ANSadvo 570x135

Stamgasten

Lallende disputen, vage figuren aan de bar of uitbundige dansers; elke kroeg heeft zijn eigen publiek. ANS duikt de vaste stek van een groep studenten in, velt haar oordeel over het café en test de kennis van de trouwe gasten. Deze keer: Heeren Roei Dispuut Elias in Café Daen

Tekst: Vera Crienen en Eva Vervoort
Foto's: Steven Huls

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS

Om half tien ‘s avonds is er nog weinig leven in de brouwerij in Café Daen: vijf Phocanen zitten eenzaam aan de bar. ‘Meestal zijn er twaalf tot achttien man aanwezig bij onze wekelijkse borrel, maar vandaag zijn veel mensen druk met andere dingen’, verdedigt Kasper (24), vierdejaarsstudent Natuurkunde, de schamele opkomst. ‘Wij zijn niet zo strikt’, zegt Rogier (24), zesdejaarsstudent Bedrijfskunde, die om kwart over tien pas binnen komt lopen. ‘Bij andere disputen moet je altijd stipt om half negen present zijn en mag je pas om half elf weg.’ De heren beginnen te lachen; vrijwel niemand was vandaag om half negen aanwezig. Stan (23), vijfdejaarsstudent Biologie, sluit zelfs pas anderhalf uur later aan. De losse sfeer is tekenend voor Elias. Het dispuut is een vriendengroep zonder serieuze hiërarchie. ‘Binnen het dispuut bestaat daarnaast een aantal hobbyclubjes, zoals een fietsclubje, een voetbalclubje en de Raad van Ontplooiing. Zij gaan onder andere samen naar musea’, vertelt Rogier.

Tafel linksDit jaar viert Elias trots zijn eerste lustrum. Gideon (27), afgestudeerd in Sociologie en medeoprichter van Elias, vertelt dat hij en een aantal andere Phocanen vijf jaar geleden besloten dat er een nieuw mannendispuut moest komen. ‘Phocas had toen twee disputen, een voor brulapen en een voor autisten. Daar voelden we ons niet zo welkom.’ Volgens Gideon was het nog best lastig om een naam bedenken. ‘Deze moest catchy zijn en iets met Nijmegen te maken hebben.’ Kasper legt uit dat Elias volgens een Nijmeegse legende een zwanenridder is die een prinses uit een brandende toren redt.

De mannen besluiten om van de bar naar een tafel in de hoek te verhuizen. Dat is eigenlijk de vaste plek van damesdispuut Skarabee, maar de dames zijn er vandaag niet. ‘Tot een paar jaar geleden zaten we elke week bij Tio Pepe, maar die kroeg was echt karig’, vertelt Gideon. ‘We hebben toen Café Daen als nieuwe stamkroeg gekozen. De leden van Skarabee waren daar niet zo blij mee.’ Hierover heerst algemene verontwaardiging onder de heren van Elias. ‘Wij zijn echt superleuk tegen hen, dus waarom vinden ze ons niet aardig?’, vraagt Rogier zich af.

Naast de wekelijkse borrel en tussentijdse activiteiten, zoals het jaarlijkse blacklightfeest, gaat het dispuut twee keer per jaar een weekend weg. ‘We hebben tijdens zo’n weekend wel eens bijna een aanvaring gehad met een motorclub’, begint Koen (24), zesdejaarsstudent Tandheelkunde. ‘We kwamen terecht bij een tent vol met bebaarde bikers in leren jasjes. Wij droegen onze overhemden en werden daarom raar aangekeken’, vervolgt Kasper. Ties (22), tweedejaarsstudent Fysiotherapie aan de HAN, herinnert zich dat een dispuutsgenoot voor de grap provocerende bewegingen met een stokbrood maakte richting de 10-jarige dochters van de bikers. ‘We dachten echt dat we in elkaar geslagen zouden worden als hij die meisjes zou aanraken.’ Gelukkig begon een van de leden met de baas van de bikerclub te kletsen over motoren. Volgens Ties was dat hun redding. ‘Die bikers zeiden namelijk dat ze normaal gesproken zouden vechten als ze een groep lange gasten als wij zien. Dat had dus heel anders af kunnen lopen.Groepsfoto

Café DaenKroegpraat
Café Daen is een kleine, maar knusse kroeg in een van de oudste panden van Nijmegen. Hoewel het niet altijd botert tussen de disputen in het café aan de Grote Markt, is de sfeer er gemoedelijk. Een groep jongens speelt een kaartspel aan een tafeltje en bij de bar hangt een stelletje. Barman Timo is de vaste kracht op woensdagavond en draagt bij aan de gezelligheid. Met zijn verjaardag kregen de heren hem zelfs dansend op de bar.

Pubquiz

Een van de keizers van het Byzantijnse rijk heette Phocas. Wanneer regeerde hij? Jullie mogen er een eeuw naast zitten.
Kasper: ‘Aan het einde van het Romeinse Rijk? Ik dacht trouwens dat hij een beschermheilige van de scheepsvaart was.’
Stan: ‘Rond 600 denk ik.’
Kasper: ‘Ik denk dat we allemaal een jaartal moeten gokken en dan het gemiddelde daarvan nemen.’
Rogier: ‘Ik zeg tussen 500 en 1400.’ Kasper: ‘Final answer: 850.’

Op tijd komen lukte Stan niet, maar als het gaat om verleden tijd is hij wel erg stipt. Jammer dat zijn dispuutsmaatjes niet naar hem luisterden. Keizer Phocas heerste van 602 tot 610 en zelfs met een eeuw speling gaat het eerste biertje de heren aan de neus voorbij.

Wie wordt in Suske en Wiske en De briesende br uid verliefd op de zwanenridder?
Kasper: ‘Ik denk Suske of Wiske, maar ik weet niet wie Suske en wie Wiske is.’
Koen: ‘Nee, het is vast die tante.’
Ties: ‘Hoe heet die tante ook alweer?’
Koen: ‘Tante Sidonia.’

Koen kan niet alleen goed roeien, hij kent ook zijn klassiekers. De mannen verdienen zonder veel omhaal het eerste biertje.

Tafel rechtsIn Venetië wordt elke Pinksterzondag als protest een roeiwedstrijd gehouden over de Canal Grande. Waar protesteren deze roeiers tegen?
Kasper: ‘De Vogalonga! Daar gaan ook roeiers van Phocas heen.’
Gideon: ‘Misschien was het iets met motorisering?’
Koen: ‘Ik denk dat ze tegen vervuiling van de kanalen zijn.’
Rogier: ‘Misschien protesteren ze tegen overstromingen.’
Koen: ‘Het wordt tegen de vervuiling van gemotoriseerde scheepvaart.’

Hoewel Rogier met zijn gok tegen de stroom inroeit, stuurt Koen de roeiers van Elias uiteindelijk richting het goede antwoord en daarmee naar hun tweede biertje.

Wat betekent het gezegde: hij is lid van de roeivereniging?
Gideon: ‘Dat hij een brulaap is.’
Koen: ‘Ja precies, zo’n omhooggevallen kerel, een arrogante lul.’
Kasper: ‘Ik denk dat iemand dan een corpsbal is. Vroeger had je het corps en de roeivereniging. Daar komt het sowieso vandaan.’
Ties: ‘Geef jij anders het goede antwoord even Koen.’
Koen: ‘Ik denk dat het betekent dat hij een studentikoze lul is.’

Zelfkennis of zelfspot? Het antwoord van de mannen is fout, maar het is nu wel duidelijk hoe ze over zichzelf denken. Lid zijn van de roeivereniging betekent volgens het gezegde dat iemand een dief is.

Wie vermomde zich als zwaan in het verhaal ‘Leda en de Zwaan’ uit de Griekse mythologie?
Kasper: ‘Mag ik misschien iets heel doms zeggen? Achelous is ook zo’n man uit de Griekse mythologie die zichzelf in een vis veranderde. Misschien heeft hij zich ook wel in een zwaan veranderd.’
Koen: ‘Dat zou wel heel toevallig zijn. Ik denk eerder Zeus of Apollo.’
Gideon: ‘Zeus stak wel overal zijn lul in.’
Ties: ‘Doe maar Apollo.’

Hoewel Koen wederom het goede antwoord heeft genoemd, drijven de mannen af. De roeiers komen samen niet tot de juiste beslissing. Dat is lullig, want het was inderdaad Zeus.

DriebiertjesDe Afrekening
De fysieke kracht van de roeiers van Elias wordt helaas niet geëvenaard door hun intellect. De mannen slepen slechts twee biertjes in de wacht. Geschiedenis en mythologie hebben blijkbaar net zo’n lage prioriteit als op tijd komen. Gelukkig hangt er een uitstekende sfeer in het mooie monumentale pand van Café Daen. Dit levert de heren een bonusbiertje op, waardoor de eindscore op drie biertjes komt