Middenpagina: Plattegrond van Nijmegen

Voor alle eerstejaars die nog maar net in Nijmegen studeren, of voor alle ouderejaars die af en toe nog steeds moeite hebben met het vinden van de weg, maakte illustrator Dennis van der Pligt deze plattegrond. 'Om in een keer langs een hoop veel genoemde en vaak bezochte plekken te komen.'

ANSbestormtMiddenpagina

 

Lees meer

Middenpagina: Poëzieposter

Pieter Theunissen, student Wijsbegeerte, is een uit het zuiden van Limburg afkomstige dichter. Sinds hij actief werd met zijn poëzie heeft hij onder andere meerdere malen gesproken op de jaarlijkse Avond van de Poëzie in Poppodium Volt te Sittard. Ook heeft hij meegewerkt aan verscheidene projecten waarbij poëzie samenkwam met de beeldende kunst. Bij deelname aan de Campusdichterverkiezing van de Radboud Universiteit in 2017 eindigde hij in de top drie.

Pp 1Pp 2

 

Lees meer

Middenpagina: Poëzieposter

Tiemen Hageman is eerstejaarsstudent Filosofie, dichter en filmmaker. Zijn gedichten beschrijven veelal bijzondere momenten of gebeurtenissen in zijn leven, en die van de mensen om hem heen. Zijn poëzie zoekt vaak de grens met proza op, en andersom. In 2018 is Tiemen eerste geworden bij de Overijsselse voorronde van Kunstbende in de categorie Taal.

ANS middenpagina 750x

 

Lees meer

Middenpagina: Speurtocht op de campus

Uren verkrampt met je neus in de boeken zitten, is slecht voor je. Sta eens op van je stoel en ga op ontdekkingstocht. De foto's op deze middenpagina zijn allemaal op de campus gemaakt. Weet jij waar? Beschrijf van alle foto's de locatie zo goed mogelijk, stuur je antwoorden voor 13 november op naar redactie@ans-online.nl en maak kans op twee tickets voor het Wintertuinfestival!

Dit is een kleine selectie van de foto's. Kijk in het blad voor de volledige speurtocht.

Foto1 250xFoto2 250xFoto 3 2 245x 
Foto4 375xFoto5 2 375x 
Foto6 375xFoto7 2 375x

 

Lees meer

Moe van millenials

'Laat dat kaasje nog maar even rijpen', zei politiek journalist Ferry Mingelen over Rob Jetten na zijn aanstelling als nieuwe fractievoorzitter van D66. Ook andere jonge politici krijgen kritiek te verduren vanwege hun leeftijd. Waar komt deze afkeer vandaan?

Tekst: Jeyna Sow
Illustraties: Roos in 't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

In de Tweede Kamer bezetten steeds meer dertigers politieke topfuncties. Waar de gemiddelde leeftijd van Kamerleden in 1998 nog bijna 50 jaar was, is dit nu 44 jaar. Klaas Dijkhoff (37), Tunahan Kuzu (37), Thierry Baudet (35), Lilian Marijnissen (33) en Jesse Klaver (32) zijn allemaal jonge fractievoorzitters van een politieke partij. Met de aanstelling van de 31-jarige Rob Jetten, die Alexander Pechtold opvolgt als fractievoorzitter van D66, is Nederland weer een jonge politieke leider rijker.

In de media bleef de komst van nog een jonge politicus niet onopgemerkt. Als satirische reactie op het nieuws las Arjen Lubach het door hem bedachte kinderboek Robje wordt de baas voor. De jonge politieke leider krijgt veel kritiek over zich heen vanwege zijn leeftijd, maar dit vindt hij niet terecht. 'Ik te jong? Beoordeel me op mijn daden', zei Jetten na zijn benoeming. 'De vaardigheden van politici hebben alles te maken met inzet en niets met leeftijd', benadrukte hij. Jetten is niet de enige politicus die te maken heeft met kritiek vanwege zijn leeftijd. Ook GroenLinks-leider Klaver kreeg er flink van langs toen hij net tot fractievoorzitter was benoemd. Zo noemde journalist Fons de Poel hem een snotneus nadat de politicus een salarisverhoging van de top van staatsbank ABN-AMRO bekritiseerde. Het aanstellen van jonge politici roept dus de nodige discussie op. Wat zijn precies de bezwaren tegen jonge politici en zijn deze terecht?

'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent.'

Achtergrond1 400xOefening baart kunst
Een van de kritiekpunten op jonge politici is dat zij een gebrek aan politieke ervaring zouden hebben. Zo werd Jetten tijdens de formatie van het nieuwe kabinet voorgesteld als nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven (45) stak hier een stokje voor. Ze vond het belachelijk dat zij, gezien haar jaren aan politieke ervaring, de aanstelling niet zou krijgen. Volgens Tom Jan Meeus, politiek columnist bij NRC Handelsblad, is dit hoe het werkt in groepen. 'Als mensen langer in een bepaalde groep opereren, hebben ze meer kans om gezag binnen die groep te verwerven. Van Veldhoven op basis van haar ervaring en status binnen de D66-fractie uiteindelijk meer aanspraak maken op de functie dan Jetten, waardoor zij uiteindelijk werd benoemd als staatssecretaris', verklaart Meeus.

Parlementair historicus Peter van der Heiden vindt de kritiek op het gebrek aan ervaring niet sterk. 'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent. Ook oudere politici kunnen namelijk weinig politieke ervaring hebben', stelt Van der Heiden. Leeftijd is daarom volgens hem geen goede maatstaf voor ervaring in de politiek. 'Ervaring is niet het enige dat belangrijk is', gaat hij verder. 'Als het gebrek aan politieke ervaring wordt gecompenseerd met politiek inzicht, idealisme en de behoefte om je in te zetten voor de politiek, is dat gebrek geen probleem.'

Arrogante millennials
Critici vinden niet alleen het gebrek aan ervaring kwalijk, maar soms is kritiek op jonge politici zelfs gebaseerd op de generatie waartoe zij behoren. Zo worden Klaver en Jetten beoordeeld op basis van vooroordelen die er zijn over millennials, de generatie die tussen 1980 en 2000 is geboren. 'Wat je over het algemeen over deze groep hoort, is dat ze weigeren om volwassen te worden en af en toe ook wat arrogant kunnen zijn.
Vaak worden ze gezien als betweters met te veel zelfvertrouwen', vertelt psycholoog en schrijver Thijs Launspach. Sommige jonge politici passen inderdaad in dit plaatje. Uitspraken als 'ik ben een verzetsheld', en 'ik ben naar het front geroepen omdat onze elites ons land verkwanselen' van Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet versterken de bestaande vooroordelen. Ook Klaver heeft zich vanaf het begin gepresenteerd als het gezicht van de toekomst, die met zijn grootse plannen Nederland gaat verbeteren. 'Ik laat me door niets of niemand, door welke cynici of sceptici dan ook, vertellen dat ik iets niet kan of dat iets onmogelijk is', sprak hij zelfverzekerd toen hij werd aangesteld als fractievoorzitter van GroenLinks.

De negatieve generatiekenmerken lijken de overhand te hebben, maar de generatie laat ook haar positieve kanten zien. Zo weten jongeren goed in te spelen op informatietechnologieën van nu, omdat ze hiermee zijn opgegroeid. 'Ze zijn eraan gewend dat alle informatie snel beschikbaar en toegankelijk is', legt Launspach uit. Online platforms als Facebook, Instagram en YouTube worden nu, voornamelijk door jonge politici als Klaver en Jetten, gebruikt om het publiek aan te spreken. 'Millennials zijn gewend om flexibel te denken, waardoor ze met creatieve oplossingen kunnen komen en problemen vanuit verschillende kanten bekijken', vertelt hij. 'Veel ervaren politici zitten vast in denkpatronen. Jongeren kunnen op een andere manier naar politiek kijken. Een nieuwe manier, die niet door ervaring is gekleurd', voegt Van der Heiden toe.

'Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren.'

Persoonlijke kwaliteiten
De vraag is of de arrogantie van Baudet, de zelfverzekerdheid van Klaver of de flexibele denkwijze van leden van de generatie voortkomen uit het feit dat zij millennials zijn, of dat deze eigenschappen voortkomen uit het karakter van iemand. Kristof Jacobs, universitair docent Politicologie aan de Radboud Universiteit, twijfelt aan de relatie tussen generatiekenmerken en politiek succes. Hij benadrukt dat het niet mogelijk is om een hele generatie te generaliseren. 'In alle partijen zijn voorbeelden te bedenken van politici die flexibel kunnen denken en problemen van meerdere kanten bekijken. Dat zijn niet alleen jongeren, maar ook ouderen binnen de partij. Ik vraag me daarom af of dit echt afhankelijk is van leeftijd', stelt Jacobs. De kwaliteiten, maar ook kritiekpunten die aan millennials worden toegeschreven, kunnen niet zomaar op elke jonge politicus worden geprojecteerd, vindt ook Launspach. 'Mensen die tot deze generatie behoren, zijn nu tussen de 18 en 38 jaar, dat is een enorme en diverse groep. Daarom brengen de verschillende jonge partijleiders van deze generatie allemaal iets anders met zich mee', stelt hij.

Hiermee maakt hij duidelijk dat de kenmerken van millennials en de leden van de generatie niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.Volgens Van der Heiden is er sprake van een paradox wanneer de aanname wordt gedaan dat politiek succes niet afhankelijk zou moeten zijn van generatiekenmerken. Aan de ene kant is hij het eens met het idee dat je leden van een generatie niet over een kam kunt scheren. Aan de andere kant benadrukt hij dat de generatietheorie niet compleet kan worden genegeerd. 'De generatie heeft kenmerken die gemeenschappelijk zijn. Dat heeft te maken met economische en culturele omstandigheden. Het belangrijkste is hoe je daar met je individuele karakter mee omgaat. Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren', concludeert Van der Heiden.

Achtergrond2 750x

Soort zoekt soort
Ondanks alle kritiek is er toch een toename van jonge politici in de Tweede Kamer te zien. Een mogelijke reden hiervoor is dat het zorgt voor een fris imago van de partij. Vaak wordt gesteld dat dit belangrijk is om jongere kiezers aan te trekken, en dit lijkt te werken. Zo koos het jongerenpanel van EenVandaag Klaver in 2015 als Politicus van het jaar, omdat hij volgens het panel in staat is iets los te krijgen bij jongeren en ze te betrekken bij de politiek.

Cherelle de Leeuw (23), gemeenteraadslid voor GroenLinks in Nijmegen, ziet dit voordeel ook. 'Wanneer je ouder bent, kom je verder van jongeren af te staan. Een groot probleem voor deze groep is bijvoorbeeld de studentenhuisvesting. Als student zit ik zelf nog middenin deze problematiek en heb ik makkelijke ingangen naar organisaties die zich
daarmee bezig houden. Ik ben me zo bewuster van de problemen die spelen', zegt De Leeuw. Van der Heiden merkt op dat het lastig is om te bepalen of jongeren zich meer betrokken voelen bij de politiek. 'Het is moeilijk om dit te zien in het stemgedrag van jongeren. De werkbezoeken van politici zeggen daarin meer, of ze bijvoorbeeld langsgaan bij bejaardentehuizen of scholen.' Hieraan ziet hij dat jonge Kamerleden vaker de neiging hebben om met jongeren over politiek te praten, omdat politici gemakkelijker aansluiting vinden bij deze leeftijdsgroep. 'Dat is ontzettend belangrijk,

...
Lees meer

Moe van millennials

'Laat dat kaasje nog maar even rijpen', zei politiek journalist Ferry Mingelen over Rob Jetten na zijn aanstelling als nieuwe fractievoorzitter van D66. Ook andere jonge politici krijgen kritiek te verduren vanwege hun leeftijd. Waar komt deze afkeer vandaan?

Tekst: Jeyna Sow
Illustraties: Roos in 't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

In de Tweede Kamer bezetten steeds meer dertigers politieke topfuncties. Waar de gemiddelde leeftijd van Kamerleden in 1998 nog bijna 50 jaar was, is dit nu 44 jaar. Klaas Dijkhoff (37), Tunahan Kuzu (37), Thierry Baudet (35), Lilian Marijnissen (33) en Jesse Klaver (32) zijn allemaal jonge fractievoorzitters van een politieke partij. Met de aanstelling van de 31-jarige Rob Jetten, die Alexander Pechtold opvolgt als fractievoorzitter van D66, is Nederland weer een jonge politieke leider rijker.

In de media bleef de komst van nog een jonge politicus niet onopgemerkt. Als satirische reactie op het nieuws las Arjen Lubach het door hem bedachte kinderboek Robje wordt de baas voor. De jonge politieke leider krijgt veel kritiek over zich heen vanwege zijn leeftijd, maar dit vindt hij niet terecht. 'Ik te jong? Beoordeel me op mijn daden', zei Jetten na zijn benoeming. 'De vaardigheden van politici hebben alles te maken met inzet en niets met leeftijd', benadrukte hij. Jetten is niet de enige politicus die te maken heeft met kritiek vanwege zijn leeftijd. Ook GroenLinks-leider Klaver kreeg er flink van langs toen hij net tot fractievoorzitter was benoemd. Zo noemde journalist Fons de Poel hem een snotneus nadat de politicus een salarisverhoging van de top van staatsbank ABN-AMRO bekritiseerde. Het aanstellen van jonge politici roept dus de nodige discussie op. Wat zijn precies de bezwaren tegen jonge politici en zijn deze terecht?

'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent.'

Achtergrond1 400xOefening baart kunst
Een van de kritiekpunten op jonge politici is dat zij een gebrek aan politieke ervaring zouden hebben. Zo werd Jetten tijdens de formatie van het nieuwe kabinet voorgesteld als nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven (45) stak hier een stokje voor. Ze vond het belachelijk dat zij, gezien haar jaren aan politieke ervaring, de aanstelling niet zou krijgen. Volgens Tom Jan Meeus, politiek columnist bij NRC Handelsblad, is dit hoe het werkt in groepen. 'Als mensen langer in een bepaalde groep opereren, hebben ze meer kans om gezag binnen die groep te verwerven. Van Veldhoven op basis van haar ervaring en status binnen de D66-fractie uiteindelijk meer aanspraak maken op de functie dan Jetten, waardoor zij uiteindelijk werd benoemd als staatssecretaris', verklaart Meeus.

Parlementair historicus Peter van der Heiden vindt de kritiek op het gebrek aan ervaring niet sterk. 'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent. Ook oudere politici kunnen namelijk weinig politieke ervaring hebben', stelt Van der Heiden. Leeftijd is daarom volgens hem geen goede maatstaf voor ervaring in de politiek. 'Ervaring is niet het enige dat belangrijk is', gaat hij verder. 'Als het gebrek aan politieke ervaring wordt gecompenseerd met politiek inzicht, idealisme en de behoefte om je in te zetten voor de politiek, is dat gebrek geen probleem.'

Arrogante millennials
Critici vinden niet alleen het gebrek aan ervaring kwalijk, maar soms is kritiek op jonge politici zelfs gebaseerd op de generatie waartoe zij behoren. Zo worden Klaver en Jetten beoordeeld op basis van vooroordelen die er zijn over millennials, de generatie die tussen 1980 en 2000 is geboren. 'Wat je over het algemeen over deze groep hoort, is dat ze weigeren om volwassen te worden en af en toe ook wat arrogant kunnen zijn.
Vaak worden ze gezien als betweters met te veel zelfvertrouwen', vertelt psycholoog en schrijver Thijs Launspach. Sommige jonge politici passen inderdaad in dit plaatje. Uitspraken als 'ik ben een verzetsheld', en 'ik ben naar het front geroepen omdat onze elites ons land verkwanselen' van Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet versterken de bestaande vooroordelen. Ook Klaver heeft zich vanaf het begin gepresenteerd als het gezicht van de toekomst, die met zijn grootse plannen Nederland gaat verbeteren. 'Ik laat me door niets of niemand, door welke cynici of sceptici dan ook, vertellen dat ik iets niet kan of dat iets onmogelijk is', sprak hij zelfverzekerd toen hij werd aangesteld als fractievoorzitter van GroenLinks.

De negatieve generatiekenmerken lijken de overhand te hebben, maar de generatie laat ook haar positieve kanten zien. Zo weten jongeren goed in te spelen op informatietechnologieën van nu, omdat ze hiermee zijn opgegroeid. 'Ze zijn eraan gewend dat alle informatie snel beschikbaar en toegankelijk is', legt Launspach uit. Online platforms als Facebook, Instagram en YouTube worden nu, voornamelijk door jonge politici als Klaver en Jetten, gebruikt om het publiek aan te spreken. 'Millennials zijn gewend om flexibel te denken, waardoor ze met creatieve oplossingen kunnen komen en problemen vanuit verschillende kanten bekijken', vertelt hij. 'Veel ervaren politici zitten vast in denkpatronen. Jongeren kunnen op een andere manier naar politiek kijken. Een nieuwe manier, die niet door ervaring is gekleurd', voegt Van der Heiden toe.

'Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren.'

Persoonlijke kwaliteiten
De vraag is of de arrogantie van Baudet, de zelfverzekerdheid van Klaver of de flexibele denkwijze van leden van de generatie voortkomen uit het feit dat zij millennials zijn, of dat deze eigenschappen voortkomen uit het karakter van iemand. Kristof Jacobs, universitair docent Politicologie aan de Radboud Universiteit, twijfelt aan de relatie tussen generatiekenmerken en politiek succes. Hij benadrukt dat het niet mogelijk is om een hele generatie te generaliseren. 'In alle partijen zijn voorbeelden te bedenken van politici die flexibel kunnen denken en problemen van meerdere kanten bekijken. Dat zijn niet alleen jongeren, maar ook ouderen binnen de partij. Ik vraag me daarom af of dit echt afhankelijk is van leeftijd', stelt Jacobs. De kwaliteiten, maar ook kritiekpunten die aan millennials worden toegeschreven, kunnen niet zomaar op elke jonge politicus worden geprojecteerd, vindt ook Launspach. 'Mensen die tot deze generatie behoren, zijn nu tussen de 18 en 38 jaar, dat is een enorme en diverse groep. Daarom brengen de verschillende jonge partijleiders van deze generatie allemaal iets anders met zich mee', stelt hij.

Hiermee maakt hij duidelijk dat de kenmerken van millennials en de leden van de generatie niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.Volgens Van der Heiden is er sprake van een paradox wanneer de aanname wordt gedaan dat politiek succes niet afhankelijk zou moeten zijn van generatiekenmerken. Aan de ene kant is hij het eens met het idee dat je leden van een generatie niet over een kam kunt scheren. Aan de andere kant benadrukt hij dat de generatietheorie niet compleet kan worden genegeerd. 'De generatie heeft kenmerken die gemeenschappelijk zijn. Dat heeft te maken met economische en culturele omstandigheden. Het belangrijkste is hoe je daar met je individuele karakter mee omgaat. Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren', concludeert Van der Heiden.

Achtergrond2 750x

Soort zoekt soort
Ondanks alle kritiek is er toch een toename van jonge politici in de Tweede Kamer te zien. Een mogelijke reden hiervoor is dat het zorgt voor een fris imago van de partij. Vaak wordt gesteld dat dit belangrijk is om jongere kiezers aan te trekken, en dit lijkt te werken. Zo koos het jongerenpanel van EenVandaag Klaver in 2015 als Politicus van het jaar, omdat hij volgens het panel in staat is iets los te krijgen bij jongeren en ze te betrekken bij de politiek.

Cherelle de Leeuw (23), gemeenteraadslid voor GroenLinks in Nijmegen, ziet dit voordeel ook. 'Wanneer je ouder bent, kom je verder van jongeren af te staan. Een groot probleem voor deze groep is bijvoorbeeld de studentenhuisvesting. Als student zit ik zelf nog middenin deze problematiek en heb ik makkelijke ingangen naar organisaties die zich
daarmee bezig houden. Ik ben me zo bewuster van de problemen die spelen', zegt De Leeuw. Van der Heiden merkt op dat het lastig is om te bepalen of jongeren zich meer betrokken voelen bij de politiek. 'Het is moeilijk om dit te zien in het stemgedrag van jongeren. De werkbezoeken van politici zeggen daarin meer, of ze bijvoorbeeld langsgaan bij bejaardentehuizen of scholen.' Hieraan ziet hij dat jonge Kamerleden vaker de neiging hebben om met jongeren over politiek te praten, omdat politici gemakkelijker aansluiting vinden bij deze leeftijdsgroep. 'Dat is ontzettend belangrijk,

...
Lees meer

Ongezien een tien

Bij het beoordelen van tentamens spelen vooroordelen op basis van naam, geslacht en andere kenmerken van de student een rol. Anoniem tentamineren beperkt de invloed van deze vooroordelen. Voor een objectieve beoordeling van de student moet de Radboud Universiteit daarom anoniem tentamineren.

Tekst: Camee Comperen en Jonathan Janssen
Illustratie: Joëlla Verschoor

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

Je hebt een onconventionele achternaam en krijgt daarom een lager cijfer voor een tentamen. Onwaarschijnlijk? Dit gebeurt constant aan universiteiten. Onderzoek van de Universiteit van New England uit 2016 laat zien dat naam, geslacht of reputatie van een student zowel een negatieve als een positieve invloed uit kan oefenen op de beoordeling. Daardoor krijgen studenten vaak andere cijfers van hun docenten dan ze, puur op basis van de inhoud van hun werk, verdienen. Anoniem tentamineren, waarbij docenten niet kunnen zien wie ze beoordelen, kan dit makkelijk en effectief voorkomen. Om de kwaliteit van het werk van de student centraal te stellen, moet aan de Radboud Universiteit (RU) anoniem worden getentamineerd.

'Niemand wil mensen ongelijk behandelen, maar bij iedereen kan dat wel gebeuren, ook bij docenten.'

Onbevooroordeeld beoordelen
Iedereen is bevooroordeeld wanneer ze anderen moeten beoordelen. 'Niemand wil mensen ongelijk behandelen, maar bij iedereen kan dat wel gebeuren, ook bij docenten', vertelt Gijs Bijlstra, sociaal psycholoog aan de RU. 'Als je andere mensen waarneemt, activeer je allerlei kennis, zoals stereotypen, vooroordelen of andere verwachtingen. Zo kun je een label op iemand plakken als man of vrouw, Nederlander of niet-Nederlander, of goede of minder goede student.' Bij deze labels kun je verschillende verwachtingen hebben, bijvoorbeeld dat een 'goede student' per definitie betere antwoorden geeft dan een minder goede student. 'Het activeren van die kennis kan vervolgens je gedrag en beoordelingsvermogen beïnvloeden', legt Bijlstra uit.

Deze bias heeft ook invloed op de beoordeling van studenten. Het onderzoek van de Universiteit van New England wijst uit dat een leuke naam of een aantrekkelijk uiterlijk al invloed kan hebben op de beoordeling van een student. Wanneer docenten zich bewust zijn van de benadeelde positie van bepaalde studenten, kan er reverse bias optreden. Hierdoor kunnen ze studenten uit bepaalde groepen juist hoger beoordelen. Bewustwording alleen is dus geen oplossing, maar anoniem tentamineren kan de invloed van deze bias wel inperken.

anoniemtentamineren400xEenvoudig en effectief
De stap naar anoniem tentamineren is zo gemaakt. Zo zouden studenten alleen hun studentnummer of een uniek tentamennummer in kunnen vullen op het tentamenvel. Zeker nu steeds meer tentamens digitaal worden afgenomen, zoals bij Rechten en Psychologie, is het makkelijker om anoniem te tentamineren. Digitaal is het eenvoudig in te stellen dat studenten geen naam in hoeven te vullen, zodat docenten daar niet door worden beïnvloed.

Ondanks dat het zo voor de hand ligt, experimenteert nu maar een enkele docent aan de RU op eigen initiatief met anoniem tentamineren. Dat terwijl anoniem tentamineren in Groot-Brittannië al jaren standaard is. Studenten met bijvoorbeeld een niet-Britse etnische achtergrond halen daar nu gemiddeld hogere cijfers dan daarvoor. Ook in Leuven, Groningen en Utrecht maken de universiteiten steeds meer gebruik van anonieme toetsing. In Nijmegen is de Universitaire Studentenraad slechts voorzichtig in gesprek met de afdeling Strategie Onderwijs en Onderzoek van de universiteit over de haalbaarheid van anoniem tentamineren, maar dit heeft nog geen resultaat opgeleverd.

Aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht (UU) is vorig jaar een initiatief voor anoniem tentamineren opgezet. Door een succesvolle pilot kan elke docent op de faculteit nu zelf bepalen of hij anoniem tentamineert. Docenten waren over het algemeen tevreden over de resultaten van de pilot, de kritiek was vooral praktisch. 'Het enige bezwaar van docenten was dat het invoeren van de cijfers nu iets minder makkelijk is, maar dat is eenvoudig op te lossen met de zoekfunctie van de computer', zegt Sander Werkhoven, ethicus aan de UU en een van de initiatiefnemers. 'Een eerlijke behandeling van alle studenten is erg belangrijk en het is een taak van universitaire medewerkers om daar goed mee om te gaan. Anoniem toetsen is een eenvoudige manier om docenten daarbij te ondersteunen.'

'Het is een fijne gedachte om te denken: onderscheid maken in groepen, dat doen alleen racisten en seksisten, ik niet.'

Meer dan symptoombestrijding
Toch zijn niet alle universiteiten voorstander van anoniem tentamineren. De discussie wordt ook aan de Vrije Universiteit (VU) gevoerd. Karen van Oudenhoven-Van der Zee, Chief Diversity Officer aan de VU, is verantwoordelijk voor het tegengaan van bias binnen de universiteit. Zij vindt anoniem tentamineren slechts een vorm van symptoombestrijding en geen duurzame oplossing. 'Als je de dieperliggende vooroordelen in de maatschappij niet aanpakt, dan doe je niets aan het daadwerkelijke probleem. Daarom proberen wij docenten te trainen om goed om te gaan met bias.'

Natuurlijk is het zo dat dieperliggende discriminerende vooroordelen zoveel mogelijk moeten worden aangepakt, maar deze helemaal uitroeien is onmogelijk. 'Het is een fijne gedachte om te denken: onderscheid maken in groepen, dat doen alleen racisten en seksisten, ik niet', reageert Bijlstra. 'Ons brein is echter ingesteld om met gebruik van onderscheid in groepen allerlei informatie te verwerken.' Hierdoor kan iedereen worden beïnvloed door vooroordelen en is bias niet volledig uit te roeien. Het anoniem beoordelen van tentamens kan de invloed van bias in ieder geval beperken.

Mensen zullen altijd worden beïnvloed door bias, op een negatieve dan wel positieve manier. Anoniem tentamineren is een makkelijke manier om de invloed van bias te beperken en de studenten eerlijker te behandelen. Daarom moet het ook op de RU de standaard worden. Studenten moeten worden beoordeeld op de inhoud van hun werk, niet op hun uiterlijk, achtergrond of geslacht. Een objectievere wereld begint bij RU zelf.

 

Lees meer

Onvindbare toekomst

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen.

Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

'Wat wil je later worden?', is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een 'abdijweekend', om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert.

'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Loopbaanoriëntatie
De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv's en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. 'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. 'Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden', vertelt hij. 'Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.' Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.

ANS openingsartikel 450xEigen verantwoordelijkheid
'De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt', vindt Van Krieken. 'De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.' Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. 'Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.' Termaat beaamt dit, 'studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.' Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. 'Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.'

Onzichtbaar aanbod
Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. 'Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.'

Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. 'De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets', zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. 'De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten.' Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden.

 

 

Lees meer

Onvindbare toekomst

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen.

Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

'Wat wil je later worden?', is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een 'abdijweekend', om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert.

'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Loopbaanoriëntatie
De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv's en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. 'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. 'Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden', vertelt hij. 'Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.' Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.

ANS openingsartikel 450xEigen verantwoordelijkheid
'De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt', vindt Van Krieken. 'De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.' Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. 'Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.' Termaat beaamt dit, 'studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.' Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. 'Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.'

Onzichtbaar aanbod
Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. 'Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.'

Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. 'De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets', zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. 'De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten.' Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden.

 

 

Lees meer

Oost west, alles best

Zowel op middelbare scholen als op universiteiten wordt er gesproken over het integreren van diversere perspectieven in het curriculum. Deze zijn in colleges vaak nog eenzijdig. Waarom willen docenten en studenten meer perspectieven in colleges aandragen, maar blijkt dat in de praktijk vaak lastig?

Tekst: Rindert Oost
Illustratie: Roos In't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS

achtergrond 750x

Het vak geschiedenis op de middelbare school moet op de schop. Daarvoor pleit VGN Kleio, de vereniging van geschiedenisleraren in het voorgezet onderwijs. Er zou op dit moment nog onvoldoende aandacht voor andere landen en culturen zijn binnen het geschiedenisonderwijs. Volgens voorzitter Ton van der Schans is het geschiedenisonderwijs te eenzijdig en wordt er te weinig aandacht besteed aan onderwerpen als de geschiedenis van Turkije. ‘Aangezien wij leven in een veranderende en sterk geglobaliseerde wereld, wordt het steeds belangrijker nieuwe, niet-westerse perspectieven aan het curriculum toe te voegen.’ Niet alleen binnen het voortgezet onderwijs wordt hierover nagedacht, ook op de Radboud Universiteit (RU) gaan er geluiden op dat het onderwijs van de universiteit te westers zou zijn. Wie een syllabus van een willekeurige studie onder de loep neemt, zal voornamelijk grote namen als Kant, Darwin en Einstein vinden. Al decennialang worden vaak dezelfde denkers behandeld en daarmee blijven een hoop alternatieve perspectieven onderbelicht. In een open bijeenkomst van actiegroep Changing Perspective beaamde rector magnificus Han van Krieken al dat dit een probleem is. ‘Achter de schermen zijn we druk bezig met het inbrengen van meer perspectieven, maar op dit moment is er nog geen pasklare oplossing.’ Wat zijn de argumenten om andere perspectieven in college aan te dragen en waarom blijkt het zo lastig om dit te implementeren?

'De groep onderbelichte wetenschappers of denkers is groot.'

Dekoloniseren kun je leren
Het probleem ligt niet bij de inhoud van westerse perspectieven, maar vooral bij het feit dat er vanuit vrijwel één dominant perspectief wordt lesgegeven. Dat dominante perspectief bestaat uit grote namen zoals Darwin, Kant of Marx: dezelfde wetenschappers die al decennialang worden aangehaald. Door te focussen op één perspectief, worden ook steeds dezelfde onderwerpen behandeld en blijft het wetenschappelijke discours hetzelfde. Dat betekent niet dat bijvoorbeeld Darwins evolutietheorie niet meer moet worden onderwezen, maar wel dat er aandacht moet worden besteed aan theorieën die niet vanuit het dominante perspectief zijn opgesteld. Anya Topolski, ethicus en politiek filosoof aan de RU, noemt dit dekoloniseren: laten zien dat een verhaal of geschiedenis meerdere kanten heeft. Met behulp van dekolonisatie kunnen ook vormen van kennis terug worden gehaald die verloren zijn gegaan in de wetenschap, omdat er decennialang maar één verhaal is verteld. Cultureel antropoloog aan de RU Anouk de Koning beaamt dit: ‘Door een onderbelichte stem te laten horen, verbreed je de wetenschappelijke discussie. Neem bijvoorbeeld W.E.B. Du Bois, een zwarte socioloog die zich begin twintigste eeuw al inzette voor rassenrelaties. Dit thema is tot op de dag van vandaag vrijwel onderbelicht. Zou Du Bois wel behoren tot de canon, dan zou er ook veel meer aandacht worden besteed aan dit onderwerp.' De groep van onderbelichte wetenschappers of denkers is groot. Hierbij hoeft niet alleen te worden gedacht aan ras of etniciteit. ‘Ook bijvoorbeeld vrouwen of wetenschappers uit de arbeidersklasse behoren tot deze groep. Veel wetenschappers die nu besproken worden komen namelijk uit academische families', legt Topolski uit. 'Ook kan worden gedacht aan verschillende politieke stromingen die tegenover elkaar staan. Al die verschillende perspectieven bieden studenten een verfrissende kijk op de wetenschap.'

Man in the mirror
Door alternatieve perspectieven te behandelen, laat je zien waar kennis vandaan komt en welke verhalen er wel en niet worden gehoord binnen de wetenschap. Dit wordt ook wel gepositioneerde kennis genoemd. 'Dankzij feministische stemmen is er bijvoorbeeld bewustwording gecreëerd dat wetenschap voornamelijk vanuit een mannelijk perspectief is geschreven. Hierdoor zijn wetenschappelijke theorieën vooral van toepassing op mannen', vertelt De Koning. 'Het is van belang dat studenten daarover nadenken.' Een theorie wordt namelijk altijd vanuit een bepaalde context bedacht. 'Iedereen ontwikkelt een bepaald perspectief dat is beïnvloed door zijn omgeving. Dat heet standplaatsgebondenheid', vertelt Niels Spierings, socioloog aan de RU. 'Elke wetenschapper schrijft een theorie vanuit zijn eigen context.' Het is belangrijk in colleges te laten zien wat standplaatsgebondenheid met een theorievorming doet. 'Op die manier leren studenten zichzelf een spiegel voor te houden en kritisch op hun eigen perspectief te reflecteren', legt Topolski uit.

'Een theorie wordt altijd vanuit een bepaalde context bedacht.'

achtergrond2 650x

Borduurwerk
Daarom is het belangrijk dat er verschillende perspectieven worden behandeld. Waarom blijven deze dan toch nog onderbelicht in colleges? 'Het uitlichten van andere perspectieven is een recent aandachtspunt', vertelt De Koning. 'Het vereist veel omdenken na het decennialange gebruik van dominante perspectieven.' Om deze reden is het lastig om het vastgeroeste canon zomaar te veranderen. 'Bij het invullen van een cursus moet er met van alles rekening worden gehouden', vertelt Spierings. 'Cursussen bouwen op elkaar voort, dus de inhoud kan niet zomaar ineens 180 graden worden gedraaid.' De Koning voegt daaraan toe: 'Als wetenschapper ben je vooral met de inhoud bezig. Daardoor heb je soms misschien wat minder aandacht voor hoe belangrijk het is om verschillende stemmen te laten horen.' Bovendien zijn er zoveel verschillende perspectieven, dat het lastig kan zijn om te kiezen welke stemmen aan bod moeten komen. Er moet dus in elk geval worden nagedacht over het integreren van meerdere perspectieven in het onderwijs. Rector magnificus Han van Krieken is het hiermee eens. 'Wij gaan ons, als College van Bestuur, echter niet bemoeien met de inhoud van onderwijs of wetenschap. Dat is aan de docenten en hoogleraren zelf', benadrukt Van Krieken. Wel wil hij de discussie aangaan met verschillende docenten en studenten over dit onderwerp. Bijvoorbeeld door te vragen waarom docenten in colleges bepaalde verhalen aanhalen en andere negeren. ‘Maar het is niet mijn plaats om curricula inhoudelijk te toetsen.’ Hij verwacht dat docenten in de toekomst dit zelf ook meer gaan aanpassen. 'Er is een cultuuromslag nodig. Docenten en disciplines zijn gewend te werken vanuit een bepaalde kennis', vertelt Van Krieken. 'Het zal daarom niet van de ene op andere dag zijn opgelost.' De visie van de universiteit is niet perfect en dus is het belangrijk te kijken wat anderen daarvan vinden. 'Maar', benadrukt Van Krieken, 'we moeten ook onze eigen waarden en de normen die daaruit voortkomen belangrijk blijven vinden. Je moet daar wel rekening mee houden.'

 

 

Lees meer

Oost west, alles best

Zowel op middelbare scholen als op universiteiten wordt er gesproken over het integreren van diversere perspectieven in het curriculum. Deze zijn in colleges vaak nog eenzijdig. Waarom willen docenten en studenten meer perspectieven in colleges aandragen, maar blijkt dat in de praktijk vaak lastig?

Tekst: Rindert Oost
Illustratie: Roos In't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS

achtergrond 750x

Het vak geschiedenis op de middelbare school moet op de schop. Daarvoor pleit VGN Kleio, de vereniging van geschiedenisleraren in het voorgezet onderwijs. Er zou op dit moment nog onvoldoende aandacht voor andere landen en culturen zijn binnen het geschiedenisonderwijs. Volgens voorzitter Ton van der Schans is het geschiedenisonderwijs te eenzijdig en wordt er te weinig aandacht besteed aan onderwerpen als de geschiedenis van Turkije. ‘Aangezien wij leven in een veranderende en sterk geglobaliseerde wereld, wordt het steeds belangrijker nieuwe, niet-westerse perspectieven aan het curriculum toe te voegen.’ Niet alleen binnen het voortgezet onderwijs wordt hierover nagedacht, ook op de Radboud Universiteit (RU) gaan er geluiden op dat het onderwijs van de universiteit te westers zou zijn. Wie een syllabus van een willekeurige studie onder de loep neemt, zal voornamelijk grote namen als Kant, Darwin en Einstein vinden. Al decennialang worden vaak dezelfde denkers behandeld en daarmee blijven een hoop alternatieve perspectieven onderbelicht. In een open bijeenkomst van actiegroep Changing Perspective beaamde rector magnificus Han van Krieken al dat dit een probleem is. ‘Achter de schermen zijn we druk bezig met het inbrengen van meer perspectieven, maar op dit moment is er nog geen pasklare oplossing.’ Wat zijn de argumenten om andere perspectieven in college aan te dragen en waarom blijkt het zo lastig om dit te implementeren?

'De groep onderbelichte wetenschappers of denkers is groot.'

Dekoloniseren kun je leren
Het probleem ligt niet bij de inhoud van westerse perspectieven, maar vooral bij het feit dat er vanuit vrijwel één dominant perspectief wordt lesgegeven. Dat dominante perspectief bestaat uit grote namen zoals Darwin, Kant of Marx: dezelfde wetenschappers die al decennialang worden aangehaald. Door te focussen op één perspectief, worden ook steeds dezelfde onderwerpen behandeld en blijft het wetenschappelijke discours hetzelfde. Dat betekent niet dat bijvoorbeeld Darwins evolutietheorie niet meer moet worden onderwezen, maar wel dat er aandacht moet worden besteed aan theorieën die niet vanuit het dominante perspectief zijn opgesteld. Anya Topolski, ethicus en politiek filosoof aan de RU, noemt dit dekoloniseren: laten zien dat een verhaal of geschiedenis meerdere kanten heeft. Met behulp van dekolonisatie kunnen ook vormen van kennis terug worden gehaald die verloren zijn gegaan in de wetenschap, omdat er decennialang maar één verhaal is verteld. Cultureel antropoloog aan de RU Anouk de Koning beaamt dit: ‘Door een onderbelichte stem te laten horen, verbreed je de wetenschappelijke discussie. Neem bijvoorbeeld W.E.B. Du Bois, een zwarte socioloog die zich begin twintigste eeuw al inzette voor rassenrelaties. Dit thema is tot op de dag van vandaag vrijwel onderbelicht. Zou Du Bois wel behoren tot de canon, dan zou er ook veel meer aandacht worden besteed aan dit onderwerp.' De groep van onderbelichte wetenschappers of denkers is groot. Hierbij hoeft niet alleen te worden gedacht aan ras of etniciteit. ‘Ook bijvoorbeeld vrouwen of wetenschappers uit de arbeidersklasse behoren tot deze groep. Veel wetenschappers die nu besproken worden komen namelijk uit academische families', legt Topolski uit. 'Ook kan worden gedacht aan verschillende politieke stromingen die tegenover elkaar staan. Al die verschillende perspectieven bieden studenten een verfrissende kijk op de wetenschap.'

Man in the mirror
Door alternatieve perspectieven te behandelen, laat je zien waar kennis vandaan komt en welke verhalen er wel en niet worden gehoord binnen de wetenschap. Dit wordt ook wel gepositioneerde kennis genoemd. 'Dankzij feministische stemmen is er bijvoorbeeld bewustwording gecreëerd dat wetenschap voornamelijk vanuit een mannelijk perspectief is geschreven. Hierdoor zijn wetenschappelijke theorieën vooral van toepassing op mannen', vertelt De Koning. 'Het is van belang dat studenten daarover nadenken.' Een theorie wordt namelijk altijd vanuit een bepaalde context bedacht. 'Iedereen ontwikkelt een bepaald perspectief dat is beïnvloed door zijn omgeving. Dat heet standplaatsgebondenheid', vertelt Niels Spierings, socioloog aan de RU. 'Elke wetenschapper schrijft een theorie vanuit zijn eigen context.' Het is belangrijk in colleges te laten zien wat standplaatsgebondenheid met een theorievorming doet. 'Op die manier leren studenten zichzelf een spiegel voor te houden en kritisch op hun eigen perspectief te reflecteren', legt Topolski uit.

'Een theorie wordt altijd vanuit een bepaalde context bedacht.'

achtergrond2 650x

Borduurwerk
Daarom is het belangrijk dat er verschillende perspectieven worden behandeld. Waarom blijven deze dan toch nog onderbelicht in colleges? 'Het uitlichten van andere perspectieven is een recent aandachtspunt', vertelt De Koning. 'Het vereist veel omdenken na het decennialange gebruik van dominante perspectieven.' Om deze reden is het lastig om het vastgeroeste canon zomaar te veranderen. 'Bij het invullen van een cursus moet er met van alles rekening worden gehouden', vertelt Spierings. 'Cursussen bouwen op elkaar voort, dus de inhoud kan niet zomaar ineens 180 graden worden gedraaid.' De Koning voegt daaraan toe: 'Als wetenschapper ben je vooral met de inhoud bezig. Daardoor heb je soms misschien wat minder aandacht voor hoe belangrijk het is om verschillende stemmen te laten horen.' Bovendien zijn er zoveel verschillende perspectieven, dat het lastig kan zijn om te kiezen welke stemmen aan bod moeten komen. Er moet dus in elk geval worden nagedacht over het integreren van meerdere perspectieven in het onderwijs. Rector magnificus Han van Krieken is het hiermee eens. 'Wij gaan ons, als College van Bestuur, echter niet bemoeien met de inhoud van onderwijs of wetenschap. Dat is aan de docenten en hoogleraren zelf', benadrukt Van Krieken. Wel wil hij de discussie aangaan met verschillende docenten en studenten over dit onderwerp. Bijvoorbeeld door te vragen waarom docenten in colleges bepaalde verhalen aanhalen en andere negeren. ‘Maar het is niet mijn plaats om curricula inhoudelijk te toetsen.’ Hij verwacht dat docenten in de toekomst dit zelf ook meer gaan aanpassen. 'Er is een cultuuromslag nodig. Docenten en disciplines zijn gewend te werken vanuit een bepaalde kennis', vertelt Van Krieken. 'Het zal daarom niet van de ene op andere dag zijn opgelost.' De visie van de universiteit is niet perfect en dus is het belangrijk te kijken wat anderen daarvan vinden. 'Maar', benadrukt Van Krieken, 'we moeten ook onze eigen waarden en de normen die daaruit voortkomen belangrijk blijven vinden. Je moet daar wel rekening mee houden.'

 

 

Lees meer

Over de coke

Drugsgebruik onder studenten komt steeds vaker voor. Zo ook bij Daan, die tijdens zijn studie verslaafd raakte aan cocaïne. Om het onderwerp uit de taboesfeer te halen, deelt hij zijn verhaal. 'Waar de meeste mensen opstaan met een kop koffie, stond ik op met een lijntje.'

Tekst:
 Jeyna Sow
Foto's: Rosemarijn Muijnen en Rein Wieringa

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Daan afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. 'Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving', vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Daan het onderwerp uit de taboesfeer te halen.'

 ANS Coke 750x

Sociale ongemakken
Daan is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Daan. 'Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen', vertelt hij. 'Van mijn twaalfde tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.' Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiken van drugs. 'In de periode dat ik World of Warcraft speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen', legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Daan probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. 'Het ging dan niet over wiet, maar over XTC of coke.' Door het gebruik van cocaïne had Daan minder moeite met sociaal contact en voelde hij zich een interessanter persoon dan wanneer hij nuchter was. 'Ik probeerde voor mijn sociale zwakke punten te compenseren', geeft hij toe. Waar de meeste mensen opstaan met een kop koffie, stond Daan op met een lijntje. 'Er lag vaak nog coke naast mijn bed van de avond ervoor. Zo werd ik wakker', vertelt hij zichtbaar aangedaan. 'Nu ik hierover vertel, krijg ik weer hartkloppingen. Praten over coke brengt me in mijn gedachten terug naar deze donkere periode in mijn leven.' Na het roken van een sigaretje is hij weer wat rustiger. 'Ja, dat was coke voor mij. Het gaf me uiteindelijk als enige het gevoel dat ik degene was die ik wilde zijn. Deze Daan moest ik van mezelf zijn.'

'Diep vanbinnen wist ik echt wel dat het slecht was waar ik mee bezig was, maar toch ging ik door.'

Leven met een lijntje
Hoewel Daan met drugs het beste in zichzelf naar boven wilde halen, gebeurde juist het tegenovergestelde. 'Ik heb mijn bachelor Psychologie wel afgerond, maar vraag me niet hoe. Soms zat ik zelfs te leren met een lijntje ernaast.' Op zijn dieptepunt gebruikte Daan elke dag, waardoor hij niet meer normaal kon functioneren. 'Diep vanbinnen wist ik echt wel dat het slecht was waar ik mee bezig was, maar toch ging ik door.' Om zijn verslaving te verbloemen, loog hij alles bij elkaar. 'Ik moest vaak een smoes bedenken om een afspraak met mijn moeder af te zeggen, omdat ik weer had gesnoven. Uiteindelijk was ik alleen nog maar bezig met mijn coke.' Daan slikt even. 'Hierdoor verloor ik het contact met mijn ouders en mijn vrienden.'

CokeVierkant 450xZelfs dit verbroken contact was voor Daan niet genoeg om te stoppen, ook al deed dit hem ontzettend veel pijn. 'Er zijn verschillende momenten geweest waarop ik probeerde te stoppen, maar de ontwenningsverschijnselen waren te heftig. Ik had nergens energie voor en voelde me erg somber.' Ontwennen is niet alleen lichamelijk zwaar, maar kan ook tot hevige nachtmerries leiden, vertelt hij. 'Ik dacht dat ik dood zou gaan als ik cold turkey zou stoppen.'

Het omslagpunt kwam pas na een extreem geëscaleerde avond. 'Samen met een vriend, die sporadisch gebruikte, ging ik aan de coke. Dat liep zo ontzettend uit de hand dat er overal in huis coke lag en ik drie dagen achter elkaar wakker was.' Na deze drie dagen stuurde zijn vriend hem naar huis, maar hij durfde zich niet aan zijn ouders te vertonen. Omdat hij niet wist waar hij naartoe moest gaan, belde hij bij een willekeurig huis aan. Zijn ogen lichten even op als hij terugdenkt aan wie de deur opendeed. '99 van de 100 mensen zouden me geweigerd hebben als ze me in de deuropening hadden zien staan. Maar deze vrouw keek naar me en nodigde me in haar huis uit. Hier hebben we lang over mijn verslaving gepraat.' Na dit gesprek besloten Daan en de vrouw, die toevallig zelf Psychologie had gestudeerd, dat hij alles op zou biechten aan zijn ouders.

In therapie
Vanaf toen ging het snel voor Daan. 'Na een verslaving van vijf jaar zat ik al een week na het gesprek in een kliniek', vertelt hij opgewekt. 'Ik deed de eerste week nog niet mee aan de therapiesessies, omdat ik zo ongelofelijk fucked up was. Het enige wat ik deed was slapen en gezond eten om alle slechte stoffen uit mijn lichaam te krijgen.' Na deze zeven dagen begon Daan met een speciaal samengesteld dagprogramma. 'Ik kreeg sessies over sociale vaardigheden, mindfulness en zelfs over psychologische mechanismen. Die kwamen mij natuurlijk bekend voor', lacht hij.

Na zes weken werd Daan uit de kliniek ontslagen. Op dat moment voelde hij zich erg onzeker. 'Ik voelde me naakt toen ik uit de kliniek kwam en vroeg me af wat voor persoon ik was.' Net als aan het begin van zijn studie kwam hij in een nieuwe omgeving terecht, maar nu kon hij op een betere manier omgaan met zijn gevoelens. 'Ik realiseerde me dat ik onder invloed van coke juist mezelf niet was', concludeert hij. 'Pas nuchter, ging ik nadenken over de belangrijke dingen in het leven, zoals goed contact met mijn ouders en eerlijk zijn. Als verslaafde ervaar je zoveel ruis, waardoor je dat niet inziet.'

'Het hebben van een verslaving is nu nog erg onbegrepen.'

Uit de taboesfeer
Vanwege zijn nieuwe positieve instelling begon Daan aan een master waarin hij zich richtte op verslavingen. 'Liever dat dan een lijntje snuiven', grapt hij. Hij stortte zich met volle overgave op zijn studie, waar hij hard voor werkte. 'Ik ben erg perfectionistisch en wil goed zijn in alles wat ik doe, dat zit wel een beetje in me. Het is bijna obsessief. Zo wilde ik bijvoorbeeld ook goed zijn in snuiven', vertelt hij met een knipoog. Later in zijn master begon hij met het schrijven van zijn scriptie met als onderwerp het voorspellen van verslavingen. Hoewel Daan dit met veel plezier schreef, vond hij het af en toe wel confronterend. 'Een belangrijk deel van mijn scriptie gaat over trauma's en hechtingsproblemen in de jeugd. Dat raakte me persoonlijk, maar gelukkig zat ik in een positieve fase van mijn leven en wilde ik het afmaken.' Tijdens het schrijven van zijn scriptie merkte Daan dat er een groot taboe bestaat rondom verslavingen. 'Het hebben van een verslaving is nu nog erg onbegrepen', stelt Daan. 'Mensen denken er vaak te makkelijk over en zeggen: "Je kunt toch ook gewoon niet snuiven". Helaas werkt het niet zo, omdat verslaafden vaak veranderen in irrationele mensen.'

Volgens Daan komen zulke simplistische opmerkingen vooral voort uit onwetendheid. 'In mijn studie Psychologie is het woord verslaving misschien twee keer voorbijgekomen', geeft hij als voorbeeld. Dit is een probleem, omdat verslaving onder studenten vaker voorkomt dan de meesten denken. 'Niet alleen alcohol is sociaal geaccepteerd. De studentencultuur is over het algemeen vrij ongezond. Coke kun je nu voor twintig euro van de straat plukken en XTC wordt ook steeds vaker gebruikt. Veel mensen slikken een pilletje op een feestje zonder te realiseren wat voor gevolgen het kan hebben', vertelt Daan. 'Daarom moet er meer bewustwording komen voor verslaving.'

'Daan' is een gefingeerde naam. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.

 

Lees meer

Over moslims gesproken

Over de voormalige moslim mag meer worden gesproken, vindt de Rotterdamse journalist Rachid Benhammou. Daarom schreef hij met Boris van der Ham het boek Nieuwe vrijdenkers, waarin twaalf mensen die de islam achter zich hebben gelaten hun verhaal doen. 'De moslim, of ex-moslim, bestaat niet.'

Tekst: Jonathan Janssen
Foto's: Erik van Zummeren

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De helft van de mensen die hun verhaal vertelt in het boek Nieuwe vrijdenkers leidt een dubbelleven, omdat ze hun islamitische omgeving niet teleur willen stellen. Ze geloven namelijk niet meer in Allah. Samen met Boris van der Ham van het Humanistisch Verbond besloot journalist Rachid Benhammou twaalf verhalen te bundelen van Nederlanders die geen moslim meer willen zijn. 'Een dergelijk boek was er nog niet. Wij hopen dat het gesprek over voormalige moslims hierdoor wordt opengebroken.' De publicatie leidde tot honderden reacties op sociale media, van positieve geluiden tot haatgeluiden. 'We hadden wel boze reacties verwacht, maar dit was wel heel triest.' In een Midden-Oosters restaurant in Rotterdam vertelt Benhammou verontwaardigd en soms zelfs kwaad over conservatieve Arabische invloeden op de islam, zijn eigen verhaal en de rol die hij voor de gematigde moslim ziet weggelegd. 'Gematigde moslims zijn veel te stil.'

Benhammou groot

Is het voor moslims moeilijk om hun geloofstwijfels met hun omgeving te bespreken?
'Vaak gaat dat niet makkelijk, nee. Zo vertellen veel van de geïnterviewden hun verhaal anoniem, omdat ze bang zijn voor de reactie van hun omgeving. Ze zijn niet zozeer bang voor de reacties die zij zelf krijgen van familie en vrienden, maar willen vooral hun ouders beschermen voor commentaar over hun afvallige kind. Een schrijver die we hebben geïnterviewd, beschreef dit heel mooi: "Mijn grootste strijd was niet met mijn ouders, maar met mijn omgeving." De sociale druk in de islamitische gemeenschap is immens.

'Je zou denken dat jongere moslims zulke twijfels beter met elkaar kunnen bespreken dan de oudere generaties dat onder elkaar kunnen. Op school leren ze namelijk over wetenschappelijke theorieën die niet stroken met de leer van de islam, zoals de evolutietheorie van Darwin. Juist islamitische jongeren blijken er echter veel conservatievere denkbeelden op na te houden dan hun ouders of grootouders. De eerdere generaties waren in hun land van herkomst vaak best liberaal. Het komt zelfs voor dat jongeren hun ouders afvalligen noemen.'

Hoe komt het dat die jongeren conservatiever zijn?
'Veel jongeren worden beïnvloed door een panarabistische en conservatieve interpretatie van de islam, die zich via de satelliet, internet en sociale media verspreidt. Deze conservatieve stromingen komen uit het Midden-Oosten, en dan vooral uit Saudi-Arabië. Het panarabisme is de bijbehorende politieke ideologie die de islam probeert te arabiseren. Zo zeggen panarabisten dat Arabisch de taal van het paradijs is en dat daarom alle moslims Arabisch moeten kunnen spreken en lezen. Dat is natuurlijk belachelijk, alsof God maar een taal spreekt. In Indonesië, het land met de meeste moslims, spreken ze geen Arabisch. Toch is de invloed van het panarabisme groot, ook hier in Nederland.'

'Familie en vrienden hebben vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt.'

Wat voor gevolgen heeft het Arabisme in Nederland?
'In Nederland wonen bijvoorbeeld 400.000 mensen met een Marokkaanse achtergrond, waarvan 90 procent Berbers is en geen Arabisch spreekt. Toch worden er voor deze groep vanuit de Nederlandse overheid al dertig jaar koranlessen 'in eigen taal' gesubsidieerd. Die koranlessen zijn echter in het Arabisch, terwijl kinderen met een Marokkaanse achtergrond die taal helemaal niet spreken. Nederlanders verspreiden dus onbewust het panarabisme.'

Wat moet er gebeuren om islamitisch conservatisme en panarabisme tegen te gaan?
'Het is tijd voor meer progressievere stromingen in de islam. Je zou kunnen zeggen dat de islam achterloopt op het christendom; het ontstond immers 600 jaar later. Vanuit dat perspectief zou er nu ook een soort Verlichting moeten plaatsvinden in de islam, zoals die zich een paar honderd jaar geleden ook voltrok in de christelijke wereld. De islamitische Verlichting zal voorlopig echter niet beginnen als westerse landen als Nederland zaken blijven doen met landen als Saudi-Arabië, de oorsprong van de conservatieve invloeden die zich nu verspreiden.'

Identificeren voormalige moslims zich nog wel met de moslimgemeenschap, die steeds conservatiever wordt?
'Alle mensen die we hebben geïnterviewd zeggen dat geloof voor hen losstaat van familie en cultuur. Familie en vrienden hebben wel vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt. Een aantal van de geïnterviewden wil ook nog graag het Suikerfeest blijven vieren, ook al hebben ze die religieuze achtergrond niet meer. Je zou dat kunnen vergelijken met niet-christelijke Nederlanders die nog steeds Kerstmis en carnaval vieren.'

Hoe was het voor uzelf om de islam te verlaten?
'Mijn verhaal is best wel saai. Mijn ouders waren praktiserend moslim, maar op een liberale manier. Bij ons thuis was religie belangrijk, maar school nog belangrijker. Mijn ouders hebben mij geleerd om kritisch na te denken. Toen ik veertien of vijftien was, vertelde ik hen dat ik me niet thuis voelde in de islam en zei dat ik mijn eigen pad ging bewandelen. Mijn ouders vonden dat niet leuk, maar ze hebben het geaccepteerd.

'Mijn omgeving vroeg of ik wel op mijn hoede was bij het schrijven van dit boek.'

'Ik identificeer me nog wel met andere Berbers, ook degenen die nog moslim zijn. Zoals 90 procent van de Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond ben ik Berber, ofwel Amazigh. De Amazigh-cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika is duizenden jaren oud, veel ouder dan de islam. Ook mijn zoontje, die niet gelovig wordt opgevoed, probeer ik wat bij te brengen over zijn achtergrond. Zo leer ik hem wat woordjes in het Berbers en neem ik hem mee naar Amazigh-festivals.'

Voor u was het dus relatief makkelijk om naar buiten te komen als niet-gelovige. Een paar van de verhalen in Nieuwe vrijdenkers zijn vrij dramatisch, zoals die van Halima, die geen contact meer heeft met haar familie. Zijn die dan wel representatief?
'Ja, maar ik heb er best wel op gehamerd dat er niet alleen maar heel ellendige verhalen in het boek zouden komen. We wilden een divers beeld schetsen van hoe het is om als moslim te besluiten dat je niet meer gelooft. Dat hoeft niet altijd met veel problemen en drama gepaard te gaan. We zeggen dan ook: de typische moslim bestaat niet, de typische ex-moslim ook niet.

'Over ex-moslims gesproken, ik haat dat woord. Ik gebruik liever "voormalige moslim". Een aantal voormalige moslims heeft zich nooit moslim gevoeld. Je bent eigenlijk maar even ex-moslim in je transitieperiode van gelovige naar niet-gelovige. Daarna ben je gewoon weer moeder, vader, vrouw, of welke rol je dan ook voor jezelf ziet weggelegd in de maatschappij.'

Benhammou groot 2Hoe reageren conservatieve moslims op de verhalen uit het boek?
'Vrijwel direct na het uitbrengen van het boek kwamen er honderden reacties binnen van Nederlandse islamitische jongeren. Ze schelden en vloeken tegen de mensen in het boek. Anderen zeggen dat de verhalen in het boek leugens zijn, dat de geïnterviewden worden betaald om de islam in een kwaad daglicht te zetten. Sommige moslims reageren iets milder door te zeggen dat ze het prima vinden dat deze mensen niet meer geloven, maar dat ze daar niet mee te koop hoeven lopen.

'Gelukkig zijn er ook positieve reacties op het boek, maar die komen van ongelovigen en van meer liberale moslims. De gematigde moslims, de meerderheid, hoor je niet of nauwelijks. Die groep hoort eigenlijk het voortouw te nemen en zich publiekelijk uit te spreken tegen dit soort haat. Zij zouden ook de radicalen moeten wijzen op de vrijheid van het geloof. Ik verwijt die groep gematigde moslims dat ze hun mond niet vaker opentrekken. Van de honderden reacties op Facebook waren er maar een handvol mensen die zich afvroegen waar die scheldpartijen voor nodig waren. Meer gematigde moslims lezen mee, maar houden hun mond. Dan denk ik: waarom laat je je nu niet horen? Deze mensen spreken zich wel uit als iemand als Geert Wilders de islam aanvalt, maar ze komen niet op voor iemand die de keuze heeft gemaakt uit de islam te stappen. Ze worden boos als hun hele bevolkingsgroep gelijk wordt gesteld aan een kleine groep

...
Lees meer

Over moslims gesproken

Over de voormalige moslim mag meer worden gesproken, vindt de Rotterdamse journalist Rachid Benhammou. Daarom schreef hij met Boris van der Ham het boek Nieuwe vrijdenkers, waarin twaalf mensen die de islam achter zich hebben gelaten hun verhaal doen. 'De moslim, of ex-moslim, bestaat niet.'

Tekst: Jonathan Janssen
Foto's: Erik van Zummeren

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De helft van de mensen die hun verhaal vertelt in het boek Nieuwe vrijdenkers leidt een dubbelleven, omdat ze hun islamitische omgeving niet teleur willen stellen. Ze geloven namelijk niet meer in Allah. Samen met Boris van der Ham van het Humanistisch Verbond besloot journalist Rachid Benhammou twaalf verhalen te bundelen van Nederlanders die geen moslim meer willen zijn. 'Een dergelijk boek was er nog niet. Wij hopen dat het gesprek over voormalige moslims hierdoor wordt opengebroken.' De publicatie leidde tot honderden reacties op sociale media, van positieve geluiden tot haatgeluiden. 'We hadden wel boze reacties verwacht, maar dit was wel heel triest.' In een Midden-Oosters restaurant in Rotterdam vertelt Benhammou verontwaardigd en soms zelfs kwaad over conservatieve Arabische invloeden op de islam, zijn eigen verhaal en de rol die hij voor de gematigde moslim ziet weggelegd. 'Gematigde moslims zijn veel te stil.'

Benhammou groot

Is het voor moslims moeilijk om hun geloofstwijfels met hun omgeving te bespreken?
'Vaak gaat dat niet makkelijk, nee. Zo vertellen veel van de geïnterviewden hun verhaal anoniem, omdat ze bang zijn voor de reactie van hun omgeving. Ze zijn niet zozeer bang voor de reacties die zij zelf krijgen van familie en vrienden, maar willen vooral hun ouders beschermen voor commentaar over hun afvallige kind. Een schrijver die we hebben geïnterviewd, beschreef dit heel mooi: "Mijn grootste strijd was niet met mijn ouders, maar met mijn omgeving." De sociale druk in de islamitische gemeenschap is immens.

'Je zou denken dat jongere moslims zulke twijfels beter met elkaar kunnen bespreken dan de oudere generaties dat onder elkaar kunnen. Op school leren ze namelijk over wetenschappelijke theorieën die niet stroken met de leer van de islam, zoals de evolutietheorie van Darwin. Juist islamitische jongeren blijken er echter veel conservatievere denkbeelden op na te houden dan hun ouders of grootouders. De eerdere generaties waren in hun land van herkomst vaak best liberaal. Het komt zelfs voor dat jongeren hun ouders afvalligen noemen.'

Hoe komt het dat die jongeren conservatiever zijn?
'Veel jongeren worden beïnvloed door een panarabistische en conservatieve interpretatie van de islam, die zich via de satelliet, internet en sociale media verspreidt. Deze conservatieve stromingen komen uit het Midden-Oosten, en dan vooral uit Saudi-Arabië. Het panarabisme is de bijbehorende politieke ideologie die de islam probeert te arabiseren. Zo zeggen panarabisten dat Arabisch de taal van het paradijs is en dat daarom alle moslims Arabisch moeten kunnen spreken en lezen. Dat is natuurlijk belachelijk, alsof God maar een taal spreekt. In Indonesië, het land met de meeste moslims, spreken ze geen Arabisch. Toch is de invloed van het panarabisme groot, ook hier in Nederland.'

'Familie en vrienden hebben vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt.'

Wat voor gevolgen heeft het Arabisme in Nederland?
'In Nederland wonen bijvoorbeeld 400.000 mensen met een Marokkaanse achtergrond, waarvan 90 procent Berbers is en geen Arabisch spreekt. Toch worden er voor deze groep vanuit de Nederlandse overheid al dertig jaar koranlessen 'in eigen taal' gesubsidieerd. Die koranlessen zijn echter in het Arabisch, terwijl kinderen met een Marokkaanse achtergrond die taal helemaal niet spreken. Nederlanders verspreiden dus onbewust het panarabisme.'

Wat moet er gebeuren om islamitisch conservatisme en panarabisme tegen te gaan?
'Het is tijd voor meer progressievere stromingen in de islam. Je zou kunnen zeggen dat de islam achterloopt op het christendom; het ontstond immers 600 jaar later. Vanuit dat perspectief zou er nu ook een soort Verlichting moeten plaatsvinden in de islam, zoals die zich een paar honderd jaar geleden ook voltrok in de christelijke wereld. De islamitische Verlichting zal voorlopig echter niet beginnen als westerse landen als Nederland zaken blijven doen met landen als Saudi-Arabië, de oorsprong van de conservatieve invloeden die zich nu verspreiden.'

Identificeren voormalige moslims zich nog wel met de moslimgemeenschap, die steeds conservatiever wordt?
'Alle mensen die we hebben geïnterviewd zeggen dat geloof voor hen losstaat van familie en cultuur. Familie en vrienden hebben wel vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt. Een aantal van de geïnterviewden wil ook nog graag het Suikerfeest blijven vieren, ook al hebben ze die religieuze achtergrond niet meer. Je zou dat kunnen vergelijken met niet-christelijke Nederlanders die nog steeds Kerstmis en carnaval vieren.'

Hoe was het voor uzelf om de islam te verlaten?
'Mijn verhaal is best wel saai. Mijn ouders waren praktiserend moslim, maar op een liberale manier. Bij ons thuis was religie belangrijk, maar school nog belangrijker. Mijn ouders hebben mij geleerd om kritisch na te denken. Toen ik veertien of vijftien was, vertelde ik hen dat ik me niet thuis voelde in de islam en zei dat ik mijn eigen pad ging bewandelen. Mijn ouders vonden dat niet leuk, maar ze hebben het geaccepteerd.

'Mijn omgeving vroeg of ik wel op mijn hoede was bij het schrijven van dit boek.'

'Ik identificeer me nog wel met andere Berbers, ook degenen die nog moslim zijn. Zoals 90 procent van de Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond ben ik Berber, ofwel Amazigh. De Amazigh-cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika is duizenden jaren oud, veel ouder dan de islam. Ook mijn zoontje, die niet gelovig wordt opgevoed, probeer ik wat bij te brengen over zijn achtergrond. Zo leer ik hem wat woordjes in het Berbers en neem ik hem mee naar Amazigh-festivals.'

Voor u was het dus relatief makkelijk om naar buiten te komen als niet-gelovige. Een paar van de verhalen in Nieuwe vrijdenkers zijn vrij dramatisch, zoals die van Halima, die geen contact meer heeft met haar familie. Zijn die dan wel representatief?
'Ja, maar ik heb er best wel op gehamerd dat er niet alleen maar heel ellendige verhalen in het boek zouden komen. We wilden een divers beeld schetsen van hoe het is om als moslim te besluiten dat je niet meer gelooft. Dat hoeft niet altijd met veel problemen en drama gepaard te gaan. We zeggen dan ook: de typische moslim bestaat niet, de typische ex-moslim ook niet.

'Over ex-moslims gesproken, ik haat dat woord. Ik gebruik liever "voormalige moslim". Een aantal voormalige moslims heeft zich nooit moslim gevoeld. Je bent eigenlijk maar even ex-moslim in je transitieperiode van gelovige naar niet-gelovige. Daarna ben je gewoon weer moeder, vader, vrouw, of welke rol je dan ook voor jezelf ziet weggelegd in de maatschappij.'

Benhammou groot 2Hoe reageren conservatieve moslims op de verhalen uit het boek?
'Vrijwel direct na het uitbrengen van het boek kwamen er honderden reacties binnen van Nederlandse islamitische jongeren. Ze schelden en vloeken tegen de mensen in het boek. Anderen zeggen dat de verhalen in het boek leugens zijn, dat de geïnterviewden worden betaald om de islam in een kwaad daglicht te zetten. Sommige moslims reageren iets milder door te zeggen dat ze het prima vinden dat deze mensen niet meer geloven, maar dat ze daar niet mee te koop hoeven lopen.

'Gelukkig zijn er ook positieve reacties op het boek, maar die komen van ongelovigen en van meer liberale moslims. De gematigde moslims, de meerderheid, hoor je niet of nauwelijks. Die groep hoort eigenlijk het voortouw te nemen en zich publiekelijk uit te spreken tegen dit soort haat. Zij zouden ook de radicalen moeten wijzen op de vrijheid van het geloof. Ik verwijt die groep gematigde moslims dat ze hun mond niet vaker opentrekken. Van de honderden reacties op Facebook waren er maar een handvol mensen die zich afvroegen waar die scheldpartijen voor nodig waren. Meer gematigde moslims lezen mee, maar houden hun mond. Dan denk ik: waarom laat je je nu niet horen? Deze mensen spreken zich wel uit als iemand als Geert Wilders de islam aanvalt, maar ze komen niet op voor iemand die de keuze heeft gemaakt uit de islam te stappen. Ze worden boos als hun hele bevolkingsgroep gelijk wordt gesteld aan een kleine groep

...
Lees meer

Publiekelijk bloot

In Tijdsgeest wordt iedere editie verleden, heden en toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Publiekelijk bloot

Tekst: Wouter van der Laan en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

 

ANS tijdsgeest 750x

Bloot is een normale zaak in Nederland, tenminste volgens de wet. In artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht is vastgelegd dat je op ieder moment naakt mag zijn, als de gemeente de plek geschikt heeft verklaard voor naaktrecreatie. Er zijn weinig andere landen waar ongeklede recreatie wettelijk is toegestaan. Toch maken weinig Nederlanders tegenwoordig gebruik van dit voorrecht. 

Waar jongeren in de jaren zestig, zeventig en tachtig nog zonder schaamte met blote borst over naaktstranden flaneerden, heeft deze schaamteloosheid langzaam plaatsgemaakt voor meer gêne. Niet alle jongeren in kleedkamers van sportscholen durven zich meer bloot te geven. Ze douchen liever met een bezwete onderbroek aan of rijden naar huis om daar te douchen. Bedekte lichamen zijn weer de norm in de samenleving. Kan publiekelijk naakt niet meer in Nederland, of liggen we binnenkort weer open en bloot op het strand?

Verleden: I’m sexy and I know it
Publiekelijk naakt was tot kort na de Tweede Wereldoorlog vrijwel ondenkbaar. 'De kerk had destijds een grote invloed op de sociale normen en waarden in Nederland', vertelt Maerten Prins, docent Sociale en Cultuurpsychologie aan de Radboud Universiteit (RU). Seks was uitsluitend voor de voortplanting en alles wat met seksualiteit te maken had, was taboe. 'Daarom werd erop gehamerd dat lichamen zoveel mogelijk bedekt moesten zijn', vertelt Prins. De jaren zestig werden gekenmerkt door de opkomst van een jeugdcultuur die zich verzette tegen allerlei bestaande autoriteiten en taboes. 'Deze jeugdcultuur ontstond doordat de nieuwe generatie jongeren lange tijd naar school ging. Hier hadden ze, in tegenstelling tot thuis, alle vrijheid om ideeën met elkaar uit te wisselen', vertelt Prins.

Ook het taboe rondom naaktheid werd aan de spies geregen. Dat leidde tot een toename van naaktstranden en erotische films. In 1971 werd de allereerste film uitgebracht waar expliciet seks in te zien was, Blue Movie, met als ondertitel 'een film die iedereen mag zien'. 'De kerk en de overheid probeerden films als Blue Movie nog te censureren, bijvoorbeeld door ze in bioscopen te verbieden. De films waren echter zo populair onder jongeren dat dit tevergeefs was', vertelt Prins. 'Als gevolg stopte de overheid met het censureren van films. De verantwoordelijkheid voor de grenzen van de inhoud van films kwam vanaf toen te liggen bij de filmproducenten en uiteindelijk bij de consument zelf.' Doordat er nu niet langer één instantie was die de grenzen van censuur bepaalde, vervaagden ook de grenzen rondom de normen en waarden van publiekelijk bloot.


tijdlijn 2
Heden: Mij niet gezien
Tegenwoordig is sprake van een tweedeling in het uiten van publiekelijk bloot. Aan de ene kant lijken blote lichamen en naaktheid veel aanwezig te zijn in media en reclames. Zo is menig bushokje voorzien van advertenties met een halfnaakte vrouw. Toch is deze opleving van naaktheid niet terug te zien in het gedrag van mensen. 'Topless zonnen komt bijna niet meer voor', vertelt Linda Duits, sociaal wetenschapper aan de Universiteit Utrecht. 'Ook zie je dat mensen terughoudender zijn met douchen in de sportschool. Soms douchen ze met hun ondergoed aan.' 

Een eenduidige oorzaak voor dit maatschappelijke verschijnsel is moeilijk aan te wijzen, maar wetenschappers menen dat het vooral te maken heeft met tijdsgolven. 'De ene generatie zet zich af tegen de andere generatie', vertelt Duits. Mineke Schipper, auteur van het boek Bloot of bedekt, denkt dat de toenemende bedektheid juist komt door al het naakt in advertenties. 'Reclames van vandaag de dag laten veel bloot zien, maar hanteren hierbij een dwingende norm van het "ideale" lichaam', vertelt ze. 'Wanneer het eigen lichaam niet voldoet aan de ideale reclameafmetingen, verbergen mensen dit liever.'

Ook de grenzen van de fatsoensnorm om naakt te laten zien, zijn op dit moment niet eenvoudig te trekken. Volgens Prins is Facebook hier een goed voorbeeld van. 'Facebook probeert wel het een en ander te censureren, maar weet niet precies wat het criterium voor daarvoor moet zijn', vertelt hij. 'Tepels van vrouwen worden stelselmatig verwijderd, maar tepels van mannen dan weer niet.'

 

Toekomst: #FreeTheNipple
Steeds meer activisten spreken zich uit tegen de huidige omgang met publiekelijk bloot. De Amerikaanse filmmaker Lisa Esco begon bijvoorbeeld de #FreeTheNipple-campagne, waarmee ze de dubbele moraal rondom tepels wilde doorbreken. Ook de Instagrampagina 'Genderless Nipples' probeert het onduidelijke censuurbeleid aan te stippen, door foto’s van anonieme tepels te plaatsen. Instagram kan niet achterhalen of deze tepels mannelijk of vrouwelijk zijn, en censureert ze dus niet. Het is niet alleen het censuurbeleid dat een heikel punt is. Ook tegen de standaard van het ‘ideale’ lichaam in reclames komen mensen in opstand. In een recente uitgave van het stijltijdschrift Fantastic Man lieten mannen van verschillende leeftijden en posturen hun kruis fotograferen. Het doel hiervan is om het mannelijk geslachtsdeel op een gevarieerde en realistische manier weer te geven, als reactie op het eenzijdige beeld in media en reclames. De intrede van dit soort protestbewegingen kan worden gezien als een tegenreactie op de heersende normen van de media- en reclame-industrie. Volgens de observatie van Duits breekt er binnenkort weer een nieuwe fase aan waarin meer naakt te zien zal zijn. Een nieuwe tijdsgolf waarin de behoefte bestaat om de onduidelijke grenzen en dubbele moraal aan te pakken. De golf lijkt langzaam te bewegen naar een maatschappij waarin je trots mag zijn op je lichaam, zowel bedekt als naakt.

Heb je geen tijd om hierop te wachten, dan is uit de kleren gaan wellicht de beste optie. Door in het openbaar bloot te gaan, draag je namelijk bij aan een gevarieerder en reëler beeld van het menselijk lichaam dan ons wordt voorgehouden door de reclame-industrie.

 

 

Lees meer

Publiekelijk bloot

In Tijdsgeest wordt iedere editie verleden, heden en toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Publiekelijk bloot

Tekst: Wouter van der Laan en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

 

ANS tijdsgeest 750x

Bloot is een normale zaak in Nederland, tenminste volgens de wet. In artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht is vastgelegd dat je op ieder moment naakt mag zijn, als de gemeente de plek geschikt heeft verklaard voor naaktrecreatie. Er zijn weinig andere landen waar ongeklede recreatie wettelijk is toegestaan. Toch maken weinig Nederlanders tegenwoordig gebruik van dit voorrecht. 

Waar jongeren in de jaren zestig, zeventig en tachtig nog zonder schaamte met blote borst over naaktstranden flaneerden, heeft deze schaamteloosheid langzaam plaatsgemaakt voor meer gêne. Niet alle jongeren in kleedkamers van sportscholen durven zich meer bloot te geven. Ze douchen liever met een bezwete onderbroek aan of rijden naar huis om daar te douchen. Bedekte lichamen zijn weer de norm in de samenleving. Kan publiekelijk naakt niet meer in Nederland, of liggen we binnenkort weer open en bloot op het strand?

Verleden: I’m sexy and I know it
Publiekelijk naakt was tot kort na de Tweede Wereldoorlog vrijwel ondenkbaar. 'De kerk had destijds een grote invloed op de sociale normen en waarden in Nederland', vertelt Maerten Prins, docent Sociale en Cultuurpsychologie aan de Radboud Universiteit (RU). Seks was uitsluitend voor de voortplanting en alles wat met seksualiteit te maken had, was taboe. 'Daarom werd erop gehamerd dat lichamen zoveel mogelijk bedekt moesten zijn', vertelt Prins. De jaren zestig werden gekenmerkt door de opkomst van een jeugdcultuur die zich verzette tegen allerlei bestaande autoriteiten en taboes. 'Deze jeugdcultuur ontstond doordat de nieuwe generatie jongeren lange tijd naar school ging. Hier hadden ze, in tegenstelling tot thuis, alle vrijheid om ideeën met elkaar uit te wisselen', vertelt Prins.

Ook het taboe rondom naaktheid werd aan de spies geregen. Dat leidde tot een toename van naaktstranden en erotische films. In 1971 werd de allereerste film uitgebracht waar expliciet seks in te zien was, Blue Movie, met als ondertitel 'een film die iedereen mag zien'. 'De kerk en de overheid probeerden films als Blue Movie nog te censureren, bijvoorbeeld door ze in bioscopen te verbieden. De films waren echter zo populair onder jongeren dat dit tevergeefs was', vertelt Prins. 'Als gevolg stopte de overheid met het censureren van films. De verantwoordelijkheid voor de grenzen van de inhoud van films kwam vanaf toen te liggen bij de filmproducenten en uiteindelijk bij de consument zelf.' Doordat er nu niet langer één instantie was die de grenzen van censuur bepaalde, vervaagden ook de grenzen rondom de normen en waarden van publiekelijk bloot.


tijdlijn 2
Heden: Mij niet gezien
Tegenwoordig is sprake van een tweedeling in het uiten van publiekelijk bloot. Aan de ene kant lijken blote lichamen en naaktheid veel aanwezig te zijn in media en reclames. Zo is menig bushokje voorzien van advertenties met een halfnaakte vrouw. Toch is deze opleving van naaktheid niet terug te zien in het gedrag van mensen. 'Topless zonnen komt bijna niet meer voor', vertelt Linda Duits, sociaal wetenschapper aan de Universiteit Utrecht. 'Ook zie je dat mensen terughoudender zijn met douchen in de sportschool. Soms douchen ze met hun ondergoed aan.' 

Een eenduidige oorzaak voor dit maatschappelijke verschijnsel is moeilijk aan te wijzen, maar wetenschappers menen dat het vooral te maken heeft met tijdsgolven. 'De ene generatie zet zich af tegen de andere generatie', vertelt Duits. Mineke Schipper, auteur van het boek Bloot of bedekt, denkt dat de toenemende bedektheid juist komt door al het naakt in advertenties. 'Reclames van vandaag de dag laten veel bloot zien, maar hanteren hierbij een dwingende norm van het "ideale" lichaam', vertelt ze. 'Wanneer het eigen lichaam niet voldoet aan de ideale reclameafmetingen, verbergen mensen dit liever.'

Ook de grenzen van de fatsoensnorm om naakt te laten zien, zijn op dit moment niet eenvoudig te trekken. Volgens Prins is Facebook hier een goed voorbeeld van. 'Facebook probeert wel het een en ander te censureren, maar weet niet precies wat het criterium voor daarvoor moet zijn', vertelt hij. 'Tepels van vrouwen worden stelselmatig verwijderd, maar tepels van mannen dan weer niet.'

 

Toekomst: #FreeTheNipple
Steeds meer activisten spreken zich uit tegen de huidige omgang met publiekelijk bloot. De Amerikaanse filmmaker Lisa Esco begon bijvoorbeeld de #FreeTheNipple-campagne, waarmee ze de dubbele moraal rondom tepels wilde doorbreken. Ook de Instagrampagina 'Genderless Nipples' probeert het onduidelijke censuurbeleid aan te stippen, door foto’s van anonieme tepels te plaatsen. Instagram kan niet achterhalen of deze tepels mannelijk of vrouwelijk zijn, en censureert ze dus niet. Het is niet alleen het censuurbeleid dat een heikel punt is. Ook tegen de standaard van het ‘ideale’ lichaam in reclames komen mensen in opstand. In een recente uitgave van het stijltijdschrift Fantastic Man lieten mannen van verschillende leeftijden en posturen hun kruis fotograferen. Het doel hiervan is om het mannelijk geslachtsdeel op een gevarieerde en realistische manier weer te geven, als reactie op het eenzijdige beeld in media en reclames. De intrede van dit soort protestbewegingen kan worden gezien als een tegenreactie op de heersende normen van de media- en reclame-industrie. Volgens de observatie van Duits breekt er binnenkort weer een nieuwe fase aan waarin meer naakt te zien zal zijn. Een nieuwe tijdsgolf waarin de behoefte bestaat om de onduidelijke grenzen en dubbele moraal aan te pakken. De golf lijkt langzaam te bewegen naar een maatschappij waarin je trots mag zijn op je lichaam, zowel bedekt als naakt.

Heb je geen tijd om hierop te wachten, dan is uit de kleren gaan wellicht de beste optie. Door in het openbaar bloot te gaan, draag je namelijk bij aan een gevarieerder en reëler beeld van het menselijk lichaam dan ons wordt voorgehouden door de reclame-industrie.

 

 

Lees meer

Radboud, Change Perspective

Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap.

Tekst: Joep Dorna en Julia Mars
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben.

Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. 'Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma's, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden', vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.

Illustratie Openings ANS 7 groot

Outside the box-denken
Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. 'Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. "Het moet op deze manier, want zo doen wij het", gebruiken ze als argument.'Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie.

Interdisciplinair brood bakken
Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. 'Het is belangrijk dat je vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen', legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. 'Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.' De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma's aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen.

Leren samenwerken met andere disciplines is geen extraatje, maar broodnodig.

Grenzeloos bedrijfsleven
Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. 'Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder', betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. 'Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega's hebben gestudeerd', zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig.

Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra's willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines.

Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt.

 

Lees meer

Radboud, Change Perspective

Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap.

Tekst: Joep Dorna en Julia Mars
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben.

Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. 'Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma's, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden', vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.

Illustratie Openings ANS 7 groot

Outside the box-denken
Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. 'Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. "Het moet op deze manier, want zo doen wij het", gebruiken ze als argument.'Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie.

Interdisciplinair brood bakken
Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. 'Het is belangrijk dat je vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen', legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. 'Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.' De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma's aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen.

Leren samenwerken met andere disciplines is geen extraatje, maar broodnodig.

Grenzeloos bedrijfsleven
Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. 'Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder', betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. 'Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega's hebben gestudeerd', zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig.

Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra's willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines.

Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt.

 

Lees meer

Rijlessen

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten, is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Illustratie: Inge Spoelstra

Rijschool snelweg (van deze zuurpruim)
Voor velen slechts een vage herinnering uit hun middelbare schooltijd, voor sommigen een recente nachtmerrie en voor een paar ongelukkigen een hel die nog moet komen: rijlessen. Tijdens de proefles lijkt er nog niets aan de hand. De instructeur - we noemen hem maar Ad in deze column - schakelt voor je, dus in feite kun jij lekker een uurtje go-karten op de Graafseweg. Naderhand vraagt hij of je een pakket wil aanschaffen. Gelijk hap je toe, niet wetende dat je zojuist hebt getekend voor de meest vervelende, stressvolle uren die je ooit zult beleven.

De bij de proefles vriendelijke Ad laat bij de eerste echte les gelijk zijn ware aard zien. Na vijf minuten met Ad in de auto te hebben doorgebracht, weet je zeker dat je Ad niet mag. Hij is takkechagrijnig en zeurt over alles wat je fout doet, ook al is het pas de tweede keer dat je achter het stuur zit. Je probeert raakvlakken te vinden, maar vindt alleen bevestiging voor het feit dat jij en Ad even veel gemeen hebben als jij en een willekeurig lid van een indianenstam in de Amazone die nog niet in contact is gekomen met de beschaafde wereld.

Vanzelfsprekend werkt de humeurige papzak je op je zenuwen, waardoor je abominabel rijdt. Zonder ingrijpen van Ad had je tegen het einde van je vijfde les al een regiment Gaastra-echtparen, een complete kleuterklas en een vijftigtal hondenuitlaters geschept en zou de lesauto total loss ergens in een greppel bij Wijchen liggen. Toch ga je na je veertigste les op examen. In het CBR-pand ontmoet je je examinator. Gelijk zie je dat hij uit precies hetzelfde hout is gesneden als Ad. De frustratie over zijn drie kapotte huwelijken, kutbaan en incontinente hond staat in zijn dikke kop gegrift en vergiftigt de lucht om hem heen. Aldus verkloot je, net als iedere rijles dit examen finaal. Al bij het verlaten van het CBR grijpt de examinator in, omdat je de van links aankomende pizzabezorger die met 80 km/u en zonder licht aan komt fietsen niet had gezien.

Pas acht jaar, 207 rijlessen en 98,735 euro later heb je je rijbewijs. Beteuterd kijk je naar het roze stukje plastic met je smoel en gegevens erop. Nog wranger is dat straks alle auto’s zelfrijdend zijn. 

 

Lees meer