Festival op maat

Festivaldirecteur Eric van Eerdenburg wil Lowlands onderscheiden van andere evenementen. Hier komt niet altijd een strak uitgedacht plan bij kijken, want vaak maakt hij keuzes gevoelsmatig. 'We programmeren op gevoel en dat is vaag.'

Tekst: Wout Zerner
Foto's: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

In de informele sfeer van Restaurant Amsterdam werkt Lowlands-directeur Eric van Eerdenburg afspraak na afspraak af. Sinds 2000 staat hij aan het roer van het festival dat in augustus alweer voor de 26ste keer wordt gehouden. Zijn jarenlange ervaring betekent echter niet dat Van Eerdenburg het rustig aan kan doen. 'Voor mij zijn april en mei de drukste maanden', vertelt hij. 'Het festivalprogramma moet klaar zijn voordat ik halverwege mei op vakantie ga, want vanaf dat moment moet het productieteam ermee aan de slag.'

Inmiddels heeft Van Eerdenburg nog maar een paar weken over voor die vakantie plaatsvindt en moeten de laatste plekjes in de muziekprogrammering nog worden ingevuld. Naast muziek is er op Lowlands, net als op veel andere festivals, een randprogramma met bijvoorbeeld film en theater. De festivaldirecteur moet daar het meeste nog voor regelen. 'Mijn focus ligt nu vooral bij het randprogramma en de sponsoren', legt Van Eerdenburg uit. 'Voor dit interview had ik een afspraak met Amnesty International. Zij komen dan vertellen dat ze graag op Lowlands willen staan en wat ze daar willen doen.' Plots rinkelt de telefoon van de festivaldirecteur. Verstoord kijkt hij naar het scherm en verontschuldigt zich. 'Sorry, maar deze moet ik echt even opnemen.' Eenmaal terug aan tafel vertelt Van Eerdenburg over de sfeer van Lowlands, het onderscheidende karakter van het festival en de complexiteit van het samenstellen van een line-up. 'Ik vind dat we als festival voorop moeten blijven lopen.'

EvE Facebook

Haantje de voorste
Lowlands wil graag een koppositie binnen de festivalwereld innemen. Door de grote concurrentie van andere festivals is dat volgens Van Eerdenburg niet makkelijk. 'Tegenwoordig is het moeilijker om je te onderscheiden met het muziekprogramma, omdat er een beperkte keuze is uit acts die op dat moment in Europa op tournee zijn. Deze artiesten zijn maar een bepaalde tijd in Europa en staan in die periode op veel andere festivals die rond dezelfde tijd worden gehouden. De bezoeker is bereid om op de trein of het vliegtuig te stappen om naar bijvoorbeeld Pukkelpop en Sziget te gaan.' Lowlands moet dus op zoek naar andere manieren om op te vallen. Niet alleen op het gebied van de muziek zijn festivals meer op elkaar gaan lijken. 'Het onderscheidende vermogen van Lowlands is nu minder groot dan het bij de eerste editie was', vertelt Van Eerdenburg. 'In die tijd waren eigenlijk alle festivals een groot podium in een weiland met een biertent en een hamburgerkraam. Wij zijn toen begonnen met meerdere podia en meer variatie aan eten, waardoor het festivalterrein een ministadje werd. Veel concurrenten hebben dit overgenomen.'

Toch probeert Lowlands zich, in de ogen van de festivaldirecteur nog steeds te onderscheiden van andere festivals. Volgens hem is de sfeer op Lowlands een belangrijke factor. 'Die sfeer ontstaat doordat er alleen maar kaarten voor het hele weekend te koop zijn', vertelt Van Eerdenburg. De festivaldirecteur heeft duidelijk een voorkeur voor mensen die een heel weekend naar een festival gaan. Door geen dagkaarten te verkopen, probeert Lowlands een bepaalde sfeer te creëren, waarbij de festivalbezoekers een sterke verbondenheid voelen. 'Door enkel weekendkaarten te verkopen, komen er niet elke dag nieuwe mensen binnen die alleen komen voor de hoofd-act. Die mensen nemen weer andere energie mee.' Lachend voegt Van Eerdenburg toe: 'In plaats daarvan valt iedereen langzaam samen om naarmate het weekend vordert. Omdat iedereen hetzelfde meemaakt ontstaat een verbondenheid.'

'We programmeren nu meer hiphop en elektronische muziek, maar er is er geen harde lijn.'

Omdat bezoekers drie dagen lang op het festivalterrein zijn, wil de organisatie van Lowlands ze ook andere vormen van vermaak aanbieden. Het randprogramma met onder andere film en theater wordt volgens Van Eerdenburg op maat gemaakt voor de festivalbezoekers. 'Wij denken dat mensen die houden van de muziek die op Lowlands staat geprogrammeerd ook interesse hebben in daaraan gerelateerde maatschappelijke onderwerpen en films.'

'De bezoeker van Lowlands bevindt zich nog vooral in de alternatieve scene, al lopen die hokjes nu meer in elkaar over dan twintig jaar geleden.' Sinds het ontstaan van het festival richt de organisatie zich dus vooral op deze doelgroep. Dat betekent niet dat Lowlands niet open staat voor nieuwe dingen. 'We gaan met de tijd mee', legt Van Eerdenburg uit. 'Zo programmeren we meer hiphop en elektronische muziek, maar er is er geen harde lijn. We boeken gevoelsmatig en dat is vaag.' Hij voegt daar lachend aan toe: 'Studenten willen alles wetenschappelijk vastleggen, maar het is gewoon vaag en niet goed onder woorden te brengen.'

Eve 2 grootEen divers geluid
Hoewel Lowlands zich graag als vooruitstrevend presenteert, kunnen ze dat niet op alle fronten waarmaken. Momenteel is het programma op het gebied van genderverhoudingen echter nog niet zo divers. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd. In het programma van 2018 vormen vrouwen slechts een fractie van de grote namen op het affiche.

Wanneer Van Eerdenburg hiermee wordt geconfronteerd, valt er een stilte, waarna hij bekent: 'Een goede verdeling tussen man en vrouw in het muziekprogramma is niet het voornaamste waar wij naar kijken bij het samenstellen van het programma. We kijken vooral hoeveel kaarten een act verkoopt, dus of zij een kleine zaal als Doornroosje of juist een grote zaal zoals de Ziggo Dome uitverkopen. In mijn ogen beslist het publiek vooral wat er op welke plaats in het programma staat, doordat zij kaartjes voor de zaalshows kopen.' Lowlands denk dus niet alleen vanuit idealen, maar hecht ook veel waarde aan commercie. De festivaldirecteur heeft wel een verklaring voor de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen. 'In de muziekwereld zijn er gewoon minder acts die vrouwen als lead hebben', zegt Van Eerdenburg peinzend. 'We programmeren niet bewust weinig vrouwen. Ik zou het toejuichen als er meer acts met een frontvrouw komen.'

Het is overigens niet zo dat elke artiest die veel kaarten verkoopt door Lowlands wordt geboekt. Een act moet wel passen bij het festival en die beslissing is niet altijd te verklaren, legt Van Eerdenburg uit. 'Dit jaar hebben we Dua Lipa geboekt. Dat is pop, maar haar vinden we wel passen op ons festival, terwijl wij een ander popmeisje te glad kunnen vinden. We kunnen niet met harde argumenten onderbouwen waarom we dat vinden. Het is meer een gevoel dat we volgen.'

Dat vrouwen op het festival minder vertegenwoordigd zijn dan mannen, betekent niet dat Lowlands niet bezig is met diversiteit. 'Bij de acts hebben we als festival beperkte invloed op de genderverhoudingen, maar bij onderdelen waar we dat wel hebben, letten we daar goed op. Zo zorgen we bij de presentatoren voor een goede man-vrouwverdeling. Daarnaast zijn er door het binnenhalen van hiphop en wereldmuziek allerlei verschillende etniciteiten vertegenwoordigd in de line-up.' Ook was er in 2017 voor het eerst een gaybar op Lowlands, vertelt Van Eerdenburg. 'Deze bar wordt dit jaar alweer groter en zal volgend jaar ongetwijfeld nog verder groeien', voegt hij trots toe. De diversiteit is een aandachtspunt voor de festivaldirecteur, maar dat vindt hij zeker niet het belangrijkste. 'Voor mij moeten de grote lijnen binnen de line-up kloppen. Alle genres moeten evenwichting vertegenwoordigd zijn.' Deze manier van kijken zorgt ervoor dat je wel eens een buitenkansje links laat liggen. 'Dit jaar konden we een grote hiphop-act boeken, maar we hadden al veel acts binnen dit genre op het programma. We kiezen er dan voor om die grote naam niet te boeken, maar dan nemen we een artiest uit een genre dat nog minder is vertegenwoordigd.' Over de grote act die Lowlands dit jaar niet heeft geboekt, wil Van Eerdenburg niks loslaten. Glimlachend zegt hij: 'Volgens de pr-wetten moet je nooit zeggen wie je niet hebt kunnen krijgen.'

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Arriva-treinen

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Arriva, streekvervoer met streken
Ingeklemd tussen twee hijgende dikzakken kijk je hoe de persoon voor je selfies zit te maken. Ondertussen volg je onvrijwillig het telefoongesprek van een meid die aan de andere kant van de coupé zit. Ze gaat vanavond sushi eten met vriendinnen. Fijn om te weten. Je probeert nog even een dutje te doen, maar wordt ruw gewekt als de trein zonder aanleiding abrupt stopt en een paar tellen later weer verder rijdt. Als er ook nog wordt medegedeeld dat de trein niet verder rijdt dan station Mook/Molenhoek, is de Arriva-experience compleet. Arriva-sprinters zijn een noodzakelijk kwaad voor velen van ons, maar waarom zijn ze eigenlijk zo kut?

Allereerst, de stoelen zijn altijd te klein voor je. Ergens in het hoofdkantoor van Arriva is bepaald dat reizigers slechts een zitoppervlak van 6,5 cm2 hebben. Als gevolg zit je ieder ritje naar thuisthuis tegen een of andere naar rioolwater stinkende goorlap aangedrukt.

Verder is de kans dat je rust vindt in een Arriva-trein even groot als de kans dat je rust vindt in de TKB tijdens carnaval. Bij ieder dorpsstationnetje stroomt de trein vol met een horde luidruchtige orks gekleed in vuilniszakjassen. Ze komen steevast in groepjes van drie of vier de rust verstoren met hun onophoudelijke geouwehoer over bier, school en scooters.

Bovenop al die nadelen komt nog dat Arriva-sprinters even betrouwbaar zijn als je manipulatieve ex-vriendje. Ze rijden niet op stroom, maar op diesel. Op de Limburgse leeuw op de zijkant na zijn het praktisch derderangs kolentreinen uit de voormalige Sovjet-Unie.

Als klap op de vuurpijl heeft Arriva een rijk repertoire aan sadistische trucjes in huis. Zo koppelen ze wel eens lukraak het achterste treindeel los, zodat je een half uur in de kou kunt gaan staan wachten op station Boxmeer. Hopelijk ben je nog vruchtbaar als je om half twaalf weer eens terug bent op je kamertje.

Al die nadelen zouden niet zo zwaar wegen als er tenminste wifi was om de misère te vergeten. Maar helaas, wifi in een Arriva-sprinter is net als Sinterklaas: het bestaat niet en steeds minder kinderen geloven erin.

Aldus is mijn reisadvies aan jullie om Arriva-sprinters te mijden als een leprakolonie. Pak de fiets. Of de benenwagen desnoods. Of bel je ouders op dat je de komende vijf jaar niet meer thuiskomt. Alles. Behalve. Arriva.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Groepsopdrachten

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

'Oké, laten we er maar een eind aan breien. We hebben de hele middag overlegd, maar gelukkig hebben we wel een Drive aangemaakt en de opdracht verdeeld.' Apathisch blijf je voor je uitstaren. In deze vier uur had je de groepsopdracht gemakkelijk in je eentje kunnen maken en volledig met een ganzenveer kunnen uitschrijven op een stel rijstkorrels. In plaats daarvan heb je met je groepsgenoten de hele middag lang zwijgend naar een leeg Word-bestand zitten staren. Groepswerk is standaard te kut voor woorden, maar waarom eigenlijk?

Groepsgenoten. In veel gevallen heb je geen concreet bewijs dat ze echt bestaan. Je ziet dat ene Hans bij je groepje is ingedeeld en probeert contact met hem te krijgen. Je stuurt hem eerst een mail. Daarna stuur je hem een Facebook bericht. Pas na een maand krijg je een reactie. 'Jo, sorry voor de late reactie. Ik was op skivakantie en ben pas net terug. Stuur maar wat ik moet maken.' Thanks voor je input, Hans.

Aan de andere kant van het spectrum heb je de autoritaire regelneef. Terwijl ze staat uit te leggen hoe de taakverdeling eruit gaat zien, beeld je haar in met een SS-uniform aan. Staat perfect. Als ze klaar is ga je uit vrees voor keiharde represailles maar meteen aan de slag met je toegewezen stukje. Je levert het op tijd in bij de Hauptstrumführerin. Binnen een uur krijg je al een reactie. Haar passief-agressieve mail is samen te vatten in drie woorden: doe maar opnieuw.

Dan zijn er nog de moeilijkheden om een groepsmeeting te plannen. Groepsgenoot A is een prominente pik bij de studentencurlingvereniging, groepsgenoot B moet zich per se iedere avond vakkundig de tering in zuipen op de sociëteit en groepsgenoot C verlaat alleen voor tentamens en de uitbraak van WO III zijn ouderlijk huis. Als je de agenda's bij elkaar legt, kom je erachter dat het eerst mogelijke moment voor een afspraak 24 mei 2026 tussen 9.30 en 11.30 uur is.

Uiteindelijk is het tien uur 's avonds op de dag van de deadline. Jij doet de laatste check, omdat jouw deel minder werk zou zijn. Je kijkt naar wat de anderen ervan gemaakt hebben en ziet dat het deel van je ene groepsgenoot vol spelfouten staat, het deel van je andere groepsgenoot maar twee zinnen lang is en het laatste deel wegens onbekende redenen in het Hongaars is geschreven. Volgende keer alleen doen? Ja.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Uiteten

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Je loopt met je vriendin door de stad en opeens zegt ze: 'Kijk, drie gangen voor vijftien euro! Inclusief drankje. Doen?' Je wil geen skere joekel zijn – zij weet ook dondersgoed dat ome DUO gisteren nog een mille op je bankrekening heeft gestort – en gaat akkoord. Een kwartier later zit je naar je armetierige kop tomatensoep met "verse" basilicum te staren en heb je al spijt.

Restaurants proberen studenten naar binnen te lokken met schijnbaar goede deals. "Drie gangen voor 15 euro." Of meer accuraat: "Drie teleurstellingen voor 15 euro". Je mag kiezen wat je wil en dat voor een vaste prijs. "Kiezen" komt helaas neer op een keus maken tussen een sneue carpaccio of een veredeld cup-a-soupje als voorgerecht, een McAnusburger of een platgetrapte schnitzel als hoofdgerecht en als nagerecht een vormloze dame blanche of twee kubieke millimeter cheesecake.

Met je hongerige kop kies je uiteindelijk voor de hamburger en de dame blanche. Had je dan niet beter naar een snackbar kunnen gaan? Ja. Ze jassen een satéprikker door je burger, pleuren het op een wit vierkant bord en gooien er wat sla met accuzuurdressing bij, maar in de essentie krijg je hetzelfde voer als van Ali's snackcorner. Alleen dan wel twee keer zo duur.

Daarnaast zijn de restaurantbazen nog lang niet tevreden als ze je zuurgeleende vijftien euro hebben afgetroggeld. Ze maken het eten zo intens zout dat het fysiologisch onmogelijk is om je maaltijd met enkel je startbiertje van 15 cl te trotseren. Verder zijn de vijf frietjes die je bij je hoofdgerecht krijgt nooit voldoende en moet je altijd bijbestellen. En als je een ander sausje wil dan Zaanse smegmamayonaise of ketchup moet je natuurlijk ook lappen.

Vervolgens heb je nog trek als de drie aanfluitingen plus consumptie achter de kiezen zijn. Je verlaat samen restaurant Den Ouden Vreetschuur en stelt voorzichtig voor om nog even snel een zak chips te halen 'voor straks op de bank'. De blik die je dan van je vriendin krijgt toegeworpen maakt het droevige etentje compleet. Vol medelijden en walging vraagt ze zich af hoe ze in godsnaam ooit voor zo'n onverzadigbare vreetbeer heeft kunnen vallen.

Dus, maak van studentenmenu maar studentenmenooit en duik de volgende keer als je eens iets anders wil dan je gebruikelijke pasta pesto maar gewoon de snackbar in.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Vakantieverhalen

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Je bent erin geluisd. Het verhaal van je huisgenootje begon zo schattig en onschuldig, maar inmiddels zit je al vijf minuten schokkerige videobeelden van een Vietnamees marktje te bekijken. 'Kijk hoe simpel ze daar leven. Dat is toch geweldig! Eigenlijk moeten we dat hier ook meer doen.' Haar homemade footage werd voorafgegaan door een half uur durende diashow van Aziatische boertjes die hun verschrompelde landbouwproducten tevergeefs aan de man proberen te brengen. Vooral vlak na de zomer moet je op je hoede zijn. Voor je het weet is je beste vriend net terug van een 'supergave' reis door Turkmenistan of heeft je stapmaat zojuist vier weken met een rugzak door de Baltische staten gebanjerd. Pas op voor reisverhalen.

'Het is toch leuk om over iemands vakantie te horen?' Nee. Etiketten van bierflesjes aftrekken is leuk, naar iemands reisverhaal luisteren niet. Misschien zouden vakantieverhalen wat beter aan te horen zijn als daadwerkelijk het woord 'vakantie' in de mond zou worden genomen, maar dat is vloeken in de kerk. Tien dagen op je luie gat zitten ergens op een strand in de Antillen is getransformeerd tot 'echt even weer mijn rust vinden.' Aapjes en plantjes kijken in de rimboe valt tegenwoordig onder de noemer 'mijn band met de natuur herstellen.' Reisverhalen zijn altijd doorspekt met eyeopeners en 'diepe ervaringen' waarmee de verteller graag wil benadrukken dat jij een onderontwikkeld kleiboertje bent dat nog niet eens zijn eigen achtertuin kent.

Daarnaast zijn reisverhalen altijd even incoherent en onbegrijpelijk als je schoonmoeders kledingkeuze. 'En toen gingen we naar een oud vissersdorpje. O nee, dat was de dag daarna. Nee, eerst gingen we naar een oude tempel. Ja, eigenlijk is het een moskee. Of toch niet?' Dankjewel voor de heldere info. Het lijkt wel of je reislustige vriend door zijn enthousiasme de draad van zijn verhaal kwijt is. Of waarschijnlijker: hij heeft geen idee wat hij nou werkelijk gezien heeft. Je vriend zat zonder twijfel alvast na te denken over welke McFlurry hij na de tour zou bestellen terwijl de gids uitweidde over de geschiedenis van Bali's oudste boeddhistische tempel.

Dus kijk goed uit wanneer je studiegenoot opeens een foto van zichzelf op een struisvogel onder je neus schuift. Wees gewaarschuwd wanneer plots de Brooklyn Bridge op de profielfoto van je sportbuddy verschijnt en ren vooral keihard weg als je studiemaatje quasinonchalant laat vallen dat zij een jetlag heeft.

 

Lees meer

Het ene cijfer is het andere niet

Veel studenten willen een deel van hun studie in het buitenland spenderen. Ze zijn echter niet altijd goed ingelicht over de voor- en nadelen van hun bestemming. De Radboud Universiteit moet daarom meer aandacht besteden aan de voorlichting over de situatie die studenten op buitenlandse universiteiten aantreffen.

Tekst: Jean Querelle en Wout Zerner
Illustratie: Jonne Aghabozorg

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS. 

Een semester in het buitenland studeren is voor veel studenten een welkome afwisseling van de alledaagse sleur van de Radboud Universiteit (RU). Sommige studenten grijpen hun tijd over de grens aan om monumenten te bekijken of op het strand te liggen. Degenen die naar het buitenland vertrekken om nieuwe kennis op te doen, schrikken soms van het verschil in onderwijsniveau ten opzichte van de RU. Om een weloverwogen keuze te maken voor een buitenlandse universiteit is goede informatie over het instituut in kwestie nodig. Vanuit de RU is er echter weinig voorlichting over de verschillen tussen universiteiten. Hierdoor lopen studenten tijdens of na hun tijd over de grens tegen problemen aan.

Illu openings grootNiveauverschillen
Het regelen van een verblijf in het buitenland is voor studenten veel werk, waardoor velen er niet bij stilstaan dat de kwaliteit van het onderwijs minder kan zijn. Uit een lange lijst met mogelijke bestemmingen wordt vaak de leukste gekozen. Vervolgens moet de student zich al snel richten op praktische zaken zoals huisvesting en verzekeringen, waardoor onderwijstechnische zaken minder aandacht krijgen. Politicologiestudent Nanda van der Sloot, die een half jaar in Edinburgh studeerde, vertelt: 'Je krijgt een lijst met landen waar je naartoe kan gaan om te gaan studeren. De voor- en nadelen van de universiteiten worden nauwelijks toegelicht.' Geschiedenisstudent Annabel Buiter, die momenteel in Belfast studeert, beaamt dat. 'Pas in Belfast kreeg ik een goed beeld van de kwaliteit van de universiteit. Vanuit de RU
is geen voorlichting gegeven over de verschillen tussen universiteiten.'

Ondanks de niveauverschillen die deze studenten ervaren, voldoen alle universiteiten in Europa aan bepaalde eisen. 'Elke onderwijsinstelling waar wij studenten heen sturen moet aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden voldoen', vertelt Wessel Meijer, hoofd van het International Office. 'In Europa hebben we afspraken over de kwaliteit van onderwijsinstellingen en wij vertrouwen erop dat onze partneruniversiteiten deze regels naleven.' Studenten mogen dus verwachten dat universiteiten een bepaald basisniveau hebben, maar de RU erkent dat tussen de onderwijsinstellingen verschil bestaat. 'Een variatie in kwaliteit tussen universiteiten zal altijd bestaan, net zoals de kwaliteit van twee docenten van dezelfde opleiding kan verschillen', zegt Meijer. Hij vindt het niet puur de verantwoordelijkheid van de universiteit om studenten goed te informeren. 'De universiteit maakt een voorselectie van universiteiten. We verwachten van studenten dat ze zelf op onderzoek uitgaan. De RU kan niet voor iedere studie aan een buitenlandse universiteit een boekwerk met informatie opstellen.'

Goochelen met cijfers
Wie de eerste aanpassingsproblemen over de grens heeft overwonnen, krijgt zodra de cijfers binnenstromen te maken met nieuwe problemen. De manier waarop de behaalde resultaten worden weergegeven, is vaak anders dan in Nederland. Om een helder beeld te krijgen van de waarde van de prestaties van RU-studenten, is het noodzakelijk dat de cijfers worden omgezet naar het Nederlandse cijfersysteem. Hoe dit precies gebeurt, is voor sommige studenten echter onduidelijk. 'Het omrekenen van de cijfers is een beetje vreemd. Ik heb wel een omrekentabel gekregen van een professor in Belfast, maar weet nog steeds niet precies welke cijfers ik volgens de RU heb gehaald', geeft Buiter aan. Als het aan Van der Sloot ligt, moet de universiteit überhaupt stoppen met het omrekenen van cijfers. 'Naar mijn mening zijn mijn cijfers te laag uitgevallen, omdat de omgezette cijfers niet overeenkomen met de waarde die er in het Verenigd Koninkrijk aan wordt gehecht. Ik vind dat cijfers eigenlijk helemaal niet omgezet op het diploma moeten staan, omdat het niet mogelijk is om de resultaten op een eerlijke manier om te zetten.'

De verwarring over het omzetten van resultaten komt volgens Meijer door een verschil in de manier waarop cijfers worden gewaardeerd en toegekend. 'In Nederland hanteren we een systeem met tien getallen. De eerste vijf zijn onvoldoende en de negen en tien worden nauwelijks uitgedeeld. Hierdoor blijven er eigenlijk maar drie cijfers over die de meeste studenten behalen', vertelt Meijer. In het Verenigd Koninkrijk wordt daarentegen gebruikgemaakt van een systeem met percentages. Dergelijke verschillen maken het omzetten van cijfers lastig. De RU doet haar best om cijfers zo goed mogelijk te vertalen naar het Nederlandse systeem, door gebruik te maken van een conversietabel. Met deze lijst zijn de in het buitenland behaalde cijfers terug te rekenen naar het Nederlandse systeem.

'Het cijfer van een buitenlandse universiteit is eerder een advies dan een vastgelegd feit.'

'De tabellen worden gemaakt met behulp van een database', vertelt Meijer. Zo'n tabel is volgens Van der Sloot niet op alle buitenlandse universiteiten toepasbaar. 'Voor de universiteit van Edinburgh was geen tabel beschikbaar.' Hierdoor kan het gevoel ontstaan dat het omzetten vooral is gebaseerd op nattevingerwerk. Wel is de examencommissie bij zulke specifieke gevallen altijd een extra controleorgaan, legt Meijer uit. 'We nemen nooit zomaar een cijfer over van een buitenlandse universiteit. De examencommissie is altijd bevoegd om een cijfer aan te passen, omdat het cijfer van een buitenlandse universiteit eerder een advies is dan een vastgelegd feit.'

Studenten lopen in het buitenland vaak tegen problemen aan omdat ze niet genoeg kennis hebben over hun bestemming. Ze voelen zich niet genoeg geïnformeerd door de universiteit. De universiteit verwacht dat studenten zich zelf verdiepen in hun nieuwe omgeving, maar dit schiet er nog wel eens bij in tijdens de drukke voorbereidingsperiode. Door een geheugensteuntje vanuit de universiteit over zaken waar de buitenlandreiziger niet meteen aan denkt, kunnen eventuele onaangename verassingen, zoals een tegenvallende conversie van een behaald punt, worden voorkomen.

 

Lees meer

Het issue: de deeleconomie

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt.Deze editie: de deeleconomie.

Tekst: 
Jasper Bakkers en Joep Dorna
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

De deeleconomie begon als een prachtig ideaal waarbij consumenten hun ongebruikte bezittingen met anderen kunnen delen. Platformen van de deeleconomie profileren zichzelf als een maatschappelijk verantwoord alternatief voor het aanschaffen van nieuwe producten of het gebruik van commerciële diensten. Volgens de deelplatformen wordt hiermee milieuvervuiling tegengegaan en sociale betrokkenheid in de buurt bevorderd. Dit is inderdaad het geval bij sommige initiatieven, zoals Thuisafgehaald.nl en Peerby. Via deze platformen komen buurtbewoners bij elkaar over de vloer om maaltijden en spullen te delen. Ook grote bedrijven, zoals taxi-app Uber en verhuurwebsite Airbnb, beroepen zich op de nobele idealen van de deeleconomie, maar veroorzaken ondertussen veel overlast voor concurrerende bedrijven en burgers. Zo klagen reguliere taxichauffeurs over oneerlijke concurrentie van Uber. Inwoners van Amsterdam beklagen zich op hun beurt over hoge woningprijzen dankzij huisjesmelkers die woningen opkopen om via Airbnb te verhuren aan toeristen. Draagt de deeleconomie bij aan een betere wereld of veroorzaakt het vooral problemen?

Deeleconomie

Anne van Arkel, Community Manager van deelplatform Thuisafgehaald.nl
'Ik ben ervan overtuigd dat de deeleconomie iets kan bijdragen aan de sociale betrokkenheid in een buurt. Veel deelplatformen bieden de gelegenheid om je sociale netwerk uit te breiden en mensen in je buurt te leren kennen. Zo komen buurtbewoners via ons initiatief bij elkaar over de vloer om maaltijden af te halen. Het sociale aspect is bij ons minstens zo belangrijk als de maaltijd zelf. Deelplatformen kunnen zelfs worden ingezet om mensen in kwetsbare situaties te helpen. Wij koppelen bijvoorbeeld ouderen aan een thuiskok die hen wekelijks van een maaltijd voorziet. Zo woont de dochter van een oudere vrouw uit Apeldoorn in Amsterdam, waardoor zij niet iedere dag langs kan komen. Bij deze vrouw komt vijf keer per week een thuiskok over de vloer die voor haar kookt, en nog belangrijker, een oogje in het zeil houdt. Voor de moeder en dochter betekent de thuiskok dus veel meer dan alleen een maaltijd. We horen wel vaker dat buren en thuiskoks naar elkaar toegroeien.

'Voor veel deelplatformen zonder winstoogmerk is het helaas lastig om financieel het hoofd boven water te houden. Bij ons betalen de mensen die via onze website maaltijden delen slechts een kwartje per portie, maar dat dekt maar een vijftiende van de kosten die wij als platform maken. Daarnaast zijn we afhankelijk van samenwerking met gemeenten, landelijke fondsen en subsidies. Veel van die geldbronnen zijn echter van tijdelijke aard. Je moet iets verzinnen om levensvatbaar te blijven, zonder je maatschappelijke idealen te verliezen.'

'Een andere keerzijde van de deeleconomie is dat deelplatformen het gat tussen arm en rijk kunnen vergroten.'

Martijn Arets, onderzoeker naar de deeleconomie aan de Universiteit Utrecht
'De deeleconomie verlaagt drempels voor consumenten om zaken te doen met elkaar. Hierdoor kunnen zij extra geld verdienen met de spullen die ze al hebben. Tegelijkertijd ontstaat er zo een positief milieueffect. Goederen worden immers effectiever benut, waardoor er minder hoeft te worden geproduceerd. Stel je voor dat tien buren een boor delen, dan hoef je negen boren minder te produceren. Producenten zullen hierdoor minder inkomsten binnenkrijgen. Sommige bedrijven spelen hierop in door de levensduur van hun producten te verlengen en deze producten zelf te verhuren. Dit komt het milieu ook weer ten goede.

'Toch is er ook een keerzijde aan de deeleconomie. Wat betreft het milieueffect kan er een zogeheten reboundeffect optreden. Hiervan is sprake wanneer gevolgen die in eerste instantie positief zijn, omslaan in negatieve gevolgen. Zo verdwijnt het positieve milieueffect van het verhuren van je woning via Airbnb wanneer je van het verkregen geld met het vliegtuig op vakantie gaat.

'Een andere keerzijde van de deeleconomie is dat deelplatformen het gat tussen arm en rijk kunnen vergroten. Alleen als je zelf een auto of een huis hebt, kan je die verhuren. Wie niets heeft, kan ook niks delen. Tot slot kan het wegnemen van de drempels ook tot grote maatschappelijke problemen leiden. In New York zijn er naast de 13.000 taxichauffeurs met vergunningen, die daarvoor grof geld moeten betalen, 50.000 Uber-taxi's bijgekomen. Die weggenomen drempels hebben voor een oneerlijk speelveld gezorgd. De deeleconomie staat dus voor de uitdaging een balans te vinden tussen de positieve en negatieve gevolgen.'

'De meeste bedrijven binnen de deeleconomie zijn ooit begonnen als goed bedoelde particuliere initiatieven.'

Bernadet Naber, woordvoerder van brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland (KHN)
'Op dit moment hoeven online deelplatforms zich niet aan dezelfde regels te houden als reguliere ondernemers. Hotels hebben te maken met eisen voor brandveiligheid en moeten zich aan bepaalde hygiënevoorschriften houden, bijvoorbeeld om legionella te voorkomen. Daarnaast moeten ze toeristenbelasting afdragen. Deze eisen en belastingen zijn voor hotelondernemers vanzelfsprekend, want die komen weer ten goede aan de inwoners van de betreffende plaats. Mensen die een vakantiewoning op Airbnb aanbieden, hoeven zich niet aan al die regels te houden. Ze opereren onder de radar, want ze worden niet of nauwelijks gecontroleerd door toezichthouders, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Natuurlijk mag iedere burger iets extra's verdienen, maar wel onder dezelfde voorwaarden als reguliere bedrijven.

'De meeste bedrijven binnen de deeleconomie zijn ooit begonnen als goed bedoelde particuliere initiatieven. Bij overheidsinstanties was er veel welwillendheid om hen tegemoet te komen, omdat ze werden gezien als platformen die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. In veel gevallen is dat ook zo. Wat we op dit moment echter zien, vooral in grotere steden, is dat er op grote schaal panden worden opgekocht en via Airbnb verhuurd. Zulke uitwassen stroken totaal niet met de charmante ideeën waarmee de platformen ooit zijn begonnen. Deze bedrijven genereren inmiddels een aanzienlijke omzet, waardoor zij niet meer door idealistische waarden, maar door commercie worden gedreven. Daarom pleit KHN voor een landelijke registratieplicht voor particuliere verhuurders, zodat instanties ook deze verhuurders kunnen controleren. Ondernemers binnen de deeleconomie moeten aan dezelfde eisen voldoen als reguliere ondernemers en hierop worden gecontroleerd door de bevoegde instanties.'

'Er zijn ook veel bedrijven die zich profileren als deelplatform, terwijl zij dit volgens per definitie niet zijn.'

Wat is de deeleconomie?
Volgens een definitie van de Utrechtse hoogleraar Koen Frenken is er alleen sprake van een deelplatform wanneer consumenten hiermee spullen met elkaar delen die zodoende effectiever worden benut. Een goed voorbeeld van een deelplatform is Snappcar. Consumenten kunnen via deze website hun auto verhuren wanneer ze deze zelf niet gebruiken. Er zijn ook veel bedrijven die zich profileren als deelplatform, terwijl zij dit volgens per definitie niet zijn. Zo koopt Studentcar auto's op om te verhuren. Hiermee is dit platform eigenlijk een gewoon verhuurbedrijf. Om onder de deeleconomie te vallen, mogen goederen dus niet worden gekocht om te worden verhuurd. Hierbij maakt het niet uit of de verhuur tegen betaling is of niet. Ook mogen personen winst maken met het verhuren van hun goederen. De manier waarop deelplatformen geld verdienen, verschilt per bedrijf. Vaak wordt door het bemiddelende platform een commissie gevraagd wanneer twee consumenten zakendoen. Zo strijkt Snappcar 17,5 procent van de omzet per verhuurde auto op. Sommige not-for-profit initiatieven worden ondersteund door weldoeners. Peerby, een website waar buurtbewoners spullen als gereedschap met elkaar delen, wordt bijvoorbeeld ondersteund door goede doelen, loterijen en donateurs. Toch introduceren ook de idealistische platformen steeds vaker initiatieven die geld in het laatje moeten brengen. Peerby introduceerde bijvoorbeeld de mogelijkheid tot het vragen van een vergoeding bij het uitlenen van de spullen. Voor de platformen met een winstoogmerk is streven naar rendement al jarenlang bittere noodzaak om investeerders tevreden te houden. Dat de juiste investering kan leiden tot grote winst, laat Airbnb zien. Afgelopen jaar maakten zij zo'n 100 miljoen euro winst.

 

Lees meer

Het issue: Nederland wordt steeds hoger opgeleid

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: Nederland wordt steeds hoger opgeleid.

Tekst:
Myrte Nowee
Illustratie:
Jonne Aghabozorg

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

'Onderwijs is duur, domheid is duurder.' Oftewel: mensen hoog opleiden is een investering, maar het volledig waard. Met deze stelling prijst Rosanne Hertzberger, hoogopgeleid NRC-columnist, een steeds hoger opgeleid Nederland. Het maakt Nederland minder crimineel en bedrijven innovatiever, beweert ze. Niet iedereen deelt het toekomstbeeld van Hertzberger. Voor een functionerend land zijn namelijk ook praktisch geschoolde mensen nodig, vindt bijvoorbeeld de mbo-raad. Het zijn buschauffeurs, beveiligers en verzorgers die Nederland draaiende houden.

Het debat over de waarde van de verschillende opleidingsgroepen brandde los toen Marianne Zwagerman, een Nederlandse schrijver en columnist, tijdens een interview in woede uitbarstte toen iemand een vraag over 'lager opgeleiden' stelde. 'Dit mag je nóóit meer zeggen', antwoordde ze giftig. 'Als jij dat nog één keer zegt, zoek ik je op en hak ik je kop eraf!' Haar uitspraken leidden tot een publieke discussie over het nut van hoog opgeleid zijn. Aan de termen 'hoog' en 'laag' zou bovendien een onjuist waardeoordeel hangen. Heeft Zwagerman een punt, of heeft Hertzberger gelijk en moeten er meer hoogopgeleiden komen? ANS vraagt het drie experts.

Issue 450x

Frank Cörvers, hoogleraar demografische transitie, menselijk kapitaal en werkgelegenheid van Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
'Ik zie voornamelijk voordelen van een hoger opgeleid Nederland. Sommige politici stellen dat te veel Nederlanders van het hbo of wo afstuderen. De hoogopgeleiden, zouden beneden hun niveau moeten gaan werken. Hierdoor verdringen ze de lager opgeleiden op de arbeidsmarkt, is volgens die politici het idee. Naar mijn mening is dat niet het geval, omdat in Nederland de loonkloof tussen hoger- en lageropgeleiden steeds groter wordt. Hoogopgeleiden verdienen dus steeds meer dan laagopgeleiden. Als verdringing op de arbeidsmarkt op zou treden moet je dat ook zien in die loonkloof, maar dat gebeurt niet. Je ziet juist dat die kloof over de afgelopen decennia alleen maar groter wordt.' Hoogopgeleiden zijn, ondanks het groeiende aantal, nog steeds meer in trek dan lager opgeleiden. De vaardigheden en kennis die je opdoet tijdens een studie aan de universiteit of hogeschool, blijven zeer gewild. 'Wanneer er in de toekomst toch teveel hogeropgeleiden zijn, is het mogelijk dat grote groepen tijdelijk onder hun eigen niveau moeten werken voordat ze uiteindelijk kunnen doorstromen naar functies op een hoger niveau. Daarbij is het mogelijk dat het vergrote aanbod in hoger opgeleiden zijn eigen vraag gaat creëren. Het takenpakket van een van oorsprong laag opgeleide functie wordt in zo'n situatie bijvoorbeeld verbreed of complexer gemaakt. Dit kan omdat hier nu een hoogopgeleide gaat werken en deze meer hooi op zijn vork kan nemen. Hierdoor blijf je steeds meer hoogopgeleiden nodig hebben, zeker in een kenniseconomie als Nederland.'

'Zelf hoop ik dat scholieren gestimuleerd worden om een opleiding te volgen die het beste bij hem of haar past.'

Han van Krieken, rector magnificus van de Radboud Universiteit
'Naar mijn mening moeten we een heel diverse populatie van mensen in onze samenleving hebben, zowel hoger als lageropgeleiden. Ik heb een hekel aan de term 'hoger opgeleid', omdat het suggereert dat iemand die een uitstekende mbo-opleiding heeft gevolgd niet goed opgeleid is. Het idee dat iedereen maar zo 'hoog' mogelijk opgeleid moet worden, impliceert namelijk dat intellectuele arbeid beter of belangrijker is dan andere arbeid. Dat vind ik erg jammer, want daar doe je talent voor het oplossen van praktische problemen mee tekort. Mensen die deze vaardigheden hebben zijn reuze belangrijk op de arbeidsmarkt. Mensen die praktische problemen kunnen oplossen, vind je typisch op het hbo, terwijl mensen die met hun handen werken op het mbo te vinden zijn. Loodgieters, verpleegkundigen en verzorgenden zijn eigenlijk ook specialist op hun eigen terrein. Laatst hoorde ik dat je mensen die expert zijn in een vakgebied hoogopgeleid zou moeten noemen. Daar ben ik een voorstander van, want zo krijgen ook mensen in het mbo de erkenning die ze verdienen.

'Zelf hoop ik dat scholieren door zulke ideeën gestimuleerd worden om een opleiding te volgen die het beste bij hem of haar past, zonder druk te voelen om naar het hbo of wo te gaan. Universiteiten leiden mensen op met een acade-mische manier van denken, hogescholen vragen om een meer oplossingsgerichte en praktische denkwijze, terwijl mbo-opleidingen zich dan weer meer richten op praktisch handelen. Dit kan allemaal bij mensen passen en ik vind dit alle drie uitstekende opleidingsvormen.'

'Ik kan me niet voorstellen dat we een maatschappij zouden hebben waar we allemaal in een kantoor zitten en alleen maar denken.'

Tamar van Gelder, algemeen secretaris in het bestuur van de Algemene Onderwijsbond (AOb)
'Je hebt niets aan een wereld met alleen theoretisch geschoolden. Praktisch geschoolden zijn juist de ruggengraat van de samenleving. Verschillende groepen zeggen dat veel functies die worden ingevuld door praktisch geschoolden overgenomen kunnen worden door robots en computers. Toch zal er naar mijn mening altijd praktisch werk blijven waar mensen voor nodig zijn. Een robot kan namelijk geen handelingen uitvoeren waar menselijke interpretaties bij komen kijken. Natuurlijk, machines kunnen medicijnen produceren, maar ze kunnen mensen niet op een sociale manier verzorgen.

'Ik kan me niet voorstellen dat we een maatschappij zouden hebben waar we allemaal in een kantoor zitten en alleen maar denken. Toch neigen we daar heen te gaan. In de maatschappij stijgt de druk om een studie te volgen, omdat men denkt dat dit een hogere slagingskans op de arbeidsmarkt garandeert. Iedereen weet dat praktisch geschoolde specialisten vaak meteen aan de slag kunnen en hetzelfde kunnen verdienen als hoger opgeleiden.

'Op dit moment werkt de helft van Nederland op mbo-niveau, daarom is het belangrijk om hun toevoeging aan de maatschappij te benadrukken. De Algemene Onderwijsbond zet zich in voor mensen uit het middelbaar beroepsonderwijs. Het is ingewikkeld, want de beleidsmakers rondom mbo-functies hebben vaak zelf geen mbo-opleiding afgerond maar een hbo- of wo-opleiding gevolgd. Dat geldt ook voor mijzelf. Ik heb echter wel met mbo'ers gewerkt en dan krijg je een beter beeld van het belang van praktisch geschoolden en hoe belangrijk zij zijn voor de maatschappij.'

'Veel onderzoekers vinden het ook lastig om onderzoek te doen naar dit thema.'

Hoger onderwijs in de toekomst
Het aandeel hoogopgeleiden, of 'theoretisch geschoolden' zoals sommigen ze liever noemen, stijgt al jarenlang. Waar volgens het CBS in 2013 nog 28,3 procent van de Nederlandse bevolking hoger opgeleid was, steeg dit percentage in 2017 naar 43,8 procent. Deze stijging wordt vooral verklaard door de toename van het aandeel hoogopgeleide vrouwen. Vroeger was doorleren vooral iets voor mannen, tegenwoordig studeren er meer vrouwen af.

De verschuiving van laag- naar hoogopgeleid is ook te zien in het middelbaar onderwijs. Het aantal havo- en vwo-leerlingen stijgt, terwijl het aandeel vmbo-leer-lingen daalt. Naar schatting zal hierdoor de helft van de huidige scholieren uiteindelijk een diploma in het hoger onderwijs halen.

Wat zullen deze verschuivingen voor de economie betekenen? Wetenschappers kunnen er geen consensus over bereiken. Veel onderzoekers vinden het ook lastig om onderzoek te doen naar dit thema, omdat de behoefte naar verschillende opleidingsniveaus per land verschilt. In Zwitserland zal er bijvoorbeeld meer vraag zijn naar hoogopgeleide bankiers, terwijl er in Bulgarije juist meer behoefte zal blijven aan laagopgeleide arbeidskrachten. Welke kant het in Nederland op gaat, zal met de tijd duidelijk worden.

 

Lees meer

Het Issue: Seksrobots

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: de ontwikkeling van seksrobots.

Tekst: Pleun Weijers
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS

Seks met een robot? Volgens een recent afgenomen enquête van Middlesex University staat een op de vijf mensen ervoor open. Sex tech bedrijven hebben de laatste jaren veel geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van seksrobots. De eerste robots zijn gepresenteerd, al kunnen ze momenteel weinig meer dan een simpel gesprek voeren en houterige bewegingen maken. Heel sexy zijn ze dus nog niet, maar daar zou verandering in kunnen komen. Met behulp van kunstmatige intelligentie functioneren seksrobots in de toekomst mogelijk als volwaardige levenspartners, die zowel de seksuele als emotionele behoeftes van mensen kunnen bevredigen. Voorstanders zijn enthousiast, omdat seksrobots mensen meer vrijheid kunnen geven om hun seksualiteit uit te oefenen. Anderen zijn kritisch over de sociale gevolgen die de ontwikkeling met zich mee kan brengen. Is de opkomst van seksrobots positief voor onze samenleving, of juist niet? ANS geeft het woord aan drie specialisten.

Issue seksrobots grootLambèr Royakkers, universitair hoofddocent Ethiek van de Techniek aan de Technische Universiteit Eindhoven
'Ik denk dat de opkomst van seksrobots geen positieve ontwikkeling is, omdat het aangaan van relaties met seksrobots kan leiden tot desocialisatie. Wanneer we seks en relaties overlaten aan machines lopen we het gevaar om de sociale vaardigheden die hierbij komen kijken te verliezen. Seksrobots hebben geen imperfecties zoals mensen dat hebben, ze doen en zeggen precies wat jij wilt horen. Waarom zou je dan nog de moeite nemen om een relatie aan te gaan met een mens?

'Het zou jammer zijn als seksrobots ervoor zorgen dat we menselijke relaties te grabbel gooien. Het is misschien makkelijk om een relatie met een robot te beginnen, maar het blijft een simulatie. Je wordt eigenlijk continu voor de gek gehouden. Als we echt gaan fantaseren over robots die op een gegeven moment beseffen dat ze bestaan, komen we wat dichter in de buurt van een "echte" relatie. Tegelijkertijd ontstaat er daardoor een nieuw dilemma, omdat we dan moeten gaan praten over hun rechten. Als robots een bewustzijn krijgen, kun je er niet langer zomaar mee doen wat je wilt.

'Voor mij zijn seksrobots ethisch gezien dus problematisch. Een algeheel verbod gaat me daarentegen te ver. Wat mensen in hun slaapkamer doen, is hun eigen keuze. Wel zou ik een verbod willen op robots die op kinderen lijken. Daarmee kweken we een subcultuur waarbij we het normaal vinden dat mensen seks hebben met kinderen. Zo keur je pedofilie indirect goed. Daarnaast bestaat de kans dat kindseksrobots seksueel misbruik juist aanmoedigen.'

'Het is belangrijk dat we ons realiseren dat seksrobots nog lang niet gelijk zijn aan de mens.'

Chloé De Bie, klinisch psycholoog en seksuoloog en bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie
'De ontwikkeling van seksrobots is een ontzettend boeiend onderwerp, waar genuanceerd over nagedacht moet worden. Een groot voordeel van seksrobots is dat mensen op een vrije manier hun eigen seksualiteit kunnen onderzoeken zonder anderen daarmee te schaden. Je kan van alles uitproberen om te kijken of het jouw ding is. Hoewel lang niet iedereen seksrobots zal willen gebruiken, zie ik voor veel mensen mogelijkheden.Voor een koppel dat een trio wil uitproberen bijvoorbeeld, of voor iemand van wie de partner vaak van huis is. Ook kunnen ze worden ingezet op scholen om betere seksuele voorlichting te geven.

'Toch moeten we niet te naïef zijn, want er zijn zeker negatieve effecten. Een nadeel is dat seksrobots mogelijk de indruk geven dat seks moet kunnen wanneer we maar willen. We moeten ons daarom afvragen of een robot altijd "ja" moet zeggen. Dan zijn er nog andere ethische kwesties, zoals het maken van robots van kinderen, of een robotversie van je ex of overleden partner.

'Het is belangrijk dat we ons realiseren dat seksrobots nog lang niet gelijk zijn aan de mens. Het blijven veredelde seksspeeltjes. Soms gaat men erg ver in het pleiten voor de rechten van seksrobots. In de toekomst zal de technologie misschien zo ver zijn dat we ons moeten afvragen of een seksrobot nog wel een object is, maar nu is het nog een ding zonder eigen wil. Ze zijn in ieder geval een mooi middel om ons te laten nadenken over menselijke relaties en de normen en waarden rondom onze eigen seksualiteit.'

'Ik denk niet dat seksrobots de sociale relaties van mentaal gezonde mensen zullen beïnvloeden.'

Rob van den Hoven van Genderen, docent Robot Law en directeur van het Centre for Law and Internet aan de Vrije Universiteit Amsterdam
'Ik denk dat de opkomst van seksrobots een goede ontwikkeling is voor mensen die hun afwijkende seksuele behoeftes niet kunnen bevredigen, omdat die een bedreiging vormen voor anderen. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat kindrobots de behoefte aan seks met kinderen zouden stimuleren, maar dat ze juist kunnen helpen om misbruik te voorkomen. Een seksrobot kan ook mensen helpen die moeilijk in contact komen met andere personen. De man die onlangs in Toronto op een menigte inreed, deed dat waarschijnlijk om wraak te nemen op vrouwen, omdat hij vond dat hij te weinig aandacht kreeg. Misschien dat seksrobots kunnen helpen om dit soort gedrag te voorkomen.

'Verder denk ik niet dat seksrobots de sociale relaties van mentaal gezonde mensen zullen beïnvloeden. Een enkeling zal vervreemden van de maatschappij, maar dat ligt eerder aan het feit dat iedere behoefte tegenwoordig kan worden bevredigd via het internet en andere technologieën. Seksrobots zijn een eigenaardig fenomeen, maar ik denk niet dat je hun opkomst kunt of moet tegenhouden. Net zoals andere robots passen ze goed bij onze huidige samenleving.

'Privacy zou mogelijk een probleem kunnen vormen. Een Amerikaanse producent is ooit veroordeeld, omdat hij via WiFi gebruiksgegevens van vibrators verzamelde zonder toestemming te vragen. Seksrobots zullen waarschijnlijk zijn voorzien van cameraogen en geluidsopnameapparatuur, dus kunnen ze de meest intieme gegevens van hun gebruikers opslaan. Toch is het delen van persoonlijke data zo geïntegreerd in ons dagelijks leven dat het verschil tussen een robot en een app die je gegevens bijhoudt erg klein is.'

Seksrobots in de huidige samenleving
In zijn boek Love and Sex with Robots voorspelde robotspecialist David Levy dat seks en relaties met robots halverwege deze eeuw genormaliseerd zouden zijn. Inmiddels zijn we tien jaar verder, maar zover is de ontwikkeling nog niet gekomen. Momenteel komt robot Roxxxy, die op je reageert met flirterige zinnetjes, enigszins in de buurt. Volgens de website van de producent, TrueCompanion, heb je haar voor 9.995 dollar met je favoriete haarkleur in huis. Een ander bedrijf, Realbotix, werkt hard aan hun robot Harmony, die al expressie toont en je lievelingsboek kan onthouden. Ook zijn deze bedrijven bezig met de ontwikkeling van een mannelijke variant.

Seksrobots zijn echter nog lang geen ideale bedpartners. Voorlopig kunnen ze geen diepgaand gesprek voeren en zijn ze fysiek gezien makkelijk te onderscheiden van een mens. Bovendien zijn producenten niet altijd even open over hun producten en verkoopcijfers, waardoor het onduidelijk is hoe ver de industrie rondom seksrobots daadwerkelijk reikt. Tot dusver zijn er dan ook geen plannen bekend om robots te ontwikkelen die op kinderen lijken.

Het scenario dat Levy schetst is voor mensen dus nog een ver-van-mijn-bed-show. Toch leidt het onderwerp al tot veel discussie. Waar Levy bijvoorbeeld positief is over het idee van seksrobots, probeert robotethicus Kathleen Richardson met haar Campaign Against Sex Robots juist de negatieve kanten, zoals objectivering van vrouwen en kinderen, te belichten. Ondertussen blijft de opkomst van seksrobots vooral een theoretisch dilemma, maar het debat hierover leidt in ieder geval tot bewustwording van de ethische kwesties die ermee gepaard gaan.

 

Lees meer

Hoe meer zielen

Geweigerd worden bij kroegen, verenigingen en hospiteeravonden of door universitair studenten schamper 'figuurzagers' worden genoemd. Om duidelijk te maken dat dit echt niet meer kan, heten mbo'ers vanaf 2020 voor de wet ook studenten. Hoe past deze verbreding binnen de geschiedenis van het woord student en zal de verandering effect hebben?

Tekst: 
Aaricia Kayzer en Noor de Kort
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Een avond losgaan in de Drie Gezusters zit er voor mbo'ers niet in, want de kroeg laat doordeweeks alleen hbo'ers en wo'ers binnen. Ook op kijkavonden zijn ze vaak niet welkom, net als bij veel studentenverenigingen. De tweesplitsing tussen hbo'ers en wo'ers enerzijds en mbo'ers anderzijds is niet alleen zichtbaar tijdens een avondje stappen, ook voor de wet heten ze niet hetzelfde. De eerste groep wordt aangeduid als 'studenten', terwijl mbo'ers volgens de Wet educatie en beroepsonderwijs 'deelnemers' zijn. In de volksmond worden zij daarnaast vaak 'leerlingen' genoemd. Uit de aanspreekvormen 'deelnemer' en 'leerling' spreekt volgens de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), de belangenbehartiger van mbo-studenten, een negatief stereotype. Om vooroordelen over het mbo tegen te gaan, startte de organisatie dit voorjaar de actie #ditisnietmbo. Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, kwam vervolgens tegemoet aan de wens van veel mbo'ers: vanaf studiejaar 2020-2021 heten zij voor de wet ook 'student'. 'Jongeren in het mbo zijn net zo goed studenten als al die anderen', twitterde de minister, nadat het besluit was genomen. 'Door nu ook in de wet de term deelnemer te veranderen in het woord student doen we aan iedereen recht.' De beslissing leidt tot veel reacties, zowel positief als negatief. JOB is blij met de maatregel en ziet het als een teken van gelijke behandeling. Volgens anderen studeer je alleen aan de universiteit, zoals Quote-hoofdredacteur Sander Schimmelpenninck stelde in een uitzending van Pauw. Hoe is de tweedeling in de termen student en deelnemer ontstaan en zal het opheffen hiervan daadwerkelijk meer waardering voor mbo'ers opleveren?

Student2 400xjpgAl eeuwenlang gescheiden 
Het huidige onderscheid tussen studenten en leerlingen of deelnemers stamt al uit de middeleeuwen, vertelt Nicoline van der Sijs, hoogleraar Historische taalkunde aan de Radboud Universiteit (RU). De tweedeling is volgens Van der Sijs ontstaan door de toenmalige scheiding tussen het zogenoemde gilde-onderwijs en de Latijnse school. 'Het gilde-onderwijs was het beroepsonderwijs van nu', zegt zij. 'Kinderen die naar die school gingen, waren leerlingen. Dat is afgeleid van het Nederlandse werkwoord leren. Op de Latijnse school, het huidige gymnasium, werd Latijn gesproken en noemden de leerlingen elkaar met een Latijns woord studentes. Dat werd vernederlandst tot studenten.'

Deze middeleeuwse studenten gingen vervolgens naar de universiteit, waar zij zich in groepen organiseerden. Aan het begin van de negentiende eeuw kwam binnen deze groepen meer nadruk te liggen op intellectuele vorming, vertelt Pieter Caljé, gepensioneerd universitair hoofddocent Politieke Geschiedenis aan Maastricht University. 'Er ontstond een heel nieuwe studentencultuur, waarbij studenten zich in sociëteiten gingen organiseren.' Deze studentencultuur was nogal elitair en gesloten. 'Men zag studenten als de toekomstige bloem der natie', zegt Caljé. 'Contacten met personen buiten deze wereld werden geweerd, omdat dat een verzwakking zou zijn van de studentencultuur.' Tot 1870 waren studenten dan ook altijd lid van een studentencorps.

Dit veranderde in de loop van de negentiende eeuw, toen steeds meer jongeren uit burgerlijke milieus gingen studeren. 'Zij pasten niet echt binnen de corporale studentencultuur en richtten daarom hun eigen studentenverenigingen op', aldus Caljé. Met de toestroom van deze nieuwe groep kreeg de term student al een andere, minder elitaire lading. Het woord onderging in de jaren 70 van de twintigste eeuw opnieuw een betekenisverandering. 'De studentenaantallen namen toe, waardoor het merendeel van de studenten tegenwoordig geen lid meer is van de traditionele studentenvereniging', legt Caljé uit.

'Of je nu mbo, hbo, of wo doet, je bent student, want je leert voor de toekomst.'

Niet meer op de middelbare
De afgelopen twee eeuwen is de term student dan ook steeds breder toepasbaar geworden. Studenten van nu zijn niet per definitie lid van een vereniging en ze studeren niet altijd aan de universiteit: ook hbo'ers worden in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van 1992 aangeduid als studenten. Bovendien plukken hbo'ers tegenwoordig vrijwel dezelfde vruchten van het studentenleven als wo'ers. Zo laat Carolus Magnus sinds 1980 ook hbo-studenten toe. De mbo'er is een vanzelfsprekende toevoeging aan de groep studenten, vindt Timon van Engen, voorzitter van JOB. 'In eerste instantie was men alleen aan de universiteit een student, daarna kwam het hbo erbij, dus het is niet meer dan logisch dat ook mbo'ers studenten gaan heten.' Mbo'ers van het ROC Nijmegen lijken blij te zijn met de aanpassing. 'Of je nu mbo, hbo, of wo doet, je bent student, want je bent aan het leren voor je toekomst', vindt Lotte van Kruijsbergen, die een opleiding tot schoonheidsspecialiste volgt. 'Het zou niet mogen uitmaken op welk niveau dat is.' Hier sluit Maud Haselhorst, die Maatschappelijke Zorg 4 studeert, zich bij aan. 'We doen een vervolgopleiding op ons eigen niveau en zitten niet meer op de middelbare school.'

Ook de RU heeft geen moeite met de wijziging. 'Toen ik hoorde dat mbo'ers in de wet als deelnemers worden bestempeld, vond ik dat een gekke term', vertelt rector magnificus Han van Krieken. 'Dan denk je niet aan mensen die hard werken voor hun diploma, zowel theoretisch als praktisch. Ik vind het daarom helemaal niet vreemd dat zij student zullen worden genoemd.' Daarmee wil Van Krieken niet zeggen dat de opleidingsniveaus vergelijkbaar zijn. 'Ik vind het dat er een heel

'De wetwijziging is vooral bedoeld als erkenning van mbo-studenten.'

Twijfelachtig effect
Van Engen hoopt dat er door de wetswijziging meer erkenning komt voor mbo'ers. 'Zij moeten het gevoel hebben dat ze erbij horen, niet dat ze het afvoerputje van de samenleving zijn', aldus Van Engen. 'Mbo'ers verzetten dezelfde hoeveelheid werk als hbo'ers of wo'ers, alleen op een andere manier.'

Of het imago van mbo'ers inderdaad zal worden opgevijzeld door de wijziging, is nog maar de vraag, legt universitair docent Nederlandse Taalkunde Sterre Leufkens uit. 'Van deze groep bestaat een negatief stereotype en dat voorkom je niet door een nieuwe
term te gebruiken', stelt ze. 'Chirurgen hebben meer aanzien dan verpleegkundigen. Onterecht, maar dat is zo. Verpleegkundigen krijgen echter niet meer status als je hen ook chirurgen gaat noemen. Het tegenovergestelde kan gebeuren: de term 'chirurg' neemt in status af', vertelt Leufkens. Mogelijk gebeurt dit dus ook met de term student wanneer mbo'ers student gaan heten in plaats van deelnemer of leerling.

JOB ziet de term student dan ook niet als de oplossing voor het imagoprobleem waar mbo'ers mee kampen. 'De wetswijziging is vooral bedoeld als erkenning van de mbo-studenten, maar ook als een signaal aan bijvoorbeeld bestuursleden van studentenverenigingen en eigenaren van studentenkroegen', zegt Van Engen. 'We hopen dat deze mensen door de naamsverandering beseffen dat ook mbo'ers bij de samenleving horen en dus toegang moeten krijgen tot de studentenkroeg.' Toch kunnen verenigingen en kroegen er nog steeds voor kiezen geen mbo'ers toe te laten. 'Wij zorgen er alleen voor dat het woord wordt aangepast in de wet. Hoe kroegen daarmee omgaan, is aan hen', laat Jorgen Trommelen, woordvoerder van minister Van Engelshoven, weten.

Student1 400xjpgDat de naamsverandering niet per definitie meer mogelijkheden voor mbo'ers creëert, wordt duidelijk tijdens een gesprek met Kevin Brinkers, praeses van Carolus Magnus. Bij de vereniging zijn mbo'ers op dit moment niet welkom en daar lijkt de naamsverandering weinig aan te gaan veranderen. 'Wij hebben statutair vastgelegd dat onze leden
aan de RU of de HAN moeten studeren, of een gelijkgestelde opleiding in Nijmegen of Arnhem moeten volgen', vertelt Brinkers. 'Er verandert dus niets als mbo'ers studenten heten.' Hij erkent dat een wijziging van de statuten mogelijk is en dat hier intern wel over wordt gediscussieerd, maar voorlopig lijkt dit niet te gaan gebeuren. 'Zodra de eerste mbo'ers lid willen worden, zullen we er grondig naar kijken', zegt hij. 'Tot die tijd zijn we niet van plan om iets te wijzigen.' Ook Mart de Vree, praeses van Ovum Novum, geeft aan dat mbo'ers nog nooit interesse hebben getoond in lidmaatschap. 'Misschien gaat dat veranderen met de aandacht die er nu is voor het onderwerp.' Brinkers ziet vooral nadelen aan het toelaten van mbo'ers bij een vereniging als Carolus Magnus. 'Als

...
Lees meer

In de blubber van Bemmel

Begin dit jaar deed een groep archeologen een bijzondere vondst in de buurt van Bemmel. Tussen de klei vonden zij een enorm Romeins grafveld met askisten en allerlei indrukwekkende grafgiften als aardenwerken kruikjes en ijzeren olielampen. 'Zo'n vondst behoort niet tot de dagelijkse praktijk.'

Tekst: Edwin Jonkman
Foto's: Aaricia Kayzer en Rijkswaterstaat

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

Voor Pepijn van de Geer, werkzaam bij het Leidse archeologisch onderzoeksbureau Archol, zijn de recente opgravingen van een Romeins grafveld bij Bemmel een geliefd gespreksonderwerp. Terwijl zijn collega's en hij in opdracht van Rijkswaterstaat een nieuw tracé van de A15 verkenden, troffen ze iets aan. 'Zomaar op stenen bodem stuiten is altijd verdacht want het komt in Nederland niet van nature voor. Een collega belde mij: "Je moet even komen kijken hier, ik weet niet wat dit is".' Eenmaal ter plekke werden de contouren van een Romeinse askist zichtbaar. Maanden van graaf- en speurwerk later bleek het om een enorm grafveld uit de tweede tot derde eeuw na Christus te gaan. In totaal vonden de archeologen zes tufstenen askisten, met daarin crematie-as en talloze grafgiften, zoals een aardewerken wijnamfoor en een bronzen oorlepeltje. Al met al is het een bijzondere ontdekking. 'Askisten zijn heel zeldzaam en worden bijna nooit gevonden, zeker niet met zo veel bij elkaar.' Daarbij komt dat tot op heden niets bekend was over Romeinse nederzettingen of villaterreinen in de buurt van Bemmel. Dat juist hier een grafveld is gevonden, maakt de vondst dus extra opmerkelijk. Van de Geer vertelt over het proces en de betekenis van de opgravingen.

Interview Pepijn groot zw

Schatgravers op de loer
Met een team van ongeveer tien man heeft Van de Geer maandenlang in de grond bij Bemmel gespit. Eerst haalden graafmachines de bovenlaag van de akkers weg, waarna het precisiewerk kon beginnen. 'Zodra je verkleuringen tegenkomt in de grond, ga je alles met de hand onderzoeken', legt hij uit. 'Dat begint met een schep. Als je bijzondere dingen aantreft, wordt het priegelwerk. Daarvoor gebruiken we troffels en tandartsgereedschap.' Elk voorwerp wordt vervolgens gefotografeerd, geregistreerd en elektronisch ingetekend. Omdat het zulk arbeidsintensief werk was, werden de Leidse archeologen ondersteund door een club vrijwilligers uit de buurt. 'We noemen ze amateurarcheologen, maar dat betekent niet dat ze onprofessioneel zijn', grinnikt Van de Geer. 'Het is leuk om die mensen ook de kans te bieden om zoiets bijzonders mee te maken. Daarnaast zijn ze natuurlijk een helpende hand.' In totaal hebben de archeologen ruim achtduizend objecten gevonden, uiteenlopend van een scherf tot bronzen vaatwerk. Inmiddels is alles naar het onderzoeksbureau in Leiden versleept. Hoewel de euforie groot was bij het aantreffen van de Romeinse graven, mocht niemand het nieuws naar buiten brengen. 'Het was bekend dat we vooronderzoek aan het doen waren, maar we hebben stilgehouden dat we daadwerkelijk iets hebben gevonden', zegt hij. Het risico bestaat namelijk dat schatgravers hun kans grijpen. 'Waarschijnlijk doen ze dat 's nachts met een schijnwerper.' Door de geheimhouding was van zulke Indiana Jones-achtige taferelen op de Gelderse akkers gelukkig geen sprake. Erg diep hoefden de archeologen niet te graven. De askisten lagen slechts een halve meter onder het oppervlak. Daarom is Van de Geer verbaasd dat ze er überhaupt nog lagen. 'In de afgelopen tweeduizend jaar is er veel in die grond geploegd, dus de bovenste laag is vaak omgewoeld. Als telkens tijdens het ploegen zo'n broksteen wordt geraakt, halen boeren het weg.' Ook hadden de stenen kisten in de Middeleeuwen in de handen van fanatieke bouwvakkers kunnen vallen.
'Steen werd toen vaak hergebruikt om een huis of kerk te bouwen.'

Tussen de botresten vond het team het bijna intacte skelet van een baby.

Van buiten naar binnen
Nu de opgravingen achter de rug zijn, is het tijd voor de interpretatie van de gevonden voorwerpen. Als archeoloog is Van de Geer vooral bezig met sporenonderzoek in de grond. Voor de historische context moet hij zich eerst inlezen. 'Ik ben niet gespecialiseerd in een bepaalde periode. Als ik dingen ga schrijven over de prehistorie of de Romeinse tijd is het wel handig om bepaalde kennis te hebben, die haal ik dan uit literatuur en rapporten.' In dit project heeft hij een coördinerende rol. 'Veel vondsten liggen nu bij de verschillende materiaalspecialisten, die leveren rapporten aan mij af. Ik breng die bij elkaar en maak er een algemene interpretatie van.' Het denkwerk gebeurt op het kantoor in Leiden, een groot contrast met het graven in de frisse buitenlucht. Een evenwichtige balans tussen veld- en binnenwerk heeft Van de Geer het liefst. 'Ik doe dit werk nu tien jaar. In het begin vond ik het prima om alleen buiten bezig te zijn. Nu ben ik blij als ik af en toe thuis ben en voor de kachel zit', lacht hij.

Het eindrapport is nog niet af, maar Van de Geer weet al veel over de betekenis van het grafveld en de askisten. De stenen omhulsels van pakweg een halve meter bij een meter dienden voor de Romeinen als laatste rustplaats op aarde. 'De meeste mensen werden gecremeerd, dat was normaal in die tijd. Met de verbrandingsovens van nu blijft bij een crematie alleen maar as over, maar de Romeinen legden overledenen op brandstapels. Dan bleven er herkenbare stukken bot over. Die werden verzameld, gewassen en gingen in een doek de graven in.' Tussen de botresten vond het team ook het bijna intacte skelet van een baby. 'Aan de botjes konden we zien dat het tijdens of net na de geboorte is overleden.' Dat de vroeg gestorven zuigeling niet is gecremeerd maar begraven, is volgens hem logisch. 'Kinderen werden in de Romeinse tijd niet als volwaardig mens gezien. Waarschijnlijk omdat veel kinderen vroeg kwamen te overlijden. Het kwam regelmatig voor dat ze pas een naam kregen als ze een bepaalde leeftijd hadden bereikt.'

Interview Pepijn van de Geer parfumflesjeInterview Pepijn van de Geer askist
Links: een glazen parfumflesje met poederachtig residu. Rechts: een stenen askist die werd gebruikt om het as van overledenen in te begraven.

De grenzen opzoeken
De locatie van het ontdekte grafveld biedt nieuwe inzichten over het leven van de Romeinen. Het Romeinse Rijk eindigde ter hoogte van de Nederlandse rivieren. 'De Limes, oftewel de rijksgrens, lag bij de Rijn, dus het gebied waarin de graven zijn gevonden ligt tussen de grens en Nijmegen. Op zich weten we dat in Nijmegen en zelfs ten noorden daarvan veel activiteit was, maar dat er zo'n rijk grafveld ligt, is wel onverwacht.' Van nederzettingen is geen sprake, dus er moet een andere verklaring voor zijn. 'Wat meer voor de hand ligt, is dat er een nog onbekende Romeinse villa heeft gelegen met hooggeplaatste of vermogende bewoners. Misschien waren dit wel geen Romeinen, maar Bataven die heel geromaniseerd waren.' Hun hoge status zou ook de dure grafgiften verklaren, die ongebruikt de graven in zijn gegaan. 'We hebben ook een varkensschedel en dierlijk bot gevonden, dus waarschijnlijk lag er eten op de schalen en borden. Dan hadden mensen een beetje comfort tijdens hun reis naar het hiernamaals.'

Ergens bij Bemmel liggen dus waarschijnlijk de resten van de villa, een interessante aanleiding om verder te zoeken. Helaas zit dat er niet in voor Van de Geer. 'Ik werk voor een commercieel archeologiebedrijf, dat opdrachten van anderen aanneemt. Een universiteit kan vanuit een onderzoek waarmee ze bezig is gaan opgraven. Wij hebben het niet voor het kiezen wat en waar we opgraven.' Als hij straks het eindverslag aan Rijkswaterstaat heeft afgeleverd, gaan de objecten terug naar de provincie Gelderland. In het weekend van 28 en 29 april zal een klein deel van de vondsten te zien zijn in het gemeentehuis van Bemmel. Zulke tentoonstellingen bieden voor mensen die niet al te veel van Romeinse grafvelden weten een kijkje in het leven van toen. 'Al die losse objecten zeggen niet zo veel. Het gaat over de context waarin je de stukken vindt, hoe je het vindt en waar.' Komend jaar worden de askisten en grafgiften waarschijnlijk geëxposeerd in het Valkhof Museum in Nijmegen, vertelt Van de Geer met gepaste trots. 'Voor mij is het de eerste keer dat iets wat ik heb opgegraven wordt tentoongesteld.'

 

Lees meer

In de blubber van Bemmel

Begin dit jaar deed een groep archeologen een bijzondere vondst in de buurt van Bemmel. Tussen de klei vonden zij een enorm Romeins grafveld met askisten en allerlei indrukwekkende grafgiften als aardenwerken kruikjes en ijzeren olielampen. 'Zo'n vondst behoort niet tot de dagelijkse praktijk.'

Tekst: Edwin Jonkman
Foto's: Aaricia Kayzer en Rijkswaterstaat

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

Voor Pepijn van de Geer, werkzaam bij het Leidse archeologisch onderzoeksbureau Archol, zijn de recente opgravingen van een Romeins grafveld bij Bemmel een geliefd gespreksonderwerp. Terwijl zijn collega's en hij in opdracht van Rijkswaterstaat een nieuw tracé van de A15 verkenden, troffen ze iets aan. 'Zomaar op stenen bodem stuiten is altijd verdacht want het komt in Nederland niet van nature voor. Een collega belde mij: "Je moet even komen kijken hier, ik weet niet wat dit is".' Eenmaal ter plekke werden de contouren van een Romeinse askist zichtbaar. Maanden van graaf- en speurwerk later bleek het om een enorm grafveld uit de tweede tot derde eeuw na Christus te gaan. In totaal vonden de archeologen zes tufstenen askisten, met daarin crematie-as en talloze grafgiften, zoals een aardewerken wijnamfoor en een bronzen oorlepeltje. Al met al is het een bijzondere ontdekking. 'Askisten zijn heel zeldzaam en worden bijna nooit gevonden, zeker niet met zo veel bij elkaar.' Daarbij komt dat tot op heden niets bekend was over Romeinse nederzettingen of villaterreinen in de buurt van Bemmel. Dat juist hier een grafveld is gevonden, maakt de vondst dus extra opmerkelijk. Van de Geer vertelt over het proces en de betekenis van de opgravingen.

Interview Pepijn groot zw

Schatgravers op de loer
Met een team van ongeveer tien man heeft Van de Geer maandenlang in de grond bij Bemmel gespit. Eerst haalden graafmachines de bovenlaag van de akkers weg, waarna het precisiewerk kon beginnen. 'Zodra je verkleuringen tegenkomt in de grond, ga je alles met de hand onderzoeken', legt hij uit. 'Dat begint met een schep. Als je bijzondere dingen aantreft, wordt het priegelwerk. Daarvoor gebruiken we troffels en tandartsgereedschap.' Elk voorwerp wordt vervolgens gefotografeerd, geregistreerd en elektronisch ingetekend. Omdat het zulk arbeidsintensief werk was, werden de Leidse archeologen ondersteund door een club vrijwilligers uit de buurt. 'We noemen ze amateurarcheologen, maar dat betekent niet dat ze onprofessioneel zijn', grinnikt Van de Geer. 'Het is leuk om die mensen ook de kans te bieden om zoiets bijzonders mee te maken. Daarnaast zijn ze natuurlijk een helpende hand.' In totaal hebben de archeologen ruim achtduizend objecten gevonden, uiteenlopend van een scherf tot bronzen vaatwerk. Inmiddels is alles naar het onderzoeksbureau in Leiden versleept. Hoewel de euforie groot was bij het aantreffen van de Romeinse graven, mocht niemand het nieuws naar buiten brengen. 'Het was bekend dat we vooronderzoek aan het doen waren, maar we hebben stilgehouden dat we daadwerkelijk iets hebben gevonden', zegt hij. Het risico bestaat namelijk dat schatgravers hun kans grijpen. 'Waarschijnlijk doen ze dat 's nachts met een schijnwerper.' Door de geheimhouding was van zulke Indiana Jones-achtige taferelen op de Gelderse akkers gelukkig geen sprake. Erg diep hoefden de archeologen niet te graven. De askisten lagen slechts een halve meter onder het oppervlak. Daarom is Van de Geer verbaasd dat ze er überhaupt nog lagen. 'In de afgelopen tweeduizend jaar is er veel in die grond geploegd, dus de bovenste laag is vaak omgewoeld. Als telkens tijdens het ploegen zo'n broksteen wordt geraakt, halen boeren het weg.' Ook hadden de stenen kisten in de Middeleeuwen in de handen van fanatieke bouwvakkers kunnen vallen.
'Steen werd toen vaak hergebruikt om een huis of kerk te bouwen.'

Tussen de botresten vond het team het bijna intacte skelet van een baby.

Van buiten naar binnen
Nu de opgravingen achter de rug zijn, is het tijd voor de interpretatie van de gevonden voorwerpen. Als archeoloog is Van de Geer vooral bezig met sporenonderzoek in de grond. Voor de historische context moet hij zich eerst inlezen. 'Ik ben niet gespecialiseerd in een bepaalde periode. Als ik dingen ga schrijven over de prehistorie of de Romeinse tijd is het wel handig om bepaalde kennis te hebben, die haal ik dan uit literatuur en rapporten.' In dit project heeft hij een coördinerende rol. 'Veel vondsten liggen nu bij de verschillende materiaalspecialisten, die leveren rapporten aan mij af. Ik breng die bij elkaar en maak er een algemene interpretatie van.' Het denkwerk gebeurt op het kantoor in Leiden, een groot contrast met het graven in de frisse buitenlucht. Een evenwichtige balans tussen veld- en binnenwerk heeft Van de Geer het liefst. 'Ik doe dit werk nu tien jaar. In het begin vond ik het prima om alleen buiten bezig te zijn. Nu ben ik blij als ik af en toe thuis ben en voor de kachel zit', lacht hij.

Het eindrapport is nog niet af, maar Van de Geer weet al veel over de betekenis van het grafveld en de askisten. De stenen omhulsels van pakweg een halve meter bij een meter dienden voor de Romeinen als laatste rustplaats op aarde. 'De meeste mensen werden gecremeerd, dat was normaal in die tijd. Met de verbrandingsovens van nu blijft bij een crematie alleen maar as over, maar de Romeinen legden overledenen op brandstapels. Dan bleven er herkenbare stukken bot over. Die werden verzameld, gewassen en gingen in een doek de graven in.' Tussen de botresten vond het team ook het bijna intacte skelet van een baby. 'Aan de botjes konden we zien dat het tijdens of net na de geboorte is overleden.' Dat de vroeg gestorven zuigeling niet is gecremeerd maar begraven, is volgens hem logisch. 'Kinderen werden in de Romeinse tijd niet als volwaardig mens gezien. Waarschijnlijk omdat veel kinderen vroeg kwamen te overlijden. Het kwam regelmatig voor dat ze pas een naam kregen als ze een bepaalde leeftijd hadden bereikt.'

Interview Pepijn van de Geer parfumflesjeInterview Pepijn van de Geer askist
Links: een glazen parfumflesje met poederachtig residu. Rechts: een stenen askist die werd gebruikt om het as van overledenen in te begraven.

De grenzen opzoeken
De locatie van het ontdekte grafveld biedt nieuwe inzichten over het leven van de Romeinen. Het Romeinse Rijk eindigde ter hoogte van de Nederlandse rivieren. 'De Limes, oftewel de rijksgrens, lag bij de Rijn, dus het gebied waarin de graven zijn gevonden ligt tussen de grens en Nijmegen. Op zich weten we dat in Nijmegen en zelfs ten noorden daarvan veel activiteit was, maar dat er zo'n rijk grafveld ligt, is wel onverwacht.' Van nederzettingen is geen sprake, dus er moet een andere verklaring voor zijn. 'Wat meer voor de hand ligt, is dat er een nog onbekende Romeinse villa heeft gelegen met hooggeplaatste of vermogende bewoners. Misschien waren dit wel geen Romeinen, maar Bataven die heel geromaniseerd waren.' Hun hoge status zou ook de dure grafgiften verklaren, die ongebruikt de graven in zijn gegaan. 'We hebben ook een varkensschedel en dierlijk bot gevonden, dus waarschijnlijk lag er eten op de schalen en borden. Dan hadden mensen een beetje comfort tijdens hun reis naar het hiernamaals.'

Ergens bij Bemmel liggen dus waarschijnlijk de resten van de villa, een interessante aanleiding om verder te zoeken. Helaas zit dat er niet in voor Van de Geer. 'Ik werk voor een commercieel archeologiebedrijf, dat opdrachten van anderen aanneemt. Een universiteit kan vanuit een onderzoek waarmee ze bezig is gaan opgraven. Wij hebben het niet voor het kiezen wat en waar we opgraven.' Als hij straks het eindverslag aan Rijkswaterstaat heeft afgeleverd, gaan de objecten terug naar de provincie Gelderland. In het weekend van 28 en 29 april zal een klein deel van de vondsten te zien zijn in het gemeentehuis van Bemmel. Zulke tentoonstellingen bieden voor mensen die niet al te veel van Romeinse grafvelden weten een kijkje in het leven van toen. 'Al die losse objecten zeggen niet zo veel. Het gaat over de context waarin je de stukken vindt, hoe je het vindt en waar.' Komend jaar worden de askisten en grafgiften waarschijnlijk geëxposeerd in het Valkhof Museum in Nijmegen, vertelt Van de Geer met gepaste trots. 'Voor mij is het de eerste keer dat iets wat ik heb opgegraven wordt tentoongesteld.'

 

Lees meer

Kamervragen Anne en Lotte

In kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Anne en Lotte.

Anne1Lotte1

Tekst en foto's: Vincent Veerbeek

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Lotte op bezoek bij Anne
Bij binnenkomst in de kamer moet Lotte even nadenken over hoe ze zich voelt bij het nauwkeurig afgewerkte interieur. 'Alles is vrij strak en hoekig. De ronde vormen van die gloeilampen maken het wat zachter, maar ik vind het wel heel wit.' Wanneer ze de steile ladder ziet die los tegen de muur staat, kijkt Lotte beduusd omhoog naar het bed op 3,5 meter hoogte. 'Ik weet niet of ze van stappen houdt, maar die beklimming is wel heftig. Zeker met drank op.' Wanneer ze een verzameling drankflessen tegenkomt en er in de kast ook nog een drankspel blijkt te liggen, neemt haar verbazing verder toe. 'Nou, ik ga sowieso vragen hoe ze die trap opkomt.'

Kamer Anne1Niet alleen de ladder naar Annes bed staat op een vreemde plek. Ook in het badkamertje staat Lotte een interessante verrassing te wachten. De douchecabine doet namelijk dienst als opslagruimte voor een stofzuiger en een wasrek. 'Volgens mij doucht ze hier nooit', grinnikt ze. 'Het is wel een handige multifunctionele ruimte.' Met een blik op de agenda aan de muur ontdekt Lotte dat de bewoner van festivals houdt en bij de Hema werkt. 'Mijn zusje heeft ook bij de Hema gewerkt, die is even netjes.' Ook de studie van de bewoner is snel geraden. 'Alle boeken gaan over kinderen, dus ik denk dat ze iets studeert wat daarmee te maken heeft.'

Kamer Anne2Verder beschrijft Lotte de persoon als sociaal en zachtaardig. 'Misschien is ze zelfs een beetje alternatief', zegt Lotte terwijl ze naar de kapstok kijkt, die gemaakt lijkt te zijn uit een stuk wrakhout. 'Ik denk dat ze van de natuur houdt. Waarschijnlijk is ze veel bezig met biologisch en gezond eten, gezien al die kruiden en kookspullen.' Nu ze meer van de kamer heeft gezien, is Lotte best te spreken over de kamer. 'Ik vind het wel wat hebben. Zelf zou ik het alleen niet zo wit laten. Misschien dat ik een muur een leuke kleur zou verven, maar voor de rest vind ik het mooi aangekleed.'

Anne op bezoek bij Lotte
Wanneer ze het terrein van de Stadsnomaden oprijdt, schiet Anne in de lach. 'Heftig, maar het ziet er wel gezellig uit. Vakantie in eigen land.' Tussen een verzameling sleurhutten en tiny homes staat het gele busje waar Lotte woont, omringd door afgedankte etalagepoppen. 'Ik zou me helemaal de pleuris schrikken 's avonds', zegt Anne huiverend. Binnen neemt ze even de tijd om het interieur in zich op te nemen. 'Het is zeker anders', zegt ze aarzelend. 'Wat moet ik hiervan zeggen. Ze heeft een panoramisch dak, dat vind ik wel luxe. Je kunt hier 's avonds sterren kijken.' Hoewel ze de bus omschrijft als knus geeft Anne toe dat het niks voor haar is. 'Ik zou hier niet kunnen leven', roept ze stellig. 'Ik heb altijd gekampeerd, maar ik zou niet mijn hele leven zo willen wonen.'

Kamer Lotte1 2

Anne twijfelt geen seconde over het geslacht van de bewoner. 'Het is duidelijk een meisje, gezien de roze aankleding.' De studie van de bewoner kost meer moeite. 'Het zou Geschiedenis kunnen zijn', zegt ze terwijl ze een boek van Foucault oppakt. Vanwege het ogenschijnlijke gebrek aan literatuur besluit Anne een paar kastjes open te trekken op zoek naar een studieboek. Bij de derde is het raak. 'Europese integratietheorie, wat voor studie is dat? Misschien iets filosofisch.'

Kamer Lotte2

'Ik kijk vooral mijn ogen uit. Over alles valt iets te zeggen', lacht Anne, terwijl ze wat rondsnuffelt in het busje. Dan pakt ze een stapel cd's die op het dashboard ligt om te kijken of ze iets herkent. 'Gorillaz, moet ik dit kennen? Er moet toch wel iets zijn wat ik ken… Oh, de Spice Girls!' Over mogelijke andere hobby's van de bewoner moet Anne even nadenken. 'Niet poetsen', zegt ze uiteindelijk terwijl ze nog eens rondkijkt. 'Alhoewel, ik vind het aanrecht er netjes uitzien, maar ik weet niet of ze dat gebruikt.' Anne twijfelt hoe ze de persoon het beste kan omschrijven. 'Vrolijk, gezellig en alternatief', zegt ze uiteindelijk. 'Ik ben heel benieuwd naar de bewoner.'

Vragenuurtje
Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

'Dat is wel even wat anders hè', zegt Lotte (26, vierdejaars Politicologie) als ze Anne (21, eerstejaars Logopedie en Taalwetenschap) nog steeds geïntrigeerd ziet rondkijken op het terrein van de Stadsnomaden. 'Zoiets had ik zeker niet verwacht', lacht Anne. Hoewel Lotte dacht dat Anne haar bus verschrikkelijk zou vinden, is ze eigenlijk best enthousiast. Ze wil weten hoe Lotte hier is beland. 'Vanaf mijn vijftiende ging ik met krakers om en heb ik veel in pandjes rondgehangen. Toen dat verboden werd, zijn we hiermee begonnen, ook omdat we iets met milieu en sociaal welzijn wilden doen. De bus heb ik via Marktplaats gevonden.' Trots voegt ze eraan toe: 'Hij komt uit 1973.' 

De woonsituatie van Lotte roept genoeg vragen op, maar ook Annes kamer was niet zonder verrassingen. 'Ik zag die trap', zegt Lotte, terwijl Anne begint te lachen. 'Hoe kom jij in godsnaam boven als je een drankje ophebt?' Terwijl Lotte geboeid luistert, legt Anne uit dat de ladder aan het bed kan worden gehaakt. 'Ik ga die ladder niet op als ik veel gedronken heb. Dan slaap ik op mijn bank.' Ook de inrichting van Annes badkamer roept vragen op. 'Ik haal de stofzuiger er echt iedere ochtend uit om te douchen. Daarna maak ik de douche droog en zet ik alles terug.' 

Anne merkt op dat het best krap is in Lottes busje. 'Gelukkig hebben we een gemeenschappelijke woonkamer', grinnikt Lotte. 'Soms kom ik gestrest thuis en dan zitten mensen al bij het kampvuur met een biertje. Dat is heel fijn.' Al met al is Anne erg te spreken over de Stadsnomaden. 'Je bent altijd op vakantie wanneer je hier woont.' 

Gesprek 2 

 

 

 

Lees meer