikel verscheen eerder in het vijfde nummer van ANS

foto gevonden voorwerpen ans 4Waarom draag je een hoofddoek?
‘In de Koran staat dat je bescheiden moet zijn en niet te veel van jezelf moet laten zien. Ik draag dit kledingstuk om ingetogen te zijn, maar ook om mijn identiteit uit te dragen. De hoofddoeken die ik draag, hebben felle kleuren. Hierdoor val ik misschien nogal op, maar dat is op mijn manier bescheiden zijn. Wat veel mensen niet weten, is dat er een hele mode achter de hoofddoeken schuilt. Ik heb me hierin verdiept. Laatst gaf ik bijvoorbeeld een workshop aan studenten van de HAN over islamitische klederdracht.’

Wat bespreek je tijdens deze workshops?
‘Ik vertel meestal over de regionale verschillen die er zijn in het dragen van hoofddoeken. Turkse meiden dragen bijvoorbeeld vaak een punt aan de voorkant, zodat de hoofddoek een beetje omhoog staat. In tegenstelling tot de vrij strakke en nette stijl, die kenmerkend is voor het Midden-Oosten, dragen vrouwen in Indonesië hun hoofddoek veel losser. Zij gebruiken maar één speld om de hoofddoek bij elkaar te houden. Zelf heb ik niet echt een vaste stijl. Ik varieer juist met verschillende kleuren en stijlen.’

Hoe reageren mensen op jou en je hoofddoek?
‘Heel wisselend eigenlijk. In Opheusden, een gereformeerd dorpje waar ik ben opgegroeid, waren mensen altijd vrij lomp en direct tegen me. Veel van mijn klasgenoten hadden een hekel aan allochtonen en buitenlanders. Op de middelbare school kreeg ik vaak het woord ‘theedoek ’ naar mijn hoofd geslingerd. Op de universiteit heb ik eigenlijk nog nooit vervelende opmerkingen gehad. Ik krijg wel regelmatig te maken met onbegrip. Vaak denken mensen dat ik conservatief en gesloten ben, iets waar mensen na een gesprek met mij op terugkomen. Ik ben namelijk heel spontaan en misschien soms wel te direct.’

Word je vanwege dit kledingstuk anders aangekeken?
‘Het komt wel eens voor dat een oud vrouwtje me een beetje angstig aanstaart in de bus. Het enige moment dat ik echt vervelend ben bejegend vanwege mijn geloof, was toen een dronken man naast mij kwam zitten in de bus. Hij vertelde mij dat hij nog nooit een moslima had gezien en begon mij vervolgens allerlei vragen te stellen over wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Ik word daar de laatste tijd wel regelmatig op aangesproken. Gelukkig ben ik realistisch genoeg om te weten dat het niets uitmaakt wat ik hierover zeg. Ik kan er namelijk niets aan doen.’