Radboud, Change Perspective

Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap.

Tekst: Joep Dorna en Julia Mars
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben.

Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. 'Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma's, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden', vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.

Illustratie Openings ANS 7 groot

Outside the box-denken
Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. 'Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. "Het moet op deze manier, want zo doen wij het", gebruiken ze als argument.'Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie.

Interdisciplinair brood bakken
Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. 'Het is belangrijk dat je vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen', legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. 'Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.' De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma's aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen.

Leren samenwerken met andere disciplines is geen extraatje, maar broodnodig.

Grenzeloos bedrijfsleven
Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. 'Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder', betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. 'Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega's hebben gestudeerd', zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig.

Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra's willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines.

Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt.

 

Lees meer

Radboud, Change Perspective

Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap.

Tekst: Joep Dorna en Julia Mars
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben.

Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. 'Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma's, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden', vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.

Illustratie Openings ANS 7 groot

Outside the box-denken
Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. 'Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. "Het moet op deze manier, want zo doen wij het", gebruiken ze als argument.'Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie.

Interdisciplinair brood bakken
Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. 'Het is belangrijk dat je vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen', legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. 'Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.' De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma's aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen.

Leren samenwerken met andere disciplines is geen extraatje, maar broodnodig.

Grenzeloos bedrijfsleven
Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. 'Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder', betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. 'Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega's hebben gestudeerd', zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig.

Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra's willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines.

Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt.

 

Lees meer

Schuld na de zonde

Steeds vaker is de Nederlandse koloniale geschiedenis onderwerp van discussie. Historicus Gert Oostindie begrijpt de ophef, maar probeert deze geschiedenis ook in de tijdgeest van toen te zien. 'Als ik twee eeuwen geleden aan mensen had gevraagd of de slavernij zou moeten worden afgeschaft, had vrijwel iedereen dat onzin gevonden.'

Tekst: 
Joep Dorna
Foto's: Julia Mars en Vincent Veerbeek

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Optocht 180xjpg'De roofstaat aan het IJ werd groot door slavernij. 'Met deze leus protesteerden socialistische actievoerders in Amsterdam tijdens Keti Koti, het festival ter viering van de afschaffing van de slavernij, tegen de misstanden van Nederland tijdens de koloniale tijd. Tegelijkertijd stellen ook links-activistische academici en politici dat Nederland excuses moet aanbieden voor haar koloniale verleden. Veel Nederlanders hebben moeite met deze discussie. Op welke manier moeten we de koloniale tijd herdenken? En op welke wijze is de koloniale tijd nog steeds van invloed op onze samenleving?

Een belangrijke stem in dit debat is Gert Oostindie. Hij wordt gezien als autoriteit op het vlak van het Nederlandse koloniale verleden en de invloed daarvan op de Nederlandse identiteit. Sinds zijn promotie in Utrecht in 1989 schreef hij zo'n dertig boeken over deze onderwerpen. Hij is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis in Leiden. Onlangs mocht hij de prestigieuze Daendelslezing in het Rijksmuseum in Amsterdam houden over de 'postkoloniale beeldenstorm' die in Nederland zou woeden tegen monumenten uit het koloniale tijdperk. Oostindie is zeer kritisch over het koloniale verleden. Toch krijgt hij zelf ook kritiek vanwege zijn weigering het koloniale verleden zonder meer te veroordelen. 'De uitgangspunten van het kolonialisme deugden niet, maar ik wil niet vanuit hedendaags perspectief met een moralistisch vingertje wijzen naar de VOC-matrozen die ook maar hun werk deden. Begrijpen welke veranderingen ervoor zorgen dat personen van gedachten veranderen, vind ik relevanter. Net als uitzoeken hoe deze veranderingen tegenwoordig van invloed zijn.'

Koloniale wortels
Om de discussie rondom het kolonialisme te begrijpen, is het volgens Oostindie belangrijk om na te gaan waar de groeiende boosheid over het kolonialisme vandaan komt. 'In de kern is de koloniale geschiedenis een racistische geschiedenis, gedreven door het streven naar macht en rijkdom', legt de hoogleraar uit. De koloniën dienden vooral om Nederland rijker te maken. In Indonesië, Suriname, de Antillen en elders deden de Nederlanders aan slavenhandel en onderdrukten ze de bewoners van andere afkomst. Later gingen Nederlanders ook denken dat zij een belangrijke ontwikkelingsmissie moesten volbrengen in de koloniën, in het bijzonder in Nederlands-Indië. Nederlanders vonden zichzelf onmisbaar voor Indonesië en meenden dat het land het zonder het Europese moederland niet zou redden.

'In Indonesië geldt de Nederlandse overheersing als een intermezzo in de geschiedenis van het land. Suriname en de Antillen zijn echter getekend door de Nederlandse overheersing', zegt Oostindie. Waar het grootste deel van de Indonesische bevolking haar oorsprong vindt in het land zelf, bestaat het gros van de huidige Surinaamse en
Antilliaanse bevolking uit afstammelingen van Afrikanen die er als slaven, en Aziaten die er als contractarbeiders werden gebracht. 'Het begrijpen van dit stukje geschiedenis is ontzettend belangrijk om in te zien hoe Nederlanders met een Caribische afkomst omgaan met kolonialisme', legt de historicus uit. 'Zij kunnen zeggen dat zij hier zijn omdat de Nederlanders daar waren.'

Op de agenda
Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 werd er lange tijd niet over de koloniën gepraat. 'Ik ging zelf in het midden van de jaren 70 studeren. In die tijd werd er bijna geen aandacht besteed aan koloniale geschiedenis of aan migranten uit Nederlands-Indië', herinnert Oostindie zich. De Caribische geschiedenis kwam pas op de agenda te staan na de massale verhuizing van Surinamers naar Nederland aan het einde van de jaren 70. In die periode trok een derde van alle Surinamers naar Nederland in de hoop op een beter leven. Ook de trek van inwoners vanuit de Antillen heeft hieraan bijgedragen. 'De postkoloniale migranten hebben ervoor gezorgd dat de koloniale geschiedenis meer als onderdeel van de nationale geschiedenis wordt gezien. Tegenwoordig is het ondenkbaar dat je Geschiedenis studeert zonder iets te horen over de koloniale geschiedenis.'

'Ik loop niet weg voor het trekken van harde conclusies over het kolonialisme.'

Naast deze postkoloniale migratie heeft volgens Oostindie een toenemende belangstelling van wetenschappers bijgedragen aan de steeds groter wordende aandacht voor de koloniale tijd in de samenleving. Daarmee groeit ook de aandacht voor koloniaal geweld en racisme. De afgelopen jaren verschenen van verschillende historici onder andere de boeken Roofstaat, De brandende kampongs van Generaal Spoor en Soldaat in Indonesië over het koloniale verleden van Nederland. In de Canon van de Nederlandse geschiedenis, die zo'n tien jaar geleden werd geïntroduceerd, gaan vijf van de vijftig vensters over het kolonialisme. 'Ik zeg zeker niet dat het koloniale tijdperk altijd voldoende of evenwichtig wordt besproken, maar we doen niet meer alsof het kolonialisme niet heeft bestaan', vertelt Oostindie.

Ook in de politiek krijgen groepen uit de voormalige koloniën steeds meer invloed, waarbij Oostindie de oprichting van het Nationaal Monument Slavernijverleden in 2002 in Amsterdam als keerpunt noemt. 'De overheid beslist wat in de openbare ruimte wordt herdacht. Pas toen meer mensen van Antilliaanse of Surinaamse afkomst op invloedrijke posities in de politiek kwamen, werd dit thema op de politieke agenda gezet.' Wel waarschuwt Oostindie voor staatspedagogiek, waarvan sprake is wanneer de politiek ingrijpt in het debat. 'Toen ik in mijn studietijd voor archiefonderzoek in Cuba werkte, merkte ik hoe heftig daar de communistische waarheid erin werd gedrild. Ik vond het heel leerzaam om te zien hoe het niet moet. De staat moet ruimte bieden voor verschillende perspectieven op de geschiedenis, maar zich zoveel mogelijk op de achtergrond houden.'

Identiteitsoorlog
Over de vraag hoe de rol van Nederland tijdens het kolonialisme moet worden herdacht, zijn veel verschillende meningen. Oostindie heeft moeite met de twee extreme groepen in het debat. 'Aan de ene kant zie je een kamp in de rechts-populistische hoek die kritiek op het kolonialisme direct ziet als blijk van een 'weg met ons'-mentaliteit. Niet voor niets heette de teloorgegane partij van Rita Verdonk Trots op Nederland. Aan de andere kant staat een links-activistisch kamp dat zegt dat wat er nu over het kolonialisme wordt verteld niet ver genoeg gaat. Deze groep reduceert de hele nationale geschiedenis tot kolonialisme en gooit daarbij hedendaags racisme, kolonialisme en kapitalisme op een hoop. Zij zien achter iedere nuancering direct vergoelijking of ontkenning van kolonialisme.'

Het conflict tussen de twee kampen kwam onder andere naar voren in een discussie over de naamswijziging van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With dat vernoemd is naar een viceadmiraal van de VOC. Nadat dat museum vanwege de connotatie met de "foute zeeheld" aankondigde de eigen naam te willen veranderen, werd het ongewild onderdeel van een breder debat over de vraag hoe we onze koloniale "helden" moeten herinneren. Zo stelde de rechtse raadsfractie Leefbaar Rotterdam raadsvragen over de "cultuurbobo's die het uitwissen van onze nationale historie voor ogen hebben". Een collectief van voornamelijk linkse academici en activisten beweerde op hun beurt dat instellingen vernoemd naar VOC-helden de misstanden uit de koloniale tijd "stilzwijgend bevorderen". Volgens hen doen "witte instellingen" nog lang niet voldoende om de misstanden uit het verleden te herstellen.

Oostindie plaatst vraagtekens bij de "oorlogstaal" die beide groepen in hun oordelen gebruiken. 'Ik loop niet weg voor het trekken van harde conclusies over het kolonialisme, maar tegelijkertijd heb ik er veel moeite mee wanneer personen moraliseren met de kennis van nu. Impliciet zeg je daarmee dat je het zelf veel beter gedaan zou hebben.' Volgens Oostindie mist daar zelfreflectie. 'Als ik een lezing houd over slavernij, vraag ik mijn publiek aan het begin wie het ermee oneens is dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is. Nu steekt natuurlijk nooit iemand zijn hand op, maar als ik twee eeuwen geleden in die zaal dezelfde vraag had gesteld, had vrijwel iedereen het afschaffen van de slavernij onzin gevonden.'

Gert 800x600

Makkelijk oordelen
Activistische wetenschappers stellen dat kennis van de koloniale tijd ook belangrijk is, omdat deze nog steeds van invloed is op de huidige Nederlandse identiteit. Een van de leiders van deze stroming, Gloria

...
Lees meer

Side Salad: Meloenlimonade

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

De campus is weer een nieuwe koffiebar rijker. In C, vernoemd naar de welbekende derde letter van het Latijnse alfabet, kun je terecht voor goede koffie in milieuvriendelijke bekertjes, verse broodjes en gebak waar je de laatste euro's op je rekening maar wat graag aan uitgeeft. C ligt in het hart van het Gymnasion en vormt als het ware het voorportaal van de nieuwe gelijknamige theaterzaal van de universiteit. Dankzij deze ligging wordt het etablissement buitengewoon goed bezocht door studenten van de HAN, sporters en de zielen die in de Ondergang wegkwijnen voor diverse hogere doelen.

Met behulp van een eigenzinnig assortiment lijkt C zich te willen onderscheiden van andere horecagelegenheden op de campus, zoals het Cultuurcafé en de Refter. Hier geen kleffe broodjes, vettige nacho's en op koffie gekweekte paddenstoelenburgers. C biedt verse broodjes, wraps en soep van de Verspillingsfabriek. Wil je daar nog wat bij drinken, een glaasje Fanta of Coca Cola misschien? Dan heb je pech. De producten van deze frisdrankgiganten zijn hier niet te koop. Als alternatief kun je kiezen voor de duurzame alternatieven fritz-kola en fritz-limo.

Ja, dat is even schrikken, die onbekende frisdrank. Toch ben ik ook nieuwsgierig. Ik moet denken aan de smaaktest die sitecolumnist Sander Nederveen eerder in C heeft uitgevoerd. Hij trok de bewering dat C de lekkerste koffie van de campus verkocht in twijfel en besloot de proef op de som te nemen. De uitslag: C mag zich terecht beroepen op de sublieme kwaliteit van hun zwarte goud.

Ik besluit Sanders onderzoek voort te zetten en bestel een fritz-limo met meloensmaak. Op de fles en de dop lachen de twee bedenkers van de fritz-producten me vrolijk toe. Ze lijken een beetje op een trendy New Yorks homostel met een Rothko aan de muur en een labradorpup. Leuk flesje dus, maar het draait om de smaak. Die valt eerlijk gezegd een beetje tegen. Ik proef vaag de smaak van meloen en appel, al zit dat laatste er volgens het etiket niet in. Koolzuur zou er wel in moeten zitten, maar die ontbreekt helaas in mijn flesje.

Als het drankje op is, betreur ik dat ik niet voor het bier of die fenomenale koffie ben gegaan. Ik weet nu in ieder geval wel waarom C niet pronkt met de beste frisdrank van de universiteit.

 

Lees meer

Side Salad: Studententypen

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

Het is een willekeurige dag in een willekeurige collegeweek. Tegen beter weten in ben ik weer uit mijn nest gekropen om in de UB te gaan studeren. Ik maak mezelf nog steeds wijs dat ik daar beter kan werken, maar het enige wat ik daar beter doe dan thuis is geld uitgeven (broodjes, koekjes, koffie) en dom naar het volk om me heen kijken. Vooral in dat laatste ben ik bijzonder getalenteerd, al zeg ik het zelf. Het liefst zou ik gewoon de hele dag kijken naar mijn medemens, proberen te ontrafelen waarom die veredelde chimpansee doet wat hij doet.

Op die middagen, als mijn laptop weer voor spek en bonen staat te brommen en het boek op mijn tafel er alleen ter decoratie ligt, denk ik wel eens dat ik mijn roeping heb gemist. Misschien had ik toch Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie moeten studeren? Dan was ik misschien op dit moment wel aan het promoveren op de homo academicus en zijn vele ondersoorten. Een aantal ken ik er al. Zo heb je de korpsballen, de quinoakutten en de ik-heb-dit-tentamen-weer-zó-slecht-gemaakt-en-ik-haal-uiteindelijk-toch-weer-een-negenstudenten. Deze soortnamen passen nog niet geheel in een academisch jargon, maar het begin is er.

Dankzij mijn opleiding als neerlandicus heb ik voor een dergelijk onderzoek allang de juiste literatuur gevonden. Zo werd mijn promotieonderzoek al min of meer uit- gevoerd in de negentiende eeuw en wel door schrijver Johannes Kneppelhout. Deze rechtenstudent uit Leiden (een extreme variant van het korpsballetje) publiceerde onder het pseudoniem Klikspaan een bundel genaamd Studenten-typen. Hierin beschreef hij twaalf categorieën studenten. Een aantal daarvan dwalen in 2018 nog steeds rond op de universiteit. We kennen bijvoorbeeld allemaal wel een 'hoveling', die ene kontenlikker die de professor zelfs zijn broodtrommeltje nadraagt. Of wat dacht je van de 'klaploper', een skere schooier in hart en nieren. Hij zal je nog verraden voor een zakje patatje joppiechips. En op het geld dat je gisteren voor zijn blikje red bull hebt betaald, hoef je ook niet meer te rekenen.

Ook voor Kneppelhout en mij is er een categorie: de 'student-auteur'. Dit miskende genie verdoet zijn kostbare tijd in de bibliotheek door columns te schrijven en zijn medestudenten te classificeren. Aan schoolwerk komt hij daarom nauwelijks toe. Maar niet getreurd. Kneppelhout heeft met zijn studententypen immers wel mooi een plekje in de Nederlandse literatuur weten te bemachtigen. Wie weet slaag ik daar met deze columns ook wel in.

 

Lees meer

Side Salad: Swapfiets

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

'Altijd een werkende fiets.' Dat zijn de gevleugelde woorden van Swapfiets, de nieuwe fietsenmaker annex verhuurder on the block. Het bedrijf – niet bekend van tv, wel van de karakteristieke blauwe voorbanden – neemt stukje bij beetje de campus over met een revolutionair product: een fiets voor studenten die hun tere universiteitshandjes liever niet vies maken. Voor iets meer dan een tientje per maand leent Swapfiets je een stalen ros waar je nauwelijks naar hoeft om te kijken. Zij plakken je lekke band, leggen de ketting terug op zijn plaats en bij diefstal krijg je gewoon een nieuwe. Een maand geleden ben ook ik gezwicht voor deze 'altijd werkende' fiets. Mijn huidige exemplaar stond toen al geruime tijd voor de deur te roesten. Voor- en achterband waren lek, hij maakte vreemde geluiden en bovendien was de bagagedrager er stukje bij beetje afgevallen. Kortom, mijn trouwe tweewieler was morsdood en je weet wat ze zeggen: een man zonder fiets is een vis zonder, uh, laat maar.

Ik vulde het formulier op de website van Swapfiets in en nog de volgende dag nam ik mijn spiksplinternieuwe fiets in ontvangst. De lichte teleurstelling over de kleur wist ik te verbergen. Sindsdien cruise ik als een Froome op mijn swagfiets door Nijmegen. Vooral onder mijn vrienden trekt mijn velo veel bekijks. Ze willen weten of hij lekker rijdt, wat dat grapje nou precies kost en vooral of ik hem gemakkelijk terug kan vinden tussen alle andere swapfietsen.

Daar kan ik kort over zijn: nee. Er zijn dagen waarop ik drie identieke fietsen aantref op de plaats waar ik de mijne heb geparkeerd en ik met behulp van de sleutel moet uitvinden welke dat is. Behalve een eigen karakter mist de swapfiets ook de broodnodige versnellingen en zit de bagagedrager – snelbinders niet inbegrepen – aan de verkeerde kant van het voertuig. Dat is natuurlijk niks voor een kluns zoals ik en het duurde dan ook niet lang of ik liet er een heel bierkrat vanaf flikkeren.

Om toch nog op een positieve noot te eindigen: de Swapfiets wordt geleverd met een ingebouwd vriendennetwerk. Wanneer ik een andere swapfietser passeer, voel ik dat er tussen ons een stilzwijgend verbond bestaat, een soort spirituele connectie. 'Wij hebben het goed', lijken we zonder woorden tegen elkaar te zeggen. Maar je moet het maar zeggen als ik nu van een eenwieler een tandem maak.

 

Lees meer

Side Salad: Vastelaovend

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

Net als een flink deel van de Nijmeegse studenten liggen mijn wortels in Limburg. Deze provincie beroept zich op een aantal exclusieve exportproducten, zoals vlaaien, heuvels en een zekere politicus die zijn haar al bleekte voordat Amerikaanse popsterren het deden. Veruit het belangrijkste is echter de Limburgse vastelaovend, die kortgeleden weer als een orkaan door het zuidelijkste stuk van Nederland raasde. Vlak voor het feest dit jaar losbarstte, was in de documentaire Nao 't Zuuje op NPO3 te zien wat die vastelaovend nou precies inhoudt. Radiopresentator Lex Uiting, die in 2017 in Venlo werd uitgeroepen tot prins carnaval, maakte de film in de hoop de vooroordelen omtrent deze Limburgse traditie te verwerpen. Dat vastelaovend inderdaad geen banaal zuip- en hosfeest is, weet ik uit eigen ervaring. Als echte Venlonaar liep ik immers al van kinds af aan mee in de optochten en polonaises.

Sinds ik in Nijmegen studeer, is mijn enthousiasme voor het feest echter getaand en ben ik er ook anders naar gaan kijken. Kritischer, of in ieder geval vanuit een ander perspectief. Allereerst ligt er natuurlijk een flinke dosis cultural appropriation ten grondslag aan het verkleedfeest en ook de man-vrouwverhouding is niet bepaald gelijk. Zo worden de belangrijkste ceremoniële functies in een carnavalsvereniging steevast door mannen vervuld: prins, vorst, ceremoniemeester etc. De enige positie die een vrouw kan vervullen, is die van 'dansmarieke'. Hoewel haar rol per dorp lichtelijk verschilt, bestaat haar weinig prestigieuze takenpakket vooral uit dansen, cadeaus uitdelen en mannen bekleden met status verschaffende objecten als mantels en scepters. En dan is er ook nog de boerenbruiloft, waarbij een stel in ouderwetse klederdracht in de 'onecht' wordt verbonden. Je raadt het al: nog altijd een heteroseksueel stel.

In Noord-Brabant zijn recentelijk al wat prinsessen gekroond en homoseksuele stellen in het huwelijksbootje gestapt (alaaf!). De Limburgse traditie is echter ouder en gelaagder, wat betekent dat men minder open staat voor veranderingen. 'We doen het immers toch al decennia lang zo', wordt er dan vaak gezegd. Maar is er in de wereld en in Limburg gedurende die decennia niet ook van alles veranderd, zeker wat betreft de visie op gender en seksualiteit?

Bij het horen van mijn kritiek zullen ze in Limburg waarschijnlijk zeggen dat ik een Hollander geworden ben. Of, om het maar te vertalen naar een carnavaleske metafoor: ik ben van een bloemetjesgordijn veranderd in een duffe, politiek-correcte stoflap.

 

Lees meer

Terrorist in toga?

De media schetsen een verkeerd beeld van de strafadvocatuur. Dat vindt Gerard Spong, een van de bekendste advocaten van Nederland. Om dit beeld recht te zetten, is hij begonnen aan een theatertour. 'Advocaten worden in de media afgebeeld als de vleesgeworden duivel, zonder enige scrupules.'

Tekst: Simone Bregonje
Foto's: Mark van Doorn

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Al meer dan veertig jaar is Gerard Spong werkzaam als advocaat. Tijdens zijn carrière heeft hij opgetreden hij op in veelbesproken zaken, zoals het proces over de Schiedammer Parkmoord. Ook verschijnt hij bijna wekelijks in televisieprogramma's zoals De Wereld Draait Door. Toch had Spong nog behoefte aan een theatertour om zijn standpunt over te brengen. 'Op televisie moet je je punt in vier minuten maken. In het theater heb ik daar twee uur voor.' In die twee uur vertelt Spong over het takenpakket van een advocaat, over een aantal bijzondere zaken en de dilemma's waar hij tijdens zijn werk tegenaan loopt. Dat alles om te laten zien dat advocaten niet per se 'vleesgeworden duivels' zijn, een beeld dat volgens Spong nu wel wordt geschetst in de media. 'Er zullen best wat advocaten zijn die het ethisch gezien niet zo nauw nemen. Maar grosso modo bestaat de advocatuur uit hardwerkende en integere mensen. Daarom vind ik het belangrijk om het bestaande beeld te corrigeren', legt Spong uit.

Spong400xPer week is Spong met ongeveer vijftig zaken bezig. Daarnaast staat zijn telefoon roodgloeiend met interviewverzoeken en uitnodigingen voor televisieprogramma's. Een afspraak maken met de advocaat lijkt daarom een onmogelijke opgave. Het interview vindt dan ook onder zijn voorwaarden plaats. 'Kom eerst maar eens naar mijn voorstelling, dan maken we daarna een afspraak', draagt Spong aan de telefoon op. Op een koude woensdagmiddag is er dan eindelijk een plekje in de overvolle agenda van de 72-jarige advocaat. 'Maar ik heb maar een half uurtje', benadrukt hij.

Negatieve aandacht
Wie het kantoor van Spong binnenkomt, wordt enthousiast onthaald door zijn hondje Rex. De pootjes van de Yorkshire Terriër tikken op de oude marmeren vloer in het pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het beestje loopt heen en weer tussen de voordeur en het kantoor aan het eind van de gang. Daar zit Spong, achter zijn bureau dat vol ligt met dikke boeken, dossiermappen en losse papieren. Het imposante pand aan de Keizersgracht werd niet zomaar het kantoor van Spong. Door de jaren heen groeide hij uit tot een van de bekendste advocaten van Nederland. 'Ik had, vrij toevallig, een paar zaken die veel media-aandacht kregen, zo is dat langzaamaan ontstaan.' Maar die bekendheid levert hem ook negatieve aandacht op. 'Dat begon toen ik leden van de Rote Armee Fraktion bijstond', vertelt Spong. Leden van deze links-extremistische terreurgroep vochten een uitleveringsverzoek aan Duitsland aan. 'In die tijd werd ik door de media beschreven als terrorist in toga.' Inmiddels lijkt de kritiek hem niets meer te doen. Sterker nog: Spong geniet ervan. 'Sindsdien komen dit soort kwalificaties regelmatig voor, maar ik haal er een zekere voldoening uit', vervolgt hij. Grinnikend: 'Hoe negatiever ik word afgebeeld, hoe meer lol ik erin heb. Laat ze maar schrijven.'

'Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen.'

Vier vragen
Het negatieve beeld dat in de media over strafadvocaten wordt geschetst, is volgens Spong te verklaren door een gebrek aan kennis over het strafrecht. Voor alle juristen, van eerstejaars studenten tot strafadvocaten, is de meest gehoorde vraag van niet-juristen: hoe kun je iemand verdedigen als je weet dat diegene schuldig is? Dit is een probleem, vindt Spong. 'Uit die vraag blijkt een verbijsterend gebrek aan inzicht in wat het strafrecht nou precies inhoudt. Het gaat in het strafrecht niet alleen om de vraag of iemand het heeft gedaan.' Met opgeheven vinger legt Spong uit: 'In artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering staan vier belangrijke vragen die een strafrechter moet beantwoorden. Van die vier is "heeft de verdachte het gedaan?" slechts één vraag. De andere vragen zijn net zo belangrijk en om die te beantwoorden is een advocaat nodig.'

'Als eenmaal is vastgesteld dat iemand een bepaald feit heeft gepleegd, moet de rechter nog vaststellen of het gaat om een strafbaar feit en of de verdachte strafbaar is', vervolgt Spong zijn pleidooi. 'Daarnaast moet de rechter zich buigen over de vraag welke straf moet worden opgelegd. Dat zijn heel ingewikkelde vragen, waar vaak geen eenduidig antwoord op te geven is.' Want of iemand bestraft kan worden, hangt af van de omstandigheden van het geval. Zo maakt het nogal wat uit of er een strafuitsluitingsgrond, zoals noodweer, aanwezig is. Hierbij pleegt iemand een strafbaar feit om zichzelf of een ander te verdedigen. Denk aan iemand die een inbreker neerslaat. 'Je kunt iemand in zo'n geval wel de kop inslaan, maar dan word jij vervolgd', gaat Spong op strenge toon verder. 'Of je dan strafbaar bent, is een ingewikkelde vraag. Daarvoor is goede rechtsbijstand nodig en die moet worden verleend door een goede advocaat.' Er is binnen het strafrecht dus meer van belang dan enkel de vraag of iemand het heeft gedaan. 'Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen', stelt Spong.

Spong 750x

Vrije vogel
Het enthousiasme waarmee Spong over zijn vak vertelt, laat duidelijk zien dat zijn hart bij de advocatuur ligt. Het was hem dan ook al snel duidelijk dat hij de advocatuur in zou gaan en niet zou kiezen voor het beroep van Officier van Justitie of rechter. 'Ik ben wel een tijdje rechter plaatsvervanger geweest, dat is een advocaat die op vrijwillige basis optreedt als rechter. Dat vond ik een heel mooi beroep', geeft Spong toe, 'maar het is lang niet zo creatief en dynamisch als de advocatuur.' Spong leeft op als hij uitlegt wat die creativiteit inhoudt. 'Om tot een rechtvaardige oplossing te komen, moeten wij strafadvocaten de gebaande paden verlaten en iets nieuws bedenken. Nagenoeg alle belangrijke rechtsontwikkelingen zijn ingezet door advocaten. Op een gegeven moment moet het roer om, dan moet de rechter een uitspraak doen over een bepaald onderwerp. Wij zijn degenen die dat bepleiten, maar of de rechter daarin meegaat is altijd maar de vraag.' Voorbeelden zijn er volgens Spong genoeg. 'Denk aan etnische profilering, dat is iets wat de samenleving heel sterk raakt.' In een zaak waar dit onderwerp aan de orde is, zal een Officier van Justitie er nauwelijks aandacht aan besteden. Een advocaat moet daarover pleiten om de rechten in een samenleving op scherp te stellen. De ontwikkelingen in het recht komen niet van Onze Lieve Heer, die moeten van advocaten komen.'

'Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.'

Minder makkelijk was de keuze voor een rechtenstudie. Voordat Spong daaraan begon, heeft hij nog even Politicologie gestudeerd. Na een jaar hield Spong het daar weer voor gezien. 'Ik koos uiteindelijk toch voor Rechten, dat vond ik lekker concreet', grijnst hij. Spong studeerde eind jaren zestig in Amsterdam. Naar eigen zeggen was dat een heftige tijd. 'Maar zelf stond ik niet op de barricaden, ik was meer een toeschouwer.' Toch heeft zijn studententijd wel invloed op hem gehad. 'Tijdens mijn studie heb ik een gezagskritische houding ontwikkeld, ik werd daarmee geïnfecteerd. Dat is van invloed geweest op mijn houding als advocaat.' Hierin ligt meteen de tweede reden waarom Spong voor de advocatuur koos. 'De rechter en de Officier van Justitie zijn allebei onderworpen aan gezag en daar ben ik dus een beetje allergisch voor.' Hoewel Spong nog altijd beheerst spreekt, klinkt de afkeuring in zijn stem door. 'Die hele gouvernementele organisatie waarin de rechter en Officier van Justitie zijn ingebed, stuit me tegen de borst', vertelt Spong. 'Laat ik een voorbeeld geven. Als ik vandaag een nieuw fotokopieerapparaat wil aanschaffen, dan bestel ik het vanmiddag en is het morgen geleverd. Daarvoor hoef ik niet twintig formulieren in te vullen en toestemming te vragen aan drie hogergeplaatsten, iets wat een Officier van Justitie waarschijnlijk wel moet doen. Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.'

Filosofie in de rechtszaal
Die gezagskritische houding blijkt eens te meer wanneer Spong verder gaat over wat zijn taak als advocaat, nu is. 'Als advocaat ben je in veel zaken een beetje grensverleggend bezig.' Zijn doel is om de rechter keer op keer te laten filosoferen over bepaalde punten. Het beeld dat een advocaat alleen maar gelijk wil krijgen, wordt enigszins genuanceerd door Spong. 'Als het gaat om een belangrijke juridische kwestie is het niet erg als je geen gelijk krijgt. Want je dwingt de rechter nog eens stil te staan bij een belangwekkende rechtsvraag. Dat is waanzinnig

...
Lees meer

Terrorist in toga?

De media schetsen een verkeerd beeld van de strafadvocatuur. Dat vindt Gerard Spong, een van de bekendste advocaten van Nederland. Om dit beeld recht te zetten, is hij begonnen aan een theatertour. 'Advocaten worden in de media afgebeeld als de vleesgeworden duivel, zonder enige scrupules.'

Tekst: Simone Bregonje
Foto's: Mark van Doorn

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Al meer dan veertig jaar is Gerard Spong werkzaam als advocaat. Tijdens zijn carrière heeft hij opgetreden hij op in veelbesproken zaken, zoals het proces over de Schiedammer Parkmoord. Ook verschijnt hij bijna wekelijks in televisieprogramma's zoals De Wereld Draait Door. Toch had Spong nog behoefte aan een theatertour om zijn standpunt over te brengen. 'Op televisie moet je je punt in vier minuten maken. In het theater heb ik daar twee uur voor.' In die twee uur vertelt Spong over het takenpakket van een advocaat, over een aantal bijzondere zaken en de dilemma's waar hij tijdens zijn werk tegenaan loopt. Dat alles om te laten zien dat advocaten niet per se 'vleesgeworden duivels' zijn, een beeld dat volgens Spong nu wel wordt geschetst in de media. 'Er zullen best wat advocaten zijn die het ethisch gezien niet zo nauw nemen. Maar grosso modo bestaat de advocatuur uit hardwerkende en integere mensen. Daarom vind ik het belangrijk om het bestaande beeld te corrigeren', legt Spong uit.

Spong400xPer week is Spong met ongeveer vijftig zaken bezig. Daarnaast staat zijn telefoon roodgloeiend met interviewverzoeken en uitnodigingen voor televisieprogramma's. Een afspraak maken met de advocaat lijkt daarom een onmogelijke opgave. Het interview vindt dan ook onder zijn voorwaarden plaats. 'Kom eerst maar eens naar mijn voorstelling, dan maken we daarna een afspraak', draagt Spong aan de telefoon op. Op een koude woensdagmiddag is er dan eindelijk een plekje in de overvolle agenda van de 72-jarige advocaat. 'Maar ik heb maar een half uurtje', benadrukt hij.

Negatieve aandacht
Wie het kantoor van Spong binnenkomt, wordt enthousiast onthaald door zijn hondje Rex. De pootjes van de Yorkshire Terriër tikken op de oude marmeren vloer in het pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het beestje loopt heen en weer tussen de voordeur en het kantoor aan het eind van de gang. Daar zit Spong, achter zijn bureau dat vol ligt met dikke boeken, dossiermappen en losse papieren. Het imposante pand aan de Keizersgracht werd niet zomaar het kantoor van Spong. Door de jaren heen groeide hij uit tot een van de bekendste advocaten van Nederland. 'Ik had, vrij toevallig, een paar zaken die veel media-aandacht kregen, zo is dat langzaamaan ontstaan.' Maar die bekendheid levert hem ook negatieve aandacht op. 'Dat begon toen ik leden van de Rote Armee Fraktion bijstond', vertelt Spong. Leden van deze links-extremistische terreurgroep vochten een uitleveringsverzoek aan Duitsland aan. 'In die tijd werd ik door de media beschreven als terrorist in toga.' Inmiddels lijkt de kritiek hem niets meer te doen. Sterker nog: Spong geniet ervan. 'Sindsdien komen dit soort kwalificaties regelmatig voor, maar ik haal er een zekere voldoening uit', vervolgt hij. Grinnikend: 'Hoe negatiever ik word afgebeeld, hoe meer lol ik erin heb. Laat ze maar schrijven.'

'Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen.'

Vier vragen
Het negatieve beeld dat in de media over strafadvocaten wordt geschetst, is volgens Spong te verklaren door een gebrek aan kennis over het strafrecht. Voor alle juristen, van eerstejaars studenten tot strafadvocaten, is de meest gehoorde vraag van niet-juristen: hoe kun je iemand verdedigen als je weet dat diegene schuldig is? Dit is een probleem, vindt Spong. 'Uit die vraag blijkt een verbijsterend gebrek aan inzicht in wat het strafrecht nou precies inhoudt. Het gaat in het strafrecht niet alleen om de vraag of iemand het heeft gedaan.' Met opgeheven vinger legt Spong uit: 'In artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering staan vier belangrijke vragen die een strafrechter moet beantwoorden. Van die vier is "heeft de verdachte het gedaan?" slechts één vraag. De andere vragen zijn net zo belangrijk en om die te beantwoorden is een advocaat nodig.'

'Als eenmaal is vastgesteld dat iemand een bepaald feit heeft gepleegd, moet de rechter nog vaststellen of het gaat om een strafbaar feit en of de verdachte strafbaar is', vervolgt Spong zijn pleidooi. 'Daarnaast moet de rechter zich buigen over de vraag welke straf moet worden opgelegd. Dat zijn heel ingewikkelde vragen, waar vaak geen eenduidig antwoord op te geven is.' Want of iemand bestraft kan worden, hangt af van de omstandigheden van het geval. Zo maakt het nogal wat uit of er een strafuitsluitingsgrond, zoals noodweer, aanwezig is. Hierbij pleegt iemand een strafbaar feit om zichzelf of een ander te verdedigen. Denk aan iemand die een inbreker neerslaat. 'Je kunt iemand in zo'n geval wel de kop inslaan, maar dan word jij vervolgd', gaat Spong op strenge toon verder. 'Of je dan strafbaar bent, is een ingewikkelde vraag. Daarvoor is goede rechtsbijstand nodig en die moet worden verleend door een goede advocaat.' Er is binnen het strafrecht dus meer van belang dan enkel de vraag of iemand het heeft gedaan. 'Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen', stelt Spong.

Spong 750x

Vrije vogel
Het enthousiasme waarmee Spong over zijn vak vertelt, laat duidelijk zien dat zijn hart bij de advocatuur ligt. Het was hem dan ook al snel duidelijk dat hij de advocatuur in zou gaan en niet zou kiezen voor het beroep van Officier van Justitie of rechter. 'Ik ben wel een tijdje rechter plaatsvervanger geweest, dat is een advocaat die op vrijwillige basis optreedt als rechter. Dat vond ik een heel mooi beroep', geeft Spong toe, 'maar het is lang niet zo creatief en dynamisch als de advocatuur.' Spong leeft op als hij uitlegt wat die creativiteit inhoudt. 'Om tot een rechtvaardige oplossing te komen, moeten wij strafadvocaten de gebaande paden verlaten en iets nieuws bedenken. Nagenoeg alle belangrijke rechtsontwikkelingen zijn ingezet door advocaten. Op een gegeven moment moet het roer om, dan moet de rechter een uitspraak doen over een bepaald onderwerp. Wij zijn degenen die dat bepleiten, maar of de rechter daarin meegaat is altijd maar de vraag.' Voorbeelden zijn er volgens Spong genoeg. 'Denk aan etnische profilering, dat is iets wat de samenleving heel sterk raakt.' In een zaak waar dit onderwerp aan de orde is, zal een Officier van Justitie er nauwelijks aandacht aan besteden. Een advocaat moet daarover pleiten om de rechten in een samenleving op scherp te stellen. De ontwikkelingen in het recht komen niet van Onze Lieve Heer, die moeten van advocaten komen.'

'Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.'

Minder makkelijk was de keuze voor een rechtenstudie. Voordat Spong daaraan begon, heeft hij nog even Politicologie gestudeerd. Na een jaar hield Spong het daar weer voor gezien. 'Ik koos uiteindelijk toch voor Rechten, dat vond ik lekker concreet', grijnst hij. Spong studeerde eind jaren zestig in Amsterdam. Naar eigen zeggen was dat een heftige tijd. 'Maar zelf stond ik niet op de barricaden, ik was meer een toeschouwer.' Toch heeft zijn studententijd wel invloed op hem gehad. 'Tijdens mijn studie heb ik een gezagskritische houding ontwikkeld, ik werd daarmee geïnfecteerd. Dat is van invloed geweest op mijn houding als advocaat.' Hierin ligt meteen de tweede reden waarom Spong voor de advocatuur koos. 'De rechter en de Officier van Justitie zijn allebei onderworpen aan gezag en daar ben ik dus een beetje allergisch voor.' Hoewel Spong nog altijd beheerst spreekt, klinkt de afkeuring in zijn stem door. 'Die hele gouvernementele organisatie waarin de rechter en Officier van Justitie zijn ingebed, stuit me tegen de borst', vertelt Spong. 'Laat ik een voorbeeld geven. Als ik vandaag een nieuw fotokopieerapparaat wil aanschaffen, dan bestel ik het vanmiddag en is het morgen geleverd. Daarvoor hoef ik niet twintig formulieren in te vullen en toestemming te vragen aan drie hogergeplaatsten, iets wat een Officier van Justitie waarschijnlijk wel moet doen. Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.'

Filosofie in de rechtszaal
Die gezagskritische houding blijkt eens te meer wanneer Spong verder gaat over wat zijn taak als advocaat, nu is. 'Als advocaat ben je in veel zaken een beetje grensverleggend bezig.' Zijn doel is om de rechter keer op keer te laten filosoferen over bepaalde punten. Het beeld dat een advocaat alleen maar gelijk wil krijgen, wordt enigszins genuanceerd door Spong. 'Als het gaat om een belangrijke juridische kwestie is het niet erg als je geen gelijk krijgt. Want je dwingt de rechter nog eens stil te staan bij een belangwekkende rechtsvraag. Dat is waanzinnig

...
Lees meer

Tijdsgeest: Het dna-paspoort

In Tijdsgeest worden iedere editie het verleden of heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Het dna-paspoort.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editite van ANS.

Sinds ruim zestig jaar geleden werd ontdekt dat dna de drager is van erfelijke eigenschappen, is het een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de biologie en daarbuiten. Dna bleek schatten aan informatie over de drager ervan te bevatten. Tegenwoordig sturen steeds meer mensen hun dna op naar commerciële bedrijven om hun hele familiegeschiedenis uit te kunnen lezen. Ook in de medische wereld is het gebruik van dna niet meer weg te denken. Hoe heeft het gebruik van dit dna-profiel zich door de jaren heen ontwikkeld en hoe ziet de toekomst
van het gebruik van dna eruit?

Human Genome Projecttijdlijn dna
Toen de structuur van dna in de jaren vijftig werd ontdekt, dachten wetenschappers dat ze het geheim van het leven hadden ontrafeld. De ontdekking was een mijlpaal in de geschiedenis van de biologie en tevens aanleiding voor het ontstaan van de moleculaire biologie. Wetenschappers in dit onderzoeksveld houden zich vooral bezig met hoe genen in verband staan met de chemische processen die zich in de cellen afspelen. 'In de jaren negentig floreerde de gedachte van het genetisch determinisme', vertelt Hub Zwart, hoogleraar Filosofie van de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. 'Men dacht dat alle menselijke eigenschappen uit de genen af te lezen zouden zijn.' Wetenschappers beloofden een verklaring te kunnen geven voor genetische ziektes en aandoeningen, wanneer ze de functies van alle menselijke genen in kaart zouden kunnen brengen.

De gedachte van genetisch determinisme leidde ook tot weerstand uit de samenleving. 'Veel mensen waren bang voor wat er nog meer met de informatie uit hun dna kon worden gedaan', vertelt Zwart. 'Ze vreesden voor discriminatie op basis van genetische verschillen. Een veelgehoorde angst was bijvoorbeeld dat de informatie bij verzekeraars terecht zou komen en dat dit patiënten zou benadelen.'

Ondanks deze kritiek koos de overheid er toch voor om te investeren in projecten om dna uit te lezen. 'In 1990 ging het grootste biologische samenwerkingsproject ooit van start: het Human Genome Project (HUGO). Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk werkten mee aan dit project, dat in totaal 3 miljard dollar kostte. De wetenschappers wilden op basis van een grote groep donors alle menselijke genen in kaart brengen en zo hun functie vaststellen.

'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden.'

Persoonlijke medicijnen
Toen het HUGO in 2003 tot een eind kwam, stelden de resultaten teleur. Het dna leverde niet zoveel informatie op als gehoopt. 'Lang niet alle menselijke eigenschappen zijn puur uit dna te herleiden. Veel genetische verschillen worden bepaald door andere factoren', legt Zwart uit. Dit betekende het einde voor het idee van genetisch determinisme.

Toch was de informatie uit dna niet helemaal nutteloos. Het kan bijvoorbeeld wel wat vertellen over aanleg voor genetische aandoeningen en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Op deze manier kan dna worden gebruikt om een persoonlijk medisch profiel te schetsen. In de medische wereld wordt al gebruik gemaakt van zo'n persoonlijke schets. Het Leids UMC gebruikt dna bijvoorbeeld om de dosering van sommige medicijnen te bepalen. 'Dit wordt vastgelegd in een soort paspoort', vertelt hoogleraar Klinische Farmacie aan het Leids UMC Henk-Jan Guchelaar. 'Een dokter kan deze informatie vervolgens gebruiken om een gepersonaliseerde dosis van een bepaald medicijn voor te schrijven.'

Ook commerciële bedrijven zijn aan de haal gegaan met dit soort persoonlijke schetsen. 'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden', vertelt Zwart. Bedrijven bieden bijvoorbeeld afkomst- en vaderschapstesten, maar ook adviezen rondom voeding en gezondheid. iGene is een van die bedrijven en biedt klanten na opsturen van hun dna een inschatting van de kans om ziektes als Alzheimer of eierstokkanker te krijgen. 'Dat mensen hier veelvuldig gebruik van maken, laat goed zien dat de angst voor de informatie uit dna is afgezwakt.'

'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten.'

Paspoort voor iedereen?
Een persoonlijk dna-profiel kan veel informatie verstrekken. Zo wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar het creëren van een op dna gebaseerd paspoort voor iedereen. 'Hierbij wordt er een dna-profiel van mensen gemaakt, nog voordat ze medicijnen nodig hebben. Wanneer iemand ziek wordt, kunnen medicijnen meteen in de juiste dosering worden voorgeschreven', vertelt Guchelaar. Dit onderzoek is volgens hem veelbelovend. 'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten. Het zou raar zijn als een dergelijk systeem niet wordt ingevoerd.' Ook Zwart denkt dat de kans groot is dat zo'n paspoort in de toekomst op grote schaal wordt toegepast. 'In de huidige samenleving wordt dit soort informatie steeds belangrijker.'

Toch ziet Guchelaar nog steeds veel argwaan tegenover de ontwikkelingen op het gebied van dna. 'Laatst werd ik voor een nieuwsprogramma geïnterviewd over het paspoort', vertelt hij. 'Daar werd dit vertaald naar "dna-paspoort". Hierdoor dachten veel mensen dat hun complete dna in kaart zou worden gebracht, en dat er zo ook informatie vrij zou komen over de kans dat ze een bepaalde ziekte zoals kanker zouden krijgen.' Volgens Zwart laat dit de paradox van de huidige tijd zien. 'Aan de ene kant willen we steeds meer informatie, maar aan de andere kant vinden mensen hun privacy heel belangrijk en zijn ze bang voor wat er met die informatie gebeurt.' Of we straks allemaal door het leven gaan met een dna-paspoort is dus nog afwachten, maar vast staat dat dna in de toekomst een grotere rol zal gaan spelen.

dnapaspoort 750x

 

Lees meer

Tijdsgeest: Het dna-paspoort

In Tijdsgeest worden iedere editie het verleden of heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Het dna-paspoort.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editite van ANS.

Sinds ruim zestig jaar geleden werd ontdekt dat dna de drager is van erfelijke eigenschappen, is het een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de biologie en daarbuiten. Dna bleek schatten aan informatie over de drager ervan te bevatten. Tegenwoordig sturen steeds meer mensen hun dna op naar commerciële bedrijven om hun hele familiegeschiedenis uit te kunnen lezen. Ook in de medische wereld is het gebruik van dna niet meer weg te denken. Hoe heeft het gebruik van dit dna-profiel zich door de jaren heen ontwikkeld en hoe ziet de toekomst
van het gebruik van dna eruit?

Human Genome Projecttijdlijn dna
Toen de structuur van dna in de jaren vijftig werd ontdekt, dachten wetenschappers dat ze het geheim van het leven hadden ontrafeld. De ontdekking was een mijlpaal in de geschiedenis van de biologie en tevens aanleiding voor het ontstaan van de moleculaire biologie. Wetenschappers in dit onderzoeksveld houden zich vooral bezig met hoe genen in verband staan met de chemische processen die zich in de cellen afspelen. 'In de jaren negentig floreerde de gedachte van het genetisch determinisme', vertelt Hub Zwart, hoogleraar Filosofie van de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. 'Men dacht dat alle menselijke eigenschappen uit de genen af te lezen zouden zijn.' Wetenschappers beloofden een verklaring te kunnen geven voor genetische ziektes en aandoeningen, wanneer ze de functies van alle menselijke genen in kaart zouden kunnen brengen.

De gedachte van genetisch determinisme leidde ook tot weerstand uit de samenleving. 'Veel mensen waren bang voor wat er nog meer met de informatie uit hun dna kon worden gedaan', vertelt Zwart. 'Ze vreesden voor discriminatie op basis van genetische verschillen. Een veelgehoorde angst was bijvoorbeeld dat de informatie bij verzekeraars terecht zou komen en dat dit patiënten zou benadelen.'

Ondanks deze kritiek koos de overheid er toch voor om te investeren in projecten om dna uit te lezen. 'In 1990 ging het grootste biologische samenwerkingsproject ooit van start: het Human Genome Project (HUGO). Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk werkten mee aan dit project, dat in totaal 3 miljard dollar kostte. De wetenschappers wilden op basis van een grote groep donors alle menselijke genen in kaart brengen en zo hun functie vaststellen.

'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden.'

Persoonlijke medicijnen
Toen het HUGO in 2003 tot een eind kwam, stelden de resultaten teleur. Het dna leverde niet zoveel informatie op als gehoopt. 'Lang niet alle menselijke eigenschappen zijn puur uit dna te herleiden. Veel genetische verschillen worden bepaald door andere factoren', legt Zwart uit. Dit betekende het einde voor het idee van genetisch determinisme.

Toch was de informatie uit dna niet helemaal nutteloos. Het kan bijvoorbeeld wel wat vertellen over aanleg voor genetische aandoeningen en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Op deze manier kan dna worden gebruikt om een persoonlijk medisch profiel te schetsen. In de medische wereld wordt al gebruik gemaakt van zo'n persoonlijke schets. Het Leids UMC gebruikt dna bijvoorbeeld om de dosering van sommige medicijnen te bepalen. 'Dit wordt vastgelegd in een soort paspoort', vertelt hoogleraar Klinische Farmacie aan het Leids UMC Henk-Jan Guchelaar. 'Een dokter kan deze informatie vervolgens gebruiken om een gepersonaliseerde dosis van een bepaald medicijn voor te schrijven.'

Ook commerciële bedrijven zijn aan de haal gegaan met dit soort persoonlijke schetsen. 'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden', vertelt Zwart. Bedrijven bieden bijvoorbeeld afkomst- en vaderschapstesten, maar ook adviezen rondom voeding en gezondheid. iGene is een van die bedrijven en biedt klanten na opsturen van hun dna een inschatting van de kans om ziektes als Alzheimer of eierstokkanker te krijgen. 'Dat mensen hier veelvuldig gebruik van maken, laat goed zien dat de angst voor de informatie uit dna is afgezwakt.'

'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten.'

Paspoort voor iedereen?
Een persoonlijk dna-profiel kan veel informatie verstrekken. Zo wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar het creëren van een op dna gebaseerd paspoort voor iedereen. 'Hierbij wordt er een dna-profiel van mensen gemaakt, nog voordat ze medicijnen nodig hebben. Wanneer iemand ziek wordt, kunnen medicijnen meteen in de juiste dosering worden voorgeschreven', vertelt Guchelaar. Dit onderzoek is volgens hem veelbelovend. 'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten. Het zou raar zijn als een dergelijk systeem niet wordt ingevoerd.' Ook Zwart denkt dat de kans groot is dat zo'n paspoort in de toekomst op grote schaal wordt toegepast. 'In de huidige samenleving wordt dit soort informatie steeds belangrijker.'

Toch ziet Guchelaar nog steeds veel argwaan tegenover de ontwikkelingen op het gebied van dna. 'Laatst werd ik voor een nieuwsprogramma geïnterviewd over het paspoort', vertelt hij. 'Daar werd dit vertaald naar "dna-paspoort". Hierdoor dachten veel mensen dat hun complete dna in kaart zou worden gebracht, en dat er zo ook informatie vrij zou komen over de kans dat ze een bepaalde ziekte zoals kanker zouden krijgen.' Volgens Zwart laat dit de paradox van de huidige tijd zien. 'Aan de ene kant willen we steeds meer informatie, maar aan de andere kant vinden mensen hun privacy heel belangrijk en zijn ze bang voor wat er met die informatie gebeurt.' Of we straks allemaal door het leven gaan met een dna-paspoort is dus nog afwachten, maar vast staat dat dna in de toekomst een grotere rol zal gaan spelen.

dnapaspoort 750x

 

Lees meer

Tijdsgeest: Terrorisme in Nederland

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie:Terrorisme in Nederland.

Tekst: Jonathan Janssen en Myrte Nowee
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Waar terrorisme tegenwoordig vaak wordt gelinkt aan moslimextremisten, is dit niet altijd het geval geweest. Terrorisme kent vele vormen, maar kan worden gedefinieerd als het gebruik van dodelijk geweld voor het bereiken van politieke doelen en de verspreiding van angst. De eerste terroristische bewegingen waar Nederland mee te maken kreeg, waren groepen als de Molukse treinkapers en de extreemlinkse Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa) een aantal decennia geleden. Die werden opgevolgd door de heilige strijd van het islamitische jihadisme, een ideologie die nu een grote klap lijkt te hebben gekregen met de val van het kalifaat van Islamitische Staat (IS) in 2018. Betekent dit dat de terroristische dreiging hiermee ook in Nederland zal afnemen, of zijn er groepen die nieuwe gevaren kunnen brengen voor de toekomst?

terrorismetijdlijnVerleden:Tijd van revolutie
In de jaren zeventig en tachtig waren vooral linkse radicalen en internationale groeperingen verantwoordelijk voor terroristische aanslagen in Nederland. 'De meeste dodelijke aanslagen kwamen van Zuid-Molukse jongeren', stelt Jeanine De Roy van Zuijdewijn, onderzoeker aan het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Aan Molukse immigranten was, na het onafhankelijk worden van Indonesië, een onafhankelijke republiek beloofd door de Nederlandse staat. Na twintig jaar in onzekerheid in Nederland te hebben gewoond, was deze er in de jaren zeventig nog steeds niet. Daarop kaapten Molukse jongeren onder andere twee treinen en bezetten ze een basisschool. 'Met deze acties wilden zij de Nederlandse overheid onder druk zetten om actiever te helpen een onafhankelijke Zuid-Molukse republiek af te dwingen', vervolgt De Roy van Zuijdewijn. De acties leidden tot zeventien doden. Omdat Nederland nog nauwelijks terrorisme kende, maakte dit veel indruk.

In die tijd waren er ook links-extremistische groepen die meeliftten op de populaire opstandige pop- en rockcultuur. Veruit de meeste materiële schade werd een decennium na de Molukkers veroorzaakt door de extreemlinkse beweging RaRa. De groep pleegde brandaanslagen op filialen van Nederlandse bedrijven. Zij eisten dat de bedrijven zich terug moesten trekken uit het Zuid-Afrika van de apartheid. Bij deze aanslagen vielen geen doden.

Met de val van het IJzeren Gordijn eind jaren tachtig was er geen socialistische revolutie meer om voor te strijden. De linkse bewegingen verloren hiermee hun kracht. Het revolutionair terrorisme van de jaren zeventig en tachtig had echter met 26 slachtoffers voor meer doden door terrorisme in Nederland gezorgd dan welke periode dan ook.

Heden: Heilige strijd
Sinds 1979, het jaar van de Iraanse Revolutie en de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan, werd wereldwijd van een terroristische golf met religieus motief gesproken. Het hoogtepunt voor de islamitische terroristen kwam in 2014 toen IS zichzelf tot kalifaat uitriep, waardoor het mondiale jihadisme voor het eerst een eigen grondgebied kreeg. Dit territorium ondersteunde de ideologie van de jihad, waardoor veel radicale moslims naar Syrië vertrokken. Onder hen waren ook veel Nederlanders.

Sinds 9/11 heeft het wereldwijde jihadisme voor angst in de Nederlandse samenleving gezorgd. Volgens recente cijfers van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is terrorisme dan ook de grootste zorg van Nederlanders. Op het moment van schrijven schat de NCTV het daadwerkelijke dreigingsniveau in Nederland op 'substantieel', ofwel vier op een schaal van vijf. 'Dat heeft te maken met de aanwezigheid van jihadisten in Nederland', verklaart Paul Abels, adviseur van de NCTV en bijzonder hoogleraar aan het ISGA. 'Nederland trekt ook nog steeds veel aandacht door iemand als Wilders en de cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed die hij wilde organiseren.' Abels verwacht dat het dreigingsniveau op termijn omlaag zal gaan. 'Door de ineenstorting van het kalifaat zien we dat in heel Europa de kans op een aanslag aan het afnemen is. In Nederland hebben we al een tijd geen georganiseerde aanslagen meer gehad.' Abels vraagt zich af of dat komt doordat veiligheidsinstanties goed werk hebben verricht, of doordat we geluk hebben gehad. 'Naar mijn idee is het een mix van beide.'

terrorisme 400xToekomst: Rechtse radicalen en milieu-extremisten
'De grote vraag is wat hierna zal komen', zegt De Roy van Zuijdewijn. 'Dankzij de opleving die het jihadisme heeft gekregen door de burgeroorlog in Syrië denk ik dat deze terroristische golf de komende tien jaar nog niet voorbij is.' De Roy van Zuijdewijn geeft aan dat het ook belangrijk is om te kijken met welke mogelijke andere stromingen we te maken kunnen krijgen. 'We moeten bijvoorbeeld het rechts-extremisme goed in de gaten houden om te kijken of dit zich niet de verkeerde kant op ontwikkelt.' De eerste extreemrechtse terroristische aanslag heeft zich in Nederland al voorgedaan in 2016. Toen gooiden vijf mannen molotovcocktails op een moskee in Enschede. Toch denkt socioloog Marcel Lubbers, gespecialiseerd in rechts-extremisme, niet dat rechts- extremistische bewegingen zullen uitgroeien tot een nieuwe terroristische stroming. 'Hoewel deze groepen op sociale media steeds actiever worden, zijn er weinig aanwijzingen dat ze in omvang groeien.'

Abels gelooft dat het thema milieu in de nabije toekomst mogelijk tot radicalisering en terrorisme kan leiden. 'We zien dat het thema veel emoties oproept en tot politiek ongeduld leidt. Denk aan de commotie over de Oostvaardersplassen en de winning van aardgas in Groningen. We moeten voorkomen dat jongeren in de ban raken van een radicaal verhaal, zodat er na de val van het kalifaat niet een nieuwe magneet van radicalisme ontstaat.' De Roy van Zuijdewijn legt uit dat dit nog niet zo makkelijk is. 'Ik denk dat bepaalde groepen en stromingen wel bestreden kunnen worden, maar het fenomeen terrorisme zullen we nooit helemaal kunnen uitroeien.'

 

Lees meer

Tijdsgeest: Terrorisme in Nederland

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie:Terrorisme in Nederland.

Tekst: Jonathan Janssen en Myrte Nowee
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Waar terrorisme tegenwoordig vaak wordt gelinkt aan moslimextremisten, is dit niet altijd het geval geweest. Terrorisme kent vele vormen, maar kan worden gedefinieerd als het gebruik van dodelijk geweld voor het bereiken van politieke doelen en de verspreiding van angst. De eerste terroristische bewegingen waar Nederland mee te maken kreeg, waren groepen als de Molukse treinkapers en de extreemlinkse Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa) een aantal decennia geleden. Die werden opgevolgd door de heilige strijd van het islamitische jihadisme, een ideologie die nu een grote klap lijkt te hebben gekregen met de val van het kalifaat van Islamitische Staat (IS) in 2018. Betekent dit dat de terroristische dreiging hiermee ook in Nederland zal afnemen, of zijn er groepen die nieuwe gevaren kunnen brengen voor de toekomst?

terrorismetijdlijnVerleden:Tijd van revolutie
In de jaren zeventig en tachtig waren vooral linkse radicalen en internationale groeperingen verantwoordelijk voor terroristische aanslagen in Nederland. 'De meeste dodelijke aanslagen kwamen van Zuid-Molukse jongeren', stelt Jeanine De Roy van Zuijdewijn, onderzoeker aan het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Aan Molukse immigranten was, na het onafhankelijk worden van Indonesië, een onafhankelijke republiek beloofd door de Nederlandse staat. Na twintig jaar in onzekerheid in Nederland te hebben gewoond, was deze er in de jaren zeventig nog steeds niet. Daarop kaapten Molukse jongeren onder andere twee treinen en bezetten ze een basisschool. 'Met deze acties wilden zij de Nederlandse overheid onder druk zetten om actiever te helpen een onafhankelijke Zuid-Molukse republiek af te dwingen', vervolgt De Roy van Zuijdewijn. De acties leidden tot zeventien doden. Omdat Nederland nog nauwelijks terrorisme kende, maakte dit veel indruk.

In die tijd waren er ook links-extremistische groepen die meeliftten op de populaire opstandige pop- en rockcultuur. Veruit de meeste materiële schade werd een decennium na de Molukkers veroorzaakt door de extreemlinkse beweging RaRa. De groep pleegde brandaanslagen op filialen van Nederlandse bedrijven. Zij eisten dat de bedrijven zich terug moesten trekken uit het Zuid-Afrika van de apartheid. Bij deze aanslagen vielen geen doden.

Met de val van het IJzeren Gordijn eind jaren tachtig was er geen socialistische revolutie meer om voor te strijden. De linkse bewegingen verloren hiermee hun kracht. Het revolutionair terrorisme van de jaren zeventig en tachtig had echter met 26 slachtoffers voor meer doden door terrorisme in Nederland gezorgd dan welke periode dan ook.

Heden: Heilige strijd
Sinds 1979, het jaar van de Iraanse Revolutie en de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan, werd wereldwijd van een terroristische golf met religieus motief gesproken. Het hoogtepunt voor de islamitische terroristen kwam in 2014 toen IS zichzelf tot kalifaat uitriep, waardoor het mondiale jihadisme voor het eerst een eigen grondgebied kreeg. Dit territorium ondersteunde de ideologie van de jihad, waardoor veel radicale moslims naar Syrië vertrokken. Onder hen waren ook veel Nederlanders.

Sinds 9/11 heeft het wereldwijde jihadisme voor angst in de Nederlandse samenleving gezorgd. Volgens recente cijfers van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is terrorisme dan ook de grootste zorg van Nederlanders. Op het moment van schrijven schat de NCTV het daadwerkelijke dreigingsniveau in Nederland op 'substantieel', ofwel vier op een schaal van vijf. 'Dat heeft te maken met de aanwezigheid van jihadisten in Nederland', verklaart Paul Abels, adviseur van de NCTV en bijzonder hoogleraar aan het ISGA. 'Nederland trekt ook nog steeds veel aandacht door iemand als Wilders en de cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed die hij wilde organiseren.' Abels verwacht dat het dreigingsniveau op termijn omlaag zal gaan. 'Door de ineenstorting van het kalifaat zien we dat in heel Europa de kans op een aanslag aan het afnemen is. In Nederland hebben we al een tijd geen georganiseerde aanslagen meer gehad.' Abels vraagt zich af of dat komt doordat veiligheidsinstanties goed werk hebben verricht, of doordat we geluk hebben gehad. 'Naar mijn idee is het een mix van beide.'

terrorisme 400xToekomst: Rechtse radicalen en milieu-extremisten
'De grote vraag is wat hierna zal komen', zegt De Roy van Zuijdewijn. 'Dankzij de opleving die het jihadisme heeft gekregen door de burgeroorlog in Syrië denk ik dat deze terroristische golf de komende tien jaar nog niet voorbij is.' De Roy van Zuijdewijn geeft aan dat het ook belangrijk is om te kijken met welke mogelijke andere stromingen we te maken kunnen krijgen. 'We moeten bijvoorbeeld het rechts-extremisme goed in de gaten houden om te kijken of dit zich niet de verkeerde kant op ontwikkelt.' De eerste extreemrechtse terroristische aanslag heeft zich in Nederland al voorgedaan in 2016. Toen gooiden vijf mannen molotovcocktails op een moskee in Enschede. Toch denkt socioloog Marcel Lubbers, gespecialiseerd in rechts-extremisme, niet dat rechts- extremistische bewegingen zullen uitgroeien tot een nieuwe terroristische stroming. 'Hoewel deze groepen op sociale media steeds actiever worden, zijn er weinig aanwijzingen dat ze in omvang groeien.'

Abels gelooft dat het thema milieu in de nabije toekomst mogelijk tot radicalisering en terrorisme kan leiden. 'We zien dat het thema veel emoties oproept en tot politiek ongeduld leidt. Denk aan de commotie over de Oostvaardersplassen en de winning van aardgas in Groningen. We moeten voorkomen dat jongeren in de ban raken van een radicaal verhaal, zodat er na de val van het kalifaat niet een nieuwe magneet van radicalisme ontstaat.' De Roy van Zuijdewijn legt uit dat dit nog niet zo makkelijk is. 'Ik denk dat bepaalde groepen en stromingen wel bestreden kunnen worden, maar het fenomeen terrorisme zullen we nooit helemaal kunnen uitroeien.'

 

Lees meer

Vaccinatie tegen fake news

Nepnieuws is niet uit te roeien. Pogingen om het te bestrijden zijn dan ook nutteloos, vindt desinformatie-expert Ruurd Oosterwoud. In plaats daarvan wil hij mensen trainen om het zelf op te sporen. 'Ik wil mensen vaccineren tegen nepnieuws.'

Tekst: Julia Mars
Foto's: Vincent Veerbeek
Illustratie: Jesse Timmermans

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Interview Ruurd1 750x

"Onderzoek wijst uit: MH17-ramp toch niet de schuld van Rusland". "Mark Rutte gespot in homobar. Klik voor foto". "Wetenschappers: vaccineren leidt tot autisme". Nepnieuws is overal, maar het is lastig te herkennen, zeker op sociale media. Desinformatie gaat niet alleen maar om onjuiste nieuwsberichten, maar ook om trollen die spraakmakend commentaar via nepaccounts op Facebook en Twitter plaatsen en nepberichten verspreiden. Er wordt zoveel desinformatie gedeeld op internet, dat het bestrijden ervan moeilijk is.

Fake news-expert Ruurd Oosterwoud wil het daarom over een andere boeg gooien. 'Het internet is niet schoon te krijgen, desinformatie zal er altijd blijven', meent hij. In plaats van nepnieuws uitroeien, wil hij mensen er daarom tegen "vaccineren". Door mensen bewust te maken van hoe trollen te werk gaan, probeert hij ze te leren hoe ze nepnieuws kunnen herkennen. Dit wil hij bereiken door middel van een online spel, waar mensen zelf nepnieuws moeten maken. Met zijn organisatie DROG organiseert hij workshops over het spel en samen met de Universiteit van Cambridge doet hij onderzoek naar het effect van deze strategie. 'We willen mensen resistent maken door ze beetje bij beetje nepnieuws toe te dienen.'

'Net als bij propaganda probeert het een grote groep mensen in een bepaalde gedachtestroom te krijgen.'

Trollenfabriek
In een koffiecorner van de Universiteit Leiden vertelt Oosterwoud hoe hij verzeild is geraakt in de wereld van nepnieuws. 'Ik kwam voor het eerst in aanraking met online nepberichten tijdens de Krimcrisis in Oekraïne in 2014. Ik was toen nog bezig met mijn studie Russian and Eurasian Studies en volgde het nieuws op de voet. Bij veel van die berichten twijfelde ik sterk of ik ze wel kon geloven.' De opkomst van het internet maakte volgens hem plaats voor een nieuwe vorm van desinformatie: het creëren van een bepaalde gedachtestroom door nepaccounts op sociale media. 'Hoewel internet al enige tijd bestond, waren veel mensen nog niet digitaal wegwijs en daardoor makkelijk te beïnvloeden. Wanneer je dan met heel veel nepaccounts berichten gaat posten, kun je makkelijk de maatschappelijke opvattingen van een kleine gemeenschap sturen.'

Nepnieuws is inmiddels niet alleen in Oost-Europa een probleem, ook in de rest van de wereld wordt er veel over gesproken. Zo werd tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen onthuld dat politieke partij DENK bezig was met het opzetten van een nepnieuwscampagne tegen de PVV. Dat nepnieuws in Nederland veel mensen beïnvloedt, is niet verwonderlijk. Ook hier bestaan sociale media nog maar relatief kort. 'Mensen begrijpen niet goed genoeg wat er allemaal mogelijk is met sociale media', stelt Oosterwoud. Het is bijvoorbeeld vaak lastig om van een bericht de bron te bepalen, iets wat bij traditionele media, zoals kranten, makkelijker te achterhalen is. Wat nepnieuws hiervan onderscheidt, is dat het altijd als doel heeft om onrust te creëren in de maatschappij. 'Net als bij propaganda probeert het een grote groep mensen in een bepaalde gedachtestroom te krijgen.'

'Mensen die gepolariseerd zijn, willen niet meer luisteren naar wat de overheid zegt.'

ruurd zwart wit 450xScheidsrechter
Deze onrust ontstaat voornamelijk doordat mensen door de contrasterende berichten niet meer weten wat ze moeten geloven. 'Ze verliezen vertrouwen in de overheid en de gevestigde media en komen daardoor in hun eigen ideologische bubbel op sociale media terecht', legt Oosterwoud uit. Dit brengt overheid en media in een moeilijk parket. 'Mensen die gepolariseerd zijn, willen niet meer luisteren naar wat de overheid zegt.' Een goed voorbeeld hiervan zijn de antivaxxers, een beweging die ervan overtuigd is dat vaccineren slecht voor je is. 'Als de mensen die tegen vaccineren zijn geen valide argumenten meer hebben om hun gelijk te bewijzen, zullen ze wel iets anders bedenken, bijvoorbeeld dat de overheid vaccinaties gebruikt om geld te verdienen.' De overheid en de media kunnen zelf moeilijk iets doen om onwaarheden te bestrijden. 'Wanneer ze als een soort scheidsrechter proberen op te treden, worden ze van censuur beschuldigd.'

Een ander aspect dat nepnieuws lastig te herkennen maakt, is dat de berichten vaak over emotionele onderwerpen gaan. 'Mensen raken hier zo door opgefokt, dat ze niets anders meer willen lezen', stelt Oosterwoud. Een voorbeeld hiervan zijn de emotionele uitlatingen op internet over Zwarte Piet. Daar is het lastig om te bepalen of het gaat om een trollenaanval of een legitieme politieke groep. Begin oktober berichtte de pagina Ik Ben Zwarte Piet dat de verdachten in de rechtszaak over de wegblokkade tijdens de sinterklaasoptocht van vorig jaar veroordeeld waren tot achttien jaar celstraf, terwijl de rechter nog helemaal geen uitspraak had gedaan. Het bericht werd maar liefst 25.000 keer gedeeld. Dit laat zien hoe snel een nepnieuwsbericht zich kan verspreiden en hoe moeilijk het is om dit te voorkomen. Oosterwoud zoekt de oplossing dan ook ergens anders: 'We moeten nepnieuws niet proberen te bestrijden, maar mensen individueel weerbaar maken.'

Vaccineren tegen nepnieuws
Met individueel weerbaar maken bedoelt Oosterwoud dat mensen moeten leren hoe ze de feiten in berichten kunnen checken. 'Er zijn al wat initiatieven die mensen leren hoe ze dit kunnen doen, maar dat gaat vaak op een hele droge manier', zegt hij. 'Niemand gaat elk nieuwsbericht tot op de bodem uitzoeken.' Oosterwoud bedacht daarom een bijzondere oplossing: een online spel. 'In de game leert de speler op een interactieve en luchtige manier de technieken van fake news en probeert daarmee de Nederlandse samenleving omver te werpen.' Een van de opdrachten is bijvoorbeeld het schrijven van een tweet waarin de speler zich voordoet als de nabestaande van een MH17-slachtoffer die zijn woede uit op de laksheid van de Nederlandse overheid in het onderzoek naar de ramp. 'Door middel van humoristische feedback zoals "Goed bezig! Je hebt een nabestaande van een MH17-slachtoffer nagedaan en daarmee een relletje geschopt", wordt de speler door het spel geleid.' Het doel is om zo veel mogelijk volgers en daarmee zo veel mogelijk invloed te krijgen. Humor is hierbij belangrijk, stelt Oosterwoud. 'Door een frisse benadering leer je hoe nepnieuws wordt gemaakt en hoe je het kunt herkennen.' Oosterwoud heeft een opmerkelijke vergelijking bedacht om dit proces uit te leggen. 'Door mensen te laten zien hoe makkelijk het is om fake news te maken, proberen we ze ertegen te vaccineren', vertelt Oosterwoud enthousiast. 'We hopen dat mensen een soort mentale antilichamen gaan maken, door ze een verzwakte versie van het virus te geven.'

'Wat ik eigenlijk heel graag zou willen, is mijn eigen goedaardige trollenleger.'

In samenwerking met de Universiteit van Cambridge doet Oosterwoud onderzoek naar het effect van zijn spel. 'Om te testen in hoeverre het spel mensen ook echt "vaccineert" tegen fake news, laten we een testgroep een survey invullen voor en nadat ze het spel spelen. In deze survey laten we berichten zien, waarvan de deelnemers moeten beoordelen in hoeverre ze het bericht geloofwaardig vinden.' De resultaten van het onderzoek laten nog op zich wachten, maar het project wordt al op diverse plaatsen ingezet. Zo gaat zijn organisatie DROG bij basisscholen langs om workshops te geven aan kinderen. De creatieve aanpak is niet onopgemerkt gebleven. 'We werden laatst bijvoorbeeld gevraagd om een workshop te geven bij de Koninklijke Landmacht om officieren inzicht te geven in de gevaren van fake news. Ook binnen de EU-kantoren in Brussel zijn we populair. Momenteel zijn we bezig om het project op grote schaal op scholen in heel Europa op te zetten.'

Op de vraag op welke manieren Oosterwoud nepnieuws nog meer zou willen bestrijden, lacht hij alsof hij een geheim gaat verklappen. 'Wat ik eigenlijk heel graag zou willen, is mijn eigen goedaardige trollenleger', zegt hij, na even twijfelen of hij dit wel kan zeggen. 'Het lijkt me interessant om in de huid te kruipen van zo'n trol en er achter te komen wat er in hun hoofd omgaat.'

Ruurd750x

 

Lees meer

Van de Baan: Coffeeshop Kronkel

Wie: Jelle (23), eerstejaars Biologie
Bijbaan: Medewerker hasj- en wietverkoop bij coffeeshop Kronkel, 11 euro per uur

Tekst: Noor de Kort
Foto: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Wat doe je precies bij coffeeshop Kronkel?
'Ik sta tegenwoordig vooral bij de hasj- en wietverkoop, maar ik ben begonnen achter de bar en in de bediening. Meestal kom je pas achter de verkoopbalie terecht als de werkgever je wat beter kent. Hij moet je kunnen vertrouwen, want vijf gram wiet levert meer omzet op dan een kopje koffie. Daarnaast is het als verkoper belangrijk dat je vriendelijk bent, maar ook autoriteit uitstraalt. Dronken mensen moet ik bijvoorbeeld wegsturen, want zij mogen de coffeeshop niet in. Ze kunnen moeilijk gaan doen en bullshit uitkramen als: "Ik ben volwassen en bepaal zelf of ik hier kom."'

Van de Baan coffeeshop grootKrijg je wel eens te maken met serieuze incidenten?
'Dat komt heel af en toe voor. Ooit drong er een jongen voor door naast zijn vriend aan de balie te komen staan. Een man achter hem zei toen: "Nee gast, zo werkt het niet." Een van de jongens schold de man vervolgens uit voor kankermarokkaan. Ik heb die jongen toen een toegangsverbod gegeven en weggestuurd. De man die werd uitgescholden, vertelde later dat hij zich erg moest inhouden. Hij was namelijk net met verlof na zes jaar in de gevangenis te hebben gezeten.'

Wat vindt jouw omgeving ervan dat je hier werkt?
'Mijn ouders hebben er helemaal geen problemen mee. Ongeveer twintig jaar geleden, toen ik nog een baby was, werkte mijn moeder hier namelijk ook. In die periode heeft zij mijn oma een keer rondgeleid in de coffeeshop. Dat was het domste idee ooit, want haar ouders zijn juist erg tegen coffeeshops. Mijn moeder heeft hen daarom pas een jaar nadat ik was begonnen bij Kronkel verteld dat ik hier werk. Zij wilden er vervolgens nooit met mij over praten. Aan vrienden vertel ik gewoon waar ik werk en als ze het niet leuk vinden, is dat hun probleem. Gelukkig vinden de meesten het prima, want zij blowen zelf ook.'

Zet je dit bijbaantje op je cv?
'Dat is afhankelijk van het bedrijf waar ik solliciteer. Ik zou het wel op mijn cv zetten als ik werk zoek bij een café. In de horeca boeit het niet of je in een coffeeshop of in een café hebt gewerkt, zolang je maar hard werkt. Bij een belangrijkere sollicitatie, zoals voor een stage of onderzoeksplaats, zou ik dit baantje niet op mijn cv zetten. Ik wil geen slapende honden wakker maken. Als een werkgever een vooroordeel over blowen heeft, ben je fucked.'

 

Lees meer

Van de baan: Heftruckchauffeur

Wie: Max van Dinther 22, derdejaarsstudent Filosofie
Bijbaan: Heftruckbestuurder bij Hyster-Yale, 12,50 euro per uur

Tekst: Jitske de Vries
Foto: Jetske Adams

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Hé Max, wat doe je daarboven?
'Ik werk in een fabrieksmagazijn waar ik kleine heftruckonderdelen zoals buizen en lampen verplaats met een heftruck. Mijn baan is eigenlijk een beetje ironisch, omdat ik heftruck rijd in een fabriek waar heftrucks worden gebouwd. Het werk is vrij makkelijk: ik moet voornamelijk dingen oppakken en ze wegzetten in een stelling. Je hebt dus geen hele leipe kwaliteiten nodig om hier te kunnen werken. Daarentegen is het wel vet om op 8 meter hoogte een pallet uit een stelling te halen.'

Vandebaan400xDat is wel heel hoog. Hoe ben je op die heftruck terecht gekomen?
'Ik zocht een baan, maar wilde wel iets spannends doen. Via een uitzendbureau kwam ik hier terecht. De eerste keer dat ik binnenkwam dacht ik: "fuck". Ik was bang dat het heel zwaar werk zou zijn met strenge targets. Ook was ik benieuwd of ik überhaupt een heftruck kon rijden, want ik heb geen rijbewijs. Dat was gelukkig geen probleem, maar ik moest wel verschillende certificaten halen. De heftruck waar ik vervolgens als eerst op mocht rijden was direct de grootste van het magazijn. Dat was meteen even opletten.'

Klinkt gevaarlijk. Zitten er geen risico's aan het vak?
'Op een andere afdeling van het bedrijf zijn er wel een paar overlijdensgevallen geweest. Daar rijden ze met ladingen van tienduizend ton en als dat op je valt, blijft er weinig van je over. Op onze afdeling valt het risico mee. Wij werken met onderdelen die je vooral met de hand zou kunnen tillen. We hebben wel veiligheidsvoorschriften waar we ons aan moeten houden. Zo moeten we een veiligheidsbril en schoenen met stalen neuzen dragen. Ik hoef geen helm op, want er zit een dak op de heftruck. Wel is de ruimte tussen de schotten op het dak zo groot, dat onderdelen er gemakkelijk tussendoor kunnen vallen. Gelukkig is dat nog nooit gebeurd.'

Wil je je heftruckcarrière naar een hoger niveau tillen?
'Dit is de perfecte bijbaan wat betreft werktijden, salaris en collega's. Ik verwacht hier nog wel een tijdje rond te rijden, maar ik zie me hier niet de rest van mijn leven zitten. Het is wel handig dat ik de certificaten heb behaald. Mocht ik later nog bij een loods aan de slag willen, dan kom ik vrijwel overal binnen. Ik studeer Filosofie dus de kans om met mijn studie een goede baan te vinden...'

 

Lees meer

Van de Baan: Holland Casino

Wie: Max Martens (24), eerstejaars masterstudent Nederland-Duitsland-studies
Bijbaan: Servicemedewerker bij Holland Casino, ruim 15 euro per uur

Tekst: Elisa Ros Villarte
Foto: Steven Huls

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Wat houdt je baantje hier bij Holland Casino in?
'Ik ben millennial host. Dat houdt in dat ik rondleidingen verzorg voor mensen tot en met 35 jaar. Ik vang ze op bij de receptie en vraag of ze interesse hebben in een tour door het gebouw als ze voor de eerste keer in het casino zijn. Daarnaast leg ik de spellen uit. Ik vertel ze hoe bepaalde machines werken en waar ze op moeten letten. Als er geen nieuwe gasten zijn, kan iedereen naar mij komen voor algemene vragen.'

Van de baan Casino grootHoe ben je aan dit werk gekomen?
'De buurman van mijn vader werkt ook in het casino. Hij vertelde mij dat er vacatures op de website staan. Ik begon aan de sollicitatieprocedure met dertien andere mensen, van wie er uiteindelijk twee aangenomen zouden worden. Tijdens de sollicitatie moest ik vertellen waarom ik geschikter was dan de rest, terwijl de andere kandidaten in dezelfde ruimte zaten. Dat vond ik best gênant. Daarna moest ik een Verklaring Omtrent het Gedrag inleveren. Toen ik uiteindelijk de baan kreeg, moest ik een geheimhoudingsverklaring ondertekenen. Dit wil zeggen dat gegevens over gasten of bepaalde financiële zaken binnen de casinomuren blijven.'

Wat vind je leuk en minder leuk aan je werk?
'Het leuke aan mijn werk is dat het geen normale werkomgeving is, maar een chique plek waar mensen naartoe gaan voor een leuke avond uit. Ik zie veel terugkerende gasten met wie ik een band heb opgebouwd. Het is ook tof om te zien hoe mensen reageren als ze een groot bedrag winnen, zeker als het mensen van mijn leeftijd zijn. Ik kan me namelijk goed voorstellen hoe ik het zou vinden om zo'n groot bedrag te winnen. Het is minder fijn dat ik altijd in de weekenden werk. Daar staat tegenover dat het goed betaalt, dus het is geen groot probleem.'

Ga je in je vrije tijd soms ook zelf voor het grote geld?
'Nee, want ik mag zelf niet in een vestiging van Holland Casino spelen. Zelfs als ik ontslag neem, mag ik tot een half jaar nadat ik uit dienst ben niet in een Holland Casino komen. Als ik ontslagen word, is die tijd nog langer. Mijn werkgevers hebben hier nooit een specifieke reden voor genoemd, maar ik kan me voorstellen dat het raar zou zijn als een voormalig medewerker opeens een miljoen wint. Ik mag wel naar casino's van een andere keten, maar die vind ik minder sfeervol. laatst konden collega’s hun vakantie-uren inleveren om naar las Vegas op reis te gaan en daar te gokken. Helaas had ik niet genoeg uren om mee te gaan.'

 

Lees meer

Van de Baan: Hoornvliezen afnemen

Wie: Jolien Stals (21), tweedejaars Geneeskunde
Bijbaan: Hoornvliezen afnemen voor Multi Tissue Centre ETB-BISLIFE, veertien euro per uur

Tekst: Bram Jodies en Aaricia Kayzer
Foto: Rein Wieringa

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

Hoe ziet jouw werkdag eruit?
'Ik werk bijvoorbeeld van elf uur 's avonds tot zes uur 's ochtends. Tijdens mijn dienst kan ik gewoon slapen, maar word ik wakker gebeld als een hoornvliesdonor overlijdt. Dan kan ik door heel Nederland gestuurd worden, bijvoorbeeld naar Heerlen of Groningen. Eenmaal op locatie begin ik met het identificeren van het lichaam. Ook neem ik bloed af om te kijken of er geen infecties zijn. Daarna haal ik het hele oog uit het lichaam en plaats ik een prothese, zodat de nabestaanden niet zien dat er iets weg is gehaald. De ogen stop ik in een potje in een doos met ijs. Dat breng ik naar de oogbank in Rotterdam. Omdat zij pas overdag open gaan, moet het weefsel goed gekoeld blijven.'

Van de Baan ooglepelen grootJe hebt dus een grote verantwoordelijkheid. Hoe ga je daarmee om?
'Ik wil natuurlijk geen fouten maken, dus ik zorg dat ik als ik moet werken goed uitgerust ben. Omdat ik regelmatig lange afstanden rijd en de hele nacht bezig ben, stop ik soms bij een tankstation om een rondje te lopen of een dutje te doen, anders ga ik knikkebollen.

'Soms sta ik op een avond voor lastige keuzes. Een keer waren er nabestaanden aanwezig in het mortuarium die vroegen of ze mee mochten kijken bij de afname. Meekijken bij de procedure zou ze kunnen helpen bij het verwerken, maar het kan ook een tegengesteld effect hebben. Ik moest toen voor de nabestaanden een inschatting maken en op basis daarvan een beslissing nemen.'

Hoe reageren mensen op je bijbaan?
'Ik krijg niet echt negatieve reacties, maar sommige mensen vinden mijn baan eng omdat ze niet weten wat het inhoudt. Misschien is dat wel goed, want sommige mensen willen het ook liever niet weten. Mijn zus kan bij voorbeeld helemaal niet tegen bloed, dus toen ik vertelde over mijn baan, zei ze: "Gadverdamme, wat ben jij een viezerik". Door zulke reacties houd ik rekening met wat ik erover vertel.'

Vind je het zelf niet moeilijk om met overleden mensen om te gaan?
'Voordat ik solliciteerde, vroeg ik me wel af hoe ik erop zou reageren, maar het viel uiteindelijk mee. Als ik in het medisch dossier van de overledene lees dat diegene heel jong is doodgegaan of kleine kinderen had, probeer ik daar niet te lang bij stil te staan. Het is triest om overleden mensen te zien, maar iedereen gaat een keer dood. Ik vind het fantastisch dat mensen de keuze hebben gemaakt om weefsel af te staan voor donatie.'

 

Lees meer

Van de baan: Legaal hacken

Wie: Gerben Janssen van Doorn (22), masterstudent Bedrijfskunde
Bijbaan: Legaal bedrijven hacken, gemiddeld 500 dollar per gevonden fout

Tekst: Siebe Konst en Julia Mars
Foto: Michiel Theelen

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Hoe ben je begonnen met hacken?
'Toen ik vijftien was, kreeg ik een baantje als webmaster bij een retailbedrijf. Daar beheerde ik de advertenties. Op een gegeven moment vond ik dit te veel tijd kosten en kwam ik op het idee om het programma achter de advertenties te automatiseren. Zo heb ik geleerd met computercodes om te gaan. Uit interesse ging ik op zoek naar wat er nog meer mogelijk is met programmeren. Uiteindelijk kwam ik bij het platform HackerOne uit. Op dat platform reiken bedrijven een beloning uit aan hackers die fouten op hun website vinden. Momenteel sta ik op nummer negen in de wereldranglijst van beste hackers van HackerOne.'

Wat maakt hacken zo leuk?Gerben hacker 450
'Ik ben altijd een beetje trots als ik kwetsbaarheden vind bij bekende bedrijven. In het verleden heb ik bijvoorbeeld weleens fouten gevonden bij Facebook, Dropbox en Rabobank. Ook vind ik live hacking evenementen erg leuk. Hierbij worden zo'n dertig à veertig hackers van over de hele wereld ingevlogen door HackerOne. Het is leuk om daar collega-hackers te ontmoeten, want normaal zie je elkaar nooit. Een aantal dagen lang probeer je dan samen met anderen een specifiek bedrijf te hacken.'

Je werkt dus altijd alleen?
'Ja, hacken blijft in principe iets tussen jou en je computer. Het lastige van hacken is dat je met de hele wereld concurreert. Soms is het zo dat andere hackers al drie maanden de codes van een specifiek bedrijf aan het doorzoeken zijn. Dan is het moeilijk om zomaar nieuwe fouten te vinden. Het kan voorkomen dat je dagenlang niks vindt, wat best demotiverend kan zijn. Met een drietal hackers heb ik wel vrij veel contact. Als het nodig is, kan ik hen vragen stellen. Toch blijft vanwege de concurrentie zelfs dan de vraag: wat deel je en wat deel je niet?'

Waarom zou je nog studeren, als je ook kunt rondkomen van hacken?
'Hacken geeft me niet genoeg zekerheid en structuur. Ik vind het een fijne gedachte dat ik nog kan terugvallen op mijn diploma Bedrijfskunde. Toch ga ik voorlopig niks bedrijfskundigs doen. Ik heb namelijk een IT-baan bij Facebook aangeboden gekregen. Ik ga hier niet aan de slag als hacker, maar als security engineer. In mijn vrije tijd wil ik wel blij ven hacken, want de live hacking evenementen wil ik niet missen.'

 

 

Lees meer

Van de baan: Mascotte van het RSC

Wie: RU'tje, tiendejaars uilskuiken
Bijbaan: Promotie van het Radboud Sportcentrum, voor een appel en een ei

Tekst: Jean Querelle
Foto: Irene Wilde

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Wat voor werk doet een vreemde vogel als jij?
'Als mascotte van het Radboud Sportcentrum heb ik de taak om nieuwe sporters kennis te laten maken met het sportcentrum. Ik val uiteraard op door mijn veren, maar ook door mijn enthousiasme. Als mascotte moet je immers uitbundig zijn. Toen het sportcentrum een promotieactie organiseerde in de UB, besloot ik de boel eens flink op te schudden. Ik zag al die studenten hard aan het werk en vond dat ze even met hun neus uit de boeken moesten. Dus begon ik op de tafels te dansen. De meesten moesten wel lachen en namen even een pauze, maar sommige mensen raakten geïrriteerd.'

RUtje 450xDus niet iedereen vindt een dansende uil leuk? Sommige mensen hebben namelijk de pik op vogels.
'Er zijn mensen die mij inderdaad als de vreemde eend in de bijt zien. Wanneer ze mij tegen komen, lopen ze met een boogje om me heen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, want ik wil niet de vogelverschrikker uithangen. Dan doe ik een beetje dommig en moeten mensen vaak toch een beetje lachen. Anderen voelen zich te stoer om een mascotte een high-five te geven, maar dat pik ik niet. Dan loop ik gewoon achter ze aan tot ze het wel doen. Gelukkig zijn de meeste mensen enthousiast als ze mij zien.'

Ben je zelf ook sportief of knap je liever een uiltje?
'Ik sport heel graag, hoewel het best warm kan worden onder zo'n dik verenpak. Het liefste doe ik mee met BOM-men of dansen en op een goede dag kan ik zelfs een salto maken. Wel moet ik toegeven dat ik geen hoogvlieger ben wanneer het aankomt op voetbal of handbal. Vooral een bal vangen is lastig met mijn vleugels. Daar komt bij dat ik niet bepaald een elegant lijf heb. Soms heb ik moeite met het inschatten van mijn eigen omvang, waardoor ik nogal lomp ben. Daarom loopt er meestal iemand met mij mee om te zorgen dat ik niet struikel of mijn kop stoot. Toch gebeurt dat nog wel eens. Wat dat betreft ben ik wel een pechvogel.'

 

Lees meer