Moe van millennials

'Laat dat kaasje nog maar even rijpen', zei politiek journalist Ferry Mingelen over Rob Jetten na zijn aanstelling als nieuwe fractievoorzitter van D66. Ook andere jonge politici krijgen kritiek te verduren vanwege hun leeftijd. Waar komt deze afkeer vandaan?

Tekst: Jeyna Sow
Illustraties: Roos in 't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

In de Tweede Kamer bezetten steeds meer dertigers politieke topfuncties. Waar de gemiddelde leeftijd van Kamerleden in 1998 nog bijna 50 jaar was, is dit nu 44 jaar. Klaas Dijkhoff (37), Tunahan Kuzu (37), Thierry Baudet (35), Lilian Marijnissen (33) en Jesse Klaver (32) zijn allemaal jonge fractievoorzitters van een politieke partij. Met de aanstelling van de 31-jarige Rob Jetten, die Alexander Pechtold opvolgt als fractievoorzitter van D66, is Nederland weer een jonge politieke leider rijker.

In de media bleef de komst van nog een jonge politicus niet onopgemerkt. Als satirische reactie op het nieuws las Arjen Lubach het door hem bedachte kinderboek Robje wordt de baas voor. De jonge politieke leider krijgt veel kritiek over zich heen vanwege zijn leeftijd, maar dit vindt hij niet terecht. 'Ik te jong? Beoordeel me op mijn daden', zei Jetten na zijn benoeming. 'De vaardigheden van politici hebben alles te maken met inzet en niets met leeftijd', benadrukte hij. Jetten is niet de enige politicus die te maken heeft met kritiek vanwege zijn leeftijd. Ook GroenLinks-leider Klaver kreeg er flink van langs toen hij net tot fractievoorzitter was benoemd. Zo noemde journalist Fons de Poel hem een snotneus nadat de politicus een salarisverhoging van de top van staatsbank ABN-AMRO bekritiseerde. Het aanstellen van jonge politici roept dus de nodige discussie op. Wat zijn precies de bezwaren tegen jonge politici en zijn deze terecht?

'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent.'

Achtergrond1 400xOefening baart kunst
Een van de kritiekpunten op jonge politici is dat zij een gebrek aan politieke ervaring zouden hebben. Zo werd Jetten tijdens de formatie van het nieuwe kabinet voorgesteld als nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven (45) stak hier een stokje voor. Ze vond het belachelijk dat zij, gezien haar jaren aan politieke ervaring, de aanstelling niet zou krijgen. Volgens Tom Jan Meeus, politiek columnist bij NRC Handelsblad, is dit hoe het werkt in groepen. 'Als mensen langer in een bepaalde groep opereren, hebben ze meer kans om gezag binnen die groep te verwerven. Van Veldhoven op basis van haar ervaring en status binnen de D66-fractie uiteindelijk meer aanspraak maken op de functie dan Jetten, waardoor zij uiteindelijk werd benoemd als staatssecretaris', verklaart Meeus.

Parlementair historicus Peter van der Heiden vindt de kritiek op het gebrek aan ervaring niet sterk. 'Je moet toch ergens beginnen, of je nu jong of oud bent. Ook oudere politici kunnen namelijk weinig politieke ervaring hebben', stelt Van der Heiden. Leeftijd is daarom volgens hem geen goede maatstaf voor ervaring in de politiek. 'Ervaring is niet het enige dat belangrijk is', gaat hij verder. 'Als het gebrek aan politieke ervaring wordt gecompenseerd met politiek inzicht, idealisme en de behoefte om je in te zetten voor de politiek, is dat gebrek geen probleem.'

Arrogante millennials
Critici vinden niet alleen het gebrek aan ervaring kwalijk, maar soms is kritiek op jonge politici zelfs gebaseerd op de generatie waartoe zij behoren. Zo worden Klaver en Jetten beoordeeld op basis van vooroordelen die er zijn over millennials, de generatie die tussen 1980 en 2000 is geboren. 'Wat je over het algemeen over deze groep hoort, is dat ze weigeren om volwassen te worden en af en toe ook wat arrogant kunnen zijn.
Vaak worden ze gezien als betweters met te veel zelfvertrouwen', vertelt psycholoog en schrijver Thijs Launspach. Sommige jonge politici passen inderdaad in dit plaatje. Uitspraken als 'ik ben een verzetsheld', en 'ik ben naar het front geroepen omdat onze elites ons land verkwanselen' van Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet versterken de bestaande vooroordelen. Ook Klaver heeft zich vanaf het begin gepresenteerd als het gezicht van de toekomst, die met zijn grootse plannen Nederland gaat verbeteren. 'Ik laat me door niets of niemand, door welke cynici of sceptici dan ook, vertellen dat ik iets niet kan of dat iets onmogelijk is', sprak hij zelfverzekerd toen hij werd aangesteld als fractievoorzitter van GroenLinks.

De negatieve generatiekenmerken lijken de overhand te hebben, maar de generatie laat ook haar positieve kanten zien. Zo weten jongeren goed in te spelen op informatietechnologieën van nu, omdat ze hiermee zijn opgegroeid. 'Ze zijn eraan gewend dat alle informatie snel beschikbaar en toegankelijk is', legt Launspach uit. Online platforms als Facebook, Instagram en YouTube worden nu, voornamelijk door jonge politici als Klaver en Jetten, gebruikt om het publiek aan te spreken. 'Millennials zijn gewend om flexibel te denken, waardoor ze met creatieve oplossingen kunnen komen en problemen vanuit verschillende kanten bekijken', vertelt hij. 'Veel ervaren politici zitten vast in denkpatronen. Jongeren kunnen op een andere manier naar politiek kijken. Een nieuwe manier, die niet door ervaring is gekleurd', voegt Van der Heiden toe.

'Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren.'

Persoonlijke kwaliteiten
De vraag is of de arrogantie van Baudet, de zelfverzekerdheid van Klaver of de flexibele denkwijze van leden van de generatie voortkomen uit het feit dat zij millennials zijn, of dat deze eigenschappen voortkomen uit het karakter van iemand. Kristof Jacobs, universitair docent Politicologie aan de Radboud Universiteit, twijfelt aan de relatie tussen generatiekenmerken en politiek succes. Hij benadrukt dat het niet mogelijk is om een hele generatie te generaliseren. 'In alle partijen zijn voorbeelden te bedenken van politici die flexibel kunnen denken en problemen van meerdere kanten bekijken. Dat zijn niet alleen jongeren, maar ook ouderen binnen de partij. Ik vraag me daarom af of dit echt afhankelijk is van leeftijd', stelt Jacobs. De kwaliteiten, maar ook kritiekpunten die aan millennials worden toegeschreven, kunnen niet zomaar op elke jonge politicus worden geprojecteerd, vindt ook Launspach. 'Mensen die tot deze generatie behoren, zijn nu tussen de 18 en 38 jaar, dat is een enorme en diverse groep. Daarom brengen de verschillende jonge partijleiders van deze generatie allemaal iets anders met zich mee', stelt hij.

Hiermee maakt hij duidelijk dat de kenmerken van millennials en de leden van de generatie niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.Volgens Van der Heiden is er sprake van een paradox wanneer de aanname wordt gedaan dat politiek succes niet afhankelijk zou moeten zijn van generatiekenmerken. Aan de ene kant is hij het eens met het idee dat je leden van een generatie niet over een kam kunt scheren. Aan de andere kant benadrukt hij dat de generatietheorie niet compleet kan worden genegeerd. 'De generatie heeft kenmerken die gemeenschappelijk zijn. Dat heeft te maken met economische en culturele omstandigheden. Het belangrijkste is hoe je daar met je individuele karakter mee omgaat. Het karakter is veel belangrijker dan de toevallige generatie waarin je bent geboren', concludeert Van der Heiden.

Achtergrond2 750x

Soort zoekt soort
Ondanks alle kritiek is er toch een toename van jonge politici in de Tweede Kamer te zien. Een mogelijke reden hiervoor is dat het zorgt voor een fris imago van de partij. Vaak wordt gesteld dat dit belangrijk is om jongere kiezers aan te trekken, en dit lijkt te werken. Zo koos het jongerenpanel van EenVandaag Klaver in 2015 als Politicus van het jaar, omdat hij volgens het panel in staat is iets los te krijgen bij jongeren en ze te betrekken bij de politiek.

Cherelle de Leeuw (23), gemeenteraadslid voor GroenLinks in Nijmegen, ziet dit voordeel ook. 'Wanneer je ouder bent, kom je verder van jongeren af te staan. Een groot probleem voor deze groep is bijvoorbeeld de studentenhuisvesting. Als student zit ik zelf nog middenin deze problematiek en heb ik makkelijke ingangen naar organisaties die zich
daarmee bezig houden. Ik ben me zo bewuster van de problemen die spelen', zegt De Leeuw. Van der Heiden merkt op dat het lastig is om te bepalen of jongeren zich meer betrokken voelen bij de politiek. 'Het is moeilijk om dit te zien in het stemgedrag van jongeren. De werkbezoeken van politici zeggen daarin meer, of ze bijvoorbeeld langsgaan bij bejaardentehuizen of scholen.' Hieraan ziet hij dat jonge Kamerleden vaker de neiging hebben om met jongeren over politiek te praten, omdat politici gemakkelijker aansluiting vinden bij deze leeftijdsgroep. 'Dat is ontzettend belangrijk,

...
Lees meer

Onvindbare toekomst

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen.

Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

'Wat wil je later worden?', is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een 'abdijweekend', om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert.

'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Loopbaanoriëntatie
De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv's en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. 'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. 'Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden', vertelt hij. 'Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.' Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.

ANS openingsartikel 450xEigen verantwoordelijkheid
'De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt', vindt Van Krieken. 'De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.' Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. 'Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.' Termaat beaamt dit, 'studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.' Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. 'Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.'

Onzichtbaar aanbod
Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. 'Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.'

Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. 'De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets', zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. 'De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten.' Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden.

 

 

Lees meer

Onvindbare toekomst

De zoektocht naar een baan: zelfs eeuwige studenten moeten er uiteindelijk aan geloven. De Radboud Universiteit biedt via haar Career Service al verschillende activiteiten aan op het gebied van loopbaanoriëntatie, maar vindt dat de verantwoordelijkheid voornamelijk bij de studenten zelf ligt. De universiteit moet meer investeren in de Career Service om deze dienst naar een hoger niveau te tillen.

Tekst: Simone Bregonje en Joep Dorna
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

'Wat wil je later worden?', is een vraag die bij veel studenten een spontane identiteitscrisis veroorzaakt. Voor deze studenten zijn er de Career Services. Iedere faculteit heeft haar eigen Career Service die activiteiten organiseert. Zo organiseert de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen een 'abdijweekend', om studenten in een oud klooster een weekend lang te laten nadenken over hun eigen loopbaan. Daarnaast houden de Career Services de Radboud Career Days, dagen waarop aandacht is voor het vinden van een baan. Tijdens deze dagen kunnen studenten workshops volgen om zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Dat de Career Services dit aanbieden is goed, maar het lijkt wel alsof zij verborgen zijn onder een onzichtbaarheidsmantel. In het beste geval merken de studenten de maandelijkse reclamemailtjes op, maar veel studenten weten niet eens dat er een Career Service bestaat. Tegelijkertijd hebben Career Service Officers niet de tijd om alle studenten te helpen. De drukte die extra reclame zou opleveren, is voor de huidige samenstelling van de Career Services niet behapbaar. De Career Services moeten in het belang van de student zichtbaarder worden, daarom wordt het tijd dat de Radboud Universiteit er meer in investeert.

'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Loopbaanoriëntatie
De Career Services staan los van de opleidingen en helpen studenten met het vinden van een stage, het nakijken van cv's en het verbeteren van sollicitatiebrieven. Een belangrijke dienst in een tijd waarin studenten te maken hebben met het leenstelsel. Het vinden van een baan is namelijk cruciaal, maar omdat de druk om snel af te studeren hoog is, hebben studenten weinig tijd om zich hierop voor te bereiden. Studenten moeten dus goed worden begeleid in hun loopbaanoriëntatie. Caroline Termaat, Career Service Officer aan de Faculteit der Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, ziet dat de oriëntatie nog wel eens mis gaat. 'We merken dat net-afgestudeerden beroepsperspectief missen, ze weten na hun opleiding niet waar ze moeten beginnen.'

Rector magnificus Han van Krieken vindt daarentegen dat loopbaanoriëntatie niet alleen de taak is van de universiteit. 'Ik wil niet alleen beroepsopleidingen aanbieden', vertelt hij. 'Een student wordt uiteindelijk academicus. Academische vaardigheden moeten dus centraal staan. Die vaardigheden komen ook heel goed van pas in de beroepspraktijk. Daarnaast is het belangrijk ook tijdens de studie aandacht te besteden aan loopbaanoriëntatie, maar daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor studenten.' Het grootste deel van de studenten komt echter niet in de academische wereld terecht. Zij moeten wel goed voorbereid zijn op het betreden van de arbeidsmarkt.

ANS openingsartikel 450xEigen verantwoordelijkheid
'De student heeft de eigen verantwoordelijkheid om zich goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt', vindt Van Krieken. 'De Career Services bieden al veel aan naast de opleiding, maar de student moet er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken.' Het idee van eigen verantwoordelijkheid past volgens Van Krieken binnen een academische opleiding, waarin een student zelf verantwoordelijkheid moet nemen. 'Niet alles moet worden voorgekookt, een student moet ook zelf keuzes maken.' Termaat beaamt dit, 'studenten lijken ook niet altijd interesse te hebben in loopbaanoriëntatie.' Zij vertelt dat er bij activiteiten van de Career Service gemiddeld dertig procent van de aangemelde studenten niet op komt dagen. 'Binnenkort gaan we op excursie naar de Novio Tech Campus, een activiteit die interessant is voor studenten van over de hele faculteit, maar we zijn al blij als er twintig mensen komen.'

Onzichtbaar aanbod
Op dit moment organiseren de Career Services al veel activiteiten, maar deze zijn onvoldoende bekend onder studenten. Vraag aan tien studenten wat de Career Service is, en negen kijken je glazig aan. Dit beaamt Xander van Ulsen, fractievoorzitter van asap. 'Sommigen komen er pas na hun studie achter dat er een Career Service bestaat. Dat is natuurlijk te laat.'

Omdat de loopbaanoriëntatie volgens Van Krieken grotendeels de verantwoordelijkheid van de student is, moet de universiteit er wel voor zorgen dat de studenten deze verantwoordelijkheid ook kunnen nemen. Het is van belang dat de Career Services beter zichtbaar worden. Maar om daar iets aan te doen, moet eerst het onderliggende probleem worden aangepakt. Op dit moment heeft de Career Service niet de middelen om elke student goed te kunnen helpen. Sander van der Goes, fractievoorzitter van AKKUraatd, herkent dit probleem. 'De Career Service heeft vaak niet eens veertig uur in de week om bezig te zijn met loopbaanoriëntatie per faculteit. Dat is gek, zeker als je bedenkt dat er duizenden studenten studeren aan elke faculteit. Het een leidt tot het ander, als je de Career Services beter zichtbaar wil maken, moet je er ook voor zorgen dat zij meer uren hebben. Anders doe je het allemaal voor niets', zegt Van der Goes. Hij vindt dat er meer middelen beschikbaar moeten komen, of dat er anders efficiënter gewerkt moet worden. 'De faculteit der Managementwetenschappen heeft al een online carrièreplatform, waarop studenten alles omtrent bedrijfsoriëntatie mee kunnen krijgen. Door dit ook op de rest van de universiteit in te voeren, worden de diensten van de Career Service beter zichtbaar voor studenten.' Al met al is de Career Service een mooi initiatief. Helaas is de dienst te slecht zichtbaar voor studenten. Het is dus van belang dat de Career Services de tijd krijgen om alle studenten te helpen, ook als de drukte toeneemt door de grotere bekendheid. Dan pas kan de student echt zijn verantwoordelijkheid nemen. Met als resultaat dat studenten straks wel weten wat ze later willen worden.

 

 

Lees meer

Over de coke

Drugsgebruik onder studenten komt steeds vaker voor. Zo ook bij Daan, die tijdens zijn studie verslaafd raakte aan cocaïne. Om het onderwerp uit de taboesfeer te halen, deelt hij zijn verhaal. 'Waar de meeste mensen opstaan met een kop koffie, stond ik op met een lijntje.'

Tekst:
 Jeyna Sow
Foto's: Rosemarijn Muijnen en Rein Wieringa

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Daan afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. 'Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving', vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Daan het onderwerp uit de taboesfeer te halen.'

 ANS Coke 750x

Sociale ongemakken
Daan is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Daan. 'Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen', vertelt hij. 'Van mijn twaalfde tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.' Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiken van drugs. 'In de periode dat ik World of Warcraft speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen', legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Daan probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. 'Het ging dan niet over wiet, maar over XTC of coke.' Door het gebruik van cocaïne had Daan minder moeite met sociaal contact en voelde hij zich een interessanter persoon dan wanneer hij nuchter was. 'Ik probeerde voor mijn sociale zwakke punten te compenseren', geeft hij toe. Waar de meeste mensen opstaan met een kop koffie, stond Daan op met een lijntje. 'Er lag vaak nog coke naast mijn bed van de avond ervoor. Zo werd ik wakker', vertelt hij zichtbaar aangedaan. 'Nu ik hierover vertel, krijg ik weer hartkloppingen. Praten over coke brengt me in mijn gedachten terug naar deze donkere periode in mijn leven.' Na het roken van een sigaretje is hij weer wat rustiger. 'Ja, dat was coke voor mij. Het gaf me uiteindelijk als enige het gevoel dat ik degene was die ik wilde zijn. Deze Daan moest ik van mezelf zijn.'

'Diep vanbinnen wist ik echt wel dat het slecht was waar ik mee bezig was, maar toch ging ik door.'

Leven met een lijntje
Hoewel Daan met drugs het beste in zichzelf naar boven wilde halen, gebeurde juist het tegenovergestelde. 'Ik heb mijn bachelor Psychologie wel afgerond, maar vraag me niet hoe. Soms zat ik zelfs te leren met een lijntje ernaast.' Op zijn dieptepunt gebruikte Daan elke dag, waardoor hij niet meer normaal kon functioneren. 'Diep vanbinnen wist ik echt wel dat het slecht was waar ik mee bezig was, maar toch ging ik door.' Om zijn verslaving te verbloemen, loog hij alles bij elkaar. 'Ik moest vaak een smoes bedenken om een afspraak met mijn moeder af te zeggen, omdat ik weer had gesnoven. Uiteindelijk was ik alleen nog maar bezig met mijn coke.' Daan slikt even. 'Hierdoor verloor ik het contact met mijn ouders en mijn vrienden.'

CokeVierkant 450xZelfs dit verbroken contact was voor Daan niet genoeg om te stoppen, ook al deed dit hem ontzettend veel pijn. 'Er zijn verschillende momenten geweest waarop ik probeerde te stoppen, maar de ontwenningsverschijnselen waren te heftig. Ik had nergens energie voor en voelde me erg somber.' Ontwennen is niet alleen lichamelijk zwaar, maar kan ook tot hevige nachtmerries leiden, vertelt hij. 'Ik dacht dat ik dood zou gaan als ik cold turkey zou stoppen.'

Het omslagpunt kwam pas na een extreem geëscaleerde avond. 'Samen met een vriend, die sporadisch gebruikte, ging ik aan de coke. Dat liep zo ontzettend uit de hand dat er overal in huis coke lag en ik drie dagen achter elkaar wakker was.' Na deze drie dagen stuurde zijn vriend hem naar huis, maar hij durfde zich niet aan zijn ouders te vertonen. Omdat hij niet wist waar hij naartoe moest gaan, belde hij bij een willekeurig huis aan. Zijn ogen lichten even op als hij terugdenkt aan wie de deur opendeed. '99 van de 100 mensen zouden me geweigerd hebben als ze me in de deuropening hadden zien staan. Maar deze vrouw keek naar me en nodigde me in haar huis uit. Hier hebben we lang over mijn verslaving gepraat.' Na dit gesprek besloten Daan en de vrouw, die toevallig zelf Psychologie had gestudeerd, dat hij alles op zou biechten aan zijn ouders.

In therapie
Vanaf toen ging het snel voor Daan. 'Na een verslaving van vijf jaar zat ik al een week na het gesprek in een kliniek', vertelt hij opgewekt. 'Ik deed de eerste week nog niet mee aan de therapiesessies, omdat ik zo ongelofelijk fucked up was. Het enige wat ik deed was slapen en gezond eten om alle slechte stoffen uit mijn lichaam te krijgen.' Na deze zeven dagen begon Daan met een speciaal samengesteld dagprogramma. 'Ik kreeg sessies over sociale vaardigheden, mindfulness en zelfs over psychologische mechanismen. Die kwamen mij natuurlijk bekend voor', lacht hij.

Na zes weken werd Daan uit de kliniek ontslagen. Op dat moment voelde hij zich erg onzeker. 'Ik voelde me naakt toen ik uit de kliniek kwam en vroeg me af wat voor persoon ik was.' Net als aan het begin van zijn studie kwam hij in een nieuwe omgeving terecht, maar nu kon hij op een betere manier omgaan met zijn gevoelens. 'Ik realiseerde me dat ik onder invloed van coke juist mezelf niet was', concludeert hij. 'Pas nuchter, ging ik nadenken over de belangrijke dingen in het leven, zoals goed contact met mijn ouders en eerlijk zijn. Als verslaafde ervaar je zoveel ruis, waardoor je dat niet inziet.'

'Het hebben van een verslaving is nu nog erg onbegrepen.'

Uit de taboesfeer
Vanwege zijn nieuwe positieve instelling begon Daan aan een master waarin hij zich richtte op verslavingen. 'Liever dat dan een lijntje snuiven', grapt hij. Hij stortte zich met volle overgave op zijn studie, waar hij hard voor werkte. 'Ik ben erg perfectionistisch en wil goed zijn in alles wat ik doe, dat zit wel een beetje in me. Het is bijna obsessief. Zo wilde ik bijvoorbeeld ook goed zijn in snuiven', vertelt hij met een knipoog. Later in zijn master begon hij met het schrijven van zijn scriptie met als onderwerp het voorspellen van verslavingen. Hoewel Daan dit met veel plezier schreef, vond hij het af en toe wel confronterend. 'Een belangrijk deel van mijn scriptie gaat over trauma's en hechtingsproblemen in de jeugd. Dat raakte me persoonlijk, maar gelukkig zat ik in een positieve fase van mijn leven en wilde ik het afmaken.' Tijdens het schrijven van zijn scriptie merkte Daan dat er een groot taboe bestaat rondom verslavingen. 'Het hebben van een verslaving is nu nog erg onbegrepen', stelt Daan. 'Mensen denken er vaak te makkelijk over en zeggen: "Je kunt toch ook gewoon niet snuiven". Helaas werkt het niet zo, omdat verslaafden vaak veranderen in irrationele mensen.'

Volgens Daan komen zulke simplistische opmerkingen vooral voort uit onwetendheid. 'In mijn studie Psychologie is het woord verslaving misschien twee keer voorbijgekomen', geeft hij als voorbeeld. Dit is een probleem, omdat verslaving onder studenten vaker voorkomt dan de meesten denken. 'Niet alleen alcohol is sociaal geaccepteerd. De studentencultuur is over het algemeen vrij ongezond. Coke kun je nu voor twintig euro van de straat plukken en XTC wordt ook steeds vaker gebruikt. Veel mensen slikken een pilletje op een feestje zonder te realiseren wat voor gevolgen het kan hebben', vertelt Daan. 'Daarom moet er meer bewustwording komen voor verslaving.'

'Daan' is een gefingeerde naam. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.

 

Lees meer

Over moslims gesproken

Over de voormalige moslim mag meer worden gesproken, vindt de Rotterdamse journalist Rachid Benhammou. Daarom schreef hij met Boris van der Ham het boek Nieuwe vrijdenkers, waarin twaalf mensen die de islam achter zich hebben gelaten hun verhaal doen. 'De moslim, of ex-moslim, bestaat niet.'

Tekst: Jonathan Janssen
Foto's: Erik van Zummeren

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De helft van de mensen die hun verhaal vertelt in het boek Nieuwe vrijdenkers leidt een dubbelleven, omdat ze hun islamitische omgeving niet teleur willen stellen. Ze geloven namelijk niet meer in Allah. Samen met Boris van der Ham van het Humanistisch Verbond besloot journalist Rachid Benhammou twaalf verhalen te bundelen van Nederlanders die geen moslim meer willen zijn. 'Een dergelijk boek was er nog niet. Wij hopen dat het gesprek over voormalige moslims hierdoor wordt opengebroken.' De publicatie leidde tot honderden reacties op sociale media, van positieve geluiden tot haatgeluiden. 'We hadden wel boze reacties verwacht, maar dit was wel heel triest.' In een Midden-Oosters restaurant in Rotterdam vertelt Benhammou verontwaardigd en soms zelfs kwaad over conservatieve Arabische invloeden op de islam, zijn eigen verhaal en de rol die hij voor de gematigde moslim ziet weggelegd. 'Gematigde moslims zijn veel te stil.'

Benhammou groot

Is het voor moslims moeilijk om hun geloofstwijfels met hun omgeving te bespreken?
'Vaak gaat dat niet makkelijk, nee. Zo vertellen veel van de geïnterviewden hun verhaal anoniem, omdat ze bang zijn voor de reactie van hun omgeving. Ze zijn niet zozeer bang voor de reacties die zij zelf krijgen van familie en vrienden, maar willen vooral hun ouders beschermen voor commentaar over hun afvallige kind. Een schrijver die we hebben geïnterviewd, beschreef dit heel mooi: "Mijn grootste strijd was niet met mijn ouders, maar met mijn omgeving." De sociale druk in de islamitische gemeenschap is immens.

'Je zou denken dat jongere moslims zulke twijfels beter met elkaar kunnen bespreken dan de oudere generaties dat onder elkaar kunnen. Op school leren ze namelijk over wetenschappelijke theorieën die niet stroken met de leer van de islam, zoals de evolutietheorie van Darwin. Juist islamitische jongeren blijken er echter veel conservatievere denkbeelden op na te houden dan hun ouders of grootouders. De eerdere generaties waren in hun land van herkomst vaak best liberaal. Het komt zelfs voor dat jongeren hun ouders afvalligen noemen.'

Hoe komt het dat die jongeren conservatiever zijn?
'Veel jongeren worden beïnvloed door een panarabistische en conservatieve interpretatie van de islam, die zich via de satelliet, internet en sociale media verspreidt. Deze conservatieve stromingen komen uit het Midden-Oosten, en dan vooral uit Saudi-Arabië. Het panarabisme is de bijbehorende politieke ideologie die de islam probeert te arabiseren. Zo zeggen panarabisten dat Arabisch de taal van het paradijs is en dat daarom alle moslims Arabisch moeten kunnen spreken en lezen. Dat is natuurlijk belachelijk, alsof God maar een taal spreekt. In Indonesië, het land met de meeste moslims, spreken ze geen Arabisch. Toch is de invloed van het panarabisme groot, ook hier in Nederland.'

'Familie en vrienden hebben vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt.'

Wat voor gevolgen heeft het Arabisme in Nederland?
'In Nederland wonen bijvoorbeeld 400.000 mensen met een Marokkaanse achtergrond, waarvan 90 procent Berbers is en geen Arabisch spreekt. Toch worden er voor deze groep vanuit de Nederlandse overheid al dertig jaar koranlessen 'in eigen taal' gesubsidieerd. Die koranlessen zijn echter in het Arabisch, terwijl kinderen met een Marokkaanse achtergrond die taal helemaal niet spreken. Nederlanders verspreiden dus onbewust het panarabisme.'

Wat moet er gebeuren om islamitisch conservatisme en panarabisme tegen te gaan?
'Het is tijd voor meer progressievere stromingen in de islam. Je zou kunnen zeggen dat de islam achterloopt op het christendom; het ontstond immers 600 jaar later. Vanuit dat perspectief zou er nu ook een soort Verlichting moeten plaatsvinden in de islam, zoals die zich een paar honderd jaar geleden ook voltrok in de christelijke wereld. De islamitische Verlichting zal voorlopig echter niet beginnen als westerse landen als Nederland zaken blijven doen met landen als Saudi-Arabië, de oorsprong van de conservatieve invloeden die zich nu verspreiden.'

Identificeren voormalige moslims zich nog wel met de moslimgemeenschap, die steeds conservatiever wordt?
'Alle mensen die we hebben geïnterviewd zeggen dat geloof voor hen losstaat van familie en cultuur. Familie en vrienden hebben wel vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt. Een aantal van de geïnterviewden wil ook nog graag het Suikerfeest blijven vieren, ook al hebben ze die religieuze achtergrond niet meer. Je zou dat kunnen vergelijken met niet-christelijke Nederlanders die nog steeds Kerstmis en carnaval vieren.'

Hoe was het voor uzelf om de islam te verlaten?
'Mijn verhaal is best wel saai. Mijn ouders waren praktiserend moslim, maar op een liberale manier. Bij ons thuis was religie belangrijk, maar school nog belangrijker. Mijn ouders hebben mij geleerd om kritisch na te denken. Toen ik veertien of vijftien was, vertelde ik hen dat ik me niet thuis voelde in de islam en zei dat ik mijn eigen pad ging bewandelen. Mijn ouders vonden dat niet leuk, maar ze hebben het geaccepteerd.

'Mijn omgeving vroeg of ik wel op mijn hoede was bij het schrijven van dit boek.'

'Ik identificeer me nog wel met andere Berbers, ook degenen die nog moslim zijn. Zoals 90 procent van de Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond ben ik Berber, ofwel Amazigh. De Amazigh-cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika is duizenden jaren oud, veel ouder dan de islam. Ook mijn zoontje, die niet gelovig wordt opgevoed, probeer ik wat bij te brengen over zijn achtergrond. Zo leer ik hem wat woordjes in het Berbers en neem ik hem mee naar Amazigh-festivals.'

Voor u was het dus relatief makkelijk om naar buiten te komen als niet-gelovige. Een paar van de verhalen in Nieuwe vrijdenkers zijn vrij dramatisch, zoals die van Halima, die geen contact meer heeft met haar familie. Zijn die dan wel representatief?
'Ja, maar ik heb er best wel op gehamerd dat er niet alleen maar heel ellendige verhalen in het boek zouden komen. We wilden een divers beeld schetsen van hoe het is om als moslim te besluiten dat je niet meer gelooft. Dat hoeft niet altijd met veel problemen en drama gepaard te gaan. We zeggen dan ook: de typische moslim bestaat niet, de typische ex-moslim ook niet.

'Over ex-moslims gesproken, ik haat dat woord. Ik gebruik liever "voormalige moslim". Een aantal voormalige moslims heeft zich nooit moslim gevoeld. Je bent eigenlijk maar even ex-moslim in je transitieperiode van gelovige naar niet-gelovige. Daarna ben je gewoon weer moeder, vader, vrouw, of welke rol je dan ook voor jezelf ziet weggelegd in de maatschappij.'

Benhammou groot 2Hoe reageren conservatieve moslims op de verhalen uit het boek?
'Vrijwel direct na het uitbrengen van het boek kwamen er honderden reacties binnen van Nederlandse islamitische jongeren. Ze schelden en vloeken tegen de mensen in het boek. Anderen zeggen dat de verhalen in het boek leugens zijn, dat de geïnterviewden worden betaald om de islam in een kwaad daglicht te zetten. Sommige moslims reageren iets milder door te zeggen dat ze het prima vinden dat deze mensen niet meer geloven, maar dat ze daar niet mee te koop hoeven lopen.

'Gelukkig zijn er ook positieve reacties op het boek, maar die komen van ongelovigen en van meer liberale moslims. De gematigde moslims, de meerderheid, hoor je niet of nauwelijks. Die groep hoort eigenlijk het voortouw te nemen en zich publiekelijk uit te spreken tegen dit soort haat. Zij zouden ook de radicalen moeten wijzen op de vrijheid van het geloof. Ik verwijt die groep gematigde moslims dat ze hun mond niet vaker opentrekken. Van de honderden reacties op Facebook waren er maar een handvol mensen die zich afvroegen waar die scheldpartijen voor nodig waren. Meer gematigde moslims lezen mee, maar houden hun mond. Dan denk ik: waarom laat je je nu niet horen? Deze mensen spreken zich wel uit als iemand als Geert Wilders de islam aanvalt, maar ze komen niet op voor iemand die de keuze heeft gemaakt uit de islam te stappen. Ze worden boos als hun hele bevolkingsgroep gelijk wordt gesteld aan een kleine groep

...
Lees meer

Over moslims gesproken

Over de voormalige moslim mag meer worden gesproken, vindt de Rotterdamse journalist Rachid Benhammou. Daarom schreef hij met Boris van der Ham het boek Nieuwe vrijdenkers, waarin twaalf mensen die de islam achter zich hebben gelaten hun verhaal doen. 'De moslim, of ex-moslim, bestaat niet.'

Tekst: Jonathan Janssen
Foto's: Erik van Zummeren

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De helft van de mensen die hun verhaal vertelt in het boek Nieuwe vrijdenkers leidt een dubbelleven, omdat ze hun islamitische omgeving niet teleur willen stellen. Ze geloven namelijk niet meer in Allah. Samen met Boris van der Ham van het Humanistisch Verbond besloot journalist Rachid Benhammou twaalf verhalen te bundelen van Nederlanders die geen moslim meer willen zijn. 'Een dergelijk boek was er nog niet. Wij hopen dat het gesprek over voormalige moslims hierdoor wordt opengebroken.' De publicatie leidde tot honderden reacties op sociale media, van positieve geluiden tot haatgeluiden. 'We hadden wel boze reacties verwacht, maar dit was wel heel triest.' In een Midden-Oosters restaurant in Rotterdam vertelt Benhammou verontwaardigd en soms zelfs kwaad over conservatieve Arabische invloeden op de islam, zijn eigen verhaal en de rol die hij voor de gematigde moslim ziet weggelegd. 'Gematigde moslims zijn veel te stil.'

Benhammou groot

Is het voor moslims moeilijk om hun geloofstwijfels met hun omgeving te bespreken?
'Vaak gaat dat niet makkelijk, nee. Zo vertellen veel van de geïnterviewden hun verhaal anoniem, omdat ze bang zijn voor de reactie van hun omgeving. Ze zijn niet zozeer bang voor de reacties die zij zelf krijgen van familie en vrienden, maar willen vooral hun ouders beschermen voor commentaar over hun afvallige kind. Een schrijver die we hebben geïnterviewd, beschreef dit heel mooi: "Mijn grootste strijd was niet met mijn ouders, maar met mijn omgeving." De sociale druk in de islamitische gemeenschap is immens.

'Je zou denken dat jongere moslims zulke twijfels beter met elkaar kunnen bespreken dan de oudere generaties dat onder elkaar kunnen. Op school leren ze namelijk over wetenschappelijke theorieën die niet stroken met de leer van de islam, zoals de evolutietheorie van Darwin. Juist islamitische jongeren blijken er echter veel conservatievere denkbeelden op na te houden dan hun ouders of grootouders. De eerdere generaties waren in hun land van herkomst vaak best liberaal. Het komt zelfs voor dat jongeren hun ouders afvalligen noemen.'

Hoe komt het dat die jongeren conservatiever zijn?
'Veel jongeren worden beïnvloed door een panarabistische en conservatieve interpretatie van de islam, die zich via de satelliet, internet en sociale media verspreidt. Deze conservatieve stromingen komen uit het Midden-Oosten, en dan vooral uit Saudi-Arabië. Het panarabisme is de bijbehorende politieke ideologie die de islam probeert te arabiseren. Zo zeggen panarabisten dat Arabisch de taal van het paradijs is en dat daarom alle moslims Arabisch moeten kunnen spreken en lezen. Dat is natuurlijk belachelijk, alsof God maar een taal spreekt. In Indonesië, het land met de meeste moslims, spreken ze geen Arabisch. Toch is de invloed van het panarabisme groot, ook hier in Nederland.'

'Familie en vrienden hebben vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt.'

Wat voor gevolgen heeft het Arabisme in Nederland?
'In Nederland wonen bijvoorbeeld 400.000 mensen met een Marokkaanse achtergrond, waarvan 90 procent Berbers is en geen Arabisch spreekt. Toch worden er voor deze groep vanuit de Nederlandse overheid al dertig jaar koranlessen 'in eigen taal' gesubsidieerd. Die koranlessen zijn echter in het Arabisch, terwijl kinderen met een Marokkaanse achtergrond die taal helemaal niet spreken. Nederlanders verspreiden dus onbewust het panarabisme.'

Wat moet er gebeuren om islamitisch conservatisme en panarabisme tegen te gaan?
'Het is tijd voor meer progressievere stromingen in de islam. Je zou kunnen zeggen dat de islam achterloopt op het christendom; het ontstond immers 600 jaar later. Vanuit dat perspectief zou er nu ook een soort Verlichting moeten plaatsvinden in de islam, zoals die zich een paar honderd jaar geleden ook voltrok in de christelijke wereld. De islamitische Verlichting zal voorlopig echter niet beginnen als westerse landen als Nederland zaken blijven doen met landen als Saudi-Arabië, de oorsprong van de conservatieve invloeden die zich nu verspreiden.'

Identificeren voormalige moslims zich nog wel met de moslimgemeenschap, die steeds conservatiever wordt?
'Alle mensen die we hebben geïnterviewd zeggen dat geloof voor hen losstaat van familie en cultuur. Familie en vrienden hebben wel vaak het gevoel dat zij ook in de steek worden gelaten als iemand uit de islam stapt. Een aantal van de geïnterviewden wil ook nog graag het Suikerfeest blijven vieren, ook al hebben ze die religieuze achtergrond niet meer. Je zou dat kunnen vergelijken met niet-christelijke Nederlanders die nog steeds Kerstmis en carnaval vieren.'

Hoe was het voor uzelf om de islam te verlaten?
'Mijn verhaal is best wel saai. Mijn ouders waren praktiserend moslim, maar op een liberale manier. Bij ons thuis was religie belangrijk, maar school nog belangrijker. Mijn ouders hebben mij geleerd om kritisch na te denken. Toen ik veertien of vijftien was, vertelde ik hen dat ik me niet thuis voelde in de islam en zei dat ik mijn eigen pad ging bewandelen. Mijn ouders vonden dat niet leuk, maar ze hebben het geaccepteerd.

'Mijn omgeving vroeg of ik wel op mijn hoede was bij het schrijven van dit boek.'

'Ik identificeer me nog wel met andere Berbers, ook degenen die nog moslim zijn. Zoals 90 procent van de Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond ben ik Berber, ofwel Amazigh. De Amazigh-cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika is duizenden jaren oud, veel ouder dan de islam. Ook mijn zoontje, die niet gelovig wordt opgevoed, probeer ik wat bij te brengen over zijn achtergrond. Zo leer ik hem wat woordjes in het Berbers en neem ik hem mee naar Amazigh-festivals.'

Voor u was het dus relatief makkelijk om naar buiten te komen als niet-gelovige. Een paar van de verhalen in Nieuwe vrijdenkers zijn vrij dramatisch, zoals die van Halima, die geen contact meer heeft met haar familie. Zijn die dan wel representatief?
'Ja, maar ik heb er best wel op gehamerd dat er niet alleen maar heel ellendige verhalen in het boek zouden komen. We wilden een divers beeld schetsen van hoe het is om als moslim te besluiten dat je niet meer gelooft. Dat hoeft niet altijd met veel problemen en drama gepaard te gaan. We zeggen dan ook: de typische moslim bestaat niet, de typische ex-moslim ook niet.

'Over ex-moslims gesproken, ik haat dat woord. Ik gebruik liever "voormalige moslim". Een aantal voormalige moslims heeft zich nooit moslim gevoeld. Je bent eigenlijk maar even ex-moslim in je transitieperiode van gelovige naar niet-gelovige. Daarna ben je gewoon weer moeder, vader, vrouw, of welke rol je dan ook voor jezelf ziet weggelegd in de maatschappij.'

Benhammou groot 2Hoe reageren conservatieve moslims op de verhalen uit het boek?
'Vrijwel direct na het uitbrengen van het boek kwamen er honderden reacties binnen van Nederlandse islamitische jongeren. Ze schelden en vloeken tegen de mensen in het boek. Anderen zeggen dat de verhalen in het boek leugens zijn, dat de geïnterviewden worden betaald om de islam in een kwaad daglicht te zetten. Sommige moslims reageren iets milder door te zeggen dat ze het prima vinden dat deze mensen niet meer geloven, maar dat ze daar niet mee te koop hoeven lopen.

'Gelukkig zijn er ook positieve reacties op het boek, maar die komen van ongelovigen en van meer liberale moslims. De gematigde moslims, de meerderheid, hoor je niet of nauwelijks. Die groep hoort eigenlijk het voortouw te nemen en zich publiekelijk uit te spreken tegen dit soort haat. Zij zouden ook de radicalen moeten wijzen op de vrijheid van het geloof. Ik verwijt die groep gematigde moslims dat ze hun mond niet vaker opentrekken. Van de honderden reacties op Facebook waren er maar een handvol mensen die zich afvroegen waar die scheldpartijen voor nodig waren. Meer gematigde moslims lezen mee, maar houden hun mond. Dan denk ik: waarom laat je je nu niet horen? Deze mensen spreken zich wel uit als iemand als Geert Wilders de islam aanvalt, maar ze komen niet op voor iemand die de keuze heeft gemaakt uit de islam te stappen. Ze worden boos als hun hele bevolkingsgroep gelijk wordt gesteld aan een kleine groep

...
Lees meer

Radboud, Change Perspective

Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap.

Tekst: Joep Dorna en Julia Mars
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben.

Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. 'Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma's, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden', vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.

Illustratie Openings ANS 7 groot

Outside the box-denken
Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. 'Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. "Het moet op deze manier, want zo doen wij het", gebruiken ze als argument.'Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie.

Interdisciplinair brood bakken
Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. 'Het is belangrijk dat je vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen', legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. 'Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.' De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma's aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen.

Leren samenwerken met andere disciplines is geen extraatje, maar broodnodig.

Grenzeloos bedrijfsleven
Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. 'Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder', betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. 'Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega's hebben gestudeerd', zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig.

Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra's willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines.

Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt.

 

Lees meer

Radboud, Change Perspective

Veel Nederlandse universiteiten bieden interdisciplinaire minoren aan. De Radboud Universiteit blijft achter en doet nauwelijks moeite om studenten over de schutting van hun eigen opleiding te laten kijken. Zonde, want interdisciplinair onderwijs zorgt voor betere studenten en betere wetenschap.

Tekst: Joep Dorna en Julia Mars
Illustratie: Simone Zwitserloot

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

De grootste uitvinders beheersen vaak meerdere disciplines. Steve Jobs, de oprichter van Apple, zag dat de toenmalige telefoons technisch goed waren gebouwd, maar nog niet aantrekkelijk waren voor het grote publiek. Hij gebruikte zijn vaardigheden als industrieel ontwerper en marketeer om telefoons met touchscreens tot een succes te maken. Het voorbeeld van Jobs laat zien dat een brede visie veel voordelen kan hebben.

Hoewel het beheersen van meerdere disciplines dus voordelig kan zijn, kiest de Radboud Universiteit (RU) er bewust voor om dit links te laten liggen. 'Binnen de bachelor kiezen wij voor disciplinaire programma's, waarin ruimte is voor verdieping, voordat je je gaat verbreden', vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. De mogelijkheden tot interdisciplinair studeren zijn beperkt en onderbelicht. Een van de opties is het volgen van een vrije minor, waarbij studenten zelf een vakkenpakket kunnen samenstellen. Bij sommige studies, zoals bij Rechtsgeleerdheid, is deze optie er niet. Bovendien zijn de eisen waaraan de vrije minor moet voldoen lastig te achterhalen en erg vaag. Tot slot bestaat er nog de mogelijkheid dat de examencommissie het voorstel afwijst. Een gestructureerd aanbod aan interdisciplinair onderwijs is er op de RU niet, waardoor studenten die over de schutting willen kijken, worden gedwongen om een vrije minor samen te stellen. Het wordt daarom hoog tijd dat de universiteit een vast pakket aan interdisciplinaire minoren gaat aanbieden.

Illustratie Openings ANS 7 groot

Outside the box-denken
Wanneer studenten niet leren om problemen vanuit meerdere invalshoeken te benaderen, kan dit leiden tot tunnelvisie. Binnen een discipline werken wetenschappers veelal op dezelfde manier, met dezelfde methoden en theorieën. Een disciplinaire aanpak heeft als voordeel dat studenten veel kennis binnen hun eigen vakgebied opdoen, maar tegelijkertijd ontwikkelen ze door deze benadering oogkleppen voor andere disciplines. Tsjalling Swierstra, hoogleraar Filosofie aan de Universiteit Maastricht, waarschuwt voor de gevolgen hiervan. 'Sommige wetenschappers beweren dat bepaalde andere disciplines geen echte wetenschap zouden zijn. "Het moet op deze manier, want zo doen wij het", gebruiken ze als argument.'Zo hebben studenten Sociologie vaak commentaar op het gebrek aan kwantitatief onderzoek binnen de studie Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en vinden studenten Moleculaire Levenswetenschappen dat Biologie geen echte bètastudie is. Deze onwetendheid kan voortkomen uit het gebrek aan kennis van elkaars studie.

Interdisciplinair brood bakken
Ook weerhoudt deze onwetendheid studenten ervan verschillende visies op een probleem te ontwikkelen. Dit is een van de redenen waarom de Universiteit van Amsterdam (UvA) het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) heeft opgericht. 'Het is belangrijk dat je vanaf het begin van je studie verschillende perspectieven op hetzelfde probleem leert kennen', legt IIS-directeur Lucy Wenting uit. 'Als je je eerst gaat verdiepen in een specifiek vakgebied, is het veel lastiger om daarna nog een open blik te houden.' De UvA biedt dan ook verschillende interdisciplinaire minors en bachelorprogramma's aan, zoals de bèta-gammabachelor. Hierbij worden elementen van exacte wetenschappen, zoals natuurkunde, gecombineerd met gammawetenschappen, bijvoorbeeld sociologie. Dit levert verrassende projecten op. Zo kwamen vier interdisciplinaire bachelorstudenten van de UvA met het innovatieve idee om van bierbostel, het belangrijkste afvalproduct in het brouwproces, brood te maken. Ook werkten wiskundigen en biologen samen aan de vraag hoe snel kankercellen zich vermenigvuldigen.

Leren samenwerken met andere disciplines is geen extraatje, maar broodnodig.

Grenzeloos bedrijfsleven
Studenten die maar binnen een vakgebied zijn opgeleid, kunnen tegen hindernissen aanlopen wanneer ze de arbeidsmarkt betreden. Hier wordt namelijk wel van hen verwacht dat ze vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken. 'Juist op de universiteit, wat eigenlijk een soort rare subcultuur is, worden de grenzen tussen wetenschappelijke disciplines heel serieus genomen. Daarbuiten gebeurt dat een stuk minder', betoogt Swierstra. Bedrijven hebben geen boodschap aan de hokjes van je studie. 'Veel mensen die in het bedrijfsleven of bij de overheid werken, weten niet eens wat hun collega's hebben gestudeerd', zegt de filosoof. Leren samenwerken met andere disciplines is dus geen extraatje, maar in het bedrijfsleven broodnodig.

Waar de UvA in haar Onderwijsvisie veel belang hecht aan de voordelen van interdisciplinair onderwijs, besteedt de RU hier nauwelijks aandacht aan. Alleen het Honoursprogramma van de RU heeft hier bijzondere belangstelling voor. Dit programma is echter alleen weggelegd voor studenten die naast hun gewone opleiding nog iets extra's willen doen. Studenten die hun handen al vol hebben aan hun eigen voltijd studieprogramma, hebben dus niet dezelfde mogelijkheden tot interdisciplinaire ontwikkeling. Om dit probleem te verhelpen, moet de RU investeren in nieuwe, interdisciplinaire minoren waar studenten bij verschillende disciplines vakken volgen. Op deze manier kunnen studenten proeven van andere disciplines.

Waar andere universiteiten in Nederland er al op hameren hun studenten een brede visie bij te brengen, blijft de RU nog krampachtig vasthouden aan de traditionele disciplinaire benadering. Alleen excellente studenten krijgen de optie een brede visie te ontwikkelen. Dat is jammer, want interdisciplinair onderwijs levert interessante en innovatieve ideeën op. Het wordt tijd dat de RU haar tunnelvisie doorbreekt en haar blik op de horizon verbreedt. Een goede eerste stap om dit doel te bereiken is het aanbieden van interdisciplinaire minoren. Het wordt tijd dat de RU haar slogan Change Perspective in de praktijk brengt.

 

Lees meer

Schuld na de zonde

Steeds vaker is de Nederlandse koloniale geschiedenis onderwerp van discussie. Historicus Gert Oostindie begrijpt de ophef, maar probeert deze geschiedenis ook in de tijdgeest van toen te zien. 'Als ik twee eeuwen geleden aan mensen had gevraagd of de slavernij zou moeten worden afgeschaft, had vrijwel iedereen dat onzin gevonden.'

Tekst: 
Joep Dorna
Foto's: Julia Mars en Vincent Veerbeek

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Optocht 180xjpg'De roofstaat aan het IJ werd groot door slavernij. 'Met deze leus protesteerden socialistische actievoerders in Amsterdam tijdens Keti Koti, het festival ter viering van de afschaffing van de slavernij, tegen de misstanden van Nederland tijdens de koloniale tijd. Tegelijkertijd stellen ook links-activistische academici en politici dat Nederland excuses moet aanbieden voor haar koloniale verleden. Veel Nederlanders hebben moeite met deze discussie. Op welke manier moeten we de koloniale tijd herdenken? En op welke wijze is de koloniale tijd nog steeds van invloed op onze samenleving?

Een belangrijke stem in dit debat is Gert Oostindie. Hij wordt gezien als autoriteit op het vlak van het Nederlandse koloniale verleden en de invloed daarvan op de Nederlandse identiteit. Sinds zijn promotie in Utrecht in 1989 schreef hij zo'n dertig boeken over deze onderwerpen. Hij is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis in Leiden. Onlangs mocht hij de prestigieuze Daendelslezing in het Rijksmuseum in Amsterdam houden over de 'postkoloniale beeldenstorm' die in Nederland zou woeden tegen monumenten uit het koloniale tijdperk. Oostindie is zeer kritisch over het koloniale verleden. Toch krijgt hij zelf ook kritiek vanwege zijn weigering het koloniale verleden zonder meer te veroordelen. 'De uitgangspunten van het kolonialisme deugden niet, maar ik wil niet vanuit hedendaags perspectief met een moralistisch vingertje wijzen naar de VOC-matrozen die ook maar hun werk deden. Begrijpen welke veranderingen ervoor zorgen dat personen van gedachten veranderen, vind ik relevanter. Net als uitzoeken hoe deze veranderingen tegenwoordig van invloed zijn.'

Koloniale wortels
Om de discussie rondom het kolonialisme te begrijpen, is het volgens Oostindie belangrijk om na te gaan waar de groeiende boosheid over het kolonialisme vandaan komt. 'In de kern is de koloniale geschiedenis een racistische geschiedenis, gedreven door het streven naar macht en rijkdom', legt de hoogleraar uit. De koloniën dienden vooral om Nederland rijker te maken. In Indonesië, Suriname, de Antillen en elders deden de Nederlanders aan slavenhandel en onderdrukten ze de bewoners van andere afkomst. Later gingen Nederlanders ook denken dat zij een belangrijke ontwikkelingsmissie moesten volbrengen in de koloniën, in het bijzonder in Nederlands-Indië. Nederlanders vonden zichzelf onmisbaar voor Indonesië en meenden dat het land het zonder het Europese moederland niet zou redden.

'In Indonesië geldt de Nederlandse overheersing als een intermezzo in de geschiedenis van het land. Suriname en de Antillen zijn echter getekend door de Nederlandse overheersing', zegt Oostindie. Waar het grootste deel van de Indonesische bevolking haar oorsprong vindt in het land zelf, bestaat het gros van de huidige Surinaamse en
Antilliaanse bevolking uit afstammelingen van Afrikanen die er als slaven, en Aziaten die er als contractarbeiders werden gebracht. 'Het begrijpen van dit stukje geschiedenis is ontzettend belangrijk om in te zien hoe Nederlanders met een Caribische afkomst omgaan met kolonialisme', legt de historicus uit. 'Zij kunnen zeggen dat zij hier zijn omdat de Nederlanders daar waren.'

Op de agenda
Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 werd er lange tijd niet over de koloniën gepraat. 'Ik ging zelf in het midden van de jaren 70 studeren. In die tijd werd er bijna geen aandacht besteed aan koloniale geschiedenis of aan migranten uit Nederlands-Indië', herinnert Oostindie zich. De Caribische geschiedenis kwam pas op de agenda te staan na de massale verhuizing van Surinamers naar Nederland aan het einde van de jaren 70. In die periode trok een derde van alle Surinamers naar Nederland in de hoop op een beter leven. Ook de trek van inwoners vanuit de Antillen heeft hieraan bijgedragen. 'De postkoloniale migranten hebben ervoor gezorgd dat de koloniale geschiedenis meer als onderdeel van de nationale geschiedenis wordt gezien. Tegenwoordig is het ondenkbaar dat je Geschiedenis studeert zonder iets te horen over de koloniale geschiedenis.'

'Ik loop niet weg voor het trekken van harde conclusies over het kolonialisme.'

Naast deze postkoloniale migratie heeft volgens Oostindie een toenemende belangstelling van wetenschappers bijgedragen aan de steeds groter wordende aandacht voor de koloniale tijd in de samenleving. Daarmee groeit ook de aandacht voor koloniaal geweld en racisme. De afgelopen jaren verschenen van verschillende historici onder andere de boeken Roofstaat, De brandende kampongs van Generaal Spoor en Soldaat in Indonesië over het koloniale verleden van Nederland. In de Canon van de Nederlandse geschiedenis, die zo'n tien jaar geleden werd geïntroduceerd, gaan vijf van de vijftig vensters over het kolonialisme. 'Ik zeg zeker niet dat het koloniale tijdperk altijd voldoende of evenwichtig wordt besproken, maar we doen niet meer alsof het kolonialisme niet heeft bestaan', vertelt Oostindie.

Ook in de politiek krijgen groepen uit de voormalige koloniën steeds meer invloed, waarbij Oostindie de oprichting van het Nationaal Monument Slavernijverleden in 2002 in Amsterdam als keerpunt noemt. 'De overheid beslist wat in de openbare ruimte wordt herdacht. Pas toen meer mensen van Antilliaanse of Surinaamse afkomst op invloedrijke posities in de politiek kwamen, werd dit thema op de politieke agenda gezet.' Wel waarschuwt Oostindie voor staatspedagogiek, waarvan sprake is wanneer de politiek ingrijpt in het debat. 'Toen ik in mijn studietijd voor archiefonderzoek in Cuba werkte, merkte ik hoe heftig daar de communistische waarheid erin werd gedrild. Ik vond het heel leerzaam om te zien hoe het niet moet. De staat moet ruimte bieden voor verschillende perspectieven op de geschiedenis, maar zich zoveel mogelijk op de achtergrond houden.'

Identiteitsoorlog
Over de vraag hoe de rol van Nederland tijdens het kolonialisme moet worden herdacht, zijn veel verschillende meningen. Oostindie heeft moeite met de twee extreme groepen in het debat. 'Aan de ene kant zie je een kamp in de rechts-populistische hoek die kritiek op het kolonialisme direct ziet als blijk van een 'weg met ons'-mentaliteit. Niet voor niets heette de teloorgegane partij van Rita Verdonk Trots op Nederland. Aan de andere kant staat een links-activistisch kamp dat zegt dat wat er nu over het kolonialisme wordt verteld niet ver genoeg gaat. Deze groep reduceert de hele nationale geschiedenis tot kolonialisme en gooit daarbij hedendaags racisme, kolonialisme en kapitalisme op een hoop. Zij zien achter iedere nuancering direct vergoelijking of ontkenning van kolonialisme.'

Het conflict tussen de twee kampen kwam onder andere naar voren in een discussie over de naamswijziging van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With dat vernoemd is naar een viceadmiraal van de VOC. Nadat dat museum vanwege de connotatie met de "foute zeeheld" aankondigde de eigen naam te willen veranderen, werd het ongewild onderdeel van een breder debat over de vraag hoe we onze koloniale "helden" moeten herinneren. Zo stelde de rechtse raadsfractie Leefbaar Rotterdam raadsvragen over de "cultuurbobo's die het uitwissen van onze nationale historie voor ogen hebben". Een collectief van voornamelijk linkse academici en activisten beweerde op hun beurt dat instellingen vernoemd naar VOC-helden de misstanden uit de koloniale tijd "stilzwijgend bevorderen". Volgens hen doen "witte instellingen" nog lang niet voldoende om de misstanden uit het verleden te herstellen.

Oostindie plaatst vraagtekens bij de "oorlogstaal" die beide groepen in hun oordelen gebruiken. 'Ik loop niet weg voor het trekken van harde conclusies over het kolonialisme, maar tegelijkertijd heb ik er veel moeite mee wanneer personen moraliseren met de kennis van nu. Impliciet zeg je daarmee dat je het zelf veel beter gedaan zou hebben.' Volgens Oostindie mist daar zelfreflectie. 'Als ik een lezing houd over slavernij, vraag ik mijn publiek aan het begin wie het ermee oneens is dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is. Nu steekt natuurlijk nooit iemand zijn hand op, maar als ik twee eeuwen geleden in die zaal dezelfde vraag had gesteld, had vrijwel iedereen het afschaffen van de slavernij onzin gevonden.'

Gert 800x600

Makkelijk oordelen
Activistische wetenschappers stellen dat kennis van de koloniale tijd ook belangrijk is, omdat deze nog steeds van invloed is op de huidige Nederlandse identiteit. Een van de leiders van deze stroming, Gloria

...
Lees meer

Side Salad: Meloenlimonade

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

De campus is weer een nieuwe koffiebar rijker. In C, vernoemd naar de welbekende derde letter van het Latijnse alfabet, kun je terecht voor goede koffie in milieuvriendelijke bekertjes, verse broodjes en gebak waar je de laatste euro's op je rekening maar wat graag aan uitgeeft. C ligt in het hart van het Gymnasion en vormt als het ware het voorportaal van de nieuwe gelijknamige theaterzaal van de universiteit. Dankzij deze ligging wordt het etablissement buitengewoon goed bezocht door studenten van de HAN, sporters en de zielen die in de Ondergang wegkwijnen voor diverse hogere doelen.

Met behulp van een eigenzinnig assortiment lijkt C zich te willen onderscheiden van andere horecagelegenheden op de campus, zoals het Cultuurcafé en de Refter. Hier geen kleffe broodjes, vettige nacho's en op koffie gekweekte paddenstoelenburgers. C biedt verse broodjes, wraps en soep van de Verspillingsfabriek. Wil je daar nog wat bij drinken, een glaasje Fanta of Coca Cola misschien? Dan heb je pech. De producten van deze frisdrankgiganten zijn hier niet te koop. Als alternatief kun je kiezen voor de duurzame alternatieven fritz-kola en fritz-limo.

Ja, dat is even schrikken, die onbekende frisdrank. Toch ben ik ook nieuwsgierig. Ik moet denken aan de smaaktest die sitecolumnist Sander Nederveen eerder in C heeft uitgevoerd. Hij trok de bewering dat C de lekkerste koffie van de campus verkocht in twijfel en besloot de proef op de som te nemen. De uitslag: C mag zich terecht beroepen op de sublieme kwaliteit van hun zwarte goud.

Ik besluit Sanders onderzoek voort te zetten en bestel een fritz-limo met meloensmaak. Op de fles en de dop lachen de twee bedenkers van de fritz-producten me vrolijk toe. Ze lijken een beetje op een trendy New Yorks homostel met een Rothko aan de muur en een labradorpup. Leuk flesje dus, maar het draait om de smaak. Die valt eerlijk gezegd een beetje tegen. Ik proef vaag de smaak van meloen en appel, al zit dat laatste er volgens het etiket niet in. Koolzuur zou er wel in moeten zitten, maar die ontbreekt helaas in mijn flesje.

Als het drankje op is, betreur ik dat ik niet voor het bier of die fenomenale koffie ben gegaan. Ik weet nu in ieder geval wel waarom C niet pronkt met de beste frisdrank van de universiteit.

 

Lees meer

Side Salad: Studententypen

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

Het is een willekeurige dag in een willekeurige collegeweek. Tegen beter weten in ben ik weer uit mijn nest gekropen om in de UB te gaan studeren. Ik maak mezelf nog steeds wijs dat ik daar beter kan werken, maar het enige wat ik daar beter doe dan thuis is geld uitgeven (broodjes, koekjes, koffie) en dom naar het volk om me heen kijken. Vooral in dat laatste ben ik bijzonder getalenteerd, al zeg ik het zelf. Het liefst zou ik gewoon de hele dag kijken naar mijn medemens, proberen te ontrafelen waarom die veredelde chimpansee doet wat hij doet.

Op die middagen, als mijn laptop weer voor spek en bonen staat te brommen en het boek op mijn tafel er alleen ter decoratie ligt, denk ik wel eens dat ik mijn roeping heb gemist. Misschien had ik toch Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie moeten studeren? Dan was ik misschien op dit moment wel aan het promoveren op de homo academicus en zijn vele ondersoorten. Een aantal ken ik er al. Zo heb je de korpsballen, de quinoakutten en de ik-heb-dit-tentamen-weer-zó-slecht-gemaakt-en-ik-haal-uiteindelijk-toch-weer-een-negenstudenten. Deze soortnamen passen nog niet geheel in een academisch jargon, maar het begin is er.

Dankzij mijn opleiding als neerlandicus heb ik voor een dergelijk onderzoek allang de juiste literatuur gevonden. Zo werd mijn promotieonderzoek al min of meer uit- gevoerd in de negentiende eeuw en wel door schrijver Johannes Kneppelhout. Deze rechtenstudent uit Leiden (een extreme variant van het korpsballetje) publiceerde onder het pseudoniem Klikspaan een bundel genaamd Studenten-typen. Hierin beschreef hij twaalf categorieën studenten. Een aantal daarvan dwalen in 2018 nog steeds rond op de universiteit. We kennen bijvoorbeeld allemaal wel een 'hoveling', die ene kontenlikker die de professor zelfs zijn broodtrommeltje nadraagt. Of wat dacht je van de 'klaploper', een skere schooier in hart en nieren. Hij zal je nog verraden voor een zakje patatje joppiechips. En op het geld dat je gisteren voor zijn blikje red bull hebt betaald, hoef je ook niet meer te rekenen.

Ook voor Kneppelhout en mij is er een categorie: de 'student-auteur'. Dit miskende genie verdoet zijn kostbare tijd in de bibliotheek door columns te schrijven en zijn medestudenten te classificeren. Aan schoolwerk komt hij daarom nauwelijks toe. Maar niet getreurd. Kneppelhout heeft met zijn studententypen immers wel mooi een plekje in de Nederlandse literatuur weten te bemachtigen. Wie weet slaag ik daar met deze columns ook wel in.

 

Lees meer

Side Salad: Swapfiets

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

'Altijd een werkende fiets.' Dat zijn de gevleugelde woorden van Swapfiets, de nieuwe fietsenmaker annex verhuurder on the block. Het bedrijf – niet bekend van tv, wel van de karakteristieke blauwe voorbanden – neemt stukje bij beetje de campus over met een revolutionair product: een fiets voor studenten die hun tere universiteitshandjes liever niet vies maken. Voor iets meer dan een tientje per maand leent Swapfiets je een stalen ros waar je nauwelijks naar hoeft om te kijken. Zij plakken je lekke band, leggen de ketting terug op zijn plaats en bij diefstal krijg je gewoon een nieuwe. Een maand geleden ben ook ik gezwicht voor deze 'altijd werkende' fiets. Mijn huidige exemplaar stond toen al geruime tijd voor de deur te roesten. Voor- en achterband waren lek, hij maakte vreemde geluiden en bovendien was de bagagedrager er stukje bij beetje afgevallen. Kortom, mijn trouwe tweewieler was morsdood en je weet wat ze zeggen: een man zonder fiets is een vis zonder, uh, laat maar.

Ik vulde het formulier op de website van Swapfiets in en nog de volgende dag nam ik mijn spiksplinternieuwe fiets in ontvangst. De lichte teleurstelling over de kleur wist ik te verbergen. Sindsdien cruise ik als een Froome op mijn swagfiets door Nijmegen. Vooral onder mijn vrienden trekt mijn velo veel bekijks. Ze willen weten of hij lekker rijdt, wat dat grapje nou precies kost en vooral of ik hem gemakkelijk terug kan vinden tussen alle andere swapfietsen.

Daar kan ik kort over zijn: nee. Er zijn dagen waarop ik drie identieke fietsen aantref op de plaats waar ik de mijne heb geparkeerd en ik met behulp van de sleutel moet uitvinden welke dat is. Behalve een eigen karakter mist de swapfiets ook de broodnodige versnellingen en zit de bagagedrager – snelbinders niet inbegrepen – aan de verkeerde kant van het voertuig. Dat is natuurlijk niks voor een kluns zoals ik en het duurde dan ook niet lang of ik liet er een heel bierkrat vanaf flikkeren.

Om toch nog op een positieve noot te eindigen: de Swapfiets wordt geleverd met een ingebouwd vriendennetwerk. Wanneer ik een andere swapfietser passeer, voel ik dat er tussen ons een stilzwijgend verbond bestaat, een soort spirituele connectie. 'Wij hebben het goed', lijken we zonder woorden tegen elkaar te zeggen. Maar je moet het maar zeggen als ik nu van een eenwieler een tandem maak.

 

Lees meer

Side Salad: Vastelaovend

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

Net als een flink deel van de Nijmeegse studenten liggen mijn wortels in Limburg. Deze provincie beroept zich op een aantal exclusieve exportproducten, zoals vlaaien, heuvels en een zekere politicus die zijn haar al bleekte voordat Amerikaanse popsterren het deden. Veruit het belangrijkste is echter de Limburgse vastelaovend, die kortgeleden weer als een orkaan door het zuidelijkste stuk van Nederland raasde. Vlak voor het feest dit jaar losbarstte, was in de documentaire Nao 't Zuuje op NPO3 te zien wat die vastelaovend nou precies inhoudt. Radiopresentator Lex Uiting, die in 2017 in Venlo werd uitgeroepen tot prins carnaval, maakte de film in de hoop de vooroordelen omtrent deze Limburgse traditie te verwerpen. Dat vastelaovend inderdaad geen banaal zuip- en hosfeest is, weet ik uit eigen ervaring. Als echte Venlonaar liep ik immers al van kinds af aan mee in de optochten en polonaises.

Sinds ik in Nijmegen studeer, is mijn enthousiasme voor het feest echter getaand en ben ik er ook anders naar gaan kijken. Kritischer, of in ieder geval vanuit een ander perspectief. Allereerst ligt er natuurlijk een flinke dosis cultural appropriation ten grondslag aan het verkleedfeest en ook de man-vrouwverhouding is niet bepaald gelijk. Zo worden de belangrijkste ceremoniële functies in een carnavalsvereniging steevast door mannen vervuld: prins, vorst, ceremoniemeester etc. De enige positie die een vrouw kan vervullen, is die van 'dansmarieke'. Hoewel haar rol per dorp lichtelijk verschilt, bestaat haar weinig prestigieuze takenpakket vooral uit dansen, cadeaus uitdelen en mannen bekleden met status verschaffende objecten als mantels en scepters. En dan is er ook nog de boerenbruiloft, waarbij een stel in ouderwetse klederdracht in de 'onecht' wordt verbonden. Je raadt het al: nog altijd een heteroseksueel stel.

In Noord-Brabant zijn recentelijk al wat prinsessen gekroond en homoseksuele stellen in het huwelijksbootje gestapt (alaaf!). De Limburgse traditie is echter ouder en gelaagder, wat betekent dat men minder open staat voor veranderingen. 'We doen het immers toch al decennia lang zo', wordt er dan vaak gezegd. Maar is er in de wereld en in Limburg gedurende die decennia niet ook van alles veranderd, zeker wat betreft de visie op gender en seksualiteit?

Bij het horen van mijn kritiek zullen ze in Limburg waarschijnlijk zeggen dat ik een Hollander geworden ben. Of, om het maar te vertalen naar een carnavaleske metafoor: ik ben van een bloemetjesgordijn veranderd in een duffe, politiek-correcte stoflap.

 

Lees meer

Tijdsgeest: Het dna-paspoort

In Tijdsgeest worden iedere editie het verleden of heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Het dna-paspoort.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editite van ANS.

Sinds ruim zestig jaar geleden werd ontdekt dat dna de drager is van erfelijke eigenschappen, is het een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de biologie en daarbuiten. Dna bleek schatten aan informatie over de drager ervan te bevatten. Tegenwoordig sturen steeds meer mensen hun dna op naar commerciële bedrijven om hun hele familiegeschiedenis uit te kunnen lezen. Ook in de medische wereld is het gebruik van dna niet meer weg te denken. Hoe heeft het gebruik van dit dna-profiel zich door de jaren heen ontwikkeld en hoe ziet de toekomst
van het gebruik van dna eruit?

Human Genome Projecttijdlijn dna
Toen de structuur van dna in de jaren vijftig werd ontdekt, dachten wetenschappers dat ze het geheim van het leven hadden ontrafeld. De ontdekking was een mijlpaal in de geschiedenis van de biologie en tevens aanleiding voor het ontstaan van de moleculaire biologie. Wetenschappers in dit onderzoeksveld houden zich vooral bezig met hoe genen in verband staan met de chemische processen die zich in de cellen afspelen. 'In de jaren negentig floreerde de gedachte van het genetisch determinisme', vertelt Hub Zwart, hoogleraar Filosofie van de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. 'Men dacht dat alle menselijke eigenschappen uit de genen af te lezen zouden zijn.' Wetenschappers beloofden een verklaring te kunnen geven voor genetische ziektes en aandoeningen, wanneer ze de functies van alle menselijke genen in kaart zouden kunnen brengen.

De gedachte van genetisch determinisme leidde ook tot weerstand uit de samenleving. 'Veel mensen waren bang voor wat er nog meer met de informatie uit hun dna kon worden gedaan', vertelt Zwart. 'Ze vreesden voor discriminatie op basis van genetische verschillen. Een veelgehoorde angst was bijvoorbeeld dat de informatie bij verzekeraars terecht zou komen en dat dit patiënten zou benadelen.'

Ondanks deze kritiek koos de overheid er toch voor om te investeren in projecten om dna uit te lezen. 'In 1990 ging het grootste biologische samenwerkingsproject ooit van start: het Human Genome Project (HUGO). Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk werkten mee aan dit project, dat in totaal 3 miljard dollar kostte. De wetenschappers wilden op basis van een grote groep donors alle menselijke genen in kaart brengen en zo hun functie vaststellen.

'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden.'

Persoonlijke medicijnen
Toen het HUGO in 2003 tot een eind kwam, stelden de resultaten teleur. Het dna leverde niet zoveel informatie op als gehoopt. 'Lang niet alle menselijke eigenschappen zijn puur uit dna te herleiden. Veel genetische verschillen worden bepaald door andere factoren', legt Zwart uit. Dit betekende het einde voor het idee van genetisch determinisme.

Toch was de informatie uit dna niet helemaal nutteloos. Het kan bijvoorbeeld wel wat vertellen over aanleg voor genetische aandoeningen en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Op deze manier kan dna worden gebruikt om een persoonlijk medisch profiel te schetsen. In de medische wereld wordt al gebruik gemaakt van zo'n persoonlijke schets. Het Leids UMC gebruikt dna bijvoorbeeld om de dosering van sommige medicijnen te bepalen. 'Dit wordt vastgelegd in een soort paspoort', vertelt hoogleraar Klinische Farmacie aan het Leids UMC Henk-Jan Guchelaar. 'Een dokter kan deze informatie vervolgens gebruiken om een gepersonaliseerde dosis van een bepaald medicijn voor te schrijven.'

Ook commerciële bedrijven zijn aan de haal gegaan met dit soort persoonlijke schetsen. 'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden', vertelt Zwart. Bedrijven bieden bijvoorbeeld afkomst- en vaderschapstesten, maar ook adviezen rondom voeding en gezondheid. iGene is een van die bedrijven en biedt klanten na opsturen van hun dna een inschatting van de kans om ziektes als Alzheimer of eierstokkanker te krijgen. 'Dat mensen hier veelvuldig gebruik van maken, laat goed zien dat de angst voor de informatie uit dna is afgezwakt.'

'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten.'

Paspoort voor iedereen?
Een persoonlijk dna-profiel kan veel informatie verstrekken. Zo wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar het creëren van een op dna gebaseerd paspoort voor iedereen. 'Hierbij wordt er een dna-profiel van mensen gemaakt, nog voordat ze medicijnen nodig hebben. Wanneer iemand ziek wordt, kunnen medicijnen meteen in de juiste dosering worden voorgeschreven', vertelt Guchelaar. Dit onderzoek is volgens hem veelbelovend. 'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten. Het zou raar zijn als een dergelijk systeem niet wordt ingevoerd.' Ook Zwart denkt dat de kans groot is dat zo'n paspoort in de toekomst op grote schaal wordt toegepast. 'In de huidige samenleving wordt dit soort informatie steeds belangrijker.'

Toch ziet Guchelaar nog steeds veel argwaan tegenover de ontwikkelingen op het gebied van dna. 'Laatst werd ik voor een nieuwsprogramma geïnterviewd over het paspoort', vertelt hij. 'Daar werd dit vertaald naar "dna-paspoort". Hierdoor dachten veel mensen dat hun complete dna in kaart zou worden gebracht, en dat er zo ook informatie vrij zou komen over de kans dat ze een bepaalde ziekte zoals kanker zouden krijgen.' Volgens Zwart laat dit de paradox van de huidige tijd zien. 'Aan de ene kant willen we steeds meer informatie, maar aan de andere kant vinden mensen hun privacy heel belangrijk en zijn ze bang voor wat er met die informatie gebeurt.' Of we straks allemaal door het leven gaan met een dna-paspoort is dus nog afwachten, maar vast staat dat dna in de toekomst een grotere rol zal gaan spelen.

dnapaspoort 750x

 

Lees meer

Tijdsgeest: Het dna-paspoort

In Tijdsgeest worden iedere editie het verleden of heden en de toekomst van een bepaald fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Het dna-paspoort.

Tekst: Julia Mars
Illustratie: Roos in't Velt

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editite van ANS.

Sinds ruim zestig jaar geleden werd ontdekt dat dna de drager is van erfelijke eigenschappen, is het een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de biologie en daarbuiten. Dna bleek schatten aan informatie over de drager ervan te bevatten. Tegenwoordig sturen steeds meer mensen hun dna op naar commerciële bedrijven om hun hele familiegeschiedenis uit te kunnen lezen. Ook in de medische wereld is het gebruik van dna niet meer weg te denken. Hoe heeft het gebruik van dit dna-profiel zich door de jaren heen ontwikkeld en hoe ziet de toekomst
van het gebruik van dna eruit?

Human Genome Projecttijdlijn dna
Toen de structuur van dna in de jaren vijftig werd ontdekt, dachten wetenschappers dat ze het geheim van het leven hadden ontrafeld. De ontdekking was een mijlpaal in de geschiedenis van de biologie en tevens aanleiding voor het ontstaan van de moleculaire biologie. Wetenschappers in dit onderzoeksveld houden zich vooral bezig met hoe genen in verband staan met de chemische processen die zich in de cellen afspelen. 'In de jaren negentig floreerde de gedachte van het genetisch determinisme', vertelt Hub Zwart, hoogleraar Filosofie van de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. 'Men dacht dat alle menselijke eigenschappen uit de genen af te lezen zouden zijn.' Wetenschappers beloofden een verklaring te kunnen geven voor genetische ziektes en aandoeningen, wanneer ze de functies van alle menselijke genen in kaart zouden kunnen brengen.

De gedachte van genetisch determinisme leidde ook tot weerstand uit de samenleving. 'Veel mensen waren bang voor wat er nog meer met de informatie uit hun dna kon worden gedaan', vertelt Zwart. 'Ze vreesden voor discriminatie op basis van genetische verschillen. Een veelgehoorde angst was bijvoorbeeld dat de informatie bij verzekeraars terecht zou komen en dat dit patiënten zou benadelen.'

Ondanks deze kritiek koos de overheid er toch voor om te investeren in projecten om dna uit te lezen. 'In 1990 ging het grootste biologische samenwerkingsproject ooit van start: het Human Genome Project (HUGO). Verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk werkten mee aan dit project, dat in totaal 3 miljard dollar kostte. De wetenschappers wilden op basis van een grote groep donors alle menselijke genen in kaart brengen en zo hun functie vaststellen.

'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden.'

Persoonlijke medicijnen
Toen het HUGO in 2003 tot een eind kwam, stelden de resultaten teleur. Het dna leverde niet zoveel informatie op als gehoopt. 'Lang niet alle menselijke eigenschappen zijn puur uit dna te herleiden. Veel genetische verschillen worden bepaald door andere factoren', legt Zwart uit. Dit betekende het einde voor het idee van genetisch determinisme.

Toch was de informatie uit dna niet helemaal nutteloos. Het kan bijvoorbeeld wel wat vertellen over aanleg voor genetische aandoeningen en de gevoeligheid voor bepaalde medicijnen. Op deze manier kan dna worden gebruikt om een persoonlijk medisch profiel te schetsen. In de medische wereld wordt al gebruik gemaakt van zo'n persoonlijke schets. Het Leids UMC gebruikt dna bijvoorbeeld om de dosering van sommige medicijnen te bepalen. 'Dit wordt vastgelegd in een soort paspoort', vertelt hoogleraar Klinische Farmacie aan het Leids UMC Henk-Jan Guchelaar. 'Een dokter kan deze informatie vervolgens gebruiken om een gepersonaliseerde dosis van een bepaald medicijn voor te schrijven.'

Ook commerciële bedrijven zijn aan de haal gegaan met dit soort persoonlijke schetsen. 'Er is een hype ontstaan waarin mensen dna gebruiken voor persoonlijke doeleinden', vertelt Zwart. Bedrijven bieden bijvoorbeeld afkomst- en vaderschapstesten, maar ook adviezen rondom voeding en gezondheid. iGene is een van die bedrijven en biedt klanten na opsturen van hun dna een inschatting van de kans om ziektes als Alzheimer of eierstokkanker te krijgen. 'Dat mensen hier veelvuldig gebruik van maken, laat goed zien dat de angst voor de informatie uit dna is afgezwakt.'

'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten.'

Paspoort voor iedereen?
Een persoonlijk dna-profiel kan veel informatie verstrekken. Zo wordt er op dit moment onderzoek gedaan naar het creëren van een op dna gebaseerd paspoort voor iedereen. 'Hierbij wordt er een dna-profiel van mensen gemaakt, nog voordat ze medicijnen nodig hebben. Wanneer iemand ziek wordt, kunnen medicijnen meteen in de juiste dosering worden voorgeschreven', vertelt Guchelaar. Dit onderzoek is volgens hem veelbelovend. 'Een preventief paspoort blijkt de kans op genezing sterk te vergroten. Het zou raar zijn als een dergelijk systeem niet wordt ingevoerd.' Ook Zwart denkt dat de kans groot is dat zo'n paspoort in de toekomst op grote schaal wordt toegepast. 'In de huidige samenleving wordt dit soort informatie steeds belangrijker.'

Toch ziet Guchelaar nog steeds veel argwaan tegenover de ontwikkelingen op het gebied van dna. 'Laatst werd ik voor een nieuwsprogramma geïnterviewd over het paspoort', vertelt hij. 'Daar werd dit vertaald naar "dna-paspoort". Hierdoor dachten veel mensen dat hun complete dna in kaart zou worden gebracht, en dat er zo ook informatie vrij zou komen over de kans dat ze een bepaalde ziekte zoals kanker zouden krijgen.' Volgens Zwart laat dit de paradox van de huidige tijd zien. 'Aan de ene kant willen we steeds meer informatie, maar aan de andere kant vinden mensen hun privacy heel belangrijk en zijn ze bang voor wat er met die informatie gebeurt.' Of we straks allemaal door het leven gaan met een dna-paspoort is dus nog afwachten, maar vast staat dat dna in de toekomst een grotere rol zal gaan spelen.

dnapaspoort 750x

 

Lees meer

Vaccinatie tegen fake news

Nepnieuws is niet uit te roeien. Pogingen om het te bestrijden zijn dan ook nutteloos, vindt desinformatie-expert Ruurd Oosterwoud. In plaats daarvan wil hij mensen trainen om het zelf op te sporen. 'Ik wil mensen vaccineren tegen nepnieuws.'

Tekst: Julia Mars
Foto's: Vincent Veerbeek
Illustratie: Jesse Timmermans

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Interview Ruurd1 750x

"Onderzoek wijst uit: MH17-ramp toch niet de schuld van Rusland". "Mark Rutte gespot in homobar. Klik voor foto". "Wetenschappers: vaccineren leidt tot autisme". Nepnieuws is overal, maar het is lastig te herkennen, zeker op sociale media. Desinformatie gaat niet alleen maar om onjuiste nieuwsberichten, maar ook om trollen die spraakmakend commentaar via nepaccounts op Facebook en Twitter plaatsen en nepberichten verspreiden. Er wordt zoveel desinformatie gedeeld op internet, dat het bestrijden ervan moeilijk is.

Fake news-expert Ruurd Oosterwoud wil het daarom over een andere boeg gooien. 'Het internet is niet schoon te krijgen, desinformatie zal er altijd blijven', meent hij. In plaats van nepnieuws uitroeien, wil hij mensen er daarom tegen "vaccineren". Door mensen bewust te maken van hoe trollen te werk gaan, probeert hij ze te leren hoe ze nepnieuws kunnen herkennen. Dit wil hij bereiken door middel van een online spel, waar mensen zelf nepnieuws moeten maken. Met zijn organisatie DROG organiseert hij workshops over het spel en samen met de Universiteit van Cambridge doet hij onderzoek naar het effect van deze strategie. 'We willen mensen resistent maken door ze beetje bij beetje nepnieuws toe te dienen.'

'Net als bij propaganda probeert het een grote groep mensen in een bepaalde gedachtestroom te krijgen.'

Trollenfabriek
In een koffiecorner van de Universiteit Leiden vertelt Oosterwoud hoe hij verzeild is geraakt in de wereld van nepnieuws. 'Ik kwam voor het eerst in aanraking met online nepberichten tijdens de Krimcrisis in Oekraïne in 2014. Ik was toen nog bezig met mijn studie Russian and Eurasian Studies en volgde het nieuws op de voet. Bij veel van die berichten twijfelde ik sterk of ik ze wel kon geloven.' De opkomst van het internet maakte volgens hem plaats voor een nieuwe vorm van desinformatie: het creëren van een bepaalde gedachtestroom door nepaccounts op sociale media. 'Hoewel internet al enige tijd bestond, waren veel mensen nog niet digitaal wegwijs en daardoor makkelijk te beïnvloeden. Wanneer je dan met heel veel nepaccounts berichten gaat posten, kun je makkelijk de maatschappelijke opvattingen van een kleine gemeenschap sturen.'

Nepnieuws is inmiddels niet alleen in Oost-Europa een probleem, ook in de rest van de wereld wordt er veel over gesproken. Zo werd tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen onthuld dat politieke partij DENK bezig was met het opzetten van een nepnieuwscampagne tegen de PVV. Dat nepnieuws in Nederland veel mensen beïnvloedt, is niet verwonderlijk. Ook hier bestaan sociale media nog maar relatief kort. 'Mensen begrijpen niet goed genoeg wat er allemaal mogelijk is met sociale media', stelt Oosterwoud. Het is bijvoorbeeld vaak lastig om van een bericht de bron te bepalen, iets wat bij traditionele media, zoals kranten, makkelijker te achterhalen is. Wat nepnieuws hiervan onderscheidt, is dat het altijd als doel heeft om onrust te creëren in de maatschappij. 'Net als bij propaganda probeert het een grote groep mensen in een bepaalde gedachtestroom te krijgen.'

'Mensen die gepolariseerd zijn, willen niet meer luisteren naar wat de overheid zegt.'

ruurd zwart wit 450xScheidsrechter
Deze onrust ontstaat voornamelijk doordat mensen door de contrasterende berichten niet meer weten wat ze moeten geloven. 'Ze verliezen vertrouwen in de overheid en de gevestigde media en komen daardoor in hun eigen ideologische bubbel op sociale media terecht', legt Oosterwoud uit. Dit brengt overheid en media in een moeilijk parket. 'Mensen die gepolariseerd zijn, willen niet meer luisteren naar wat de overheid zegt.' Een goed voorbeeld hiervan zijn de antivaxxers, een beweging die ervan overtuigd is dat vaccineren slecht voor je is. 'Als de mensen die tegen vaccineren zijn geen valide argumenten meer hebben om hun gelijk te bewijzen, zullen ze wel iets anders bedenken, bijvoorbeeld dat de overheid vaccinaties gebruikt om geld te verdienen.' De overheid en de media kunnen zelf moeilijk iets doen om onwaarheden te bestrijden. 'Wanneer ze als een soort scheidsrechter proberen op te treden, worden ze van censuur beschuldigd.'

Een ander aspect dat nepnieuws lastig te herkennen maakt, is dat de berichten vaak over emotionele onderwerpen gaan. 'Mensen raken hier zo door opgefokt, dat ze niets anders meer willen lezen', stelt Oosterwoud. Een voorbeeld hiervan zijn de emotionele uitlatingen op internet over Zwarte Piet. Daar is het lastig om te bepalen of het gaat om een trollenaanval of een legitieme politieke groep. Begin oktober berichtte de pagina Ik Ben Zwarte Piet dat de verdachten in de rechtszaak over de wegblokkade tijdens de sinterklaasoptocht van vorig jaar veroordeeld waren tot achttien jaar celstraf, terwijl de rechter nog helemaal geen uitspraak had gedaan. Het bericht werd maar liefst 25.000 keer gedeeld. Dit laat zien hoe snel een nepnieuwsbericht zich kan verspreiden en hoe moeilijk het is om dit te voorkomen. Oosterwoud zoekt de oplossing dan ook ergens anders: 'We moeten nepnieuws niet proberen te bestrijden, maar mensen individueel weerbaar maken.'

Vaccineren tegen nepnieuws
Met individueel weerbaar maken bedoelt Oosterwoud dat mensen moeten leren hoe ze de feiten in berichten kunnen checken. 'Er zijn al wat initiatieven die mensen leren hoe ze dit kunnen doen, maar dat gaat vaak op een hele droge manier', zegt hij. 'Niemand gaat elk nieuwsbericht tot op de bodem uitzoeken.' Oosterwoud bedacht daarom een bijzondere oplossing: een online spel. 'In de game leert de speler op een interactieve en luchtige manier de technieken van fake news en probeert daarmee de Nederlandse samenleving omver te werpen.' Een van de opdrachten is bijvoorbeeld het schrijven van een tweet waarin de speler zich voordoet als de nabestaande van een MH17-slachtoffer die zijn woede uit op de laksheid van de Nederlandse overheid in het onderzoek naar de ramp. 'Door middel van humoristische feedback zoals "Goed bezig! Je hebt een nabestaande van een MH17-slachtoffer nagedaan en daarmee een relletje geschopt", wordt de speler door het spel geleid.' Het doel is om zo veel mogelijk volgers en daarmee zo veel mogelijk invloed te krijgen. Humor is hierbij belangrijk, stelt Oosterwoud. 'Door een frisse benadering leer je hoe nepnieuws wordt gemaakt en hoe je het kunt herkennen.' Oosterwoud heeft een opmerkelijke vergelijking bedacht om dit proces uit te leggen. 'Door mensen te laten zien hoe makkelijk het is om fake news te maken, proberen we ze ertegen te vaccineren', vertelt Oosterwoud enthousiast. 'We hopen dat mensen een soort mentale antilichamen gaan maken, door ze een verzwakte versie van het virus te geven.'

'Wat ik eigenlijk heel graag zou willen, is mijn eigen goedaardige trollenleger.'

In samenwerking met de Universiteit van Cambridge doet Oosterwoud onderzoek naar het effect van zijn spel. 'Om te testen in hoeverre het spel mensen ook echt "vaccineert" tegen fake news, laten we een testgroep een survey invullen voor en nadat ze het spel spelen. In deze survey laten we berichten zien, waarvan de deelnemers moeten beoordelen in hoeverre ze het bericht geloofwaardig vinden.' De resultaten van het onderzoek laten nog op zich wachten, maar het project wordt al op diverse plaatsen ingezet. Zo gaat zijn organisatie DROG bij basisscholen langs om workshops te geven aan kinderen. De creatieve aanpak is niet onopgemerkt gebleven. 'We werden laatst bijvoorbeeld gevraagd om een workshop te geven bij de Koninklijke Landmacht om officieren inzicht te geven in de gevaren van fake news. Ook binnen de EU-kantoren in Brussel zijn we populair. Momenteel zijn we bezig om het project op grote schaal op scholen in heel Europa op te zetten.'

Op de vraag op welke manieren Oosterwoud nepnieuws nog meer zou willen bestrijden, lacht hij alsof hij een geheim gaat verklappen. 'Wat ik eigenlijk heel graag zou willen, is mijn eigen goedaardige trollenleger', zegt hij, na even twijfelen of hij dit wel kan zeggen. 'Het lijkt me interessant om in de huid te kruipen van zo'n trol en er achter te komen wat er in hun hoofd omgaat.'

Ruurd750x

 

Lees meer

Van de Baan: Coffeeshop Kronkel

Wie: Jelle (23), eerstejaars Biologie
Bijbaan: Medewerker hasj- en wietverkoop bij coffeeshop Kronkel, 11 euro per uur

Tekst: Noor de Kort
Foto: Ted van Aanholt

Dit artikel verscheen eerder in de vijfde editie van ANS.

Wat doe je precies bij coffeeshop Kronkel?
'Ik sta tegenwoordig vooral bij de hasj- en wietverkoop, maar ik ben begonnen achter de bar en in de bediening. Meestal kom je pas achter de verkoopbalie terecht als de werkgever je wat beter kent. Hij moet je kunnen vertrouwen, want vijf gram wiet levert meer omzet op dan een kopje koffie. Daarnaast is het als verkoper belangrijk dat je vriendelijk bent, maar ook autoriteit uitstraalt. Dronken mensen moet ik bijvoorbeeld wegsturen, want zij mogen de coffeeshop niet in. Ze kunnen moeilijk gaan doen en bullshit uitkramen als: "Ik ben volwassen en bepaal zelf of ik hier kom."'

Van de Baan coffeeshop grootKrijg je wel eens te maken met serieuze incidenten?
'Dat komt heel af en toe voor. Ooit drong er een jongen voor door naast zijn vriend aan de balie te komen staan. Een man achter hem zei toen: "Nee gast, zo werkt het niet." Een van de jongens schold de man vervolgens uit voor kankermarokkaan. Ik heb die jongen toen een toegangsverbod gegeven en weggestuurd. De man die werd uitgescholden, vertelde later dat hij zich erg moest inhouden. Hij was namelijk net met verlof na zes jaar in de gevangenis te hebben gezeten.'

Wat vindt jouw omgeving ervan dat je hier werkt?
'Mijn ouders hebben er helemaal geen problemen mee. Ongeveer twintig jaar geleden, toen ik nog een baby was, werkte mijn moeder hier namelijk ook. In die periode heeft zij mijn oma een keer rondgeleid in de coffeeshop. Dat was het domste idee ooit, want haar ouders zijn juist erg tegen coffeeshops. Mijn moeder heeft hen daarom pas een jaar nadat ik was begonnen bij Kronkel verteld dat ik hier werk. Zij wilden er vervolgens nooit met mij over praten. Aan vrienden vertel ik gewoon waar ik werk en als ze het niet leuk vinden, is dat hun probleem. Gelukkig vinden de meesten het prima, want zij blowen zelf ook.'

Zet je dit bijbaantje op je cv?
'Dat is afhankelijk van het bedrijf waar ik solliciteer. Ik zou het wel op mijn cv zetten als ik werk zoek bij een café. In de horeca boeit het niet of je in een coffeeshop of in een café hebt gewerkt, zolang je maar hard werkt. Bij een belangrijkere sollicitatie, zoals voor een stage of onderzoeksplaats, zou ik dit baantje niet op mijn cv zetten. Ik wil geen slapende honden wakker maken. Als een werkgever een vooroordeel over blowen heeft, ben je fucked.'

 

Lees meer

Van de Baan: Holland Casino

Wie: Max Martens (24), eerstejaars masterstudent Nederland-Duitsland-studies
Bijbaan: Servicemedewerker bij Holland Casino, ruim 15 euro per uur

Tekst: Elisa Ros Villarte
Foto: Steven Huls

Dit artikel verscheen eerder in de derde editie van ANS.

Wat houdt je baantje hier bij Holland Casino in?
'Ik ben millennial host. Dat houdt in dat ik rondleidingen verzorg voor mensen tot en met 35 jaar. Ik vang ze op bij de receptie en vraag of ze interesse hebben in een tour door het gebouw als ze voor de eerste keer in het casino zijn. Daarnaast leg ik de spellen uit. Ik vertel ze hoe bepaalde machines werken en waar ze op moeten letten. Als er geen nieuwe gasten zijn, kan iedereen naar mij komen voor algemene vragen.'

Van de baan Casino grootHoe ben je aan dit werk gekomen?
'De buurman van mijn vader werkt ook in het casino. Hij vertelde mij dat er vacatures op de website staan. Ik begon aan de sollicitatieprocedure met dertien andere mensen, van wie er uiteindelijk twee aangenomen zouden worden. Tijdens de sollicitatie moest ik vertellen waarom ik geschikter was dan de rest, terwijl de andere kandidaten in dezelfde ruimte zaten. Dat vond ik best gênant. Daarna moest ik een Verklaring Omtrent het Gedrag inleveren. Toen ik uiteindelijk de baan kreeg, moest ik een geheimhoudingsverklaring ondertekenen. Dit wil zeggen dat gegevens over gasten of bepaalde financiële zaken binnen de casinomuren blijven.'

Wat vind je leuk en minder leuk aan je werk?
'Het leuke aan mijn werk is dat het geen normale werkomgeving is, maar een chique plek waar mensen naartoe gaan voor een leuke avond uit. Ik zie veel terugkerende gasten met wie ik een band heb opgebouwd. Het is ook tof om te zien hoe mensen reageren als ze een groot bedrag winnen, zeker als het mensen van mijn leeftijd zijn. Ik kan me namelijk goed voorstellen hoe ik het zou vinden om zo'n groot bedrag te winnen. Het is minder fijn dat ik altijd in de weekenden werk. Daar staat tegenover dat het goed betaalt, dus het is geen groot probleem.'

Ga je in je vrije tijd soms ook zelf voor het grote geld?
'Nee, want ik mag zelf niet in een vestiging van Holland Casino spelen. Zelfs als ik ontslag neem, mag ik tot een half jaar nadat ik uit dienst ben niet in een Holland Casino komen. Als ik ontslagen word, is die tijd nog langer. Mijn werkgevers hebben hier nooit een specifieke reden voor genoemd, maar ik kan me voorstellen dat het raar zou zijn als een voormalig medewerker opeens een miljoen wint. Ik mag wel naar casino's van een andere keten, maar die vind ik minder sfeervol. laatst konden collega’s hun vakantie-uren inleveren om naar las Vegas op reis te gaan en daar te gokken. Helaas had ik niet genoeg uren om mee te gaan.'

 

Lees meer

Van de Baan: Hoornvliezen afnemen

Wie: Jolien Stals (21), tweedejaars Geneeskunde
Bijbaan: Hoornvliezen afnemen voor Multi Tissue Centre ETB-BISLIFE, veertien euro per uur

Tekst: Bram Jodies en Aaricia Kayzer
Foto: Rein Wieringa

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

Hoe ziet jouw werkdag eruit?
'Ik werk bijvoorbeeld van elf uur 's avonds tot zes uur 's ochtends. Tijdens mijn dienst kan ik gewoon slapen, maar word ik wakker gebeld als een hoornvliesdonor overlijdt. Dan kan ik door heel Nederland gestuurd worden, bijvoorbeeld naar Heerlen of Groningen. Eenmaal op locatie begin ik met het identificeren van het lichaam. Ook neem ik bloed af om te kijken of er geen infecties zijn. Daarna haal ik het hele oog uit het lichaam en plaats ik een prothese, zodat de nabestaanden niet zien dat er iets weg is gehaald. De ogen stop ik in een potje in een doos met ijs. Dat breng ik naar de oogbank in Rotterdam. Omdat zij pas overdag open gaan, moet het weefsel goed gekoeld blijven.'

Van de Baan ooglepelen grootJe hebt dus een grote verantwoordelijkheid. Hoe ga je daarmee om?
'Ik wil natuurlijk geen fouten maken, dus ik zorg dat ik als ik moet werken goed uitgerust ben. Omdat ik regelmatig lange afstanden rijd en de hele nacht bezig ben, stop ik soms bij een tankstation om een rondje te lopen of een dutje te doen, anders ga ik knikkebollen.

'Soms sta ik op een avond voor lastige keuzes. Een keer waren er nabestaanden aanwezig in het mortuarium die vroegen of ze mee mochten kijken bij de afname. Meekijken bij de procedure zou ze kunnen helpen bij het verwerken, maar het kan ook een tegengesteld effect hebben. Ik moest toen voor de nabestaanden een inschatting maken en op basis daarvan een beslissing nemen.'

Hoe reageren mensen op je bijbaan?
'Ik krijg niet echt negatieve reacties, maar sommige mensen vinden mijn baan eng omdat ze niet weten wat het inhoudt. Misschien is dat wel goed, want sommige mensen willen het ook liever niet weten. Mijn zus kan bij voorbeeld helemaal niet tegen bloed, dus toen ik vertelde over mijn baan, zei ze: "Gadverdamme, wat ben jij een viezerik". Door zulke reacties houd ik rekening met wat ik erover vertel.'

Vind je het zelf niet moeilijk om met overleden mensen om te gaan?
'Voordat ik solliciteerde, vroeg ik me wel af hoe ik erop zou reageren, maar het viel uiteindelijk mee. Als ik in het medisch dossier van de overledene lees dat diegene heel jong is doodgegaan of kleine kinderen had, probeer ik daar niet te lang bij stil te staan. Het is triest om overleden mensen te zien, maar iedereen gaat een keer dood. Ik vind het fantastisch dat mensen de keuze hebben gemaakt om weefsel af te staan voor donatie.'

 

Lees meer

Van de baan: Legaal hacken

Wie: Gerben Janssen van Doorn (22), masterstudent Bedrijfskunde
Bijbaan: Legaal bedrijven hacken, gemiddeld 500 dollar per gevonden fout

Tekst: Siebe Konst en Julia Mars
Foto: Michiel Theelen

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Hoe ben je begonnen met hacken?
'Toen ik vijftien was, kreeg ik een baantje als webmaster bij een retailbedrijf. Daar beheerde ik de advertenties. Op een gegeven moment vond ik dit te veel tijd kosten en kwam ik op het idee om het programma achter de advertenties te automatiseren. Zo heb ik geleerd met computercodes om te gaan. Uit interesse ging ik op zoek naar wat er nog meer mogelijk is met programmeren. Uiteindelijk kwam ik bij het platform HackerOne uit. Op dat platform reiken bedrijven een beloning uit aan hackers die fouten op hun website vinden. Momenteel sta ik op nummer negen in de wereldranglijst van beste hackers van HackerOne.'

Wat maakt hacken zo leuk?Gerben hacker 450
'Ik ben altijd een beetje trots als ik kwetsbaarheden vind bij bekende bedrijven. In het verleden heb ik bijvoorbeeld weleens fouten gevonden bij Facebook, Dropbox en Rabobank. Ook vind ik live hacking evenementen erg leuk. Hierbij worden zo'n dertig à veertig hackers van over de hele wereld ingevlogen door HackerOne. Het is leuk om daar collega-hackers te ontmoeten, want normaal zie je elkaar nooit. Een aantal dagen lang probeer je dan samen met anderen een specifiek bedrijf te hacken.'

Je werkt dus altijd alleen?
'Ja, hacken blijft in principe iets tussen jou en je computer. Het lastige van hacken is dat je met de hele wereld concurreert. Soms is het zo dat andere hackers al drie maanden de codes van een specifiek bedrijf aan het doorzoeken zijn. Dan is het moeilijk om zomaar nieuwe fouten te vinden. Het kan voorkomen dat je dagenlang niks vindt, wat best demotiverend kan zijn. Met een drietal hackers heb ik wel vrij veel contact. Als het nodig is, kan ik hen vragen stellen. Toch blijft vanwege de concurrentie zelfs dan de vraag: wat deel je en wat deel je niet?'

Waarom zou je nog studeren, als je ook kunt rondkomen van hacken?
'Hacken geeft me niet genoeg zekerheid en structuur. Ik vind het een fijne gedachte dat ik nog kan terugvallen op mijn diploma Bedrijfskunde. Toch ga ik voorlopig niks bedrijfskundigs doen. Ik heb namelijk een IT-baan bij Facebook aangeboden gekregen. Ik ga hier niet aan de slag als hacker, maar als security engineer. In mijn vrije tijd wil ik wel blij ven hacken, want de live hacking evenementen wil ik niet missen.'

 

 

Lees meer