Geen pasklare oplossing

In conflictgebieden kan het voor onderzoekers met een westerse achtergrond lastig zijn om zich niet te laten leiden door hun eigen wereldbeeld. Ontwikkelingssocioloog Mathijs van Leeuwen probeert een open blik te houden tijdens het doen van onderzoek in conflictgebieden. 'Door alleen te focussen op wat ik zelf problematisch vind, verlies ik allerlei andere strijdpunten uit het oog.'

Tekst: Jeyna Sow
Foto's: Joep Dorna en Mathijs van Leeuwen

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

MathijsvL750x

Als buitenstaander is het niet moeilijk om een beeld te vormen van het vredeswerk dat ontwikkelingsorganisaties zoals Oxfam Novib in ontwikkelingslanden uitvoeren. Wat echter vaak wordt vergeten, is dat in deze gebieden ook veel onderzoek wordt gedaan. Mathijs van Leeuwen is een van deze onderzoekers die belangrijk werk in conflict- en post-conflictgebieden verricht. Als ontwikkelingssocioloog aan de Radboud Universiteit (RU) houdt hij zich bezig met het doen van onderzoek naar conflicten. Van Leeuwen is werkzaam bij het Centrum voor Internationaal Conflict - Analyse & Management (CICAM), een zelfstandige afdeling gelieerd aan de wetenschapseenheid van Politicologie van de RU. CICAM verricht wetenschappelijk onderzoek en verzorgt onderwijs op het terrein van vrede, veiligheid oorlog en conflict.

Zelf doet Van Leeuwen voornamelijk onderzoek naar conflicten over land in het Grote Merengebied in Midden- Afrika. Hierbij kijkt hij ook naar de bijdrage die nationale overheden en vredesorganisaties kunnen leveren bij het oplossen van deze conflicten. De meeste conflicten zijn veel complexer dan ze in eerste instantie lijken. 'Land is een hele belangrijke kwestie waar allerlei andere tegenstellingen in de samenleving tot uiting komen.' Na een burgeroorlog ontstaan veel conflicten, omdat het land van terugkerende vluchtelingen inmiddels is bezet door andere mensen. Dit gebeurde bijvoorbeeld na de burgeroorlog in Burundi. Daar keerden grote groepen Hutu-vluchtelingen terug die jarenlang in buurland Tanzania hadden gewoond. 'Hun land was inmiddels bezet door familieleden, buren en mensen uit andere delen van het land, waaronder veel Tutsi. Als compromis werd het land aanvankelijk verdeeld tussen terugkeerders en de nieuwe inwoners. Maar toen de regering vanwege politiek opportunisme de aanspraken van terugkeerders ging bevoordelen, kreeg lokale onenigheid over land opeens een nare ethno-politieke lading.'

Is het uw taak als onderzoeker om conflicten op te lossen?
'Natuurlijk hoop ik een bijdrage te leveren. Als onderzoeker houd ik me bezig met het achterhalen van de dieperliggende oorzaken van conflicten, de ontwikkeling ervan en hoe interventies uitpakken. Zo kan het complete plaatje worden weergegeven. Door het doen van onderzoek worden situaties verder uitgediept en vaak juist complexer. Soms is dat lastig voor interveniërende organisaties. Waar ik bezig ben met het uitdiepen van de situatie, hoort een ontwikkelingsorganisatie juist liever wat er concreet kan worden gedaan. Helaas is het vaak zo dat hoe meer je weet, hoe moeilijker het wordt om met een concrete oplossing te komen.'

'Het is naïef om te denken dat ik grote veranderingen teweeg kan brengen.'

Wat is uw relatie met ontwikkelingsorganisaties?
'Je moet erop letten dat je ook bij zulke organisaties een onafhankelijke positie inneemt. Als wetenschapper is het namelijk belangrijk om niet te dicht op de praktijk te zitten. Onafhankelijk onderzoek draait om het stellen van kritische vragen, ook over de interveniërende organisaties. Moet er bijvoorbeeld überhaupt worden ingegrepen in conflictsituaties, of draagt dat niet bij aan de opbouw van vrede? We moeten niet vast komen te zitten in de focus op interventies. Uiteindelijk gaat het om het vinden van de balans tussen interventies en de uitvoering van onderzoek. 'Toch vind ik dat je af en toe best advies mag geven of activerende uitspraken mag doen. Als onderzoeker sta je een beetje buiten de samenleving waardoor je juist contact hebt met iedereen. Hierdoor kan kennis en ervaring worden opgedaan op veel verschillende vlakken. Ik vind dat deze kennis zeker moet worden gedeeld. Omdat ik me bezighoud met gevoelige kwesties zoals gewelddadige spanningen en de rol die conflicten spelen in het dagelijks leven van mensen, vereist het geven van advies een bepaalde voorzichtigheid. In sommige situaties is het vinden van de balans lastiger dan in andere, omdat men toch is geneigd om te denken in oplossingen.'

MathijsvL400xHeeft u zelf meegemaakt dat u een oplossing bood waar dat niet gepast was?
'Ja, dit heb ik in Zuid-Soedan meegemaakt. Ik werkte toen bij een vrouwenorganisatie die probeerde bij te dragen aan het oplossen van problemen in de gemeenschap en het verwerken van gewelddadige conflicten in het verleden. Op een bepaald moment heb ik daar met veel enthousiasme over traumaverwerking in Nederland verteld en hoe belangrijk het is om te praten over wat je hebt meegemaakt. Naderhand kwam een van de vrouwen naar me toe. Ze vertelde dat ze samen hebben geprobeerd om er open over te praten, maar dat dit lastig is. Wanneer iemand niet de ruimte en veiligheid heeft om problemen te delen, wordt praten juist nutteloos. Toen dacht ik: daar heb je mij weer met mijn adviezen en mijn westerse kijk op bepaalde problemen.'

Uw eigen achtergrond sluit dus niet altijd aan bij de lokale bevolking. Hoe gaat u hiermee om tijdens het doen van onderzoek in conflictgebieden?
'Ik realiseer me dat ik als buitenstaander een klein zetje kan geven, maar dat ik nooit de hele situatie kan veranderen. Ik zie uiteindelijk maar een klein deel. Het is daarom heel naïef om te denken dat ik grote veranderingen teweeg kan brengen.

'Ook verschillende Afrikaanse organisaties houden zich bezig met de invloed van de persoonlijke achtergrond van onderzoekers op de lokale bevolking. Zij richten zich niet alleen op westerse onderzoekers, maar ook op lokale onderzoekers die regelmatig hun standaardoplossingen klaar hebben en vergeten te kijken naar wat er precies speelt. Deze Afrikaanse organisaties stellen dat het belangrijk is om voorzichtig te zijn met interpretaties. Als je als onderzoeker bijvoorbeeld het idee hebt dat vrede kan worden gerealiseerd door de staat te versterken, ga je in sommige situaties juist de lokale dynamiek voorbij. In Oost-Congo heeft de staat bijvoorbeeld een slechte reputatie. Dat is in dit geval dus niet de meest adequate partij om mee te werken. Als onderzoeker heb ik ook mijn vooroordelen en stokpaardjes, dingen die ik belangrijk vind om te onderzoeken. Door me alleen te focussen op wat ik zelf problematisch vind, verlies ik allerlei andere belangrijke aspecten uit het oog.'

'Door de ideologie achter deze rechten te achterhalen, is het mogelijk om op discrete wijze te kijken naar kwesties waar ik in eerste instantie niet achter sta.'

Toch is het mogelijk dat zich situaties voordoen waar u zelf onmogelijk achter kan staan. Wat doet u in dit soort gevallen?
'Ik probeer eerst op zoek te gaan naar de achterliggende gedachte. Het verschil in erfrechten omtrent land tussen mannen en vrouwen is een voorbeeld van een dergelijke situatie. Veel traditionele rechtssystemen bieden weinig rechten voor vrouwen. Stukken land worden bijvoorbeeld bijna altijd via de mannelijke lijn overgeërfd. In eerste instantie vond ik dit een oneerlijk principe. Na verder onderzoek bleek de situatie echter ingewikkelder in elkaar te zitten. Een belangrijke doelstelling van traditionele landrechten is het garanderen van toegang tot land voor toekomende generaties. Je bent nooit eigenaar van het land, slechts verzorger zolang je leeft en het gebruikt. Ook mannen hebben dus beperkte rechten op land. En juist het invoeren van formele landrechten resulteert vaak in het versterken van rechten van mannen, ten koste van vrouwen. Door de ideologie achter deze rechten te achterhalen, is het mogelijk om op discrete wijze te kijken naar kwesties waar ik in eerste instantie niet achter sta. Ook hier houd ik dus rekening met het belang van de lokale bevolking.'

Werkt u actief samen met lokale onderzoekers om het belang van de lokale bevolking mee te nemen?
'Ik probeer bij het doen van onderzoek in conflictgebieden of post-conflictgebieden altijd samen te werken met lokale wetenschappers en medewerkers. Aan de ene kant helpt dit bij het interpreteren van de problemen waardoor ik me kritisch op kan stellen. In het Grote Merengebied werk ik bijvoorbeeld samen met vertalers of veldmedewerkers. Zij hebben daar connecties en basiskennis van de lokale omstandigheden. Taal is ontzettend belangrijk. Het is een kennisstructuur en laat veel zien over de cultuur, maar in sommige gevallen kan taal lastig zijn. Soms krijg ik geen duidelijk antwoord op een vraag tijdens een interview, omdat het bijvoorbeeld een

...
Lees meer

Geen pasklare oplossing

In conflictgebieden kan het voor onderzoekers met een westerse achtergrond lastig zijn om zich niet te laten leiden door hun eigen wereldbeeld. Ontwikkelingssocioloog Mathijs van Leeuwen probeert een open blik te houden tijdens het doen van onderzoek in conflictgebieden. 'Door alleen te focussen op wat ik zelf problematisch vind, verlies ik allerlei andere strijdpunten uit het oog.'

Tekst: Jeyna Sow
Foto's: Joep Dorna en Mathijs van Leeuwen

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

MathijsvL750x

Als buitenstaander is het niet moeilijk om een beeld te vormen van het vredeswerk dat ontwikkelingsorganisaties zoals Oxfam Novib in ontwikkelingslanden uitvoeren. Wat echter vaak wordt vergeten, is dat in deze gebieden ook veel onderzoek wordt gedaan. Mathijs van Leeuwen is een van deze onderzoekers die belangrijk werk in conflict- en post-conflictgebieden verricht. Als ontwikkelingssocioloog aan de Radboud Universiteit (RU) houdt hij zich bezig met het doen van onderzoek naar conflicten. Van Leeuwen is werkzaam bij het Centrum voor Internationaal Conflict - Analyse & Management (CICAM), een zelfstandige afdeling gelieerd aan de wetenschapseenheid van Politicologie van de RU. CICAM verricht wetenschappelijk onderzoek en verzorgt onderwijs op het terrein van vrede, veiligheid oorlog en conflict.

Zelf doet Van Leeuwen voornamelijk onderzoek naar conflicten over land in het Grote Merengebied in Midden- Afrika. Hierbij kijkt hij ook naar de bijdrage die nationale overheden en vredesorganisaties kunnen leveren bij het oplossen van deze conflicten. De meeste conflicten zijn veel complexer dan ze in eerste instantie lijken. 'Land is een hele belangrijke kwestie waar allerlei andere tegenstellingen in de samenleving tot uiting komen.' Na een burgeroorlog ontstaan veel conflicten, omdat het land van terugkerende vluchtelingen inmiddels is bezet door andere mensen. Dit gebeurde bijvoorbeeld na de burgeroorlog in Burundi. Daar keerden grote groepen Hutu-vluchtelingen terug die jarenlang in buurland Tanzania hadden gewoond. 'Hun land was inmiddels bezet door familieleden, buren en mensen uit andere delen van het land, waaronder veel Tutsi. Als compromis werd het land aanvankelijk verdeeld tussen terugkeerders en de nieuwe inwoners. Maar toen de regering vanwege politiek opportunisme de aanspraken van terugkeerders ging bevoordelen, kreeg lokale onenigheid over land opeens een nare ethno-politieke lading.'

Is het uw taak als onderzoeker om conflicten op te lossen?
'Natuurlijk hoop ik een bijdrage te leveren. Als onderzoeker houd ik me bezig met het achterhalen van de dieperliggende oorzaken van conflicten, de ontwikkeling ervan en hoe interventies uitpakken. Zo kan het complete plaatje worden weergegeven. Door het doen van onderzoek worden situaties verder uitgediept en vaak juist complexer. Soms is dat lastig voor interveniërende organisaties. Waar ik bezig ben met het uitdiepen van de situatie, hoort een ontwikkelingsorganisatie juist liever wat er concreet kan worden gedaan. Helaas is het vaak zo dat hoe meer je weet, hoe moeilijker het wordt om met een concrete oplossing te komen.'

'Het is naïef om te denken dat ik grote veranderingen teweeg kan brengen.'

Wat is uw relatie met ontwikkelingsorganisaties?
'Je moet erop letten dat je ook bij zulke organisaties een onafhankelijke positie inneemt. Als wetenschapper is het namelijk belangrijk om niet te dicht op de praktijk te zitten. Onafhankelijk onderzoek draait om het stellen van kritische vragen, ook over de interveniërende organisaties. Moet er bijvoorbeeld überhaupt worden ingegrepen in conflictsituaties, of draagt dat niet bij aan de opbouw van vrede? We moeten niet vast komen te zitten in de focus op interventies. Uiteindelijk gaat het om het vinden van de balans tussen interventies en de uitvoering van onderzoek. 'Toch vind ik dat je af en toe best advies mag geven of activerende uitspraken mag doen. Als onderzoeker sta je een beetje buiten de samenleving waardoor je juist contact hebt met iedereen. Hierdoor kan kennis en ervaring worden opgedaan op veel verschillende vlakken. Ik vind dat deze kennis zeker moet worden gedeeld. Omdat ik me bezighoud met gevoelige kwesties zoals gewelddadige spanningen en de rol die conflicten spelen in het dagelijks leven van mensen, vereist het geven van advies een bepaalde voorzichtigheid. In sommige situaties is het vinden van de balans lastiger dan in andere, omdat men toch is geneigd om te denken in oplossingen.'

MathijsvL400xHeeft u zelf meegemaakt dat u een oplossing bood waar dat niet gepast was?
'Ja, dit heb ik in Zuid-Soedan meegemaakt. Ik werkte toen bij een vrouwenorganisatie die probeerde bij te dragen aan het oplossen van problemen in de gemeenschap en het verwerken van gewelddadige conflicten in het verleden. Op een bepaald moment heb ik daar met veel enthousiasme over traumaverwerking in Nederland verteld en hoe belangrijk het is om te praten over wat je hebt meegemaakt. Naderhand kwam een van de vrouwen naar me toe. Ze vertelde dat ze samen hebben geprobeerd om er open over te praten, maar dat dit lastig is. Wanneer iemand niet de ruimte en veiligheid heeft om problemen te delen, wordt praten juist nutteloos. Toen dacht ik: daar heb je mij weer met mijn adviezen en mijn westerse kijk op bepaalde problemen.'

Uw eigen achtergrond sluit dus niet altijd aan bij de lokale bevolking. Hoe gaat u hiermee om tijdens het doen van onderzoek in conflictgebieden?
'Ik realiseer me dat ik als buitenstaander een klein zetje kan geven, maar dat ik nooit de hele situatie kan veranderen. Ik zie uiteindelijk maar een klein deel. Het is daarom heel naïef om te denken dat ik grote veranderingen teweeg kan brengen.

'Ook verschillende Afrikaanse organisaties houden zich bezig met de invloed van de persoonlijke achtergrond van onderzoekers op de lokale bevolking. Zij richten zich niet alleen op westerse onderzoekers, maar ook op lokale onderzoekers die regelmatig hun standaardoplossingen klaar hebben en vergeten te kijken naar wat er precies speelt. Deze Afrikaanse organisaties stellen dat het belangrijk is om voorzichtig te zijn met interpretaties. Als je als onderzoeker bijvoorbeeld het idee hebt dat vrede kan worden gerealiseerd door de staat te versterken, ga je in sommige situaties juist de lokale dynamiek voorbij. In Oost-Congo heeft de staat bijvoorbeeld een slechte reputatie. Dat is in dit geval dus niet de meest adequate partij om mee te werken. Als onderzoeker heb ik ook mijn vooroordelen en stokpaardjes, dingen die ik belangrijk vind om te onderzoeken. Door me alleen te focussen op wat ik zelf problematisch vind, verlies ik allerlei andere belangrijke aspecten uit het oog.'

'Door de ideologie achter deze rechten te achterhalen, is het mogelijk om op discrete wijze te kijken naar kwesties waar ik in eerste instantie niet achter sta.'

Toch is het mogelijk dat zich situaties voordoen waar u zelf onmogelijk achter kan staan. Wat doet u in dit soort gevallen?
'Ik probeer eerst op zoek te gaan naar de achterliggende gedachte. Het verschil in erfrechten omtrent land tussen mannen en vrouwen is een voorbeeld van een dergelijke situatie. Veel traditionele rechtssystemen bieden weinig rechten voor vrouwen. Stukken land worden bijvoorbeeld bijna altijd via de mannelijke lijn overgeërfd. In eerste instantie vond ik dit een oneerlijk principe. Na verder onderzoek bleek de situatie echter ingewikkelder in elkaar te zitten. Een belangrijke doelstelling van traditionele landrechten is het garanderen van toegang tot land voor toekomende generaties. Je bent nooit eigenaar van het land, slechts verzorger zolang je leeft en het gebruikt. Ook mannen hebben dus beperkte rechten op land. En juist het invoeren van formele landrechten resulteert vaak in het versterken van rechten van mannen, ten koste van vrouwen. Door de ideologie achter deze rechten te achterhalen, is het mogelijk om op discrete wijze te kijken naar kwesties waar ik in eerste instantie niet achter sta. Ook hier houd ik dus rekening met het belang van de lokale bevolking.'

Werkt u actief samen met lokale onderzoekers om het belang van de lokale bevolking mee te nemen?
'Ik probeer bij het doen van onderzoek in conflictgebieden of post-conflictgebieden altijd samen te werken met lokale wetenschappers en medewerkers. Aan de ene kant helpt dit bij het interpreteren van de problemen waardoor ik me kritisch op kan stellen. In het Grote Merengebied werk ik bijvoorbeeld samen met vertalers of veldmedewerkers. Zij hebben daar connecties en basiskennis van de lokale omstandigheden. Taal is ontzettend belangrijk. Het is een kennisstructuur en laat veel zien over de cultuur, maar in sommige gevallen kan taal lastig zijn. Soms krijg ik geen duidelijk antwoord op een vraag tijdens een interview, omdat het bijvoorbeeld een

...
Lees meer

Gevarendriehoek: Arriva-treinen

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Arriva, streekvervoer met streken
Ingeklemd tussen twee hijgende dikzakken kijk je hoe de persoon voor je selfies zit te maken. Ondertussen volg je onvrijwillig het telefoongesprek van een meid die aan de andere kant van de coupé zit. Ze gaat vanavond sushi eten met vriendinnen. Fijn om te weten. Je probeert nog even een dutje te doen, maar wordt ruw gewekt als de trein zonder aanleiding abrupt stopt en een paar tellen later weer verder rijdt. Als er ook nog wordt medegedeeld dat de trein niet verder rijdt dan station Mook/Molenhoek, is de Arriva-experience compleet. Arriva-sprinters zijn een noodzakelijk kwaad voor velen van ons, maar waarom zijn ze eigenlijk zo kut?

Allereerst, de stoelen zijn altijd te klein voor je. Ergens in het hoofdkantoor van Arriva is bepaald dat reizigers slechts een zitoppervlak van 6,5 cm2 hebben. Als gevolg zit je ieder ritje naar thuisthuis tegen een of andere naar rioolwater stinkende goorlap aangedrukt.

Verder is de kans dat je rust vindt in een Arriva-trein even groot als de kans dat je rust vindt in de TKB tijdens carnaval. Bij ieder dorpsstationnetje stroomt de trein vol met een horde luidruchtige orks gekleed in vuilniszakjassen. Ze komen steevast in groepjes van drie of vier de rust verstoren met hun onophoudelijke geouwehoer over bier, school en scooters.

Bovenop al die nadelen komt nog dat Arriva-sprinters even betrouwbaar zijn als je manipulatieve ex-vriendje. Ze rijden niet op stroom, maar op diesel. Op de Limburgse leeuw op de zijkant na zijn het praktisch derderangs kolentreinen uit de voormalige Sovjet-Unie.

Als klap op de vuurpijl heeft Arriva een rijk repertoire aan sadistische trucjes in huis. Zo koppelen ze wel eens lukraak het achterste treindeel los, zodat je een half uur in de kou kunt gaan staan wachten op station Boxmeer. Hopelijk ben je nog vruchtbaar als je om half twaalf weer eens terug bent op je kamertje.

Al die nadelen zouden niet zo zwaar wegen als er tenminste wifi was om de misère te vergeten. Maar helaas, wifi in een Arriva-sprinter is net als Sinterklaas: het bestaat niet en steeds minder kinderen geloven erin.

Aldus is mijn reisadvies aan jullie om Arriva-sprinters te mijden als een leprakolonie. Pak de fiets. Of de benenwagen desnoods. Of bel je ouders op dat je de komende vijf jaar niet meer thuiskomt. Alles. Behalve. Arriva.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Groepsopdrachten

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

'Oké, laten we er maar een eind aan breien. We hebben de hele middag overlegd, maar gelukkig hebben we wel een Drive aangemaakt en de opdracht verdeeld.' Apathisch blijf je voor je uitstaren. In deze vier uur had je de groepsopdracht gemakkelijk in je eentje kunnen maken en volledig met een ganzenveer kunnen uitschrijven op een stel rijstkorrels. In plaats daarvan heb je met je groepsgenoten de hele middag lang zwijgend naar een leeg Word-bestand zitten staren. Groepswerk is standaard te kut voor woorden, maar waarom eigenlijk?

Groepsgenoten. In veel gevallen heb je geen concreet bewijs dat ze echt bestaan. Je ziet dat ene Hans bij je groepje is ingedeeld en probeert contact met hem te krijgen. Je stuurt hem eerst een mail. Daarna stuur je hem een Facebook bericht. Pas na een maand krijg je een reactie. 'Jo, sorry voor de late reactie. Ik was op skivakantie en ben pas net terug. Stuur maar wat ik moet maken.' Thanks voor je input, Hans.

Aan de andere kant van het spectrum heb je de autoritaire regelneef. Terwijl ze staat uit te leggen hoe de taakverdeling eruit gaat zien, beeld je haar in met een SS-uniform aan. Staat perfect. Als ze klaar is ga je uit vrees voor keiharde represailles maar meteen aan de slag met je toegewezen stukje. Je levert het op tijd in bij de Hauptstrumführerin. Binnen een uur krijg je al een reactie. Haar passief-agressieve mail is samen te vatten in drie woorden: doe maar opnieuw.

Dan zijn er nog de moeilijkheden om een groepsmeeting te plannen. Groepsgenoot A is een prominente pik bij de studentencurlingvereniging, groepsgenoot B moet zich per se iedere avond vakkundig de tering in zuipen op de sociëteit en groepsgenoot C verlaat alleen voor tentamens en de uitbraak van WO III zijn ouderlijk huis. Als je de agenda's bij elkaar legt, kom je erachter dat het eerst mogelijke moment voor een afspraak 24 mei 2026 tussen 9.30 en 11.30 uur is.

Uiteindelijk is het tien uur 's avonds op de dag van de deadline. Jij doet de laatste check, omdat jouw deel minder werk zou zijn. Je kijkt naar wat de anderen ervan gemaakt hebben en ziet dat het deel van je ene groepsgenoot vol spelfouten staat, het deel van je andere groepsgenoot maar twee zinnen lang is en het laatste deel wegens onbekende redenen in het Hongaars is geschreven. Volgende keer alleen doen? Ja.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Tindertroubles

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten, is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Illustratie: Inge Spoelstra

Tindertroubles
'Ben jij toevallig-?' Haar stem valt een stuk lager uit dan je had verwacht. Ook is ze bijna even lang en minimaal even zwaar als jij. Aldus lijkt ze evenveel op haar profielfoto als jij op je oma lijkt. Je had ergens gehoopt dat die avond op Nijmegen Centraal een nieuw liefdesavontuur zou beginnen, maar de eerste ontmoeting is gelijk al een ontnuchterende ervaring. Je herpakt jezelf met de insteek om er alsnog een leuke avond van te maken. 'Ja, klopt. Dat ben ik.' En nu? Een knuffel? Drie kussen alsof het je tante is? Een zakelijke, ferme hand? Uiteindelijk ga je toch maar voor een veilige hand. De eerste etappe van de Tour de Tinder is achter de rug. Vele zullen volgen in de sociale hindernisbaan.

Eenmaal aangekomen in het datecafé, staat de tweede uitdaging op je te wachten. Er is nog maar één tafeltje vrij: die bij de ingang waar je vijf keer per minuut de voordeur in je harses geramd krijgt. Daar komt bovenop dat de tent afgeladen is. Hierdoor versta je geen zak van wat je date te zeggen heeft en komt de conversatie even langzaam op gang als een drol in een trechter. Nadat je een half uur loze opmerkingen en open vragen naar elkaar toe geflikkerd hebt, is er eindelijk iets van een gesprek ontstaan. Of ja, gesprek? Eerder oeverloos geouwehoer over niets. Er is niets terug te vinden van de spontaniteit die haar kroegen festivalprofiel uitstraalde. Terwijl ze doorratelt over haar passieve huisdieren en studie Bedrijfseconomie vervloek je het moment dat je haar naar rechts hebt geswipet tijdens een van die vele Tindersessies op het toilet. Zodoende trek je al halverwege je eerste biertje de conclusie dat je een gruwelijke fout hebt gemaakt en je een einde moet breien aan de date.

Je date lijkt daar echter anders over te denken en ontpopt zich ineens tot FBI-rechercheur. De ene naar de andere persoonlijke vraag wordt op je afgevuurd. 'Heb je veel relaties gehad?', 'Wat is je grootste angst?', 'Heb je veel contact met je ouders?', 'Frikadellen of kroketten?' Verbijsterd geef je antwoord op haar vragen totdat er ineens een stilte valt. Je date kiepert haar chai latte achterover en vermeldt daarna dat ze denkt dat het waarschijnlijk niets gaat worden. Voor je het weet heeft ze al afgerekend en het pand verlaten. Daar gaat je match. En dat met Tinder Gold.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Uiteten

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Je loopt met je vriendin door de stad en opeens zegt ze: 'Kijk, drie gangen voor vijftien euro! Inclusief drankje. Doen?' Je wil geen skere joekel zijn – zij weet ook dondersgoed dat ome DUO gisteren nog een mille op je bankrekening heeft gestort – en gaat akkoord. Een kwartier later zit je naar je armetierige kop tomatensoep met "verse" basilicum te staren en heb je al spijt.

Restaurants proberen studenten naar binnen te lokken met schijnbaar goede deals. "Drie gangen voor 15 euro." Of meer accuraat: "Drie teleurstellingen voor 15 euro". Je mag kiezen wat je wil en dat voor een vaste prijs. "Kiezen" komt helaas neer op een keus maken tussen een sneue carpaccio of een veredeld cup-a-soupje als voorgerecht, een McAnusburger of een platgetrapte schnitzel als hoofdgerecht en als nagerecht een vormloze dame blanche of twee kubieke millimeter cheesecake.

Met je hongerige kop kies je uiteindelijk voor de hamburger en de dame blanche. Had je dan niet beter naar een snackbar kunnen gaan? Ja. Ze jassen een satéprikker door je burger, pleuren het op een wit vierkant bord en gooien er wat sla met accuzuurdressing bij, maar in de essentie krijg je hetzelfde voer als van Ali's snackcorner. Alleen dan wel twee keer zo duur.

Daarnaast zijn de restaurantbazen nog lang niet tevreden als ze je zuurgeleende vijftien euro hebben afgetroggeld. Ze maken het eten zo intens zout dat het fysiologisch onmogelijk is om je maaltijd met enkel je startbiertje van 15 cl te trotseren. Verder zijn de vijf frietjes die je bij je hoofdgerecht krijgt nooit voldoende en moet je altijd bijbestellen. En als je een ander sausje wil dan Zaanse smegmamayonaise of ketchup moet je natuurlijk ook lappen.

Vervolgens heb je nog trek als de drie aanfluitingen plus consumptie achter de kiezen zijn. Je verlaat samen restaurant Den Ouden Vreetschuur en stelt voorzichtig voor om nog even snel een zak chips te halen 'voor straks op de bank'. De blik die je dan van je vriendin krijgt toegeworpen maakt het droevige etentje compleet. Vol medelijden en walging vraagt ze zich af hoe ze in godsnaam ooit voor zo'n onverzadigbare vreetbeer heeft kunnen vallen.

Dus, maak van studentenmenu maar studentenmenooit en duik de volgende keer als je eens iets anders wil dan je gebruikelijke pasta pesto maar gewoon de snackbar in.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Vakantieverhalen

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Je bent erin geluisd. Het verhaal van je huisgenootje begon zo schattig en onschuldig, maar inmiddels zit je al vijf minuten schokkerige videobeelden van een Vietnamees marktje te bekijken. 'Kijk hoe simpel ze daar leven. Dat is toch geweldig! Eigenlijk moeten we dat hier ook meer doen.' Haar homemade footage werd voorafgegaan door een half uur durende diashow van Aziatische boertjes die hun verschrompelde landbouwproducten tevergeefs aan de man proberen te brengen. Vooral vlak na de zomer moet je op je hoede zijn. Voor je het weet is je beste vriend net terug van een 'supergave' reis door Turkmenistan of heeft je stapmaat zojuist vier weken met een rugzak door de Baltische staten gebanjerd. Pas op voor reisverhalen.

'Het is toch leuk om over iemands vakantie te horen?' Nee. Etiketten van bierflesjes aftrekken is leuk, naar iemands reisverhaal luisteren niet. Misschien zouden vakantieverhalen wat beter aan te horen zijn als daadwerkelijk het woord 'vakantie' in de mond zou worden genomen, maar dat is vloeken in de kerk. Tien dagen op je luie gat zitten ergens op een strand in de Antillen is getransformeerd tot 'echt even weer mijn rust vinden.' Aapjes en plantjes kijken in de rimboe valt tegenwoordig onder de noemer 'mijn band met de natuur herstellen.' Reisverhalen zijn altijd doorspekt met eyeopeners en 'diepe ervaringen' waarmee de verteller graag wil benadrukken dat jij een onderontwikkeld kleiboertje bent dat nog niet eens zijn eigen achtertuin kent.

Daarnaast zijn reisverhalen altijd even incoherent en onbegrijpelijk als je schoonmoeders kledingkeuze. 'En toen gingen we naar een oud vissersdorpje. O nee, dat was de dag daarna. Nee, eerst gingen we naar een oude tempel. Ja, eigenlijk is het een moskee. Of toch niet?' Dankjewel voor de heldere info. Het lijkt wel of je reislustige vriend door zijn enthousiasme de draad van zijn verhaal kwijt is. Of waarschijnlijker: hij heeft geen idee wat hij nou werkelijk gezien heeft. Je vriend zat zonder twijfel alvast na te denken over welke McFlurry hij na de tour zou bestellen terwijl de gids uitweidde over de geschiedenis van Bali's oudste boeddhistische tempel.

Dus kijk goed uit wanneer je studiegenoot opeens een foto van zichzelf op een struisvogel onder je neus schuift. Wees gewaarschuwd wanneer plots de Brooklyn Bridge op de profielfoto van je sportbuddy verschijnt en ren vooral keihard weg als je studiemaatje quasinonchalant laat vallen dat zij een jetlag heeft.

 

Lees meer

Gevarendriehoek: Werkplek

Niet alles waar je niet aan moet ruiken of met je tengels aan moet zitten is beplakt met rode gevarendriehoeken. Roel van Koeverden vertelt je iedere ANS waar je als student voor moet oppassen. Houd buiten bereik van kinderen en huisdieren.

Illustratie: Inge Spoelstra

Pen: check. Papier: check. Afgeragde MacBook: check. Je bent weer helemaal klaar om een middag te strijden in de UB, maar er is een probleem: de papzak die tegenover je aan tafel is gaan zitten. Nog geen drie seconden na zijn komst haalt hij een frikadelbroodje tevoorschijn. Daar gaat de rust. Met veel gekraak en gesmak wordt het bladerdeeg naar binnen geschrokt. Zoals deze vreetzak zijn er wel meer types die bepalen of je een vruchtbare studiedag gaat hebben of niet. Een kort overzicht van deze rustverstoorders vind je in deze column.

Ten eerste heb je de sociale studente. Voor haar ligt weliswaar een tweetal wetboeken, maar dit is puur schijn. Laat je niet misleiden. Ze is voornamelijk bezig selfies te maken en appjes te sturen. Iedere vriendin, studiegenoot of vage kennis die ze in haar vizier krijgt, haalt ze naar zich toe voor een ouwehoersessie van minimaal twintig minuten. Daarnaast heb je de mompelaar die zo diep in zijn wiskundesommen is verzonken dat de wereld om hem heen niet meer bestaat. Ononderbroken neuzelt hij door over de getallen en formules waarmee hij aan het worstelen is.

Dan is er nog de koffiedrinker met een zwakke blaas. Continu word je uit je concentratie gehaald door de clown voor je die zijn dagelijkse quotum van vijftien cappuccino's moet halen. De helft van de tijd haalt hij koffie en de andere helft van de tijd loost hij het. De stinkzak. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand. Totdat hij zijn bek opentrekt. Een putlucht waar je een trilogie over vol kunt schrijven, komt uit zijn muil. Als hij zich uitstrekt, komen zijn oksels vrij, waardoor zijn gore zweetlucht ongehinderd de lucht kan vervuilen. 

Verder heb je natuurlijk ook de trut met de draagbare kermis. Haar mobiel ligt midden op tafel. Er gaat geen minuut voorbij zonder dat het een kakofonie aan ringtones produceert. Daarbij geeft het apparaat nog een Pink Floyd-achtige lazerlichtshow bij ieder bericht dat er binnenkomt. En tot slot is er de onvoorstelbare hoop zooi van een onbekende eigenaar. Tachtig procent van de tafel is bezaaid met boeken, schriften, koffiecups en laptops, maar de eigenaar is nergens te vinden.

Dus wat doe je de volgende keer als je een productieve studiedag wil hebben? Precies. Je overnacht in je Northface-slaapzak voor de UB en bezet 's morgensvroeg gelijk een van de schaarse eenpersoonsbureautjes.

 

Lees meer

Goed gekeurd?

Jaarlijks publiceren Keuzegids en Elsevier een ranglijst van de beste universiteiten. Hoewel universiteiten graag pronken met deze keurmerken, is een rangschikking gebaseerd op studententevredenheid discutabel. De RU zou daarom twee keer moeten nadenken voordat ze van de daken schreeuwt dat ze beste van Nederland is.

Tekst: Julia Mars en Floor Toebes
Illustratie: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Rector magnificus Han van Krieken kan de vlag uithangen: in 2019 mag de Radboud Universiteit (RU) zichzelf volgens Keuzegids weer de beste klassieke universiteit van Nederland noemen. Elk jaar publiceert zowel Keuzegids als Elsevier een ranglijst van beste universiteiten van Nederland. De RU komt vaak uit de bus als het beste jongetje van de klas en is ook niet te bescheiden om hiermee te pronken. Het keurmerk is terug te zien op de website, op de open dagen en in de flyers. Bij het gebruik van de keurmerken kunnen echter flink wat vraagtekens worden gezet en het is maar de vraag hoe veel waarde de titel van beste universiteit echt heeft. Dus 'beste' RU: denk twee keer na voordat je de vlag uithangt.

openings400xEen grote tRUc
De RU mag zich volgens Keuzegids met 63 punten prijzen als beste klassieke universiteit. Een klassieke universiteit biedt uit de meest diverse vakgebieden studies aan. Binnen deze categorie zijn de verschillen echter minimaal: Groningen volgt de RU met een score van 62,5 en de 'slechtste' universiteit, de Universiteit van Amsterdam, heeft alsnog 54 punten. Daar komt nog eens bovenop dat de scores elk jaar vrijwel hetzelfde zijn. 'Nijmegen en Groningen verschillen eigenlijk nauwelijks in score', beaamt Han Werts, teamleider Institutional Research aan de RU. 'Het gaat in dit geval om een verschil van een half puntje.' 

Een verschil van een half punt in een tevredenheidsonderzoek is te beperkt om een hard onderscheid te maken en een winnaar uit te roepen. Dat weet de RU zelf ook, maar doet daar niets mee. 'Als de RU op de eerste plek terechtkomt, dan weten we zelf ook wel dat het verschil met de tweede plek eigenlijk nietszeggend is', zegt Werts. 'Maar de resultaten worden wel zo gepubliceerd. Daar maken wij als marketingafdeling gebruik van.'

Overhaaste generalisatie
Bas Belleman, hoofdredacteur van de Keuzegids, legt uit: 'We kijken naar de studentoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE), maar ook naar studiesucces en expertoordelen.' De studentoordelen tellen echter wel heel zwaar mee, namelijk voor 70 procent. 'Studenten krijgen allemaal dezelfde vragen in de NSE en daar maken wij een selectie uit. Zo komen we tot oordelen per opleiding en op basis daarvan worden de ranglijsten gemaakt.' Allemaal leuk en aardig bij het vergelijken van studies, maar bij het vergelijken van universiteiten gaat deze vlieger niet op. Want hoeveel studiezaken zijn nou echt universiteitsbreed? Tandheelkundestudenten zijn op de RU letterlijk en figuurlijk ver verwijderd van studenten bij Letteren maar toch worden in de totstandkoming van de keurmerken de meningen van alle studenten op een hoop gegooid. Als tandheelkundestudenten heel positief zijn over werkplekken maar studenten Letteren zijn dat juist niet, dan krijg je een gemiddelde tussen die twee tegenpolen. De verschillen tussen Tandheelkunde en Letteren zie je niet in een ranking van instellingen. Deze kun je alleen vinden in de ranglijst van opleidingen.

In een universiteitsranking kan een slecht beoordeelde faculteit zomaar meeliften op het succes van een andere faculteit. Samen behoren ze immers tot de 'beste' universiteit. Dit toont aan dat het generaliserend werkt om de tevredenheid van alle opleidingen over een kam te scheren. Het keurmerk is op deze manier voor de studiekiezer niet relevant.

Een simpel keurmerk is helemaal niet zo veelzeggend.

Representativiteit
Naast de manier van rangschikken zou het kunnen dat er wat rammelt aan de onderzoeksmethode van keurmerken. Keuzegids en Elsevier baseren hun ranglijsten grotendeels op de NSE. In deze enquête worden vragen gesteld om te achterhalen hoe tevreden studenten zijn over hun universiteit. Deze enquête wordt door 37 procent van alle studenten ingevuld. Dit zijn in absolute getallen veel respondenten, maar toch betekent dit niet per se dat het resultaat betrouwbaar is.

Er zijn grote verschillen in responsiepercentages tussen universiteiten. 'In Rotterdam is de respons bijvoorbeeld 28 procent en in Maastricht is dat 47 procent', vertelt Jelke Bethlehem, hoogleraar in de survey-methodologie aan de Universiteit van Leiden. 'Er is dus een hele grote groep studenten die wel meedoet in Maastricht en niet in Rotterdam. Als er dan een verschil is tussen deze twee universiteiten moet je je afvragen: is er echt een verschil in tevredenheid of komt het door de non-respons? Het beste is als de responsiepercentages hoog en gelijk zijn, maar dit is helaas niet het geval.' Met een responsiepercentage van 37 mis je een te grote groep en je kunt je afvragen of dat gevolgen heeft voor de betrouwbaarheid. 'Wat ook een probleem van non-respons is', gaat Bethlehem verder, 'is dat de non-respondenten er vaak heel anders over denken dan de respondenten.' Wie deze non-respondenten zijn, kan vanwege de nieuwe privacywetgeving niet worden onderzocht. Daarom wordt dit niet meegenomen in de resultaten van de NSE. Helaas blijft het om deze reden onduidelijk welk deel van de Nederlandse studenten nou eigenlijk wordt vertegenwoordigd.

Het rangschikken van universiteiten levert vooral misleidende informatie op. Een simpel keurmerk is dus helemaal niet zo veelzeggend. Het is vooral een goede marketingtruc van de universiteit. Reclame maken is natuurlijk niet verboden, maar als de RU als doel heeft om kritische studenten op te leiden, dan is het de hoogste tijd dat ze deze kritische houding ook zelf aanneemt.

 

Lees meer