Van de baan: Heftruckchauffeur

Wie: Max van Dinther 22, derdejaarsstudent Filosofie
Bijbaan: Heftruckbestuurder bij Hyster-Yale, 12,50 euro per uur

Tekst: Jitske de Vries
Foto: Jetske Adams

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Hé Max, wat doe je daarboven?
'Ik werk in een fabrieksmagazijn waar ik kleine heftruckonderdelen zoals buizen en lampen verplaats met een heftruck. Mijn baan is eigenlijk een beetje ironisch, omdat ik heftruck rijd in een fabriek waar heftrucks worden gebouwd. Het werk is vrij makkelijk: ik moet voornamelijk dingen oppakken en ze wegzetten in een stelling. Je hebt dus geen hele leipe kwaliteiten nodig om hier te kunnen werken. Daarentegen is het wel vet om op 8 meter hoogte een pallet uit een stelling te halen.'

Vandebaan400xDat is wel heel hoog. Hoe ben je op die heftruck terecht gekomen?
'Ik zocht een baan, maar wilde wel iets spannends doen. Via een uitzendbureau kwam ik hier terecht. De eerste keer dat ik binnenkwam dacht ik: "fuck". Ik was bang dat het heel zwaar werk zou zijn met strenge targets. Ook was ik benieuwd of ik überhaupt een heftruck kon rijden, want ik heb geen rijbewijs. Dat was gelukkig geen probleem, maar ik moest wel verschillende certificaten halen. De heftruck waar ik vervolgens als eerst op mocht rijden was direct de grootste van het magazijn. Dat was meteen even opletten.'

Klinkt gevaarlijk. Zitten er geen risico's aan het vak?
'Op een andere afdeling van het bedrijf zijn er wel een paar overlijdensgevallen geweest. Daar rijden ze met ladingen van tienduizend ton en als dat op je valt, blijft er weinig van je over. Op onze afdeling valt het risico mee. Wij werken met onderdelen die je vooral met de hand zou kunnen tillen. We hebben wel veiligheidsvoorschriften waar we ons aan moeten houden. Zo moeten we een veiligheidsbril en schoenen met stalen neuzen dragen. Ik hoef geen helm op, want er zit een dak op de heftruck. Wel is de ruimte tussen de schotten op het dak zo groot, dat onderdelen er gemakkelijk tussendoor kunnen vallen. Gelukkig is dat nog nooit gebeurd.'

Wil je je heftruckcarrière naar een hoger niveau tillen?
'Dit is de perfecte bijbaan wat betreft werktijden, salaris en collega's. Ik verwacht hier nog wel een tijdje rond te rijden, maar ik zie me hier niet de rest van mijn leven zitten. Het is wel handig dat ik de certificaten heb behaald. Mocht ik later nog bij een loods aan de slag willen, dan kom ik vrijwel overal binnen. Ik studeer Filosofie dus de kans om met mijn studie een goede baan te vinden...'

 

Lees meer

Van de Baan: Holland Casino

Wie: Max Martens (24), eerstejaars masterstudent Nederland-Duitsland-studies
Bijbaan: Servicemedewerker bij Holland Casino, ruim 15 euro per uur

Tekst: Elisa Ros Villarte
Foto: Steven Huls

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Wat houdt je baantje hier bij Holland Casino in?
'Ik ben millennial host. Dat houdt in dat ik rondleidingen verzorg voor mensen tot en met 35 jaar. Ik vang ze op bij de receptie en vraag of ze interesse hebben in een tour door het gebouw als ze voor de eerste keer in het casino zijn. Daarnaast leg ik de spellen uit. Ik vertel ze hoe bepaalde machines werken en waar ze op moeten letten. Als er geen nieuwe gasten zijn, kan iedereen naar mij komen voor algemene vragen.'

Van de baan Casino grootHoe ben je aan dit werk gekomen?
'De buurman van mijn vader werkt ook in het casino. Hij vertelde mij dat er vacatures op de website staan. Ik begon aan de sollicitatieprocedure met dertien andere mensen, van wie er uiteindelijk twee aangenomen zouden worden. Tijdens de sollicitatie moest ik vertellen waarom ik geschikter was dan de rest, terwijl de andere kandidaten in dezelfde ruimte zaten. Dat vond ik best gênant. Daarna moest ik een Verklaring Omtrent het Gedrag inleveren. Toen ik uiteindelijk de baan kreeg, moest ik een geheimhoudingsverklaring ondertekenen. Dit wil zeggen dat gegevens over gasten of bepaalde financiële zaken binnen de casinomuren blijven.'

Wat vind je leuk en minder leuk aan je werk?
'Het leuke aan mijn werk is dat het geen normale werkomgeving is, maar een chique plek waar mensen naartoe gaan voor een leuke avond uit. Ik zie veel terugkerende gasten met wie ik een band heb opgebouwd. Het is ook tof om te zien hoe mensen reageren als ze een groot bedrag winnen, zeker als het mensen van mijn leeftijd zijn. Ik kan me namelijk goed voorstellen hoe ik het zou vinden om zo'n groot bedrag te winnen. Het is minder fijn dat ik altijd in de weekenden werk. Daar staat tegenover dat het goed betaalt, dus het is geen groot probleem.'

Ga je in je vrije tijd soms ook zelf voor het grote geld?
'Nee, want ik mag zelf niet in een vestiging van Holland Casino spelen. Zelfs als ik ontslag neem, mag ik tot een half jaar nadat ik uit dienst ben niet in een Holland Casino komen. Als ik ontslagen word, is die tijd nog langer. Mijn werkgevers hebben hier nooit een specifieke reden voor genoemd, maar ik kan me voorstellen dat het raar zou zijn als een voormalig medewerker opeens een miljoen wint. Ik mag wel naar casino's van een andere keten, maar die vind ik minder sfeervol. laatst konden collega’s hun vakantie-uren inleveren om naar las Vegas op reis te gaan en daar te gokken. Helaas had ik niet genoeg uren om mee te gaan.'

 

Lees meer

Van de Baan: Hoornvliezen afnemen

Wie: Jolien Stals (21), tweedejaars Geneeskunde
Bijbaan: Hoornvliezen afnemen voor Multi Tissue Centre ETB-BISLIFE, veertien euro per uur

Tekst: Bram Jodies en Aaricia Kayzer
Foto: Rein Wieringa

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

Hoe ziet jouw werkdag eruit?
'Ik werk bijvoorbeeld van elf uur 's avonds tot zes uur 's ochtends. Tijdens mijn dienst kan ik gewoon slapen, maar word ik wakker gebeld als een hoornvliesdonor overlijdt. Dan kan ik door heel Nederland gestuurd worden, bijvoorbeeld naar Heerlen of Groningen. Eenmaal op locatie begin ik met het identificeren van het lichaam. Ook neem ik bloed af om te kijken of er geen infecties zijn. Daarna haal ik het hele oog uit het lichaam en plaats ik een prothese, zodat de nabestaanden niet zien dat er iets weg is gehaald. De ogen stop ik in een potje in een doos met ijs. Dat breng ik naar de oogbank in Rotterdam. Omdat zij pas overdag open gaan, moet het weefsel goed gekoeld blijven.'

Van de Baan ooglepelen grootJe hebt dus een grote verantwoordelijkheid. Hoe ga je daarmee om?
'Ik wil natuurlijk geen fouten maken, dus ik zorg dat ik als ik moet werken goed uitgerust ben. Omdat ik regelmatig lange afstanden rijd en de hele nacht bezig ben, stop ik soms bij een tankstation om een rondje te lopen of een dutje te doen, anders ga ik knikkebollen.

'Soms sta ik op een avond voor lastige keuzes. Een keer waren er nabestaanden aanwezig in het mortuarium die vroegen of ze mee mochten kijken bij de afname. Meekijken bij de procedure zou ze kunnen helpen bij het verwerken, maar het kan ook een tegengesteld effect hebben. Ik moest toen voor de nabestaanden een inschatting maken en op basis daarvan een beslissing nemen.'

Hoe reageren mensen op je bijbaan?
'Ik krijg niet echt negatieve reacties, maar sommige mensen vinden mijn baan eng omdat ze niet weten wat het inhoudt. Misschien is dat wel goed, want sommige mensen willen het ook liever niet weten. Mijn zus kan bij voorbeeld helemaal niet tegen bloed, dus toen ik vertelde over mijn baan, zei ze: "Gadverdamme, wat ben jij een viezerik". Door zulke reacties houd ik rekening met wat ik erover vertel.'

Vind je het zelf niet moeilijk om met overleden mensen om te gaan?
'Voordat ik solliciteerde, vroeg ik me wel af hoe ik erop zou reageren, maar het viel uiteindelijk mee. Als ik in het medisch dossier van de overledene lees dat diegene heel jong is doodgegaan of kleine kinderen had, probeer ik daar niet te lang bij stil te staan. Het is triest om overleden mensen te zien, maar iedereen gaat een keer dood. Ik vind het fantastisch dat mensen de keuze hebben gemaakt om weefsel af te staan voor donatie.'

 

Lees meer

Van de baan: Juridisch medewerker

Wie: Anne Rasing (24), eerstejaars masterstudent Burgerlijk recht
Bijbaan: Junior juridisch medewerker civiel recht, team familie en jeugd, rechtbank Gelderland, 17,30 euro per uur

Tekst: Daniëlle Udo
Foto: Syl Bogers

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

vdb400xWat houdt je werk precies in?
'Ik ben eigenlijk de rechterhand van de rechter. Als er een zaak binnenkomt bij de rechtbank, bereid ik de bijbehorende stukken voor. Ik schrijf bijvoorbeeld een samenvatting van de inhoud van de zaak voor de rechter. Ook controleer ik of alle informatie over de betrokken partijen aanwezig is om de zitting goed te laten verlopen. Als alle voorbereidingen zijn getroffen, vindt een zittingsdag plaats waarop verschillende zaken worden behandeld. Ik typ dan mee met wat er wordt gezegd door de rechter en de betrokkenen. Na de zitting wordt er geraadkamerd, waarbij ik samen met de rechter overleg over de zaak. Tijdens dit overleg geef ik mijn mening, maar de rechter spreekt natuurlijk het uiteindelijke vonnis uit.'

Over wat voor onderwerpen gaat het?
'Het zijn heel uiteenlopende casussen. Ik kan niet te veel in detail treden vanwege een geheimhoudingseed die ik heb afgelegd, maar het zijn bijvoorbeeld zaken over jongeren en ouders die zich niet aan de Leerplichtwet houden. Ook behandelen we kinderbeschermingsmaatregelen. Zo gaan we over de vraag of een kind uit huis moet worden geplaatst wanneer de thuissituatie niet goed is voor de ontwikkeling van het kind. De impact van zo'n beslissing is enorm en kan daarom voor emotionele reacties bij de betrokken gezinnen zorgen.'

Wat doen zulke zaken met je?
'Een zaak doet altijd wel iets met je. Het is heel triest als je het gevoel hebt dat ouders het beste willen voor hun kind, maar dit op dat moment niet zelf kunnen bieden. Als blijkt dat de ontwikkeling van een kind vooruitgaat na uithuisplaatsing, heb ik daar toch aan kunnen bijdragen. Hoewel dit een heftige beslissing is, hoop ik dat betrokkenen over een paar jaar toch inzien dat het een goede beslissing is geweest.'

Zie je jezelf van "hulpje" naar rechter gaan in de toekomst?
'Nu ik er zo dichtbij sta, merk ik dat een rechter behoorlijke ervaring en mensenkennis nodig heeft om te kunnen omgaan met onvoorziene situaties. Omdat dit mijn eerste baan is, heb ik die ervaring op dit moment nog niet. Toch zie ik mezelf hier de komende jaren nog wel rondlopen. Met het werk dat ik nu doe, kan ik de rechter scherp houden en op die manier een bijdrage leveren. Dat maakt dit beroep zo bijzonder.'

 

Lees meer

Van de Baan: Kistdrager

Wie: Eline Luyten (20), tweedejaarsstudent Sociologie
Bijbaan: Kistdrager bij Ferentes Uitvaartverzorging, 7,34 euro per uur

Tekst: Pomme Rademaker
Foto: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

Wat doe je precies als kistdrager?
'Hoewel de functie drager heet, ben ik eigenlijk veel meer dan dat. Tijdens de uitvaart ben ik ook gastvrouw. Dat betekent dat mijn collega's en ik de nabestaanden verwelkomen op de locatie en bij de condoleanceboeken staan. Verder halen we natuurlijk ook de kist uit de auto en zetten deze in de kerk of in het crematorium. Als de dienst begint, is er vaak een aparte ruimte beschikbaar voor ons. Het liefst ben ik namelijk niet bij de hele ceremonie aanwezig. Ten slotte brengen we de kist naar de laatste rustplaats. We plaatsen de kist dan op het graf en als nabestaanden daarom vragen, laten wij deze met touwen dalen.'

Kistdrager400xWaarom ben je liever niet bij de hele ceremonie aanwezig?
'Hoewel de omgang met nabestaanden mooi en dankbaar werk is, kunnen sommige ceremonies erg langdradig en verdrietig zijn. De meeste begrafenissen zijn van ouderen. Dan heeft de familie vaak vrede met het overlijden waardoor het meevalt met de emoties. Wanneer het gaat om kinderen of bijvoorbeeld iemand die zelfmoord heeft gepleegd, kan een dienst heel emotioneel zijn. Dan is het niet zo fijn om erbij te zijn.'

Went het ooit om met overleden mensen te werken?
'Het werk wordt niet minder emotioneel naarmate je het langer doet, maar het zien van een open kist wordt wel steeds normaler. Zelf ben ik eigenlijk niet bezig met de overleden persoon. Ik ben me er door het verschil in lichaamsgewicht van de overledenen wel altijd van bewust dat er iemand in de kist ligt. Het tillen is namelijk best zwaar. Ook zijn er instructies, bijvoorbeeld over onze houding, waar we ons aan moeten houden. Zo staan de kleinste dragers bij het voeteneinde en de langste dragers bij het hoofdeinde. Dat ziet er mooi uit, omdat het hoofd hoger komt te liggen. Bovendien is het voor ons op deze manier makkelijker om de kist te tillen.'

Werken de dragers altijd in een vast team?
'Nee, de teams wisselen. Meestal werken we in teams van mannen of vrouwen, maar soms ook in gemengde teams. Ook komen er vanuit de nabestaanden weleens speciale verzoeken. We hebben een keer gehad dat er specifiek alleen om dames werd gevraagd, omdat de overledene van mooie vrouwen hield. Tijdens de begrafenis werd ik daar een beetje ongemakkelijk van. Het is trouwens niet zo dat de nabestaanden zomaar om alles kunnen vragen. Vier blondines gaat bijvoorbeeld een beetje te ver.'

 

Lees meer

Van de baan: Legaal hacken

Wie: Gerben Janssen van Doorn (22), masterstudent Bedrijfskunde
Bijbaan: Legaal bedrijven hacken, gemiddeld 500 dollar per gevonden fout

Tekst: Siebe Konst en Julia Mars
Foto: Michiel Theelen

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Hoe ben je begonnen met hacken?
'Toen ik vijftien was, kreeg ik een baantje als webmaster bij een retailbedrijf. Daar beheerde ik de advertenties. Op een gegeven moment vond ik dit te veel tijd kosten en kwam ik op het idee om het programma achter de advertenties te automatiseren. Zo heb ik geleerd met computercodes om te gaan. Uit interesse ging ik op zoek naar wat er nog meer mogelijk is met programmeren. Uiteindelijk kwam ik bij het platform HackerOne uit. Op dat platform reiken bedrijven een beloning uit aan hackers die fouten op hun website vinden. Momenteel sta ik op nummer negen in de wereldranglijst van beste hackers van HackerOne.'

Wat maakt hacken zo leuk?Gerben hacker 450
'Ik ben altijd een beetje trots als ik kwetsbaarheden vind bij bekende bedrijven. In het verleden heb ik bijvoorbeeld weleens fouten gevonden bij Facebook, Dropbox en Rabobank. Ook vind ik live hacking evenementen erg leuk. Hierbij worden zo'n dertig à veertig hackers van over de hele wereld ingevlogen door HackerOne. Het is leuk om daar collega-hackers te ontmoeten, want normaal zie je elkaar nooit. Een aantal dagen lang probeer je dan samen met anderen een specifiek bedrijf te hacken.'

Je werkt dus altijd alleen?
'Ja, hacken blijft in principe iets tussen jou en je computer. Het lastige van hacken is dat je met de hele wereld concurreert. Soms is het zo dat andere hackers al drie maanden de codes van een specifiek bedrijf aan het doorzoeken zijn. Dan is het moeilijk om zomaar nieuwe fouten te vinden. Het kan voorkomen dat je dagenlang niks vindt, wat best demotiverend kan zijn. Met een drietal hackers heb ik wel vrij veel contact. Als het nodig is, kan ik hen vragen stellen. Toch blijft vanwege de concurrentie zelfs dan de vraag: wat deel je en wat deel je niet?'

Waarom zou je nog studeren, als je ook kunt rondkomen van hacken?
'Hacken geeft me niet genoeg zekerheid en structuur. Ik vind het een fijne gedachte dat ik nog kan terugvallen op mijn diploma Bedrijfskunde. Toch ga ik voorlopig niks bedrijfskundigs doen. Ik heb namelijk een IT-baan bij Facebook aangeboden gekregen. Ik ga hier niet aan de slag als hacker, maar als security engineer. In mijn vrije tijd wil ik wel blij ven hacken, want de live hacking evenementen wil ik niet missen.'

 

 

Lees meer

Van de baan: Mascotte van het RSC

Wie: RU'tje, tiendejaars uilskuiken
Bijbaan: Promotie van het Radboud Sportcentrum, voor een appel en een ei

Tekst: Jean Querelle
Foto: Irene Wilde

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Wat voor werk doet een vreemde vogel als jij?
'Als mascotte van het Radboud Sportcentrum heb ik de taak om nieuwe sporters kennis te laten maken met het sportcentrum. Ik val uiteraard op door mijn veren, maar ook door mijn enthousiasme. Als mascotte moet je immers uitbundig zijn. Toen het sportcentrum een promotieactie organiseerde in de UB, besloot ik de boel eens flink op te schudden. Ik zag al die studenten hard aan het werk en vond dat ze even met hun neus uit de boeken moesten. Dus begon ik op de tafels te dansen. De meesten moesten wel lachen en namen even een pauze, maar sommige mensen raakten geïrriteerd.'

RUtje 450xDus niet iedereen vindt een dansende uil leuk? Sommige mensen hebben namelijk de pik op vogels.
'Er zijn mensen die mij inderdaad als de vreemde eend in de bijt zien. Wanneer ze mij tegen komen, lopen ze met een boogje om me heen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, want ik wil niet de vogelverschrikker uithangen. Dan doe ik een beetje dommig en moeten mensen vaak toch een beetje lachen. Anderen voelen zich te stoer om een mascotte een high-five te geven, maar dat pik ik niet. Dan loop ik gewoon achter ze aan tot ze het wel doen. Gelukkig zijn de meeste mensen enthousiast als ze mij zien.'

Ben je zelf ook sportief of knap je liever een uiltje?
'Ik sport heel graag, hoewel het best warm kan worden onder zo'n dik verenpak. Het liefste doe ik mee met BOM-men of dansen en op een goede dag kan ik zelfs een salto maken. Wel moet ik toegeven dat ik geen hoogvlieger ben wanneer het aankomt op voetbal of handbal. Vooral een bal vangen is lastig met mijn vleugels. Daar komt bij dat ik niet bepaald een elegant lijf heb. Soms heb ik moeite met het inschatten van mijn eigen omvang, waardoor ik nogal lomp ben. Daarom loopt er meestal iemand met mij mee om te zorgen dat ik niet struikel of mijn kop stoot. Toch gebeurt dat nog wel eens. Wat dat betreft ben ik wel een pechvogel.'

 

Lees meer

Van de Baan: Mobiel planetarium

Wie: Olivér Boersma (22), eerstejaars masterstudent Sterrenkunde
Bijbaan: Werknemer bij een mobiel planetarium, 100 euro per dag

Tekst: Naomi Habashy en Vincent Veerbeek
Foto: Steven Huls 

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Een mobiel planetarium, wat is dat eigenlijk en wat doe je ermee?
'Het is een opblaasbare koepel waarin het heelal wordt geprojecteerd. In het planetarium passen dertig mensen. De projector die het heelal op de koepel afbeeldt, is verbonden aan een laptop. Het programma is zo ingesteld dat we overal virtueel langs kunnen vliegen. We kunnen bijvoorbeeld de Melkweg in zijn geheel en de zon van dichtbij bekijken. Zo maken we in vijftig minuten een reis door het universum. Met het planetarium ga ik langs basis- en middelbare scholen en daar vertel ik kinderen en jongeren over de sterrenhemel.'

Van de Baan ANS 4 groot AWat zijn de leuke en minder leuke kanten van je werk?
'Ik vind de gezichten van de kinderen altijd fantastisch wanneer ik iets heel indrukwekkends laat zien. Wanneer ik het bijvoorbeeld langzaam donker laat worden in de koepel en de sterrenhemel verschijnt, raken kinderen erg onder de indruk. Het is ook opvallend hoeveel ze al weten over het heelal. Laatst was er een meisje van acht dat scherpe vragen stelde over zwaartekracht, dat vond ik heel slim. Het enige vervelende is dat ik vaak vroeg moet opstaan en ver moet reizen. Als ik om half negen moet beginnen en het is twee uur reizen, dan moet ik vroeg uit de veren. Op zo'n dag geef ik meestal zeven of acht shows van vijftig minuten, dus het zijn best lange dagen.'

Hoe ben je bij het mobiel planetarium terechtgekomen?
'Een paar medestudenten, onder wie een vriend van me, werkten al bij het mobiel planetarium. Dat leek mij ook gaaf om te doen. Toen de baas van het planetarium op zoek bleek te zijn naar nieuwe medewerkers, heb ik een mail gestuurd en kort daarna mocht ik beginnen. Er kwam geen sollicitatiegesprek aan te pas. Een mailtje met het feit dat ik Natuur- en Sterrenkunde studeerde, was voldoende.'

Wat zijn de meest bijzondere reacties die je van kinderen hebt gekregen?
'Kinderen stellen vaak grappige vragen, zoals "Wat gebeurt er met je als je in de buurt van een zwart gat komt?". De reacties zijn heel leuk als ik vertel dat je dan wordt opgerekt tot een soort spaghettisliert. Het is ook bijzonder als de maan verschijnt en kleine kinderen zeggen dat hun overleden opa of oma daar is. Dat zijn altijd de mooiste reacties.'

 

Lees meer

Van de Baan: Muzikant in bejaardentehuizen

Wie:Charlotte Beniers (20), tweedejaars Communicatiewetenschappen
Bijbaan:Muzikant in bejaardentehuizen, 25 euro per optreden

Tekst: Ramadan Hasani
Foto: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

Hoe zou je je baan omschrijven?
'Ik speel klassieke muziekstukken op de cello voor mensen in een verzorgingstehuis. Via de organisatie waarvoor ik werk, SpelenderGrijs, krijg ik een oproep om te spelen op een locatie in de buurt van Nijmegen. Ik begin het optreden met een compositie uit het verleden, bijvoorbeeld Bach, en dan werk ik langzaam naar modernere stukken toe. Om de stukken levendiger te maken, vertel ik iets over de componist en over de betekenis achter het stuk. Op deze manier probeer ik de ouderen mee te nemen in de muziek.'

Van de Baan ouderenmuziek grootWat is er bijzonder aan je bijbaan?
'Ik vind het leuk dat ouderen door de muziek uit hun dagelijkse routine worden gehaald. Muziek is heel belangrijk, omdat je mensen er echt mee kunt bereiken. Zelfs dementerenden zijn er met hun aandacht bij. Waar ze normaal gesproken de hele dag onverschillig in hun stoel zitten, worden ze door de muziek uit die starheid geschud. Mensen met Parkinson reageren ook bijzonder op muziek. Normaal trillen zij veel, maar zodra ik begin te spelen worden ze rustig. Dat vind ik echt leuk om te zien en het bevestigt ook mijn ideeën over wat muziek voor mensen kan betekenen.'

Zijn er minder leuke kanten aan je baan?
'Het klinkt misschien lullig, maar soms vind ik het moeilijk om met oude mensen om te gaan. Ik raak best vaak afgeleid door mensen die hoesten of rochelen. Daarnaast speel ik altijd voor een andere groep, dus ik weet van tevoren niet wat ik kan verwachten. Demente mensen gaan soms schelden of zeggen dingen als: "Zet die herrie uit, man!" Ik heb ook een keer meegemaakt dat ik gepruttel hoorde terwijl ik aan het spelen was. Kort daarna rook ik een vieze poepgeur. Het is dan moeilijk om geconcentreerd te blijven, maar gelukkig zijn er medewerkers die de ouderen snel te hulp schieten.'

Wil je later verder in de muziek?
'Nee, ik denk dat het een hobby blijft. Voorheen speelde ik bij het Nijmeegse Studentenorkest, zoiets wil ik wel graag blijven doen. Ik oefen ook veel te weinig om er professioneel in verder te gaan. Bovendien hoor ik van veel mensen die professioneel muziek maken dat ze hun passie verliezen. Dat zou ik zonde vinden van mijn hobby.'

 

Lees meer

Van de baan: Puppyfotograaf

Wie: Syl Bogers (24), derdejaarsstudent Natuurkunde
Bijbaan: Puppyfotograaf, 75 euro per USB-stick

Tekst: Floor Toebes
Foto: Roeloef Hoeksema

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

VdB3 400xWaarom maak je foto's van puppy's?
'Ik fotografeer al van jongs af aan. Eerst hield ik me voornamelijk bezig met natuurfotografie, maar toen mijn vriend en ik een pup namen, verschoof mijn beeld van landschappen naar jonge honden. Ik heb een hondenfotografiecursus gevolgd en een fokker bezocht om de cursus in praktijk te brengen. Daar zag ik hoe leuk pups van vier weken oud zijn. Baasjes krijgen hun pup vaak pas als hij wat ouder is, waardoor ze die eerste periode niet meemaken. Omdat ik dat zonde vind, leek het mij een leuk idee om professionele foto's aan te bieden van de eerste levensweken van hun pup.'

Hoe gaat een puppyfotograaf te werk?
'Ik lig altijd op de grond om de puppy's te kunnen fotograferen. En zelfs dan is het een hele uitdaging: de pups zijn meestal meer bezig met het eten van mijn haar dan dat ze zich druk maken over hoe goed ze op de foto staan. Als ik genoeg mooie foto's heb geschoten, selecteer ik de beste. Die bewerk ik zodat ze aan het eind van de rit naar de baasjes kunnen.'

Vreten de pups behalve aan je haar ook aan je tijd?
'Ik ben momenteel veel tijd kwijt aan het opbouwen van een netwerk. Daarvoor benader ik fokkers via Marktplaats. Als een fokker geïnteresseerd is, plannen we in totaal vijf bezoeken in. Eerst maak ik kennis met de jonkies, daar gebruik ik minimaal een middag voor. Vervolgens kom ik langs voor foto's als ze een, drie, vijf en zeven weken oud zijn. Elk fotobezoek duurt twee à drie uur. In totaal ben ik per fokker ongeveer een hele werkdag bezig. Omgerekend naar een uurloon is die 75 euro per usb-stick dus niet zo gek veel. Aan de andere kant is dit voor mij de perfecte bijbaan, want wat is er nou leuker dan het fotograferen van puppy's?'

Zou je hiermee door willen gaan na je studie?
'Ik ga sowieso door met fotografie. Als je dat eenmaal in je hebt, kom je daar niet zo snel van af. Fulltime fotograferen wil ik niet. In de fotografie kun je namelijk het meeste geld verdienen aan familiefoto's en dat trekt me niet zo. Puppy's fotograferen naast een andere baan zie ik wel zitten. Ik zal na mijn studie hoe dan ook kiekjes blijven maken.'

 

Lees meer

Van de baan: Seksuele voorlichting

Wie: Coen Vulders (21), vierdejaarsstudent Geneeskunde
Bijbaan: Seksuele voorlichting geven op basisscholen en middelbare scholen, vrijwillig

Tekst: Maaike Reinhoudt
Foto: Jetske Adams

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Hoe ben je op het idee gekomen om seksuele voorlichting te gaan geven?
'Op de Geneeskundefaculteit zag ik een poster van het International Federation of Medical Students' Associations hangen over het geven van seksuele voorlichting op basisscholen en middelbare scholen. Ik was al reanimatie-instructeur, en wist dus dat ik lesgeven leuk vond. Toen heb ik besloten om naar de voorlichtingsavond te gaan en een training te volgen, waarna ik meteen kon beginnen. Ik vind het heel belangrijk dat jongeren goede seksuele voorlichting krijgen. In Nederland is seks in vergelijking met sommige andere landen goed bespreekbaar en daar moet dan ook gebruik van worden gemaakt.'

Vdb 400xHoe zien jouw lessen er ongeveer uit?
'Over het algemeen starten we met een soort kennismakingsspel waarbij de klas allerlei synoniemen voor penis, vagina en vrijen op het bord mag schrijven. Zo wordt het ijs een beetje gebroken en kunnen de leerlingen tegelijkertijd hun energie kwijt. Daarna bespreken we anticonceptiemiddelen, zoals het condoom, het spiraaltje en de Nuva-Ring. Soms houden we een condoomrace waarbij leerlingen zo snel en zo goed mogelijk een condoom om een neppenis moeten doen. Ook bespreken we de soa-top 7.'

De soa-top 7? Is dat een hitlijst?
'In de soa-top 7 bespreken we veel voorkomende soa's en hoe je ze kunt oplopen. Vaak is dit best lastig, omdat leerlingen van veel soa's nog nooit hebben gehoord. Ik teken daarom altijd twee poppetjes op het bord en omcirkel dan samen met de klas de slijmvliezen, dit zijn de plekken die gevoelig zijn voor soa's. Ook bespreken we symptomen en mogelijke behandelingen ervan.'

Hoe reageren leerlingen op seksuele voorlichting?
'Dat verschilt heel erg per persoon. Als ik het bijvoorbeeld over homoseksuele seks heb, kijkt de een er niet van op, terwijl de ander meteen roept hoe vies dat is. Als leerlingen een vraag hebben die ze niet in de klas durven te stellen, kunnen ze deze op een briefje schrijven en anoniem in een speciaal doosje doen. Daarbij kom ik serieuze en minder serieuze vragen tegen. Bij serieuze vragen moet je denken aan 'kun je zwanger worden van pijpen' of 'kun je als homostel zwanger worden'. Ik kreeg echter ook een keer 25 briefjes met de vraag of ik Justin Bieber leuk vind. Ik heb daar destijds op geantwoord dat dat niet echt met de les te maken had, maar dat ik geen problemen met hem heb. Toen waren ze allemaal erg teleurgesteld.'

 

Lees meer

Voordat de bom valt

Op een speciaal trainingscentrumin Vught oefenen hulpdiensten voor een chemische aanval. ANS liep mee met de oefening en zag hoe een terroristenduo de hulpdiensten op de proef stelde.

Tekst: Joep Dorna
Foto's: Mark van Doorn

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS

tram 750x


Doordringend geschreeuw doorbreekt de stilte. Een rode Seat Brava is in een wit busje gereden, waardoor het rechterbeen van een blonde vrouw tussen de stoel en het handschoenenvakje van de auto vastzit. Haar hoofd is tegen de autoruitgeknald. 'Haal me hieruit!' schreeuwt de vrouw wanhopig. Boven haar wenkbrauwen lopen bloedige sneden en het raam van de auto is deels gebarsten. Omstanders kijken vol ongeloof toe. 'Gaat het mevrouw?' vraagt een bezorgde tienerin een poging haar te kalmeren. 'Er komt hulp aan', verzekert een dame, wiens stem niet veel stabieler klinkt dan die van devrouw in de auto. De vrouw kermt en kreunt onophoudelijk.

Het lijkt net echt, maar gelukkig is het allemaal in scène gezet. Het is de start van een grote oefening waarin een aanslag met chemische wapens wordt nagebootst. De kans op een chemische aanslag in Nederland is altijd aanwezig, zegt luitenant-kolonel Douglas Broman. De commandant van het Defensie CBRN Centrum (DCBRNC) is bij Defensie verantwoordelijk voor de voorbereiding, bescherming en het herstelbij een chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair (CBRN) incident. 'Er is gelukkig nog nooit een grote aanslag met zulke wapens in Nederland geweest. Maar als zo'n aanval plaatsvindt, is het belangrijk dat we goed zijn getraind', benadrukt hij.

Enorm oefendorp
De oefening vindt plaats op een speciaal oefenterrein naast de Van Brederokazerne in Vught. Dit Nationaal Trainingscentrumis speciaal gebouwd om scenario’s met CBRN-dreiging te oefenen. In het enorme oefendorp van zes hectare zijn onderandere een metrostation, een ziekenhuis en een chemisch laboratoriumte vinden. Medewerkers van het DCBRNC hebbenvandaag een scenario uitgestippeld waarbij twee terroristenlangs deze locaties een spoor van vernieling achterlaten. Net als in het echt weten de hulpdiensten niet wat ze te wachten staat: het scenario is niet met ze gedeeld.'


'Bom!' schreeuwt iemand. 'Er is een bom in het metrostation!'

uitleg 350xVanuit het DCBRNC organiseren we vier keer per jaar een grote oefening op dit terrein. Daarbij is de grootste uitdaging om alle verschillende instanties op één lijn te krijgen', zegt Broman. Op het oefenterrein zijn tientallen hulpverleners van verschillende disciplines aanwezig: politie, brandweer en ambulancediensten, maar ook de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD), chemisch experts en forensisch onderzoekers. Alle instanties weten wat ze moeten doen bij voor hen alledaagse situaties, maar juist bij iets ongebruikelijks als eenchemische aanslag is de onderlinge taakverdeling niet altijd even duidelijk. Broman: 'Het optreden bij een aanslag slaagt alleen als ze goed samenwerken, dus hopelijk gaan we dat zien.'

Huis-tuin-en-keukenmelding
Een melding bij de meldkamer leidt de oefening in: er is naast het metrostation een rode auto tegen een busje aangebotst. In principe een gewone huis-tuin-en-keukenmelding. Binnen enkele minuten staan twee politieagenten bij de auto, niet veel later gevolgd door een brandweereenheid, die aanstalten maaktom de vrouw uit de Seat te bevrijden. Alles lijkt normaal, tot ze plots van hogerop een onverwacht bevel doorkrijgen: vertrek zo snel mogelijk van de plaats van het ongeval. De oorzaak wordt snel duidelijk: er blijkt een bommelding in het nabijgelegen metrostation te zijn. 'Na het seintje uit de metro dat er mogelijk sprake is van een bom, wordt er meteen door de betrokken hulpdiensten overleg gevoerd', vertelt brandweerman Martin vanaf de zijlijn. Hij heeft meegeschreven aan het scenario van vandaag. 'Bij dit overleg proberen verschillende instanties uit te zoeken wat er aan de hand is en daarna wat er moet gebeuren. Tot dat duidelijk is, zijn de agenten en brandweerlieden uit veiligheidsoverwegingen teruggetrokken.' Eigen veiligheid staat voor hulpverleners altijd voorop, zelfs als hen dat dwingt slachtoffers achter te laten. 

Ringensysteem
Naar aanleiding van de bommelding zetten instanties razendsnel een Commando Plaats Incident (COPI) op. In deze rode container overleggen hooggeplaatste agenten, brandweermannen, ambulancemedewerkers en andere hulpverleners over de te nemen vervolgstappen. Niet lang nadat de agenten en de brandweermannen de auto hebben verlaten, komt een oudere man het nabijgelegen metrostation uitgerend. 'Bom!' schreeuwt hij. 'Er is een bom in het metrostation.' In de COPI wordt besloten een ringensysteem op te zetten, waarbij de omgeving wordt verdeeld in verschillende veiligheidszones. Tot er meer duidelijk is over de situatie, wachten de hulpverleners in de achterste, veilige zone.

'Een chemische aanslag zou zomaar in Nederland kunnen gebeuren.'

De man vertelt dat een terrorist een glazen infuusfles met een chemische substantie op de grond heeft gegooid. Al snel wordt de link gelegd met een inbraak in een chemisch lab gisteren: hierbij zijn meerdere stoffen gestolen die kunnen worden gebruikt om chemische wapens te maken. Het goede nieuws: de aanslagpleger is doodgeschoten door een agent ter plaatse. Het slechte nieuws: er lijkt sprake te zijn van een chemische aanslag. Het wordt nu nog belangrijker om voorzichtig te handelen om verspreiding van chemische stoffen te voorkomen.


20.000 pakken
Chemische wapens zijn meestal onzichtbaar, vluchtig en zeer makkelijk over te dragen. Daarom is het bij een chemische aanslag een nachtmerrie om de plaats delict op te ruimen. Commandant Broman gebruikt de aanslag in het Engelse Salisbury als voorbeeld. Daar werden een Russische dubbelagent en zijn dochter vergiftigd met Novichok. Vermoedelijk Russische moordenaars druppelden het zenuwgas op een deurklink die de slachtoffers zouden aanraken. Het verwijderen van dit beetje onzichtbare stof heeft alleen al negen maanden geduurd, want de Engelse CBRN-eenheid moest er zeker van zijn dat er geen Novichok in Salisbury achterbleef. Ter illustratie: de eenheid heeft bij het opruimen in totaal 20.000 luchtdichte pakken gebruikt en weggegooid. 'Zo'n aanslag zou zomaar in Nederland kunnen plaatsvinden', waarschuwt Broman. 'Stel je voor dat in Hoog Catharijne in Utrecht op een deurklink Novichok zou worden gesprayd. De gevolgen zijn dan niet te overzien.'

Lab 350xIn de COPI wordt besloten dat de situatie veilig genoeg is om de vrouw uit de auto te bevrijden. Inmiddels zien de instanties haar in een ander daglicht: uit onderzoek is gebleken dat ze mogelijk iets heeft te maken met de inbraak in het lab. Nadat de brandweermannen haar hebben bevrijd, wordt de vrouw meteen door de politie gearresteerd op verdenking van terrorisme. Op andere plaatsen op het terrein wemelt het ondertussen van de hulpdiensten. Een eenheid van de EOD wordt opgeroepen nadat agenten een tweede chemische bom vinden. In het chemische lab waar de bom is gefabriceerd, zijn eenheden bezig bewijs tegen de vrouw en de dode aanslagpleger in het metrostation te verzamelen. Later zal blijken dat ze de bom samen in het lab hebben gemaakt.


Evacueren en uit de kleren

Na wat voelt als een eeuwigheid, wordt in de COPI besloten dat de slachtoffers uit de metro kunnen worden geëvacueerd. 'De hulpverleners willen zeker zijn dat ze geen verrassingen tegenkomen', legt Martin uit. 'Zo mogen er bijvoorbeeld zeker geen andere explosieven of terroristen meer op de plaats van de aanslag zijn.' Een eenheid brandweermannen, in zulke gevallen als eerste verantwoordelijk, schuifelt de metro in en begint met de evacuatie. Het is een angstaanjagend tafereel. Het lugubere geluid van de luchtflessen van de brandweermannen klinkt als het gepuf van Darth Vader.

Om eventuele besmetting te voorkomen, worden de meegenomen slachtoffers volgens protocol ontsmet: eerst in een zogenaamde Mobiele Ontsmettingseenheid en daarna in het ziekenhuis op het oefenterrein. 'De belangrijkste stap bij ontsmetting is het uitdoen van kleding: 80 procent van de schadelijke stoffen is opgenomen in de kleding', vertelt Marthijn van Dorp, de liaison van het centrum met de ambulancediensten en van huis uit ambulancebroeder. Nadat de slachtoffers zich op het oefenterrein helemaal hebben ontkleed, worden zij in een schuimdouche gezet en afgevoerd per ambulance.

tram2 350x
Stof tot nadenken
...

Lees meer

Voordat de bom valt

Op een speciaal trainingscentrumin Vught oefenen hulpdiensten voor een chemische aanval. ANS liep mee met de oefening en zag hoe een terroristenduo de hulpdiensten op de proef stelde.

Tekst: Joep Dorna
Foto's: Mark van Doorn

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS

tram 750x


Doordringend geschreeuw doorbreekt de stilte. Een rode Seat Brava is in een wit busje gereden, waardoor het rechterbeen van een blonde vrouw tussen de stoel en het handschoenenvakje van de auto vastzit. Haar hoofd is tegen de autoruitgeknald. 'Haal me hieruit!' schreeuwt de vrouw wanhopig. Boven haar wenkbrauwen lopen bloedige sneden en het raam van de auto is deels gebarsten. Omstanders kijken vol ongeloof toe. 'Gaat het mevrouw?' vraagt een bezorgde tienerin een poging haar te kalmeren. 'Er komt hulp aan', verzekert een dame, wiens stem niet veel stabieler klinkt dan die van devrouw in de auto. De vrouw kermt en kreunt onophoudelijk.

Het lijkt net echt, maar gelukkig is het allemaal in scène gezet. Het is de start van een grote oefening waarin een aanslag met chemische wapens wordt nagebootst. De kans op een chemische aanslag in Nederland is altijd aanwezig, zegt luitenant-kolonel Douglas Broman. De commandant van het Defensie CBRN Centrum (DCBRNC) is bij Defensie verantwoordelijk voor de voorbereiding, bescherming en het herstelbij een chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair (CBRN) incident. 'Er is gelukkig nog nooit een grote aanslag met zulke wapens in Nederland geweest. Maar als zo'n aanval plaatsvindt, is het belangrijk dat we goed zijn getraind', benadrukt hij.

Enorm oefendorp
De oefening vindt plaats op een speciaal oefenterrein naast de Van Brederokazerne in Vught. Dit Nationaal Trainingscentrumis speciaal gebouwd om scenario’s met CBRN-dreiging te oefenen. In het enorme oefendorp van zes hectare zijn onderandere een metrostation, een ziekenhuis en een chemisch laboratoriumte vinden. Medewerkers van het DCBRNC hebbenvandaag een scenario uitgestippeld waarbij twee terroristenlangs deze locaties een spoor van vernieling achterlaten. Net als in het echt weten de hulpdiensten niet wat ze te wachten staat: het scenario is niet met ze gedeeld.'


'Bom!' schreeuwt iemand. 'Er is een bom in het metrostation!'

uitleg 350xVanuit het DCBRNC organiseren we vier keer per jaar een grote oefening op dit terrein. Daarbij is de grootste uitdaging om alle verschillende instanties op één lijn te krijgen', zegt Broman. Op het oefenterrein zijn tientallen hulpverleners van verschillende disciplines aanwezig: politie, brandweer en ambulancediensten, maar ook de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD), chemisch experts en forensisch onderzoekers. Alle instanties weten wat ze moeten doen bij voor hen alledaagse situaties, maar juist bij iets ongebruikelijks als eenchemische aanslag is de onderlinge taakverdeling niet altijd even duidelijk. Broman: 'Het optreden bij een aanslag slaagt alleen als ze goed samenwerken, dus hopelijk gaan we dat zien.'

Huis-tuin-en-keukenmelding
Een melding bij de meldkamer leidt de oefening in: er is naast het metrostation een rode auto tegen een busje aangebotst. In principe een gewone huis-tuin-en-keukenmelding. Binnen enkele minuten staan twee politieagenten bij de auto, niet veel later gevolgd door een brandweereenheid, die aanstalten maaktom de vrouw uit de Seat te bevrijden. Alles lijkt normaal, tot ze plots van hogerop een onverwacht bevel doorkrijgen: vertrek zo snel mogelijk van de plaats van het ongeval. De oorzaak wordt snel duidelijk: er blijkt een bommelding in het nabijgelegen metrostation te zijn. 'Na het seintje uit de metro dat er mogelijk sprake is van een bom, wordt er meteen door de betrokken hulpdiensten overleg gevoerd', vertelt brandweerman Martin vanaf de zijlijn. Hij heeft meegeschreven aan het scenario van vandaag. 'Bij dit overleg proberen verschillende instanties uit te zoeken wat er aan de hand is en daarna wat er moet gebeuren. Tot dat duidelijk is, zijn de agenten en brandweerlieden uit veiligheidsoverwegingen teruggetrokken.' Eigen veiligheid staat voor hulpverleners altijd voorop, zelfs als hen dat dwingt slachtoffers achter te laten. 

Ringensysteem
Naar aanleiding van de bommelding zetten instanties razendsnel een Commando Plaats Incident (COPI) op. In deze rode container overleggen hooggeplaatste agenten, brandweermannen, ambulancemedewerkers en andere hulpverleners over de te nemen vervolgstappen. Niet lang nadat de agenten en de brandweermannen de auto hebben verlaten, komt een oudere man het nabijgelegen metrostation uitgerend. 'Bom!' schreeuwt hij. 'Er is een bom in het metrostation.' In de COPI wordt besloten een ringensysteem op te zetten, waarbij de omgeving wordt verdeeld in verschillende veiligheidszones. Tot er meer duidelijk is over de situatie, wachten de hulpverleners in de achterste, veilige zone.

'Een chemische aanslag zou zomaar in Nederland kunnen gebeuren.'

De man vertelt dat een terrorist een glazen infuusfles met een chemische substantie op de grond heeft gegooid. Al snel wordt de link gelegd met een inbraak in een chemisch lab gisteren: hierbij zijn meerdere stoffen gestolen die kunnen worden gebruikt om chemische wapens te maken. Het goede nieuws: de aanslagpleger is doodgeschoten door een agent ter plaatse. Het slechte nieuws: er lijkt sprake te zijn van een chemische aanslag. Het wordt nu nog belangrijker om voorzichtig te handelen om verspreiding van chemische stoffen te voorkomen.


20.000 pakken
Chemische wapens zijn meestal onzichtbaar, vluchtig en zeer makkelijk over te dragen. Daarom is het bij een chemische aanslag een nachtmerrie om de plaats delict op te ruimen. Commandant Broman gebruikt de aanslag in het Engelse Salisbury als voorbeeld. Daar werden een Russische dubbelagent en zijn dochter vergiftigd met Novichok. Vermoedelijk Russische moordenaars druppelden het zenuwgas op een deurklink die de slachtoffers zouden aanraken. Het verwijderen van dit beetje onzichtbare stof heeft alleen al negen maanden geduurd, want de Engelse CBRN-eenheid moest er zeker van zijn dat er geen Novichok in Salisbury achterbleef. Ter illustratie: de eenheid heeft bij het opruimen in totaal 20.000 luchtdichte pakken gebruikt en weggegooid. 'Zo'n aanslag zou zomaar in Nederland kunnen plaatsvinden', waarschuwt Broman. 'Stel je voor dat in Hoog Catharijne in Utrecht op een deurklink Novichok zou worden gesprayd. De gevolgen zijn dan niet te overzien.'

Lab 350xIn de COPI wordt besloten dat de situatie veilig genoeg is om de vrouw uit de auto te bevrijden. Inmiddels zien de instanties haar in een ander daglicht: uit onderzoek is gebleken dat ze mogelijk iets heeft te maken met de inbraak in het lab. Nadat de brandweermannen haar hebben bevrijd, wordt de vrouw meteen door de politie gearresteerd op verdenking van terrorisme. Op andere plaatsen op het terrein wemelt het ondertussen van de hulpdiensten. Een eenheid van de EOD wordt opgeroepen nadat agenten een tweede chemische bom vinden. In het chemische lab waar de bom is gefabriceerd, zijn eenheden bezig bewijs tegen de vrouw en de dode aanslagpleger in het metrostation te verzamelen. Later zal blijken dat ze de bom samen in het lab hebben gemaakt.


Evacueren en uit de kleren

Na wat voelt als een eeuwigheid, wordt in de COPI besloten dat de slachtoffers uit de metro kunnen worden geëvacueerd. 'De hulpverleners willen zeker zijn dat ze geen verrassingen tegenkomen', legt Martin uit. 'Zo mogen er bijvoorbeeld zeker geen andere explosieven of terroristen meer op de plaats van de aanslag zijn.' Een eenheid brandweermannen, in zulke gevallen als eerste verantwoordelijk, schuifelt de metro in en begint met de evacuatie. Het is een angstaanjagend tafereel. Het lugubere geluid van de luchtflessen van de brandweermannen klinkt als het gepuf van Darth Vader.

Om eventuele besmetting te voorkomen, worden de meegenomen slachtoffers volgens protocol ontsmet: eerst in een zogenaamde Mobiele Ontsmettingseenheid en daarna in het ziekenhuis op het oefenterrein. 'De belangrijkste stap bij ontsmetting is het uitdoen van kleding: 80 procent van de schadelijke stoffen is opgenomen in de kleding', vertelt Marthijn van Dorp, de liaison van het centrum met de ambulancediensten en van huis uit ambulancebroeder. Nadat de slachtoffers zich op het oefenterrein helemaal hebben ontkleed, worden zij in een schuimdouche gezet en afgevoerd per ambulance.

tram2 350x
Stof tot nadenken
...

Lees meer

Wankele werkelijkheid

In het nieuwe boek van de in Nijmegen geboren schrijver Niña Weijers is niets wat het lijkt. Personages veranderen van gedaante, werkelijkheid loopt over in fictie en een duidelijke verhaallijn is er niet. 'Ik snap dat mijn roman frustrerend kan zijn voor een lezer, maar ik wilde mezelf uitdagen.'

Tekst: Julia Mars
Foto: Mark van Doorn

niña weijers 700x

In een druk café in Amsterdam, waar de muziek zo hard staat dat een gesprek voeren bijna onmogelijk is, is schrijver Niña Weijers vijf minuten voor de afgesproken tijd van het interview nog diep in gesprek met een andere journalist. Over haar nieuwe roman, Kamers, antikamers, valt veel te bespreken. 'Als schrijver vind ik het interessant om af te tasten hoe je een boek kunt schrijven dat afwijkt van de geijkte ideeën over wat literatuur moet zijn', vertelt ze er later over. Weijers staat bekend om haar experimentele schrijfstijl. In 2015 stelde ze in haar debuutroman, De consequenties, haar lezers op de proef met kunst, filosofie en levensvragen. Ze werd er dubbel voor beloond: het leverde haar zowel de Gouden Uil publieksprijs als de Anton Wachtersprijs op.

Ook haar nieuwe boek is niet makkelijk om te lezen. Kamers, antikamers draait om een naamloze vrouw, die bezig is met het schrijven van een boek. Nadat ze haar relatie met een man verbreekt, wordt ze heftig verliefd op haar beste vriendin M. Het verhaal is doorweven met een serie alternatieve verhalen, die stuk voor stuk beschrijven hoe het leven van de vrouw eruit had gezien als ze andere keuzes had gemaakt. Weijers laat herinneringen, gevolgen van alternatieve keuzes en verzonnen gebeurtenissen naadloos in elkaar overlopen en neemt de lezer zo mee in een zoektocht naar werkelijkheid.

Met hetzelfde gemak waarmee ze deze gebeurtenissen in elkaar laat overvloeien, stapt Weijers van het ene interview in het andere. Ze aait haar hondje, dat de hele tijd al op haarschoot heeft liggen slapen, nog eens over de kop en om dekeel te smeren bestelt ze een cola. 'Zo', zegt ze. 'Laten we beginnen.'

Anonieme personages, een verhaallijn die alle kanten uit gaat en wankele werkelijkheden: op het eerste oog lijkt er geen touw aan je nieuwe roman vast te knopen. Was dat ook je bedoeling?
'Ja. Mijn vorige boek was al niet zo traditioneel, en deze nog minder. Het verhaal is heel anders dan bijvoorbeeld een thriller, waarbij alles altijd een bevredigend einde heeft. Alleraadsels zijn opgelost en de dader is gevonden: als je het boek dichtslaat hoef je er nooit meer aan te denken. 'Ik wil een lezer juist wel aan het denken zetten. Het is voor mij dan ook een groot compliment als mensen zeggen: "Ik heb het boek gelezen, maar ik moet er nog even over nadenken". Juist die discussie over wat een boek nu precies is, vind ik prettig.'

Hoe probeer je die discussie op te wekken in je roman?
'Ik speel met wat de lezer denkt te gaan lezen en met wat hij daadwerkelijk te lezen krijgt. In één hoofdstuk is M. bijvoorbeeld niet de vriendin van de hoofdpersoon, maar haar mannelijke psychiater. Er zitten verschillende werkelijkheden in de roman, verschillende niveaus van fictie. In het begin van het boek staat: een situatie vormt je als mens. Ik heb geprobeerd deze gedachte te verwerken in het boek: wie je tegenover je krijgt, bepaalt hoe je bent of wordt.'

Waar komt het idee voor je boek vandaan?
'Wat een moeilijke vraag… Het idee voor een boek ligt vantevoren niet vast. Het schrijfproces is heel anders dan bijbijvoorbeeld een journalistiek stuk. Je schrijft niet vanuit een harde onderzoeksvraag. Schrijven en denken lopen voor mij synchroon: het is een zoektocht naar iets begrijpen. Dat "iets" wat ik wil begrijpen is niet iets wat ik lukraak verzin. Vaak zijn het vragen waar ik zelf mee zit. Ik ben nu dertig en zit op een punt waarop ik vaak nadenk hoe mijn leven anders had kunnen lopen als ik andere keuzes had gemaakt. Was ik met bepaalde relaties verder gegaan, dan had ik nu waarschijnlijk wel een kind gehad, bijvoorbeeld.'

Je deelt zo een best persoonlijke gedachte met je lezers. Ben je niet bang dat ze het anders opvatten dan je bedoelt?
'Als je iets hebt geschreven, hebben mensen altijd hun eigen interpretatie van je verhaal. Ik vind het juist leuk om deze verschillende interpretaties terug te horen. Dus ook als iemand zegt: "ik kan helemaal niets met dit verhaal". 'Wat mij altijd aantrekt aan een boek, is als een verhaal je kennis laat maken met iemands geest. Als je kunt ervaren hoe iemand de wereld interpreteert. Zelf ben ik bijvoorbeeld groot fan van Charlotte Mutsaers. Ik ken geen geest die zo werkt als die van haar. Juist dat intieme, het kennismaken met iemands persoonlijke gedachtes, geeft voor mij meerwaarde aan het lezen van een verhaal.'

Je kiest bewust voor een minder traditionele schrijfstijl. Denk je niet dat dat lezers afschrikt?
'Er worden ontzettend veel romans geschreven. De zoektocht naar hoe je zelf iets kunt toevoegen aan wat er al is, maakt schrijven voor mij leuk en uitdagend. Tegelijkertijd begrijp ik dat ik daarmee best wel wat vraag van een lezer. Ik verwacht van hem dat hij zich losmaakt van hoe een klassiek verhaal eruit ziet. Aan de ene kant wil ik de lezer uitdagen, maar aan de andere kant moet ik wel genoeg houvast geven om het verhaal te nog te kunnen begrijpen. Dat is voor mij een uitdaging.'

Heb je altijd al zo’n minder traditionele stijl gehad?
'Zeker niet. Toen ik net klaar was met mijn studie Literatuurwetenschappen, schreef ik korte verhalen. Als ik die nu zou teruglezen, dan zou ik ze waarschijnlijk heel theoretisch vinden. Literatuurwetenschappen is een hele theoretische studie, je leert een verhaal te analyseren op verschillende technieken. In mijn korte verhalen probeerde ik dan ook heel erg vanuit een vaststaand idee te werken. Door veel te oefenen met schrijven ben ik erachter gekomen dat je deze theorieën en technieken juist los moet laten om tot een goed verhaal te komen. Dus in plaats van dat je van tevoren iets helemaal uitdenkt, komt een idee vaak van onderaf.'

Maar hoe weet je dan wanneer een verhaal echt af is?
'Goeie vraag. Dat weet je misschien wel nooit. Je zou eeuwig verder kunnen met een boek. W. F. Hermans deed dat bijvoorbeeld. Bij elke hernieuwde druk veranderde hij nog allerlei dingen aan zijn roman. Ik kies er bewust voor omdat niet te doen. Op een gegeven moment moet je een boek gewoon loslaten. Je moet dan vrede sluiten met de gedachte dat het boek het beste is wat je er op dat moment van kan maken. In een volgend boek kun je weer een nieuwe stap zetten.'

 

 

Lees meer

Wankele werkelijkheid

In het nieuwe boek van de in Nijmegen geboren schrijver Niña Weijers is niets wat het lijkt. Personages veranderen van gedaante, werkelijkheid loopt over in fictie en een duidelijke verhaallijn is er niet. 'Ik snap dat mijn roman frustrerend kan zijn voor een lezer, maar ik wilde mezelf uitdagen.'

Tekst: Julia Mars
Foto: Mark van Doorn

niña weijers 700x

 

In een druk café in Amsterdam, waar de muziek zo hard staat dat een gesprek voeren bijna onmogelijk is, is schrijver Niña Weijers vijf minuten voor de afgesproken tijd van het interview nog diep in gesprek met een andere journalist. Over haar nieuwe roman, Kamers, antikamers, valt veel te bespreken. 'Als schrijver vind ik het interessant om af te tasten hoe je een boek kunt schrijven dat afwijkt van de geijkte ideeën over wat literatuur moet zijn', vertelt ze er later over. Weijers staat bekend om haar experimentele schrijfstijl. In 2015 stelde ze in haar debuutroman, De consequenties, haar lezers op de proef met kunst, filosofie en levensvragen. Ze werd er dubbel voor beloond: het leverde haar zowel de Gouden Uil publieksprijs als de Anton Wachtersprijs op.

Ook haar nieuwe boek is niet makkelijk om te lezen. Kamers, antikamers draait om een naamloze vrouw, die bezig is met het schrijven van een boek. Nadat ze haar relatie met een man verbreekt, wordt ze heftig verliefd op haar beste vriendin M. Het verhaal is doorweven met een serie alternatieve verhalen, die stuk voor stuk beschrijven hoe het leven van de vrouw eruit had gezien als ze andere keuzes had gemaakt. Weijers laat herinneringen, gevolgen van alternatieve keuzes en verzonnen gebeurtenissen naadloos in elkaar overlopen en neemt de lezer zo mee in een zoektocht naar werkelijkheid.

Met hetzelfde gemak waarmee ze deze gebeurtenissen in elkaar laat overvloeien, stapt Weijers van het ene interview in het andere. Ze aait haar hondje, dat de hele tijd al op haarschoot heeft liggen slapen, nog eens over de kop en om dekeel te smeren bestelt ze een cola. 'Zo', zegt ze. 'Laten we beginnen.'

Anonieme personages, een verhaallijn die alle kanten uit gaat en wankele werkelijkheden: op het eerste oog lijkt er geen touw aan je nieuwe roman vast te knopen. Was dat ook je bedoeling?
'Ja. Mijn vorige boek was al niet zo traditioneel, en deze nog minder. Het verhaal is heel anders dan bijvoorbeeld een thriller, waarbij alles altijd een bevredigend einde heeft. Alleraadsels zijn opgelost en de dader is gevonden: als je het boek dichtslaat hoef je er nooit meer aan te denken. 'Ik wil een lezer juist wel aan het denken zetten. Het is voor mij dan ook een groot compliment als mensen zeggen: "Ik heb het boek gelezen, maar ik moet er nog even over nadenken". Juist die discussie over wat een boek nu precies is, vind ik prettig.'

Hoe probeer je die discussie op te wekken in je roman?
'Ik speel met wat de lezer denkt te gaan lezen en met wat hij daadwerkelijk te lezen krijgt. In één hoofdstuk is M. bijvoorbeeld niet de vriendin van de hoofdpersoon, maar haar mannelijke psychiater. Er zitten verschillende werkelijkheden in de roman, verschillende niveaus van fictie. In het begin van het boek staat: een situatie vormt je als mens. Ik heb geprobeerd deze gedachte te verwerken in het boek: wie je tegenover je krijgt, bepaalt hoe je bent of wordt.'

Waar komt het idee voor je boek vandaan?
'Wat een moeilijke vraag… Het idee voor een boek ligt vantevoren niet vast. Het schrijfproces is heel anders dan bijbijvoorbeeld een journalistiek stuk. Je schrijft niet vanuit een harde onderzoeksvraag. Schrijven en denken lopen voor mij synchroon: het is een zoektocht naar iets begrijpen. Dat "iets" wat ik wil begrijpen is niet iets wat ik lukraak verzin. Vaak zijn het vragen waar ik zelf mee zit. Ik ben nu dertig en zit op een punt waarop ik vaak nadenk hoe mijn leven anders had kunnen lopen als ik andere keuzes had gemaakt. Was ik met bepaalde relaties verder gegaan, dan had ik nu waarschijnlijk wel een kind gehad, bijvoorbeeld.'

Je deelt zo een best persoonlijke gedachte met je lezers. Ben je niet bang dat ze het anders opvatten dan je bedoelt?
'Als je iets hebt geschreven, hebben mensen altijd hun eigen interpretatie van je verhaal. Ik vind het juist leuk om deze verschillende interpretaties terug te horen. Dus ook als iemand zegt: "ik kan helemaal niets met dit verhaal". 'Wat mij altijd aantrekt aan een boek, is als een verhaal je kennis laat maken met iemands geest. Als je kunt ervaren hoe iemand de wereld interpreteert. Zelf ben ik bijvoorbeeld groot fan van Charlotte Mutsaers. Ik ken geen geest die zo werkt als die van haar. Juist dat intieme, het kennismaken met iemands persoonlijke gedachtes, geeft voor mij meerwaarde aan het lezen van een verhaal.'

Je kiest bewust voor een minder traditionele schrijfstijl. Denk je niet dat dat lezers afschrikt?
'Er worden ontzettend veel romans geschreven. De zoektocht naar hoe je zelf iets kunt toevoegen aan wat er al is, maakt schrijven voor mij leuk en uitdagend. Tegelijkertijd begrijp ik dat ik daarmee best wel wat vraag van een lezer. Ik verwacht van hem dat hij zich losmaakt van hoe een klassiek verhaal eruit ziet. Aan de ene kant wil ik de lezer uitdagen, maar aan de andere kant moet ik wel genoeg houvast geven om het verhaal te nog te kunnen begrijpen. Dat is voor mij een uitdaging.'

Heb je altijd al zo’n minder traditionele stijl gehad?
'Zeker niet. Toen ik net klaar was met mijn studie Literatuurwetenschappen, schreef ik korte verhalen. Als ik die nu zou teruglezen, dan zou ik ze waarschijnlijk heel theoretisch vinden. Literatuurwetenschappen is een hele theoretische studie, je leert een verhaal te analyseren op verschillende technieken. In mijn korte verhalen probeerde ik dan ook heel erg vanuit een vaststaand idee te werken. Door veel te oefenen met schrijven ben ik erachter gekomen dat je deze theorieën en technieken juist los moet laten om tot een goed verhaal te komen. Dus in plaats van dat je van tevoren iets helemaal uitdenkt, komt een idee vaak van onderaf.'

Maar hoe weet je dan wanneer een verhaal echt af is?
'Goeie vraag. Dat weet je misschien wel nooit. Je zou eeuwig verder kunnen met een boek. W. F. Hermans deed dat bijvoorbeeld. Bij elke hernieuwde druk veranderde hij nog allerlei dingen aan zijn roman. Ik kies er bewust voor omdat niet te doen. Op een gegeven moment moet je een boek gewoon loslaten. Je moet dan vrede sluiten met de gedachte dat het boek het beste is wat je er op dat moment van kan maken. In een volgend boek kun je weer een nieuwe stap zetten.'

 

Lees meer

Wie ben jij zonder mij

Met hun nummer Ik heb een man gekend braken ze in 2014 in een klap door in de Nederlandse cabaretwereld. Cabaretduo Yentl en de Boer vertelt over nummers schrijven en voorstellingen in elkaar zetten.'Vaak worden onze liedjes "geniaal" genoemd, terwijl we nooit ingewikkelde grappen maken.'

Tekst: 
Julia Mars
Foto's: Imtiaz Willems

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Yentl 400xCabaret is het leukst als mensen zichzelf erin kunnen herkennen, vindt het muzikale duo Yentl en de Boer. Christine de Boer en Yentl Schieman baseren hun absurdistische cabaretnummers dan ook zo veel mogelijk op ervaringen uit hun eigen leven. Af en toe denken mensen zelfs dat de nummers over henzelf gaan. 'Vaak wordt gedacht dat ons nummer Morph een liefdesliedje over ons tweeën is', vertelt De Boer met een scheve grijns. 'Dat is het ook wel een beetje. Morph gaat over twee mensen in een relatie die steeds meer op elkaar gaan lijken.' Ze glimlacht naar Schieman. 'We merkten dat we als duo steeds meer naar elkaar toe groeiden. Vaak hebben we iets matchends aan, zonder dat we dat hadden afgesproken.'

Het is niet gek dat De Boer en Schieman steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. De twee kennen elkaar al sinds ze op de Amsterdamse theaterschool zaten, waar ze samen veel projecten deden. Een paar jaar na hun afstuderen besloten ze om als duo voorstellingen te gaan maken. Hun doorbraak in de Nederlandse cabaretwereld kwam in 2014, toen ze met hun nummer Ik heb een man gekend de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied wonnen. Een ingewikkelde formule voor succes hebben de dames niet. 'Veel van onze liedjes zijn puur voor de grap geschreven.'

Jullie nummers ontvangen veel goede recensies. Hoe komen jullie aan inspiratie voor de onderwerpen?
De Boer: 'Vroeger op de theaterschool dachten we dat we grote kunst moesten maken, dat voorstellingen over moeilijke onderwerpen moesten gaan. Toch werden die voorstellingen het slechtst beoordeeld.'
Schieman: 'Juist toen we die gedachte loslieten en gewoon maakten wat we zelf grappig vonden, waren de docenten enthousiast.'
De Boer: 'Ook nu zijn onze liedjes niets anders dan observaties van dingen die we meemaken. De nummers hoeven niet grootser of poëtischer te zijn dan het gewone leven, vinden we. Af en toe staan we er nog steeds van te kijken dat de recensies zo lovend zijn. Vaak worden onze liedjes "geniaal" genoemd, terwijl we nooit ingewikkelde of intelligente grappen maken.'
Schieman: 'Door de inhoud van de liedjes simpel te houden, kunnen mensen zich beter in de nummers herkennen. Op die manier raakt het ze meer. Zitten in de treingaat over ergernissen aan dingen die je onbewust zelf ook doet. Bijvoorbeeld instappen in een trein, terwijl anderen nog moeten uitstappen.'
De Boer: 'Wanneer we iets leuks of grappigs zien gebeuren, maken we altijd meteen een notitie in onze telefoons om het te onthouden. Ons telefoongeheugen gaat dan ook helemaal op aan spraakopnames en notities.'
Schieman: 'Veel van die spraakopnames zijn heel vals ingezongen. Het is ontzettend gênant wanneer je ze terugluistert.'
De Boer: 'Of wanneer je ze aan iemand anders wil laten horen. Dat vind ik zelfs naar Yentl toe een beetje beschamend.'

'In een van onze nummers vermoord ik mijn vriend.'

Christine 400xDe man wordt redelijk vaak negatief voorgesteld in jullie liedjes, waarom is dat zo?
De Boer: 'Het nummer Ik heb een man komt uit een periode waarin Yentl en ik allebei vrijgezel waren. We waren toen gefascineerd door de absurde manieren waarop mannen indruk op vrouwen proberen te maken.'
Schieman: 'De imperfectie van de man is een leuk thema om over te schrijven. Als ze allemaal perfect zouden zijn, ben je zo uitgeschreven. Mijn moeder zei vroeger altijd "Ik heb liever dat je slaapt" tegen me als ik stout was. Later kwam het idee in me op om de zin te gebruiken in een lied dat over een man gaat. De man in Ik heb liever dat je slaaptpraat altijd luid en is heel aanwezig. Eigenlijk is hij alleen maar lief als hij slaapt. Dat leek me een interessanter verhaal dan dat over mijn moeder.'

In veel van de nummers blijven jullie dicht bij jullie eigen ervaringen. Wat vindt jullie omgeving hiervan?
Schieman: 'Over het algemeen is het niet zo dat we hele persoonlijke dingen in onze nummers delen. De details die we erin verwerken, maken we heel theatraal. Een goed voorbeeld is een van onze nieuwste nummers, Het moordlied.'
De Boer: 'In dat nummer vermoord ik mijn vriend. Het nummer gaat over een vrouw die een heel monotoon leven leidt. In een poging om uit dit leven te stappen, vermoordt ze haar vriend. Om het verhaal levendig te maken, heb ik details over mijn eigen vriend gebruikt. Later zag hij de tekst thuis op de piano staan. Toen hij las hoe hij aan het einde van het stuk om zeep wordt gebracht, moest hij even slikken. Gelukkig kon hij de humor er ook wel van inzien.'

'Wanneer ik zonder Christine op het podium sta, krijg ik een beetje hartkloppingen.'

Jullie zijn heel veel samen. Doen jullie ook nog projecten zonder elkaar?
De Boer: 'Nee, niet veel. We schrijven weleens liedjes apart, maar wanneer iets echt goed is, komt het toch altijd wel bij Yentl en de Boer terecht. Het gebeurt maar zelden dat we iets buiten het duo houden.'
Schieman: 'We zijn allebei aangesloten bij een singer-songwritercollectief, waar we los van elkaar onze eigen liedjes spelen. Dat vind ik altijd veel spannender dan wanneer ik samen met Christine op het podium sta. Soms krijg ik zelfs een beetje hartkloppingen.'
De Boer: 'Wanneer ik met iemand anders speel, merk ik pas echt wat ik normaal gesproken aan Yentl heb. Samen zijn geeft een veilig gevoel. Toch is het ook leuk om dingen zonder elkaar te doen. Als je altijd met zijn tweeën bent…' Schieman: 'Dan verras je elkaar niet meer. Alleen spelen is een goede leerervaring. Als we samen zingen, zijn we altijd met elkaars stem bezig. Wanneer je solo zingt, ben je op jezelf aangewezen. Als ik alleen zin, gebruik ik mijn stem minder goed. Daarom is het goed om veel alleen te blijven oefenen.'

Yentl en de Boer 400xKomt jullie werk beter tot uiting als duo dan apart?
Schieman: 'Dat zou ik niet direct zeggen, maar we versterken elkaar wel. In het schrijven van liedjes en in het maken van voorstellingen vullen we elkaar zeker aan.'
De Boer: 'Bij het maken van een voorstelling heb je natuurlijk allebei je eigen smaak. Yen komt vaak met wat raardere fantasyideeën voor de show, zoals een pratende vogel of een donkere kelder. Zelf zou ik daar niet zo snel mee komen. Ik heb wat meer oog voor filosofische thema's. Over wat het leven is, of geluk.'
Schieman: 'Soms heb ik een idee, maar weet ik niet hoe ik dit het beste tot uiting kan brengen. Christine geeft er dan net een andere draai aan. Zo kom je samen op de beste ideeën.'

Zit er een houdbaarheidsdatum aan Yentl en de Boer?
De Boer: 'Wat mij betreft gaan we nog heel lang door samen.'
Schieman: 'Het samenspelen is altijd weer anders voor ons.We proberen onszelf continu te verbeteren. Door steeds in het moment te staan, blijft het leuk.'
De Boer: 'Het maakt ook niet uit hoe lang je een liedje al speelt, het publiek reageert altijd anders. Dat is het unieke van theater, het is een soort dialoog. Mensen vinden een liedje niet plotseling saai. Naast liedjes hebben we ook veel andere plannen. In een toekomstige show willen we graag met een muzikant erbij werken. Ook lijkt het ons leuk om een popalbum te maken, een hele andere sound. We willen onszelf vooral niet herhalen.'

 

 

Lees meer

Zeg maar Rob

D66-fractievoorzitter Rob Jetten had het in zijn eerste weken als voorman niet makkelijk met zijn mediaoptredens. Door zijn houterige antwoorden kreeg hij al snel de bijnaam 'Robot Jetten'. De start van zijn Kamerlidmaatschap in 2017 was minder enerverend. 'Mijn eerste weken in de Kamer waren best wel saai.'

Tekst: Rindert Oost
Foto's:
David van Haren

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

rob750x500

ANS en Rob Jetten gaan ver terug. De negentienjarige Jetten woonde als student Bestuurskunde in een naar eigen zeggen ontzettend brak studentenhuis. 'Alles was kapot en het tochtte enorm', lacht hij. Daarom besloot hij op zoek te gaan naar een nieuw onderkomen. Op datzelfde moment organiseerde ANS een nepkijkavond om te ontdekken hoe ver studenten zouden gaan om een kamer te bemachtigen. Jetten zag wel wat in de zogenaamde kamer van 35 vierkante meter voor een appel en een ei en hapte meteen toe. 'Het leek mij wel een gezellig huis', geeft hij meteen toe wanneer hem ernaar wordt gevraagd. 'Maar het was een hele rare kijkavond, een tikkeltje awkward. Ik moest allerlei gekke vragen beantwoorden. Toch viel het bij mij nog mee. Later las ik dat iemand zich zelfs had opgesloten in een koelkast om die kamer te krijgen.’ Tegenwoordig laat Jetten zich niet meer zo gemakkelijk in de maling nemen. Hij begon tijdens zijn studie als fractievoorzitter in de Nijmeegse gemeenteraad en heeft inmiddels zijn studentenkamer ingeruild voor de Tweede Kamer. Met zo’n tien jaar aan politieke ervaring, kreeg hij direct de zwaardere portefeuilles zoals klimaat en onderwijs toegewezen. In de media werd hij spottend het oogappeltje van Pechtold genoemd. Eind 2018 werd hij fractievoorzitter van regeringspartij D66. 'Dat is mij qua media-aandacht wel tegengevallen. Je weet dat je als fractievoorzitter in de spotlights komt te staan, maar dat de media-aandacht zo heftig is, kun je alleen maar ervaren.'

Veel mensen in Nederland kennen u vooral van uw mediaoptredens in de eerste week als fractievoorzitter. Die gingen niet echt soepel, of wel?
Lacht en antwoordt meteen: 'Zeg maar gewoon je, hoor.' Vervolgt: 'Nee, ik vond zelf mijn eerste week vrij dramatisch qua mediaoptredens. Van tevoren weet je dat er gezeik komt, alleen nog niet waarover. In mijn geval ging het over mijn houterige optredens omdat ik telkens dezelfde antwoorden gaf. Dit kwam omdat ik dacht toen ik fractievoorzitter werd: "Kut, ik moet de pers te woord staan. Ik mag geen fouten maken." Dat was gewoon mijn copingmechanisme. Nu ik erop terugkijk, vind ik het ook geen al te best plaatje, maar ik wilde bewijzen dat ik het beter kon doen.' Grijnzend: 'Zelf heb ik ook heel hard om Zondag met Lubach met Nijntje moeten lachen.'

Valt het fractievoorzitterschap erg tegen omdat je zo onder de loep ligt?
'Niet per se. Het is vooral gaaf dat ik nu dichter bij het vuur zit, aan de tafel waar de knopen worden doorgehakt. Vooral de media-aandacht viel me erg tegen. Je moet het meemaken om te begrijpen hoe het voelt als de paparazzi in je voortuin liggen en dat heel Nederland een mening over je heeft.'

Een van die meningen is dat je te jong zou zijn
Zuchtend: 'Dat krijg ik dus altijd te horen. In Nijmegen was ik 21 jaar toen ik als fractievoorzitter in de gemeenteraad begon. Ik moest toen onderhandelen met twee wethouders. "Veel te jong!" zeiden zij. Daar werd ik alleen maar strijdvaardiger van. Bij de eerste coalitieonderhandelingen in Nijmegen zat ik elke dag om half acht 's ochtends op het stadhuis om mij te laten bijpraten door ambtenaren. Als we dan om negen uur gingen onderhandelen, wist ik af en toe meer van het onderwerp dan de twee types die al vier jaar wethouder waren.' 

 

'Zelf heb ik ook heel hard om Zondag met Lubach met Nijntje moeten lachen'

 

Als je hier strijdvaardig van werd, waarom koos je dan uiteindelijk voor de Tweede Kamer? 
'Ik vond het leuk om als raadslid met beide benen in de stad te staan en bezig te zijn met concrete dingen. Na acht jaar kende ik de meeste dossiers echter wel, dus besloot ik voor mijzelf dat ik niet nog een keer de gemeenteraad in ging. In de tussentijd had ik meegewerkt aan het verkiezingsprogramma van D66 voor de Tweede Kamer. Ik dacht dat het wel heel tof zou zijn als ik ook mee mocht werken aan het realiseren van dat programma en wilde daarom de Kamer in.'

Kon je in de Kamer meteen volle bak aan de slag?
'Nee, eigenlijk totaal niet. Om heel eerlijk te zijn was het Kamerlidmaatschap in het begin best saai. Dat kwam vooral doordat deze coalitie een ontzettend lange formatie had. Als Kamerleden zaten wij gewoon de hele dag te wachten tot de onderhandelaars klaar waren met de formatie.'

Voerde je als Kamerlid in die eerste maanden dan niets uit?
Lachend: 'Ik heb ervoor gekozen om dan maar bij veel bedrijven, dorpen en steden op werkbezoek te gaan. Dat hield in dat ik het land introk om te zien hoe het er overal aan toe gaat. Dat was leuk, want dan ontdek je dat je als Kamerlid eigenlijk overal welkom bent. Uiteindelijk heb ik die zomer meer dan honderd van dat soort bezoeken gedaan. 'Na de formatie moest ik wel direct hard aan de slag. Vanaf dag één had ik zware portefeuille, zoals klimaat en onderwijs. Ik merkte wel dat ik het makkelijker had dan andere beginnende Kamerleden die niet uit de lokale politiek kwamen. Collega’s die nog nooit in de politiek hebben gezeten, weten soms meer af van een bepaald vakgebied dan andere Kamerleden of zelfs de minister. Maar diezelfde collega's kunnen zo in het onderwerp zitten, dat ze het lastig op een politieke manier kunnen benaderen. Die overstap was voor mij makkelijker, de politiek zat veel meer in mijn systeem. Ik was gewend om stukken behapbaar te maken en mijn mening over een onderwerp in een paar minuten te verwoorden.'

Rob geknipt400xGaan sommige onderwerpen jou als jonge nieuwkomer moeilijker af?
'Ik denk dat ik als jonge politicus vooral harder moet werken, omdat ik sommige dingen voor het eerst doe. Aan de andere kant kijken Nederlandse politici de afgelopen jaren naar de samenleving alsof zij managers zijn die de boel af en toe bij kunnen sturen. Ik vind dat je meer moet doen dan alleen bijsturen. Ik vind dat je voor een ideaal moet staan' Lachend: 'Met Rutte en Buma, die hier al tien jaar rondlopen – als het niet langer is - krijg je een interessante dynamiek binnen de coalitie.’ Als jonge politicus wil je dus een nieuwe visie uitdragen. Waar wil jij je op richten de komende jaren? 'Op korte termijn heeft het klimaat prioriteit, maar op lange termijn wil ik een sociaalliberale agenda. Ik denk dat onze generatie – als ik mij nog onder jullie generatie mag scharen - een ongemak voelt en op zoek is naar een soort zingeving. Alleen maar geld verdienen en meer marktwerking is niet het ideaal. Zo merken middeninkomens weinig van de economische voorspoed en hebben veel jonge mensen met een migratieachtergrond nog steeds een taalachterstand. Gelijke kansen voor iedereen, dat vind ik belangrijk. Hiervoor is wel een omslag in het denken nodig en die vereist een nieuwe generatie jonge politici.

 

'Ik zag mijzelf die rol wel vervullen nadat Alexander Pechtold was vertrokken'

 

Als je dat wilt bereiken, kun je dan niet beter als staatssecretaris in het kabinet gaan? Je gaf aan dat iemand in het kabinet dichter bij het vuur zit dan een fractievoorzitter.
'Een fractievoorzitter is, net als elk Kamerlid, uiteindelijk gekozen op basis van de ideeën die je zo goed mogelijk wil uitdragen. Als staatssecretaris ben je niet gekozen maar benoemd, en zit je in een van die grote torens met verantwoordelijkheid over honderden mensen. Daarnaast ben je ook maar met een klein stukje van de agenda bezig. Ik heb daar op dit moment geen zin in en ik vond dat wij genoeg geschikte kandidaten hadden.' Glimlachend: 'Ik ben ook pas 31 en wil eerst zien hoe vier jaar als Kamerlid bevallen' Toch ben je na anderhalf jaar fractievoorzitter geworden. Hoe heb je die beslissing genomen? 'Ik zag mijzelf die rol wel vervullen nadat Alexander Pechtold was vertrokken. D66 had meer nodig dan een tussenpaus en ik vond dat wij binnen de coalitie wel brutaler mochten worden. Wij zijn de gedeelde derde partij van Nederland, dus er moest iemand komen die er vol voor gaat.'

Was D66 volgens jou niet brutaal genoeg binnen de coalitie?
'Ik denk dat alle partijen vonden dat ze na zeven maanden onderhandelen brutaler mochten worden. Hoewel het regeerakkoord een belangrijk pakket aan afspraken is, mag je wel je

...
Lees meer

Zeg maar Rob

D66-fractievoorzitter Rob Jetten had het in zijn eerste weken als voorman niet makkelijk met zijn mediaoptredens. Door zijn houterige antwoorden kreeg hij al snel de bijnaam 'Robot Jetten'. De start van zijn Kamerlidmaatschap in 2017 was minder enerverend. 'Mijn eerste weken in de Kamer waren best wel saai.'

Tekst: Rindert Oost
Foto's:
David van Haren

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

rob750x500

ANS en Rob Jetten gaan ver terug. De negentienjarige Jetten woonde als student Bestuurskunde in een naar eigen zeggen ontzettend brak studentenhuis. 'Alles was kapot en het tochtte enorm', lacht hij. Daarom besloot hij op zoek te gaan naar een nieuw onderkomen. Op datzelfde moment organiseerde ANS een nepkijkavond om te ontdekken hoe ver studenten zouden gaan om een kamer te bemachtigen. Jetten zag wel wat in de zogenaamde kamer van 35 vierkante meter voor een appel en een ei en hapte meteen toe. 'Het leek mij wel een gezellig huis', geeft hij meteen toe wanneer hem ernaar wordt gevraagd. 'Maar het was een hele rare kijkavond, een tikkeltje awkward. Ik moest allerlei gekke vragen beantwoorden. Toch viel het bij mij nog mee. Later las ik dat iemand zich zelfs had opgesloten in een koelkast om die kamer te krijgen.’ Tegenwoordig laat Jetten zich niet meer zo gemakkelijk in de maling nemen. Hij begon tijdens zijn studie als fractievoorzitter in de Nijmeegse gemeenteraad en heeft inmiddels zijn studentenkamer ingeruild voor de Tweede Kamer. Met zo’n tien jaar aan politieke ervaring, kreeg hij direct de zwaardere portefeuilles zoals klimaat en onderwijs toegewezen. In de media werd hij spottend het oogappeltje van Pechtold genoemd. Eind 2018 werd hij fractievoorzitter van regeringspartij D66. 'Dat is mij qua media-aandacht wel tegengevallen. Je weet dat je als fractievoorzitter in de spotlights komt te staan, maar dat de media-aandacht zo heftig is, kun je alleen maar ervaren.'

Veel mensen in Nederland kennen u vooral van uw mediaoptredens in de eerste week als fractievoorzitter. Die gingen niet echt soepel, of wel?
Lacht en antwoordt meteen: 'Zeg maar gewoon je, hoor.' Vervolgt: 'Nee, ik vond zelf mijn eerste week vrij dramatisch qua mediaoptredens. Van tevoren weet je dat er gezeik komt, alleen nog niet waarover. In mijn geval ging het over mijn houterige optredens omdat ik telkens dezelfde antwoorden gaf. Dit kwam omdat ik dacht toen ik fractievoorzitter werd: "Kut, ik moet de pers te woord staan. Ik mag geen fouten maken." Dat was gewoon mijn copingmechanisme. Nu ik erop terugkijk, vind ik het ook geen al te best plaatje, maar ik wilde bewijzen dat ik het beter kon doen.' Grijnzend: 'Zelf heb ik ook heel hard om Zondag met Lubach met Nijntje moeten lachen.'

Valt het fractievoorzitterschap erg tegen omdat je zo onder de loep ligt?
'Niet per se. Het is vooral gaaf dat ik nu dichter bij het vuur zit, aan de tafel waar de knopen worden doorgehakt. Vooral de media-aandacht viel me erg tegen. Je moet het meemaken om te begrijpen hoe het voelt als de paparazzi in je voortuin liggen en dat heel Nederland een mening over je heeft.'

Een van die meningen is dat je te jong zou zijn
Zuchtend: 'Dat krijg ik dus altijd te horen. In Nijmegen was ik 21 jaar toen ik als fractievoorzitter in de gemeenteraad begon. Ik moest toen onderhandelen met twee wethouders. "Veel te jong!" zeiden zij. Daar werd ik alleen maar strijdvaardiger van. Bij de eerste coalitieonderhandelingen in Nijmegen zat ik elke dag om half acht 's ochtends op het stadhuis om mij te laten bijpraten door ambtenaren. Als we dan om negen uur gingen onderhandelen, wist ik af en toe meer van het onderwerp dan de twee types die al vier jaar wethouder waren.' 

 

'Zelf heb ik ook heel hard om Zondag met Lubach met Nijntje moeten lachen'

 

Als je hier strijdvaardig van werd, waarom koos je dan uiteindelijk voor de Tweede Kamer? 
'Ik vond het leuk om als raadslid met beide benen in de stad te staan en bezig te zijn met concrete dingen. Na acht jaar kende ik de meeste dossiers echter wel, dus besloot ik voor mijzelf dat ik niet nog een keer de gemeenteraad in ging. In de tussentijd had ik meegewerkt aan het verkiezingsprogramma van D66 voor de Tweede Kamer. Ik dacht dat het wel heel tof zou zijn als ik ook mee mocht werken aan het realiseren van dat programma en wilde daarom de Kamer in.'

Kon je in de Kamer meteen volle bak aan de slag?
'Nee, eigenlijk totaal niet. Om heel eerlijk te zijn was het Kamerlidmaatschap in het begin best saai. Dat kwam vooral doordat deze coalitie een ontzettend lange formatie had. Als Kamerleden zaten wij gewoon de hele dag te wachten tot de onderhandelaars klaar waren met de formatie.'

Voerde je als Kamerlid in die eerste maanden dan niets uit?
Lachend: 'Ik heb ervoor gekozen om dan maar bij veel bedrijven, dorpen en steden op werkbezoek te gaan. Dat hield in dat ik het land introk om te zien hoe het er overal aan toe gaat. Dat was leuk, want dan ontdek je dat je als Kamerlid eigenlijk overal welkom bent. Uiteindelijk heb ik die zomer meer dan honderd van dat soort bezoeken gedaan. 'Na de formatie moest ik wel direct hard aan de slag. Vanaf dag één had ik zware portefeuille, zoals klimaat en onderwijs. Ik merkte wel dat ik het makkelijker had dan andere beginnende Kamerleden die niet uit de lokale politiek kwamen. Collega’s die nog nooit in de politiek hebben gezeten, weten soms meer af van een bepaald vakgebied dan andere Kamerleden of zelfs de minister. Maar diezelfde collega's kunnen zo in het onderwerp zitten, dat ze het lastig op een politieke manier kunnen benaderen. Die overstap was voor mij makkelijker, de politiek zat veel meer in mijn systeem. Ik was gewend om stukken behapbaar te maken en mijn mening over een onderwerp in een paar minuten te verwoorden.'

Rob geknipt400xGaan sommige onderwerpen jou als jonge nieuwkomer moeilijker af?
'Ik denk dat ik als jonge politicus vooral harder moet werken, omdat ik sommige dingen voor het eerst doe. Aan de andere kant kijken Nederlandse politici de afgelopen jaren naar de samenleving alsof zij managers zijn die de boel af en toe bij kunnen sturen. Ik vind dat je meer moet doen dan alleen bijsturen. Ik vind dat je voor een ideaal moet staan' Lachend: 'Met Rutte en Buma, die hier al tien jaar rondlopen – als het niet langer is - krijg je een interessante dynamiek binnen de coalitie.’ Als jonge politicus wil je dus een nieuwe visie uitdragen. Waar wil jij je op richten de komende jaren? 'Op korte termijn heeft het klimaat prioriteit, maar op lange termijn wil ik een sociaalliberale agenda. Ik denk dat onze generatie – als ik mij nog onder jullie generatie mag scharen - een ongemak voelt en op zoek is naar een soort zingeving. Alleen maar geld verdienen en meer marktwerking is niet het ideaal. Zo merken middeninkomens weinig van de economische voorspoed en hebben veel jonge mensen met een migratieachtergrond nog steeds een taalachterstand. Gelijke kansen voor iedereen, dat vind ik belangrijk. Hiervoor is wel een omslag in het denken nodig en die vereist een nieuwe generatie jonge politici.

 

'Ik zag mijzelf die rol wel vervullen nadat Alexander Pechtold was vertrokken'

 

Als je dat wilt bereiken, kun je dan niet beter als staatssecretaris in het kabinet gaan? Je gaf aan dat iemand in het kabinet dichter bij het vuur zit dan een fractievoorzitter.
'Een fractievoorzitter is, net als elk Kamerlid, uiteindelijk gekozen op basis van de ideeën die je zo goed mogelijk wil uitdragen. Als staatssecretaris ben je niet gekozen maar benoemd, en zit je in een van die grote torens met verantwoordelijkheid over honderden mensen. Daarnaast ben je ook maar met een klein stukje van de agenda bezig. Ik heb daar op dit moment geen zin in en ik vond dat wij genoeg geschikte kandidaten hadden.' Glimlachend: 'Ik ben ook pas 31 en wil eerst zien hoe vier jaar als Kamerlid bevallen' Toch ben je na anderhalf jaar fractievoorzitter geworden. Hoe heb je die beslissing genomen? 'Ik zag mijzelf die rol wel vervullen nadat Alexander Pechtold was vertrokken. D66 had meer nodig dan een tussenpaus en ik vond dat wij binnen de coalitie wel brutaler mochten worden. Wij zijn de gedeelde derde partij van Nederland, dus er moest iemand komen die er vol voor gaat.'

Was D66 volgens jou niet brutaal genoeg binnen de coalitie?
'Ik denk dat alle partijen vonden dat ze na zeven maanden onderhandelen brutaler mochten worden. Hoewel het regeerakkoord een belangrijk pakket aan

...
Lees meer