Een maatje meer

Voor internationale studenten bestaat het al: een buddysysteem. Een buddy kan studenten wegwijs maken in Nijmegen en helpen bij het verbreden van het sociale netwerk. Niet alleen internationale studenten kunnen deze hulp gebruiken, ook voor reguliere studenten kan een buddy veel betekenen. Een buddysysteem is daarom voor alle studenten een toegankelijke manier om eenzaamheid onder studenten te verminderen.

Tekst: Jeyna Sow en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Om ervoor te zorgen dat internationale studenten hun draai vinden in Nijmegen bestaat er op de Radboud Universiteit (RU) een buddysysteem voor internationale studenten. Studenten kunnen zich aanmelden om te worden gekoppeld aan een andere student die al langer in Nijmegen studeert. De student kan bij deze buddy terecht met praktische vragen, maar ook voor sociaal contact. Niet alleen internationale studenten hebben af en toe moeite met het vinden van hun weg in hun nieuwe leven. Ook reguliere studenten kunnen hier problemen mee ervaren. Om op een laagdrempelig niveau hulp te kunnen bieden aan deze groep, moet er op de RU een universiteitsbreed buddyprogramma voor reguliere studenten komen.

'Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hieraar is kleiner dan naar een expert.'

Eenzame studenten
Eenzaamheid is een groot probleem onder studenten. In een onderzoek naar studentenwelzijn dat de RU in 2017 uitvoerde, gaf een op de vijf studenten aan zich regelmatig alleen te voelen. Deze groep zegt vooral oppervlakkige contacten te hebben en last te hebben van het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn. De oorzaken van eenzaamheid variëren. De toenemende werkdruk, een verkeerde studiekeuze of een negatief zelfbeeld kunnen een bron van dit gevoel zijn. Gelukkig zijn er binnen de RU al verschillende plekken waar studenten met hun persoonlijke problemen terecht kunnen. Zo bieden decanen en studentenpsychologen studenten een luisterend oor. Deze instanties zijn er echter voornamelijk voor studenten die al wat dieper in de put zitten. 'Wanneer je al in een eerder stadium je verhaal kwijt kan, is het soms niet nodig om naar een studentenpsycholoog te gaan', stelt Mieke Jansen, teamleider van studentbegeleiding aan de Universiteit Maastricht (UM). Volgens Jansen kan praten met een leeftijdsgenoot ook al veel steun bieden.

ANS artikel studiebuddy 400xEen laagdrempelig aanspreekpunt
Om deze reden is de UM momenteel bezig met het opzetten van een buddysysteem voor reguliere studenten. Studenten die niet goed in hun vel zitten, kunnen zich opgeven om te worden gekoppeld aan een 'buddy', een andere student die zich ook vrijwillig aanmeldt. Het belangrijkste voordeel van het buddysysteem ten opzichte van een systeem met professionele hulpverleners is de laagdrempeligheid. Studenten en buddy's zijn vrij om te bepalen welke activiteiten ze met elkaar ondernemen. Dit kan variëren van een keer in de week een kopje koffie drinken tot de student meenemen naar een feestje.

Op de RU bestaat een buddysysteem al, maar dat is momenteel alleen nog maar toegankelijk voor internationale studenten en studenten met een functiebeperking. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat je makkelijk in contact komt met medestudenten, vindt Niels Wolters. Namens de Nijmeegse Koepelvereniging der Sociale Wetenschappen regelt hij het buddysysteem voor internationale studenten. 'We organiseren regelmatig activiteiten waar de buddy's hun studenten mee naar toe kunnen nemen, zoals een muzikale pubquiz. Dat levert gespreksstof op en dan moet je haast wel contact leggen met andere mensen.'

'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken.'

Goede voorbereiding
Diepgaand hoeven de activiteiten dus niet te zijn, maar het zorgt er wel voor dat er sociale contacten kunnen worden opgebouwd en dat de student iemand heeft om op terug te vallen. 'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken', legt Riekje Stuut, studentendecaan aan de RU, uit. Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hiernaar is kleiner dan naar een expert en zorgt zorgt ervoor dat studenten iemand hebben om hun persoonlijke dingen mee te bespreken. Juist dit laagdrempelige aanspreekpunt is een goede eerste stap om eenzaamheid onder studenten tegen te gaan.

Ondanks de laagdrempeligheid van het systeem kan het voorkomen dat studenten persoonlijke problemen hebben die voor de buddy te groot zijn om op te lossen. 'Er kan niet zomaar worden verwacht dat zij weten hoe ze hiermee om moeten gaan', vertelt Jansen. Om de buddy's voor te bereiden op persoonlijke gesprekken, organiseert de UM een speciale voorlichtingsmiddag over hoe ze signalen van persoonlijke problemen kunnen herkennen en wat ze daarmee moeten doen. 'Tijdens een trainingsmiddag wordt geleerd naar wie de studenten doorverwezen kunnen worden', legt Jansen uit. Op deze manier blijft het systeem ook laagdrempelig voor de buddy's zelf. Dat is belangrijk, vindt ze. 'De buddy's moeten niet worden vergeten, want zij zetten zich uit enthousiasme en idealisme in voor hun medestudenten. Het is uiteindelijk niet de bedoeling dat zij de taak van de therapeut overnemen.'

Contact opnemen
Toch kan het aanvragen van een buddy zelf ook als een drempel worden ervaren. Op de UM worden de buddy's aan elkaar
gekoppeld via decanen. Zo moet de student alsnog eerst naar een expert om hulp te zoeken. Bij het buddysysteem voor internationale studenten van de RU worden studenten aan elkaar gekoppeld via een online vragenformulier. Dit is voor beide partijen een toegankelijke manier om zich aan te melden. De studenten worden vervolgens gematcht met een buddy die een vergelijkbare studie doet. Bij een universiteitsbreed buddysysteem voor reguliere studenten zou de match via een vergelijkbaar online aanmeldingsformulier moeten gaan. Hierbij zou ook rekening moeten worden gehouden met persoonlijke interesse, om ervoor te zorgen dat er een zorgvuldige match wordt gemaakt.

Door studenten de kans te geven elkaar te helpen, wordt het voor studenten makkelijker om hun problemen te bespreken. Het buddysysteem zou een goede aanvulling zijn op bestaande vormen van het verbeteren van studentenwelzijn.

 

 

Lees meer

Een maatje meer

Voor internationale studenten bestaat het al: een buddysysteem. Een buddy kan studenten wegwijs maken in Nijmegen en helpen bij het verbreden van het sociale netwerk. Niet alleen internationale studenten kunnen deze hulp gebruiken, ook voor reguliere studenten kan een buddy veel betekenen. Een buddysysteem is daarom voor alle studenten een toegankelijke manier om eenzaamheid onder studenten te verminderen.

Tekst: Jeyna Sow en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Om ervoor te zorgen dat internationale studenten hun draai vinden in Nijmegen bestaat er op de Radboud Universiteit (RU) een buddysysteem voor internationale studenten. Studenten kunnen zich aanmelden om te worden gekoppeld aan een andere student die al langer in Nijmegen studeert. De student kan bij deze buddy terecht met praktische vragen, maar ook voor sociaal contact. Niet alleen internationale studenten hebben af en toe moeite met het vinden van hun weg in hun nieuwe leven. Ook reguliere studenten kunnen hier problemen mee ervaren. Om op een laagdrempelig niveau hulp te kunnen bieden aan deze groep, moet er op de RU een universiteitsbreed buddyprogramma voor reguliere studenten komen.

'Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hieraar is kleiner dan naar een expert.'

Eenzame studenten
Eenzaamheid is een groot probleem onder studenten. In een onderzoek naar studentenwelzijn dat de RU in 2017 uitvoerde, gaf een op de vijf studenten aan zich regelmatig alleen te voelen. Deze groep zegt vooral oppervlakkige contacten te hebben en last te hebben van het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn. De oorzaken van eenzaamheid variëren. De toenemende werkdruk, een verkeerde studiekeuze of een negatief zelfbeeld kunnen een bron van dit gevoel zijn. Gelukkig zijn er binnen de RU al verschillende plekken waar studenten met hun persoonlijke problemen terecht kunnen. Zo bieden decanen en studentenpsychologen studenten een luisterend oor. Deze instanties zijn er echter voornamelijk voor studenten die al wat dieper in de put zitten. 'Wanneer je al in een eerder stadium je verhaal kwijt kan, is het soms niet nodig om naar een studentenpsycholoog te gaan', stelt Mieke Jansen, teamleider van studentbegeleiding aan de Universiteit Maastricht (UM). Volgens Jansen kan praten met een leeftijdsgenoot ook al veel steun bieden.

ANS artikel studiebuddy 400xEen laagdrempelig aanspreekpunt
Om deze reden is de UM momenteel bezig met het opzetten van een buddysysteem voor reguliere studenten. Studenten die niet goed in hun vel zitten, kunnen zich opgeven om te worden gekoppeld aan een 'buddy', een andere student die zich ook vrijwillig aanmeldt. Het belangrijkste voordeel van het buddysysteem ten opzichte van een systeem met professionele hulpverleners is de laagdrempeligheid. Studenten en buddy's zijn vrij om te bepalen welke activiteiten ze met elkaar ondernemen. Dit kan variëren van een keer in de week een kopje koffie drinken tot de student meenemen naar een feestje.

Op de RU bestaat een buddysysteem al, maar dat is momenteel alleen nog maar toegankelijk voor internationale studenten en studenten met een functiebeperking. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat je makkelijk in contact komt met medestudenten, vindt Niels Wolters. Namens de Nijmeegse Koepelvereniging der Sociale Wetenschappen regelt hij het buddysysteem voor internationale studenten. 'We organiseren regelmatig activiteiten waar de buddy's hun studenten mee naar toe kunnen nemen, zoals een muzikale pubquiz. Dat levert gespreksstof op en dan moet je haast wel contact leggen met andere mensen.'

'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken.'

Goede voorbereiding
Diepgaand hoeven de activiteiten dus niet te zijn, maar het zorgt er wel voor dat er sociale contacten kunnen worden opgebouwd en dat de student iemand heeft om op terug te vallen. 'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken', legt Riekje Stuut, studentendecaan aan de RU, uit. Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hiernaar is kleiner dan naar een expert en zorgt zorgt ervoor dat studenten iemand hebben om hun persoonlijke dingen mee te bespreken. Juist dit laagdrempelige aanspreekpunt is een goede eerste stap om eenzaamheid onder studenten tegen te gaan.

Ondanks de laagdrempeligheid van het systeem kan het voorkomen dat studenten persoonlijke problemen hebben die voor de buddy te groot zijn om op te lossen. 'Er kan niet zomaar worden verwacht dat zij weten hoe ze hiermee om moeten gaan', vertelt Jansen. Om de buddy's voor te bereiden op persoonlijke gesprekken, organiseert de UM een speciale voorlichtingsmiddag over hoe ze signalen van persoonlijke problemen kunnen herkennen en wat ze daarmee moeten doen. 'Tijdens een trainingsmiddag wordt geleerd naar wie de studenten doorverwezen kunnen worden', legt Jansen uit. Op deze manier blijft het systeem ook laagdrempelig voor de buddy's zelf. Dat is belangrijk, vindt ze. 'De buddy's moeten niet worden vergeten, want zij zetten zich uit enthousiasme en idealisme in voor hun medestudenten. Het is uiteindelijk niet de bedoeling dat zij de taak van de therapeut overnemen.'

Contact opnemen
Toch kan het aanvragen van een buddy zelf ook als een drempel worden ervaren. Op de UM worden de buddy's aan elkaar
gekoppeld via decanen. Zo moet de student alsnog eerst naar een expert om hulp te zoeken. Bij het buddysysteem voor internationale studenten van de RU worden studenten aan elkaar gekoppeld via een online vragenformulier. Dit is voor beide partijen een toegankelijke manier om zich aan te melden. De studenten worden vervolgens gematcht met een buddy die een vergelijkbare studie doet. Bij een universiteitsbreed buddysysteem voor reguliere studenten zou de match via een vergelijkbaar online aanmeldingsformulier moeten gaan. Hierbij zou ook rekening moeten worden gehouden met persoonlijke interesse, om ervoor te zorgen dat er een zorgvuldige match wordt gemaakt.

Door studenten de kans te geven elkaar te helpen, wordt het voor studenten makkelijker om hun problemen te bespreken. Het buddysysteem zou een goede aanvulling zijn op bestaande vormen van het verbeteren van studentenwelzijn.

 

 

Lees meer

Even Denken: Megabus

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Mediteren? Doe mij maar Megabus
Je kent het vast: je bent hip en jong en probeert jezelf te vinden. Als je het je kunt veroorloven, maak je een wereldreis. Het liefst in Zuidoost-Azië, als het even kan. Maar, als je dat allemaal niet kunt betalen, dan zijn er voor jou nog andere opties hoor. Neem eens een nieuwe hobby. Wat dacht je van tuinieren? Je kunt je eigen moestuintje beginnen, om weer in contact te komen met de natuur.

Of wat dacht je van mediteren? Daar heb je helemaal niets voor nodig! Dan moet het je natuurlijk wel lukken om je hoofd stil te krijgen. De kans is groot dat je tijdens de eerste pogingen blijft denken aan hoe de vogels waarschijnlijk je tuinkers aan het vernielen zijn (wat je daarmee aan moest wist je eigenlijk toch al niet). Dat is niet erg, ook voor jou bestaat er passende zelfhulp.

In een poging om mijn bestaan wat meer inhoud te geven, ging ik naar Engeland als buitenlandse student. Daar ontdekte ik geheel onverwachts de zelfhulp die nou echt bij mij paste, Megabus! Dat werkt als een tierelier. Het concept is simpel: voor extreem lage prijzen kun je extreem lange busreizen maken. Zo reisde ik zelf van Sheffield naar Londen, een ritje dat ongeveer vier uur duurde. Als je op tijd bent met boeken, kun je deze reis maken voor minder dan vijf pond. Wat staat jou dan nog in de weg om de beste versie van jezelf te worden?

Het is begrijpelijk dat je sceptisch bent, maar denk even met me mee. Stel je voor: je zit vier uur in de bus, zonder pauze. Al die tijd moet je stil blijven zitten en liefst niet de wc in de bus gebruiken. Je trekt je schoenen maar alvast uit en doet een zachte trui aan. Je richt de airco boven je precies op dat punt waar je er geen last van hebt, maar je wel verkoeld wordt. Op dat moment ben je je plotseling hyperbewust van je eigen lichaam en je weet niet waar je het moet laten. Al je medepassagiers slapen, je vraagt je af hoe.

Maar dan, na anderhalf uur begin jij het ook te voelen. Je begrijpt ineens hoe je lichaam werkt en begint langzaam comfortabel te worden. Je vindt je innerlijke zelf, knoopt even kort een gesprekje aan en legt dan je hoofd op de schouder van je medepassagier. Wanneer de bus uiteindelijk hortend en stotend op locatie aankomt, dan voel je je helemaal zen.

 

Lees meer

Even denken: Opstartproblemen

Opstartproblemen 260x194Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Opstartproblemen
Alle begin is moeilijk, het begin van een collegejaar vormt daarop geen uitzondering. Niets lijkt je te lukken. Het was eerdere jaren al lastig om je vakantieritme van je af te schudden en het helpt niet dat de RU er dit jaar voor gekozen heeft om de colleges een kwartier vroeger te laten beginnen. Vooralsnog weiger je om je wekker eerder te zetten, met de nodige gevolgen van dien. Als je bijvoorbeeld met je slaapdronken hoofd 's ochtends probeert een boterham te smeren met speculoospasta, laat je deze steevast ondersteboven op een stoffen stoel vallen. Je hoopt dat je huisgenootjes de ANS niet lezen.

Ook je planning is nog een chaos. Je hebt allerlei colleges, gaat vol goede moed naar de sportschool en probeert daarnaast allerlei extracurriculaire activiteiten in de lucht te houden. Daardoor word je er weer aan herinnerd hoe slecht je eigenlijk bent in jongleren. Op sommige dagen denk je er pas tegen middernacht aan dat douchen ook nog een ding is. Even twijfel je of het niet te laat is daarvoor, maar dan besluit je dat het nog prima kan. Zoveel geluid maakt dat niet. Je hebt alleen nog nooit zo heftig "Mambo No. 5" in je hoofd gehad. De tekst ken je niet zo goed, maar hetgeen wat jij ter plekke in elkaar flanst klinkt eigenlijk veel beter dan het origineel. Dat weet je vrij zeker. Je kunt altijd nog singer-songwriter worden als die studie van je niks wordt.

Na een lange eerste week besluit je in het weekend je ouders te bezoeken. Je verwacht dat ze je sprankelende aanwezigheid zo gemist hebben dat ze allebei klaar zullen staan om je van het station te halen, met minstens een extra broertje of zusje. Ze hebben echter een scala aan feestjes en uitjes gepland staan dat weekend en hebben geen tijd om je op te halen. Zelfs de hond is niet onder de indruk van je spectaculaire thuiskomst. Hij staat niet eens op van zijn vaste plek op de bank, maar tilt enkel kort een oor op. Je zucht en besluit het beestje toch maar te gaan aaien.

 

Lees meer

Even denken: Uniek zijn

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Uniek zijn is voor iedereen
Het wordt koud buiten dus het is weer tijd om de filosofische gedachten uit de kast te halen. Zet een kopje thee, start je laptop op en open een (wetenschappelijk) artikel dat je nog moet lezen. Leg eventueel een dekentje over je benen en dan ben je klaar om te beginnen. Disclaimer: je gaat het artikel niet lezen, maar het is belangrijk dat je wel een halfslachtige poging onderneemt om het te lezen. Dat maakt het niet-lezen hier een actieve daad.

Iedereen is steeds maar bezig om zo efficiënt mogelijk te zijn. Je moet vooral niet te veel nadenken, want dat zorgt ervoor dat je minder snel kunt lezen of typen. Maar het is oké om af en toe even afgeleid te raken, misschien bedenk je ineens iets geniaals. Of nog beter: iets totaal onbenulligs. Creativiteit is dat wat ons van dieren onderscheidt. Hoe die creativiteit wordt vormgegeven, maakt niet uit.

Bij het schrijven van, ik zeg maar iets, een column voor de ANS, is het makkelijk om te denken dat je onmogelijk iets unieks kunt schrijven. Ik heb lang gedacht dat alles wat je kunt bedenken, heus al ergens in het universum zal bestaan. Maar is dat wel zo? Inmiddels denk ik hier anders over. Laat het me illustreren met een anekdote uit mijn jeugd.

Op de middelbare school had ik een vriendinnetje dat in de woonkamer van mijn ouders een gek danspasje deed. Toen zei ze: 'Zo, ik was waarschijnlijk de eerste persoon die precies dit op precies deze plek deed.' Ik geloof nog steeds dat ze gelijk had. Wat geldt voor bewegingen, geldt ook voor gedachten. Iedereen is in staat om iets unieks te bedenken.

Toen ik zelf bezig was met het niet-lezen van een artikel, kwam ik bij de volgende gedachte uit: Wat nou als er ergens een sekte bestaat van mensen die zich uitkleden en zich dan insmeren met yogonaise om vervolgens samen de polonaise te doen. Op zich lijkt dit geen bijzonder constructieve gedachte, maar het volstaat om mijn punt te illustreren. Iedereen zal in zijn of haar leven minstens één unieke gedachte hebben. Bij sommige mensen zal deze gedachte leiden tot revolutionaire vernieuwingen en een verbetering van de levensstandaard voor iedere aardbewoner. Bij andere mensen… Ach, wie weet, misschien kun je bij iemand een glimlach op het gezicht toveren. Dat is op zichzelf al waardevol genoeg.

Mijn advies om de sombere winterperiode door te komen is dan ook: denk je gedachten en koester ze. Probeer los te laten dat alles wat je doet nuttig moet zijn, maar sta af en toe stil bij je rare hersenspinsels en bedenk hoe bijzonder je eigenlijk bent.

 

Lees meer

Even denken: Verlangen naar PostNL

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Verlangen naar PostNL
Is het je wel eens opgevallen dat interacties tussen jou en pakketbezorgers van PostNL nooit zo betekenisvol zijn als je had verwacht? Ik heb pasgeleden in korte tijd verschillende pakketjes besteld via bol.com. Eentje daarvan was duidelijk te groot voor de brievenbus, wist ik. Dat is wanneer het proces van verlangen begint.

Bij het bevestigingsmailtje van de bestelling zit een track- en trace-code. Je gaat natuurlijk direct naar de website van PostNL om het pakketje te volgen. Daarop staat in eerste instantie een indicatie van een tijd. Tussen acht en elf, bijvoorbeeld. Vanaf dat moment begin je obsessief met het vernieuwen van de pagina. "Nee, het pakketje is nog steeds in het sorteercentrum." Net als je denkt dat de F5-toets het ieder moment kan gaan begeven, verschijnt opeens de verlossende boodschap in beeld: het pakketje is onderweg. Daarmee eindigt de fase van het computerspeurwerk.

De volgende stap is om een comfortabele positie in te nemen op de vensterbank naast je hond. Je houdt met je linkerhand de gordijnen aan de kant, wanneer je moeder roept: 'Nee, niet met je neus tegen het raam, zo komen er vlekken op!' Dan is het moment daar: er komt een busje van PostNL de oprit op rijden. Vrolijk spring je op en ren je naar buiten.

Als je de bezorger ziet staan, fatsoeneer je jezelf nog een beetje. Je wil niet te gretig overkomen. Je outfit is bankhang-chic en je hebt je haren niet geborsteld, maar toch zie je er buitengewoon aantrekkelijk uit. Less is more, weet je wel. Beheerst benader je de bezorger, die het pakketje vastheeft waar jij al jaren over droomt (of eigenlijk pas sinds je het gisteren om half elf bestelde). Je schudt je haren uit je gezicht en knippert verleidelijk met je ogen. De bezorger reikt jou het pakketje aan…

Alles verloopt plots in slow motion. Je begrijpt ineens dat het lot jullie bij elkaar heeft gebracht. Jou, het pakketje, de bezorger. De azuurblauwe ogen van de bezorger vormen een fel contrast tegen zijn oranje PostNL jasje. In zijn sterke mannenhanden draagt hij het pakketje, teder alsof het een pasgeboren baby betreft. Je strekt je armen uit om het in ontvangst te nemen…
Het pakketje wordt in je handen gedrukt en de bezorger loopt terug naar zijn busje. Je hebt niet eens hoeven tekenen! (Die handtekening had je dus ook voor niets geoefend vanochtend.) Wat voor jou een uniek moment was, bleek voor de bezorger slechts een routinehandeling. Je slikt de anticlimax weg en bedankt de bezorger. Hij draait zich nog eens achteloos om en zegt: 'Oké, doei.'

 

Lees meer

Even denken: Vrouwenbroeken

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

In mijn tijd als columnist voor ANS heb ik veel wijsheden met jullie kunnen delen. Er is echter één ding dat zelfs mijn petje te boven gaat: vrouwenbroeken. Pas geleden was ik onderweg naar een feestje in mijn favoriete broek, toen de regen ineens met bakken uit de hemel viel. Eenmaal daar aangekomen werd mijn broek een tripje in de droger aangeboden. Nu is dat altijd een risico, maar high risk, high reward, zeg ik altijd. Helaas: mijn zorgvuldig uitgerekte broek ging terug naar de fabrieksinstellingen. Tijd om een nieuwe broek te kopen, besloot ik. Het vooruitzicht boezemde mij angst in.

Samen met mijn zusje betrad ik de eerste winkel, huiverig als overlevenden van een apocalyps die uiteindelijk uit hun schuilkelder tevoorschijn kruipen. Daar werden wij direct overspoeld door onbekende begrippen, afkomstig uit een radioactieve modewereld. Ik heb altijd gedacht dat de opties bestonden uit 'spijkerbroek' of 'gewone broek', maar de nieuwe opties stapelden zich op. Wil je niet liever een corduroy broek, een stretchbroek, een legging, tregging of jegging, een salopette, een superstretchbroek, een culotte of soms een enkellange pull-on broek? Oh en trouwens, blijkbaar zijn joggers nu ook een soort broek, in plaats van zwetende mannen van middelbare leeftijd in een egaal grijs trainingspak. Ik houd het niet meer bij. Dan heb je een type broek gekozen en dan komen de pasvormen. Voor jeans (spijkerbroek mag niet meer) alleen al zijn dat bijvoorbeeld: super soft skinny fit jeans, shaping bootcut regular jeans, mini flare high jeans, vintage slim ankle jeans, push-up jegging – low waist of boyfriend low ripped jeans. Alsof ik weet wat dat allemaal betekent. Dan neem ik een willekeurige stapel broeken mee naar een pashokje, om me vervolgens halverwege een knellende broek te realiseren dat ik niet eens aan de juiste maat hebt gedacht. Terwijl ik me afvraag of ik deze broek ooit nog zal kunnen verlaten, schiet me plots te binnen: 'Wat nou als het brandalarm afgaat?'

Dan, als een godsgeschenk, stuit ik op de perfecte pasvorm: de mom jeans. Dat klinkt als precies wat ik nodig heb. Maar dan! Als ik dichterbij kom, zie ik dat het gaat om een slim mom jeans trashed. Een kapotte dus! Nu is de mode-industrie echt te ver gegaan. Daarom roep ik op tot protest. Het is tijd dat ontwerpers komen met een nieuwe pasvorm, die de kenmerken heeft die meisjes daadwerkelijk verlangen. Het is tijd voor de super soft superstretch mom jeggings met real chocolate chunks en fudge-covered toffee pieces.

 

Lees meer

Festival op maat

Festivaldirecteur Eric van Eerdenburg wil Lowlands onderscheiden van andere evenementen. Hier komt niet altijd een strak uitgedacht plan bij kijken, want vaak maakt hij keuzes gevoelsmatig. 'We programmeren op gevoel en dat is vaag.'

Tekst: Wout Zerner
Foto's: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

In de informele sfeer van Restaurant Amsterdam werkt Lowlands-directeur Eric van Eerdenburg afspraak na afspraak af. Sinds 2000 staat hij aan het roer van het festival dat in augustus alweer voor de 26ste keer wordt gehouden. Zijn jarenlange ervaring betekent echter niet dat Van Eerdenburg het rustig aan kan doen. 'Voor mij zijn april en mei de drukste maanden', vertelt hij. 'Het festivalprogramma moet klaar zijn voordat ik halverwege mei op vakantie ga, want vanaf dat moment moet het productieteam ermee aan de slag.'

Inmiddels heeft Van Eerdenburg nog maar een paar weken over voor die vakantie plaatsvindt en moeten de laatste plekjes in de muziekprogrammering nog worden ingevuld. Naast muziek is er op Lowlands, net als op veel andere festivals, een randprogramma met bijvoorbeeld film en theater. De festivaldirecteur moet daar het meeste nog voor regelen. 'Mijn focus ligt nu vooral bij het randprogramma en de sponsoren', legt Van Eerdenburg uit. 'Voor dit interview had ik een afspraak met Amnesty International. Zij komen dan vertellen dat ze graag op Lowlands willen staan en wat ze daar willen doen.' Plots rinkelt de telefoon van de festivaldirecteur. Verstoord kijkt hij naar het scherm en verontschuldigt zich. 'Sorry, maar deze moet ik echt even opnemen.' Eenmaal terug aan tafel vertelt Van Eerdenburg over de sfeer van Lowlands, het onderscheidende karakter van het festival en de complexiteit van het samenstellen van een line-up. 'Ik vind dat we als festival voorop moeten blijven lopen.'

EvE Facebook

Haantje de voorste
Lowlands wil graag een koppositie binnen de festivalwereld innemen. Door de grote concurrentie van andere festivals is dat volgens Van Eerdenburg niet makkelijk. 'Tegenwoordig is het moeilijker om je te onderscheiden met het muziekprogramma, omdat er een beperkte keuze is uit acts die op dat moment in Europa op tournee zijn. Deze artiesten zijn maar een bepaalde tijd in Europa en staan in die periode op veel andere festivals die rond dezelfde tijd worden gehouden. De bezoeker is bereid om op de trein of het vliegtuig te stappen om naar bijvoorbeeld Pukkelpop en Sziget te gaan.' Lowlands moet dus op zoek naar andere manieren om op te vallen. Niet alleen op het gebied van de muziek zijn festivals meer op elkaar gaan lijken. 'Het onderscheidende vermogen van Lowlands is nu minder groot dan het bij de eerste editie was', vertelt Van Eerdenburg. 'In die tijd waren eigenlijk alle festivals een groot podium in een weiland met een biertent en een hamburgerkraam. Wij zijn toen begonnen met meerdere podia en meer variatie aan eten, waardoor het festivalterrein een ministadje werd. Veel concurrenten hebben dit overgenomen.'

Toch probeert Lowlands zich, in de ogen van de festivaldirecteur nog steeds te onderscheiden van andere festivals. Volgens hem is de sfeer op Lowlands een belangrijke factor. 'Die sfeer ontstaat doordat er alleen maar kaarten voor het hele weekend te koop zijn', vertelt Van Eerdenburg. De festivaldirecteur heeft duidelijk een voorkeur voor mensen die een heel weekend naar een festival gaan. Door geen dagkaarten te verkopen, probeert Lowlands een bepaalde sfeer te creëren, waarbij de festivalbezoekers een sterke verbondenheid voelen. 'Door enkel weekendkaarten te verkopen, komen er niet elke dag nieuwe mensen binnen die alleen komen voor de hoofd-act. Die mensen nemen weer andere energie mee.' Lachend voegt Van Eerdenburg toe: 'In plaats daarvan valt iedereen langzaam samen om naarmate het weekend vordert. Omdat iedereen hetzelfde meemaakt ontstaat een verbondenheid.'

'We programmeren nu meer hiphop en elektronische muziek, maar er is er geen harde lijn.'

Omdat bezoekers drie dagen lang op het festivalterrein zijn, wil de organisatie van Lowlands ze ook andere vormen van vermaak aanbieden. Het randprogramma met onder andere film en theater wordt volgens Van Eerdenburg op maat gemaakt voor de festivalbezoekers. 'Wij denken dat mensen die houden van de muziek die op Lowlands staat geprogrammeerd ook interesse hebben in daaraan gerelateerde maatschappelijke onderwerpen en films.'

'De bezoeker van Lowlands bevindt zich nog vooral in de alternatieve scene, al lopen die hokjes nu meer in elkaar over dan twintig jaar geleden.' Sinds het ontstaan van het festival richt de organisatie zich dus vooral op deze doelgroep. Dat betekent niet dat Lowlands niet open staat voor nieuwe dingen. 'We gaan met de tijd mee', legt Van Eerdenburg uit. 'Zo programmeren we meer hiphop en elektronische muziek, maar er is er geen harde lijn. We boeken gevoelsmatig en dat is vaag.' Hij voegt daar lachend aan toe: 'Studenten willen alles wetenschappelijk vastleggen, maar het is gewoon vaag en niet goed onder woorden te brengen.'

Eve 2 grootEen divers geluid
Hoewel Lowlands zich graag als vooruitstrevend presenteert, kunnen ze dat niet op alle fronten waarmaken. Momenteel is het programma op het gebied van genderverhoudingen echter nog niet zo divers. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd. In het programma van 2018 vormen vrouwen slechts een fractie van de grote namen op het affiche.

Wanneer Van Eerdenburg hiermee wordt geconfronteerd, valt er een stilte, waarna hij bekent: 'Een goede verdeling tussen man en vrouw in het muziekprogramma is niet het voornaamste waar wij naar kijken bij het samenstellen van het programma. We kijken vooral hoeveel kaarten een act verkoopt, dus of zij een kleine zaal als Doornroosje of juist een grote zaal zoals de Ziggo Dome uitverkopen. In mijn ogen beslist het publiek vooral wat er op welke plaats in het programma staat, doordat zij kaartjes voor de zaalshows kopen.' Lowlands denk dus niet alleen vanuit idealen, maar hecht ook veel waarde aan commercie. De festivaldirecteur heeft wel een verklaring voor de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen. 'In de muziekwereld zijn er gewoon minder acts die vrouwen als lead hebben', zegt Van Eerdenburg peinzend. 'We programmeren niet bewust weinig vrouwen. Ik zou het toejuichen als er meer acts met een frontvrouw komen.'

Het is overigens niet zo dat elke artiest die veel kaarten verkoopt door Lowlands wordt geboekt. Een act moet wel passen bij het festival en die beslissing is niet altijd te verklaren, legt Van Eerdenburg uit. 'Dit jaar hebben we Dua Lipa geboekt. Dat is pop, maar haar vinden we wel passen op ons festival, terwijl wij een ander popmeisje te glad kunnen vinden. We kunnen niet met harde argumenten onderbouwen waarom we dat vinden. Het is meer een gevoel dat we volgen.'

Dat vrouwen op het festival minder vertegenwoordigd zijn dan mannen, betekent niet dat Lowlands niet bezig is met diversiteit. 'Bij de acts hebben we als festival beperkte invloed op de genderverhoudingen, maar bij onderdelen waar we dat wel hebben, letten we daar goed op. Zo zorgen we bij de presentatoren voor een goede man-vrouwverdeling. Daarnaast zijn er door het binnenhalen van hiphop en wereldmuziek allerlei verschillende etniciteiten vertegenwoordigd in de line-up.' Ook was er in 2017 voor het eerst een gaybar op Lowlands, vertelt Van Eerdenburg. 'Deze bar wordt dit jaar alweer groter en zal volgend jaar ongetwijfeld nog verder groeien', voegt hij trots toe. De diversiteit is een aandachtspunt voor de festivaldirecteur, maar dat vindt hij zeker niet het belangrijkste. 'Voor mij moeten de grote lijnen binnen de line-up kloppen. Alle genres moeten evenwichting vertegenwoordigd zijn.' Deze manier van kijken zorgt ervoor dat je wel eens een buitenkansje links laat liggen. 'Dit jaar konden we een grote hiphop-act boeken, maar we hadden al veel acts binnen dit genre op het programma. We kiezen er dan voor om die grote naam niet te boeken, maar dan nemen we een artiest uit een genre dat nog minder is vertegenwoordigd.' Over de grote act die Lowlands dit jaar niet heeft geboekt, wil Van Eerdenburg niks loslaten. Glimlachend zegt hij: 'Volgens de pr-wetten moet je nooit zeggen wie je niet hebt kunnen krijgen.'

 

Lees meer

Festival op maat

Festivaldirecteur Eric van Eerdenburg wil Lowlands onderscheiden van andere evenementen. Hier komt niet altijd een strak uitgedacht plan bij kijken, want vaak maakt hij keuzes gevoelsmatig. 'We programmeren op gevoel en dat is vaag.'

Tekst: Wout Zerner
Foto's: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

In de informele sfeer van Restaurant Amsterdam werkt Lowlands-directeur Eric van Eerdenburg afspraak na afspraak af. Sinds 2000 staat hij aan het roer van het festival dat in augustus alweer voor de 26ste keer wordt gehouden. Zijn jarenlange ervaring betekent echter niet dat Van Eerdenburg het rustig aan kan doen. 'Voor mij zijn april en mei de drukste maanden', vertelt hij. 'Het festivalprogramma moet klaar zijn voordat ik halverwege mei op vakantie ga, want vanaf dat moment moet het productieteam ermee aan de slag.'

Inmiddels heeft Van Eerdenburg nog maar een paar weken over voor die vakantie plaatsvindt en moeten de laatste plekjes in de muziekprogrammering nog worden ingevuld. Naast muziek is er op Lowlands, net als op veel andere festivals, een randprogramma met bijvoorbeeld film en theater. De festivaldirecteur moet daar het meeste nog voor regelen. 'Mijn focus ligt nu vooral bij het randprogramma en de sponsoren', legt Van Eerdenburg uit. 'Voor dit interview had ik een afspraak met Amnesty International. Zij komen dan vertellen dat ze graag op Lowlands willen staan en wat ze daar willen doen.' Plots rinkelt de telefoon van de festivaldirecteur. Verstoord kijkt hij naar het scherm en verontschuldigt zich. 'Sorry, maar deze moet ik echt even opnemen.' Eenmaal terug aan tafel vertelt Van Eerdenburg over de sfeer van Lowlands, het onderscheidende karakter van het festival en de complexiteit van het samenstellen van een line-up. 'Ik vind dat we als festival voorop moeten blijven lopen.'

EvE Facebook

Haantje de voorste
Lowlands wil graag een koppositie binnen de festivalwereld innemen. Door de grote concurrentie van andere festivals is dat volgens Van Eerdenburg niet makkelijk. 'Tegenwoordig is het moeilijker om je te onderscheiden met het muziekprogramma, omdat er een beperkte keuze is uit acts die op dat moment in Europa op tournee zijn. Deze artiesten zijn maar een bepaalde tijd in Europa en staan in die periode op veel andere festivals die rond dezelfde tijd worden gehouden. De bezoeker is bereid om op de trein of het vliegtuig te stappen om naar bijvoorbeeld Pukkelpop en Sziget te gaan.' Lowlands moet dus op zoek naar andere manieren om op te vallen. Niet alleen op het gebied van de muziek zijn festivals meer op elkaar gaan lijken. 'Het onderscheidende vermogen van Lowlands is nu minder groot dan het bij de eerste editie was', vertelt Van Eerdenburg. 'In die tijd waren eigenlijk alle festivals een groot podium in een weiland met een biertent en een hamburgerkraam. Wij zijn toen begonnen met meerdere podia en meer variatie aan eten, waardoor het festivalterrein een ministadje werd. Veel concurrenten hebben dit overgenomen.'

Toch probeert Lowlands zich, in de ogen van de festivaldirecteur nog steeds te onderscheiden van andere festivals. Volgens hem is de sfeer op Lowlands een belangrijke factor. 'Die sfeer ontstaat doordat er alleen maar kaarten voor het hele weekend te koop zijn', vertelt Van Eerdenburg. De festivaldirecteur heeft duidelijk een voorkeur voor mensen die een heel weekend naar een festival gaan. Door geen dagkaarten te verkopen, probeert Lowlands een bepaalde sfeer te creëren, waarbij de festivalbezoekers een sterke verbondenheid voelen. 'Door enkel weekendkaarten te verkopen, komen er niet elke dag nieuwe mensen binnen die alleen komen voor de hoofd-act. Die mensen nemen weer andere energie mee.' Lachend voegt Van Eerdenburg toe: 'In plaats daarvan valt iedereen langzaam samen om naarmate het weekend vordert. Omdat iedereen hetzelfde meemaakt ontstaat een verbondenheid.'

'We programmeren nu meer hiphop en elektronische muziek, maar er is er geen harde lijn.'

Omdat bezoekers drie dagen lang op het festivalterrein zijn, wil de organisatie van Lowlands ze ook andere vormen van vermaak aanbieden. Het randprogramma met onder andere film en theater wordt volgens Van Eerdenburg op maat gemaakt voor de festivalbezoekers. 'Wij denken dat mensen die houden van de muziek die op Lowlands staat geprogrammeerd ook interesse hebben in daaraan gerelateerde maatschappelijke onderwerpen en films.'

'De bezoeker van Lowlands bevindt zich nog vooral in de alternatieve scene, al lopen die hokjes nu meer in elkaar over dan twintig jaar geleden.' Sinds het ontstaan van het festival richt de organisatie zich dus vooral op deze doelgroep. Dat betekent niet dat Lowlands niet open staat voor nieuwe dingen. 'We gaan met de tijd mee', legt Van Eerdenburg uit. 'Zo programmeren we meer hiphop en elektronische muziek, maar er is er geen harde lijn. We boeken gevoelsmatig en dat is vaag.' Hij voegt daar lachend aan toe: 'Studenten willen alles wetenschappelijk vastleggen, maar het is gewoon vaag en niet goed onder woorden te brengen.'

Eve 2 grootEen divers geluid
Hoewel Lowlands zich graag als vooruitstrevend presenteert, kunnen ze dat niet op alle fronten waarmaken. Momenteel is het programma op het gebied van genderverhoudingen echter nog niet zo divers. Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd. In het programma van 2018 vormen vrouwen slechts een fractie van de grote namen op het affiche.

Wanneer Van Eerdenburg hiermee wordt geconfronteerd, valt er een stilte, waarna hij bekent: 'Een goede verdeling tussen man en vrouw in het muziekprogramma is niet het voornaamste waar wij naar kijken bij het samenstellen van het programma. We kijken vooral hoeveel kaarten een act verkoopt, dus of zij een kleine zaal als Doornroosje of juist een grote zaal zoals de Ziggo Dome uitverkopen. In mijn ogen beslist het publiek vooral wat er op welke plaats in het programma staat, doordat zij kaartjes voor de zaalshows kopen.' Lowlands denk dus niet alleen vanuit idealen, maar hecht ook veel waarde aan commercie. De festivaldirecteur heeft wel een verklaring voor de scheve verhouding tussen mannen en vrouwen. 'In de muziekwereld zijn er gewoon minder acts die vrouwen als lead hebben', zegt Van Eerdenburg peinzend. 'We programmeren niet bewust weinig vrouwen. Ik zou het toejuichen als er meer acts met een frontvrouw komen.'

Het is overigens niet zo dat elke artiest die veel kaarten verkoopt door Lowlands wordt geboekt. Een act moet wel passen bij het festival en die beslissing is niet altijd te verklaren, legt Van Eerdenburg uit. 'Dit jaar hebben we Dua Lipa geboekt. Dat is pop, maar haar vinden we wel passen op ons festival, terwijl wij een ander popmeisje te glad kunnen vinden. We kunnen niet met harde argumenten onderbouwen waarom we dat vinden. Het is meer een gevoel dat we volgen.'

Dat vrouwen op het festival minder vertegenwoordigd zijn dan mannen, betekent niet dat Lowlands niet bezig is met diversiteit. 'Bij de acts hebben we als festival beperkte invloed op de genderverhoudingen, maar bij onderdelen waar we dat wel hebben, letten we daar goed op. Zo zorgen we bij de presentatoren voor een goede man-vrouwverdeling. Daarnaast zijn er door het binnenhalen van hiphop en wereldmuziek allerlei verschillende etniciteiten vertegenwoordigd in de line-up.' Ook was er in 2017 voor het eerst een gaybar op Lowlands, vertelt Van Eerdenburg. 'Deze bar wordt dit jaar alweer groter en zal volgend jaar ongetwijfeld nog verder groeien', voegt hij trots toe. De diversiteit is een aandachtspunt voor de festivaldirecteur, maar dat vindt hij zeker niet het belangrijkste. 'Voor mij moeten de grote lijnen binnen de line-up kloppen. Alle genres moeten evenwichting vertegenwoordigd zijn.' Deze manier van kijken zorgt ervoor dat je wel eens een buitenkansje links laat liggen. 'Dit jaar konden we een grote hiphop-act boeken, maar we hadden al veel acts binnen dit genre op het programma. We kiezen er dan voor om die grote naam niet te boeken, maar dan nemen we een artiest uit een genre dat nog minder is vertegenwoordigd.' Over de grote act die Lowlands dit jaar niet heeft geboekt, wil Van Eerdenburg niks loslaten. Glimlachend zegt hij: 'Volgens de pr-wetten moet je nooit zeggen wie je niet hebt kunnen krijgen.'

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Arriva-treinen

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Arriva, streekvervoer met streken
Ingeklemd tussen twee hijgende dikzakken kijk je hoe de persoon voor je selfies zit te maken. Ondertussen volg je onvrijwillig het telefoongesprek van een meid die aan de andere kant van de coupé zit. Ze gaat vanavond sushi eten met vriendinnen. Fijn om te weten. Je probeert nog even een dutje te doen, maar wordt ruw gewekt als de trein zonder aanleiding abrupt stopt en een paar tellen later weer verder rijdt. Als er ook nog wordt medegedeeld dat de trein niet verder rijdt dan station Mook/Molenhoek, is de Arriva-experience compleet. Arriva-sprinters zijn een noodzakelijk kwaad voor velen van ons, maar waarom zijn ze eigenlijk zo kut?

Allereerst, de stoelen zijn altijd te klein voor je. Ergens in het hoofdkantoor van Arriva is bepaald dat reizigers slechts een zitoppervlak van 6,5 cm2 hebben. Als gevolg zit je ieder ritje naar thuisthuis tegen een of andere naar rioolwater stinkende goorlap aangedrukt.

Verder is de kans dat je rust vindt in een Arriva-trein even groot als de kans dat je rust vindt in de TKB tijdens carnaval. Bij ieder dorpsstationnetje stroomt de trein vol met een horde luidruchtige orks gekleed in vuilniszakjassen. Ze komen steevast in groepjes van drie of vier de rust verstoren met hun onophoudelijke geouwehoer over bier, school en scooters.

Bovenop al die nadelen komt nog dat Arriva-sprinters even betrouwbaar zijn als je manipulatieve ex-vriendje. Ze rijden niet op stroom, maar op diesel. Op de Limburgse leeuw op de zijkant na zijn het praktisch derderangs kolentreinen uit de voormalige Sovjet-Unie.

Als klap op de vuurpijl heeft Arriva een rijk repertoire aan sadistische trucjes in huis. Zo koppelen ze wel eens lukraak het achterste treindeel los, zodat je een half uur in de kou kunt gaan staan wachten op station Boxmeer. Hopelijk ben je nog vruchtbaar als je om half twaalf weer eens terug bent op je kamertje.

Al die nadelen zouden niet zo zwaar wegen als er tenminste wifi was om de misère te vergeten. Maar helaas, wifi in een Arriva-sprinter is net als Sinterklaas: het bestaat niet en steeds minder kinderen geloven erin.

Aldus is mijn reisadvies aan jullie om Arriva-sprinters te mijden als een leprakolonie. Pak de fiets. Of de benenwagen desnoods. Of bel je ouders op dat je de komende vijf jaar niet meer thuiskomt. Alles. Behalve. Arriva.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Groepsopdrachten

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

'Oké, laten we er maar een eind aan breien. We hebben de hele middag overlegd, maar gelukkig hebben we wel een Drive aangemaakt en de opdracht verdeeld.' Apathisch blijf je voor je uitstaren. In deze vier uur had je de groepsopdracht gemakkelijk in je eentje kunnen maken en volledig met een ganzenveer kunnen uitschrijven op een stel rijstkorrels. In plaats daarvan heb je met je groepsgenoten de hele middag lang zwijgend naar een leeg Word-bestand zitten staren. Groepswerk is standaard te kut voor woorden, maar waarom eigenlijk?

Groepsgenoten. In veel gevallen heb je geen concreet bewijs dat ze echt bestaan. Je ziet dat ene Hans bij je groepje is ingedeeld en probeert contact met hem te krijgen. Je stuurt hem eerst een mail. Daarna stuur je hem een Facebook bericht. Pas na een maand krijg je een reactie. 'Jo, sorry voor de late reactie. Ik was op skivakantie en ben pas net terug. Stuur maar wat ik moet maken.' Thanks voor je input, Hans.

Aan de andere kant van het spectrum heb je de autoritaire regelneef. Terwijl ze staat uit te leggen hoe de taakverdeling eruit gaat zien, beeld je haar in met een SS-uniform aan. Staat perfect. Als ze klaar is ga je uit vrees voor keiharde represailles maar meteen aan de slag met je toegewezen stukje. Je levert het op tijd in bij de Hauptstrumführerin. Binnen een uur krijg je al een reactie. Haar passief-agressieve mail is samen te vatten in drie woorden: doe maar opnieuw.

Dan zijn er nog de moeilijkheden om een groepsmeeting te plannen. Groepsgenoot A is een prominente pik bij de studentencurlingvereniging, groepsgenoot B moet zich per se iedere avond vakkundig de tering in zuipen op de sociëteit en groepsgenoot C verlaat alleen voor tentamens en de uitbraak van WO III zijn ouderlijk huis. Als je de agenda's bij elkaar legt, kom je erachter dat het eerst mogelijke moment voor een afspraak 24 mei 2026 tussen 9.30 en 11.30 uur is.

Uiteindelijk is het tien uur 's avonds op de dag van de deadline. Jij doet de laatste check, omdat jouw deel minder werk zou zijn. Je kijkt naar wat de anderen ervan gemaakt hebben en ziet dat het deel van je ene groepsgenoot vol spelfouten staat, het deel van je andere groepsgenoot maar twee zinnen lang is en het laatste deel wegens onbekende redenen in het Hongaars is geschreven. Volgende keer alleen doen? Ja.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Uiteten

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Je loopt met je vriendin door de stad en opeens zegt ze: 'Kijk, drie gangen voor vijftien euro! Inclusief drankje. Doen?' Je wil geen skere joekel zijn – zij weet ook dondersgoed dat ome DUO gisteren nog een mille op je bankrekening heeft gestort – en gaat akkoord. Een kwartier later zit je naar je armetierige kop tomatensoep met "verse" basilicum te staren en heb je al spijt.

Restaurants proberen studenten naar binnen te lokken met schijnbaar goede deals. "Drie gangen voor 15 euro." Of meer accuraat: "Drie teleurstellingen voor 15 euro". Je mag kiezen wat je wil en dat voor een vaste prijs. "Kiezen" komt helaas neer op een keus maken tussen een sneue carpaccio of een veredeld cup-a-soupje als voorgerecht, een McAnusburger of een platgetrapte schnitzel als hoofdgerecht en als nagerecht een vormloze dame blanche of twee kubieke millimeter cheesecake.

Met je hongerige kop kies je uiteindelijk voor de hamburger en de dame blanche. Had je dan niet beter naar een snackbar kunnen gaan? Ja. Ze jassen een satéprikker door je burger, pleuren het op een wit vierkant bord en gooien er wat sla met accuzuurdressing bij, maar in de essentie krijg je hetzelfde voer als van Ali's snackcorner. Alleen dan wel twee keer zo duur.

Daarnaast zijn de restaurantbazen nog lang niet tevreden als ze je zuurgeleende vijftien euro hebben afgetroggeld. Ze maken het eten zo intens zout dat het fysiologisch onmogelijk is om je maaltijd met enkel je startbiertje van 15 cl te trotseren. Verder zijn de vijf frietjes die je bij je hoofdgerecht krijgt nooit voldoende en moet je altijd bijbestellen. En als je een ander sausje wil dan Zaanse smegmamayonaise of ketchup moet je natuurlijk ook lappen.

Vervolgens heb je nog trek als de drie aanfluitingen plus consumptie achter de kiezen zijn. Je verlaat samen restaurant Den Ouden Vreetschuur en stelt voorzichtig voor om nog even snel een zak chips te halen 'voor straks op de bank'. De blik die je dan van je vriendin krijgt toegeworpen maakt het droevige etentje compleet. Vol medelijden en walging vraagt ze zich af hoe ze in godsnaam ooit voor zo'n onverzadigbare vreetbeer heeft kunnen vallen.

Dus, maak van studentenmenu maar studentenmenooit en duik de volgende keer als je eens iets anders wil dan je gebruikelijke pasta pesto maar gewoon de snackbar in.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Vakantieverhalen

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Je bent erin geluisd. Het verhaal van je huisgenootje begon zo schattig en onschuldig, maar inmiddels zit je al vijf minuten schokkerige videobeelden van een Vietnamees marktje te bekijken. 'Kijk hoe simpel ze daar leven. Dat is toch geweldig! Eigenlijk moeten we dat hier ook meer doen.' Haar homemade footage werd voorafgegaan door een half uur durende diashow van Aziatische boertjes die hun verschrompelde landbouwproducten tevergeefs aan de man proberen te brengen. Vooral vlak na de zomer moet je op je hoede zijn. Voor je het weet is je beste vriend net terug van een 'supergave' reis door Turkmenistan of heeft je stapmaat zojuist vier weken met een rugzak door de Baltische staten gebanjerd. Pas op voor reisverhalen.

'Het is toch leuk om over iemands vakantie te horen?' Nee. Etiketten van bierflesjes aftrekken is leuk, naar iemands reisverhaal luisteren niet. Misschien zouden vakantieverhalen wat beter aan te horen zijn als daadwerkelijk het woord 'vakantie' in de mond zou worden genomen, maar dat is vloeken in de kerk. Tien dagen op je luie gat zitten ergens op een strand in de Antillen is getransformeerd tot 'echt even weer mijn rust vinden.' Aapjes en plantjes kijken in de rimboe valt tegenwoordig onder de noemer 'mijn band met de natuur herstellen.' Reisverhalen zijn altijd doorspekt met eyeopeners en 'diepe ervaringen' waarmee de verteller graag wil benadrukken dat jij een onderontwikkeld kleiboertje bent dat nog niet eens zijn eigen achtertuin kent.

Daarnaast zijn reisverhalen altijd even incoherent en onbegrijpelijk als je schoonmoeders kledingkeuze. 'En toen gingen we naar een oud vissersdorpje. O nee, dat was de dag daarna. Nee, eerst gingen we naar een oude tempel. Ja, eigenlijk is het een moskee. Of toch niet?' Dankjewel voor de heldere info. Het lijkt wel of je reislustige vriend door zijn enthousiasme de draad van zijn verhaal kwijt is. Of waarschijnlijker: hij heeft geen idee wat hij nou werkelijk gezien heeft. Je vriend zat zonder twijfel alvast na te denken over welke McFlurry hij na de tour zou bestellen terwijl de gids uitweidde over de geschiedenis van Bali's oudste boeddhistische tempel.

Dus kijk goed uit wanneer je studiegenoot opeens een foto van zichzelf op een struisvogel onder je neus schuift. Wees gewaarschuwd wanneer plots de Brooklyn Bridge op de profielfoto van je sportbuddy verschijnt en ren vooral keihard weg als je studiemaatje quasinonchalant laat vallen dat zij een jetlag heeft.

 

Lees meer

Goed gekeurd?

Jaarlijks publiceren Keuzegids en Elsevier een ranglijst van de beste universiteiten. Hoewel universiteiten graag pronken met deze keurmerken, is een rangschikking gebaseerd op studententevredenheid discutabel. De RU zou daarom twee keer moeten nadenken voordat ze van de daken schreeuwt dat ze beste van Nederland is.

Tekst: Julia Mars en Floor Toebes
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Rector magnificus Han van Krieken kan de vlag uithangen: in 2019 mag de Radboud Universiteit (RU) zichzelf volgens Keuzegids weer de beste klassieke universiteit van Nederland noemen. Elk jaar publiceert zowel Keuzegids als Elsevier een ranglijst van beste universiteiten van Nederland. De RU komt vaak uit de bus als het beste jongetje van de klas en is ook niet te bescheiden om hiermee te pronken. Het keurmerk is terug te zien op de website, op de open dagen en in de flyers. Bij het gebruik van de keurmerken kunnen echter flink wat vraagtekens worden gezet en het is maar de vraag hoe veel waarde de titel van beste universiteit echt heeft. Dus 'beste' RU: denk twee keer na voordat je de vlag uithangt.

openings400xEen grote tRUc
De RU mag zich volgens Keuzegids met 63 punten prijzen als beste klassieke universiteit. Een klassieke universiteit biedt uit de meest diverse vakgebieden studies aan. Binnen deze categorie zijn de verschillen echter minimaal: Groningen volgt de RU met een score van 62,5 en de 'slechtste' universiteit, de Universiteit van Amsterdam, heeft alsnog 54 punten. Daar komt nog eens bovenop dat de scores elk jaar vrijwel hetzelfde zijn. 'Nijmegen en Groningen verschillen eigenlijk nauwelijks in score', beaamt Han Werts, teamleider Institutional Research aan de RU. 'Het gaat in dit geval om een verschil van een half puntje.' 

Een verschil van een half punt in een tevredenheidsonderzoek is te beperkt om een hard onderscheid te maken en een winnaar uit te roepen. Dat weet de RU zelf ook, maar doet daar niets mee. 'Als de RU op de eerste plek terechtkomt, dan weten we zelf ook wel dat het verschil met de tweede plek eigenlijk nietszeggend is', zegt Werts. 'Maar de resultaten worden wel zo gepubliceerd. Daar maken wij als marketingafdeling gebruik van.'

Overhaaste generalisatie
Bas Belleman, hoofdredacteur van de Keuzegids, legt uit: 'We kijken naar de studentoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE), maar ook naar studiesucces en expertoordelen.' De studentoordelen tellen echter wel heel zwaar mee, namelijk voor 70 procent. 'Studenten krijgen allemaal dezelfde vragen in de NSE en daar maken wij een selectie uit. Zo komen we tot oordelen per opleiding en op basis daarvan worden de ranglijsten gemaakt.' Allemaal leuk en aardig bij het vergelijken van studies, maar bij het vergelijken van universiteiten gaat deze vlieger niet op. Want hoeveel studiezaken zijn nou echt universiteitsbreed? Tandheelkundestudenten zijn op de RU letterlijk en figuurlijk ver verwijderd van studenten bij Letteren maar toch worden in de totstandkoming van de keurmerken de meningen van alle studenten op een hoop gegooid. Als tandheelkundestudenten heel positief zijn over werkplekken maar studenten Letteren zijn dat juist niet, dan krijg je een gemiddelde tussen die twee tegenpolen. De verschillen tussen Tandheelkunde en Letteren zie je niet in een ranking van instellingen. Deze kun je alleen vinden in de ranglijst van opleidingen.

In een universiteitsranking kan een slecht beoordeelde faculteit zomaar meeliften op het succes van een andere faculteit. Samen behoren ze immers tot de 'beste' universiteit. Dit toont aan dat het generaliserend werkt om de tevredenheid van alle opleidingen over een kam te scheren. Het keurmerk is op deze manier voor de studiekiezer niet relevant.

Een simpel keurmerk is helemaal niet zo veelzeggend.

Representativiteit
Naast de manier van rangschikken zou het kunnen dat er wat rammelt aan de onderzoeksmethode van keurmerken. Keuzegids en Elsevier baseren hun ranglijsten grotendeels op de NSE. In deze enquête worden vragen gesteld om te achterhalen hoe tevreden studenten zijn over hun universiteit. Deze enquête wordt door 37 procent van alle studenten ingevuld. Dit zijn in absolute getallen veel respondenten, maar toch betekent dit niet per se dat het resultaat betrouwbaar is.

Er zijn grote verschillen in responsiepercentages tussen universiteiten. 'In Rotterdam is de respons bijvoorbeeld 28 procent en in Maastricht is dat 47 procent', vertelt Jelke Bethlehem, hoogleraar in de survey-methodologie aan de Universiteit van Leiden. 'Er is dus een hele grote groep studenten die wel meedoet in Maastricht en niet in Rotterdam. Als er dan een verschil is tussen deze twee universiteiten moet je je afvragen: is er echt een verschil in tevredenheid of komt het door de non-respons? Het beste is als de responsiepercentages hoog en gelijk zijn, maar dit is helaas niet het geval.' Met een responsiepercentage van 37 mis je een te grote groep en je kunt je afvragen of dat gevolgen heeft voor de betrouwbaarheid. 'Wat ook een probleem van non-respons is', gaat Bethlehem verder, 'is dat de non-respondenten er vaak heel anders over denken dan de respondenten.' Wie deze non-respondenten zijn, kan vanwege de nieuwe privacywetgeving niet worden onderzocht. Daarom wordt dit niet meegenomen in de resultaten van de NSE. Helaas blijft het om deze reden onduidelijk welk deel van de Nederlandse studenten nou eigenlijk wordt vertegenwoordigd.

Het rangschikken van universiteiten levert vooral misleidende informatie op. Een simpel keurmerk is dus helemaal niet zo veelzeggend. Het is vooral een goede marketingtruc van de universiteit. Reclame maken is natuurlijk niet verboden, maar als de RU als doel heeft om kritische studenten op te leiden, dan is het de hoogste tijd dat ze deze kritische houding ook zelf aanneemt.

 

Lees meer