Koken voor een betere wereld

Elk jaar verspillen we in Nederland per persoon veertig kilo voedsel dat nog prima eetbaar is. Het collectief Guerilla Kitchen gaat in Nijmegen door weer en wind om dit voedsel te redden van de prullenbak. Deze restjes worden elke week omgetoverd naar een chic driegangendiner in hippiebroeinest De Klinker.

Tekst: Jonathan Janssen en Rindert Oost
Foto's: Carlijn Hoogeboom, Marije de Winter en Hieke Zoon

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Guerilla1 750x

In de stromende regen staat de roodharige Antonia Stanojevic voor een Turkse supermarkt aan de Willemsweg met twee kratten vol groenten te wachten. Breed glimlachend komt Newroz Ayvere, een man met een lange baard en een wilde haardos, aan op een felgekleurde bakfiets. 'Hoe is de vangst?' vraagt hij nieuwsgierig. Stanojevic antwoordt dat de winkelier van de supermarkt vooral spruitjes en boontjes overhad. Met een vluchtige blik in de tas ziet Ayvere ook champignons liggen. 'Daar kan ik wel wat mee', concludeert hij tevreden.

Om voedselverspilling te bestrijden, gaan vrijwilligers als Stanojevic en Ayvere elke donderdag namens het collectief Guerilla Kitchen langs supermarkten om voedsel op te halen dat anders wordt weggegooid. In De Klinker, een ontmoetingsplek in het centrum van Nijmegen, staat een team klaar dat het opgehaalde voedsel verwerkt tot een driegangenmaaltijd. Doe-het-zelf speelt een grote rol bij het tot stand komen van de maaltijd, gasten helpen vaak een handje mee in de keuken. 'Wie zin heeft, mag aanschuiven, maar er wordt verwacht dat je zelf opschept en je eigen vaat doet', legt Stanojevic uit. 'Als betaling kun je een vrijwillige donatie doen voor een wisselend goed doel.'

'We bedenken niet van tevoren wat we gaan koken, dat doen we gaandeweg tijdens de bereiding.'

Jagen en verzamelen
Succesvol is de tocht langs de supermarkten niet altijd, zo blijkt vandaag. De oogst blijft voorlopig steken op de groentes van de eerste supermarkt, want de volgende twee in Bottendaal hebben helaas niets over. Ondanks de tegenslagen en de aanhoudende regen praten Stanojevic en Ayvere vrolijk door. Bij de vierde winkel is er gelukkig goed nieuws. Groentewinkel Özer Can Bazar heeft twee bakken vol fruit en groente over en de eigenaar overhandigt deze met plezier aan de vrijwilligers van Guerilla Kitchen. 'Ik vind het goed dat ze langskomen. Anders moet ik eten weggooien dat eigenlijk nog goed is', vertelt hij.

Eindhalte is De Klinker, een voormalig krakerspand en thuishaven van Guerilla Kitchen. De Klinker en Guerilla Kitchen vormen onderdeel van De Grote Broek, een links collectief dat het gelijknamige pand beheert. Het pand biedt onderdak aan tal van organisaties met een soortgelijke ideologie. De Klinker is het restaurant in het linkse bolwerk en beschikt over een bar en een ruime keuken, met een bij elkaar geraapte inventaris. Vanuit milieuoverwegingen is alles wat uit de keuken van De Klinker komt veganistisch. Als Stanojevic en Ayvere hun buit uitstallen, blijkt de vangst qua hoeveelheid tegen te vallen. Ayvere blijft echter positief. 'Het is roeien met de riemen die je hebt. We gooien er vandaag wel wat rijst en bonen uit de voorraad bij.' Het wordt al snel duidelijk dat een relaxte sfeer in de keuken belangrijk is. Ayvere, van huis uit IT'er maar hier de officieuze chef, maakt zelf nog geen aanstalten om te gaan koken. 'Eerst even een bakje koffie.' Het inventariseren en het treffen van de eerste voorbereidingen laat hij vooralsnog over aan anderen. 'Het is toch prachtig dat als je mensen loslaat en hun eigen ding laat doen, dat daar dan iets lekkers uitrolt', zegt hij triomfantelijk. 'We bedenken niet van tevoren wat we gaan koken, dat doen we gaandeweg tijdens de bereiding', legt Ayvere uit. 'Vandaag ging ik mee langs de winkels, maar normaal sta ik in de keuken als de vrijwilligers het eten brengen. Dan word ik al snel razend enthousiast door alles wat binnenkomt en begin ik met fantaseren over een mogelijk menu.'

guerilla3 400xGedoogde groenten
'Het idee achter Guerilla Kitchen begon in Amsterdam', vertelt Ayvere, terwijl hij de groenten in een kolossale wok omschept. 'Een vriend van me deed daar veel aan dumpsterdiven, het zoeken van eetbaar voedsel in afvalcontainers van winkels en restaurants. Na een tijdje had hij zoveel eten dat hij besloot in zijn huiskamer een aantal diners voor gasten van te maken. Zo had hij het gevoel dat hij iets terug kon geven aan de samenleving.' Ongeveer een jaar geleden waaide het concept over naar Nijmegen en werd er bij De Klinker een soortgelijk diner bereid. Dit sloeg zodanig aan dat een groep enthousiaste vrijwilligers van De Grote Broek het overnam en sindsdien heeft voortgezet. Het dumpsterdiven wordt Guerilla4 350xinmiddels niet meer gedaan. 'Toen we net begonnen in Nijmegen kon dat nog wel, maar het bleek niet echt rendabel toen het eenmaal groter werd en helemaal legaal was het ook niet', vervolgt Stanojevic.

Ook de huidige aanpak, het ophalen van voedsel bij supermarkten, bevindt zich in een grijs gebied van de wetgeving. Volgens de Warenwet zijn supermarkten verplicht voedsel dat over datum is weg te gooien. 'Het verkopen van voedsel met een verlopen houdbaarheidsdatum is wettelijk niet toegestaan, maar nergens staat expliciet dat supermarkten het voedsel niet mogen doneren', vertelt Ayvere. 'Dus we hebben te maken met een soort gedoogbeleid.' Grote ketens, zoals de Albert Heijn en de Coop, beroepen zich veelvuldig op de Warenwet en willen organisaties als Guerilla Kitchen niet helpen. 'Daarom gaan we langs bij de kleine, onafhankelijke supermarkten waar de kwaliteitscontrole minder streng is.' Niet alleen de wet leidt tot voedselverspilling. Het beleid dat supermarkten hanteren doet groente en fruit met vlekjes en oneffenheden snel in de afvalbak verdwijnen. 'We proberen hierom druk uit te voeren op de grote supermarktketens door middel van demonstraties en sociale media', voegt Stanojevic daar aan toe.

'Vooral internationale studenten lijken hier hun plekje wel te vinden.'

Bananenrepubliek
Koken vanuit de huiskamer zoals in Amsterdam is er niet bij in Nijmegen. 'Het afgelopen jaar zijn we flink gegroeid en elke donderdagavond komen er nu zo'n zestig tot tachtig mensen eten', vertelt Ayvere trots. 'De hele filosofie berust op doe-het-zelf. Elke avond springt een aantal gasten bij in de keuken.' De doe-het-zelf mentaliteit zorgt niet alleen voor gevarieerd eten, maar ook voor een gezellige sfeer onder de gasten. In de eetzaal vinden spontane gesprekken plaats.

De koffiemokken zijn inmiddels vervangen door snij- en schilmesjes en het toneel verplaatst zich van de bar naar de keuken. Er wordt snel ergens een muziekboxje vandaan getoverd, zodat met vrolijke gitaarmuziek op de achtergrond het werk nu echt kan beginnen. Het keukenteam gaat helemaal uit hun dak als ze de bananen in de tas ontdekken: 'Banana bread!' roepen ze blij. De keuze voor het nagerecht is gemaakt.

Guerilla2 450xEten voor een goed doel
De bezoekers van Guerilla Kitchen zijn divers. 'We hebben een aantal vaste gasten, veel studenten en families met kinderen', somt Ayvere op. 'Vooral internationale studenten lijken hier hun plekje wel te vinden.' Ook valt op dat ook veel hippies zich hier op hun gemak voelen. Geneeskundestudent Sanne Oldewarris is voor het eerst bij Guerilla Kitchen. 'Via-via hoorde ik van dit concept van het recyclen van voedsel en het klonk wel cool.' Voor bezoeker Shad Raouf is dit al de vijfde keer. Ook hij kwam bij Guerilla Kitchen vanwege het concept, maar hij vindt de ontspannen sfeer ook belangrijk. 'Ik kan hier lekker mijn eigen ding doen, ik kan gaan lezen of helpen in de keuken. Het eten is vaak lekker, al zat er de laatste keer wel erg veel kurkuma in het eten', lacht hij. Dat er niet zuinig om wordt gegaan met kurkuma, is te proeven aan de groentesoep, maar dat maakt de ongeveer veertig man in zaal niks uit. Ze scheppen snel hun kommetje vol.

Aangezien de ingrediënten door supermarkten worden gedoneerd en de specerijen uit de voorraad van de Klinker komen, maakt Guerilla Kitchen geen kosten. Alle vrijwillige donaties van de gasten gaan naar een goed doel. 'De laatste weken hebben we geld opgehaald voor een onderkomen voor vluchtelingen in Bosnië', vertelt Ayvere. Guerilla Kitchen zet de projecten zelf op en er reist ook altijd iemand mee om te kijken of alles goed verloopt. 'We willen niet dat ons geld op de verkeerde plek terecht komt.' Vorig jaar zijn ze met een grote groep in een busje naar Marokko vertrokken. 'Daar hebben we een soort internetcafé opgezet voor vluchtelingen.'

...
Lees meer

Lachen om levensvragen

Na twee succesvolle filosofische cabaretprogramma's heeft cabaretier en filosoof Tim Fransen nu een boek uitgebracht. In Brieven aan Koos beschrijft Fransen de inzichten die hij opdeed terwijl hij de grote denkers nareisde die hem zo inspireerden. 'Ik vind het troost bieden dat die grote filosofen ook maar gebrekkig en eenzaam bleken te zijn.'

Tekst: Jonathan Janssen
Foto's: Maartje Roks

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Ironisch genoeg stelt de 1,96 meter lange Tim Fransen voor om ANS te ontmoeten in pannenkoekenhuis De Kabouterhut in Middelburg. 'Kunnen jullie meteen zien hoe rock-'n-roll het bestaan van een cabaretier is.' Diezelfde avond treedt hij op in de plaatselijke schouwburg met zijn tweede show Het kromme hout der mensheid. Omringd door kabouterpoppen en met Nederlandstalige hits als Even aan mijn moeder vragen op de achtergrond trapt Fransen af met de stelling dat kabouter Dopey uit Sneeuwwitje en de zeven dwergen voor hem de belichaming van comedy is. 'Het personage Dopey gaat over mislukken, maar ook over lachen. Dat is wat comedy is voor mij.'

De dertigjarige Fransen staat al twaalf jaar op het podium als cabaretier. Sinds zijn afstuderen als filosoof aan de Universiteit van Amsterdam heeft hij twee goed ontvangen cabaretprogramma's gemaakt. Daarin wil hij laten zien dat filosofie voor ieders leven relevant kan zijn. In zijn eerste boek, Brieven aan Koos: avonturen van een zolderfilosoof, speelt filosofie wederom een belangrijke rol. Daarin beschrijft Fransen met droge humor hoe hij zijn filosofische helden achterna reist. Zo brengt hij een bezoek aan het geboortedorp van zijn favoriete filosoof Friedrich Nietzsche. Terwijl hij een pannenkoek met stroop naar binnen werkt, vertelt Fransen over zijn achtergrond als filosoof, het schrijven van het boek en de inzichten die hij op reis opdeed.

'Ik vind het jammer dat de academische filosofie zo beperkt blijft tot de universiteit.'

TIm Fransen 2 450xPublieksfilosoof
Hoe is een filosoof bij het cabaret beland? Fransen antwoordt dat de vraag eigenlijk andersom moet worden gesteld. 'Ik begon met comedy toen ik achttien was. De eerste jaren maakte ik vooral triviale grapjes, maar ik zocht naar diepere inhoud om over te vertellen. Ik had een soort intrinsieke behoefte om de wereld te begrijpen.' Juist toen hij inzag dat er geen absolute waarheid is, kwamen filosofie en cabaret voor hem samen. 'Als je op een gegeven moment accepteert dat er heel veel onzekerheid is, kun je daar misschien het beste mee omgaan door te lachen om de absurditeit van het leven.'

Ondanks dat hij cum laude afstudeerde, heeft Fransen nooit een carrière als universitair filosoof overwogen. 'Ik vind het jammer dat de academische filosofie zo beperkt blijft tot de universiteit. Filosofie is relevant voor heel veel mensen, niet alleen voor een beperkt groepje academici. Hoogleraren discussiëren bijvoorbeeld over iets kleins als een alinea in een boek van de achttiende-eeuwse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Als je zoiets niet kan vertalen op een manier die mensen aanspreekt of die voor hen relevant is, kan je je afvragen of die ideeën er überhaupt toe doen.'

De koers waar Fransen uiteindelijk voor heeft gekozen, de publieksfilosofie, wordt door academici regelmatig afgedaan als een oppervlakkig en versimpeld aftreksel van de colleges bij de opleiding filosofie. Dat dit niet zo hoeft te zijn, illustreert Fransen aan de hand van de in 2015 overleden filosoof René Gude. Gude deed in de media regelmatig filosofische uitspraken in begrijpelijke taal. 'René liet zien dat filosofie geen zwaarmoedige zoektocht naar de waarheid hoeft te zijn, maar ook luchtig kan zijn en bruikbaar gereedschap biedt voor de omgang met het leven. Een publieksfilosoof moet niet alleen goed geïnformeerd zijn, maar filosofie ook goed kunnen overbrengen. Gude kon het grote publiek op een unieke manier aanspreken en beschikte tegelijkertijd over een enorme kennis van zaken.'

'Mijn eerste gedachte was: wie zit er nou te wachten op een boek met brieven?'

Crisis
'Na mijn afstuderen zat ik in een soort crisis. De structuur van mijn studie viel weg, comedy bood geen enkele regelmaat en ik was teleurgesteld in de filosofie, omdat de waarheid die ik zocht niet bleek te bestaan.' Zijn vrienden Gude en theatermaker Koos Terpstra adviseerden Fransen om uit zijn comfortzone te stappen en op reis te gaan. De filosoof besloot daarop niet zomaar te gaan backpacken, maar zijn wijsgerige idolen na te reizen. Zo bracht hij een bezoek aan de bibliotheek in Londen waar Karl Marx zijn magnum opus Das Kapital schreef. 'Om mijn indrukken van de reis goed te kunnen verwerken en te structureren schreef ik ze op in de vorm van brieven aan mijn vriend Koos. Hij kwam toen met het idee om die brieven te verwerken in een boek. Mijn eerste gedachte was: wie zit er nou te wachten op een boek met brieven?'

Toch kwam Fransen erachter dat hij zijn ideeën goed kwijt kan in de vorm van een boek. Bij het schrijven van het boek ervaarde hij meer vrijheid dan tijdens het schrijven voor zijn cabaretshows. 'Ik zat niet vast aan theaterwetmatigheden, ik hoefde niet meer elke zoveel tijd met een grap te komen. Daardoor had ik meer mogelijkheden om uit te weiden over een bepaalde filosofie.' Het schrijven leek uiteindelijk in veel opzichten op het werk als cabaretier. 'Negentig procent van de tijd is een cabaretier bezig met schrijven, dat wordt vaak onderschat.' Het verschil zit vooral in de connectie met het publiek. 'Het voelt fantastisch wanneer je aan het lachen van het publiek merkt dat ze je grap begrijpen.' Fransen voelt zich ook gelukkig als hij schrijft. 'Lekker achter mijn computertje zitten, op gezette tijden koffie halen, hele dagen kunnen inrichten zoals ik het wil. Het schrijven van een boek smaakt zeker naar meer.'

Tim Fransen 450xDe gebrekkige mens
Fransen ontdekte op reis dat de denkers die hij bewondert nogal gebrekkige en eenzame mensen waren. Zo stierf de grote Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant waarschijnlijk als maagd, verwaarloosden Marx en Rousseau hun kinderen en deed Nietzsche de naam van zijn geboortedorp Röcken eer aan als buitensporige zelfbevrediger. 'We horen alleen over de grootse dingen die ze hebben gepresteerd, maar nooit over de vaak immense worstelingen die daarachter schuilgaan. In eerste instantie zou je nog een beetje jaloers kunnen zijn op die mannen. De teksten van Nietzsche over hoe we ons lijden moeten overwinnen om tot grootse prestaties te kunnen komen, worden heel tastbaar als je weet hoe hij werd afgewezen door zijn grote liefde en soms dagenlang met migraine op bed lag.'

Een van de belangrijkste inzichten die Fransen opdoet tijdens zijn reizen is dan ook dat gebreken ons als mensheid verbinden. 'Als wij onze kwetsbare kanten tonen, laten we zien dat we elkaar vertrouwen en dat vormt een band', legt hij uit. 'Het zijn onze prestaties die ons van elkaar onderscheiden. Iemand ontvangt letterlijk een "onderscheiding" wanneer hij iets bijzonders presteert. Op sociale media presenteren we ons van onze beste kant. Ik vertel ook op Facebook dat ik die en die prijs heb gewonnen. Ik zet er geen foto van mijn kalknagels op', bekent hij lachend. Serieus vervolgt hij: 'Ieder mens krijgt te maken met fundamentele gebreken als ouderdom en de dood. Dat schept een gevoel van gedeelde menselijkheid dat steeds meer nodig is door grensoverstijgende problemen als bijvoorbeeld klimaatverandering. Daar moeten we namelijk samen oplossingen voor bedenken. Desondanks verschuilen we ons steeds meer achter een onderscheidende nationale identiteit.' In zijn laatste brief aan Koos roept Fransen de mensheid daarom op om meer compassie en solidariteit op te brengen, aangezien we allemaal gebreken hebben.

'Het contrast tussen het hoogstaande en het ordinaire vind ik leuk.'

Couscoussalade
Naast filosofische vragen over mens en maatschappij stelt Fransen in zijn brieven ook luchtigere vragen. Zo vraagt hij zich af waarom mensen wijn drinken, terwijl druivensap eigenlijk veel lekkerder is. Zulke vragen komen ook naar boven wanneer de pannenkoeken worden geserveerd. 'Wanneer zou de pannenkoek uitgevonden zijn? En hoe kwamen de holbewoners aan voldoende vitamine C, nu we al ons fruit uit verre oorden halen?' Intellectuele en banale vragen en kwesties komen terug in zowel het boek als in zijn shows. 'Het contrast tussen het hoogstaande en het ordinaire vind ik leuk, maar is vooral belangrijk omdat ik anders het idee heb dat ik mezelf te serieus neem. Het komt ook terug in mijn tweede show, als ik vertel dat ik evenzeer van de muziek van Beethoven als van de muziek van de componist van het Koningslied, John Ewbank, kan genieten.'

Zoals Fransens

...
Lees meer

Lachen om levensvragen

Na twee succesvolle filosofische cabaretprogramma's heeft cabaretier en filosoof Tim Fransen nu een boek uitgebracht. In Brieven aan Koos beschrijft Fransen de inzichten die hij opdeed terwijl hij de grote denkers nareisde die hem zo inspireerden. 'Ik vind het troost bieden dat die grote filosofen ook maar gebrekkig en eenzaam bleken te zijn.'

Tekst: Jonathan Janssen
Foto's: Maartje Roks

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Ironisch genoeg stelt de 1,96 meter lange Tim Fransen voor om ANS te ontmoeten in pannenkoekenhuis De Kabouterhut in Middelburg. 'Kunnen jullie meteen zien hoe rock-'n-roll het bestaan van een cabaretier is.' Diezelfde avond treedt hij op in de plaatselijke schouwburg met zijn tweede show Het kromme hout der mensheid. Omringd door kabouterpoppen en met Nederlandstalige hits als Even aan mijn moeder vragen op de achtergrond trapt Fransen af met de stelling dat kabouter Dopey uit Sneeuwwitje en de zeven dwergen voor hem de belichaming van comedy is. 'Het personage Dopey gaat over mislukken, maar ook over lachen. Dat is wat comedy is voor mij.'

De dertigjarige Fransen staat al twaalf jaar op het podium als cabaretier. Sinds zijn afstuderen als filosoof aan de Universiteit van Amsterdam heeft hij twee goed ontvangen cabaretprogramma's gemaakt. Daarin wil hij laten zien dat filosofie voor ieders leven relevant kan zijn. In zijn eerste boek, Brieven aan Koos: avonturen van een zolderfilosoof, speelt filosofie wederom een belangrijke rol. Daarin beschrijft Fransen met droge humor hoe hij zijn filosofische helden achterna reist. Zo brengt hij een bezoek aan het geboortedorp van zijn favoriete filosoof Friedrich Nietzsche. Terwijl hij een pannenkoek met stroop naar binnen werkt, vertelt Fransen over zijn achtergrond als filosoof, het schrijven van het boek en de inzichten die hij op reis opdeed.

'Ik vind het jammer dat de academische filosofie zo beperkt blijft tot de universiteit.'

TIm Fransen 2 450xPublieksfilosoof
Hoe is een filosoof bij het cabaret beland? Fransen antwoordt dat de vraag eigenlijk andersom moet worden gesteld. 'Ik begon met comedy toen ik achttien was. De eerste jaren maakte ik vooral triviale grapjes, maar ik zocht naar diepere inhoud om over te vertellen. Ik had een soort intrinsieke behoefte om de wereld te begrijpen.' Juist toen hij inzag dat er geen absolute waarheid is, kwamen filosofie en cabaret voor hem samen. 'Als je op een gegeven moment accepteert dat er heel veel onzekerheid is, kun je daar misschien het beste mee omgaan door te lachen om de absurditeit van het leven.'

Ondanks dat hij cum laude afstudeerde, heeft Fransen nooit een carrière als universitair filosoof overwogen. 'Ik vind het jammer dat de academische filosofie zo beperkt blijft tot de universiteit. Filosofie is relevant voor heel veel mensen, niet alleen voor een beperkt groepje academici. Hoogleraren discussiëren bijvoorbeeld over iets kleins als een alinea in een boek van de achttiende-eeuwse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Als je zoiets niet kan vertalen op een manier die mensen aanspreekt of die voor hen relevant is, kan je je afvragen of die ideeën er überhaupt toe doen.'

De koers waar Fransen uiteindelijk voor heeft gekozen, de publieksfilosofie, wordt door academici regelmatig afgedaan als een oppervlakkig en versimpeld aftreksel van de colleges bij de opleiding filosofie. Dat dit niet zo hoeft te zijn, illustreert Fransen aan de hand van de in 2015 overleden filosoof René Gude. Gude deed in de media regelmatig filosofische uitspraken in begrijpelijke taal. 'René liet zien dat filosofie geen zwaarmoedige zoektocht naar de waarheid hoeft te zijn, maar ook luchtig kan zijn en bruikbaar gereedschap biedt voor de omgang met het leven. Een publieksfilosoof moet niet alleen goed geïnformeerd zijn, maar filosofie ook goed kunnen overbrengen. Gude kon het grote publiek op een unieke manier aanspreken en beschikte tegelijkertijd over een enorme kennis van zaken.'

'Mijn eerste gedachte was: wie zit er nou te wachten op een boek met brieven?'

Crisis
'Na mijn afstuderen zat ik in een soort crisis. De structuur van mijn studie viel weg, comedy bood geen enkele regelmaat en ik was teleurgesteld in de filosofie, omdat de waarheid die ik zocht niet bleek te bestaan.' Zijn vrienden Gude en theatermaker Koos Terpstra adviseerden Fransen om uit zijn comfortzone te stappen en op reis te gaan. De filosoof besloot daarop niet zomaar te gaan backpacken, maar zijn wijsgerige idolen na te reizen. Zo bracht hij een bezoek aan de bibliotheek in Londen waar Karl Marx zijn magnum opus Das Kapital schreef. 'Om mijn indrukken van de reis goed te kunnen verwerken en te structureren schreef ik ze op in de vorm van brieven aan mijn vriend Koos. Hij kwam toen met het idee om die brieven te verwerken in een boek. Mijn eerste gedachte was: wie zit er nou te wachten op een boek met brieven?'

Toch kwam Fransen erachter dat hij zijn ideeën goed kwijt kan in de vorm van een boek. Bij het schrijven van het boek ervaarde hij meer vrijheid dan tijdens het schrijven voor zijn cabaretshows. 'Ik zat niet vast aan theaterwetmatigheden, ik hoefde niet meer elke zoveel tijd met een grap te komen. Daardoor had ik meer mogelijkheden om uit te weiden over een bepaalde filosofie.' Het schrijven leek uiteindelijk in veel opzichten op het werk als cabaretier. 'Negentig procent van de tijd is een cabaretier bezig met schrijven, dat wordt vaak onderschat.' Het verschil zit vooral in de connectie met het publiek. 'Het voelt fantastisch wanneer je aan het lachen van het publiek merkt dat ze je grap begrijpen.' Fransen voelt zich ook gelukkig als hij schrijft. 'Lekker achter mijn computertje zitten, op gezette tijden koffie halen, hele dagen kunnen inrichten zoals ik het wil. Het schrijven van een boek smaakt zeker naar meer.'

Tim Fransen 450xDe gebrekkige mens
Fransen ontdekte op reis dat de denkers die hij bewondert nogal gebrekkige en eenzame mensen waren. Zo stierf de grote Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant waarschijnlijk als maagd, verwaarloosden Marx en Rousseau hun kinderen en deed Nietzsche de naam van zijn geboortedorp Röcken eer aan als buitensporige zelfbevrediger. 'We horen alleen over de grootse dingen die ze hebben gepresteerd, maar nooit over de vaak immense worstelingen die daarachter schuilgaan. In eerste instantie zou je nog een beetje jaloers kunnen zijn op die mannen. De teksten van Nietzsche over hoe we ons lijden moeten overwinnen om tot grootse prestaties te kunnen komen, worden heel tastbaar als je weet hoe hij werd afgewezen door zijn grote liefde en soms dagenlang met migraine op bed lag.'

Een van de belangrijkste inzichten die Fransen opdoet tijdens zijn reizen is dan ook dat gebreken ons als mensheid verbinden. 'Als wij onze kwetsbare kanten tonen, laten we zien dat we elkaar vertrouwen en dat vormt een band', legt hij uit. 'Het zijn onze prestaties die ons van elkaar onderscheiden. Iemand ontvangt letterlijk een "onderscheiding" wanneer hij iets bijzonders presteert. Op sociale media presenteren we ons van onze beste kant. Ik vertel ook op Facebook dat ik die en die prijs heb gewonnen. Ik zet er geen foto van mijn kalknagels op', bekent hij lachend. Serieus vervolgt hij: 'Ieder mens krijgt te maken met fundamentele gebreken als ouderdom en de dood. Dat schept een gevoel van gedeelde menselijkheid dat steeds meer nodig is door grensoverstijgende problemen als bijvoorbeeld klimaatverandering. Daar moeten we namelijk samen oplossingen voor bedenken. Desondanks verschuilen we ons steeds meer achter een onderscheidende nationale identiteit.' In zijn laatste brief aan Koos roept Fransen de mensheid daarom op om meer compassie en solidariteit op te brengen, aangezien we allemaal gebreken hebben.

'Het contrast tussen het hoogstaande en het ordinaire vind ik leuk.'

Couscoussalade
Naast filosofische vragen over mens en maatschappij stelt Fransen in zijn brieven ook luchtigere vragen. Zo vraagt hij zich af waarom mensen wijn drinken, terwijl druivensap eigenlijk veel lekkerder is. Zulke vragen komen ook naar boven wanneer de pannenkoeken worden geserveerd. 'Wanneer zou de pannenkoek uitgevonden zijn? En hoe kwamen de holbewoners aan voldoende vitamine C, nu we al ons fruit uit verre oorden halen?' Intellectuele en banale vragen en kwesties komen terug in zowel het boek als in zijn shows. 'Het contrast tussen het hoogstaande en het ordinaire vind ik leuk, maar is vooral belangrijk omdat ik anders het idee heb dat ik mezelf te serieus neem. Het komt ook terug in mijn tweede show, als ik vertel dat ik evenzeer van de muziek van Beethoven als van de muziek van de componist van het Koningslied, John Ewbank, kan genieten.'

Zoals Fransens

...
Lees meer

Leven in de brouwerij

Waar vroeger de bouillonblokjes van de band rolden in het Honigcomplex, brouwt Oersoep tegenwoordig haar bier. ANS nam een kijkje achter de schermen bij de experimentele bierbrouwers uit Nijmegen. 'Door te experimenteren, weten we met welke ingrediënten we bepaalde bieren kunnen combineren.'

Tekst: Vincent Veerbeek
Foto's: Jetkse Adams

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Oersoep 750x

Wie een bezoek wil brengen aan de brouwerij van de Nijmeegse biermakers van Oersoep, moet eerst door Stoom heen. Dit café met hamburgers op houten plankjes en zelfgemaakte frisdrank is namelijk niet zomaar een hipstertent, maar de officiële "brewpub" van Oersoep. Te midden van oude stoombuizen en een betonnen vloer uit de tijd dat er nog soep werd gemaakt in het Honigcomplex wordt nu bier verkocht met opvallende etiketten en even kleurrijke namen als Sexy Motherbocker en Hopfather.

Die bieren worden enkele meters verderop gebrouwen. Hoewel het hart van de brouwerij een grote ruimte vol vergistingstanks is, gebeurt het echte werk in de vertrekken daaromheen. Hier wordt volop geëxperimenteerd en jaarlijks worden tientallen nieuwe biersmaken bedacht. Zoveel dat Danny Smink, brouwer en salesmanager bij Oersoep, de tel kwijt is. 'We hebben vijf vaste bieren, vier seizoensbieren, een reeks wildbieren en daarbovenop nog een heleboel specials. Soms brengen we wel zestig verschillende bieren per jaar uit.' Hoewel Oersoep net als iedere andere brouwer gerstenat produceert, dagen ze zichzelf constant uit om nieuwe bieren te verzinnen. 'Iedereen die een beetje wil worden geprikkeld qua smaak is bij ons aan het goede adres.'

'Een nieuw bierrecept bedenken begint vooral met het verzinnen van smaken, net zoals bij het koken.'

Bier voor fijnproevers
Oersoep werd in 2011 opgericht door schoonbroers Sander Kobes en Kick van Hout. De twee bierliefhebbers vonden het aanbod in Nederland te beperkt en besloten zelf aan de slag te gaan. 'Toen ik een jaar of zeven geleden begon met brouwen, waren zure of hele hoppige bieren in Nijmegen niet te krijgen, daarvoor moest je naar Amsterdam. Die kon je dus beter zelf maken', vertelt Kobes in een zithoek op de eerste verdieping van Stoom. Het brouwen begon met een kleine installatie thuis, maar dankzij een crowdfundingsactie en hulp van familie en vrienden konden ze binnen een jaar aan de slag op de huidige locatie. Vanaf dat moment ging het snel. De brouwerij is de afgelopen jaren steeds groter geworden en beslaat nu bijna drie verdiepingen. Het team is alles bij elkaar inmiddels vijftig man sterk en bestaat voor een groot deel uit vrijwilligers.

Oersoep is dus gestart om bepaalde soorten bier te maken, of "stijlen" in brouwersjargon. Bij het bedenken krijgt het hele team de kans om met ideeën te komen tijdens speciale brainstormsessies. Zelfs de koks van Stoom denken mee over nieuwe bieren die bij hun gerechten passen. Zeewier, lavendel en zelfs saffraan, het valt zo gek niet te bedenken of het gaat bij Oersoep het bier in. Ter illustratie laat Kobes een biertje proeven dat er verdacht geel uitziet. 'Deze is erg experimenteel.' Het is inderdaad geen doorsnee pils – het bier smaakt naar citroen maar is tegelijk zout en rokerig. 'Een nieuw bierrecept bedenken begint vooral met het verzinnen van smaken, net zoals bij het koken', legt Kobes uit. 'Het leuke aan bier is dat er een aantal vaste elementen zijn waar je mee kunt spelen, zoals hop en gist. Daar kun je allerlei ingrediënten bijgooien, net wat je zelf lekker vindt. Dit bier hebben we bijvoorbeeld gemaakt door gerookte citroen in zout water te leggen en dat aan het bier toe te voegen.'

oersoep 400xDansend door de brouwerij
Vanaf Stoom loop je door een onopvallende deur met het logo van Oersoep erop zo de brouwerij in. In een kleine, muffige ruimte staan graanzakken met labels als "pale ale malt". Elk brouwproces begint immers met graan, ook voor de meest exotische bieren. In het midden van de ruimte staat de schrootmachine. 'Daar zitten twee molens in die het graan op zo'n manier openbreken dat de smaak behouden blijft', legt Smink uit. Voor 1.000 liter van een laag-alcoholisch bier als Hopfather gaat er al snel 200 kilo graan doorheen. Hoe meer alcohol een biertje bevat, hoe meer graan er nodig is. Bij het oersoep 400x2schrootproces komt veel stof vrij, dus de brouwers dragen een speciale uitrusting die bij asbestbestrijding niet zou misstaan. Smink laat een van de maskers zien die de brouwers dragen tijdens het schroten. 'Hier is twee keer per week zo'n alien aan het werk.'

Als het graan klaar is voor gebruik gaat het de brouwketel in. Dit gebeurt in de grootste ruimte van de brouwerij, een enorm hoge zaal met glimmende vaten die doen denken aan een scène uit Breaking Bad. Het gebroken graan wordt eerst gefilterd, dan gekookt en vervolgens gekoeld. Tot slot gaat het brouwsel naar een van de grote tanks om te vergisten. Tegen de achterwand van de brouwerij staan vijf "kleine" tanks van 2.500 liter en twee joekels waar 4.000 liter in kan. 'De bieren dansen in de loop van het proces door de verschillende tanks heen', vertelt Smink terwijl hij trots de brouwerij rondkijkt. Zes tanks is echter te weinig voor de tientallen verschillende biersoorten die Oersoep maakt. Daarom worden sommige bieren elders gebrouwen onder toeziend oog van de Oersoepbrouwers. 'Een paar van onze vaste bieren worden bij andere brouwerijen gemaakt omdat we die in grotere hoeveelheden produceren.'

'Om de natuur helemaal haar gang te laten gaan, wordt het bier blootgesteld aan de buitenlucht.'

Brewin' in the wind
'Pas op, het is een gezellig waterballet hier', lacht Smink terwijl hij door plassen condens naar een donkere ruimte naast de grote hal loopt. Hier komen de wildbieren tot stand, een uniek proces. Anders dan bij regulier bier worden deze brouwsels na het eerste stadium van het proces niet in een metalen tank gestopt. In plaats daarvan gaat het bier in een rij metershoge houten vaten van 7.500 liter waar gisting plaatsvindt. Door de ouderwets ogende vaten, de bittere aroma's van bier en de stroachtige geur lijkt het alsof de Industriële Revolutie hier nog niet heeft plaatsgevonden. 'Die boerderijlucht, dat is wilde vergisting', verklaart Smink terwijl hij uitlegt dat elk wildbier een uniek vergistingsproces heeft, de zogeheten "biercultuur". In de grote vaten zitten bijvoorbeeld een Vlaams Rood, brettanomyces en een zware tripel, elk met hun eigen kenmerkende smaak. 'Deze culturen zitten er al in sinds we hier begonnen. Iedere maand halen we er 2.000 liter uit om te kijken hoe het smaakt en met welke andere ingrediënten we het kunnen combineren.' Van het bier dat eruit gaat, wordt na een proefsessie nieuw bier gemaakt. Tegelijk gaat eenzelfde hoeveelheid nieuw bier terug de vaten in, om ervoor te zorgen dat de culturen intact blijven.

Voor het maken van de Nijmeegse Lambiek is het proces nog ingewikkelder. Dit is volgens Smink een van de meest bijzondere bieren van Oersoep vanwege het authentieke brouwproces. In een kale ruimte vol juten zakken hop aan het plafond staat een oud bouillonbad waar 1.000 liter bier met een temperatuur van 90 graden Celsius ingaat. Om de natuur helemaal haar gang te laten gaan, wordt het vervolgens blootgesteld aan de buitenlucht. Als het buiten koud genoeg is, gaat de buitenmuur eruit en vindt op deze manier spontane koeling plaats. 'Dit kan alleen in de winter, omdat de lucht in de zomer te veel bacteriën bevat die schadelijk kunnen zijn voor het bier', vertelt Smink terwijl hij een foto van het proces laat zien. Het resultaat is een hoop stoom en bier dat letterlijk wordt vergist door de Nijmeegse natuur.

Oersoep 2401 Oersoep 2402 oersoep 2403

Schimmelbier
Onder heel andere omstandigheden wordt er geëxperimenteerd in de warmtekamer achter in de brouwerij. In deze ruimte, waar het normaal gesproken rond de 20 graden Celsius en pikdonker is, is het vergistingsproces live te volgen. Naast een rij grote plastic tanks staat een werkbank vol glazen potten, waarin drie verschillende soorten wilde gist worden toegevoegd aan bestaande bieren. 'Ook hier zie je moeder natuur aan het werk. Die wilde gist ontwikkelt een deken van schimmel om zichzelf te beschermen tegen schadelijke bacteriën. Door de vergisting van suikers ontstaat er vervolgens koolzuur, waardoor de schimmel opbloeit tot een bellenlandschap.' Hoewel het er misschien gek uitziet, verschilt het volgens Smink weinig van

...
Lees meer

Leven in de brouwerij

Waar vroeger de bouillonblokjes van de band rolden in het Honigcomplex, brouwt Oersoep tegenwoordig haar bier. ANS nam een kijkje achter de schermen bij de experimentele bierbrouwers uit Nijmegen. 'Door te experimenteren, weten we met welke ingrediënten we bepaalde bieren kunnen combineren.'

Tekst: Vincent Veerbeek
Foto's: Jetkse Adams

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Oersoep 750x

Wie een bezoek wil brengen aan de brouwerij van de Nijmeegse biermakers van Oersoep, moet eerst door Stoom heen. Dit café met hamburgers op houten plankjes en zelfgemaakte frisdrank is namelijk niet zomaar een hipstertent, maar de officiële "brewpub" van Oersoep. Te midden van oude stoombuizen en een betonnen vloer uit de tijd dat er nog soep werd gemaakt in het Honigcomplex wordt nu bier verkocht met opvallende etiketten en even kleurrijke namen als Sexy Motherbocker en Hopfather.

Die bieren worden enkele meters verderop gebrouwen. Hoewel het hart van de brouwerij een grote ruimte vol vergistingstanks is, gebeurt het echte werk in de vertrekken daaromheen. Hier wordt volop geëxperimenteerd en jaarlijks worden tientallen nieuwe biersmaken bedacht. Zoveel dat Danny Smink, brouwer en salesmanager bij Oersoep, de tel kwijt is. 'We hebben vijf vaste bieren, vier seizoensbieren, een reeks wildbieren en daarbovenop nog een heleboel specials. Soms brengen we wel zestig verschillende bieren per jaar uit.' Hoewel Oersoep net als iedere andere brouwer gerstenat produceert, dagen ze zichzelf constant uit om nieuwe bieren te verzinnen. 'Iedereen die een beetje wil worden geprikkeld qua smaak is bij ons aan het goede adres.'

'Een nieuw bierrecept bedenken begint vooral met het verzinnen van smaken, net zoals bij het koken.'

Bier voor fijnproevers
Oersoep werd in 2011 opgericht door schoonbroers Sander Kobes en Kick van Hout. De twee bierliefhebbers vonden het aanbod in Nederland te beperkt en besloten zelf aan de slag te gaan. 'Toen ik een jaar of zeven geleden begon met brouwen, waren zure of hele hoppige bieren in Nijmegen niet te krijgen, daarvoor moest je naar Amsterdam. Die kon je dus beter zelf maken', vertelt Kobes in een zithoek op de eerste verdieping van Stoom. Het brouwen begon met een kleine installatie thuis, maar dankzij een crowdfundingsactie en hulp van familie en vrienden konden ze binnen een jaar aan de slag op de huidige locatie. Vanaf dat moment ging het snel. De brouwerij is de afgelopen jaren steeds groter geworden en beslaat nu bijna drie verdiepingen. Het team is alles bij elkaar inmiddels vijftig man sterk en bestaat voor een groot deel uit vrijwilligers.

Oersoep is dus gestart om bepaalde soorten bier te maken, of "stijlen" in brouwersjargon. Bij het bedenken krijgt het hele team de kans om met ideeën te komen tijdens speciale brainstormsessies. Zelfs de koks van Stoom denken mee over nieuwe bieren die bij hun gerechten passen. Zeewier, lavendel en zelfs saffraan, het valt zo gek niet te bedenken of het gaat bij Oersoep het bier in. Ter illustratie laat Kobes een biertje proeven dat er verdacht geel uitziet. 'Deze is erg experimenteel.' Het is inderdaad geen doorsnee pils – het bier smaakt naar citroen maar is tegelijk zout en rokerig. 'Een nieuw bierrecept bedenken begint vooral met het verzinnen van smaken, net zoals bij het koken', legt Kobes uit. 'Het leuke aan bier is dat er een aantal vaste elementen zijn waar je mee kunt spelen, zoals hop en gist. Daar kun je allerlei ingrediënten bijgooien, net wat je zelf lekker vindt. Dit bier hebben we bijvoorbeeld gemaakt door gerookte citroen in zout water te leggen en dat aan het bier toe te voegen.'

oersoep 400xDansend door de brouwerij
Vanaf Stoom loop je door een onopvallende deur met het logo van Oersoep erop zo de brouwerij in. In een kleine, muffige ruimte staan graanzakken met labels als "pale ale malt". Elk brouwproces begint immers met graan, ook voor de meest exotische bieren. In het midden van de ruimte staat de schrootmachine. 'Daar zitten twee molens in die het graan op zo'n manier openbreken dat de smaak behouden blijft', legt Smink uit. Voor 1.000 liter van een laag-alcoholisch bier als Hopfather gaat er al snel 200 kilo graan doorheen. Hoe meer alcohol een biertje bevat, hoe meer graan er nodig is. Bij het oersoep 400x2schrootproces komt veel stof vrij, dus de brouwers dragen een speciale uitrusting die bij asbestbestrijding niet zou misstaan. Smink laat een van de maskers zien die de brouwers dragen tijdens het schroten. 'Hier is twee keer per week zo'n alien aan het werk.'

Als het graan klaar is voor gebruik gaat het de brouwketel in. Dit gebeurt in de grootste ruimte van de brouwerij, een enorm hoge zaal met glimmende vaten die doen denken aan een scène uit Breaking Bad. Het gebroken graan wordt eerst gefilterd, dan gekookt en vervolgens gekoeld. Tot slot gaat het brouwsel naar een van de grote tanks om te vergisten. Tegen de achterwand van de brouwerij staan vijf "kleine" tanks van 2.500 liter en twee joekels waar 4.000 liter in kan. 'De bieren dansen in de loop van het proces door de verschillende tanks heen', vertelt Smink terwijl hij trots de brouwerij rondkijkt. Zes tanks is echter te weinig voor de tientallen verschillende biersoorten die Oersoep maakt. Daarom worden sommige bieren elders gebrouwen onder toeziend oog van de Oersoepbrouwers. 'Een paar van onze vaste bieren worden bij andere brouwerijen gemaakt omdat we die in grotere hoeveelheden produceren.'

'Om de natuur helemaal haar gang te laten gaan, wordt het bier blootgesteld aan de buitenlucht.'

Brewin' in the wind
'Pas op, het is een gezellig waterballet hier', lacht Smink terwijl hij door plassen condens naar een donkere ruimte naast de grote hal loopt. Hier komen de wildbieren tot stand, een uniek proces. Anders dan bij regulier bier worden deze brouwsels na het eerste stadium van het proces niet in een metalen tank gestopt. In plaats daarvan gaat het bier in een rij metershoge houten vaten van 7.500 liter waar gisting plaatsvindt. Door de ouderwets ogende vaten, de bittere aroma's van bier en de stroachtige geur lijkt het alsof de Industriële Revolutie hier nog niet heeft plaatsgevonden. 'Die boerderijlucht, dat is wilde vergisting', verklaart Smink terwijl hij uitlegt dat elk wildbier een uniek vergistingsproces heeft, de zogeheten "biercultuur". In de grote vaten zitten bijvoorbeeld een Vlaams Rood, brettanomyces en een zware tripel, elk met hun eigen kenmerkende smaak. 'Deze culturen zitten er al in sinds we hier begonnen. Iedere maand halen we er 2.000 liter uit om te kijken hoe het smaakt en met welke andere ingrediënten we het kunnen combineren.' Van het bier dat eruit gaat, wordt na een proefsessie nieuw bier gemaakt. Tegelijk gaat eenzelfde hoeveelheid nieuw bier terug de vaten in, om ervoor te zorgen dat de culturen intact blijven.

Voor het maken van de Nijmeegse Lambiek is het proces nog ingewikkelder. Dit is volgens Smink een van de meest bijzondere bieren van Oersoep vanwege het authentieke brouwproces. In een kale ruimte vol juten zakken hop aan het plafond staat een oud bouillonbad waar 1.000 liter bier met een temperatuur van 90 graden Celsius ingaat. Om de natuur helemaal haar gang te laten gaan, wordt het vervolgens blootgesteld aan de buitenlucht. Als het buiten koud genoeg is, gaat de buitenmuur eruit en vindt op deze manier spontane koeling plaats. 'Dit kan alleen in de winter, omdat de lucht in de zomer te veel bacteriën bevat die schadelijk kunnen zijn voor het bier', vertelt Smink terwijl hij een foto van het proces laat zien. Het resultaat is een hoop stoom en bier dat letterlijk wordt vergist door de Nijmeegse natuur.

Oersoep 2401 Oersoep 2402 oersoep 2403

Schimmelbier
Onder heel andere omstandigheden wordt er geëxperimenteerd in de warmtekamer achter in de brouwerij. In deze ruimte, waar het normaal gesproken rond de 20 graden Celsius en pikdonker is, is het vergistingsproces live te volgen. Naast een rij grote plastic tanks staat een werkbank vol glazen potten, waarin drie verschillende soorten wilde gist worden toegevoegd aan bestaande bieren. 'Ook hier zie je moeder natuur aan het werk. Die wilde gist ontwikkelt een deken van schimmel om zichzelf te beschermen tegen schadelijke bacteriën. Door de vergisting van suikers ontstaat er vervolgens koolzuur, waardoor de schimmel opbloeit tot een bellenlandschap.' Hoewel het er misschien gek uitziet, verschilt het volgens Smink weinig van

...
Lees meer

Middenpagina: Invulkleurplaat Han van Krieken

De Radboud Universiteit (RU) heeft 'aandacht voor diversiteit', zo legt de universiteit op haar website uit. Daarom onderneemt de RU actie om 'mannen en vrouwen van verschillende nationaliteiten in alle posities te benoemen en te behouden'. In 2020 wil de universiteit dat op elk mogelijk niveau minimaal 25 procent vrouwen en minimaal 25 procent mannen werken. Op een specifiek werkgebied zou de RU daar wel erg veel haast voor moeten maken: de rector magnificus is namelijk al 95 jaar zo wit en mannelijk als... nou ja, als de rector magnificus. Daarom verzorgt ANS een heuze invulkleurplaat van onze eigen Han van Krieken. Als de RU het niet voor elkaar krijgt, dan jij wel. 

Illustratie: Roos in't Velt

HvK middenpagina groot

 

Lees meer

Middenpagina: Nachtelijke ballenbak

Behalve enkele malloten met camera’s komt niemand voor zijn plezier om acht uur ’s avonds in het Grotiusgebouw. Terwijl keurig geklede rechtenstudenten zich blind staren op wetteksten, kruipen de leden van studentenfotografievereniging de Cycloop door het gebouw om ieder hoekje vast te leggen. De portier komt even vragen wat ze van plan zijn en gaat dan weer de klok in de gaten houden. De tijd gaat langzaam in het Grotiusgebouw.

Middenpagina Grotius foto 1

Middenpagina Grotius foto 2

Middenpagina Grotius Foto 3

Middenpagina Grotius Foto 4

 

Lees meer

Middenpagina: Nijmeegse zonsondergang

Vincent Veerbeek is een eerstejaars onderzoeksmasterstudent Historical, Literary and Cultural Studies die schoonheid zoekt in alledaagse zaken als zonsondergangen, schaduwen en het straatbeeld van Nijmegen. Deze foto biedt een blik op het silhouet van de Stevenskerk gezien vanaf de Waalbrug tegen het einde van een zonnige februaridag. Kijk voor meer vergezichten op @vincentsvistas.

Middenpagina ANS6 750x

 

Lees meer

Middenpagina: Plattegrond van Nijmegen

Voor alle eerstejaars die nog maar net in Nijmegen studeren, of voor alle ouderejaars die af en toe nog steeds moeite hebben met het vinden van de weg, maakte illustrator Dennis van der Pligt deze plattegrond. 'Om in een keer langs een hoop veel genoemde en vaak bezochte plekken te komen.'

ANSbestormtMiddenpagina

 

Lees meer

Middenpagina: Poëzieposter

Pieter Theunissen, student Wijsbegeerte, is een uit het zuiden van Limburg afkomstige dichter. Sinds hij actief werd met zijn poëzie heeft hij onder andere meerdere malen gesproken op de jaarlijkse Avond van de Poëzie in Poppodium Volt te Sittard. Ook heeft hij meegewerkt aan verscheidene projecten waarbij poëzie samenkwam met de beeldende kunst. Bij deelname aan de Campusdichterverkiezing van de Radboud Universiteit in 2017 eindigde hij in de top drie.

Pp 1Pp 2

 

Lees meer

Middenpagina: Poëzieposter

Tiemen Hageman is eerstejaarsstudent Filosofie, dichter en filmmaker. Zijn gedichten beschrijven veelal bijzondere momenten of gebeurtenissen in zijn leven, en die van de mensen om hem heen. Zijn poëzie zoekt vaak de grens met proza op, en andersom. In 2018 is Tiemen eerste geworden bij de Overijsselse voorronde van Kunstbende in de categorie Taal.

ANS middenpagina 750x

 

Lees meer

Middenpagina: Speurtocht op de campus

Uren verkrampt met je neus in de boeken zitten, is slecht voor je. Sta eens op van je stoel en ga op ontdekkingstocht. De foto's op deze middenpagina zijn allemaal op de campus gemaakt. Weet jij waar? Beschrijf van alle foto's de locatie zo goed mogelijk, stuur je antwoorden voor 13 november op naar redactie@ans-online.nl en maak kans op twee tickets voor het Wintertuinfestival!

Dit is een kleine selectie van de foto's. Kijk in het blad voor de volledige speurtocht.

Foto1 250xFoto2 250xFoto 3 2 245x 
Foto4 375xFoto5 2 375x 
Foto6 375xFoto7 2 375x

 

Lees meer

Moe van millenials

'Laat dat kaasje nog maar even rijpen', zei politiek journalist Ferry Mingelen over Rob Jetten na zijn aanstelling als nieuwe fractievoorzitter van D66. Ook andere jonge politici krijgen kritiek te verduren vanwege hun leeftijd. Waar komt deze afkeer vandaan?

Tekst: Jeyna Sow
Illustraties: Roos in 't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

In de Tweede Kamer bezetten steeds meer dertigers politieke topfuncties. Waar de gemiddelde leeftijd van Kamerleden in 1998 nog bijna 50 jaar was, is dit nu 44 jaar. Klaas Dijkhoff (37), Tunahan Kuzu (37), Thierry Baudet (35), Lilian Marijnissen (33) en Jesse Klaver (32) zijn allemaal jonge fractievoorzitters van een politieke partij. Met de aanstelling van de 31-jarige Rob Jetten, die Alexander Pechtold opvolgt als fractievoorzitter van D66, is Nederland weer een jonge politieke leider rijker.

In de media bleef de komst van nog een jonge politicus niet onopgemerkt. Als satirische reactie op het nieuws las Arjen Lubach het door hem bedachte kinderboek Robje wordt de baas voor. De jonge politieke leider krijgt veel kritiek over zich heen vanwege zijn leeftijd, maar dit vindt hij niet terecht. 'Ik te jong? Beoordeel me op mijn daden', zei Jetten na zijn benoeming. 'De vaardigheden van politici hebben alles te maken met inzet en niets met leeftijd', benadrukte hij. Jetten is niet de enige politicus die te maken heeft met kritiek vanwege zijn leeftijd. Ook GroenLinks-leider Klaver kreeg er flink van langs toen hij net tot fractievoorzitter was benoemd. Zo noemde journalist Fons de Poel hem een snotneus nadat de politicus een salarisverhoging van de top van staatsbank ABN-AMRO bekritiseerde. Het aanstellen van jonge politici roept dus de nodige discussie op. Wat zijn precies de bezwaren tegen jonge politici en zijn deze terecht?

'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent.'

Achtergrond1 400xOefening baart kunst
Een van de kritiekpunten op jonge politici is dat zij een gebrek aan politieke ervaring zouden hebben. Zo werd Jetten tijdens de formatie van het nieuwe kabinet voorgesteld als nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven (45) stak hier een stokje voor. Ze vond het belachelijk dat zij, gezien haar jaren aan politieke ervaring, de aanstelling niet zou krijgen. Volgens Tom Jan Meeus, politiek columnist bij NRC Handelsblad, is dit hoe het werkt in groepen. 'Als mensen langer in een bepaalde groep opereren, hebben ze meer kans om gezag binnen die groep te verwerven. Van Veldhoven op basis van haar ervaring en status binnen de D66-fractie uiteindelijk meer aanspraak maken op de functie dan Jetten, waardoor zij uiteindelijk werd benoemd als staatssecretaris', verklaart Meeus.

Parlementair historicus Peter van der Heiden vindt de kritiek op het gebrek aan ervaring niet sterk. 'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent. Ook oudere politici kunnen namelijk weinig politieke ervaring hebben', stelt Van der Heiden. Leeftijd is daarom volgens hem geen goede maatstaf voor ervaring in de politiek. 'Ervaring is niet het enige dat belangrijk is', gaat hij verder. 'Als het gebrek aan politieke ervaring wordt gecompenseerd met politiek inzicht, idealisme en de behoefte om je in te zetten voor de politiek, is dat gebrek geen probleem.'

Arrogante millennials
Critici vinden niet alleen het gebrek aan ervaring kwalijk, maar soms is kritiek op jonge politici zelfs gebaseerd op de generatie waartoe zij behoren. Zo worden Klaver en Jetten beoordeeld op basis van vooroordelen die er zijn over millennials, de generatie die tussen 1980 en 2000 is geboren. 'Wat je over het algemeen over deze groep hoort, is dat ze weigeren om volwassen te worden en af en toe ook wat arrogant kunnen zijn.
Vaak worden ze gezien als betweters met te veel zelfvertrouwen', vertelt psycholoog en schrijver Thijs Launspach. Sommige jonge politici passen inderdaad in dit plaatje. Uitspraken als 'ik ben een verzetsheld', en 'ik ben naar het front geroepen omdat onze elites ons land verkwanselen' van Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet versterken de bestaande vooroordelen. Ook Klaver heeft zich vanaf het begin gepresenteerd als het gezicht van de toekomst, die met zijn grootse plannen Nederland gaat verbeteren. 'Ik laat me door niets of niemand, door welke cynici of sceptici dan ook, vertellen dat ik iets niet kan of dat iets onmogelijk is', sprak hij zelfverzekerd toen hij werd aangesteld als fractievoorzitter van GroenLinks.

De negatieve generatiekenmerken lijken de overhand te hebben, maar de generatie laat ook haar positieve kanten zien. Zo weten jongeren goed in te spelen op informatietechnologieën van nu, omdat ze hiermee zijn opgegroeid. 'Ze zijn eraan gewend dat alle informatie snel beschikbaar en toegankelijk is', legt Launspach uit. Online platforms als Facebook, Instagram en YouTube worden nu, voornamelijk door jonge politici als Klaver en Jetten, gebruikt om het publiek aan te spreken. 'Millennials zijn gewend om flexibel te denken, waardoor ze met creatieve oplossingen kunnen komen en problemen vanuit verschillende kanten bekijken', vertelt hij. 'Veel ervaren politici zitten vast in denkpatronen. Jongeren kunnen op een andere manier naar politiek kijken. Een nieuwe manier, die niet door ervaring is gekleurd', voegt Van der Heiden toe.

'Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren.'

Persoonlijke kwaliteiten
De vraag is of de arrogantie van Baudet, de zelfverzekerdheid van Klaver of de flexibele denkwijze van leden van de generatie voortkomen uit het feit dat zij millennials zijn, of dat deze eigenschappen voortkomen uit het karakter van iemand. Kristof Jacobs, universitair docent Politicologie aan de Radboud Universiteit, twijfelt aan de relatie tussen generatiekenmerken en politiek succes. Hij benadrukt dat het niet mogelijk is om een hele generatie te generaliseren. 'In alle partijen zijn voorbeelden te bedenken van politici die flexibel kunnen denken en problemen van meerdere kanten bekijken. Dat zijn niet alleen jongeren, maar ook ouderen binnen de partij. Ik vraag me daarom af of dit echt afhankelijk is van leeftijd', stelt Jacobs. De kwaliteiten, maar ook kritiekpunten die aan millennials worden toegeschreven, kunnen niet zomaar op elke jonge politicus worden geprojecteerd, vindt ook Launspach. 'Mensen die tot deze generatie behoren, zijn nu tussen de 18 en 38 jaar, dat is een enorme en diverse groep. Daarom brengen de verschillende jonge partijleiders van deze generatie allemaal iets anders met zich mee', stelt hij.

Hiermee maakt hij duidelijk dat de kenmerken van millennials en de leden van de generatie niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.Volgens Van der Heiden is er sprake van een paradox wanneer de aanname wordt gedaan dat politiek succes niet afhankelijk zou moeten zijn van generatiekenmerken. Aan de ene kant is hij het eens met het idee dat je leden van een generatie niet over een kam kunt scheren. Aan de andere kant benadrukt hij dat de generatietheorie niet compleet kan worden genegeerd. 'De generatie heeft kenmerken die gemeenschappelijk zijn. Dat heeft te maken met economische en culturele omstandigheden. Het belangrijkste is hoe je daar met je individuele karakter mee omgaat. Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren', concludeert Van der Heiden.

Achtergrond2 750x

Soort zoekt soort
Ondanks alle kritiek is er toch een toename van jonge politici in de Tweede Kamer te zien. Een mogelijke reden hiervoor is dat het zorgt voor een fris imago van de partij. Vaak wordt gesteld dat dit belangrijk is om jongere kiezers aan te trekken, en dit lijkt te werken. Zo koos het jongerenpanel van EenVandaag Klaver in 2015 als Politicus van het jaar, omdat hij volgens het panel in staat is iets los te krijgen bij jongeren en ze te betrekken bij de politiek.

Cherelle de Leeuw (23), gemeenteraadslid voor GroenLinks in Nijmegen, ziet dit voordeel ook. 'Wanneer je ouder bent, kom je verder van jongeren af te staan. Een groot probleem voor deze groep is bijvoorbeeld de studentenhuisvesting. Als student zit ik zelf nog middenin deze problematiek en heb ik makkelijke ingangen naar organisaties die zich
daarmee bezig houden. Ik ben me zo bewuster van de problemen die spelen', zegt De Leeuw. Van der Heiden merkt op dat het lastig is om te bepalen of jongeren zich meer betrokken voelen bij de politiek. 'Het is moeilijk om dit te zien in het stemgedrag van jongeren. De werkbezoeken van politici zeggen daarin meer, of ze bijvoorbeeld langsgaan bij bejaardentehuizen of scholen.' Hieraan ziet hij dat jonge Kamerleden vaker de neiging hebben om met jongeren over politiek te praten, omdat politici gemakkelijker aansluiting vinden bij deze leeftijdsgroep. 'Dat is ontzettend belangrijk,

...
Lees meer

Moe van millennials

'Laat dat kaasje nog maar even rijpen', zei politiek journalist Ferry Mingelen over Rob Jetten na zijn aanstelling als nieuwe fractievoorzitter van D66. Ook andere jonge politici krijgen kritiek te verduren vanwege hun leeftijd. Waar komt deze afkeer vandaan?

Tekst: Jeyna Sow
Illustraties: Roos in 't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

In de Tweede Kamer bezetten steeds meer dertigers politieke topfuncties. Waar de gemiddelde leeftijd van Kamerleden in 1998 nog bijna 50 jaar was, is dit nu 44 jaar. Klaas Dijkhoff (37), Tunahan Kuzu (37), Thierry Baudet (35), Lilian Marijnissen (33) en Jesse Klaver (32) zijn allemaal jonge fractievoorzitters van een politieke partij. Met de aanstelling van de 31-jarige Rob Jetten, die Alexander Pechtold opvolgt als fractievoorzitter van D66, is Nederland weer een jonge politieke leider rijker.

In de media bleef de komst van nog een jonge politicus niet onopgemerkt. Als satirische reactie op het nieuws las Arjen Lubach het door hem bedachte kinderboek Robje wordt de baas voor. De jonge politieke leider krijgt veel kritiek over zich heen vanwege zijn leeftijd, maar dit vindt hij niet terecht. 'Ik te jong? Beoordeel me op mijn daden', zei Jetten na zijn benoeming. 'De vaardigheden van politici hebben alles te maken met inzet en niets met leeftijd', benadrukte hij. Jetten is niet de enige politicus die te maken heeft met kritiek vanwege zijn leeftijd. Ook GroenLinks-leider Klaver kreeg er flink van langs toen hij net tot fractievoorzitter was benoemd. Zo noemde journalist Fons de Poel hem een snotneus nadat de politicus een salarisverhoging van de top van staatsbank ABN-AMRO bekritiseerde. Het aanstellen van jonge politici roept dus de nodige discussie op. Wat zijn precies de bezwaren tegen jonge politici en zijn deze terecht?

'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent.'

Achtergrond1 400xOefening baart kunst
Een van de kritiekpunten op jonge politici is dat zij een gebrek aan politieke ervaring zouden hebben. Zo werd Jetten tijdens de formatie van het nieuwe kabinet voorgesteld als nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven (45) stak hier een stokje voor. Ze vond het belachelijk dat zij, gezien haar jaren aan politieke ervaring, de aanstelling niet zou krijgen. Volgens Tom Jan Meeus, politiek columnist bij NRC Handelsblad, is dit hoe het werkt in groepen. 'Als mensen langer in een bepaalde groep opereren, hebben ze meer kans om gezag binnen die groep te verwerven. Van Veldhoven op basis van haar ervaring en status binnen de D66-fractie uiteindelijk meer aanspraak maken op de functie dan Jetten, waardoor zij uiteindelijk werd benoemd als staatssecretaris', verklaart Meeus.

Parlementair historicus Peter van der Heiden vindt de kritiek op het gebrek aan ervaring niet sterk. 'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent. Ook oudere politici kunnen namelijk weinig politieke ervaring hebben', stelt Van der Heiden. Leeftijd is daarom volgens hem geen goede maatstaf voor ervaring in de politiek. 'Ervaring is niet het enige dat belangrijk is', gaat hij verder. 'Als het gebrek aan politieke ervaring wordt gecompenseerd met politiek inzicht, idealisme en de behoefte om je in te zetten voor de politiek, is dat gebrek geen probleem.'

Arrogante millennials
Critici vinden niet alleen het gebrek aan ervaring kwalijk, maar soms is kritiek op jonge politici zelfs gebaseerd op de generatie waartoe zij behoren. Zo worden Klaver en Jetten beoordeeld op basis van vooroordelen die er zijn over millennials, de generatie die tussen 1980 en 2000 is geboren. 'Wat je over het algemeen over deze groep hoort, is dat ze weigeren om volwassen te worden en af en toe ook wat arrogant kunnen zijn.
Vaak worden ze gezien als betweters met te veel zelfvertrouwen', vertelt psycholoog en schrijver Thijs Launspach. Sommige jonge politici passen inderdaad in dit plaatje. Uitspraken als 'ik ben een verzetsheld', en 'ik ben naar het front geroepen omdat onze elites ons land verkwanselen' van Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet versterken de bestaande vooroordelen. Ook Klaver heeft zich vanaf het begin gepresenteerd als het gezicht van de toekomst, die met zijn grootse plannen Nederland gaat verbeteren. 'Ik laat me door niets of niemand, door welke cynici of sceptici dan ook, vertellen dat ik iets niet kan of dat iets onmogelijk is', sprak hij zelfverzekerd toen hij werd aangesteld als fractievoorzitter van GroenLinks.

De negatieve generatiekenmerken lijken de overhand te hebben, maar de generatie laat ook haar positieve kanten zien. Zo weten jongeren goed in te spelen op informatietechnologieën van nu, omdat ze hiermee zijn opgegroeid. 'Ze zijn eraan gewend dat alle informatie snel beschikbaar en toegankelijk is', legt Launspach uit. Online platforms als Facebook, Instagram en YouTube worden nu, voornamelijk door jonge politici als Klaver en Jetten, gebruikt om het publiek aan te spreken. 'Millennials zijn gewend om flexibel te denken, waardoor ze met creatieve oplossingen kunnen komen en problemen vanuit verschillende kanten bekijken', vertelt hij. 'Veel ervaren politici zitten vast in denkpatronen. Jongeren kunnen op een andere manier naar politiek kijken. Een nieuwe manier, die niet door ervaring is gekleurd', voegt Van der Heiden toe.

'Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren.'

Persoonlijke kwaliteiten
De vraag is of de arrogantie van Baudet, de zelfverzekerdheid van Klaver of de flexibele denkwijze van leden van de generatie voortkomen uit het feit dat zij millennials zijn, of dat deze eigenschappen voortkomen uit het karakter van iemand. Kristof Jacobs, universitair docent Politicologie aan de Radboud Universiteit, twijfelt aan de relatie tussen generatiekenmerken en politiek succes. Hij benadrukt dat het niet mogelijk is om een hele generatie te generaliseren. 'In alle partijen zijn voorbeelden te bedenken van politici die flexibel kunnen denken en problemen van meerdere kanten bekijken. Dat zijn niet alleen jongeren, maar ook ouderen binnen de partij. Ik vraag me daarom af of dit echt afhankelijk is van leeftijd', stelt Jacobs. De kwaliteiten, maar ook kritiekpunten die aan millennials worden toegeschreven, kunnen niet zomaar op elke jonge politicus worden geprojecteerd, vindt ook Launspach. 'Mensen die tot deze generatie behoren, zijn nu tussen de 18 en 38 jaar, dat is een enorme en diverse groep. Daarom brengen de verschillende jonge partijleiders van deze generatie allemaal iets anders met zich mee', stelt hij.

Hiermee maakt hij duidelijk dat de kenmerken van millennials en de leden van de generatie niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.Volgens Van der Heiden is er sprake van een paradox wanneer de aanname wordt gedaan dat politiek succes niet afhankelijk zou moeten zijn van generatiekenmerken. Aan de ene kant is hij het eens met het idee dat je leden van een generatie niet over een kam kunt scheren. Aan de andere kant benadrukt hij dat de generatietheorie niet compleet kan worden genegeerd. 'De generatie heeft kenmerken die gemeenschappelijk zijn. Dat heeft te maken met economische en culturele omstandigheden. Het belangrijkste is hoe je daar met je individuele karakter mee omgaat. Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren', concludeert Van der Heiden.

Achtergrond2 750x

Soort zoekt soort
Ondanks alle kritiek is er toch een toename van jonge politici in de Tweede Kamer te zien. Een mogelijke reden hiervoor is dat het zorgt voor een fris imago van de partij. Vaak wordt gesteld dat dit belangrijk is om jongere kiezers aan te trekken, en dit lijkt te werken. Zo koos het jongerenpanel van EenVandaag Klaver in 2015 als Politicus van het jaar, omdat hij volgens het panel in staat is iets los te krijgen bij jongeren en ze te betrekken bij de politiek.

Cherelle de Leeuw (23), gemeenteraadslid voor GroenLinks in Nijmegen, ziet dit voordeel ook. 'Wanneer je ouder bent, kom je verder van jongeren af te staan. Een groot probleem voor deze groep is bijvoorbeeld de studentenhuisvesting. Als student zit ik zelf nog middenin deze problematiek en heb ik makkelijke ingangen naar organisaties die zich
daarmee bezig houden. Ik ben me zo bewuster van de problemen die spelen', zegt De Leeuw. Van der Heiden merkt op dat het lastig is om te bepalen of jongeren zich meer betrokken voelen bij de politiek. 'Het is moeilijk om dit te zien in het stemgedrag van jongeren. De werkbezoeken van politici zeggen daarin meer, of ze bijvoorbeeld langsgaan bij bejaardentehuizen of scholen.' Hieraan ziet hij dat jonge Kamerleden vaker de neiging hebben om met jongeren over politiek te praten, omdat politici gemakkelijker aansluiting vinden bij deze leeftijdsgroep. 'Dat is ontzettend belangrijk,

...
Lees meer

Onvindbare toekomst

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen.

Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

'Wat wil je later worden?', is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een 'abdijweekend', om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert.

'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Loopbaanoriëntatie
De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv's en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. 'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. 'Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden', vertelt hij. 'Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.' Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.

ANS openingsartikel 450xEigen verantwoordelijkheid
'De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt', vindt Van Krieken. 'De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.' Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. 'Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.' Termaat beaamt dit, 'studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.' Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. 'Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.'

Onzichtbaar aanbod
Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. 'Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.'

Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. 'De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets', zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. 'De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten.' Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden.

 

 

Lees meer

Onvindbare toekomst

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen.

Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

'Wat wil je later worden?', is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een 'abdijweekend', om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert.

'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Loopbaanoriëntatie
De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv's en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. 'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. 'Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden', vertelt hij. 'Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.' Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.

ANS openingsartikel 450xEigen verantwoordelijkheid
'De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt', vindt Van Krieken. 'De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.' Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. 'Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.' Termaat beaamt dit, 'studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.' Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. 'Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.'

Onzichtbaar aanbod
Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. 'Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.'

Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. 'De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets', zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. 'De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten.' Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden.

 

 

Lees meer

Over de coke

Drugsgebruik onder studenten komt steeds vaker voor. Zo ook bij Daan, die tijdens zijn studie verslaafd raakte aan cocaïne. Om het onderwerp uit de taboesfeer te halen, deelt hij zijn verhaal. 'Waar de meeste mensen opstaan met een kop koffie, stond ik op met een lijntje.'

Tekst:
 Jeyna Sow
Foto's: Rosemarijn Muijnen en Rein Wieringa

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Daan afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. 'Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving', vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Daan het onderwerp uit de taboesfeer te halen.'

 ANS Coke 750x

Sociale ongemakken
Daan is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Daan. 'Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen', vertelt hij. 'Van mijn twaalfde tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.' Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiken van drugs. 'In de periode dat ik World of Warcraft speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen', legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Daan probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. 'Het ging dan niet over wiet, maar over XTC of coke.' Door het gebruik van cocaïne had Daan minder moeite met sociaal contact en voelde hij zich een interessanter persoon dan wanneer hij nuchter was. 'Ik probeerde voor mijn sociale zwakke punten te compenseren', geeft hij toe. Waar de meeste mensen opstaan met een kop koffie, stond Daan op met een lijntje. 'Er lag vaak nog coke naast mijn bed van de avond ervoor. Zo werd ik wakker', vertelt hij zichtbaar aangedaan. 'Nu ik hierover vertel, krijg ik weer hartkloppingen. Praten over coke brengt me in mijn gedachten terug naar deze donkere periode in mijn leven.' Na het roken van een sigaretje is hij weer wat rustiger. 'Ja, dat was coke voor mij. Het gaf me uiteindelijk als enige het gevoel dat ik degene was die ik wilde zijn. Deze Daan moest ik van mezelf zijn.'

'Diep vanbinnen wist ik echt wel dat het slecht was waar ik mee bezig was, maar toch ging ik door.'

Leven met een lijntje
Hoewel Daan met drugs het beste in zichzelf naar boven wilde halen, gebeurde juist het tegenovergestelde. 'Ik heb mijn bachelor Psychologie wel afgerond, maar vraag me niet hoe. Soms zat ik zelfs te leren met een lijntje ernaast.' Op zijn dieptepunt gebruikte Daan elke dag, waardoor hij niet meer normaal kon functioneren. 'Diep vanbinnen wist ik echt wel dat het slecht was waar ik mee bezig was, maar toch ging ik door.' Om zijn verslaving te verbloemen, loog hij alles bij elkaar. 'Ik moest vaak een smoes bedenken om een afspraak met mijn moeder af te zeggen, omdat ik weer had gesnoven. Uiteindelijk was ik alleen nog maar bezig met mijn coke.' Daan slikt even. 'Hierdoor verloor ik het contact met mijn ouders en mijn vrienden.'

CokeVierkant 450xZelfs dit verbroken contact was voor Daan niet genoeg om te stoppen, ook al deed dit hem ontzettend veel pijn. 'Er zijn verschillende momenten geweest waarop ik probeerde te stoppen, maar de ontwenningsverschijnselen waren te heftig. Ik had nergens energie voor en voelde me erg somber.' Ontwennen is niet alleen lichamelijk zwaar, maar kan ook tot hevige nachtmerries leiden, vertelt hij. 'Ik dacht dat ik dood zou gaan als ik cold turkey zou stoppen.'

Het omslagpunt kwam pas na een extreem geëscaleerde avond. 'Samen met een vriend, die sporadisch gebruikte, ging ik aan de coke. Dat liep zo ontzettend uit de hand dat er overal in huis coke lag en ik drie dagen achter elkaar wakker was.' Na deze drie dagen stuurde zijn vriend hem naar huis, maar hij durfde zich niet aan zijn ouders te vertonen. Omdat hij niet wist waar hij naartoe moest gaan, belde hij bij een willekeurig huis aan. Zijn ogen lichten even op als hij terugdenkt aan wie de deur opendeed. '99 van de 100 mensen zouden me geweigerd hebben als ze me in de deuropening hadden zien staan. Maar deze vrouw keek naar me en nodigde me in haar huis uit. Hier hebben we lang over mijn verslaving gepraat.' Na dit gesprek besloten Daan en de vrouw, die toevallig zelf Psychologie had gestudeerd, dat hij alles op zou biechten aan zijn ouders.

In therapie
Vanaf toen ging het snel voor Daan. 'Na een verslaving van vijf jaar zat ik al een week na het gesprek in een kliniek', vertelt hij opgewekt. 'Ik deed de eerste week nog niet mee aan de therapiesessies, omdat ik zo ongelofelijk fucked up was. Het enige wat ik deed was slapen en gezond eten om alle slechte stoffen uit mijn lichaam te krijgen.' Na deze zeven dagen begon Daan met een speciaal samengesteld dagprogramma. 'Ik kreeg sessies over sociale vaardigheden, mindfulness en zelfs over psychologische mechanismen. Die kwamen mij natuurlijk bekend voor', lacht hij.

Na zes weken werd Daan uit de kliniek ontslagen. Op dat moment voelde hij zich erg onzeker. 'Ik voelde me naakt toen ik uit de kliniek kwam en vroeg me af wat voor persoon ik was.' Net als aan het begin van zijn studie kwam hij in een nieuwe omgeving terecht, maar nu kon hij op een betere manier omgaan met zijn gevoelens. 'Ik realiseerde me dat ik onder invloed van coke juist mezelf niet was', concludeert hij. 'Pas nuchter, ging ik nadenken over de belangrijke dingen in het leven, zoals goed contact met mijn ouders en eerlijk zijn. Als verslaafde ervaar je zoveel ruis, waardoor je dat niet inziet.'

'Het hebben van een verslaving is nu nog erg onbegrepen.'

Uit de taboesfeer
Vanwege zijn nieuwe positieve instelling begon Daan aan een master waarin hij zich richtte op verslavingen. 'Liever dat dan een lijntje snuiven', grapt hij. Hij stortte zich met volle overgave op zijn studie, waar hij hard voor werkte. 'Ik ben erg perfectionistisch en wil goed zijn in alles wat ik doe, dat zit wel een beetje in me. Het is bijna obsessief. Zo wilde ik bijvoorbeeld ook goed zijn in snuiven', vertelt hij met een knipoog. Later in zijn master begon hij met het schrijven van zijn scriptie met als onderwerp het voorspellen van verslavingen. Hoewel Daan dit met veel plezier schreef, vond hij het af en toe wel confronterend. 'Een belangrijk deel van mijn scriptie gaat over trauma's en hechtingsproblemen in de jeugd. Dat raakte me persoonlijk, maar gelukkig zat ik in een positieve fase van mijn leven en wilde ik het afmaken.' Tijdens het schrijven van zijn scriptie merkte Daan dat er een groot taboe bestaat rondom verslavingen. 'Het hebben van een verslaving is nu nog erg onbegrepen', stelt Daan. 'Mensen denken er vaak te makkelijk over en zeggen: "Je kunt toch ook gewoon niet snuiven". Helaas werkt het niet zo, omdat verslaafden vaak veranderen in irrationele mensen.'

Volgens Daan komen zulke simplistische opmerkingen vooral voort uit onwetendheid. 'In mijn studie Psychologie is het woord verslaving misschien twee keer voorbijgekomen', geeft hij als voorbeeld. Dit is een probleem, omdat verslaving onder studenten vaker voorkomt dan de meesten denken. 'Niet alleen alcohol is sociaal geaccepteerd. De studentencultuur is over het algemeen vrij ongezond. Coke kun je nu voor twintig euro van de straat plukken en XTC wordt ook steeds vaker gebruikt. Veel mensen slikken een pilletje op een feestje zonder te realiseren wat voor gevolgen het kan hebben', vertelt Daan. 'Daarom moet er meer bewustwording komen voor verslaving.'

'Daan' is een gefingeerde naam. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.

 

Lees meer

Over moslims gesproken

Over de voormalige moslim mag meer worden gesproken, vindt de Rotterdamse journalist Rachid Benhammou. Daarom schreef hij met Boris van der Ham het boek Nieuwe vrijdenkers, waarin twaalf mensen die de islam achter zich hebben gelaten hun verhaal doen. 'De moslim, of ex-moslim, bestaat niet.'

Tekst: Jonathan Janssen
Foto's: Erik van Zummeren

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De helft van de mensen die hun verhaal vertelt in het boek Nieuwe vrijdenkers leidt een dubbelleven, omdat ze hun islamitische omgeving niet teleur willen stellen. Ze geloven namelijk niet meer in Allah. Samen met Boris van der Ham van het Humanistisch Verbond besloot journalist Rachid Benhammou twaalf verhalen te bundelen van Nederlanders die geen moslim meer willen zijn. 'Een dergelijk boek was er nog niet. Wij hopen dat het gesprek over voormalige moslims hierdoor wordt opengebroken.' De publicatie leidde tot honderden reacties op sociale media, van positieve geluiden tot haatgeluiden. 'We hadden wel boze reacties verwacht, maar dit was wel heel triest.' In een Midden-Oosters restaurant in Rotterdam vertelt Benhammou verontwaardigd en soms zelfs kwaad over conservatieve Arabische invloeden op de islam, zijn eigen verhaal en de rol die hij voor de gematigde moslim ziet weggelegd. 'Gematigde moslims zijn veel te stil.'

Benhammou groot

Is het voor moslims moeilijk om hun geloofstwijfels met hun omgeving te bespreken?
'Vaak gaat dat niet makkelijk, nee. Zo vertellen veel van de geïnterviewden hun verhaal anoniem, omdat ze bang zijn voor de reactie van hun omgeving. Ze zijn niet zozeer bang voor de reacties die zij zelf krijgen van familie en vrienden, maar willen vooral hun ouders beschermen voor commentaar over hun afvallige kind. Een schrijver die we hebben geïnterviewd, beschreef dit heel mooi: "Mijn grootste strijd was niet met mijn ouders, maar met mijn omgeving." De sociale druk in de islamitische gemeenschap is immens.

'Je zou denken dat jongere moslims zulke twijfels beter met elkaar kunnen bespreken dan de oudere generaties dat onder elkaar kunnen. Op school leren ze namelijk over wetenschappelijke theorieën die niet stroken met de leer van de islam, zoals de evolutietheorie van Darwin. Juist islamitische jongeren blijken er echter veel conservatievere denkbeelden op na te houden dan hun ouders of grootouders. De eerdere generaties waren in hun land van herkomst vaak best liberaal. Het komt zelfs voor dat jongeren hun ouders afvalligen noemen.'

Hoe komt het dat die jongeren conservatiever zijn?
'Veel jongeren worden beïnvloed door een panarabistische en conservatieve interpretatie van de islam, die zich via de satelliet, internet en sociale media verspreidt. Deze conservatieve stromingen komen uit het Midden-Oosten, en dan vooral uit Saudi-Arabië. Het panarabisme is de bijbehorende politieke ideologie die de islam probeert te arabiseren. Zo zeggen panarabisten dat Arabisch de taal van het paradijs is en dat daarom alle moslims Arabisch moeten kunnen spreken en lezen. Dat is natuurlijk belachelijk, alsof God maar een taal spreekt. In Indonesië, het land met de meeste moslims, spreken ze geen Arabisch. Toch is de invloed van het panarabisme groot, ook hier in Nederland.'

'Familie en vrienden hebben vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt.'

Wat voor gevolgen heeft het Arabisme in Nederland?
'In Nederland wonen bijvoorbeeld 400.000 mensen met een Marokkaanse achtergrond, waarvan 90 procent Berbers is en geen Arabisch spreekt. Toch worden er voor deze groep vanuit de Nederlandse overheid al dertig jaar koranlessen 'in eigen taal' gesubsidieerd. Die koranlessen zijn echter in het Arabisch, terwijl kinderen met een Marokkaanse achtergrond die taal helemaal niet spreken. Nederlanders verspreiden dus onbewust het panarabisme.'

Wat moet er gebeuren om islamitisch conservatisme en panarabisme tegen te gaan?
'Het is tijd voor meer progressievere stromingen in de islam. Je zou kunnen zeggen dat de islam achterloopt op het christendom; het ontstond immers 600 jaar later. Vanuit dat perspectief zou er nu ook een soort Verlichting moeten plaatsvinden in de islam, zoals die zich een paar honderd jaar geleden ook voltrok in de christelijke wereld. De islamitische Verlichting zal voorlopig echter niet beginnen als westerse landen als Nederland zaken blijven doen met landen als Saudi-Arabië, de oorsprong van de conservatieve invloeden die zich nu verspreiden.'

Identificeren voormalige moslims zich nog wel met de moslimgemeenschap, die steeds conservatiever wordt?
'Alle mensen die we hebben geïnterviewd zeggen dat geloof voor hen losstaat van familie en cultuur. Familie en vrienden hebben wel vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt. Een aantal van de geïnterviewden wil ook nog graag het Suikerfeest blijven vieren, ook al hebben ze die religieuze achtergrond niet meer. Je zou dat kunnen vergelijken met niet-christelijke Nederlanders die nog steeds Kerstmis en carnaval vieren.'

Hoe was het voor uzelf om de islam te verlaten?
'Mijn verhaal is best wel saai. Mijn ouders waren praktiserend moslim, maar op een liberale manier. Bij ons thuis was religie belangrijk, maar school nog belangrijker. Mijn ouders hebben mij geleerd om kritisch na te denken. Toen ik veertien of vijftien was, vertelde ik hen dat ik me niet thuis voelde in de islam en zei dat ik mijn eigen pad ging bewandelen. Mijn ouders vonden dat niet leuk, maar ze hebben het geaccepteerd.

'Mijn omgeving vroeg of ik wel op mijn hoede was bij het schrijven van dit boek.'

'Ik identificeer me nog wel met andere Berbers, ook degenen die nog moslim zijn. Zoals 90 procent van de Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond ben ik Berber, ofwel Amazigh. De Amazigh-cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika is duizenden jaren oud, veel ouder dan de islam. Ook mijn zoontje, die niet gelovig wordt opgevoed, probeer ik wat bij te brengen over zijn achtergrond. Zo leer ik hem wat woordjes in het Berbers en neem ik hem mee naar Amazigh-festivals.'

Voor u was het dus relatief makkelijk om naar buiten te komen als niet-gelovige. Een paar van de verhalen in Nieuwe vrijdenkers zijn vrij dramatisch, zoals die van Halima, die geen contact meer heeft met haar familie. Zijn die dan wel representatief?
'Ja, maar ik heb er best wel op gehamerd dat er niet alleen maar heel ellendige verhalen in het boek zouden komen. We wilden een divers beeld schetsen van hoe het is om als moslim te besluiten dat je niet meer gelooft. Dat hoeft niet altijd met veel problemen en drama gepaard te gaan. We zeggen dan ook: de typische moslim bestaat niet, de typische ex-moslim ook niet.

'Over ex-moslims gesproken, ik haat dat woord. Ik gebruik liever "voormalige moslim". Een aantal voormalige moslims heeft zich nooit moslim gevoeld. Je bent eigenlijk maar even ex-moslim in je transitieperiode van gelovige naar niet-gelovige. Daarna ben je gewoon weer moeder, vader, vrouw, of welke rol je dan ook voor jezelf ziet weggelegd in de maatschappij.'

Benhammou groot 2Hoe reageren conservatieve moslims op de verhalen uit het boek?
'Vrijwel direct na het uitbrengen van het boek kwamen er honderden reacties binnen van Nederlandse islamitische jongeren. Ze schelden en vloeken tegen de mensen in het boek. Anderen zeggen dat de verhalen in het boek leugens zijn, dat de geïnterviewden worden betaald om de islam in een kwaad daglicht te zetten. Sommige moslims reageren iets milder door te zeggen dat ze het prima vinden dat deze mensen niet meer geloven, maar dat ze daar niet mee te koop hoeven lopen.

'Gelukkig zijn er ook positieve reacties op het boek, maar die komen van ongelovigen en van meer liberale moslims. De gematigde moslims, de meerderheid, hoor je niet of nauwelijks. Die groep hoort eigenlijk het voortouw te nemen en zich publiekelijk uit te spreken tegen dit soort haat. Zij zouden ook de radicalen moeten wijzen op de vrijheid van het geloof. Ik verwijt die groep gematigde moslims dat ze hun mond niet vaker opentrekken. Van de honderden reacties op Facebook waren er maar een handvol mensen die zich afvroegen waar die scheldpartijen voor nodig waren. Meer gematigde moslims lezen mee, maar houden hun mond. Dan denk ik: waarom laat je je nu niet horen? Deze mensen spreken zich wel uit als iemand als Geert Wilders de islam aanvalt, maar ze komen niet op voor iemand die de keuze heeft gemaakt uit de islam te stappen. Ze worden boos als hun hele bevolkingsgroep gelijk wordt gesteld aan een kleine groep

...
Lees meer