De Pipet: Vliegend Spaghettimonster op Hoogeveldt

De Pipet is het satirische nieuwsmedium voor (studerend) Nijmegen, dat als doel heeft lezers op een luchtige en humoristische manier te informeren over campusnieuws en het Nijmeegse studentenleven. De Pipet: geen speld tussen te krijgen!

Vliegend Spaghettimonster aangetroffen in Hoogeveldt-keuken
Forensische onderzoekers hebben eindelijk bewijs gevonden voor het bestaan van het Vliegend Spaghettimonster. Ze ontdekten onlangs dat het monster tot leven moet zijn gekomen in een keuken van studentencomplex Hoogeveldt. Uit sporenonderzoek bleek dat er zich kleine hoeveelheden spaghettigoddelijkheid bevonden tussen de vieze vaat, E. coli bacteriën en schimmels.

Al jarenlang wordt gespeculeerd of het spaghettimonster in levende lijve op aarde aanwezig is en nu is er eindelijk bewijs gevonden voor zijn bestaan. Uit een recent gevonden 21e-eeuwse wandtekening blijkt dat het monster niet alleen bestaat uit spaghetti en gehaktballen, maar ook uit stukken koelkast, een dobbelsteen, en onderdelen van een fornuis. Hierdoor is men tot de conclusie gekomen dat Hoogeveldt de enige plek is waar het monster ontstaan kan zijn.

De Hoogeveldt-gang waar het spaghettimonster tot leven kwam, is inmiddels omgetoverd tot bedevaartsoord voor hipsters met een vergiet op hun hoofd. Het is nog onduidelijk waar het monster zelf zich momenteel bevindt. De SSH& verzoekt huurders daarom om ramen en deuren gesloten te houden en ook niets rond te laten slingeren dat het monster zou kunnen lokken. 'Het spaghettimonster leeft bij voorkeur op W5-afwasmiddel, beschimmelde schuursponsjes en restjes pasta. Dus kijk uit!'

Nadat het nieuws zich over de campus had verspreid, werden veel studenten bang dat hun pasta in een monster zou veranderen. Een studente besloot zelfs al haar pasta preventief te verbranden, wat onlangs leidde tot een kleine brand op Hoogeveldt.

De SSH& roept de studenten op om rustig te blijven. 'Er is maar een spaghettimonster. Zolang het onduidelijk is waar dit monster is, hebben we de Hoogeveldt-gluurder gevraagd om een oogje in het zeil te houden. Niets aan de hand dus.'

 

Lees meer

De preifluisteraars

Iedereen wil een prei lieve woorden influisteren, denkt Willie Darktrousers. Samen met Joost Oomen speelt hij in november op het Wintertuinfestival de voorstelling O ratelslang geil beest. Met dit interactieve stuk proberen ze het publiek los te krijgen van vastgeroeste denkpatronen. 'Het is heel aandoenlijk om te kijken naar iemand die voor het eerst in lange tijd iets nutteloos doet.'

Tekst: Simone Bregonje
Foto's: Julia Mars

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

JO WD 750x

Onder een doek bezaaid met vreemde symbolen steken nog net twee voeten uit. Daarnaast staat een priester op een ladder met grote armgebaren een gedicht voor te lezen. Een man laat een speelgoedhond uit, terwijl enkele vrouwen valse noten uit een blokfluit toveren. 'O ratelslang geil beest', roept de priester, 'o ratelslang geil beest', herhalen de toeschouwers. Het doek dat over het lijk ligt, begint te bewegen. Langzaam keert de overledene terug vanuit de geestenwereld. Hij staat op, pakt zijn gitaar en begint aan een lang lied. Ondertussen danst het publiek om hem heen in een spirituele polonaise, schijnbaar onaangedaan door wat ze net hebben gezien.

Joost Oomen glundert als hij dit beeld van de voorstelling O ratelslang geil beest schetst. Samen met zijn compagnon Willie Darktrousers zit hij in de kleedkamer van poppodium Simplon in Groningen. De combinatie van het vlassige snorretje en vintage Adidasshirt zorgt ervoor dat Oomen een alternatieve indruk maakt. Darktrousers doet niet voor hem onder met zijn lange haren, afgebladderde zwarte nagellak en broek met mystieke symbolen. Tijdens het interview wordt niet duidelijk of de twee high of gewoon zichzelf zijn, want het verhaal van de kunstenaars is bij vlagen onnavolgbaar. Hier zitten duidelijk geen doorsnee mensen

Ook in hun werk zijn Oomen en Darktrousers niet bepaald alledaags en hebben ze grootse ideeën over de achterliggende gedachte van hun kunst. Naast theatermaker is Oomen dichter, Darktrousers maakt ook muziek. Dit jaar maakten ze deel uit van het straattheater van het culturele festival Oerol met de voorstelling O ratelslang geil beest. De show ontstond twee jaar daarvoor noodgedwongen toen het duo onverwachts de kans kreeg om op Oerol op te treden.

'Toeschouwers moeten mijn voeten wassen en mijn gezicht aaien met een prei.'

JO 450xKracht van het publiek
Dat O ratelslang geil beest geen standaard toneelstuk is, blijkt al gauw. Tijdens het optreden speelt Oomen een hoge priester en doet Darktrousers alsof hij dood is. Ondertussen moet het publiek met allerlei rituelen helpen om Darktrousers weer tot leven te wekken. Zo moeten toeschouwers Darktrousers voeten wassen en zijn gezicht aaien met een prei. Wie verwacht rustig naar de voorstelling te kunnen kijken, komt dus bedrogen uit. 'Willie heeft ook wel eens gezegd: "Joost, als het publiek het niet goed doet, dan word ik gewoon niet wakker"', vertelt Oomen. 'Mijn rol als priester is dus bloedserieus.'

Het duo wil met deze voorstelling breken met de vorm van het klassieke theater. 'Daarin is alles netjes opgeruimd en gecategoriseerd, maar dat vinden wij niet interessant als theatermakers', legt Oomen uit. Waar in een conventioneel theaterstuk een duidelijke scheidslijn is tussen het publiek en de artiest, wil het duo met deze grens spelen. De mannen vertellen dat ze op een gegeven moment een heel klein publiek hadden bij de voorstelling. 'Iedereen deed mee. Voor voorbijgangers leek het zelfs alsof er geen publiek meer was', vertelt Darktrousers. 'De input van het publiek is erg belangrijk voor de voorstelling. Een deel van de rituelen verzin ik ter plekke, dus die zijn afhankelijk van de reactie van het publiek', vult Oomen aan.

Net als vroeger
Het betrekken van het publiek is niet het enige doel voor Oomen en Darktrousers bij de voorstelling. Ook proberen ze het publiek aan het spelen te krijgen. Mensen moeten het ravotten dat ze vroeger als kind deden, niet verleren als ze ouder worden, vinden de kunstenaars. 'De rituelen die de mensen moeten uitvoeren zijn eigenlijk een excuus om de mensen te laten spelen', vertelt Darktrousers. Oomen en Darktrousers erkennen dat dit niet per se nuttig is, maar dat is juist de bedoeling. 'We willen dat mensen het idee dat alles een doel moet hebben, loslaten', legt Oomen uit. 'In de westerse samenleving moet alles maar nuttig zijn. In de voorstelling laten we het publiek juist iets doen waarvan het doel niet duidelijk is.'

Als voorbeeld noemt Oomen dat hij tijdens een optreden iemand stukjes vermicelli heeft laten tellen. Hij gniffelt als hij terugdenkt aan deze opdracht. 'Dat is natuurlijk niet per se nuttig, maar soms moet je ook gewoon iets doen omdat het leuk is.' Het nut ontbreekt ook bij de andere rituelen die het publiek moet uitvoeren, maar de toneelspelers hebben er duidelijk schik in. Zo laten Oomen en Darktrousers de toeschouwers sporen maken van bouillonblokjes. 'Ik vind dat spoor van bouillonblokjes vanuit esthetisch oogpunt mooi', zegt Oomen gepassioneerd.

Lieve courgette
'Mensen moeten wel een drempel over om dit soort dingen te doen, maar het is een kwestie van volhouden en oefenen', denkt Darktrousers. Het duo vindt het leuk als mensen die in het begin wat terughoudend zijn, uiteindelijk enthousiast meedoen met de voorstelling. 'Het is heel aandoenlijk om te zien dat iemand voor het eerst sinds lange tijd iets geks doet', vindt Oomen. Om dat te verduidelijken vertelt hij dat ze het publiek tijdens de voorstelling lieve dingen tegen een courgette laten zeggen. 'Je moet je voorstellen dat een man van middel-bare leeftijd tegen een courgette zegt "jij bent een lieve courgette" en hem dan snel weer doorgeeft.'

'De bezoekers kunnen na de voorstelling uit hun rol stappen, maar doen dat niet.'

WD 450xHet allermooist vindt Darktrousers het wanneer iemand volledig opgaat in de voorstelling. Oomen knikt. 'Het is wel eens gebeurd dat een man van een jaar of zestig een geit na moest doen.' Oomen stopt even, glimlacht bij de herinnering en hervat zijn verhaal. 'Even later kwam zijn vrouw langs. Hij stopte haar wat geld in haar hand. "Ga jij maar even een visje halen, ik ben nog wel even bezig", zei hij. Ik vond het prachtig dat hij zo opging in het spel.' Darktrousers vertelt dat hij achteraf vaak te horen krijgt dat mensen heel erg hebben gelachen. Oomen onderbreekt hem. 'De bezoekers kunnen na de voorstelling uit hun rol stappen, maar doen dat niet. Ze komen juist met een grote lach op hun gezicht vertellen dat ze Willies voeten zo goed hebben gewassen. Dat is wat we willen', zegt Oomen, die trots is op de toeschouwers die in hun rol blijven.

Na het straattheater van Oerol, staat het duo in november op het Wintertuinfestival in Doornroosje. 'Ik denk dat mensen in Nijmegen ook behoefte hebben aan een voorstelling als de onze', zegt Oomen. 'Dat geldt zeker voor studenten, die mogen wel wat vaker nutteloze dingen doen.' Darktrousers knikt instemmend. 'Iedereen wil graag complimentjes geven aan een prei.'

 

Lees meer

De RU ziet ze vliegen

Hordes Radboudstudenten stappen elk jaar op het vliegtuig om met hun studievereniging op reis te gaan naar Japan of Colombia. Zo’n reis is leuk, maar niet heel duurzaam. Is het wel verantwoord dat er zoveel verre studiereizen worden georganiseerd?

Tekst: Jonathan Janssen
Illustratie: Rens van Vliet

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Terwijl de luchtvaart een van de meest vervuilende vormen van vervoer is, vliegen Nijmeegse studenten met hun studievereniging de hele wereld over. Zo gingen de psychologiestudenten van SPiN in 2018 naar Tokio en bezochten de rechtenstudenten van de JFV datzelfde jaar Kuala Lumpur. Vaak bezoeken zij tijdens de reis plaatsen of instanties die aansluiten bij hun vakgebied. De studenten van Marie Curie gingen bijvoorbeeld kijken bij NASA tijdens hun reis door Californië twee jaar geleden. Veel studenten bezoeken tijdens hun reis echter alleen de Nederlandse ambassade en gaan dan verder langs de toeristische trekpleisters. Het verband tussen studie en bestemming ligt dus niet altijd voor de hand. De Radboud Universiteit (RU) zegt duurzaamheid te willen stimuleren, maar doet niets aan de tonnen broeikasgassen die elk jaar worden uitgestoten door de studiereizen van haar studenten. Daarom moeten zowel de studieverenigingen als de universiteit in de gaten houden dat de doelen van de studiereis, namelijk de relatie met de studie en het sociale aspect, niet worden vergeten. Zo kan worden voorkomen dat er geen onnodige verre vluchten worden gemaakt.

Groeiende luchtvaartIllustratie RU ziet ze vliegen 450xjpg
Vliegen wordt een steeds groter probleem voor het klimaat. Het aandeel van de luchtvaart in de totale klimaatvervuiling is nu nog klein, maar de sector groeit enorm. Vluchten worden alsmaar goedkoper en wereldwijd hebben steeds meer mensen de mogelijkheid om het vliegtuig te pakken. 'In andere sectoren dalen de CO2-emissies, maar de luchtvaart zal steeds meer van de duurzame vooruitgang van andere sectoren tenietdoen', vertelt lector Paul Peeters, onderzoeker en docent Duurzaam en Toerisme aan de NHTV Breda. 'Alleen al door de luchtvaart zal de opwarming van de aarde nog steeds het in het Parijs-akkoord vastgelegde maximum van twee graden passeren.'

Een van de oorzaken achter de groei van het aantal vliegreizen is dat veel mensen denken dat een reis verder weg per definitie leuker is dan een reis dichterbij. Peeters geeft een voorbeeld: 'Als je mensen uit drie gratis vakanties met verschillende afstanden laat kiezen, gaan de meeste mensen voor de reis naar de verste bestemming, terwijl ze helemaal niet weten waar ze dan terechtkomen. Je kunt dichtbij huis net zo goed een leuke vakantie hebben.'

Nieuwe bestemmingen dichterbij
Met het oog op klimaatvervuiling moeten studieverenigingen de belangrijkste redenen achter een studiereis niet uit het oog verliezen. Nu lijkt de trend: hoe exotischer en verder de bestemming, hoe beter. De belangrijkste kenmerken van studiereizen zijn echter dat ze 'een toegevoegde waarde voor de opleiding en een vormend karakter' hebben, aldus het Reglement Subsidiëring Groepsreizen van de RU. Dat hoeft niet elke keer met een vlucht naar New York of Sydney te gebeuren, dat zou ook prima met een reis binnen Europa kunnen. Willen studenten niet naar plekken waar iedereen al is geweest, zoals Parijs en Rome, dan kunnen ze door iets beter te zoeken nog voldoende interessante locaties vinden. Binnen Europa zijn namelijk genoeg plekken die veel te bieden hebben en die nog niet zijn overspoeld door toeristen.

Daarnaast kunnen studieverenigingen en hun reiscommissies alternatieve vormen van vervoer overwegen. Zo is het beter voor het milieu om de bus of de trein te pakken dan het vliegtuig. Volgens de calculator van reiscompensatieorganisatie Greenseat gaat met een enkele vlucht Amsterdam-Parijs namelijk 70 kilo CO2 per persoon de lucht in, terwijl dat met de bus of trein maar 20 kilo is. Toch moeten verre studiereizen niet helemaal verdwijnen. Ze bieden studenten namelijk een mooie mogelijkheid om betaalbaar op reis te kunnen gaan. Een gulden middenweg zou kunnen zijn om maar eens in de drie jaar een grote reis te organiseren. Zo heeft elke student toch de mogelijkheid eens tijdens zijn studietijd een verre reis te maken. Voor die andere reizen kan een limiet worden gesteld op bestemmingen die met een treinreis van een dag te bereiken zijn.'Met zo'n limiet kun je nog zover reizen als Zuid-Italië en kun je op zoek naar bestemmingen die nog niet iedereen kent', stelt Peeters.

'Studieverenigingen kunnen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen.'

Reissubsidies
Niet alleen de student, maar ook de universiteit kan iets doen aan de vervuiling door studiereizen. Zij verstrekt immers via Student Life subsidies voor deze reizen. Duurzaamheid kan worden toegevoegd aan de lijst van criteria die de hoogte van de uitgekeerde subsidie bepalen. In de besprekingen voor de verbetering van het subsidiereglement wordt duurzaamheid al wel meegenomen, vertelt manager van Student Life Rob Vaessen. Een optie kan zijn dat wordt gebruikgemaakt van een reisemissiecalculator, die precies kan berekenen hoeveel CO2 er wordt uitgestoten met een bepaald reisplan. 'Bij het invoeren kun je daarbij aangeven of je per bus, trein of boot reist en zelfs met welke vliegmaatschappij je vliegt', legt Peeters uit. De universiteit kan dan eisen dat deze informatie voor alle georganiseerde studiereizen aan hen wordt voorgelegd. Mede aan de hand daarvan kan dan de hoogte van de subsidie worden bepaald.

Wil de RU aan haar duurzaamheidsdoelstellingen voldoen, dan zijn er op het gebied van studiereizen nog genoeg stappen te zetten. Zo kan de universiteit duurzaamheid integreren in haar reglement rondom de uitkering van subsidies voor studiereizen. Daarnaast kunnen studieverenigingen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen en vaker voor een alternatief vervoersmiddel te kiezen. Een week met de trein naar Bosnië en Herzegovina is immers ook niet verkeerd.

 

Lees meer

De RU ziet ze vliegen

Hordes Radboudstudenten stappen elk jaar op het vliegtuig om met hun studievereniging op reis te gaan naar Japan of Colombia. Zo’n reis is leuk, maar niet heel duurzaam. Is het wel verantwoord dat er zoveel verre studiereizen worden georganiseerd?

Tekst: Jonathan Janssen
Illustratie: Rens van Vliet

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Terwijl de luchtvaart een van de meest vervuilende vormen van vervoer is, vliegen Nijmeegse studenten met hun studievereniging de hele wereld over. Zo gingen de psychologiestudenten van SPiN in 2018 naar Tokio en bezochten de rechtenstudenten van de JFV datzelfde jaar Kuala Lumpur. Vaak bezoeken zij tijdens de reis plaatsen of instanties die aansluiten bij hun vakgebied. De studenten van Marie Curie gingen bijvoorbeeld kijken bij NASA tijdens hun reis door Californië twee jaar geleden. Veel studenten bezoeken tijdens hun reis echter alleen de Nederlandse ambassade en gaan dan verder langs de toeristische trekpleisters. Het verband tussen studie en bestemming ligt dus niet altijd voor de hand. De Radboud Universiteit (RU) zegt duurzaamheid te willen stimuleren, maar doet niets aan de tonnen broeikasgassen die elk jaar worden uitgestoten door de studiereizen van haar studenten. Daarom moeten zowel de studieverenigingen als de universiteit in de gaten houden dat de doelen van de studiereis, namelijk de relatie met de studie en het sociale aspect, niet worden vergeten. Zo kan worden voorkomen dat er geen onnodige verre vluchten worden gemaakt.

Groeiende luchtvaartIllustratie RU ziet ze vliegen 450xjpg
Vliegen wordt een steeds groter probleem voor het klimaat. Het aandeel van de luchtvaart in de totale klimaatvervuiling is nu nog klein, maar de sector groeit enorm. Vluchten worden alsmaar goedkoper en wereldwijd hebben steeds meer mensen de mogelijkheid om het vliegtuig te pakken. 'In andere sectoren dalen de CO2-emissies, maar de luchtvaart zal steeds meer van de duurzame vooruitgang van andere sectoren tenietdoen', vertelt lector Paul Peeters, onderzoeker en docent Duurzaam en Toerisme aan de NHTV Breda. 'Alleen al door de luchtvaart zal de opwarming van de aarde nog steeds het in het Parijs-akkoord vastgelegde maximum van twee graden passeren.'

Een van de oorzaken achter de groei van het aantal vliegreizen is dat veel mensen denken dat een reis verder weg per definitie leuker is dan een reis dichterbij. Peeters geeft een voorbeeld: 'Als je mensen uit drie gratis vakanties met verschillende afstanden laat kiezen, gaan de meeste mensen voor de reis naar de verste bestemming, terwijl ze helemaal niet weten waar ze dan terechtkomen. Je kunt dichtbij huis net zo goed een leuke vakantie hebben.'

Nieuwe bestemmingen dichterbij
Met het oog op klimaatvervuiling moeten studieverenigingen de belangrijkste redenen achter een studiereis niet uit het oog verliezen. Nu lijkt de trend: hoe exotischer en verder de bestemming, hoe beter. De belangrijkste kenmerken van studiereizen zijn echter dat ze 'een toegevoegde waarde voor de opleiding en een vormend karakter' hebben, aldus het Reglement Subsidiëring Groepsreizen van de RU. Dat hoeft niet elke keer met een vlucht naar New York of Sydney te gebeuren, dat zou ook prima met een reis binnen Europa kunnen. Willen studenten niet naar plekken waar iedereen al is geweest, zoals Parijs en Rome, dan kunnen ze door iets beter te zoeken nog voldoende interessante locaties vinden. Binnen Europa zijn namelijk genoeg plekken die veel te bieden hebben en die nog niet zijn overspoeld door toeristen.

Daarnaast kunnen studieverenigingen en hun reiscommissies alternatieve vormen van vervoer overwegen. Zo is het beter voor het milieu om de bus of de trein te pakken dan het vliegtuig. Volgens de calculator van reiscompensatieorganisatie Greenseat gaat met een enkele vlucht Amsterdam-Parijs namelijk 70 kilo CO2 per persoon de lucht in, terwijl dat met de bus of trein maar 20 kilo is. Toch moeten verre studiereizen niet helemaal verdwijnen. Ze bieden studenten namelijk een mooie mogelijkheid om betaalbaar op reis te kunnen gaan. Een gulden middenweg zou kunnen zijn om maar eens in de drie jaar een grote reis te organiseren. Zo heeft elke student toch de mogelijkheid eens tijdens zijn studietijd een verre reis te maken. Voor die andere reizen kan een limiet worden gesteld op bestemmingen die met een treinreis van een dag te bereiken zijn.'Met zo'n limiet kun je nog zover reizen als Zuid-Italië en kun je op zoek naar bestemmingen die nog niet iedereen kent', stelt Peeters.

'Studieverenigingen kunnen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen.'

Reissubsidies
Niet alleen de student, maar ook de universiteit kan iets doen aan de vervuiling door studiereizen. Zij verstrekt immers via Student Life subsidies voor deze reizen. Duurzaamheid kan worden toegevoegd aan de lijst van criteria die de hoogte van de uitgekeerde subsidie bepalen. In de besprekingen voor de verbetering van het subsidiereglement wordt duurzaamheid al wel meegenomen, vertelt manager van Student Life Rob Vaessen. Een optie kan zijn dat wordt gebruikgemaakt van een reisemissiecalculator, die precies kan berekenen hoeveel CO2 er wordt uitgestoten met een bepaald reisplan. 'Bij het invoeren kun je daarbij aangeven of je per bus, trein of boot reist en zelfs met welke vliegmaatschappij je vliegt', legt Peeters uit. De universiteit kan dan eisen dat deze informatie voor alle georganiseerde studiereizen aan hen wordt voorgelegd. Mede aan de hand daarvan kan dan de hoogte van de subsidie worden bepaald.

Wil de RU aan haar duurzaamheidsdoelstellingen voldoen, dan zijn er op het gebied van studiereizen nog genoeg stappen te zetten. Zo kan de universiteit duurzaamheid integreren in haar reglement rondom de uitkering van subsidies voor studiereizen. Daarnaast kunnen studieverenigingen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen en vaker voor een alternatief vervoersmiddel te kiezen. Een week met de trein naar Bosnië en Herzegovina is immers ook niet verkeerd.

 

 

Lees meer

Dialoog voor diversiteit

De thema's diversiteit en inclusiviteit lopen als een rode draad door het werk van sociaal ondernemer Marian Spier. Zo brengt ze als medeoprichter van TEDxAmsterdamWomen onderbelichte onderwerpen onder de aandacht. 'We moeten nooit verslappen.'

Tekst: Aaricia Kayzer
Foto's: Lynn Leeneman

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

MarianSpier350xBij het schrijven voor een editie van ANS die bol staat van artikelen over diversiteit, is introspectie onvermijdelijk. Tijd om het boetekleed aan te trekken: ANS heeft de afgelopen jaren systematisch minder vrouwen dan mannen geïnterviewd. Dat terwijl de redactie van het blad al drie jaar wordt aangestuurd door een vrouwelijke hoofdredacteur. Volgens sociaal ondernemer Marian Spier komt dat zeker niet omdat er te weinig interessante vrouwen zijn: 'Soms is een redactie te lui om goed te zoeken.'

Spier houdt zich al jaren bezig met diversiteit. In onze geglobaliseerde samenleving is het volgens Spier namelijk een voorwaarde dat organisaties een uiteenlopende samenstelling hebben. Momenteel assisteert ze in het kader van diversiteit onder andere de gemeente Amsterdam. In die stad ontwikkelt ze programma's die kwetsbare groepen moeten helpen hun plek in de samenleving in te nemen. Daarnaast is Spier medeoprichter van TEDxAmsterdamWomen. Met dit evenement geeft ze een podium aan onderwerpen die vaak buiten de schijnwerpers blijven, zoals vrouwen in de technologie. ANS spreekt Spier over diversiteit bij organisaties en het belang van een podium voor groepen en onderwerpen die te weinig aandacht krijgen.

 

ANS heeft dit redactiejaar nog maar twee vrouwen geïnterviewd.
Verrast: 'Hoe kan dat?'

Misschien zijn vrouwen minder prominent aanwezig in de media?
'Het kost soms zoekwerk om een vrouw te vinden om te spreken. Ik organiseer TEDxAmsterdamWomen al tien jaar en elk jaar denk ik opnieuw: “Waar ga ik die vrouwen vandaan halen?”, maar ze zijn er. Je moet alleen goed zoeken en daar zijn redacties soms te lui voor. Ik word vaak gevraagd voor interviews omdat mensen mijn interview in bijvoorbeeld de Volkskrant hebben gezien. Een redacteur benadert dan mij, terwijl er zo tien vrouwen zijn met een interessanter verhaal.'

Hoe kan een redactie wel een divers blad leveren?
'Voor een divers blad is het belangrijk om een diverse redactie te hebben. Niet alleen wat betreft geslacht, maar ook op het gebied van bijvoorbeeld etniciteit, leeftijd of handicap. Een blinde redacteur komt misschien wel met heel andere ideeën dan een iemand zonder handicap. 'Hetzelfde geldt voor bedrijven. Organisaties moeten divers zijn. Hoe diverser een organisatie, hoe sterker diensten kunnen worden. Door de democratisering van internet leven we in een geglobaliseerde samenleving waarin iedereen met elkaar in contact staat. Daardoor is de vraag naar producten ook diverser geworden. Iemand die blind is, denkt na over dingen waar mensen die wel kunnen zien nooit bij stilstaan. Het ontwerp van een koffiezetapparaat, bijvoorbeeld. Tegenwoordig hebben veel apparaten een touchscreen in plaats van knopjes, waardoor iemand die blind is niet zelfstandig koffie kan zetten.

'Een ander voorbeeld: als Apple zich alleen maar zou richten op de westerse gebruiker en niet stilstaat bij de behoeften van een Chinese klant, missen ze een groot deel van de markt.'

'Het is bekrompen om iemand gebaseerd op geslacht, leeftijd of afkomst tot één onderwerp te reduceren.'

Een minder diverse organisatie kan door goed na te denken toch alsnog rekening houden met de verschillen tussen mensen?
'Ik geloof van niet, want er bestaat bewust of onbewust altijd een blinde vlek. Als de organisatie zich niet kan verplaatsen in de doelgroep, ontstaat het risico dat bepaalde groepen buiten beschouwing worden gelaten. In Silicon Valley zijn bijvoorbeeld weinig topvrouwen en maar een heel klein deel van de investeringen gaat naar Nederlandse vrouwelijke ondernemers. Het is voor mannen aan de top makkelijker om te investeren in mensen waarmee ze zich kunnen identificeren. Een diverse groep komt juist sneller in aanraking met andere denkwijzen, omdat iedereen een eigen referentiekader meeneemt.'

Kan een diverse groep er niet juist voor zorgen dat mensen in hun eigen straatje blijven, doordat bijvoorbeeld het idee ontstaat dat alleen vrouwen in een organisatie iets kunnen zeggen over feminisme?
'Als dat gebeurt, komt dat door de beperkingen in de denkwijze van die mensen. Het is bekrompen om iemand gebaseerd op geslacht, leeftijd of afkomst tot één onderwerp te reduceren. Door te zeggen dat alleen vrouwen over feminisme mogen praten, vul je iets in voor andere mensen. Ik geloof juist dat er samen naar bepaalde thema's moet worden gekeken. Het is belangrijk om bij het praten over diversiteit niets voor elkaar in te vullen, maar de dialoog aan te gaan.'

Hoe ga je in dialoog met mensen die een heel ander wereldbeeld hebben?
'Door een safe space te creëren kunnen onderwerpen op een heel open manier besproken worden. Op de American University in Washington D.C. was ik betrokken bij de ontwikkeling van een programma waarin Afro-Amerikaanse studenten, lgbtq+-studenten en Trumpsupporters met elkaar in gesprek gingen. Het doel was dat alle studenten hun studie op een vredige manier konden afronden. De gesprekken waren niet gericht op verschillen in hun ideologie, maar juist op overeenkomsten.'

Maken safe spaces de wereld niet juist klein, doordat ze een bubbel creëren?
'Ik geloof van niet. Een safe space houdt voor mij niet in dat bepaalde dingen niet mogen worden gezegd, maar juist dat alles gezegd mag worden zonder oordeel. Als je in een safe space met iemand praat, kan je zonder bitterheid gevoelige onderwerpen bespreken.'

'Er zijn nog genoeg systemen om te doorbreken. We moeten nooit verslappen.'

Hoe creëer je een dialoog met een evenement als TEDxAmsterdamWomen, dat vooral gericht is op vrouwen?
'Het evenement is niet exclusief voor vrouwen. Er komen en spreken ook mannen. TEDxAmsterdamWomen is een platform gericht op onderbelichte thema's die vrouwen aangaan, zoals baarmoederhalskanker of zelfmoord onder vrouwen.

'De reden waarom ik met TEDxAmsterdamWomen ben begonnen, is omdat ik het belangrijk vond dat zulke onderbelichte thema's een podium zouden krijgen. Toen het evenement in 2010 voor het eerst werd georganiseerd, was er bijvoorbeeld heel weinig aandacht voor de manier waarop hartklachten van vrouwen verschillen van die van mannen. Daarom hebben we een cardioloog over hart- en vaatziekten bij vrouwen laten spreken. Dat was een van de eerste keren dat het onderwerp de aandacht kreeg die het verdiende. Daarna werd het grootschaliger opgepikt en nu is er bijvoorbeeld een campagne van de Hartstichting over hartziekten bij vrouwen. Tegenwoordig zijn er veel meer evenementen die gericht zijn op onderwerpen die vrouwen aangaan.'

Zijn er niet al genoeg evenementen gericht op onderwerpen die vrouwen aangaan?
'Eigenlijk is het nooit genoeg. Kijk maar naar de groei van Forum voor Democratie bij de Provinciale Statenverkiezing. Ik denk dat er nog veel werk nodig is en dat er nog veel aandacht moet worden besteed aan onder andere het bieden van een platform voor marginale groepen. Uiteindelijk is het doel om denkwijzen die al jaren bestaan te beïnvloeden, bijvoorbeeld het idee dat er niet genoeg vrouwen zijn om te spreken. Bij TEDxAmsterdamWomen zijn al meer dan tweehonderd vrouwelijke sprekers geweest, dus dat idee is ontkracht. Voor vrouwelijke ondernemers met een startup heb ik vijf jaar geleden een platform opgezet en ook daar is nu verbetering te zien. Toen ik daar destijds mee begon kwam Elsevier naar me toe om te vragen of zo'n platform wel echt nodig was. Nu is er veel meer aandacht voor ondernemerschap bij vrouwen. Toch zijn er nog genoeg systemen om te doorbreken. Er is bijvoorbeeld weinig aandacht voor mensen met een zichtbare of onzichtbare handicap. We moeten nooit verslappen.'

 

Lees meer

Digitaal kabaal

Steeds vaker worden weblectures gezien als vervanging van het live bijwonen van colleges. Het opnemen van colleges zorgt voor flexibiliteit, maar biedt geen mogelijkheid voor discussie over de stof. De RU moet daarom investeren in alternatieve vormen van digitale ondersteuning, zoals kennisclips.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Weblectures leken een gouden oplossing te zijn. De mogelijkheid om colleges terug te kijken, zorgt ervoor dat studenten de lesstof beter kunnen begrijpen en biedt bovendien uitkomst voor studenten die het college moeten missen. Toch kiezen veel docenten ervoor om de opnames niet meer online te zetten, omdat ze negatieve gevolgen ervaren van het opnemen van colleges. Zo kijken steeds meer studenten thuis naar de opnames in plaats van fysiek naar het college komen. 'Bij de eerste colleges zitten de zalen nog bijna helemaal vol', vertelt Rob Holland, docent Behavioural Science aan de Radboud Universiteit (RU). 'Later in de periode komen er bij een vak waar vierhonderd studenten staan ingeschreven, nog maar zo'n zestig opdagen.'

Niet alleen studenten zien de weblectures als vervanging van normale colleges. Bij sommige studies, zoals Bedrijfskunde, staan zoveel studenten ingeschreven dat er niet genoeg stoelen zijn in de collegezaal. 'In zo'n situatie worden docenten verplicht om de opnames online te zetten', vertelt Yvonne van Rossenberg, docent Strategisch Personeelsmanagement aan de RU. Dat de opnames worden gezien als vervanging van het fysieke college vinden veel docenten een zorgwekkende ontwikkeling. Ze zijn bang dat weblectures op deze manier hun mogelijkheid tot goed onderwijzen dwarsbomen. Toch hebben studenten recht op een goede digitale ondersteuning van de collegestof. Alternatieve hulpmiddelen, zoals kennisclips, bieden hierin uitkomst. De RU moet meegaan met de moderne ontwikkelingen en investeren in een goed alternatief voor weblectures.

'Als aanvulling zijn weblectures een mooi hulpmiddel, maar als de aanwezigheid erdoor vermindert, heb ik er mijn vraagtekens bij.'

Interactief lesgevenWeblecture 450x
Veel docenten waarschuwen dat weblectures een eenzijdige manier van onderwijs volgen zijn. 'Het terugkijken van opnames van het college is passief en daardoor ongeschikt als vervanging van het bijwonen van een college', legt Holland uit. Bas van Stokkom, docent Criminologie aan de RU, beaamt dit. 'Bij het kijken van de opnames gaat het contact tussen docent en student verloren. Wanneer er geen studenten in de zaal zitten, is er geen mogelijkheid om vragen te stellen en discussie te voeren', legt hij uit. Op die manier leren studenten niet om kritisch na te denken. 'Dat past niet bij de gedachte achter universitair onderwijs.' Om ervoor te zorgen dat studenten naar zijn colleges komen, kiest Van Stokkom er al langere tijd bewust voor om de opnames van zijn colleges niet zomaar vrij te geven. De colleges van Holland verschijnen nu nog wel structureel op Brightspace, maar dat zou binnenkort kunnen veranderen. 'Als aanvulling zijn ze een mooi hulpmiddel, maar als de aanwezigheid erdoor vermindert, heb ik er mijn vraagtekens bij', vertelt Holland. 'Binnen het onderwijsinstituut Psychologie wordt er op dit moment dan ook veel gediscussieerd over het online zetten van de opnames.'

Recht van spreken
Weblectures veroorzaken nog een ander probleem. De privacy van zowel de docent als de student wordt in gevaar gebracht. 'Alles wat tijdens een college wordt gezegd, staat vast op tape', zegt Van Rossenberg. 'De universiteit kan niet garanderen dat de beelden van Brightspace niet ergens anders op internet belanden.' Dit kan voor zowel docenten als studenten een reden zijn om hun mening niet uit te spreken. Wanneer een docent of student Politicologie bijvoorbeeld een sterke mening heeft over de militaire coup in Turkije, kan hij zich bezwaard voelen zijn mening publiekelijk te delen. Bij andere studies, zoals Psychologie of Geneeskunde, worden vaak casussen uit de praktijk besproken. In deze gevallen heeft de patiënt of cliënt zijn verhaal in vertrouwen verteld. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat zijn verhaal zomaar het hele internet overgaat. Ook de gesprekken die studenten tijdens het college voeren, worden opgenomen. Van Rossenberg heeft hier een aantal nare ervaringen mee gehad. 'Toen ik in het Verenigd Koninkrijk doceerde, is het een keer voorgekomen dat studenten tijdens het college over elkaar roddelden', vertelt ze. 'Dit was vervolgens op de opname terug te horen. Hetzelfde gebeurde bij een student die een vertrouwelijk verhaal vertelde aan de docent.' Op deze manier zorgen weblectures ervoor dat een collegezaal geen veilige leeromgeving meer is.

'Een kennisclip maken kost wat werk, maar het zorgt wel voor meer interactie.'

Op de lange termijn
Het gebruik van weblectures heeft meer negatieve gevolgen dan positieve. Toch is het jammer als docenten niet de vruchten plukken van de digitale revolutie. Er bestaan veel alternatieve vormen van digitaal lesmateriaal. Bij sommige studies, zoals Psychologie, wordt geëxperimenteerd met kennisclips. Dit zijn filmfragmenten over de collegestof die in een studio worden opgenomen. Dit biedt docenten de kans om informatieve video's te maken, met bijvoorbeeld een nagespeelde casus. Holland maakt hier in zijn colleges al gebruik van. 'Een kennisclip maken kost wat werk', vertelt hij, 'maar ze zorgen wel voor meer interactie. Dat maakt het de investering waard.' Van Rossenberg is ook enthousiast over de kennisclips, maar vertelt dat er bij Bedrijfskunde nog weinig aandacht aan wordt besteed. 'Op dit moment krijgen docenten nog geen tijd of geld om dergelijke video's te maken', zegt ze. Dit zorgt ervoor dat de meerderheid van de docenten nog geen gebruik maakt van dergelijke alternatieven. 'Als je er geen uren voor krijgt, waarom zou je er dan aan beginnen?' stelt Van Rossenberg.

Studenten hebben behoefte aan een goede digitale ondersteuning van het lesmateriaal. Op korte termijn kunnen weblectures hier een oplossing voor bieden, al deze laten veel te wensen over. Alternatieven zijn er genoeg, maar momenteel wordt er vanuit de universiteit geen extra tijd en geld beschikbaar gesteld om hiermee te werken. Het is daarom hoog tijd dat de RU met de tijd meegaat en investeert in goede digitale ondersteuning van het lesmateriaal.

 

Lees meer

Discutabele dooddoener

Een Gutmensch, overgevoelig of hypocriet: als je iemand 'politiek correct' noemt, is dat meestal niet bedoeld als compliment. Gek eigenlijk, want met de twee woorden op zich is over het algemeen niets mis. Waarom is het zo'n geladen term en wat doet dat eigenlijk met een discussie?

Tekst: Aaricia Kayzer
Illustraties: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

'Het taalgebruik is zo politiek correct dat het lijkt of er geen enkel nadeel is aan migratie', beargumenteert columnist Frank van Vliet in De Telegraaf. In een artikel van De Dagelijkse Standaard wordt een vluchtelingenboot van Artsen zonder Grenzen betiteld als 'politiek correct mensensmokkelschip'. Twee heel andere betekenissen van politiek correct: de een draait om woordgebruik, de ander draait impliciet om de morele en activistische vraag of vluchtelingen geholpen moeten worden. Hoewel politiek correct altijd wel ergens op televisie, radio of in een discussie onderwerp van de dag is, krijgt de term nooit een duidelijke, eenduidige definitie mee. Dat kan ook niet, vindt Gerben Bakker, docent Wijsbegeerte aan de Haagse Hogeschool. Samen met historicus Gert-Jan Geling schreef hij het boek Over politieke correctheid. 'Politiek correct is een geladen begrip en daarom is er niet één definitie van te geven.' Waarom is het eigenlijk zo'n geladen term, en wat doet het gebruik ervan met een discussie?

artikel pc 750

Meer dan braaf
Politiek correct wordt vooral gedefinieerd door de situaties waarin de term wordt gebruikt, zo wordt duidelijk wanneer Bakker uiteenzet hoe hij samen met Geling heeft geprobeerd de term te definiëren. 'In de eerste plaats kan het betekenen dat het bijvoorbeeld not done is om te praten over onderwerpen als afkomst en criminaliteit. Uit angst voor sociale repercussies slikken mensen bepaalde grapjes of opmerkingen in.' Met deze betekenis gebruikt Van Vliet de term in De Telegraaf, door te impliceren dat taalgebruik wordt aangepast om negatieve reacties te voorkomen. Daarnaast bestaat er volgens Bakker nog een moralistische, activistische vorm van politieke correctheid. 'Dat houdt in dat je door middel van het aanpassen of censureren van onder andere taaluitingen een morele agenda wil doordrukken.' Wat die morele agenda precies is, kan naar gelang van de groep waar iemand zich in bevindt, verschillen. Wie bij een denktank van Bij1 meent dat een straatnaam als de Jan Pieterszoon Coenstraat moet worden vervangen, zal andere reacties krijgen dan iemand die deze mening op een partijcongres van de PVV verkondigt. Ook de kop van De Dagelijkse Standaard doet een beschuldiging van moralisme: wie vindt dat Artsen Zonder Grenzen vluchtelingen de zee over moeten helpen, wordt door De Dagelijkse Standaard beticht van politieke correctheid.

Ook al heeft de term meerdere betekenissen, een ding hebben de bovenstaande voorbeelden in ieder geval gemeen: in allebei de situaties wordt met politiek correct niets positiefs bedoeld. Gudrun Reijnierse, universitair docent Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de Radboud Universiteit (RU), vindt het opmerkelijk dat de term zo negatief beladen is. 'Met "politiek" en "correct" is op zich niets mis. Je zou denken dat het prima
is om politiek correct te zijn, dat maakt je hooguit een beetje braaf. Het woord heeft in de loop der tijd blijkbaar een heel negatieve lading gekregen.'

 'Een term gaat na verloop van tijd een eigen leven leiden.'

Taal en werkelijkheid
'De term politiek correct had niet altijd een negatieve bijsmaak', vertelt Koen Vossen, politiek historicus aan de RU. Het taalkundige fenomeen waar politieke correctheid op duidt, dus politieke correctheid die gaat over het wel of niet vervangen van woorden, werd populair in de jaren zeventig: 'Toen ontstond het idee dat taal een soort politieke daad is', legt Vossen uit. 'Taal werd gezien als een machtsuitoefening waarmee de heersende structuren tussen bijvoorbeeld man en vrouw, zwart en wit, bevestigd worden.' Een concreet voorbeeld: door een spel als Kolonisten van Catan wordt het woord kolonisten genormaliseerd, terwijl kolonialisme heden ten dage wordt gezien als een donkere bladzijde in de geschiedenis.

artikel pc 450xDat de term politiek correct nu zo'n negatieve betekenis heeft, komt volgens Vossen vooral doordat de taalkundige en de morele, activistische definitie door elkaar heen zijn gaan lopen. 'Een term gaat na verloop van tijd een eigen leven leiden.' Politieke correctheid heeft voor veel mensen alleen nog de negatieve bijklank van de activistische betekenis. Het doordrukken van een morele agenda roept immers al snel weerstand op. 'Daarom impliceert de term nu vooral dat mensen de mond wordt gesnoerd. Vooral aan de rechterkant van het politieke spectrum, bijvoorbeeld in De Telegraaf, wordt de term gebruikt om aan te duiden dat er tegenwoordig niks meer gezegd mag worden', licht Vossen toe.

Doordat de term niet neutraal is, kan het tot op zekere hoogte zelfs als retorisch trucje gebruikt worden, meent Vossen. 'Door iemand anders politiek correct te noemen, impliceer je dat diegene iets niet durft te zeggen, maar jij wel.' Sterker nog, iemand kan zichzelf positioneren als moedig genoeg om tegen de heersende mores in te gaan. 'Of dat nu waar is of niet, maakt eigenlijk niks uit.'

Een positieve draai
Toch moet politieke correctheid volgens Vossen niet alleen gezien worden als een retorisch trucje. De taalkundige discussie of woorden vervangen moeten worden, is namelijk zeer nuttig. Het idee dat taal invloed heeft op de werkelijkheid bestaat nog steeds: blank moet vervangen worden door wit, als het aan dierenrechtenorganisatie PETA ligt, komt er een verbod op uitdrukkingen die dierenleed uitdrukken en in plaats van allochtoon spreekt men liever van "Nederlander met een migratieachtergrond".

'Je kunt je afvragen in hoeverre het vervangen van het woord allochtoon echt iets gaat veranderen aan de beeldvorming, of dat het vervangen puur gebeurt om mensen te behagen', meent Bakker. Het woord allochtoon was namelijk een vervanging voor het woord gastarbeider, maar blijkbaar heeft dit niet geleid tot een positievere beeldvorming. Toch zijn er ook voorbeelden die bewijzen dat het gebruik van bepaalde termen wel veel invloed kan hebben op beeldvorming, vertelt Reijnierse. 'In Amerika spreken de Republikeinen van tax relief. Belasting wordt gezien als een last die zwaar op je drukt, maar door een term als tax relief wordt een positief beeld van verlichting gecreëerd.' Voor een voorstander van belastingverhoging is, wordt het moeilijk om hier nog een positieve draai aan te geven. Net als tax relief kan "Nederlander met een migratieachtergrond" een positief frame zijn, legt Reijnierse uit. '"Nederlander met een migratieachtergrond" straalt veel meer dan "allochtoon" uit: je bent een van ons.'

'Wanneer mensen als argument aandragen dat ze iets politiek correct gelul vinden, geven ze geen inhoudelijke argumenten.'

Ironisch woord
Ook Zoë Papaikonomou, onderzoeksjournalist en auteur van het boek Heb je een boze moslim voor mij?, vindt het belangrijk om een discussie te voeren over of bepaalde woorden wel of niet vervangen moeten worden. Die discussie moet echter wel inhoudelijk gevoerd worden, vindt ze, en dat wordt moeilijk als de term politiek correct gebruikt wordt. 'Wanneer mensen als argument aandragen dat ze iets politiek correct gelul vinden, geven ze geen inhoudelijke argumenten. Eigenlijk bedoelen ze: ik wil gewoon kunnen zeggen wat ik wil.' Dat maakt het volgens haar een nutteloze opmerking. 'Het is een schijnargument dat de discussie doodslaat. Wat moet iemand nog terugzeggen? "Ik vind het niet politiek correct"? Op die manier verdwijnt de inhoud van een discussie en wordt iemand monddood gemaakt.' Papaikonomou vindt de term daarom onbruikbaar in het publieke debat en daarom mag het de prullenbak in. Van Vossen hoeft dat niet. Het vervangen of onbruikbaar verklaren van de term zou politieke correctheid ironisch genoeg bijna slachtoffer van zichzelf maken. 'Als een ander ervoor kiest om de term te gebruiken, kan je moeilijk zeggen: "Dat mag niet". Dat zou pas politiek correct zijn.'

 

Lees meer

Dubbel spel

Sommige studenten ervaren hun studie al als topsport, maar op de Radboud Universiteit lopen ook studenten rond met een échte Olympische droom. Zij combineren hun studie met urenlange, dagelijkse training op Papendal, het grootste topsporttrainingscomplex van Nederland.

Tekst: Julia Mars en Madelon Thevis
Foto's: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de zesde editie van ANS.

MeeloopANS6 400xVerscholen in de bossen bij Arnhem ligt Papendal, het grootste topsporttrainingscomplex van Nederland. Honderden topsporters maken hier dagelijks gebruik van zeer uiteenlopende trainingsfaciliteiten: waar aan de ene kant van het terrein de golfballen meters ver door de lucht worden geslagen, stunten aan de andere kant BMX'ers over de baan en dribbelen basketballers over het veld. Bijzonder op Papendal zijn de jeugdtalententeams. Deze zestien- tot twintigjarige sporters zitten naast de trainingen nog op school of doen een vervolgopleiding. Ook op de Radboud Universiteit lopen studenten rond die naast hun studie op Papendal wonen en trainen. Eén van hen is eerstejaarsstudent Economics and Business Economics Leon Luini, die hier traint om de volleybaltop te bereiken. Om beide balletjes hoog te houden, leeft hij volgens een strak schema. 'Ik moet veel vrije tijd inleveren, maar uiteindelijk is het ontzettend gaaf om op Papendal te mogen trainen.'

Best of both worlds
Het is een gure, regenachtige ochtend in maart. Met een afwezige blik in zijn ogen staat Leon voor de Universiteitsbibliotheek te wachten op de bus. Leon zit met zijn hoofd bij de oefenwedstrijd van gisteren. Een harde tik echoot door de sportzaal, waardoor de bal met fikse snelheid over het net heenvliegt. 'Voor mij!' roept Leon. Op fervente wijze duikt hij op zijn knieën om te voorkomen dat de bal en de grond zich met elkaar verenigen. Helaas, niet fervent genoeg. 'Allemachtig Luini, dat kan beter!' galmen de woorden van zijn strenge coach na in zijn hoofd.

Leon schrikt op uit zijn gedachten en checkt of hij de bus al ziet naderen. Hoewel zijn collegedag nog niet is afgelopen, staat Leon iets na elven alweer op het punt om naar huis te gaan. Om zijn droom ooit voor een grote, internationale club te mogen spelen waar te maken, traint zijn team elke middag drie uur lang intensief volleybaltechnieken in de zaal. Vervolgens zweten ze nog een uur verder tijdens een uitvoerige krachttraining. De bus arriveert en Leon neemt plaats tussen de andere studenten.

'Ik vind het leuk om de combinatie van twee werelden te hebben. Bovendien kun je natuurlijk niet je hele leven sporten.'

Het klinkt misschien overbodig: een volledige studie volgen wanneer je toch al weet dat je topsporter wilt worden. Leon legt gepassioneerd uit waarom hij deze keuze maakte. 'Ik vind het leuk om de combinatie van twee werelden te hebben. Bovendien kun je natuurlijk niet je hele leven sporten. Stel je raakt geblesseerd of je haalt de top niet, dan moet je wel iets achter de hand hebben.' Het combineren van het vele sporten met het universiteitsleven is niet altijd makkelijk. Zo heeft de sporter laatst een wiskundetoets moeten missen, die hij niet kon inhalen. 'Volleybal gaat voor mij altijd voor', zegt Leon. 'Gelukkig telde de toets niet zo zwaar.' Echte studievertraging heeft hij nog niet opgelopen. Met een beetje gepuzzel lukt het hem meestal de twee schema's te combineren. 'Vaak kan ik met mijn docenten regelen dat ik verplichte werkgroepen mag skippen', vertelt hij.

meeloop ANS6 350xVoor wat hoort wat
'Hé Luini!' klinkt een enthousiaste kreet, wanneer Leon op station Arnhem Centraal in de bus richting Papendal stapt. Het is de achttienjarige Jesper van Muiden, een teamgenoot van Leon. Ook hij komt net uit zijn college. Leon begroet hem met een handdruk en de twee beginnen meteen een gesprek over de training van straks. 'Gelukkig mogen we elkaar, want je teamgenoten kies je niet uit', zegt Jesper met een grijns. Leon stemt daarmee in. 'Het grootste gedeelte van de tijd breng ik met mijn teamgenoten door. Op de uni heb ik wel een paar vrienden, maar helaas mis ik een hoop lunch- en stapplannen vanwege mijn drukke schema.' Student of niet, voor een topsporter zitten uitgaan en alcohol drinken er niet in. Zelfs in het weekend is er geen tijd voor feestjes. 'Tijdens het competitieseizoen spelen we op zaterdag wedstrijd en zijn we alleen op zondag vrij. Daarnaast hebben we maar weinig vakantie: met kerst hebben we vijf dagen vrij en in de zomer twee of drie weken.'

Voordat de training begint, luncht Leon samen met twee teamgenoten in de algemene kantine van het sportcomplex. In de kantine, waar de kleur oranje in vrijwel al het meubilair terugkomt en alle muren vol staan met grote afbeeldingen van nationale Olympische helden, wordt eten geserveerd waar de nieuwe Refter jaloers op zou zijn. Naast verse sappen, broodjes en een saladebar is er een kok die voor je neus grandioze omeletten klaarmaakt. Iets ongezonds valt niet te bespeuren in de ruimte. 'Ik heb geen specifiek dieet waaraan ik me moet houden, het is mijn eigen verantwoordelijkheid dat ik gezond eet', vertelt Leon. 'Wel worden een aantal lichaamswaarden, zoals mijn vetpercentage, bijgehouden.'

Jongeren onder elkaar
Na het eten gaat Leon naar zijn kamer om zich om te kleden voor de training. Zijn kamer bevindt zich in een oud, maar mooi gebouw binnen Papendal. Hij mag dan wel een topsporter zijn, maar ook deze eerstejaarsstudent wordt gewoon wakker in een compact kamertje dat iets weg heeft van de kamers op het SSH&-complex Hoogeveldt. Tussen zijn eenpersoonsbed en de muur past net een bureautje. Op twee kasten na zijn dit de enige meubels. Deze soberheid wordt enigszins gecompenseerd door het luxe espressoapparaat. 'Ik ben toch half Italiaans, hè', grapt hij daarover, terwijl hij op het bed gaat zitten om zijn sportschoenen aan te trekken. Leon vertelt dat hij gezellige huisgenoten heeft: 'Op deze verdieping wonen voornamelijk volleyballers en volleybalsters, we kennen elkaar heel goed. Na de training chillen we vaak met zijn allen in de woonkamer.' In het midden van de ruimte staat een grote tafeltennistafel. 'Er komen hier alleen maar topsporters, dus fanatieke partijtjes zijn hier geen uitzondering', vertelt Leon met een grote glimlach. Wanneer hem wordt gevraagd hoe het eigenlijk zit met de volleybalsters, moet hij een beetje lachen. 'Je zit met allemaal jonge mensen in één huis, dus natuurlijk gebeurt er wel eens wat. Maar we zijn voornamelijk gewoon vrienden, hoor.' De condoomautomaat op het gemeenschappelijke toilet doet andere dingen vermoeden.

'De feedback is soms pijnlijk om te horen, maar je moet het niet persoonlijk opvatten.'

Het Darwin-principe
Hoewel de training pas om twee uur begint, is het grootste gedeelte van het team al een half uur van tevoren in de zaal. Deze ziet eruit als een doodgewone gymzaal, op het grote tv-scherm aan de muur na. Hierop is live te zien wat er in de zaal gebeurt. 'Zo kunnen we onze bewegingen in slow motion terugkijken', legt Leon uit. Als de rest van Leons team binnenkomt, is de jeugdigheid van het team goed te merken. Een groot kabaal breekt los als zeventien jongens door de zaal stuiteren. Even later komen ook de twee coaches binnen, ze begroeten het team met een vriendschappelijke schouderklop of een speelse duw. Wanneer de training van start gaat, is het ineens muisstil. Eerst wordt de oefenwedstrijd die het team de dag ervoor heeft gespeeld uitvoerig besproken. Deze ging helaas niet al te best en de nabespreking is pittig. De teamgenoten moeten van zichzelf en van elkaar zeggen wat er beter kon. 'Het is belangrijk dat de trainers streng zijn', vertelt Leon. 'De feedback is soms pijnlijk om te horen, maar je moet het niet persoonlijk opvatten. Onze trainers doen er alles aan om ons beter te maken en daarvoor zijn we uiteindelijk hier.'

MeeloopANS6 750x

Na de bespreking begint de fysieke training. De jongens doen intensieve oefeningen, die bestaan uit een combinatie van volleyballen en fitness. Bij één jongen, die nog niet zo lang bij het team speelt, gaan die oefeningen niet zo soepel, waar hij met een partij scheldwoorden op reageert. 'Waarom was je zo aan het schelden?', vraagt de coach hem als het team na de oefening weer bij elkaar komt. De jongen kijkt naar de grond en geeft toe dat de oefeningen hem nog niet zo goed lukken. Een seconde later loopt er een traan over zijn wang. Dit geeft het fanatisme van het team goed weer. 'Het team is een selectie van enkel de beste spelers', legt een van de coaches later uit. 'Dat realiseren de jongens zich heel goed. Het is hard werken om erbij te kunnen horen.'

Erbij horen na te zijn geselecteerd, is dus een kwestie van hard werken, maar topsport is

...
Lees meer

Een dubbeltje op zijn kant

Steeds meer studenten kampen met financiële problemen. Ze ervaren regelmatig geldstress en in extreme gevallen kunnen ze zelfs hun collegegeld niet meer betalen. Daarom moet de Radboud Universiteit financiële voorlichting aanbieden.

Tekst: Floor Toebes en Jitske de Vries
Illustratie: Bibi Queisen

dubbeltje 700x

Sinds de invoering van het leenstelsel ervaren steeds meer studenten financiële problemen. Velen weten niet wat ze met hun geldproblemen aan moeten en komen daardoor nog dieper in de moeilijkheden. Dat de nood aan de man is, werd afgelopen februari bevestigd door een onderzoek van de Hogeschool van Utrecht (HU) onder studenten van vijf verschillende hbo-instellingen. Van de hbo-studenten geeft 43 procent aan te maken te hebben met betalingsachterstanden en in sommige gevallen kunnen ze zelfs geen geld meer opnemen. Ook geeft 21 procent van de studenten aan moeilijk rond te kunnen komen.

'Ik kan me voorstellen dat de resultaten niet enorm verschillen wanneer je een vergelijkbaar onderzoek zou starten aan de universiteit', denkt studentendecaan aan de Radboud Universiteit (RU), Sofie van Breemen. Alhoewel het onderzoek over hbo-studenten gaat, is de verwachting dus dat ook wo-studenten financieel in de knoop zitten. Daarom zou het goed zijn als er preventieve voorlichting wordt aangeboden aan studenten, zodat ze überhaupt niet in de problemen komen. De RU moet financiële voorlichting aanbieden in de vorm van een vrijblijvende cursus waarin kwesties als schuldpreventie en financieel plannen aan de orde komen.

Wegwijs in de wereld van geld
Voor studenten aan de universiteit zou een cursus erg kunnen helpen. Als student draag je namelijk opeens veel financiële verantwoordelijkheid: je huur, belastingen, zorgverzekering, collegegeld, enzovoorts. Bovendien zijn de regelingen omtrent het leenstelsel vaak onduidelijk, omdat er regelmatig nieuwe plannen komen vanuit de Tweede Kamer. Dit kan erg overweldigend zijn en het zou daarom fijn zijn als de universiteit de student daar meer wegwijs in kan maken. Daar komt bovenop dat een gezonde financiële situatie erg belangrijk is voor studenten: 'goede financiën zijn een voorwaarde om gezond en stressvrij te kunnen studeren', vertelt Breemen. 'Het is om die reden een onderdeel van het algemeen welzijn van studenten.' In het rijtje van de cursussen "Self help 'lekker in je vel'", "Perfectionisme-Nooit Goed Genoeg" en "Burn-out preventie" zou een cursus "Omgaan met geld" daarom goed passen. Daarnaast is het handig als juist de universiteit deze hulp aanbiedt. Het is namelijk de plek waar studenten zich dagelijks bevinden en daardoor kan de universiteit makkelijk studenten bereiken.

Beter laat dan nooit?
Naar aanleiding van het onderzoek van de HU heeft denktank Financieel Fit Rijk van Nijmegen een regiooverleg met de RU, de Hogeschool Arnhem Nijmegen en het ROC Nijmegen geïnitieerd. In dit overleg wordt de financiële situatie van Nijmeegse studenten besproken en nagedacht over eventuele verbeteringen. Of dit zal leiden tot maatregelen, is nog maar de vraag. Breemen vertelt dat het wel even kan duren voordat er iets concreets uit de bespreking komt. Dit terwijl geldzorg een urgent probleem is. Het is niet zo dat de universiteit haar kop in het zand steekt. Op dit moment kunnen studenten aan de RU met hun geldvragen terecht bij de studentendecaan. Toch is het volgens Gerjo Schepers, oprichter van Financieel Fit Rijk van Nijmegen, niet vanzelfsprekend dat een student ook daadwerkelijk hulp zoekt: 'Uit het regio-overleg blijkt dat studenten niet vaak naar een studentendecaan gaan als ze moeite hebben om het collegegeld te betalen of moeilijk rondkomen.'

'De universiteit handelt pas wanneer het te laat is.'

Verder biedt de RU financiële steun in de vorm van fondsen en subsidies voor studenten met bijvoorbeeld persoonlijke problemen of noodsituaties. Zowel advies van de studentendecaan als het verstrekken van geld lost het gehele probleem niet op. De universiteit handelt pas wanneer het te laat is en een fonds of subsidie leert studenten niet hoe ze in de toekomst beter met hun geld om kunnen gaan. De kans bestaat dus nog steeds dat ze in financiële moeilijkheden belanden. 

De RU loopt achter
In tegenstelling tot universiteiten zijn hbo- en mbo-instellingen al begonnen met het aanbieden van financiële voorlichting ter preventie van verdere geldproblemen onder studenten. Zo heeft het ROC Nijmegen een financieel spreekuur waar studenten met hun geldvragen terecht kunnen bij een financieel adviseur en biedt de HU een cursus aan zodat docenten hun studenten beter kunnen helpen met geldproblemen. De Hanzehogeschool Groningen begint vanaf dit collegejaar met de cursus "Grip op je portemonnee". Studenten kunnen zich hiervoor inschrijven om beter te leren financieel plannen, sparen en budgetteren. De cursus zal vrijblijvend zijn en gegeven worden door een medewerker van de kredietbank. Een vergelijkbare oplossing zou goed passen op de RU. Studenten kunnen dan voordat ze in de problemen komen zich inschrijven voor de cursus en zo inzicht krijgen in hun geldzaken. Het is hoog tijd dat de RU stappen onderneemt door haar studenten financiële voorlichting aan te bieden, zodat geldproblemen voorkomen kunnen worden. 

 

Lees meer

Een dubbeltje op zijn kant

Steeds meer studenten kampen met financiële problemen. Ze ervaren regelmatig geldstress en in extreme gevallen kunnen ze zelfs hun collegegeld niet meer betalen. Daarom moet de Radboud Universiteit financiële voorlichting aanbieden.

Tekst: Floor Toebes en Jitske de Vries
Illustratie: Bibi Queisen

dubbeltje 700x

Sinds de invoering van het leenstelsel ervaren steeds meer studenten financiële problemen. Velen weten niet wat ze met hun geldproblemen aan moeten en komen daardoor nog dieper in de moeilijkheden. Dat de nood aan de man is, werd afgelopen februari bevestigd door een onderzoek van de Hogeschool van Utrecht (HU) onder studenten van vijf verschillende hbo-instellingen. Van de hbo-studenten geeft 43 procent aan te maken te hebben met betalingsachterstanden en in sommige gevallen kunnen ze zelfs geen geld meer opnemen. Ook geeft 21 procent van de studenten aan moeilijk rond te kunnen komen.

'Ik kan me voorstellen dat de resultaten niet enorm verschillen wanneer je een vergelijkbaar onderzoek zou starten aan de universiteit', denkt studentendecaan aan de Radboud Universiteit (RU), Sofie van Breemen. Alhoewel het onderzoek over hbo-studenten gaat, is de verwachting dus dat ook wo-studenten financieel in de knoop zitten. Daarom zou het goed zijn als er preventieve voorlichting wordt aangeboden aan studenten, zodat ze überhaupt niet in de problemen komen. De RU moet financiële voorlichting aanbieden in de vorm van een vrijblijvende cursus waarin kwesties als schuldpreventie en financieel plannen aan de orde komen.

Wegwijs in de wereld van geld
Voor studenten aan de universiteit zou een cursus erg kunnen helpen. Als student draag je namelijk opeens veel financiële verantwoordelijkheid: je huur, belastingen, zorgverzekering, collegegeld, enzovoorts. Bovendien zijn de regelingen omtrent het leenstelsel vaak onduidelijk, omdat er regelmatig nieuwe plannen komen vanuit de Tweede Kamer. Dit kan erg overweldigend zijn en het zou daarom fijn zijn als de universiteit de student daar meer wegwijs in kan maken. Daar komt bovenop dat een gezonde financiële situatie erg belangrijk is voor studenten: 'goede financiën zijn een voorwaarde om gezond en stressvrij te kunnen studeren', vertelt Breemen. 'Het is om die reden een onderdeel van het algemeen welzijn van studenten.' In het rijtje van de cursussen "Self help 'lekker in je vel'", "Perfectionisme-Nooit Goed Genoeg" en "Burn-out preventie" zou een cursus "Omgaan met geld" daarom goed passen. Daarnaast is het handig als juist de universiteit deze hulp aanbiedt. Het is namelijk de plek waar studenten zich dagelijks bevinden en daardoor kan de universiteit makkelijk studenten bereiken.

Beter laat dan nooit?
Naar aanleiding van het onderzoek van de HU heeft denktank Financieel Fit Rijk van Nijmegen een regiooverleg met de RU, de Hogeschool Arnhem Nijmegen en het ROC Nijmegen geïnitieerd. In dit overleg wordt de financiële situatie van Nijmeegse studenten besproken en nagedacht over eventuele verbeteringen. Of dit zal leiden tot maatregelen, is nog maar de vraag. Breemen vertelt dat het wel even kan duren voordat er iets concreets uit de bespreking komt. Dit terwijl geldzorg een urgent probleem is. Het is niet zo dat de universiteit haar kop in het zand steekt. Op dit moment kunnen studenten aan de RU met hun geldvragen terecht bij de studentendecaan. Toch is het volgens Gerjo Schepers, oprichter van Financieel Fit Rijk van Nijmegen, niet vanzelfsprekend dat een student ook daadwerkelijk hulp zoekt: 'Uit het regio-overleg blijkt dat studenten niet vaak naar een studentendecaan gaan als ze moeite hebben om het collegegeld te betalen of moeilijk rondkomen.'

'De universiteit handelt pas wanneer het te laat is.'

Verder biedt de RU financiële steun in de vorm van fondsen en subsidies voor studenten met bijvoorbeeld persoonlijke problemen of noodsituaties. Zowel advies van de studentendecaan als het verstrekken van geld lost het gehele probleem niet op. De universiteit handelt pas wanneer het te laat is en een fonds of subsidie leert studenten niet hoe ze in de toekomst beter met hun geld om kunnen gaan. De kans bestaat dus nog steeds dat ze in financiële moeilijkheden belanden. 

De RU loopt achter
In tegenstelling tot universiteiten zijn hbo- en mbo-instellingen al begonnen met het aanbieden van financiële voorlichting ter preventie van verdere geldproblemen onder studenten. Zo heeft het ROC Nijmegen een financieel spreekuur waar studenten met hun geldvragen terecht kunnen bij een financieel adviseur en biedt de HU een cursus aan zodat docenten hun studenten beter kunnen helpen met geldproblemen. De Hanzehogeschool Groningen begint vanaf dit collegejaar met de cursus "Grip op je portemonnee". Studenten kunnen zich hiervoor inschrijven om beter te leren financieel plannen, sparen en budgetteren. De cursus zal vrijblijvend zijn en gegeven worden door een medewerker van de kredietbank. Een vergelijkbare oplossing zou goed passen op de RU. Studenten kunnen dan voordat ze in de problemen komen zich inschrijven voor de cursus en zo inzicht krijgen in hun geldzaken. Het is hoog tijd dat de RU stappen onderneemt door haar studenten financiële voorlichting aan te bieden, zodat geldproblemen voorkomen kunnen worden. 

 

Lees meer

Een gewaarschuwd student telt voor twee

Beelden van geweld of verkrachting kunnen hard aankomen. Veel docenten laten tijdens hun colleges toch zulke fragmenten zien, of bespreken op andere manieren onderwerpen die gevoelig kunnen liggen bij studenten. Hoe gaan de docenten aan de Radboud Universiteit om met heftige thema's in hun colleges?

Tekst: Jonathan Janssen
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

De collegezaal voor het vak Inleiding in de Communicatiewetenschap zit vol met frisse eerstejaarsstudenten. Vandaag wordt de Kijkwijzer besproken, een middel dat kijkers waarschuwt voor heftige beelden in films of tv-series. Als voorbeeld voor de werkwijze van de Kijkwijzer laat de docent een filmscène met zinloos geweld zien. In het fragment wordt getoond hoe iemand in elkaar wordt geslagen op een metrostation. Dit is volgens de Kijkwijzer niet geschikt voor kijkers jonger dan zestien jaar.

De beelden blijken echter ook te heftig voor een van de aanwezige studenten. Een meisje staat op en loopt geëmotioneerd de collegezaal uit. Terwijl zowel de docent als de studenten opkijken, zegt de student in tranen dat ze zelf te maken heeft gehad met dergelijk geweld. Als het meisje de collegezaal uit is blijven de docent en de rest van de studenten perplex achter.

Moniek Buijzen, hoogleraar Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit (RU), geeft aan dat ze nogal schrok toen dit incident zich een paar jaar geleden in haar college voordeed. 'Ik voelde me gelijk heel schuldig. Waarom had ik daar geen rekening mee gehouden? Tegelijkertijd bedacht ik me dat we dit fragment al jaren zonder problemen laten zien en dat het daarnaast goed aansluit op de lesstof.' Heftige reacties van geëmotioneerde studenten doen zich de laatste jaren steeds vaker voor. 'Onze colleges worden altijd opgenomen. Het is ook eens voorgekomen dat de cameravrouw na het college naar ons toe kwam omdat ze moeite had met dat filmfragment', vertelt Buijzen. Ook bij andere studies worden colleges steeds vaker als heftig ervaren, geven docenten aan. Zo kwam een student Algemene Cultuurwetenschappen (ACW), na een college over de media-aandacht voor de aanrandingen in Keulen, naar docent Liedeke Plate toe om te vragen of ze haar niet even had kunnen waarschuwen voordat ze dat onderwerp ging behandelen. Hoe gaan docenten met zulke klachten en reacties van studenten om?

ans triggerwarning 750x

Trigger warnings
Sinds een aantal jaar waarschuwen steeds meer docenten op Amerikaanse, Britse en Australische universiteiten hun studenten voor heftige content. Deze waarschuwingen staan bekend als trigger warnings. De term komt oorspronkelijk van zelfhulpfora op internet, waar gebruikers worden gewaarschuwd voor informatie die heftige reacties kan 'triggeren'. Amerikaanse studenten namen de term al snel mee naar hun universiteitscampus. Daar eisten ze van hun docenten dat ze voortaan ook zouden worden gewaarschuwd, voordat ze werden geconfronteerd met gevoelige onderwerpen of heftig beeldmateriaal. Mocht er in een collegezaal een student aanwezig zijn die zelf nare ervaringen heeft gehad met bijvoorbeeld aanranding of geweld, dan moet deze de mogelijkheid krijgen om het college over te slaan. Steeds meer docenten en universiteiten geven hier gehoor aan en de trigger warnings hebben zich al over een groot deel van de Engelstalige academische wereld verspreid.

In Nederland begint de trigger warning langzaam ook een bekender begrip te worden. De RU heeft nog geen centraal beleid met betrekking tot het waarschuwen van haar studenten voor heftige colleges, maar bij een aantal studies is al wel begonnen met een trigger warning-beleid. Zo worden studenten bij Communicatiewetenschap voorafgaand aan en tijdens het college gewaarschuwd wanneer heftige beelden worden getoond. Ze mogen dan zelf bepalen of ze bij het college aanwezig zijn. De bacheloropleiding ACW heeft dit studiejaar een protocol content warnings opgezet op verzoek van haar studenten. Op de website van de opleiding is een document te vinden waarin staat dat studiemateriaal rondom de onderwerpen 'verkrachting, eetstoornissen, huiselijk geweld, zelfmoord en automutilatie' in de studiegids wordt gemarkeerd met een content warning. Ook wordt gewaarschuwd voor beelden die een epileptische aanval kunnen veroorzaken. 'Met het personeel hebben we een uitgebreide discussie over trigger warnings gehad', vertelt hoogleraar Cultuur en Inclusiviteit Plate. 'We hebben ons verdiept in het debat over de kwestie in de Verenigde Staten en uiteindelijk besloten om zo'n protocol op te zetten.' Wel zijn docenten binnen ACW vrij om naast de waarschuwingen in de studiegids te kiezen of ze nogmaals waarschuwen in het college en wat ze precies tot verplichte lesstof maken.

 'Je moet mensen niet beschermen tegen akelige dingen'

Overgevoelige millennials
Overal waar de trigger warning een begrip wordt, ontstaat ook veel kritiek. Studenten zouden te veel worden beschermd, terwijl ze in hun carrière na hun studie met nare dingen moeten kunnen omgaan. Trigger warnings zouden steeds meer worden gebruikt om alles wat als vervelend kan worden ervaren buiten de les te houden en overmatige politieke correctheid in de hand te werken. Docenten worden beperkt in het lesgeven doordat ze steeds minder thema's vrij kunnen behandelen, zeggen critici. Dit leidde er zelfs toe dat de populaire satirische Amerikaanse tekenfilmserie South Park er een aflevering aan wijdde. In de aflevering sluiten een aantal personages zich op in hun zogenaamde safe space, waarin ze niet geconfronteerd te hoeven worden met de harde realiteit. De makers van South Park uitten zo hun kritiek op de gevoelige generatie van millennials die nu aan Amerikaanse universiteiten studeert.

Ook psychologen en psychiaters mengen zich in het debat over trigger warnings en pleiten dat de waarschuwingen een averechts effect hebben. Mensen met angststoornissen of trauma's zou je niet helpen door ze hun angsten uit de weg te laten gaan. 'Je moet mensen niet beschermen tegen akelige dingen', vindt docent Klinische Psychologie Ger Keijsers van de RU. 'Op korte termijn houd je misschien de angst tegen door na zo'n waarschuwing weg te lopen, maar om de angst op de lange termijn te verminderen is het beter om de confrontatie met je angsten niet uit de weg te gaan.' Een bijkomend probleem waar psychologen op wijzen is dat ook studenten zonder angststoornissen zo bepaalde thema's leren vermijden of daar zelfs een angst voor kunnen ontwikkelen. Of een student de inhoud van de colleges kan verdragen, is niet een probleem van de opleiding maar van de student zelf, vindt Keijsers. 'Als je kiest voor een bepaalde opleiding of een bepaald vak, zoals Psychologie, moet je ook kunnen omgaan met de inhoud van dat vak. Stel, je zou gaan werken als psycholoog en je kan niet omgaan met thema's als suïcidaliteit of verkrachting. Hoe kun je dan patiënten met zulke ervaringen helpen die bij jou op gesprek komen? Dat is net als een dokter die niet tegen bloed kan.'

Communicatiewetenschapper Buijzen is het niet eens met Keijsers. 'Als iemand iets heel heftigs heeft meegemaakt, of ergens gevoelig voor is, dan is het niet aan ons om te zeggen: verman jezelf, je leert er maar mee omgaan.' Ook Plate heeft moeite met de stellingname van Keijsers. 'Het doel van een collegeruimte is engageren met ideeën', stelt ze. 'Wanneer je als student constant op je hoede moet zijn voor heftige triggers raak je geblokkeerd en kan je je niet genoeg focussen op de stof.' Buijzen vindt het vooral belangrijk hoe er wordt gehandeld na het geven van de waarschuwing. 'Als iemand dan aangeeft dat hij of zij het college overslaat geeft dat aanleiding om als docent met diegene persoonlijk in gesprek te gaan. Daarna kan worden gekeken hoe diegene beter om zou kunnen gaan met zijn of haar angsten.'

'Je geeft mensen zo de kans om zelf te beslissen of ze zich blootstellen aan heftige beelden.'

Kijkwijzer voor studenten
Elke docent blijkt een verschillende aanpak te hebben rond deze kwestie. Plate deelt bijvoorbeeld vragenformulieren uit aan het begin van haar cursussen. 'Daarop vraag ik naar de naam en opleiding, maar ook of er andere dingen zijn die ik moet weten.' Studenten schrijven daar vaak aandoeningen, problemen of kwesties op waar Plate rekening mee kan houden. 'Dan weet ik wat in welke groep speelt wat ik waar kan behandelen.' Als Keijsers een videofragment laat zien van iemand die vertelt over een gewelddadige ervaring, probeert hij dat van tevoren op een manier aan te kondigen dat zijn studenten de waarde inzien van het kijken van dergelijke beelden. 'Ik zeg dan een week van tevoren: "Volgende week beginnen we met een interessante video van iemand die vertelt over een traumatische ervaring. Dit fragment is zeer leerzaam voor ons als psychologen." Ik verwacht vervolgens wel dat de studenten bij het college aanwezig zullen zijn.'

Buijzen kwam na het eerdergenoemde incident al snel tot de conclusie dat er

...
Lees meer

Een gewaarschuwd student telt voor twee

Beelden van geweld of verkrachting kunnen hard aankomen. Veel docenten laten tijdens hun colleges toch zulke fragmenten zien, of bespreken op andere manieren onderwerpen die gevoelig kunnen liggen bij studenten. Hoe gaan de docenten aan de Radboud Universiteit om met heftige thema's in hun colleges?

Tekst: Jonathan Janssen
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

De collegezaal voor het vak Inleiding in de Communicatiewetenschap zit vol met frisse eerstejaarsstudenten. Vandaag wordt de Kijkwijzer besproken, een middel dat kijkers waarschuwt voor heftige beelden in films of tv-series. Als voorbeeld voor de werkwijze van de Kijkwijzer laat de docent een filmscène met zinloos geweld zien. In het fragment wordt getoond hoe iemand in elkaar wordt geslagen op een metrostation. Dit is volgens de Kijkwijzer niet geschikt voor kijkers jonger dan zestien jaar.

De beelden blijken echter ook te heftig voor een van de aanwezige studenten. Een meisje staat op en loopt geëmotioneerd de collegezaal uit. Terwijl zowel de docent als de studenten opkijken, zegt de student in tranen dat ze zelf te maken heeft gehad met dergelijk geweld. Als het meisje de collegezaal uit is blijven de docent en de rest van de studenten perplex achter.

Moniek Buijzen, hoogleraar Communicatiewetenschap aan de Radboud Universiteit (RU), geeft aan dat ze nogal schrok toen dit incident zich een paar jaar geleden in haar college voordeed. 'Ik voelde me gelijk heel schuldig. Waarom had ik daar geen rekening mee gehouden? Tegelijkertijd bedacht ik me dat we dit fragment al jaren zonder problemen laten zien en dat het daarnaast goed aansluit op de lesstof.' Heftige reacties van geëmotioneerde studenten doen zich de laatste jaren steeds vaker voor. 'Onze colleges worden altijd opgenomen. Het is ook eens voorgekomen dat de cameravrouw na het college naar ons toe kwam omdat ze moeite had met dat filmfragment', vertelt Buijzen. Ook bij andere studies worden colleges steeds vaker als heftig ervaren, geven docenten aan. Zo kwam een student Algemene Cultuurwetenschappen (ACW), na een college over de media-aandacht voor de aanrandingen in Keulen, naar docent Liedeke Plate toe om te vragen of ze haar niet even had kunnen waarschuwen voordat ze dat onderwerp ging behandelen. Hoe gaan docenten met zulke klachten en reacties van studenten om?

ans triggerwarning 750x

Trigger warnings
Sinds een aantal jaar waarschuwen steeds meer docenten op Amerikaanse, Britse en Australische universiteiten hun studenten voor heftige content. Deze waarschuwingen staan bekend als trigger warnings. De term komt oorspronkelijk van zelfhulpfora op internet, waar gebruikers worden gewaarschuwd voor informatie die heftige reacties kan 'triggeren'. Amerikaanse studenten namen de term al snel mee naar hun universiteitscampus. Daar eisten ze van hun docenten dat ze voortaan ook zouden worden gewaarschuwd, voordat ze werden geconfronteerd met gevoelige onderwerpen of heftig beeldmateriaal. Mocht er in een collegezaal een student aanwezig zijn die zelf nare ervaringen heeft gehad met bijvoorbeeld aanranding of geweld, dan moet deze de mogelijkheid krijgen om het college over te slaan. Steeds meer docenten en universiteiten geven hier gehoor aan en de trigger warnings hebben zich al over een groot deel van de Engelstalige academische wereld verspreid.

In Nederland begint de trigger warning langzaam ook een bekender begrip te worden. De RU heeft nog geen centraal beleid met betrekking tot het waarschuwen van haar studenten voor heftige colleges, maar bij een aantal studies is al wel begonnen met een trigger warning-beleid. Zo worden studenten bij Communicatiewetenschap voorafgaand aan en tijdens het college gewaarschuwd wanneer heftige beelden worden getoond. Ze mogen dan zelf bepalen of ze bij het college aanwezig zijn. De bacheloropleiding ACW heeft dit studiejaar een protocol content warnings opgezet op verzoek van haar studenten. Op de website van de opleiding is een document te vinden waarin staat dat studiemateriaal rondom de onderwerpen 'verkrachting, eetstoornissen, huiselijk geweld, zelfmoord en automutilatie' in de studiegids wordt gemarkeerd met een content warning. Ook wordt gewaarschuwd voor beelden die een epileptische aanval kunnen veroorzaken. 'Met het personeel hebben we een uitgebreide discussie over trigger warnings gehad', vertelt hoogleraar Cultuur en Inclusiviteit Plate. 'We hebben ons verdiept in het debat over de kwestie in de Verenigde Staten en uiteindelijk besloten om zo'n protocol op te zetten.' Wel zijn docenten binnen ACW vrij om naast de waarschuwingen in de studiegids te kiezen of ze nogmaals waarschuwen in het college en wat ze precies tot verplichte lesstof maken.

 'Je moet mensen niet beschermen tegen akelige dingen'

Overgevoelige millennials
Overal waar de trigger warning een begrip wordt, ontstaat ook veel kritiek. Studenten zouden te veel worden beschermd, terwijl ze in hun carrière na hun studie met nare dingen moeten kunnen omgaan. Trigger warnings zouden steeds meer worden gebruikt om alles wat als vervelend kan worden ervaren buiten de les te houden en overmatige politieke correctheid in de hand te werken. Docenten worden beperkt in het lesgeven doordat ze steeds minder thema's vrij kunnen behandelen, zeggen critici. Dit leidde er zelfs toe dat de populaire satirische Amerikaanse tekenfilmserie South Park er een aflevering aan wijdde. In de aflevering sluiten een aantal personages zich op in hun zogenaamde safe space, waarin ze niet geconfronteerd te hoeven worden met de harde realiteit. De makers van South Park uitten zo hun kritiek op de gevoelige generatie van millennials die nu aan Amerikaanse universiteiten studeert.

Ook psychologen en psychiaters mengen zich in het debat over trigger warnings en pleiten dat de waarschuwingen een averechts effect hebben. Mensen met angststoornissen of trauma's zou je niet helpen door ze hun angsten uit de weg te laten gaan. 'Je moet mensen niet beschermen tegen akelige dingen', vindt docent Klinische Psychologie Ger Keijsers van de RU. 'Op korte termijn houd je misschien de angst tegen door na zo'n waarschuwing weg te lopen, maar om de angst op de lange termijn te verminderen is het beter om de confrontatie met je angsten niet uit de weg te gaan.' Een bijkomend probleem waar psychologen op wijzen is dat ook studenten zonder angststoornissen zo bepaalde thema's leren vermijden of daar zelfs een angst voor kunnen ontwikkelen. Of een student de inhoud van de colleges kan verdragen, is niet een probleem van de opleiding maar van de student zelf, vindt Keijsers. 'Als je kiest voor een bepaalde opleiding of een bepaald vak, zoals Psychologie, moet je ook kunnen omgaan met de inhoud van dat vak. Stel, je zou gaan werken als psycholoog en je kan niet omgaan met thema's als suïcidaliteit of verkrachting. Hoe kun je dan patiënten met zulke ervaringen helpen die bij jou op gesprek komen? Dat is net als een dokter die niet tegen bloed kan.'

Communicatiewetenschapper Buijzen is het niet eens met Keijsers. 'Als iemand iets heel heftigs heeft meegemaakt, of ergens gevoelig voor is, dan is het niet aan ons om te zeggen: verman jezelf, je leert er maar mee omgaan.' Ook Plate heeft moeite met de stellingname van Keijsers. 'Het doel van een collegeruimte is engageren met ideeën', stelt ze. 'Wanneer je als student constant op je hoede moet zijn voor heftige triggers raak je geblokkeerd en kan je je niet genoeg focussen op de stof.' Buijzen vindt het vooral belangrijk hoe er wordt gehandeld na het geven van de waarschuwing. 'Als iemand dan aangeeft dat hij of zij het college overslaat geeft dat aanleiding om als docent met diegene persoonlijk in gesprek te gaan. Daarna kan worden gekeken hoe diegene beter om zou kunnen gaan met zijn of haar angsten.'

'Je geeft mensen zo de kans om zelf te beslissen of ze zich blootstellen aan heftige beelden.'

Kijkwijzer voor studenten
Elke docent blijkt een verschillende aanpak te hebben rond deze kwestie. Plate deelt bijvoorbeeld vragenformulieren uit aan het begin van haar cursussen. 'Daarop vraag ik naar de naam en opleiding, maar ook of er andere dingen zijn die ik moet weten.' Studenten schrijven daar vaak aandoeningen, problemen of kwesties op waar Plate rekening mee kan houden. 'Dan weet ik wat in welke groep speelt wat ik waar kan behandelen.' Als Keijsers een videofragment laat zien van iemand die vertelt over een gewelddadige ervaring, probeert hij dat van tevoren op een manier aan te kondigen dat zijn studenten de waarde inzien van het kijken van dergelijke beelden. 'Ik zeg dan een week van tevoren: "Volgende week beginnen we met een interessante video van iemand die vertelt over een traumatische ervaring. Dit fragment is zeer leerzaam voor ons als psychologen." Ik verwacht vervolgens wel dat de studenten bij het college aanwezig zullen zijn.'

Buijzen kwam na het eerdergenoemde incident al snel tot de conclusie dat er

...
Lees meer

Een maatje meer

Voor internationale studenten bestaat het al: een buddysysteem. Een buddy kan studenten wegwijs maken in Nijmegen en helpen bij het verbreden van het sociale netwerk. Niet alleen internationale studenten kunnen deze hulp gebruiken, ook voor reguliere studenten kan een buddy veel betekenen. Een buddysysteem is daarom voor alle studenten een toegankelijke manier om eenzaamheid onder studenten te verminderen.

Tekst: Jeyna Sow en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Om ervoor te zorgen dat internationale studenten hun draai vinden in Nijmegen bestaat er op de Radboud Universiteit (RU) een buddysysteem voor internationale studenten. Studenten kunnen zich aanmelden om te worden gekoppeld aan een andere student die al langer in Nijmegen studeert. De student kan bij deze buddy terecht met praktische vragen, maar ook voor sociaal contact. Niet alleen internationale studenten hebben af en toe moeite met het vinden van hun weg in hun nieuwe leven. Ook reguliere studenten kunnen hier problemen mee ervaren. Om op een laagdrempelig niveau hulp te kunnen bieden aan deze groep, moet er op de RU een universiteitsbreed buddyprogramma voor reguliere studenten komen.

'Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hieraar is kleiner dan naar een expert.'

Eenzame studenten
Eenzaamheid is een groot probleem onder studenten. In een onderzoek naar studentenwelzijn dat de RU in 2017 uitvoerde, gaf een op de vijf studenten aan zich regelmatig alleen te voelen. Deze groep zegt vooral oppervlakkige contacten te hebben en last te hebben van het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn. De oorzaken van eenzaamheid variëren. De toenemende werkdruk, een verkeerde studiekeuze of een negatief zelfbeeld kunnen een bron van dit gevoel zijn. Gelukkig zijn er binnen de RU al verschillende plekken waar studenten met hun persoonlijke problemen terecht kunnen. Zo bieden decanen en studentenpsychologen studenten een luisterend oor. Deze instanties zijn er echter voornamelijk voor studenten die al wat dieper in de put zitten. 'Wanneer je al in een eerder stadium je verhaal kwijt kan, is het soms niet nodig om naar een studentenpsycholoog te gaan', stelt Mieke Jansen, teamleider van studentbegeleiding aan de Universiteit Maastricht (UM). Volgens Jansen kan praten met een leeftijdsgenoot ook al veel steun bieden.

ANS artikel studiebuddy 400xEen laagdrempelig aanspreekpunt
Om deze reden is de UM momenteel bezig met het opzetten van een buddysysteem voor reguliere studenten. Studenten die niet goed in hun vel zitten, kunnen zich opgeven om te worden gekoppeld aan een 'buddy', een andere student die zich ook vrijwillig aanmeldt. Het belangrijkste voordeel van het buddysysteem ten opzichte van een systeem met professionele hulpverleners is de laagdrempeligheid. Studenten en buddy's zijn vrij om te bepalen welke activiteiten ze met elkaar ondernemen. Dit kan variëren van een keer in de week een kopje koffie drinken tot de student meenemen naar een feestje.

Op de RU bestaat een buddysysteem al, maar dat is momenteel alleen nog maar toegankelijk voor internationale studenten en studenten met een functiebeperking. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat je makkelijk in contact komt met medestudenten, vindt Niels Wolters. Namens de Nijmeegse Koepelvereniging der Sociale Wetenschappen regelt hij het buddysysteem voor internationale studenten. 'We organiseren regelmatig activiteiten waar de buddy's hun studenten mee naar toe kunnen nemen, zoals een muzikale pubquiz. Dat levert gespreksstof op en dan moet je haast wel contact leggen met andere mensen.'

'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken.'

Goede voorbereiding
Diepgaand hoeven de activiteiten dus niet te zijn, maar het zorgt er wel voor dat er sociale contacten kunnen worden opgebouwd en dat de student iemand heeft om op terug te vallen. 'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken', legt Riekje Stuut, studentendecaan aan de RU, uit. Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hiernaar is kleiner dan naar een expert en zorgt zorgt ervoor dat studenten iemand hebben om hun persoonlijke dingen mee te bespreken. Juist dit laagdrempelige aanspreekpunt is een goede eerste stap om eenzaamheid onder studenten tegen te gaan.

Ondanks de laagdrempeligheid van het systeem kan het voorkomen dat studenten persoonlijke problemen hebben die voor de buddy te groot zijn om op te lossen. 'Er kan niet zomaar worden verwacht dat zij weten hoe ze hiermee om moeten gaan', vertelt Jansen. Om de buddy's voor te bereiden op persoonlijke gesprekken, organiseert de UM een speciale voorlichtingsmiddag over hoe ze signalen van persoonlijke problemen kunnen herkennen en wat ze daarmee moeten doen. 'Tijdens een trainingsmiddag wordt geleerd naar wie de studenten doorverwezen kunnen worden', legt Jansen uit. Op deze manier blijft het systeem ook laagdrempelig voor de buddy's zelf. Dat is belangrijk, vindt ze. 'De buddy's moeten niet worden vergeten, want zij zetten zich uit enthousiasme en idealisme in voor hun medestudenten. Het is uiteindelijk niet de bedoeling dat zij de taak van de therapeut overnemen.'

Contact opnemen
Toch kan het aanvragen van een buddy zelf ook als een drempel worden ervaren. Op de UM worden de buddy's aan elkaar
gekoppeld via decanen. Zo moet de student alsnog eerst naar een expert om hulp te zoeken. Bij het buddysysteem voor internationale studenten van de RU worden studenten aan elkaar gekoppeld via een online vragenformulier. Dit is voor beide partijen een toegankelijke manier om zich aan te melden. De studenten worden vervolgens gematcht met een buddy die een vergelijkbare studie doet. Bij een universiteitsbreed buddysysteem voor reguliere studenten zou de match via een vergelijkbaar online aanmeldingsformulier moeten gaan. Hierbij zou ook rekening moeten worden gehouden met persoonlijke interesse, om ervoor te zorgen dat er een zorgvuldige match wordt gemaakt.

Door studenten de kans te geven elkaar te helpen, wordt het voor studenten makkelijker om hun problemen te bespreken. Het buddysysteem zou een goede aanvulling zijn op bestaande vormen van het verbeteren van studentenwelzijn.

 

 

Lees meer

Een maatje meer

Voor internationale studenten bestaat het al: een buddysysteem. Een buddy kan studenten wegwijs maken in Nijmegen en helpen bij het verbreden van het sociale netwerk. Niet alleen internationale studenten kunnen deze hulp gebruiken, ook voor reguliere studenten kan een buddy veel betekenen. Een buddysysteem is daarom voor alle studenten een toegankelijke manier om eenzaamheid onder studenten te verminderen.

Tekst: Jeyna Sow en Julia Mars
Illustratie: Inge Spoelstra

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Om ervoor te zorgen dat internationale studenten hun draai vinden in Nijmegen bestaat er op de Radboud Universiteit (RU) een buddysysteem voor internationale studenten. Studenten kunnen zich aanmelden om te worden gekoppeld aan een andere student die al langer in Nijmegen studeert. De student kan bij deze buddy terecht met praktische vragen, maar ook voor sociaal contact. Niet alleen internationale studenten hebben af en toe moeite met het vinden van hun weg in hun nieuwe leven. Ook reguliere studenten kunnen hier problemen mee ervaren. Om op een laagdrempelig niveau hulp te kunnen bieden aan deze groep, moet er op de RU een universiteitsbreed buddyprogramma voor reguliere studenten komen.

'Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hieraar is kleiner dan naar een expert.'

Eenzame studenten
Eenzaamheid is een groot probleem onder studenten. In een onderzoek naar studentenwelzijn dat de RU in 2017 uitvoerde, gaf een op de vijf studenten aan zich regelmatig alleen te voelen. Deze groep zegt vooral oppervlakkige contacten te hebben en last te hebben van het gevoel dat ze in de steek gelaten zijn. De oorzaken van eenzaamheid variëren. De toenemende werkdruk, een verkeerde studiekeuze of een negatief zelfbeeld kunnen een bron van dit gevoel zijn. Gelukkig zijn er binnen de RU al verschillende plekken waar studenten met hun persoonlijke problemen terecht kunnen. Zo bieden decanen en studentenpsychologen studenten een luisterend oor. Deze instanties zijn er echter voornamelijk voor studenten die al wat dieper in de put zitten. 'Wanneer je al in een eerder stadium je verhaal kwijt kan, is het soms niet nodig om naar een studentenpsycholoog te gaan', stelt Mieke Jansen, teamleider van studentbegeleiding aan de Universiteit Maastricht (UM). Volgens Jansen kan praten met een leeftijdsgenoot ook al veel steun bieden.

ANS artikel studiebuddy 400xEen laagdrempelig aanspreekpunt
Om deze reden is de UM momenteel bezig met het opzetten van een buddysysteem voor reguliere studenten. Studenten die niet goed in hun vel zitten, kunnen zich opgeven om te worden gekoppeld aan een 'buddy', een andere student die zich ook vrijwillig aanmeldt. Het belangrijkste voordeel van het buddysysteem ten opzichte van een systeem met professionele hulpverleners is de laagdrempeligheid. Studenten en buddy's zijn vrij om te bepalen welke activiteiten ze met elkaar ondernemen. Dit kan variëren van een keer in de week een kopje koffie drinken tot de student meenemen naar een feestje.

Op de RU bestaat een buddysysteem al, maar dat is momenteel alleen nog maar toegankelijk voor internationale studenten en studenten met een functiebeperking. Een dergelijk systeem zorgt ervoor dat je makkelijk in contact komt met medestudenten, vindt Niels Wolters. Namens de Nijmeegse Koepelvereniging der Sociale Wetenschappen regelt hij het buddysysteem voor internationale studenten. 'We organiseren regelmatig activiteiten waar de buddy's hun studenten mee naar toe kunnen nemen, zoals een muzikale pubquiz. Dat levert gespreksstof op en dan moet je haast wel contact leggen met andere mensen.'

'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken.'

Goede voorbereiding
Diepgaand hoeven de activiteiten dus niet te zijn, maar het zorgt er wel voor dat er sociale contacten kunnen worden opgebouwd en dat de student iemand heeft om op terug te vallen. 'Mensen vinden het fijn om dingen met leeftijdsgenoten te bespreken', legt Riekje Stuut, studentendecaan aan de RU, uit. Een buddy is een leeftijdsgenoot. De stap hiernaar is kleiner dan naar een expert en zorgt zorgt ervoor dat studenten iemand hebben om hun persoonlijke dingen mee te bespreken. Juist dit laagdrempelige aanspreekpunt is een goede eerste stap om eenzaamheid onder studenten tegen te gaan.

Ondanks de laagdrempeligheid van het systeem kan het voorkomen dat studenten persoonlijke problemen hebben die voor de buddy te groot zijn om op te lossen. 'Er kan niet zomaar worden verwacht dat zij weten hoe ze hiermee om moeten gaan', vertelt Jansen. Om de buddy's voor te bereiden op persoonlijke gesprekken, organiseert de UM een speciale voorlichtingsmiddag over hoe ze signalen van persoonlijke problemen kunnen herkennen en wat ze daarmee moeten doen. 'Tijdens een trainingsmiddag wordt geleerd naar wie de studenten doorverwezen kunnen worden', legt Jansen uit. Op deze manier blijft het systeem ook laagdrempelig voor de buddy's zelf. Dat is belangrijk, vindt ze. 'De buddy's moeten niet worden vergeten, want zij zetten zich uit enthousiasme en idealisme in voor hun medestudenten. Het is uiteindelijk niet de bedoeling dat zij de taak van de therapeut overnemen.'

Contact opnemen
Toch kan het aanvragen van een buddy zelf ook als een drempel worden ervaren. Op de UM worden de buddy's aan elkaar
gekoppeld via decanen. Zo moet de student alsnog eerst naar een expert om hulp te zoeken. Bij het buddysysteem voor internationale studenten van de RU worden studenten aan elkaar gekoppeld via een online vragenformulier. Dit is voor beide partijen een toegankelijke manier om zich aan te melden. De studenten worden vervolgens gematcht met een buddy die een vergelijkbare studie doet. Bij een universiteitsbreed buddysysteem voor reguliere studenten zou de match via een vergelijkbaar online aanmeldingsformulier moeten gaan. Hierbij zou ook rekening moeten worden gehouden met persoonlijke interesse, om ervoor te zorgen dat er een zorgvuldige match wordt gemaakt.

Door studenten de kans te geven elkaar te helpen, wordt het voor studenten makkelijker om hun problemen te bespreken. Het buddysysteem zou een goede aanvulling zijn op bestaande vormen van het verbeteren van studentenwelzijn.

 

 

Lees meer

Even denken: Liefde voor de moedertaal

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Tekst: Sanne de Kroon

Verdwaald in vertaling
Steeds meer Nederlanders verwaarlozen hun moedertaal. Als Neerlandica vind ik dat maar niks. Je moedertaal voor lief nemen, is namelijk een beetje zoals je ouders voor lief nemen. Als puber doe je dit misschien een tijdje, maar later realiseer je je hoeveel ze eigenlijk voor je hebben gedaan en dat je extreem veel van ze houdt. Misschien zijn ze niet de allerbeste ouders op aarde, maar het zijn wel je ouders. Hetzelfde geldt voor Nederlands. Toon een beetje respect, vriend.

Tegenwoordig is het een legitieme hobby om de Nederlandse en Engelse taal met elkaar te vergelijken. Mensen beweren met passie dat het Engels vele malen mooier klinkt. Bovendien zou er betere literatuur en muziek zijn in deze taal. Over de muziek kan ik kort zijn: aangezien het Engels op dit moment de standaard is in de muziekwereld en een betere kans biedt op een internationale doorbraak, zijn er ook veel Nederlandse of anderstalige artiesten die in het Engels zingen. Goede Nederlandse muziek bestaat echter wel degelijk, je moet alleen iets beter zoeken. Niet iedereen verwaarloost de moedertaal.

Dan de literatuur, daar heb ik een compacte checklist voor. Als je beweert dat er niets goeds wordt geschreven in het Nederlands, controleer dan even of de volgende zaken het geval zijn. 1) Lees je toevallig alleen maar vertalingen? Hoe goed een vertaling ook is, deze kan vaak niet tippen aan het origineel. Er raakt altijd wel iets verloren in de vertaling. 2) Heb je alleen op de middelbare school tegen je zin een aantal boeken gelezen en weet je nu zeker dat er nergens in het gehele Nederlandse taalgebied ook maar één goed boek is dat jou aanstaat? Ja, die legt zichzelf wel uit, hè? Ook hier luidt het advies: beter zoeken. Op het moment wordt er legendarisch veel in het Engels geschreven, maar Nederlandse pareltjes bestaan wel degelijk.


En de klank? Het Nederlands voelt voor ons nou eenmaal wat gewoontjes. Dat is de taal die je gebruikte om de snottebel van je zusje te omschrijven of om de weg te wijzen aan een verdwaald oud vrouwtje. In het Engels is alles nog nieuw en hip en ongerept. Het is de taal van dramatische Netflixseries en de koningin van Engeland. Het is de taal van tovenaars en je favoriete popsterren. Maar laten we nou eens reëel wezen, de Nederlandse taal is er altijd voor je geweest en je zult haar nog vaak genoeg nodig hebben. Laat de taal dus in haar waarde.

 

Lees meer

Even Denken: Megabus

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Mediteren? Doe mij maar Megabus
Je kent het vast: je bent hip en jong en probeert jezelf te vinden. Als je het je kunt veroorloven, maak je een wereldreis. Het liefst in Zuidoost-Azië, als het even kan. Maar, als je dat allemaal niet kunt betalen, dan zijn er voor jou nog andere opties hoor. Neem eens een nieuwe hobby. Wat dacht je van tuinieren? Je kunt je eigen moestuintje beginnen, om weer in contact te komen met de natuur.

Of wat dacht je van mediteren? Daar heb je helemaal niets voor nodig! Dan moet het je natuurlijk wel lukken om je hoofd stil te krijgen. De kans is groot dat je tijdens de eerste pogingen blijft denken aan hoe de vogels waarschijnlijk je tuinkers aan het vernielen zijn (wat je daarmee aan moest wist je eigenlijk toch al niet). Dat is niet erg, ook voor jou bestaat er passende zelfhulp.

In een poging om mijn bestaan wat meer inhoud te geven, ging ik naar Engeland als buitenlandse student. Daar ontdekte ik geheel onverwachts de zelfhulp die nou echt bij mij paste, Megabus! Dat werkt als een tierelier. Het concept is simpel: voor extreem lage prijzen kun je extreem lange busreizen maken. Zo reisde ik zelf van Sheffield naar Londen, een ritje dat ongeveer vier uur duurde. Als je op tijd bent met boeken, kun je deze reis maken voor minder dan vijf pond. Wat staat jou dan nog in de weg om de beste versie van jezelf te worden?

Het is begrijpelijk dat je sceptisch bent, maar denk even met me mee. Stel je voor: je zit vier uur in de bus, zonder pauze. Al die tijd moet je stil blijven zitten en liefst niet de wc in de bus gebruiken. Je trekt je schoenen maar alvast uit en doet een zachte trui aan. Je richt de airco boven je precies op dat punt waar je er geen last van hebt, maar je wel verkoeld wordt. Op dat moment ben je je plotseling hyperbewust van je eigen lichaam en je weet niet waar je het moet laten. Al je medepassagiers slapen, je vraagt je af hoe.

Maar dan, na anderhalf uur begin jij het ook te voelen. Je begrijpt ineens hoe je lichaam werkt en begint langzaam comfortabel te worden. Je vindt je innerlijke zelf, knoopt even kort een gesprekje aan en legt dan je hoofd op de schouder van je medepassagier. Wanneer de bus uiteindelijk hortend en stotend op locatie aankomt, dan voel je je helemaal zen.

 

Lees meer

Even denken: Opstartproblemen

Opstartproblemen 260x194Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Opstartproblemen
Alle begin is moeilijk, het begin van een collegejaar vormt daarop geen uitzondering. Niets lijkt je te lukken. Het was eerdere jaren al lastig om je vakantieritme van je af te schudden en het helpt niet dat de RU er dit jaar voor gekozen heeft om de colleges een kwartier vroeger te laten beginnen. Vooralsnog weiger je om je wekker eerder te zetten, met de nodige gevolgen van dien. Als je bijvoorbeeld met je slaapdronken hoofd 's ochtends probeert een boterham te smeren met speculoospasta, laat je deze steevast ondersteboven op een stoffen stoel vallen. Je hoopt dat je huisgenootjes de ANS niet lezen.

Ook je planning is nog een chaos. Je hebt allerlei colleges, gaat vol goede moed naar de sportschool en probeert daarnaast allerlei extracurriculaire activiteiten in de lucht te houden. Daardoor word je er weer aan herinnerd hoe slecht je eigenlijk bent in jongleren. Op sommige dagen denk je er pas tegen middernacht aan dat douchen ook nog een ding is. Even twijfel je of het niet te laat is daarvoor, maar dan besluit je dat het nog prima kan. Zoveel geluid maakt dat niet. Je hebt alleen nog nooit zo heftig "Mambo No. 5" in je hoofd gehad. De tekst ken je niet zo goed, maar hetgeen wat jij ter plekke in elkaar flanst klinkt eigenlijk veel beter dan het origineel. Dat weet je vrij zeker. Je kunt altijd nog singer-songwriter worden als die studie van je niks wordt.

Na een lange eerste week besluit je in het weekend je ouders te bezoeken. Je verwacht dat ze je sprankelende aanwezigheid zo gemist hebben dat ze allebei klaar zullen staan om je van het station te halen, met minstens een extra broertje of zusje. Ze hebben echter een scala aan feestjes en uitjes gepland staan dat weekend en hebben geen tijd om je op te halen. Zelfs de hond is niet onder de indruk van je spectaculaire thuiskomst. Hij staat niet eens op van zijn vaste plek op de bank, maar tilt enkel kort een oor op. Je zucht en besluit het beestje toch maar te gaan aaien.

 

Lees meer

Even denken: Uniek zijn

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Uniek zijn is voor iedereen
Het wordt koud buiten dus het is weer tijd om de filosofische gedachten uit de kast te halen. Zet een kopje thee, start je laptop op en open een (wetenschappelijk) artikel dat je nog moet lezen. Leg eventueel een dekentje over je benen en dan ben je klaar om te beginnen. Disclaimer: je gaat het artikel niet lezen, maar het is belangrijk dat je wel een halfslachtige poging onderneemt om het te lezen. Dat maakt het niet-lezen hier een actieve daad.

Iedereen is steeds maar bezig om zo efficiënt mogelijk te zijn. Je moet vooral niet te veel nadenken, want dat zorgt ervoor dat je minder snel kunt lezen of typen. Maar het is oké om af en toe even afgeleid te raken, misschien bedenk je ineens iets geniaals. Of nog beter: iets totaal onbenulligs. Creativiteit is dat wat ons van dieren onderscheidt. Hoe die creativiteit wordt vormgegeven, maakt niet uit.

Bij het schrijven van, ik zeg maar iets, een column voor de ANS, is het makkelijk om te denken dat je onmogelijk iets unieks kunt schrijven. Ik heb lang gedacht dat alles wat je kunt bedenken, heus al ergens in het universum zal bestaan. Maar is dat wel zo? Inmiddels denk ik hier anders over. Laat het me illustreren met een anekdote uit mijn jeugd.

Op de middelbare school had ik een vriendinnetje dat in de woonkamer van mijn ouders een gek danspasje deed. Toen zei ze: 'Zo, ik was waarschijnlijk de eerste persoon die precies dit op precies deze plek deed.' Ik geloof nog steeds dat ze gelijk had. Wat geldt voor bewegingen, geldt ook voor gedachten. Iedereen is in staat om iets unieks te bedenken.

Toen ik zelf bezig was met het niet-lezen van een artikel, kwam ik bij de volgende gedachte uit: Wat nou als er ergens een sekte bestaat van mensen die zich uitkleden en zich dan insmeren met yogonaise om vervolgens samen de polonaise te doen. Op zich lijkt dit geen bijzonder constructieve gedachte, maar het volstaat om mijn punt te illustreren. Iedereen zal in zijn of haar leven minstens één unieke gedachte hebben. Bij sommige mensen zal deze gedachte leiden tot revolutionaire vernieuwingen en een verbetering van de levensstandaard voor iedere aardbewoner. Bij andere mensen… Ach, wie weet, misschien kun je bij iemand een glimlach op het gezicht toveren. Dat is op zichzelf al waardevol genoeg.

Mijn advies om de sombere winterperiode door te komen is dan ook: denk je gedachten en koester ze. Probeer los te laten dat alles wat je doet nuttig moet zijn, maar sta af en toe stil bij je rare hersenspinsels en bedenk hoe bijzonder je eigenlijk bent.

 

Lees meer

Even denken: Verlangen naar PostNL

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Verlangen naar PostNL
Is het je wel eens opgevallen dat interacties tussen jou en pakketbezorgers van PostNL nooit zo betekenisvol zijn als je had verwacht? Ik heb pasgeleden in korte tijd verschillende pakketjes besteld via bol.com. Eentje daarvan was duidelijk te groot voor de brievenbus, wist ik. Dat is wanneer het proces van verlangen begint.

Bij het bevestigingsmailtje van de bestelling zit een track- en trace-code. Je gaat natuurlijk direct naar de website van PostNL om het pakketje te volgen. Daarop staat in eerste instantie een indicatie van een tijd. Tussen acht en elf, bijvoorbeeld. Vanaf dat moment begin je obsessief met het vernieuwen van de pagina. "Nee, het pakketje is nog steeds in het sorteercentrum." Net als je denkt dat de F5-toets het ieder moment kan gaan begeven, verschijnt opeens de verlossende boodschap in beeld: het pakketje is onderweg. Daarmee eindigt de fase van het computerspeurwerk.

De volgende stap is om een comfortabele positie in te nemen op de vensterbank naast je hond. Je houdt met je linkerhand de gordijnen aan de kant, wanneer je moeder roept: 'Nee, niet met je neus tegen het raam, zo komen er vlekken op!' Dan is het moment daar: er komt een busje van PostNL de oprit op rijden. Vrolijk spring je op en ren je naar buiten.

Als je de bezorger ziet staan, fatsoeneer je jezelf nog een beetje. Je wil niet te gretig overkomen. Je outfit is bankhang-chic en je hebt je haren niet geborsteld, maar toch zie je er buitengewoon aantrekkelijk uit. Less is more, weet je wel. Beheerst benader je de bezorger, die het pakketje vastheeft waar jij al jaren over droomt (of eigenlijk pas sinds je het gisteren om half elf bestelde). Je schudt je haren uit je gezicht en knippert verleidelijk met je ogen. De bezorger reikt jou het pakketje aan…

Alles verloopt plots in slow motion. Je begrijpt ineens dat het lot jullie bij elkaar heeft gebracht. Jou, het pakketje, de bezorger. De azuurblauwe ogen van de bezorger vormen een fel contrast tegen zijn oranje PostNL jasje. In zijn sterke mannenhanden draagt hij het pakketje, teder alsof het een pasgeboren baby betreft. Je strekt je armen uit om het in ontvangst te nemen…
Het pakketje wordt in je handen gedrukt en de bezorger loopt terug naar zijn busje. Je hebt niet eens hoeven tekenen! (Die handtekening had je dus ook voor niets geoefend vanochtend.) Wat voor jou een uniek moment was, bleek voor de bezorger slechts een routinehandeling. Je slikt de anticlimax weg en bedankt de bezorger. Hij draait zich nog eens achteloos om en zegt: 'Oké, doei.'

 

Lees meer

Even denken: Vogelkennis

Sanne de Kroon denkt overal veel te lang over na en ontwikkelt graag uitgebreide theorieën. Soms heel slim gevonden, soms wat minder. In deze column deelt ze haar nieuwgevonden wijsheden met de medemens.

Tekst: Sanne de Kroon

Noem me ornitholoogje
Het was een hele normale middag toen ik erachter kwam. Ik zat gewoon op de bank uit het raam te staren bij de ouders van mijn vriend, toen het plots gebeurde. Een roodborstje streek neer op een dun twijgje. 'Kijk', zei mijn vriend, 'datzelfde roodborstje komt hier altijd, nooit een ander.' Ik knikte. 'Ja dat is niet gek', zei ik, 'roodborstjes zijn erg territoriaal.' Hij keek me verward aan. 'Hoe weet jij dat nou?' Ik haalde mijn schouders op en mompelde iets over dat dit hele normale kennis was. Maar was dat wel zo? Al die tijd had ik gedacht een normaal meisje te zijn, maar misschien werd het tijd om te erkennen dat ik een net iets bovengemiddelde kennis heb over vogels. Dat ik een fladderfanaat ben, een ornitholoog in spe, een vogelspotter!

Het was natuurlijk geen geïsoleerd incident, waarop ik mijn theorie baseerde. Eerder al stuitte ik op verbazing bij het vertellen van vogelfeitjes. Zoals bijvoorbeeld toen ik vertelde dat vogels holle botten hebben of dat zwaluwen voor het slapengaan heel hoog de lucht in vliegen en dan gedurende de nacht al slapende naar beneden zweven. Hoe ik aan deze kennis kom weet ik niet, er is vast iets misgegaan in mijn jeugd.

Toen ik in Engeland zat, had ik een Engelsetalige vriendin aan wie ik alles kon vragen. Van de namen van exotische groentes tot aan specifiek bakgereedschap. Alles behalve vogelnamen. En dat terwijl ik in het Nederlands zowat alle vogels kan benoemen die ik tegenkom! Behoren vogelnamen dan niet tot de algemene kennis? Uiteindelijk gaf ze toe dat ze tot een jaar geleden had gedacht dat ooievaars mythologische wezens waren. Dat stelde me gerust. Blijkbaar wist deze persoon gewoon bovengemiddeld weinig over vogels. Maar later begon het toch weer te knagen. Misschien ben ik toch degene die anders is, de vreemde eend in de bijt.

Mijn vriend en ik hadden nog steeds onze aandacht op de achtertuin gericht toen daar plots een nieuwe vogel neerstreek in dezelfde boom. 'Kijk, een Vlaamse gaai!' riep ik enthousiast. 'Een Vlaamse wat?' Oh nee, dacht ik, niet alweer. Gelukkig kwam op dat moment net de moeder van mijn vriend uit de keuken tevoorschijn, die mij bijstond. 'Ja, inderdaad', zei ze, 'dat is een Vlaamse gaai.' Ik zuchtte opgelucht. Eindelijk was er iemand met net zoveel vogelkennis als ik. Misschien was ik zo gek nog niet.

 

Lees meer