Stamgasten

Redactie
Biologen bij de Aesculaaf

Lallende disputen, vage figuren aan de bar of uitbundige dansers, elke kroeg heeft zijn eigen publiek. ANS duikt iedere maand de vaste stek van een groep studenten in, velt haar oordeel over het café en test de kennis van de trouwe gasten. Deze maand: biologen bij de Aesculaaf.

Tekst: Eveline Knapen en Tijs Sikma Foto's: Mike Ruth Illustratie: Josse Blase

‘Het begon allemaal toen ik werkte als student-assistent op de medische faculteit en ik de Aesculaaf ontdekte’, vertelt Bas (25), zevendejaarsstudent Biologie, nostalgisch. Inmiddels komt de groep ouderejaars biologen al vier jaar samen in de Aesculaaf, de kroeg van de Faculteit der Medische Wetenschappen. In het gebouw van de bèta’s is namelijk geen café waar speciaalbiertjes van de tap achterover kunnen worden getikt. Wanneer in hun WhatsApp-groep ‘laafje?’ verschijnt, weet iedereen waar ze die maandagmiddag moeten zijn. Achtstejaarsstudent Biologie Ruud (28) vertelt dat ze de wilde jaren achter zich hebben gelaten, maar dat er in hun eerste jaren wel behoorlijk veel bloed is gevloeid. Inge (24), zevendejaars biologiestudent, knikt instemmend. Ze zijn er dan ook van overtuigd dat zij niet passen in het stereotype van de saaie bèta. Door ramen lopen, door het dak zakken of bierdopjes inslikken, behoort allemaal tot het onstuimige verleden van deze vriendengroep. Desondanks klagen ze dat zowel bèta’s als alfa’s op biologen neerkijken. Ruud: ‘Bèta’s vinden dat we hip proberen te doen en alfa’s vinden ons suf. We staan onderaan in de voedselketen.’

Hoewel ze de geneeskundekroeg tot hun stamcafé hebben gebombardeerd, blijken de biologen niet bijzonder gecharmeerd van de aanwezige artsen in spe. ‘We weten inhoudelijk gewoon veel meer over het menselijk lichaam dan de mensen hier’, zegt Ruud zonder schaamte. Bas meent dat biologen meer in systemen denken en dat Geneeskunde meer stampwerk is. Dat levert mooie discussies op binnen de Aesculaaf volgens de groep. Het fenomeen ‘fecaalbraken’ was bijvoorbeeld ooit het onderwerp van een intens debat tussen de biologen en de geneeskundestudenten. ‘Poepkotsen!’, verklaart achtstejaarsstudent Biologie Jasper (28) enthousiast. De biologen gingen toen na of dat ook werkelijk kon door de aanwezige medici in het café hierover te ondervragen. Naast geneeskundestudenten blijken biologen ook graag hun eigen soortgenoten te classificeren. Volgens Bas staan groene biologen - natuurbiologen - vooral bekend om hun geitenwollensokkenimago en doen blauwe biologen – medische biologen – alsof ze ‘tof’ zijn. Zesdejaars biologiestudent Marloes (24) lacht, maar houdt zich verstandig genoeg afzijdig. Ondanks deze aanmerkingen eindigt Ruud met een positieve algemene conclusie over het leven van de biologiestudent: ‘Wij biologen, doen gewoon ons ding én we hebben de mooie vrouwen’. stamgasten groep Kroegpraat De kroeg mag zich dan bevinden op een universiteit, binnen waan je je in een bruin café vol aangeschoten artsen in spe. Elke maandag worden er in de Aesculaaf voor een schappelijke prijs speciaalbiertjes getapt. De toekomstig artsen en biologen zijn duidelijk niet de enige die hiervan op de hoogte zijn. Het is zelfs zo druk dat een goed gesprek poepkotsen beter buiten kan worden gehouden.

De pubquiz In welk jaar is het spelletje Snake uitgevonden?
Ruud: ‘Ik speelde dit al toen ik nog heel klein was.’ Inge: ‘’87.’ Jasper: ‘1987 is mijn geboortejaar en sowieso een goed bouwjaar.’ Inge: ‘’87 is ons definitieve antwoord.’

1987 mag dan een goed bouwjaar zijn, Snake is veel eerder uitgevonden. Het digitale slangetje slingerde al in 1976 zijn eerste rondje. Met dit antwoord overschrijden ze ruimschoots de foutmarge van 5 jaar.

Welk dier paart vijftig keer per dag?
Bas: ‘Een bonobo of een dolfijn misschien?’ Ruud: ‘Of een leeuw, die neukt binnen 2 seconden. Een bonobo kan ook, dus het moet een soort bonoboleeuwhybride zijn.’ Jasper: ‘Ik denk een leeuw. Wisten jullie trouwens dat alle leeuwen haakjes aan hun penis hebben? Dat hebben alle katachtigen. Bij het terugtrekken van hun penis stimuleert dat de eisprong.’

Met dit antwoord laat Jasper niet alleen zien dat hij geweldig interessante en nutteloze kennis bezit, maar haalt hij ook het eerste biertje binnen. De leeuw paart tijdens de bronstijd soms om het kwartier.

Wat is de lengte van de kleinste slang ter wereld?
Ruud: ‘Misschien zo’n ringslang. Wat zijn die kleine dingen die je als huisdier kunt hebben?’ Inge: ‘Jasper? Jij werkt bij de Beekse Bergen.’ Jasper: ‘Ik weet niet hoe dat beest heet, maar hij is 10 centimeter lang.’

Goed genoeg. De Leptotyphlops Carlae heeft een lengte van 11 centimeter. De biologen mochten er 2 centimeter naast zitten en tikken dus hun tweede biertje binnen.

Benoem drie leden van Monty Python.
Marloes: ‘Ja, dat weet ik niet. Cleese, punt.’ Ruud: ‘Denk je dat wij dit weten omdat we nerds zijn? We gaan voor John Cleese.’

Helaas, hoewel John Cleese de bekendste Python is, bestaat de groep lolbroeken ook nog uit Graham Chapman, Terry Gilliam, Eric Idle, Terry Jones en Michael Palin.

Welk dier is onsterfelijk?
Bas: ‘Een kwal, omdat hij een poliepvorm heeft, waardoor hij zichzelf kan klonen.’ Ruud: ‘Schimmels zijn toch ook onsterfelijk?’ Bas: ‘Dat is weer zoiets wat ik op internet heb gelezen, maar misschien technisch niet helemaal klopt.’ Marloes: ‘Cnidaria is het antwoord!’ Bas: ‘De normale naam is: neteldieren.’

Cnidaria is niet de juiste Latijnse naam, deze is Turritopsis Nutricula. Neteldieren wordt echter ook goed gerekend. Dit diertje kan weer terug gaan naar het eerste stadium van zijn ontwikkeling als het geslachtsrijp is. Vier bier

De afrekening
Binnen hun eigen terrein weten de biologen genoeg. Minstens 6 jaar studeren zorgt voor een ‘survival of the fittest’. Aan algemene kennis ontbreekt het hier en daar nog wel. De gezellige drukte in de Aesculaaf levert ze wel een bonusbiertje op, dit resulteert in een eindstand van vier biertjes.

Klik hier voor de overige artikelen uit de april-ANS.