Schuld na de zonde

Steeds vaker is de Nederlandse koloniale geschiedenis onderwerp van discussie. Historicus Gert Oostindie begrijpt de ophef, maar probeert deze geschiedenis ook in de tijdgeest van toen te zien. 'Als ik twee eeuwen geleden aan mensen had gevraagd of de slavernij zou moeten worden afgeschaft, had vrijwel iedereen dat onzin gevonden.'

Tekst: 
Joep Dorna
Foto's: Julia Mars en Vincent Veerbeek

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Optocht 180xjpg'De roofstaat aan het IJ werd groot door slavernij. 'Met deze leus protesteerden socialistische actievoerders in Amsterdam tijdens Keti Koti, het festival ter viering van de afschaffing van de slavernij, tegen de misstanden van Nederland tijdens de koloniale tijd. Tegelijkertijd stellen ook links-activistische academici en politici dat Nederland excuses moet aanbieden voor haar koloniale verleden. Veel Nederlanders hebben moeite met deze discussie. Op welke manier moeten we de koloniale tijd herdenken? En op welke wijze is de koloniale tijd nog steeds van invloed op onze samenleving?

Een belangrijke stem in dit debat is Gert Oostindie. Hij wordt gezien als autoriteit op het vlak van het Nederlandse koloniale verleden en de invloed daarvan op de Nederlandse identiteit. Sinds zijn promotie in Utrecht in 1989 schreef hij zo'n dertig boeken over deze onderwerpen. Hij is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis in Leiden. Onlangs mocht hij de prestigieuze Daendelslezing in het Rijksmuseum in Amsterdam houden over de 'postkoloniale beeldenstorm' die in Nederland zou woeden tegen monumenten uit het koloniale tijdperk. Oostindie is zeer kritisch over het koloniale verleden. Toch krijgt hij zelf ook kritiek vanwege zijn weigering het koloniale verleden zonder meer te veroordelen. 'De uitgangspunten van het kolonialisme deugden niet, maar ik wil niet vanuit hedendaags perspectief met een moralistisch vingertje wijzen naar de VOC-matrozen die ook maar hun werk deden. Begrijpen welke veranderingen ervoor zorgen dat personen van gedachten veranderen, vind ik relevanter. Net als uitzoeken hoe deze veranderingen tegenwoordig van invloed zijn.'

Koloniale wortels
Om de discussie rondom het kolonialisme te begrijpen, is het volgens Oostindie belangrijk om na te gaan waar de groeiende boosheid over het kolonialisme vandaan komt. 'In de kern is de koloniale geschiedenis een racistische geschiedenis, gedreven door het streven naar macht en rijkdom', legt de hoogleraar uit. De koloniën dienden vooral om Nederland rijker te maken. In Indonesië, Suriname, de Antillen en elders deden de Nederlanders aan slavenhandel en onderdrukten ze de bewoners van andere afkomst. Later gingen Nederlanders ook denken dat zij een belangrijke ontwikkelingsmissie moesten volbrengen in de koloniën, in het bijzonder in Nederlands-Indië. Nederlanders vonden zichzelf onmisbaar voor Indonesië en meenden dat het land het zonder het Europese moederland niet zou redden.

'In Indonesië geldt de Nederlandse overheersing als een intermezzo in de geschiedenis van het land. Suriname en de Antillen zijn echter getekend door de Nederlandse overheersing', zegt Oostindie. Waar het grootste deel van de Indonesische bevolking haar oorsprong vindt in het land zelf, bestaat het gros van de huidige Surinaamse en
Antilliaanse bevolking uit afstammelingen van Afrikanen die er als slaven, en Aziaten die er als contractarbeiders werden gebracht. 'Het begrijpen van dit stukje geschiedenis is ontzettend belangrijk om in te zien hoe Nederlanders met een Caribische afkomst omgaan met kolonialisme', legt de historicus uit. 'Zij kunnen zeggen dat zij hier zijn omdat de Nederlanders daar waren.'

Op de agenda
Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 werd er lange tijd niet over de koloniën gepraat. 'Ik ging zelf in het midden van de jaren 70 studeren. In die tijd werd er bijna geen aandacht besteed aan koloniale geschiedenis of aan migranten uit Nederlands-Indië', herinnert Oostindie zich. De Caribische geschiedenis kwam pas op de agenda te staan na de massale verhuizing van Surinamers naar Nederland aan het einde van de jaren 70. In die periode trok een derde van alle Surinamers naar Nederland in de hoop op een beter leven. Ook de trek van inwoners vanuit de Antillen heeft hieraan bijgedragen. 'De postkoloniale migranten hebben ervoor gezorgd dat de koloniale geschiedenis meer als onderdeel van de nationale geschiedenis wordt gezien. Tegenwoordig is het ondenkbaar dat je Geschiedenis studeert zonder iets te horen over de koloniale geschiedenis.'

'Ik loop niet weg voor het trekken van harde conclusies over het kolonialisme.'

Naast deze postkoloniale migratie heeft volgens Oostindie een toenemende belangstelling van wetenschappers bijgedragen aan de steeds groter wordende aandacht voor de koloniale tijd in de samenleving. Daarmee groeit ook de aandacht voor koloniaal geweld en racisme. De afgelopen jaren verschenen van verschillende historici onder andere de boeken Roofstaat, De brandende kampongs van Generaal Spoor en Soldaat in Indonesië over het koloniale verleden van Nederland. In de Canon van de Nederlandse geschiedenis, die zo'n tien jaar geleden werd geïntroduceerd, gaan vijf van de vijftig vensters over het kolonialisme. 'Ik zeg zeker niet dat het koloniale tijdperk altijd voldoende of evenwichtig wordt besproken, maar we doen niet meer alsof het kolonialisme niet heeft bestaan', vertelt Oostindie.

Ook in de politiek krijgen groepen uit de voormalige koloniën steeds meer invloed, waarbij Oostindie de oprichting van het Nationaal Monument Slavernijverleden in 2002 in Amsterdam als keerpunt noemt. 'De overheid beslist wat in de openbare ruimte wordt herdacht. Pas toen meer mensen van Antilliaanse of Surinaamse afkomst op invloedrijke posities in de politiek kwamen, werd dit thema op de politieke agenda gezet.' Wel waarschuwt Oostindie voor staatspedagogiek, waarvan sprake is wanneer de politiek ingrijpt in het debat. 'Toen ik in mijn studietijd voor archiefonderzoek in Cuba werkte, merkte ik hoe heftig daar de communistische waarheid erin werd gedrild. Ik vond het heel leerzaam om te zien hoe het niet moet. De staat moet ruimte bieden voor verschillende perspectieven op de geschiedenis, maar zich zoveel mogelijk op de achtergrond houden.'

Identiteitsoorlog
Over de vraag hoe de rol van Nederland tijdens het kolonialisme moet worden herdacht, zijn veel verschillende meningen. Oostindie heeft moeite met de twee extreme groepen in het debat. 'Aan de ene kant zie je een kamp in de rechts-populistische hoek die kritiek op het kolonialisme direct ziet als blijk van een 'weg met ons'-mentaliteit. Niet voor niets heette de teloorgegane partij van Rita Verdonk Trots op Nederland. Aan de andere kant staat een links-activistisch kamp dat zegt dat wat er nu over het kolonialisme wordt verteld niet ver genoeg gaat. Deze groep reduceert de hele nationale geschiedenis tot kolonialisme en gooit daarbij hedendaags racisme, kolonialisme en kapitalisme op een hoop. Zij zien achter iedere nuancering direct vergoelijking of ontkenning van kolonialisme.'

Het conflict tussen de twee kampen kwam onder andere naar voren in een discussie over de naamswijziging van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With dat vernoemd is naar een viceadmiraal van de VOC. Nadat dat museum vanwege de connotatie met de "foute zeeheld" aankondigde de eigen naam te willen veranderen, werd het ongewild onderdeel van een breder debat over de vraag hoe we onze koloniale "helden" moeten herinneren. Zo stelde de rechtse raadsfractie Leefbaar Rotterdam raadsvragen over de "cultuurbobo's die het uitwissen van onze nationale historie voor ogen hebben". Een collectief van voornamelijk linkse academici en activisten beweerde op hun beurt dat instellingen vernoemd naar VOC-helden de misstanden uit de koloniale tijd "stilzwijgend bevorderen". Volgens hen doen "witte instellingen" nog lang niet voldoende om de misstanden uit het verleden te herstellen.

Oostindie plaatst vraagtekens bij de "oorlogstaal" die beide groepen in hun oordelen gebruiken. 'Ik loop niet weg voor het trekken van harde conclusies over het kolonialisme, maar tegelijkertijd heb ik er veel moeite mee wanneer personen moraliseren met de kennis van nu. Impliciet zeg je daarmee dat je het zelf veel beter gedaan zou hebben.' Volgens Oostindie mist daar zelfreflectie. 'Als ik een lezing houd over slavernij, vraag ik mijn publiek aan het begin wie het ermee oneens is dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is. Nu steekt natuurlijk nooit iemand zijn hand op, maar als ik twee eeuwen geleden in die zaal dezelfde vraag had gesteld, had vrijwel iedereen het afschaffen van de slavernij onzin gevonden.'

Gert 800x600

Makkelijk oordelen
Activistische wetenschappers stellen dat kennis van de koloniale tijd ook belangrijk is, omdat deze nog steeds van invloed is op de huidige Nederlandse identiteit. Een van de leiders van deze stroming, Gloria

...
Lees meer

Side Salad: Meloenlimonade

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

De campus is weer een nieuwe koffiebar rijker. In C, vernoemd naar de welbekende derde letter van het Latijnse alfabet, kun je terecht voor goede koffie in milieuvriendelijke bekertjes, verse broodjes en gebak waar je de laatste euro's op je rekening maar wat graag aan uitgeeft. C ligt in het hart van het Gymnasion en vormt als het ware het voorportaal van de nieuwe gelijknamige theaterzaal van de universiteit. Dankzij deze ligging wordt het etablissement buitengewoon goed bezocht door studenten van de HAN, sporters en de zielen die in de Ondergang wegkwijnen voor diverse hogere doelen.

Met behulp van een eigenzinnig assortiment lijkt C zich te willen onderscheiden van andere horecagelegenheden op de campus, zoals het Cultuurcafé en de Refter. Hier geen kleffe broodjes, vettige nacho's en op koffie gekweekte paddenstoelenburgers. C biedt verse broodjes, wraps en soep van de Verspillingsfabriek. Wil je daar nog wat bij drinken, een glaasje Fanta of Coca Cola misschien? Dan heb je pech. De producten van deze frisdrankgiganten zijn hier niet te koop. Als alternatief kun je kiezen voor de duurzame alternatieven fritz-kola en fritz-limo.

Ja, dat is even schrikken, die onbekende frisdrank. Toch ben ik ook nieuwsgierig. Ik moet denken aan de smaaktest die sitecolumnist Sander Nederveen eerder in C heeft uitgevoerd. Hij trok de bewering dat C de lekkerste koffie van de campus verkocht in twijfel en besloot de proef op de som te nemen. De uitslag: C mag zich terecht beroepen op de sublieme kwaliteit van hun zwarte goud.

Ik besluit Sanders onderzoek voort te zetten en bestel een fritz-limo met meloensmaak. Op de fles en de dop lachen de twee bedenkers van de fritz-producten me vrolijk toe. Ze lijken een beetje op een trendy New Yorks homostel met een Rothko aan de muur en een labradorpup. Leuk flesje dus, maar het draait om de smaak. Die valt eerlijk gezegd een beetje tegen. Ik proef vaag de smaak van meloen en appel, al zit dat laatste er volgens het etiket niet in. Koolzuur zou er wel in moeten zitten, maar die ontbreekt helaas in mijn flesje.

Als het drankje op is, betreur ik dat ik niet voor het bier of die fenomenale koffie ben gegaan. Ik weet nu in ieder geval wel waarom C niet pronkt met de beste frisdrank van de universiteit.

 

Lees meer

Side Salad: Studententypen

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

Het is een willekeurige dag in een willekeurige collegeweek. Tegen beter weten in ben ik weer uit mijn nest gekropen om in de UB te gaan studeren. Ik maak mezelf nog steeds wijs dat ik daar beter kan werken, maar het enige wat ik daar beter doe dan thuis is geld uitgeven (broodjes, koekjes, koffie) en dom naar het volk om me heen kijken. Vooral in dat laatste ben ik bijzonder getalenteerd, al zeg ik het zelf. Het liefst zou ik gewoon de hele dag kijken naar mijn medemens, proberen te ontrafelen waarom die veredelde chimpansee doet wat hij doet.

Op die middagen, als mijn laptop weer voor spek en bonen staat te brommen en het boek op mijn tafel er alleen ter decoratie ligt, denk ik wel eens dat ik mijn roeping heb gemist. Misschien had ik toch Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie moeten studeren? Dan was ik misschien op dit moment wel aan het promoveren op de homo academicus en zijn vele ondersoorten. Een aantal ken ik er al. Zo heb je de korpsballen, de quinoakutten en de ik-heb-dit-tentamen-weer-zó-slecht-gemaakt-en-ik-haal-uiteindelijk-toch-weer-een-negenstudenten. Deze soortnamen passen nog niet geheel in een academisch jargon, maar het begin is er.

Dankzij mijn opleiding als neerlandicus heb ik voor een dergelijk onderzoek allang de juiste literatuur gevonden. Zo werd mijn promotieonderzoek al min of meer uit- gevoerd in de negentiende eeuw en wel door schrijver Johannes Kneppelhout. Deze rechtenstudent uit Leiden (een extreme variant van het korpsballetje) publiceerde onder het pseudoniem Klikspaan een bundel genaamd Studenten-typen. Hierin beschreef hij twaalf categorieën studenten. Een aantal daarvan dwalen in 2018 nog steeds rond op de universiteit. We kennen bijvoorbeeld allemaal wel een 'hoveling', die ene kontenlikker die de professor zelfs zijn broodtrommeltje nadraagt. Of wat dacht je van de 'klaploper', een skere schooier in hart en nieren. Hij zal je nog verraden voor een zakje patatje joppiechips. En op het geld dat je gisteren voor zijn blikje red bull hebt betaald, hoef je ook niet meer te rekenen.

Ook voor Kneppelhout en mij is er een categorie: de 'student-auteur'. Dit miskende genie verdoet zijn kostbare tijd in de bibliotheek door columns te schrijven en zijn medestudenten te classificeren. Aan schoolwerk komt hij daarom nauwelijks toe. Maar niet getreurd. Kneppelhout heeft met zijn studententypen immers wel mooi een plekje in de Nederlandse literatuur weten te bemachtigen. Wie weet slaag ik daar met deze columns ook wel in.

 

Lees meer

Side Salad: Swapfiets

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

'Altijd een werkende fiets.' Dat zijn de gevleugelde woorden van Swapfiets, de nieuwe fietsenmaker annex verhuurder on the block. Het bedrijf – niet bekend van tv, wel van de karakteristieke blauwe voorbanden – neemt stukje bij beetje de campus over met een revolutionair product: een fiets voor studenten die hun tere universiteitshandjes liever niet vies maken. Voor iets meer dan een tientje per maand leent Swapfiets je een stalen ros waar je nauwelijks naar hoeft om te kijken. Zij plakken je lekke band, leggen de ketting terug op zijn plaats en bij diefstal krijg je gewoon een nieuwe. Een maand geleden ben ook ik gezwicht voor deze 'altijd werkende' fiets. Mijn huidige exemplaar stond toen al geruime tijd voor de deur te roesten. Voor- en achterband waren lek, hij maakte vreemde geluiden en bovendien was de bagagedrager er stukje bij beetje afgevallen. Kortom, mijn trouwe tweewieler was morsdood en je weet wat ze zeggen: een man zonder fiets is een vis zonder, uh, laat maar.

Ik vulde het formulier op de website van Swapfiets in en nog de volgende dag nam ik mijn spiksplinternieuwe fiets in ontvangst. De lichte teleurstelling over de kleur wist ik te verbergen. Sindsdien cruise ik als een Froome op mijn swagfiets door Nijmegen. Vooral onder mijn vrienden trekt mijn velo veel bekijks. Ze willen weten of hij lekker rijdt, wat dat grapje nou precies kost en vooral of ik hem gemakkelijk terug kan vinden tussen alle andere swapfietsen.

Daar kan ik kort over zijn: nee. Er zijn dagen waarop ik drie identieke fietsen aantref op de plaats waar ik de mijne heb geparkeerd en ik met behulp van de sleutel moet uitvinden welke dat is. Behalve een eigen karakter mist de swapfiets ook de broodnodige versnellingen en zit de bagagedrager – snelbinders niet inbegrepen – aan de verkeerde kant van het voertuig. Dat is natuurlijk niks voor een kluns zoals ik en het duurde dan ook niet lang of ik liet er een heel bierkrat vanaf flikkeren.

Om toch nog op een positieve noot te eindigen: de Swapfiets wordt geleverd met een ingebouwd vriendennetwerk. Wanneer ik een andere swapfietser passeer, voel ik dat er tussen ons een stilzwijgend verbond bestaat, een soort spirituele connectie. 'Wij hebben het goed', lijken we zonder woorden tegen elkaar te zeggen. Maar je moet het maar zeggen als ik nu van een eenwieler een tandem maak.

 

Lees meer

Side Salad: Vastelaovend

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

Net als een flink deel van de Nijmeegse studenten liggen mijn wortels in Limburg. Deze provincie beroept zich op een aantal exclusieve exportproducten, zoals vlaaien, heuvels en een zekere politicus die zijn haar al bleekte voordat Amerikaanse popsterren het deden. Veruit het belangrijkste is echter de Limburgse vastelaovend, die kortgeleden weer als een orkaan door het zuidelijkste stuk van Nederland raasde. Vlak voor het feest dit jaar losbarstte, was in de documentaire Nao 't Zuuje op NPO3 te zien wat die vastelaovend nou precies inhoudt. Radiopresentator Lex Uiting, die in 2017 in Venlo werd uitgeroepen tot prins carnaval, maakte de film in de hoop de vooroordelen omtrent deze Limburgse traditie te verwerpen. Dat vastelaovend inderdaad geen banaal zuip- en hosfeest is, weet ik uit eigen ervaring. Als echte Venlonaar liep ik immers al van kinds af aan mee in de optochten en polonaises.

Sinds ik in Nijmegen studeer, is mijn enthousiasme voor het feest echter getaand en ben ik er ook anders naar gaan kijken. Kritischer, of in ieder geval vanuit een ander perspectief. Allereerst ligt er natuurlijk een flinke dosis cultural appropriation ten grondslag aan het verkleedfeest en ook de man-vrouwverhouding is niet bepaald gelijk. Zo worden de belangrijkste ceremoniële functies in een carnavalsvereniging steevast door mannen vervuld: prins, vorst, ceremoniemeester etc. De enige positie die een vrouw kan vervullen, is die van 'dansmarieke'. Hoewel haar rol per dorp lichtelijk verschilt, bestaat haar weinig prestigieuze takenpakket vooral uit dansen, cadeaus uitdelen en mannen bekleden met status verschaffende objecten als mantels en scepters. En dan is er ook nog de boerenbruiloft, waarbij een stel in ouderwetse klederdracht in de 'onecht' wordt verbonden. Je raadt het al: nog altijd een heteroseksueel stel.

In Noord-Brabant zijn recentelijk al wat prinsessen gekroond en homoseksuele stellen in het huwelijksbootje gestapt (alaaf!). De Limburgse traditie is echter ouder en gelaagder, wat betekent dat men minder open staat voor veranderingen. 'We doen het immers toch al decennia lang zo', wordt er dan vaak gezegd. Maar is er in de wereld en in Limburg gedurende die decennia niet ook van alles veranderd, zeker wat betreft de visie op gender en seksualiteit?

Bij het horen van mijn kritiek zullen ze in Limburg waarschijnlijk zeggen dat ik een Hollander geworden ben. Of, om het maar te vertalen naar een carnavaleske metafoor: ik ben van een bloemetjesgordijn veranderd in een duffe, politiek-correcte stoflap.

 

Lees meer

Stand up for Jesus

In de Amsterdamse Oosterkerk doet theoloog en dominee Tim Vreugdenhil aan stand-up theology. Voor een grotendeels niet-kerkelijk publiek spreekt hij over moderne thema's als FOMO, stress en dating-apps. 'Stand-up theology is ontworpen voor mensen die inspiratie zoeken voor de zingeving aan hun leven.'

Tekst:Jonathan Janssen
Illustratie: Timon Vader
Foto: Joep Dorna

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS

Illustratie Jesus 650xIn de 17e-eeuwse Oosterkerk in Amsterdam houdt dominee Tim Vreugdenhil diensten voor gelovige en nietgelovige Nederlanders. Tussen de Hollands classicistische pilaren en het klassieke orgel van de kerk spreekt hij elke zes weken in een avondvullende show over een modern thema als netwerken of filterbubbels. In wat hij stand-up theology noemt, koppelt Vreugdenhil deze thema's aan Bijbelse verhalen. Vreugdenhil beweert bijvoorbeeld dat Fear Of Missing Out al voorkomt in het verhaal van de zondeval. De slang in het paradijs vertelde daarin volgens hem aan Adam en Eva dat er tegelijkertijd een leuker feestje aan de gang was, met verboden goddelijke vruchten. Zo zou het eerste mensenkoppel het gevoel hebben gehad bijeenkomsten te missen waar ze bij hadden willen zijn. Net als de gemiddelde dance-liefhebber op het Amsterdam Dance Event, die ook niet bij alle feestjes op hetzelfde moment aanwezig kan zijn. Naast de Bijbel en de actualiteit put Vreugdenhil voor zijn programma's inspiratie uit de wetenschap, filosofie en popmuziek.

Hoe ontstond stand-up theology?
'Als theoloog en dominee heb ik vijftien jaar lang met veel plezier diensten gehouden en gepreekt voor een kerkelijke gemeente in Amsterdam. Op een gegeven moment was ik toch ongelukkig. Hoe ik ook mijn best deed op mijn preken, ik bereikte niet de mensen die ik wilde bereiken, namelijk de gewone Amsterdammers. Dat kwam doordat 99 procent van de mensen in mijn stad niet meer naar de kerk gaat. Ik heb toen besloten om weg te gaan bij mijn kerkgemeente en me voortaan te vestigen in de Oosterkerk, een kerk zonder gemeente of parochie. Ik kwam op stand-up theology terwijl ik rondliep door het lege gebouw en nadacht over wat ik wilde doen. Stand-up comedy en stand-up philosophy vind ik interessante theatergenres. Een stand-up filosoof weet bijvoorbeeld veel over filosofie en vertelt daarover als een soort theatermaker aan gewone mensen. Stand-up theology was er nog niet, dus daar zag ik een rol voor mezelf weggelegd. Nu gebruik ik mijn theologische bronnen en Bijbelse verhalen niet meer voor een preek, maar voor een soort show.'

 

'Ik geloof dat de spirituele verhalen uit de Bijbel voor iedereen zeer verrijkend kunnen zijn.'

 

Wat voor mensen komen op je programma's af?
'De meerderheid is hoogopgeleid en tussen de 30 en de 40 jaar. Een gemene deler is dat ze weinig met de kerk hebben. Soms zijn ze wel gelovig, maar kunnen ze in de kerk niet vinden wat ze zoeken. Een ander deel is helemaal niet gelovig en zou normaal nooit naar een kerk gaan.' Waarom wil je die mensen die niet naar de kerk gaan zo graag bereiken? 'Ik probeer iets te doen met een fascinerend citaat van de filosoof Charles Taylor uit zijn boek A Secular Age. Hij zei dat we als 21e-eeuwse westerlingen in een hele toffe tijd leven, maar dat we steeds meer het contact verliezen met de morele en spirituele bronnen die ten grondslag liggen aan onze beschaving. Dat kunnen Griekse mythen of Bijbelse verhalen, maar ook filosofische teksten zijn. Die liggen niet meer voor het oprapen. Moeders vertellen deze verhalen niet meer en ze staan ook niet op sociale media. Met mijn standup theology probeer ik een stukje van die theologische bronnen weer terug te brengen.'

Waarom zijn die theologische en spirituele bronnen belangrijk voor de moderne seculiere Nederlander?
'Ik geloof dat de spirituele verhalen uit de Bijbel voor iedereen zeer verrijkend kunnen zijn om te dealen met zaken als moed en angst, leven en dood, vreugde en rouw. Allemaal dingen waar een mens tenminste een keer in het leven mee te maken krijgt. Zulke tradities, verhalen of bronnen laten zien hoe je met dat soort gebeurtenissen om kan gaan. 'Wanneer ik bij een uitvaart aan nabestaanden vraag hoe het met ze gaat, zeggen ze soms: "We moeten door." Dat is natuurlijk een rampzalige uitspraak in tijden van rouw. Mensen moeten altijd maar door, terwijl er genoeg verhalen zijn die je aanmoedigen om verdriet serieus te nemen en stil te staan bij zulke gebeurtenissen. Mensen mogen meer inhaken op de tradities en verhalen die laten zien hoe ze ermee om kunnen gaan.'

Maakt het dan uit of luisteraars wel of niet in die verhalen geloven?
"Bijbelverhalen zijn ontzettend krachtig, ongeacht of de luisteraar erin gelooft. Als ik in een gemiddelde seculiere groep een Bijbelverhaal vertel, zeggen negen van de tien mensen: "Wauw, wat een goed verhaal." Ik denk dat die verhalen verrijkend zijn, zoals kunst dat ook is.'

Hoop je niet stiekem je eigen geloof over te kunnen brengen aan je bezoekers?
'Ik hoop dat niet stiekem, ik hoop dat openlijk. Als iemand mij meeneemt naar het Stedelijk Museum voor moderne kunst, hoopt hij dat het iets met me doet. Dat ik zeg: "ik heb iets geleerd en het raakte me". Zo zie ik het geloof ook. Maar ik wil mijn geloof volstrekt niet opdringen. Als jij het idioot vindt, heb ik daar geen problemen mee. Het christendom is ook niet de enige traditie die mensen spirituele hulp kan bieden. Ik geloof dat er in het boeddhisme of de islam ook dingen zitten die mensen in deze tijd kunnen helpen. Ik ben daar alleen niet vertrouwd mee.'

 

'De kerk is lang in de war geweest over haar rol en dievan de wetenschap.'

 

De christelijke kerk heeft met haar verhalen lang beweerd de enige waarheid in pacht te hebben en als enige te weten hoe mensen hun leven moesten inrichten. Hoe zie jij dat?
'Vroeger zeiden dominees en priesters inderdaad: zo moet het. Daar waren mensen op een gegeven moment helemaal klaar mee, ik ook. 'De kerk beweerde bijvoorbeeld lange tijd dat de aarde het middelpunt van het heelal is, terwijl waargenomen werd dat dat niet zo was. In die zin is de kerk lang in de war geweest over haar rol en die van de wetenschap. De Bijbelse definitie van geloof is namelijk dat het gaat over dingen die je niet kan meten. God, of elk idee dat daarop lijkt, is nooit waarneembaar of meetbaar. Wetenschap gaat volgens mij altijd over dingen die dat wel zijn. Echt geloof en wetenschap hoeven elkaar daarom nooit in de weg te zitten, ze vullen elkaar aan. Er zijn natuurlijk tal van botsingen tussen de twee in de geschiedenis. Ik ben nog opgevoed met het idee dat de wereld in zes keer 24 uur is geschapen, terwijl dat duidelijk in strijd is met de theorie van de oerknal.'

Geloof je als dominee dan niet meer in het scheppingsverhaal?
'Nee. Ik weet veel van teksten en hoe die zijn ontstaan. Ik denk dat het heel plausibel is dat iemand in Babylon rond 500 voor Christus op een literaire manier iets heeft willen zeggen over het ontstaan van de wereld, en heeft gezegd dat het met God heeft te maken. Als je gelooft dat God aan het begin staat van alles, staat Hij ook aan het begin van de evolutie. God en de evolutieleer zijn dan niet met elkaar in strijd.'

Krijg je weleens kritiek van meer conservatieve christenen op je open, moderne aanpak?
'Ja, dat gebeurt weleens. Die mensen zitten meestal op de Veluwe en zien Amsterdam bij voorbaat al als een soort godvergeten oord. Van innoverende Amsterdamse dominees hebben ze sowieso niet zo’n hoge pet op. Tegelijkertijd spreek ik ook veel collega’s elders uit het land die het moedig en inspirerend vinden dat er nieuwe dingen worden geprobeerd in de stad. Dat hoor ik eigenlijk vaker dan kritiek. Zelfs de paus zegt tegenwoordig dat de kerk meer nieuwe dingen moet gaan proberen.' 

Jesus 350x foto

Wat voor nieuwe dingen zou de kerk volgens jou dan moeten proberen?
'Je kan als kerk wel eindeloos ouderwets blijven preken, maar iedereen zit tegenwoordig op zijn smartphone. Je moet dan niet klagen dat niemand meer luistert, maar juist manieren verzinnen om die smartphone tot een van je kanalen te maken, bijvoorbeeld met apps en filmpjes.'

Je probeert met verhalen mensen te helpen betekenis te geven aan hun leven. Is jouw stand-up theology niet gewoon wat priesters en dominees al eeuwen doen, maar dan in een nieuw jasje?
'Ik vind van wel, en ik zie dat als een compliment. Ik wil

...
Lees meer

Terrorist in toga?

De media schetsen een verkeerd beeld van de strafadvocatuur. Dat vindt Gerard Spong, een van de bekendste advocaten van Nederland. Om dit beeld recht te zetten, is hij begonnen aan een theatertour. 'Advocaten worden in de media afgebeeld als de vleesgeworden duivel, zonder enige scrupules.'

Tekst: Simone Bregonje
Foto's: Mark van Doorn

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Al meer dan veertig jaar is Gerard Spong werkzaam als advocaat. Tijdens zijn carrière heeft hij opgetreden hij op in veelbesproken zaken, zoals het proces over de Schiedammer Parkmoord. Ook verschijnt hij bijna wekelijks in televisieprogramma's zoals De Wereld Draait Door. Toch had Spong nog behoefte aan een theatertour om zijn standpunt over te brengen. 'Op televisie moet je je punt in vier minuten maken. In het theater heb ik daar twee uur voor.' In die twee uur vertelt Spong over het takenpakket van een advocaat, over een aantal bijzondere zaken en de dilemma's waar hij tijdens zijn werk tegenaan loopt. Dat alles om te laten zien dat advocaten niet per se 'vleesgeworden duivels' zijn, een beeld dat volgens Spong nu wel wordt geschetst in de media. 'Er zullen best wat advocaten zijn die het ethisch gezien niet zo nauw nemen. Maar grosso modo bestaat de advocatuur uit hardwerkende en integere mensen. Daarom vind ik het belangrijk om het bestaande beeld te corrigeren', legt Spong uit.

Spong400xPer week is Spong met ongeveer vijftig zaken bezig. Daarnaast staat zijn telefoon roodgloeiend met interviewverzoeken en uitnodigingen voor televisieprogramma's. Een afspraak maken met de advocaat lijkt daarom een onmogelijke opgave. Het interview vindt dan ook onder zijn voorwaarden plaats. 'Kom eerst maar eens naar mijn voorstelling, dan maken we daarna een afspraak', draagt Spong aan de telefoon op. Op een koude woensdagmiddag is er dan eindelijk een plekje in de overvolle agenda van de 72-jarige advocaat. 'Maar ik heb maar een half uurtje', benadrukt hij.

Negatieve aandacht
Wie het kantoor van Spong binnenkomt, wordt enthousiast onthaald door zijn hondje Rex. De pootjes van de Yorkshire Terriër tikken op de oude marmeren vloer in het pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het beestje loopt heen en weer tussen de voordeur en het kantoor aan het eind van de gang. Daar zit Spong, achter zijn bureau dat vol ligt met dikke boeken, dossiermappen en losse papieren. Het imposante pand aan de Keizersgracht werd niet zomaar het kantoor van Spong. Door de jaren heen groeide hij uit tot een van de bekendste advocaten van Nederland. 'Ik had, vrij toevallig, een paar zaken die veel media-aandacht kregen, zo is dat langzaamaan ontstaan.' Maar die bekendheid levert hem ook negatieve aandacht op. 'Dat begon toen ik leden van de Rote Armee Fraktion bijstond', vertelt Spong. Leden van deze links-extremistische terreurgroep vochten een uitleveringsverzoek aan Duitsland aan. 'In die tijd werd ik door de media beschreven als terrorist in toga.' Inmiddels lijkt de kritiek hem niets meer te doen. Sterker nog: Spong geniet ervan. 'Sindsdien komen dit soort kwalificaties regelmatig voor, maar ik haal er een zekere voldoening uit', vervolgt hij. Grinnikend: 'Hoe negatiever ik word afgebeeld, hoe meer lol ik erin heb. Laat ze maar schrijven.'

'Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen.'

Vier vragen
Het negatieve beeld dat in de media over strafadvocaten wordt geschetst, is volgens Spong te verklaren door een gebrek aan kennis over het strafrecht. Voor alle juristen, van eerstejaars studenten tot strafadvocaten, is de meest gehoorde vraag van niet-juristen: hoe kun je iemand verdedigen als je weet dat diegene schuldig is? Dit is een probleem, vindt Spong. 'Uit die vraag blijkt een verbijsterend gebrek aan inzicht in wat het strafrecht nou precies inhoudt. Het gaat in het strafrecht niet alleen om de vraag of iemand het heeft gedaan.' Met opgeheven vinger legt Spong uit: 'In artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering staan vier belangrijke vragen die een strafrechter moet beantwoorden. Van die vier is "heeft de verdachte het gedaan?" slechts één vraag. De andere vragen zijn net zo belangrijk en om die te beantwoorden is een advocaat nodig.'

'Als eenmaal is vastgesteld dat iemand een bepaald feit heeft gepleegd, moet de rechter nog vaststellen of het gaat om een strafbaar feit en of de verdachte strafbaar is', vervolgt Spong zijn pleidooi. 'Daarnaast moet de rechter zich buigen over de vraag welke straf moet worden opgelegd. Dat zijn heel ingewikkelde vragen, waar vaak geen eenduidig antwoord op te geven is.' Want of iemand bestraft kan worden, hangt af van de omstandigheden van het geval. Zo maakt het nogal wat uit of er een strafuitsluitingsgrond, zoals noodweer, aanwezig is. Hierbij pleegt iemand een strafbaar feit om zichzelf of een ander te verdedigen. Denk aan iemand die een inbreker neerslaat. 'Je kunt iemand in zo'n geval wel de kop inslaan, maar dan word jij vervolgd', gaat Spong op strenge toon verder. 'Of je dan strafbaar bent, is een ingewikkelde vraag. Daarvoor is goede rechtsbijstand nodig en die moet worden verleend door een goede advocaat.' Er is binnen het strafrecht dus meer van belang dan enkel de vraag of iemand het heeft gedaan. 'Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen', stelt Spong.

Spong 750x

Vrije vogel
Het enthousiasme waarmee Spong over zijn vak vertelt, laat duidelijk zien dat zijn hart bij de advocatuur ligt. Het was hem dan ook al snel duidelijk dat hij de advocatuur in zou gaan en niet zou kiezen voor het beroep van Officier van Justitie of rechter. 'Ik ben wel een tijdje rechter plaatsvervanger geweest, dat is een advocaat die op vrijwillige basis optreedt als rechter. Dat vond ik een heel mooi beroep', geeft Spong toe, 'maar het is lang niet zo creatief en dynamisch als de advocatuur.' Spong leeft op als hij uitlegt wat die creativiteit inhoudt. 'Om tot een rechtvaardige oplossing te komen, moeten wij strafadvocaten de gebaande paden verlaten en iets nieuws bedenken. Nagenoeg alle belangrijke rechtsontwikkelingen zijn ingezet door advocaten. Op een gegeven moment moet het roer om, dan moet de rechter een uitspraak doen over een bepaald onderwerp. Wij zijn degenen die dat bepleiten, maar of de rechter daarin meegaat is altijd maar de vraag.' Voorbeelden zijn er volgens Spong genoeg. 'Denk aan etnische profilering, dat is iets wat de samenleving heel sterk raakt.' In een zaak waar dit onderwerp aan de orde is, zal een Officier van Justitie er nauwelijks aandacht aan besteden. Een advocaat moet daarover pleiten om de rechten in een samenleving op scherp te stellen. De ontwikkelingen in het recht komen niet van Onze Lieve Heer, die moeten van advocaten komen.'

'Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.'

Minder makkelijk was de keuze voor een rechtenstudie. Voordat Spong daaraan begon, heeft hij nog even Politicologie gestudeerd. Na een jaar hield Spong het daar weer voor gezien. 'Ik koos uiteindelijk toch voor Rechten, dat vond ik lekker concreet', grijnst hij. Spong studeerde eind jaren zestig in Amsterdam. Naar eigen zeggen was dat een heftige tijd. 'Maar zelf stond ik niet op de barricaden, ik was meer een toeschouwer.' Toch heeft zijn studententijd wel invloed op hem gehad. 'Tijdens mijn studie heb ik een gezagskritische houding ontwikkeld, ik werd daarmee geïnfecteerd. Dat is van invloed geweest op mijn houding als advocaat.' Hierin ligt meteen de tweede reden waarom Spong voor de advocatuur koos. 'De rechter en de Officier van Justitie zijn allebei onderworpen aan gezag en daar ben ik dus een beetje allergisch voor.' Hoewel Spong nog altijd beheerst spreekt, klinkt de afkeuring in zijn stem door. 'Die hele gouvernementele organisatie waarin de rechter en Officier van Justitie zijn ingebed, stuit me tegen de borst', vertelt Spong. 'Laat ik een voorbeeld geven. Als ik vandaag een nieuw fotokopieerapparaat wil aanschaffen, dan bestel ik het vanmiddag en is het morgen geleverd. Daarvoor hoef ik niet twintig formulieren in te vullen en toestemming te vragen aan drie hogergeplaatsten, iets wat een Officier van Justitie waarschijnlijk wel moet doen. Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.'

Filosofie in de rechtszaal
Die gezagskritische houding blijkt eens te meer wanneer Spong verder gaat over wat zijn taak als advocaat, nu is. 'Als advocaat ben je in veel zaken een beetje grensverleggend bezig.' Zijn doel is om de rechter keer op keer te laten filosoferen over bepaalde punten. Het beeld dat een advocaat alleen maar gelijk wil krijgen, wordt enigszins genuanceerd door Spong. 'Als het gaat om een belangrijke juridische kwestie is het niet erg als je geen gelijk krijgt. Want je dwingt de rechter nog eens stil te staan bij een belangwekkende rechtsvraag. Dat is waanzinnig

...
Lees meer

Terrorist in toga?

De media schetsen een verkeerd beeld van de strafadvocatuur. Dat vindt Gerard Spong, een van de bekendste advocaten van Nederland. Om dit beeld recht te zetten, is hij begonnen aan een theatertour. 'Advocaten worden in de media afgebeeld als de vleesgeworden duivel, zonder enige scrupules.'

Tekst: Simone Bregonje
Foto's: Mark van Doorn

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Al meer dan veertig jaar is Gerard Spong werkzaam als advocaat. Tijdens zijn carrière heeft hij opgetreden hij op in veelbesproken zaken, zoals het proces over de Schiedammer Parkmoord. Ook verschijnt hij bijna wekelijks in televisieprogramma's zoals De Wereld Draait Door. Toch had Spong nog behoefte aan een theatertour om zijn standpunt over te brengen. 'Op televisie moet je je punt in vier minuten maken. In het theater heb ik daar twee uur voor.' In die twee uur vertelt Spong over het takenpakket van een advocaat, over een aantal bijzondere zaken en de dilemma's waar hij tijdens zijn werk tegenaan loopt. Dat alles om te laten zien dat advocaten niet per se 'vleesgeworden duivels' zijn, een beeld dat volgens Spong nu wel wordt geschetst in de media. 'Er zullen best wat advocaten zijn die het ethisch gezien niet zo nauw nemen. Maar grosso modo bestaat de advocatuur uit hardwerkende en integere mensen. Daarom vind ik het belangrijk om het bestaande beeld te corrigeren', legt Spong uit.

Spong400xPer week is Spong met ongeveer vijftig zaken bezig. Daarnaast staat zijn telefoon roodgloeiend met interviewverzoeken en uitnodigingen voor televisieprogramma's. Een afspraak maken met de advocaat lijkt daarom een onmogelijke opgave. Het interview vindt dan ook onder zijn voorwaarden plaats. 'Kom eerst maar eens naar mijn voorstelling, dan maken we daarna een afspraak', draagt Spong aan de telefoon op. Op een koude woensdagmiddag is er dan eindelijk een plekje in de overvolle agenda van de 72-jarige advocaat. 'Maar ik heb maar een half uurtje', benadrukt hij.

Negatieve aandacht
Wie het kantoor van Spong binnenkomt, wordt enthousiast onthaald door zijn hondje Rex. De pootjes van de Yorkshire Terriër tikken op de oude marmeren vloer in het pand aan de Keizersgracht in Amsterdam. Het beestje loopt heen en weer tussen de voordeur en het kantoor aan het eind van de gang. Daar zit Spong, achter zijn bureau dat vol ligt met dikke boeken, dossiermappen en losse papieren. Het imposante pand aan de Keizersgracht werd niet zomaar het kantoor van Spong. Door de jaren heen groeide hij uit tot een van de bekendste advocaten van Nederland. 'Ik had, vrij toevallig, een paar zaken die veel media-aandacht kregen, zo is dat langzaamaan ontstaan.' Maar die bekendheid levert hem ook negatieve aandacht op. 'Dat begon toen ik leden van de Rote Armee Fraktion bijstond', vertelt Spong. Leden van deze links-extremistische terreurgroep vochten een uitleveringsverzoek aan Duitsland aan. 'In die tijd werd ik door de media beschreven als terrorist in toga.' Inmiddels lijkt de kritiek hem niets meer te doen. Sterker nog: Spong geniet ervan. 'Sindsdien komen dit soort kwalificaties regelmatig voor, maar ik haal er een zekere voldoening uit', vervolgt hij. Grinnikend: 'Hoe negatiever ik word afgebeeld, hoe meer lol ik erin heb. Laat ze maar schrijven.'

'Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen.'

Vier vragen
Het negatieve beeld dat in de media over strafadvocaten wordt geschetst, is volgens Spong te verklaren door een gebrek aan kennis over het strafrecht. Voor alle juristen, van eerstejaars studenten tot strafadvocaten, is de meest gehoorde vraag van niet-juristen: hoe kun je iemand verdedigen als je weet dat diegene schuldig is? Dit is een probleem, vindt Spong. 'Uit die vraag blijkt een verbijsterend gebrek aan inzicht in wat het strafrecht nou precies inhoudt. Het gaat in het strafrecht niet alleen om de vraag of iemand het heeft gedaan.' Met opgeheven vinger legt Spong uit: 'In artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering staan vier belangrijke vragen die een strafrechter moet beantwoorden. Van die vier is "heeft de verdachte het gedaan?" slechts één vraag. De andere vragen zijn net zo belangrijk en om die te beantwoorden is een advocaat nodig.'

'Als eenmaal is vastgesteld dat iemand een bepaald feit heeft gepleegd, moet de rechter nog vaststellen of het gaat om een strafbaar feit en of de verdachte strafbaar is', vervolgt Spong zijn pleidooi. 'Daarnaast moet de rechter zich buigen over de vraag welke straf moet worden opgelegd. Dat zijn heel ingewikkelde vragen, waar vaak geen eenduidig antwoord op te geven is.' Want of iemand bestraft kan worden, hangt af van de omstandigheden van het geval. Zo maakt het nogal wat uit of er een strafuitsluitingsgrond, zoals noodweer, aanwezig is. Hierbij pleegt iemand een strafbaar feit om zichzelf of een ander te verdedigen. Denk aan iemand die een inbreker neerslaat. 'Je kunt iemand in zo'n geval wel de kop inslaan, maar dan word jij vervolgd', gaat Spong op strenge toon verder. 'Of je dan strafbaar bent, is een ingewikkelde vraag. Daarvoor is goede rechtsbijstand nodig en die moet worden verleend door een goede advocaat.' Er is binnen het strafrecht dus meer van belang dan enkel de vraag of iemand het heeft gedaan. 'Dat iemand het gedaan heeft is voor de advocaat geen reden om iemand niet te verdedigen', stelt Spong.

Spong 750x

Vrije vogel
Het enthousiasme waarmee Spong over zijn vak vertelt, laat duidelijk zien dat zijn hart bij de advocatuur ligt. Het was hem dan ook al snel duidelijk dat hij de advocatuur in zou gaan en niet zou kiezen voor het beroep van Officier van Justitie of rechter. 'Ik ben wel een tijdje rechter plaatsvervanger geweest, dat is een advocaat die op vrijwillige basis optreedt als rechter. Dat vond ik een heel mooi beroep', geeft Spong toe, 'maar het is lang niet zo creatief en dynamisch als de advocatuur.' Spong leeft op als hij uitlegt wat die creativiteit inhoudt. 'Om tot een rechtvaardige oplossing te komen, moeten wij strafadvocaten de gebaande paden verlaten en iets nieuws bedenken. Nagenoeg alle belangrijke rechtsontwikkelingen zijn ingezet door advocaten. Op een gegeven moment moet het roer om, dan moet de rechter een uitspraak doen over een bepaald onderwerp. Wij zijn degenen die dat bepleiten, maar of de rechter daarin meegaat is altijd maar de vraag.' Voorbeelden zijn er volgens Spong genoeg. 'Denk aan etnische profilering, dat is iets wat de samenleving heel sterk raakt.' In een zaak waar dit onderwerp aan de orde is, zal een Officier van Justitie er nauwelijks aandacht aan besteden. Een advocaat moet daarover pleiten om de rechten in een samenleving op scherp te stellen. De ontwikkelingen in het recht komen niet van Onze Lieve Heer, die moeten van advocaten komen.'

'Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.'

Minder makkelijk was de keuze voor een rechtenstudie. Voordat Spong daaraan begon, heeft hij nog even Politicologie gestudeerd. Na een jaar hield Spong het daar weer voor gezien. 'Ik koos uiteindelijk toch voor Rechten, dat vond ik lekker concreet', grijnst hij. Spong studeerde eind jaren zestig in Amsterdam. Naar eigen zeggen was dat een heftige tijd. 'Maar zelf stond ik niet op de barricaden, ik was meer een toeschouwer.' Toch heeft zijn studententijd wel invloed op hem gehad. 'Tijdens mijn studie heb ik een gezagskritische houding ontwikkeld, ik werd daarmee geïnfecteerd. Dat is van invloed geweest op mijn houding als advocaat.' Hierin ligt meteen de tweede reden waarom Spong voor de advocatuur koos. 'De rechter en de Officier van Justitie zijn allebei onderworpen aan gezag en daar ben ik dus een beetje allergisch voor.' Hoewel Spong nog altijd beheerst spreekt, klinkt de afkeuring in zijn stem door. 'Die hele gouvernementele organisatie waarin de rechter en Officier van Justitie zijn ingebed, stuit me tegen de borst', vertelt Spong. 'Laat ik een voorbeeld geven. Als ik vandaag een nieuw fotokopieerapparaat wil aanschaffen, dan bestel ik het vanmiddag en is het morgen geleverd. Daarvoor hoef ik niet twintig formulieren in te vullen en toestemming te vragen aan drie hogergeplaatsten, iets wat een Officier van Justitie waarschijnlijk wel moet doen. Ik ben een totaal vrije, onafhankelijke vogel.'

Filosofie in de rechtszaal
Die gezagskritische houding blijkt eens te meer wanneer Spong verder gaat over wat zijn taak als advocaat, nu is. 'Als advocaat ben je in veel zaken een beetje grensverleggend bezig.' Zijn doel is om de rechter keer op keer te laten filosoferen over bepaalde punten. Het beeld dat een advocaat alleen maar gelijk wil krijgen, wordt enigszins genuanceerd door Spong. 'Als het gaat om een belangrijke juridische kwestie is het niet erg als je geen gelijk krijgt. Want je dwingt de rechter nog eens stil te staan bij een belangwekkende rechtsvraag. Dat is waanzinnig

...
Lees meer

Tijdsgeest: De acceptatie van homoseksualiteit in Nederland

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: De acceptatie van homoseksualiteit in Nederland.

Tekst: Rindert Oost en Maaike Reinhoudt
Illustratie: Timon Vader

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Nederland: het land waar de eerste homostellen trouwden en homoseksuelen hun seksualiteit kunnen vieren tijdens de Canal Parade in Amsterdam. Nederlanders geloven graag dat hun cultuur heel progressief en liberaal is tegenover homoseksualiteit. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) blijkt inderdaad dat de meeste Nederlanders homoseksualiteit aanvaarden en zelfs omarmen als onderdeel van hun nationale identiteit. Toch lijkt er een grens te zitten aan dit acceptatievermogen. Veel mensen staan namelijk sceptisch tegenover bepaalde uitingen van homoseksualiteit. Zo mogen mannen zich niet te vrouwelijk gedragen en vinden velen het aanstootgevend of raar als twee mannen hand in hand over straat lopen. Daar komt nog bij dat begin dit jaar de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring verscheen waarin een aantal conservatieve protestanten zich uitsprak tegen homoseksualiteit. Toch is de acceptatie van homoseksualiteit een onderdeel geworden van de Nederlandse identiteit. Hoe is dat zo gekomen en hoe zal de Nederlandse samenleving in de toekomst omgaan met homoseksualiteit?

tijdlijn homoseksualiteitNLVerleden: Voorzichtig uit de kast
Voor de tweede wereldoorlog werd homoseksualiteit niet geaccepteerd in Nederland. Stefan Dudink, universitair docent Gender Studies aan de Radboud Universiteit, licht toe: 'In 1911 werd artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ingevoerd, dat seks tussen een meerderen minderjarige van hetzelfde geslacht verbood. Op die manier trachtte men de verspreiding van homoseksualiteit tegen te gaan.' Sociale veranderingen vanaf jaren vijftig zorgden ervoor dat er meer ruimte ontstond voor homoseksualiteit. Zo kwam een jeugdcultuur op in Nederland, waarin jongeren begonnen met het ontwikkelen van een eigen identiteit. 'Ze gingen zich vanuit de jeugdcultuur te verzetten tegen de heersende, conservatieve normen van hun ouders', stelt Dudink. Ook kreeg het individu, in tegenstelling tot het gezin, een grotere rol in de samenleving. 'Men kreeg meer vrijheid om zich te als individu te ontwikkelen, dus ook op het gebied van seks', aldus Dudink. 'Daarnaast bood de opkomende uitgaanscultuur een openbare ontmoetingsplek voor homoseksuelen.'

Deze veranderingen droegen bij aan het ontstaan van een kleine homobeweging in de jaren vijftig met als doel het creëren van een veilige omgeving voor homoseksuelen. 'Hoewel dit een positieve ontwikkeling was, bleef de beweging naar binnen gericht. De relatie tussen homo's en niet-homo's bleef tot begin jaren zeventig problematisch en de politie verrichtte veel arrestaties op grond van artikel 248bis Sr. Het was dus nog steeds een donkere periode voor homoseksualiteit', betoogt Dudink. Tussen de jaren vijftig en zeventig was er enige vooruitgang, maar pas in 1971 werd artikel 248bis Sr afgeschaft. Tien jaar later, na gewelddadige reacties tijdens een homodemonstratie, realiseerde men zich dat er nog meer moest veranderen. Vanaf dat moment werd de acceptatie van homoseksualiteit langzamerhand onderdeel van de nationale identiteit.

Heden: 'Niet te nichterig'
'Nederland is tegenwoordig een van de meest progressieve landen ter wereld wat betreft homo-emancipatie', stelt Laurens Buijs, docent Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Niet iedereen in Nederland staat echter positief tegenover openlijke seksualiteit. 'De Nashvilleverklaring laat zien dat er nog steeds veel conservatieve geluiden in Nederland zijn die homoseksualiteit het liefst zo ver mogelijk willen indammen', legt Buijs uit. 'Tegelijkertijd zien we dat het gros van de mensen in Nederland uiterst verontwaardigd reageert op de verklaring. Dit bevestigt nogmaals dat acceptatie van homoseksualiteit tegenwoordig onderdeel is van de Nederlandse identiteit.' Ook binnen de politieke coalitie zijn er, net als in de samenleving, nauwelijks serieuze tegenstanders van homoseksualiteit meer te vinden. 'De verklaring leidt wel tot heftige discussies tussen voorstanders van homo-emancipatie en ondertekenaars van de Nashvilleverklaring. Dit soort discussies zorgen juist vaak voor verdere acceptatie van homoseksualiteit', benadrukt Buijs. 'De verschijning van de Nashville-verklaring is dus eigenlijk een mes dat aan twee kanten snijdt: het laat zien dat we nog een lange weg te gaan hebben, maar ook hoe ver we al gekomen zijn.'

Hierbij moet wel worden gezegd dat in Nederland een kloof bestaat tussen wat mensen denken en wat ze doen. 'Nederlanders willen heel graag progressief en tolerant zijn, maar vinden dat in de praktijk vaak moeilijk. Zodra homoseksualiteit zichtbaar wordt, bijvoorbeeld als twee mannen hand-in-hand over straat lopen, vinden velen dit aanstootgevend', legt Buijs uit. Ook een te sterke afwijking van de gendernorm wordt niet gewaardeerd. Buijs: 'Voor veel mensen zijn homo's oké, als ze zich maar niet te nichterig gedragen.'

timon illu emancipatie750x

Toekomst: Hoop op een nieuwe generatie
'We zullen in de toekomst waarschijnlijk veel meer uitingen van homoseksualiteit, zoals twee zoenende mannen in het openbaar, accepteren', zegt Buijs opgetogen. 'Er is al veel verbeterd als je kijkt naar het verleden en onze opvattingen over homo's. Zo geeft homobelangenorganisatie COC tegenwoordig voorlichting over homoseksualiteit op middelbare scholen. Zoiets was vroeger ondenkbaar.' Buijs verwacht dat dit soort voorlichtingen in de toekomst meer invloed krijgen waardoor traditionele gendernormen minder belangrijk zullen worden. Hier valt echter wel een kanttekening bij te plaatsen. 'Een duizend jaar oud referentiekader krijg je niet zomaar omvergeduwd. Daar gaan nog een aantal generaties overheen.'

Verder verwachten Buijs en Dudink dat er een kans is dat homoseksualiteit in de toekomst steeds vaker als politiek middel zal worden gebruikt. 'We zien homoseksualiteit nu al terugkomen in de politieke retoriek', legt Buijs uit. 'Politici als Geert Wilders en Thierry Baudet zetten het 'Nederlandse' denken over homoseksualiteit af tegen het denken in niet-westerse culturen. Zo willen dergelijke politici laten zien dat religies als de Islam niet passen in Nederland en haaks staan op de nationale identiteit.' De kloof tussen voor- en tegenstanders van homoseksualiteit neemt daardoor toe. En dit gebeurt niet alleen in Nederland; ook internationaal is de groeiende kloof een probleem voor de acceptatie van homoseksualiteit. Dudink legt uit dat leiders in Rusland en Turkije vaak een vergelijkbare strategie gebruiken als Wilders en Baudet. 'Zij wijzen naar het Westen als de cultuur die homoseksualiteit accepteert en zetten zich daartegen af. Daarmee wettigen ze hun beleid om bijvoorbeeld sancties tegen de Europese Unie op te leggen.' Hoewel Nederland dus steeds progressiever zal worden, wordt de kloof op internationaal niveau in de toekomst meer vergroot.

 

 

Lees meer

Tijdsgeest: Het dna-paspoort

In Tijdsgeest worden iedere editie het verleden of heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Het dna-paspoort.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Sinds ruim zestig jaar geleden werd ontdekt dat dna de drager is van erfelijke eigenschappen, is het een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de biologie en daarbuiten. Dna bleek schatten aan informatie over de drager ervan te bevatten. Tegenwoordig sturen steeds meer mensen hun dna op naar commerciële bedrijven om hun hele familiegeschiedenis uit te kunnen lezen. Ook in de medische wereld is het gebruik van dna niet meer weg te denken. Hoe heeft het gebruik van dit dna-profiel zich door de jaren heen ontwikkeld en hoe ziet de toekomst van het gebruik van dna eruit?

Human Genome Projecttijdlijn dna
Toen de structuur van dna in de jaren vijftig werd ontdekt, dachten wetenschappers dat ze het geheim van het leven hadden ontrafeld. De ontdekking was een mijlpaal in de geschiedenis van de biologie en tevens aanleiding voor het ontstaan van de moleculaire biologie. Wetenschappers in dit onderzoeksveld houden zich vooral bezig met hoe genen in verband staan met de chemische processen die zich in de cellen afspelen. 'In de jaren negentig floreerde de gedachte van het genetisch determinisme', vertelt Hub Zwart, hoogleraar Filosofie van de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. 'Men dacht dat alle menselijke eigenschappen uit de genen af te lezen zouden zijn.' Wetenschappers beloofden een verklaring te kunnen geven voor genetische ziektes en aandoeningen, wanneer ze de functies van alle menselijke genen in kaart zouden kunnen brengen.

De gedachte van genetisch determinisme leidde ook tot weerstand uit de samenleving. 'Veel mensen waren bang voor wat er nog meer met de informatie uit hun dna kon worden gedaan', vertelt Zwart. 'Ze vreesden voor discriminatie op basis van genetische verschillen. Een veelgehoorde angst was bijvoorbeeld dat de informatie bij verzekeraars terecht zou komen en dat dit patiënten zou benadelen.'

Ondanks deze kritiek koos de overheid er toch voor om te investeren in projecten om dna uit te lezen. 'In 1990 ging het grootste biologische samenwerkingsproject ooit van start: het Human Genome Project (HUGO). Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk werkten mee aan dit project, dat in totaal 3 miljard dollar kostte. De wetenschappers wilden op basis van een grote groep donors alle menselijke genen in kaart brengen en zo hun functie vaststellen.

'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden.'

Persoonlijke medicijnen
Toen het HUGO in 2003 tot een eind kwam, stelden de resultaten teleur. Het dna leverde niet zoveel informatie op als gehoopt. 'Lang niet alle menselijke eigenschappen zijn puur uit dna te herleiden. Veel genetische verschillen worden bepaald door andere factoren', legt Zwart uit. Dit betekende het einde voor het idee van genetisch determinisme.

Toch was de informatie uit dna niet helemaal nutteloos. Het kan bijvoorbeeld wel wat vertellen over aanleg voor genetische aandoeningen en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Op deze manier kan dna worden gebruikt om een persoonlijk medisch profiel te schetsen. In de medische wereld wordt al gebruik gemaakt van zo'n persoonlijke schets. Het Leids UMC gebruikt dna bijvoorbeeld om de dosering van sommige medicijnen te bepalen. 'Dit wordt vastgelegd in een soort paspoort', vertelt hoogleraar Klinische Farmacie aan het Leids UMC Henk-Jan Guchelaar. 'Een dokter kan deze informatie vervolgens gebruiken om een gepersonaliseerde dosis van een bepaald medicijn voor te schrijven.'

Ook commerciële bedrijven zijn aan de haal gegaan met dit soort persoonlijke schetsen. 'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden', vertelt Zwart. Bedrijven bieden bijvoorbeeld afkomst- en vaderschapstesten, maar ook adviezen rondom voeding en gezondheid. iGene is een van die bedrijven en biedt klanten na opsturen van hun dna een inschatting van de kans om ziektes als Alzheimer of eierstokkanker te krijgen. 'Dat mensen hier veelvuldig gebruik van maken, laat goed zien dat de angst voor de informatie uit dna is afgezwakt.'

'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten.'

Paspoort voor iedereen?
Een persoonlijk dna-profiel kan veel informatie verstrekken. Zo wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar het creëren van een op dna gebaseerd paspoort voor iedereen. 'Hierbij wordt er een dna-profiel van mensen gemaakt, nog voordat ze medicijnen nodig hebben. Wanneer iemand ziek wordt, kunnen medicijnen meteen in de juiste dosering worden voorgeschreven', vertelt Guchelaar. Dit onderzoek is volgens hem veelbelovend. 'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten. Het zou raar zijn als een dergelijk systeem niet wordt ingevoerd.' Ook Zwart denkt dat de kans groot is dat zo'n paspoort in de toekomst op grote schaal wordt toegepast. 'In de huidige samenleving wordt dit soort informatie steeds belangrijker.'

Toch ziet Guchelaar nog steeds veel argwaan tegenover de ontwikkelingen op het gebied van dna. 'Laatst werd ik voor een nieuwsprogramma geïnterviewd over het paspoort', vertelt hij. 'Daar werd dit vertaald naar "dna-paspoort". Hierdoor dachten veel mensen dat hun complete dna in kaart zou worden gebracht, en dat er zo ook informatie vrij zou komen over de kans dat ze een bepaalde ziekte zoals kanker zouden krijgen.' Volgens Zwart laat dit de paradox van de huidige tijd zien. 'Aan de ene kant willen we steeds meer informatie, maar aan de andere kant vinden mensen hun privacy heel belangrijk en zijn ze bang voor wat er met die informatie gebeurt.' Of we straks allemaal door het leven gaan met een dna-paspoort is dus nog afwachten, maar vast staat dat dna in de toekomst een grotere rol zal gaan spelen.

dnapaspoort 750x

 

Lees meer

Tijdsgeest: Het dna-paspoort

In Tijdsgeest worden iedere editie het verleden of heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Het dna-paspoort.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editite van ANS.

Sinds ruim zestig jaar geleden werd ontdekt dat dna de drager is van erfelijke eigenschappen, is het een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de biologie en daarbuiten. Dna bleek schatten aan informatie over de drager ervan te bevatten. Tegenwoordig sturen steeds meer mensen hun dna op naar commerciële bedrijven om hun hele familiegeschiedenis uit te kunnen lezen. Ook in de medische wereld is het gebruik van dna niet meer weg te denken. Hoe heeft het gebruik van dit dna-profiel zich door de jaren heen ontwikkeld en hoe ziet de toekomst
van het gebruik van dna eruit?

Human Genome Projecttijdlijn dna
Toen de structuur van dna in de jaren vijftig werd ontdekt, dachten wetenschappers dat ze het geheim van het leven hadden ontrafeld. De ontdekking was een mijlpaal in de geschiedenis van de biologie en tevens aanleiding voor het ontstaan van de moleculaire biologie. Wetenschappers in dit onderzoeksveld houden zich vooral bezig met hoe genen in verband staan met de chemische processen die zich in de cellen afspelen. 'In de jaren negentig floreerde de gedachte van het genetisch determinisme', vertelt Hub Zwart, hoogleraar Filosofie van de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. 'Men dacht dat alle menselijke eigenschappen uit de genen af te lezen zouden zijn.' Wetenschappers beloofden een verklaring te kunnen geven voor genetische ziektes en aandoeningen, wanneer ze de functies van alle menselijke genen in kaart zouden kunnen brengen.

De gedachte van genetisch determinisme leidde ook tot weerstand uit de samenleving. 'Veel mensen waren bang voor wat er nog meer met de informatie uit hun dna kon worden gedaan', vertelt Zwart. 'Ze vreesden voor discriminatie op basis van genetische verschillen. Een veelgehoorde angst was bijvoorbeeld dat de informatie bij verzekeraars terecht zou komen en dat dit patiënten zou benadelen.'

Ondanks deze kritiek koos de overheid er toch voor om te investeren in projecten om dna uit te lezen. 'In 1990 ging het grootste biologische samenwerkingsproject ooit van start: het Human Genome Project (HUGO). Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk werkten mee aan dit project, dat in totaal 3 miljard dollar kostte. De wetenschappers wilden op basis van een grote groep donors alle menselijke genen in kaart brengen en zo hun functie vaststellen.

'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden.'

Persoonlijke medicijnen
Toen het HUGO in 2003 tot een eind kwam, stelden de resultaten teleur. Het dna leverde niet zoveel informatie op als gehoopt. 'Lang niet alle menselijke eigenschappen zijn puur uit dna te herleiden. Veel genetische verschillen worden bepaald door andere factoren', legt Zwart uit. Dit betekende het einde voor het idee van genetisch determinisme.

Toch was de informatie uit dna niet helemaal nutteloos. Het kan bijvoorbeeld wel wat vertellen over aanleg voor genetische aandoeningen en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Op deze manier kan dna worden gebruikt om een persoonlijk medisch profiel te schetsen. In de medische wereld wordt al gebruik gemaakt van zo'n persoonlijke schets. Het Leids UMC gebruikt dna bijvoorbeeld om de dosering van sommige medicijnen te bepalen. 'Dit wordt vastgelegd in een soort paspoort', vertelt hoogleraar Klinische Farmacie aan het Leids UMC Henk-Jan Guchelaar. 'Een dokter kan deze informatie vervolgens gebruiken om een gepersonaliseerde dosis van een bepaald medicijn voor te schrijven.'

Ook commerciële bedrijven zijn aan de haal gegaan met dit soort persoonlijke schetsen. 'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden', vertelt Zwart. Bedrijven bieden bijvoorbeeld afkomst- en vaderschapstesten, maar ook adviezen rondom voeding en gezondheid. iGene is een van die bedrijven en biedt klanten na opsturen van hun dna een inschatting van de kans om ziektes als Alzheimer of eierstokkanker te krijgen. 'Dat mensen hier veelvuldig gebruik van maken, laat goed zien dat de angst voor de informatie uit dna is afgezwakt.'

'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten.'

Paspoort voor iedereen?
Een persoonlijk dna-profiel kan veel informatie verstrekken. Zo wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar het creëren van een op dna gebaseerd paspoort voor iedereen. 'Hierbij wordt er een dna-profiel van mensen gemaakt, nog voordat ze medicijnen nodig hebben. Wanneer iemand ziek wordt, kunnen medicijnen meteen in de juiste dosering worden voorgeschreven', vertelt Guchelaar. Dit onderzoek is volgens hem veelbelovend. 'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten. Het zou raar zijn als een dergelijk systeem niet wordt ingevoerd.' Ook Zwart denkt dat de kans groot is dat zo'n paspoort in de toekomst op grote schaal wordt toegepast. 'In de huidige samenleving wordt dit soort informatie steeds belangrijker.'

Toch ziet Guchelaar nog steeds veel argwaan tegenover de ontwikkelingen op het gebied van dna. 'Laatst werd ik voor een nieuwsprogramma geïnterviewd over het paspoort', vertelt hij. 'Daar werd dit vertaald naar "dna-paspoort". Hierdoor dachten veel mensen dat hun complete dna in kaart zou worden gebracht, en dat er zo ook informatie vrij zou komen over de kans dat ze een bepaalde ziekte zoals kanker zouden krijgen.' Volgens Zwart laat dit de paradox van de huidige tijd zien. 'Aan de ene kant willen we steeds meer informatie, maar aan de andere kant vinden mensen hun privacy heel belangrijk en zijn ze bang voor wat er met die informatie gebeurt.' Of we straks allemaal door het leven gaan met een dna-paspoort is dus nog afwachten, maar vast staat dat dna in de toekomst een grotere rol zal gaan spelen.

dnapaspoort 750x

 

Lees meer

Tijdsgeest: Privacy in het digitale tijdperk

In Tijdsgeest wordt iedere editie verleden, heden en toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Privacy in het digitale tijdperk.

Tekst: Vincent Veerbeek
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

Als een website je e-mailadres heeft, weten ze vaak direct je geboortedatum, drie doopnamen en het adres van je oma. Omdat de voorwaarden van het bezoek aan een website vaak in de kleine lettertjes verstopt staan, is er geen beginnen aan om elke keer precies te achterhalen welke informatie je afstaat. Grote bedrijven als Google en Facebook maken hier handig gebruik van en verdienen bakken met geld aan het verzamelen en doorverkopen van data. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het publieke debat over het internet steeds meer draait om privacy: de mate waarin mensen controle hebben over de informatie die ze met anderen delen. Hoe heeft privacy-schending zo uit de hand kunnen lopen en valt privacy nog te redden in een wereld die alsmaar digitaler wordt?

Tijdsgeest1Verleden:Terra incognita
Begin jaren negentig werd het wereldwijde web met open armen ontvangen. 'Het internet gold als een terra incognita, waar alles kon en alles mocht', vertelt journalist Olaf Tempelman, auteur van de rubriek De bewust digibete burger in de Volkskrant. Het internet was in de begindagen niet meer dan een verzameling losse pagina's. Het was een plek waar iedereen met mensen overal ter wereld contact kon hebben zonder hun huis uit te komen of hun identiteit te onthullen. Dat deze uitvinding grote gevolgen zou hebben voor de manier waarop gebruikers bewust en onbewust persoonlijke gegevens delen, leek op dat moment onvoorstelbaar. Sceptici, zoals de bezorgde burgers die in 1998 de privacy-vriendelijke browser Startpage lanceerden, waren fors in de minderheid.

Omdat het internet een plek was om vrij te zijn, was er weinig noodzaak om wetgeving in te voeren of voorlichting te geven over mogelijke risico's. Zo verspreidde dit nieuwe medium zich binnen tien jaar zonder enige controle als een olievlek over de wereld. 'Zoals iedere nieuwe techniek bracht het wereldwijde web een type privacy met zich mee waar we even aan moesten wennen', vertelt Marcel Becker, universitair hoofddocent praktische filosofie aan de Radboud Universiteit (RU). 'In de beginperiode was er een ontzettende naïviteit over de privacy-problematiek.' Het duurde dan ook lang voordat men de gevaren inzag van het wereldwijde web. 'Omdat er bij digitale privacy niet iemand is die je vanuit de bosjes bespiedt, merk je niet meteen dat je in de gaten wordt gehouden. Daardoor bleef het probleem lange tijd onder de radar.'

'Mensen zijn het er niet mee eens dat hun privacy wordt geschonden, maar ze hebben het gevoel dat het een onmogelijke strijd is.'

Heden: Profileringsdrang
Dat de digitale wereld ooit werd gezien als het summum van anonimiteit is haast niet meer voor te stellen. Tegenwoordig draait alles online juist om het delen van persoonlijke informatie. Met het verdwijnen van concurrenten als Hyves en Yahoo kregen de grote technologiebedrijven meer macht, met desastreuze gevolgen voor online privacy. 'Vanaf het moment dat Silicon Valley het monopolie heeft gekregen, zijn die bedrijven uit commercieel winstbejag profielen van gebruikers op gaan stellen', vertelt Becker. Terwijl mensen steeds meer tijd online doorbrachten, ontwikkelden Facebook en Google nieuwe algoritmes om digitaal gedrag van hun gebruikers te volgen en zoveel mogelijk data te verzamelen. Deze gegevens worden verwerkt in profielen die voor grof geld worden doorverkocht aan adverteerders. Zo zijn mensen niet langer anoniem, want technologiebedrijven weten soms meer dan gebruikers zelf.

De afgelopen jaren werden de gevolgen van deze monopolisering mondjesmaat duidelijk. Toch kwamen deze problemen pas in 2018 echt in de schijnwerpers te staan na een reeks schandalen bij Facebook. Vooral toen bleek dat databedrijf Cambridge Analytica gegevens van 87 miljoen Facebookgebruikers had doorgespeeld aan de campagne van de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump, reageerden mensen geschokt. Hoewel in Nederland het aantal Facebookgebruikers afgelopen jaar daalde, groeide het bedrijf wereldwijd gestaag verder. Dit heeft er vooral mee te maken dat mensen ondanks groeiende bewustwording een gevoel van onmacht hebben. 'Mensen zijn het er niet mee eens dat hun privacy wordt geschonden, maar ze hebben het gevoel dat het een onmogelijke strijd is', vertelt Bart Jacobs, hoogleraar Digital Security aan de RU.

Tijdsgeestprivacy2

Toekomst: Innovatie binnen de perken
Op individueel niveau valt er op dit moment niet zoveel te bereiken en technologiebedrijven zullen zelf niet snel maatregelen nemen. Daarom kunnen overheden niet langer aan de zijlijn blijven staan. De Europese Unie heeft inmiddels de eerste stappen gezet met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), die regelgeving introduceert over wat internetbedrijven wel en niet mogen. Hiermee is begonnen aan een inhaalslag, maar er is nog een lange weg te gaan. 'Iets wat 25 jaar lang zijn tentakels heeft kunnen uitslaan, kan niet in één keer worden teruggedrongen', legt Tempelman uit. Volgens Becker is deze achterstand inherent aan de menselijke verhouding met techniek. 'Als mens loop je altijd achter technologie aan. Eerst is er technologie en vervolgens denken we pas na over hoe we ermee moeten omgaan.'

Hoewel er nog veel moet gebeuren voordat het internet volledig privacy-vriendelijk is, is er wel hoop voor de technologie van morgen. Volgens Jacobs helpt de AVG namelijk om nieuwe technologie in goede banen te leiden. De verordening is zo geschreven dat die ook betrekking heeft op technieken die we ons nu amper kunnen voorstellen. 'De AVG creëert kaders waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. Strenge wetgeving is niet belemmerend voor innovatie, maar juist bevorderend.' Becker: 'De komende jaren gaan informatici steeds meer technologieën ontwikkelen die het mogelijk maken om verschillende soorten gegevens van elkaar te scheiden.' Zo is het internet van de toekomst niet langer een regelvrij terra incognita, maar krijgen gebruikers steeds meer grip op de gegevens die ze delen.

 

Lees meer

Tijdsgeest: Terrorisme in Nederland

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie:Terrorisme in Nederland.

Tekst: Jonathan Janssen en Myrte Nowee
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Waar terrorisme tegenwoordig vaak wordt gelinkt aan moslimextremisten, is dit niet altijd het geval geweest. Terrorisme kent vele vormen, maar kan worden gedefinieerd als het gebruik van dodelijk geweld voor het bereiken van politieke doelen en de verspreiding van angst. De eerste terroristische bewegingen waar Nederland mee te maken kreeg, waren groepen als de Molukse treinkapers en de extreemlinkse Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa) een aantal decennia geleden. Die werden opgevolgd door de heilige strijd van het islamitische jihadisme, een ideologie die nu een grote klap lijkt te hebben gekregen met de val van het kalifaat van Islamitische Staat (IS) in 2018. Betekent dit dat de terroristische dreiging hiermee ook in Nederland zal afnemen, of zijn er groepen die nieuwe gevaren kunnen brengen voor de toekomst?

terrorismetijdlijnVerleden:Tijd van revolutie
In de jaren zeventig en tachtig waren vooral linkse radicalen en internationale groeperingen verantwoordelijk voor terroristische aanslagen in Nederland. 'De meeste dodelijke aanslagen kwamen van Zuid-Molukse jongeren', stelt Jeanine De Roy van Zuijdewijn, onderzoeker aan het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Aan Molukse immigranten was, na het onafhankelijk worden van Indonesië, een onafhankelijke republiek beloofd door de Nederlandse staat. Na twintig jaar in onzekerheid in Nederland te hebben gewoond, was deze er in de jaren zeventig nog steeds niet. Daarop kaapten Molukse jongeren onder andere twee treinen en bezetten ze een basisschool. 'Met deze acties wilden zij de Nederlandse overheid onder druk zetten om actiever te helpen een onafhankelijke Zuid-Molukse republiek af te dwingen', vervolgt De Roy van Zuijdewijn. De acties leidden tot zeventien doden. Omdat Nederland nog nauwelijks terrorisme kende, maakte dit veel indruk.

In die tijd waren er ook links-extremistische groepen die meeliftten op de populaire opstandige pop- en rockcultuur. Veruit de meeste materiële schade werd een decennium na de Molukkers veroorzaakt door de extreemlinkse beweging RaRa. De groep pleegde brandaanslagen op filialen van Nederlandse bedrijven. Zij eisten dat de bedrijven zich terug moesten trekken uit het Zuid-Afrika van de apartheid. Bij deze aanslagen vielen geen doden.

Met de val van het IJzeren Gordijn eind jaren tachtig was er geen socialistische revolutie meer om voor te strijden. De linkse bewegingen verloren hiermee hun kracht. Het revolutionair terrorisme van de jaren zeventig en tachtig had echter met 26 slachtoffers voor meer doden door terrorisme in Nederland gezorgd dan welke periode dan ook.

Heden: Heilige strijd
Sinds 1979, het jaar van de Iraanse Revolutie en de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan, werd wereldwijd van een terroristische golf met religieus motief gesproken. Het hoogtepunt voor de islamitische terroristen kwam in 2014 toen IS zichzelf tot kalifaat uitriep, waardoor het mondiale jihadisme voor het eerst een eigen grondgebied kreeg. Dit territorium ondersteunde de ideologie van de jihad, waardoor veel radicale moslims naar Syrië vertrokken. Onder hen waren ook veel Nederlanders.

Sinds 9/11 heeft het wereldwijde jihadisme voor angst in de Nederlandse samenleving gezorgd. Volgens recente cijfers van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is terrorisme dan ook de grootste zorg van Nederlanders. Op het moment van schrijven schat de NCTV het daadwerkelijke dreigingsniveau in Nederland op 'substantieel', ofwel vier op een schaal van vijf. 'Dat heeft te maken met de aanwezigheid van jihadisten in Nederland', verklaart Paul Abels, adviseur van de NCTV en bijzonder hoogleraar aan het ISGA. 'Nederland trekt ook nog steeds veel aandacht door iemand als Wilders en de cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed die hij wilde organiseren.' Abels verwacht dat het dreigingsniveau op termijn omlaag zal gaan. 'Door de ineenstorting van het kalifaat zien we dat in heel Europa de kans op een aanslag aan het afnemen is. In Nederland hebben we al een tijd geen georganiseerde aanslagen meer gehad.' Abels vraagt zich af of dat komt doordat veiligheidsinstanties goed werk hebben verricht, of doordat we geluk hebben gehad. 'Naar mijn idee is het een mix van beide.'

terrorisme 400xToekomst: Rechtse radicalen en milieu-extremisten
'De grote vraag is wat hierna zal komen', zegt De Roy van Zuijdewijn. 'Dankzij de opleving die het jihadisme heeft gekregen door de burgeroorlog in Syrië denk ik dat deze terroristische golf de komende tien jaar nog niet voorbij is.' De Roy van Zuijdewijn geeft aan dat het ook belangrijk is om te kijken met welke mogelijke andere stromingen we te maken kunnen krijgen. 'We moeten bijvoorbeeld het rechts-extremisme goed in de gaten houden om te kijken of dit zich niet de verkeerde kant op ontwikkelt.' De eerste extreemrechtse terroristische aanslag heeft zich in Nederland al voorgedaan in 2016. Toen gooiden vijf mannen molotovcocktails op een moskee in Enschede. Toch denkt socioloog Marcel Lubbers, gespecialiseerd in rechts-extremisme, niet dat rechts- extremistische bewegingen zullen uitgroeien tot een nieuwe terroristische stroming. 'Hoewel deze groepen op sociale media steeds actiever worden, zijn er weinig aanwijzingen dat ze in omvang groeien.'

Abels gelooft dat het thema milieu in de nabije toekomst mogelijk tot radicalisering en terrorisme kan leiden. 'We zien dat het thema veel emoties oproept en tot politiek ongeduld leidt. Denk aan de commotie over de Oostvaardersplassen en de winning van aardgas in Groningen. We moeten voorkomen dat jongeren in de ban raken van een radicaal verhaal, zodat er na de val van het kalifaat niet een nieuwe magneet van radicalisme ontstaat.' De Roy van Zuijdewijn legt uit dat dit nog niet zo makkelijk is. 'Ik denk dat bepaalde groepen en stromingen wel bestreden kunnen worden, maar het fenomeen terrorisme zullen we nooit helemaal kunnen uitroeien.'

 

Lees meer

Tijdsgeest: Terrorisme in Nederland

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie:Terrorisme in Nederland.

Tekst: Jonathan Janssen en Myrte Nowee
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Waar terrorisme tegenwoordig vaak wordt gelinkt aan moslimextremisten, is dit niet altijd het geval geweest. Terrorisme kent vele vormen, maar kan worden gedefinieerd als het gebruik van dodelijk geweld voor het bereiken van politieke doelen en de verspreiding van angst. De eerste terroristische bewegingen waar Nederland mee te maken kreeg, waren groepen als de Molukse treinkapers en de extreemlinkse Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa) een aantal decennia geleden. Die werden opgevolgd door de heilige strijd van het islamitische jihadisme, een ideologie die nu een grote klap lijkt te hebben gekregen met de val van het kalifaat van Islamitische Staat (IS) in 2018. Betekent dit dat de terroristische dreiging hiermee ook in Nederland zal afnemen, of zijn er groepen die nieuwe gevaren kunnen brengen voor de toekomst?

terrorismetijdlijnVerleden:Tijd van revolutie
In de jaren zeventig en tachtig waren vooral linkse radicalen en internationale groeperingen verantwoordelijk voor terroristische aanslagen in Nederland. 'De meeste dodelijke aanslagen kwamen van Zuid-Molukse jongeren', stelt Jeanine De Roy van Zuijdewijn, onderzoeker aan het Institute of Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Aan Molukse immigranten was, na het onafhankelijk worden van Indonesië, een onafhankelijke republiek beloofd door de Nederlandse staat. Na twintig jaar in onzekerheid in Nederland te hebben gewoond, was deze er in de jaren zeventig nog steeds niet. Daarop kaapten Molukse jongeren onder andere twee treinen en bezetten ze een basisschool. 'Met deze acties wilden zij de Nederlandse overheid onder druk zetten om actiever te helpen een onafhankelijke Zuid-Molukse republiek af te dwingen', vervolgt De Roy van Zuijdewijn. De acties leidden tot zeventien doden. Omdat Nederland nog nauwelijks terrorisme kende, maakte dit veel indruk.

In die tijd waren er ook links-extremistische groepen die meeliftten op de populaire opstandige pop- en rockcultuur. Veruit de meeste materiële schade werd een decennium na de Molukkers veroorzaakt door de extreemlinkse beweging RaRa. De groep pleegde brandaanslagen op filialen van Nederlandse bedrijven. Zij eisten dat de bedrijven zich terug moesten trekken uit het Zuid-Afrika van de apartheid. Bij deze aanslagen vielen geen doden.

Met de val van het IJzeren Gordijn eind jaren tachtig was er geen socialistische revolutie meer om voor te strijden. De linkse bewegingen verloren hiermee hun kracht. Het revolutionair terrorisme van de jaren zeventig en tachtig had echter met 26 slachtoffers voor meer doden door terrorisme in Nederland gezorgd dan welke periode dan ook.

Heden: Heilige strijd
Sinds 1979, het jaar van de Iraanse Revolutie en de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan, werd wereldwijd van een terroristische golf met religieus motief gesproken. Het hoogtepunt voor de islamitische terroristen kwam in 2014 toen IS zichzelf tot kalifaat uitriep, waardoor het mondiale jihadisme voor het eerst een eigen grondgebied kreeg. Dit territorium ondersteunde de ideologie van de jihad, waardoor veel radicale moslims naar Syrië vertrokken. Onder hen waren ook veel Nederlanders.

Sinds 9/11 heeft het wereldwijde jihadisme voor angst in de Nederlandse samenleving gezorgd. Volgens recente cijfers van de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is terrorisme dan ook de grootste zorg van Nederlanders. Op het moment van schrijven schat de NCTV het daadwerkelijke dreigingsniveau in Nederland op 'substantieel', ofwel vier op een schaal van vijf. 'Dat heeft te maken met de aanwezigheid van jihadisten in Nederland', verklaart Paul Abels, adviseur van de NCTV en bijzonder hoogleraar aan het ISGA. 'Nederland trekt ook nog steeds veel aandacht door iemand als Wilders en de cartoonwedstrijd over de profeet Mohammed die hij wilde organiseren.' Abels verwacht dat het dreigingsniveau op termijn omlaag zal gaan. 'Door de ineenstorting van het kalifaat zien we dat in heel Europa de kans op een aanslag aan het afnemen is. In Nederland hebben we al een tijd geen georganiseerde aanslagen meer gehad.' Abels vraagt zich af of dat komt doordat veiligheidsinstanties goed werk hebben verricht, of doordat we geluk hebben gehad. 'Naar mijn idee is het een mix van beide.'

terrorisme 400xToekomst: Rechtse radicalen en milieu-extremisten
'De grote vraag is wat hierna zal komen', zegt De Roy van Zuijdewijn. 'Dankzij de opleving die het jihadisme heeft gekregen door de burgeroorlog in Syrië denk ik dat deze terroristische golf de komende tien jaar nog niet voorbij is.' De Roy van Zuijdewijn geeft aan dat het ook belangrijk is om te kijken met welke mogelijke andere stromingen we te maken kunnen krijgen. 'We moeten bijvoorbeeld het rechts-extremisme goed in de gaten houden om te kijken of dit zich niet de verkeerde kant op ontwikkelt.' De eerste extreemrechtse terroristische aanslag heeft zich in Nederland al voorgedaan in 2016. Toen gooiden vijf mannen molotovcocktails op een moskee in Enschede. Toch denkt socioloog Marcel Lubbers, gespecialiseerd in rechts-extremisme, niet dat rechts- extremistische bewegingen zullen uitgroeien tot een nieuwe terroristische stroming. 'Hoewel deze groepen op sociale media steeds actiever worden, zijn er weinig aanwijzingen dat ze in omvang groeien.'

Abels gelooft dat het thema milieu in de nabije toekomst mogelijk tot radicalisering en terrorisme kan leiden. 'We zien dat het thema veel emoties oproept en tot politiek ongeduld leidt. Denk aan de commotie over de Oostvaardersplassen en de winning van aardgas in Groningen. We moeten voorkomen dat jongeren in de ban raken van een radicaal verhaal, zodat er na de val van het kalifaat niet een nieuwe magneet van radicalisme ontstaat.' De Roy van Zuijdewijn legt uit dat dit nog niet zo makkelijk is. 'Ik denk dat bepaalde groepen en stromingen wel bestreden kunnen worden, maar het fenomeen terrorisme zullen we nooit helemaal kunnen uitroeien.'

 

Lees meer

UB-servaties: De wandelaar

Columnist Naomi Habashy woont praktisch in de UB. Een treurig feit, maar ze is lang niet de enige. Vanaf haar plekje in de leeszaal observeert ze de mensen om haar heen, die net als zij met andere dingen bezig zijn dan studeren. In deze column rapporteert ze haar bevindingen.

Wie is toch die jongen die in alle vroegte de leeszaal binnenkomt, zijn laptop op tafel neerzet en vervolgens opstaat om een uur later pas weer te gaan zitten? Loopt hij op doktersadvies iedere twintig minuten een rondje door de leeszaal? Waar hangt hij uit als hij niet aan het inloggen is of de dop van een pen schroeft? Deze jongen kan niet lang stil zitten, dat staat buiten kijf. Omdat een productieve dag niet van start kan gaan zonder een kopje koffie, loopt hij eerst richting de automaat.

Er staat verdomme om negen uur 's ochtends al een enormerij. Daar heeft hij geen zin in, en hij besluit te gaan voor een bak Spar-pleur. Slim van hem, want was hij z'n eten niet ook vergeten? Nee, hij heeft überhaupt nooit eten om te vergeten, dat is de reden dat hij inmiddels zo goed bevriend is met het Spar-personeel. Bij binnenkomst wordt hij vrolijk met zijn voornaam begroet. En wie komt hij daar zo op de vroege ochtend nog meer tegen, op zijn weg van de blikken energydrink naar de croissantjes? Een andere notoire wandelaar, die hem vraagt hoe het met zijn scriptie gaat.

Zijn scriptie? O, daar wou hij net aan beginnen. Waar het ook alweer over ging? Tja, moeilijk uit te leggen. En hij moet de conclusie nog schrijven, natuurlijk. Misschien dat hij maar weer eens teruggaat om daaraan te beginnen. Hoewel een extra rondje lopen ter inspiratie hem ook geen slecht idee lijkt. Iedere kilometer die hij loopt in voorbereiding voor de Zevenheuvelenloop is er namelijk alvast één.

Maar hij kan ook met de andere wandelaar meegaan naar de twintigste verdieping van het Erasmus, naar de optrekkende ochtendnevel kijken. Dat is altijd zo mooi. De ingevingen komen hem dan vanzelf wel tegemoet. Ja, dat vindt hij wel een goed idee. Toen hij daar gisteren ook al was en dacht aan een goede eerste zin voor zijn scriptie, kwam hij starend in de verte op het idee om vandaag op tijd te beginnen. Als je niet op tijd naar de bieb komt, kun je eigenlijk niet productief zijn. Zo besloot hij dat hij vandaag de drukte voor zou zijn.

Hij moet wel eerst even al zijn boodschappen terugbrengen naar zijn plek in de bieb. Zoals hij al dacht ziet hij om kwart voor tien dat het daar stampvol zit: de handdoeklegger was niets te vroeg vanmorgen.

 

Lees meer

UB-servaties: De wandelaar

Columnist Naomi Habashy woont praktisch in de UB. Een treurig feit, maar ze is lang niet de enige. Vanaf haar plekje in de leeszaal observeert ze de mensen om haar heen, die net als zij met andere dingen bezig zijn dan studeren. In deze column rapporteert ze haar bevindingen.

Wie is toch die jongen die in alle vroegte de leeszaal binnenkomt, zijn laptop op tafel neerzet en vervolgens opstaat om een uur later pas weer te gaan zitten? Loopt hij op doktersadvies iedere twintig minuten een rondje door de leeszaal? Waar hangt hij uit als hij niet aan het inloggen is of de dop van een pen schroeft? Deze jongen kan niet lang stil zitten, dat staat buiten kijf. Omdat een productieve dag niet van start kan gaan zonder een kopje koffie, loopt hij eerst richting de automaat.

Er staat verdomme om negen uur 's ochtends al een enormerij. Daar heeft hij geen zin in, en hij besluit te gaan voor een bak Spar-pleur. Slim van hem, want was hij z'n eten niet ook vergeten? Nee, hij heeft überhaupt nooit eten om te vergeten, dat is de reden dat hij inmiddels zo goed bevriend is met het Spar-personeel. Bij binnenkomst wordt hij vrolijk met zijn voornaam begroet. En wie komt hij daar zo op de vroege ochtend nog meer tegen, op zijn weg van de blikken energydrink naar de croissantjes? Een andere notoire wandelaar, die hem vraagt hoe het met zijn scriptie gaat.

Zijn scriptie? O, daar wou hij net aan beginnen. Waar het ook alweer over ging? Tja, moeilijk uit te leggen. En hij moet de conclusie nog schrijven, natuurlijk. Misschien dat hij maar weer eens teruggaat om daaraan te beginnen. Hoewel een extra rondje lopen ter inspiratie hem ook geen slecht idee lijkt. Iedere kilometer die hij loopt in voorbereiding voor de Zevenheuvelenloop is er namelijk alvast één.

Maar hij kan ook met de andere wandelaar meegaan naar de twintigste verdieping van het Erasmus, naar de optrekkende ochtendnevel kijken. Dat is altijd zo mooi. De ingevingen komen hem dan vanzelf wel tegemoet. Ja, dat vindt hij wel een goed idee. Toen hij daar gisteren ook al was en dacht aan een goede eerste zin voor zijn scriptie, kwam hij starend in de verte op het idee om vandaag op tijd te beginnen. Als je niet op tijd naar de bieb komt, kun je eigenlijk niet productief zijn. Zo besloot hij dat hij vandaag de drukte voor zou zijn.

Hij moet wel eerst even al zijn boodschappen terugbrengen naar zijn plek in de bieb. Zoals hij al dacht ziet hij om kwart voor tien dat het daar stampvol zit: de handdoeklegger was niets te vroeg vanmorgen.

 

Lees meer

Vaccinatie tegen fake news

Nepnieuws is niet uit te roeien. Pogingen om het te bestrijden zijn dan ook nutteloos, vindt desinformatie-expert Ruurd Oosterwoud. In plaats daarvan wil hij mensen trainen om het zelf op te sporen. 'Ik wil mensen vaccineren tegen nepnieuws.'

Tekst: Julia Mars
Foto's: Vincent Veerbeek
Illustratie: Jesse Timmermans

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Interview Ruurd1 750x

"Onderzoek wijst uit: MH17-ramp toch niet de schuld van Rusland". "Mark Rutte gespot in homobar. Klik voor foto". "Wetenschappers: vaccineren leidt tot autisme". Nepnieuws is overal, maar het is lastig te herkennen, zeker op sociale media. Desinformatie gaat niet alleen maar om onjuiste nieuwsberichten, maar ook om trollen die spraakmakend commentaar via nepaccounts op Facebook en Twitter plaatsen en nepberichten verspreiden. Er wordt zoveel desinformatie gedeeld op internet, dat het bestrijden ervan moeilijk is.

Fake news-expert Ruurd Oosterwoud wil het daarom over een andere boeg gooien. 'Het internet is niet schoon te krijgen, desinformatie zal er altijd blijven', meent hij. In plaats van nepnieuws uitroeien, wil hij mensen er daarom tegen "vaccineren". Door mensen bewust te maken van hoe trollen te werk gaan, probeert hij ze te leren hoe ze nepnieuws kunnen herkennen. Dit wil hij bereiken door middel van een online spel, waar mensen zelf nepnieuws moeten maken. Met zijn organisatie DROG organiseert hij workshops over het spel en samen met de Universiteit van Cambridge doet hij onderzoek naar het effect van deze strategie. 'We willen mensen resistent maken door ze beetje bij beetje nepnieuws toe te dienen.'

'Net als bij propaganda probeert het een grote groep mensen in een bepaalde gedachtestroom te krijgen.'

Trollenfabriek
In een koffiecorner van de Universiteit Leiden vertelt Oosterwoud hoe hij verzeild is geraakt in de wereld van nepnieuws. 'Ik kwam voor het eerst in aanraking met online nepberichten tijdens de Krimcrisis in Oekraïne in 2014. Ik was toen nog bezig met mijn studie Russian and Eurasian Studies en volgde het nieuws op de voet. Bij veel van die berichten twijfelde ik sterk of ik ze wel kon geloven.' De opkomst van het internet maakte volgens hem plaats voor een nieuwe vorm van desinformatie: het creëren van een bepaalde gedachtestroom door nepaccounts op sociale media. 'Hoewel internet al enige tijd bestond, waren veel mensen nog niet digitaal wegwijs en daardoor makkelijk te beïnvloeden. Wanneer je dan met heel veel nepaccounts berichten gaat posten, kun je makkelijk de maatschappelijke opvattingen van een kleine gemeenschap sturen.'

Nepnieuws is inmiddels niet alleen in Oost-Europa een probleem, ook in de rest van de wereld wordt er veel over gesproken. Zo werd tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen onthuld dat politieke partij DENK bezig was met het opzetten van een nepnieuwscampagne tegen de PVV. Dat nepnieuws in Nederland veel mensen beïnvloedt, is niet verwonderlijk. Ook hier bestaan sociale media nog maar relatief kort. 'Mensen begrijpen niet goed genoeg wat er allemaal mogelijk is met sociale media', stelt Oosterwoud. Het is bijvoorbeeld vaak lastig om van een bericht de bron te bepalen, iets wat bij traditionele media, zoals kranten, makkelijker te achterhalen is. Wat nepnieuws hiervan onderscheidt, is dat het altijd als doel heeft om onrust te creëren in de maatschappij. 'Net als bij propaganda probeert het een grote groep mensen in een bepaalde gedachtestroom te krijgen.'

'Mensen die gepolariseerd zijn, willen niet meer luisteren naar wat de overheid zegt.'

ruurd zwart wit 450xScheidsrechter
Deze onrust ontstaat voornamelijk doordat mensen door de contrasterende berichten niet meer weten wat ze moeten geloven. 'Ze verliezen vertrouwen in de overheid en de gevestigde media en komen daardoor in hun eigen ideologische bubbel op sociale media terecht', legt Oosterwoud uit. Dit brengt overheid en media in een moeilijk parket. 'Mensen die gepolariseerd zijn, willen niet meer luisteren naar wat de overheid zegt.' Een goed voorbeeld hiervan zijn de antivaxxers, een beweging die ervan overtuigd is dat vaccineren slecht voor je is. 'Als de mensen die tegen vaccineren zijn geen valide argumenten meer hebben om hun gelijk te bewijzen, zullen ze wel iets anders bedenken, bijvoorbeeld dat de overheid vaccinaties gebruikt om geld te verdienen.' De overheid en de media kunnen zelf moeilijk iets doen om onwaarheden te bestrijden. 'Wanneer ze als een soort scheidsrechter proberen op te treden, worden ze van censuur beschuldigd.'

Een ander aspect dat nepnieuws lastig te herkennen maakt, is dat de berichten vaak over emotionele onderwerpen gaan. 'Mensen raken hier zo door opgefokt, dat ze niets anders meer willen lezen', stelt Oosterwoud. Een voorbeeld hiervan zijn de emotionele uitlatingen op internet over Zwarte Piet. Daar is het lastig om te bepalen of het gaat om een trollenaanval of een legitieme politieke groep. Begin oktober berichtte de pagina Ik Ben Zwarte Piet dat de verdachten in de rechtszaak over de wegblokkade tijdens de sinterklaasoptocht van vorig jaar veroordeeld waren tot achttien jaar celstraf, terwijl de rechter nog helemaal geen uitspraak had gedaan. Het bericht werd maar liefst 25.000 keer gedeeld. Dit laat zien hoe snel een nepnieuwsbericht zich kan verspreiden en hoe moeilijk het is om dit te voorkomen. Oosterwoud zoekt de oplossing dan ook ergens anders: 'We moeten nepnieuws niet proberen te bestrijden, maar mensen individueel weerbaar maken.'

Vaccineren tegen nepnieuws
Met individueel weerbaar maken bedoelt Oosterwoud dat mensen moeten leren hoe ze de feiten in berichten kunnen checken. 'Er zijn al wat initiatieven die mensen leren hoe ze dit kunnen doen, maar dat gaat vaak op een hele droge manier', zegt hij. 'Niemand gaat elk nieuwsbericht tot op de bodem uitzoeken.' Oosterwoud bedacht daarom een bijzondere oplossing: een online spel. 'In de game leert de speler op een interactieve en luchtige manier de technieken van fake news en probeert daarmee de Nederlandse samenleving omver te werpen.' Een van de opdrachten is bijvoorbeeld het schrijven van een tweet waarin de speler zich voordoet als de nabestaande van een MH17-slachtoffer die zijn woede uit op de laksheid van de Nederlandse overheid in het onderzoek naar de ramp. 'Door middel van humoristische feedback zoals "Goed bezig! Je hebt een nabestaande van een MH17-slachtoffer nagedaan en daarmee een relletje geschopt", wordt de speler door het spel geleid.' Het doel is om zo veel mogelijk volgers en daarmee zo veel mogelijk invloed te krijgen. Humor is hierbij belangrijk, stelt Oosterwoud. 'Door een frisse benadering leer je hoe nepnieuws wordt gemaakt en hoe je het kunt herkennen.' Oosterwoud heeft een opmerkelijke vergelijking bedacht om dit proces uit te leggen. 'Door mensen te laten zien hoe makkelijk het is om fake news te maken, proberen we ze ertegen te vaccineren', vertelt Oosterwoud enthousiast. 'We hopen dat mensen een soort mentale antilichamen gaan maken, door ze een verzwakte versie van het virus te geven.'

'Wat ik eigenlijk heel graag zou willen, is mijn eigen goedaardige trollenleger.'

In samenwerking met de Universiteit van Cambridge doet Oosterwoud onderzoek naar het effect van zijn spel. 'Om te testen in hoeverre het spel mensen ook echt "vaccineert" tegen fake news, laten we een testgroep een survey invullen voor en nadat ze het spel spelen. In deze survey laten we berichten zien, waarvan de deelnemers moeten beoordelen in hoeverre ze het bericht geloofwaardig vinden.' De resultaten van het onderzoek laten nog op zich wachten, maar het project wordt al op diverse plaatsen ingezet. Zo gaat zijn organisatie DROG bij basisscholen langs om workshops te geven aan kinderen. De creatieve aanpak is niet onopgemerkt gebleven. 'We werden laatst bijvoorbeeld gevraagd om een workshop te geven bij de Koninklijke Landmacht om officieren inzicht te geven in de gevaren van fake news. Ook binnen de EU-kantoren in Brussel zijn we populair. Momenteel zijn we bezig om het project op grote schaal op scholen in heel Europa op te zetten.'

Op de vraag op welke manieren Oosterwoud nepnieuws nog meer zou willen bestrijden, lacht hij alsof hij een geheim gaat verklappen. 'Wat ik eigenlijk heel graag zou willen, is mijn eigen goedaardige trollenleger', zegt hij, na even twijfelen of hij dit wel kan zeggen. 'Het lijkt me interessant om in de huid te kruipen van zo'n trol en er achter te komen wat er in hun hoofd omgaat.'

Ruurd750x

 

Lees meer

Vage kennis

Als je de media moet geloven is er steeds meer kritiek op de wetenschap. Klimaatontkenners, anti–vaxxers en aanvallende uitspraken van Thierry Baudet richting universiteiten krijgen een groot podium in het publieke debat. Waar komt dit scepticisme tegenover de wetenschap vandaan?

 

Tekst: Myrte Nowee
Illustraties: Roos in’t Velt

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS

Achtergrond 650

In de media verschijnen steeds meer kritische geluiden over de wetenschap. Zo sprak Thierry Baudet zich in zijn overwinningsspeech na de Provinciale Statenverkiezingen in maart sterk uit tegen Nederlandse universiteiten. Hij beschuldigde ze ervan linkse bolwerken te zijn, aan indoctrinatie te doen en de samenleving te ondermijnen. De wetenschap werd publiekelijk aangevallen. Politici kunnen electorale belangen hebben om wetenschap te bekritiseren, maar ook in andere lagen van de bevolking zie je deze twijfel. Zo wordt nog maar 90 procent van de kinderen ingeënt. Dit komt onder andere door wantrouwen van ouders over de betrouwbaarheid van vaccinaties ontwikkeld door wetenschappers. De wetenschap ligt onder vuur. Waar komt deze twijfel vandaan en hoe gaat de academische wereld hiermee om?

Van het voetstuk
'De jaren vijftig en zestig worden over het algemeen gezien als de tijd van het grote wetenschappelijke optimisme', vertelt Willem Halffman, wetenschapsfilosoof aan de Radboud Universiteit (RU). 'Het was een tijd waarin men geloofde dat de wetenschap een nieuwe, glorieuze toekomst zou creëren.' De wetenschap kwam op een voetstuk te staan, ver van het alledaagse leven en verheven boven het gewone volk. Wetenschappelijk onderzoek leek foutloos en de bevolking zou er goed aan doen daarop te vertrouwen.

Grote onderzoeken brachten echter niet de verlangde vooruitgang. Met de ontdekking van DNA werd in invloedrijke artikelen bijvoorbeeld voorspeld dat veel ziektes snel zouden kunnen worden genezen. Hier slaagden wetenschappers echter nog niet in. Het was typerend voor het afnemende vertrouwen in de wetenschap: de gehoopte glorieuze toekomst bleek nog ver weg te liggen. De druk op wetenschappers om relevante resultaten te produceren werd hierdoor enorm, zo vertelde psycholoog Brian Nosek op de Wereldconferentie over Wetenschappelijke Integriteit in 2017. 'In de wetenschap draait het niet meer om gelijk krijgen, maar om gepubliceerd worden.'

Om aan de hoge verwachtingen te kunnen voldoen pleegden sommige wetenschappers fraude. Uit een meta-analyse van alle enquêtes waarin onderzoekers werd gevraagd of ze ooit hadden gefraudeerd, bleek dat 1 tot 2 procent van de onderzoekers dit wel eens heeft gedaan en dat 33 procent weleens gebruik maakt van zogeheten questionable research practices. Onder dit laatste valt alles tussen het afronden van data en het verzinnen van data. Dit soort onthullingen zorgden ervoor dat de voorheen optimistische bevolking een kritische houding tegenover wetenschappelijke onderzoeken ontwikkelde.
Daarnaast speelde mee dat de samenstelling van de samenleving veranderde, wat ook voor een kritischere blik op de wetenschap zorgde. 'Vanaf de jaren zestig en zeventig nam het opleidingsniveau van de bevolking toe, waardoor zij meer van wetenschap ging begrijpen', vertelt Halffman. 'Naast dat ze hierdoor de voordelen zag, ontplooide zij zich ook tot een kritische partner van de wetenschap.' De brede toegang tot academische kennis zorgde ervoor dat het klakkeloos aannemen van informatie onder het mom van 'trust me, I'm a scientist' afnam. Mensen werden mondiger en ontwikkelden een kritische blik op wetenschappelijke onderzoeken en conclusies. Het blinde vertrouwen in de wetenschap verdween.

 

'De laatste tijd zijn sceptici heel prominent aanwezig in de media.'

 

Media mania
Sommige wetenschappers wijzen naar de media als de oorzaak van de groeiende openlijke kritiek op de wetenschap. Hoewel mensen in de loop van de jaren kritischer zijn geworden, blijkt uit peilingen van het Rathenau Instituut dat het vertrouwen in academische kennis niet per se is afgenomen. 'Afwijkende trends en scepticisme tegenover wetenschap hebben altijd bestaan', legt Halffman uit. 'De laatste tijd zijn sceptici echter heel prominent aanwezig in de media.' De vraag die hij daarom stelt, is waarom het wantrouwen dan wel zoveel aandacht krijgt in de media.

Dit heeft volgens wetenschappers verschillende redenen. Ten eerste zorgt de komst van sociale media ervoor dat alternatieve meningen veel sneller een groot publiek bereiken. 'Het is vrij makkelijk om via sociale media radicale tegengeluiden te vinde', vertelt de Nijmeegse wetenschapsfilosoof Laurens Landeweerd. Daarnaast kanop platforms als Facebook, waar geen journalistieke controle is, fake news gemakkelijk worden verspreid. Valse stellingen als 'onderzoek wijst uit dat het middelste kind het slimste is' en 'vlees eten veroorzaakt kanker' zijn op sociale media breed vertegenwoordigd. Omdat het niet altijd even gemakkelijk is om fake news te onderscheiden van echte wetenschappelijke onderzoeken heeft de wetenschap hier last van. 'Het overnemen en verspreiden van dit soort berichten schaadt van het imago van de wetenschap', benadrukt wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk.

Volgens Landeweerd spelen traditionele media zoals kranten, radio en televisie ook een belangrijke rol bij het verspreiden van fake news. 'Soms worden onjuiste berichten namelijk overgenomen door gevestigde media.' Hans Harbers, wetenschapsfilosoof aan de Rijksuniversiteit Groningen, voegt hieraan toe dat traditionele media er daarnaast verantwoordelijk voor zijn dat tegengeluiden in de samenleving niet altijd in perspectief worden geplaatst. 'Wanneer je bijvoorbeeld een wetenschapper tegenover een klimaatscepticus zet, doe je alsof de samenleving in die verhouding is verdeeld, terwijl het overgrote merendeel van de Nederlanders wel in klimaatverandering door de mens gelooft.' Deze onjuiste weergave wordt veroorzaakt doordat media vaak uit zijn op sensatie, stelt Halffman. 'Media zoals televisieprogramma's zijn platforms geworden voor spektakel in plaats van voor wederzijdse argumentatie. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit wat er wordt gezegd als het maar lekker knalt, want dat is leuk voor de kijkers.' Ondanks dat dit het beeld geeft dat er een groot wantrouwen is in de wetenschap, blijkt dit dus niet zo te zijn. Desalniettemin waarschuwt Landeweerd dat wetenschappers zich niet in slaap moeten laten sussen door het idee dat het wantrouwen in academische kennis wel meevalt. 'Dat het vertrouwen in de wetenschap in de publieke discussie minder lijkt geworden presenteert, ongeacht of dit nu waar is of niet, wel een probleem. Het kan er in de toekomst namelijk wel toe leiden dat mensen daadwerkelijk minder vertrouwen krijgen in academische kennis.'

 

'Wetenschappers moeten zich niet in slaap laten sussen.'

 

Academisch antwoord
Wetenschappers proberen ondertussen steeds meer te laten zien dat ze zo integer mogelijk wetenschap bedrijven. In reactie op de uitspraken van Baudet werd bijvoorbeeld een open brief opgesteld door twaalf Nijmeegse wetenschappers waarin ze het College van Bestuur (CvB) van de RU opriepen stelling te nemen tegen deze uitspraken. Inmiddels hebben al 1597 wetenschappers uit heel Nederland zich aangesloten bij de inhoud van de brief. Het CvB heeft hierop gereageerd dat zij altijd voor de academische vrijheid en onafhankelijkheid van hun academici staat. 'De openheid en transparantie die gepaard gaan met wetenschappelijk werk aan een universiteit is het beste antwoord op elke vorm van verdachtmaking.'

Sinds 2004 ondertekenen wetenschappers aan elke Nederlandse universiteit daarom de Nederlandse Gedragscode voor Wetenschappelijke Integriteit. Deze houdt in dat het helder moet zijn op welke data een onderzoek is gebaseerd, hoe die data zijn verkregen en wat de rol van eventuele externe belanghebbenden is geweest. 'Doorgaans betekent dit dat het onderzoek voldoende gedetailleerd moet zijn beschreven om de dataverzameling te kunnen repliceren en de data-analyse te kunnen herhalen.' Daardoor is er plaats voor controle tussen wetenschappers onderling. Bijvoorbeeld doordat het mogelijk is financiering te krijgen voor replicatieonderzoeken, wat de kwaliteit van onderzoeken moet waarborgen. Harbers voegt hieraan toe dat het belangrijk is om ook open te zijn over de tekortkomingen in wetenschappelijk onderzoek. 'Wanneer je niet erkent dat er onzekerheidsmarges zijn in de wetenschap en het niet altijd de objectieve waarheid produceert, moet je ook niet doen alsof.'

Achtergrond2 400xBeide benen op de grond
Toch is alleen een gedragscode niet genoeg om de 'gewone man' te overtuigen van de integriteit van wetenschappers. Daarom is het belangrijk de bevolking te

...
Lees meer

Vage kennis

Als je de media moet geloven is er steeds meer kritiek op de wetenschap. Klimaatontkenners, anti–vaxxers en aanvallende uitspraken van Thierry Baudet richting universiteiten krijgen een groot podium in het publieke debat. Waar komt dit scepticisme tegenover de wetenschap vandaan?

 

Tekst: Myrte Nowee
Illustraties: Roos in’t Velt

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS

Achtergrond 650

In de media verschijnen steeds meer kritische geluiden over de wetenschap. Zo sprak Thierry Baudet zich in zijn overwinningsspeech na de Provinciale Statenverkiezingen in maart sterk uit tegen Nederlandse universiteiten. Hij beschuldigde ze ervan linkse bolwerken te zijn, aan indoctrinatie te doen en de samenleving te ondermijnen. De wetenschap werd publiekelijk aangevallen. Politici kunnen electorale belangen hebben om wetenschap te bekritiseren, maar ook in andere lagen van de bevolking zie je deze twijfel. Zo wordt nog maar 90 procent van de kinderen ingeënt. Dit komt onder andere door wantrouwen van ouders over de betrouwbaarheid van vaccinaties ontwikkeld door wetenschappers. De wetenschap ligt onder vuur. Waar komt deze twijfel vandaan en hoe gaat de academische wereld hiermee om?

Van het voetstuk
'De jaren vijftig en zestig worden over het algemeen gezien als de tijd van het grote wetenschappelijke optimisme', vertelt Willem Halffman, wetenschapsfilosoof aan de Radboud Universiteit (RU). 'Het was een tijd waarin men geloofde dat de wetenschap een nieuwe, glorieuze toekomst zou creëren.' De wetenschap kwam op een voetstuk te staan, ver van het alledaagse leven en verheven boven het gewone volk. Wetenschappelijk onderzoek leek foutloos en de bevolking zou er goed aan doen daarop te vertrouwen.

Grote onderzoeken brachten echter niet de verlangde vooruitgang. Met de ontdekking van DNA werd in invloedrijke artikelen bijvoorbeeld voorspeld dat veel ziektes snel zouden kunnen worden genezen. Hier slaagden wetenschappers echter nog niet in. Het was typerend voor het afnemende vertrouwen in de wetenschap: de gehoopte glorieuze toekomst bleek nog ver weg te liggen. De druk op wetenschappers om relevante resultaten te produceren werd hierdoor enorm, zo vertelde psycholoog Brian Nosek op de Wereldconferentie over Wetenschappelijke Integriteit in 2017. 'In de wetenschap draait het niet meer om gelijk krijgen, maar om gepubliceerd worden.'

Om aan de hoge verwachtingen te kunnen voldoen pleegden sommige wetenschappers fraude. Uit een meta-analyse van alle enquêtes waarin onderzoekers werd gevraagd of ze ooit hadden gefraudeerd, bleek dat 1 tot 2 procent van de onderzoekers dit wel eens heeft gedaan en dat 33 procent weleens gebruik maakt van zogeheten questionable research practices. Onder dit laatste valt alles tussen het afronden van data en het verzinnen van data. Dit soort onthullingen zorgden ervoor dat de voorheen optimistische bevolking een kritische houding tegenover wetenschappelijke onderzoeken ontwikkelde. Daarnaast speelde mee dat de samenstelling van de samenleving veranderde, wat ook voor een kritischere blik op de wetenschap zorgde. 'Vanaf de jaren zestig en zeventig nam het opleidingsniveau van de bevolking toe, waardoor zij meer van wetenschap ging begrijpen', vertelt Halffman. 'Naast dat ze hierdoor de voordelen zag, ontplooide zij zich ook tot een kritische partner van de wetenschap.' De brede toegang tot academische kennis zorgde ervoor dat het klakkeloos aannemen van informatie onder het mom van 'trust me, I'm a scientist' afnam. Mensen werden mondiger en ontwikkelden een kritische blik op wetenschappelijke onderzoeken en conclusies. Het blinde vertrouwen in de wetenschap verdween.

 

'De laatste tijd zijn sceptici heel prominent aanwezig in de media.'

 

Media mania
Sommige wetenschappers wijzen naar de media als de oorzaak van de groeiende openlijke kritiek op de wetenschap. Hoewel mensen in de loop van de jaren kritischer zijn geworden, blijkt uit peilingen van het Rathenau Instituut dat het vertrouwen in academische kennis niet per se is afgenomen. 'Afwijkende trends en scepticisme tegenover wetenschap hebben altijd bestaan', legt Halffman uit. 'De laatste tijd zijn sceptici echter heel prominent aanwezig in de media.' De vraag die hij daarom stelt, is waarom het wantrouwen dan wel zoveel aandacht krijgt in de media.

Dit heeft volgens wetenschappers verschillende redenen. Ten eerste zorgt de komst van sociale media ervoor dat alternatieve meningen veel sneller een groot publiek bereiken. 'Het is vrij makkelijk om via sociale media radicale tegengeluiden te vinden', vertelt de Nijmeegse wetenschapsfilosoof Laurens Landeweerd. Daarnaast kan op platforms als Facebook, waar geen journalistieke controle is, fake news gemakkelijk worden verspreid. Valse stellingen als 'onderzoek wijst uit dat het middelste kind het slimste is' en 'vlees eten veroorzaakt kanker' zijn op sociale media breed vertegenwoordigd. Omdat het niet altijd even gemakkelijk is om fake news te onderscheiden van echte wetenschappelijke onderzoeken heeft de wetenschap hier last van. 'Het overnemen en verspreiden van dit soort berichten schaadt van het imago van de wetenschap', benadrukt wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk.

Volgens Landeweerd spelen traditionele media zoals kranten, radio en televisie ook een belangrijke rol bij het verspreiden van fake news. 'Soms worden onjuiste berichten namelijk overgenomen door gevestigde media.' Hans Harbers, wetenschapsfilosoof aan de Rijksuniversiteit Groningen, voegt hieraan toe dat traditionele media er daarnaast verantwoordelijk voor zijn dat tegengeluiden in de samenleving niet altijd in perspectief worden geplaatst. 'Wanneer je bijvoorbeeld een wetenschapper tegenover een klimaatscepticus zet, doe je alsof de samenleving in die verhouding is verdeeld, terwijl het overgrote merendeel van de Nederlanders wel in klimaatverandering door de mens gelooft.' Deze onjuiste weergave wordt veroorzaakt doordat media vaak uit zijn op sensatie, stelt Halffman. 'Media zoals televisieprogramma's zijn platforms geworden voor spektakel in plaats van voor wederzijdse argumentatie. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit wat er wordt gezegd als het maar lekker knalt, want dat is leuk voor de kijkers.' Ondanks dat dit het beeld geeft dat er een groot wantrouwen is in de wetenschap, blijkt dit dus niet zo te zijn. Desalniettemin waarschuwt Landeweerd dat wetenschappers zich niet in slaap moeten laten sussen door het idee dat het wantrouwen in academische kennis wel meevalt. 'Dat het vertrouwen in de wetenschap in de publieke discussie minder lijkt geworden presenteert, ongeacht of dit nu waar is of niet, wel een probleem. Het kan er in de toekomst namelijk wel toe leiden dat mensen daadwerkelijk minder vertrouwen krijgen in academische kennis.'

 

'Wetenschappers moeten zich niet in slaap laten sussen.'

 

Academisch antwoord
Wetenschappers proberen ondertussen steeds meer te laten zien dat ze zo integer mogelijk wetenschap bedrijven. In reactie op de uitspraken van Baudet werd bijvoorbeeld een open brief opgesteld door twaalf Nijmeegse wetenschappers waarin ze het College van Bestuur (CvB) van de RU opriepen stelling te nemen tegen deze uitspraken. Inmiddels hebben al 1597 wetenschappers uit heel Nederland zich aangesloten bij de inhoud van de brief. Het CvB heeft hierop gereageerd dat zij altijd voor de academische vrijheid en onafhankelijkheid van hun academici staat. 'De openheid en transparantie die gepaard gaan met wetenschappelijk werk aan een universiteit is het beste antwoord op elke vorm van verdachtmaking.'

Sinds 2004 ondertekenen wetenschappers aan elke Nederlandse universiteit daarom de Nederlandse Gedragscode voor Wetenschappelijke Integriteit. Deze houdt in dat het helder moet zijn op welke data een onderzoek is gebaseerd, hoe die data zijn verkregen en wat de rol van eventuele externe belanghebbenden is geweest. 'Doorgaans betekent dit dat het onderzoek voldoende gedetailleerd moet zijn beschreven om de dataverzameling te kunnen repliceren en de data-analyse te kunnen herhalen.' Daardoor is er plaats voor controle tussen wetenschappers onderling. Bijvoorbeeld doordat het mogelijk is financiering te krijgen voor replicatieonderzoeken, wat de kwaliteit van onderzoeken moet waarborgen. Harbers voegt hieraan toe dat het belangrijk is om ook open te zijn over de tekortkomingen in wetenschappelijk onderzoek. 'Wanneer je niet erkent dat er onzekerheidsmarges zijn in de wetenschap en het niet altijd de objectieve waarheid produceert, moet je ook niet doen alsof.'

Achtergrond2 400xBeide benen op de grond
Toch is alleen een gedragscode niet genoeg om de 'gewone man' te overtuigen van de integriteit van wetenschappers. Daarom is het belangrijk de bevolking te

...
Lees meer

Van de Baan: Coffeeshop Kronkel

Wie: Jelle (23), eerstejaars Biologie
Bijbaan: Medewerker hasj- en wietverkoop bij coffeeshop Kronkel, 11 euro per uur

Tekst: Noor de Kort
Foto: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Wat doe je precies bij coffeeshop Kronkel?
'Ik sta tegenwoordig vooral bij de hasj- en wietverkoop, maar ik ben begonnen achter de bar en in de bediening. Meestal kom je pas achter de verkoopbalie terecht als de werkgever je wat beter kent. Hij moet je kunnen vertrouwen, want vijf gram wiet levert meer omzet op dan een kopje koffie. Daarnaast is het als verkoper belangrijk dat je vriendelijk bent, maar ook autoriteit uitstraalt. Dronken mensen moet ik bijvoorbeeld wegsturen, want zij mogen de coffeeshop niet in. Ze kunnen moeilijk gaan doen en bullshit uitkramen als: "Ik ben volwassen en bepaal zelf of ik hier kom."'

Van de Baan coffeeshop grootKrijg je wel eens te maken met serieuze incidenten?
'Dat komt heel af en toe voor. Ooit drong er een jongen voor door naast zijn vriend aan de balie te komen staan. Een man achter hem zei toen: "Nee gast, zo werkt het niet." Een van de jongens schold de man vervolgens uit voor kankermarokkaan. Ik heb die jongen toen een toegangsverbod gegeven en weggestuurd. De man die werd uitgescholden, vertelde later dat hij zich erg moest inhouden. Hij was namelijk net met verlof na zes jaar in de gevangenis te hebben gezeten.'

Wat vindt jouw omgeving ervan dat je hier werkt?
'Mijn ouders hebben er helemaal geen problemen mee. Ongeveer twintig jaar geleden, toen ik nog een baby was, werkte mijn moeder hier namelijk ook. In die periode heeft zij mijn oma een keer rondgeleid in de coffeeshop. Dat was het domste idee ooit, want haar ouders zijn juist erg tegen coffeeshops. Mijn moeder heeft hen daarom pas een jaar nadat ik was begonnen bij Kronkel verteld dat ik hier werk. Zij wilden er vervolgens nooit met mij over praten. Aan vrienden vertel ik gewoon waar ik werk en als ze het niet leuk vinden, is dat hun probleem. Gelukkig vinden de meesten het prima, want zij blowen zelf ook.'

Zet je dit bijbaantje op je cv?
'Dat is afhankelijk van het bedrijf waar ik solliciteer. Ik zou het wel op mijn cv zetten als ik werk zoek bij een café. In de horeca boeit het niet of je in een coffeeshop of in een café hebt gewerkt, zolang je maar hard werkt. Bij een belangrijkere sollicitatie, zoals voor een stage of onderzoeksplaats, zou ik dit baantje niet op mijn cv zetten. Ik wil geen slapende honden wakker maken. Als een werkgever een vooroordeel over blowen heeft, ben je fucked.'

 

Lees meer