Academische zittingen doen stof opwaaien

Hoewel Bas Kortmann gisteren flink uithaalde naar het topsectorenbeleid van Halbe Zijlstra was er weinig sensationeels bij de opening van het academisch jaar van de RU te melden, afgezien van de Starwars-soundtrack dan. Op andere universiteiten in het land deden opmerkelijke uitspraken van rectors, collegevoorzitters en gasten beduidend meer stof opwaaien. Zo kreeg niemand anders dan staatssecretaris Zijlstra in Utrecht de kans zijn door Kortmann zo bekritiseerde beleid in het zonnetje te zetten. Bijvoorbeeld de prestatieafspraken, die Zijlstra nog steeds hardnekkig probeert te maken met onderwijsinstellingen. 'Vroeger kregen bestuurders een zak geld en werden ze op hun blauwe ogen geloofd als ze beloofden dat ze iets aan de kwaliteit zouden gaan doen. Maar nu wordt de beloning gekoppeld aan daadwerkelijk geleverde prestaties', zo moesten de medewerkers en studenten van de plaatselijke universiteit aanhoren. Terwijl men in Groningen een braaf verhaal ophield over verduurzaming, koos de Aalt Dijkhuizen een wat controversiëler standpunt. Volgens de Wageningse bestuursvoorzitter is intensieve veehouderij nodig om wereldwijde voedseltekorten en klimaatproblemen tegen te gaan en speelt Nederland hierin al een belangrijke rol: 'Wij zijn de Usain Bolt van de voeding.' Deze matige metafoor liet Dijkhuizen al voorafgaand aan de opening optekenen in Trouw. Een vloedgolf van kritiek barstte los, onder meer vanuit de eigen universiteit. Gevolg: een gematigder Dijkhuizen bij de openingsceremonie, waarbij hij vermeldde dat discussie en onderzoek ten grondslag moeten liggen aan ieder beleid. Op de Erasmus School Rotterdam, ten slotte, werden de aanwezigen door rector Henk Schmidt de resultaten van de proef met een maximaal BSA in het propedeusejaar door de strot geduwd. Die waren supergoed, waardoor komend jaar op vrijwel iedere opleiding door eerstejaars alle punten gehaald moeten worden. Verder werd de opening van het schooljaar gebruikt om nieuwe maatregelen aan te kondigen om wetenschapsfraude te voorkomen. Dit in aanvulling op de camera's die zullen worden opgehangen om spiekers te kunnen bestraffen.

 

Lees meer

Achterstand uit het buitenland

Ook dit jaar zijn er veel uitwisselingsstudenten aan de RU, elk met hun eigen niveau en vaardigheden. Als dit niveau ondermaats blijkt kunnen moeilijkheden ontstaan. Is dit een probleem en laat de RU te makkelijk Erasmusstudenten toe? Tekst: Redactie Illustratie: Sascha Wijnhoven Dit artikel verscheen eerder in de oktober-ANS Steeds meer mensen komen een paar maanden naar Nijmegen dankzij onder andere de Erasmusbeurs, die studeren binnen de EU betaalbaar maakt. Mensen uit een ander land kunnen met ideeën en initiatieven komen waar je zelf niet snel aan denkt, maar er zit ook een keerzijde aan. Zo kan er irritatie ontstaan binnen projectgroepen die voor een deel bestaan uit studenten die moeizaam Engels spreken en onverstaanbare presentaties geven. Kan iedereen zomaar een beurs krijgen? Zorgt diversiteit aan de RU voor ergernis tijdens colleges of juist niet? Lost in translation Zoek op internet naar ‘niveau Engels Erasmusstudenten’ en je vindt aardig wat voorbeelden van studenten die maar moeilijk konden communiceren met buitenlanders aan hun universiteit. Hoe zit dat hier? Marcel Wissenburg, hoogleraar Politieke Theorie aan de RU, heeft wisselende ervaringen met uitwisselingsstudenten: ‘Sommige van hen spreken slecht Engels, anderen perfect. Een deel heeft moeite met het schrijven van papers omdat ze een andere manier van werken gewend zijn. Ook zijn er verschillen in vakkennis. Een Aziatische student zal weinig weten van de EU.’ Chinezen zijn trouwens een categorie apart, aldus Wissenburg. ‘Ik heb ooit lesgegeven aan een groepje van vier studenten uit China die allemaal hun toets Engels hadden gehaald. Toch konden drie van hen helemaal geen Engels en hoorde ik de vierde zachtjes vertalen tijdens college.’ Een RU-student die liever anoniem wil blijven stuitte op problemen tijdens het schrijven van een groepsopdracht met onder andere een Spaanse en Italiaanse Erasmusstudent. ‘Hun Engels was bedroevend, alle communicatie moest in Jip-en-Janneke-taal. Gesprekken over de chat verliepen soepeler, maar ik had heel erg het idee dat ze alles eerst door een vertaalmachine gooiden. Hun deel van het essay was ook niet om over naar huis te schrijven: een dag voor het inleveren kwamen we erachter dat ze geen idee hadden wat bronvermelding was en dat ze grote lappen tekst letterlijk van Wikipedia hadden overgenomen. Het probleem ligt niet aan Erasmusstudenten op zich, want een Engelse jongen in dezelfde groep heeft het essay uiteindelijk goed helpen verbeteren.’ Ook al is niet elke buitenlandse student hetzelfde, door bovenstaande voorbeelden wordt wel duidelijk dat niet alle uitwisselingsstudenten op het gewenste niveau voor Nijmegen zitten. Marian Janssen, hoofd van het International Office aan de RU, zegt over dit soort Babylonische spraakverwarring dat er wel programma’s zijn waarbij mensen een taalbuddy krijgen. Ook zijn er deels gesubsidieerde cursussen Nederlands zodat buitenlandse studenten ook in de taal van het gastland een beetje mee kunnen komen. Toch zou in ieder geval het Engels bij aankomst in Nederland al van een redelijk niveau moeten zijn. Steenkolenengels De vorige voorbeelden zijn misschien extreem, maar ze komen wel degelijk voor. Hoe kan het gebeuren dat een buitenlandse student hier niet goed mee kan draaien? Volgens een procesbeschrijving die gemaakt is in opdracht van de RU gaan er gemiddeld maar liefst 145 dagen overheen voordat iemand die zich heeft aangemeld voor een Erasmusbeurs arriveert in Nijmegen en zijn of haar studentkaart ontvangt. Je zou bij zo’n tijdspanne verwachten dat er flink wordt geselecteerd. Toch is dit lange traject volgens Janssen niet gemaakt als ontmoediging voor de kandidaten: ‘Bijna iedere student die zich aanmeldt en de selectie doorstaat komt ook daadwerkelijk hier studeren. De faculteit kijkt bij de aanmelding zorgvuldig naar het niveau van de Erasmusstudent en naar het lespakket.’ Toch blijft de vraag hoe zorgvuldig de toelatingsprocedure werkelijk is. Toekomstige uitwisselingsstudenten moeten wel bewijzen dat hun Engels op niveau is door het aanleveren van een certificaat. Dit kan bijvoorbeeld een diploma van het Cambridge-instituut zijn, maar ook een cursus Engels aan een universiteit. Het resultaat hiervan moet uiteraard wel voldoende zijn, de minimale scores om op uitwisseling te mogen zijn echter vrij laag. Zo is het mogelijk om de niveautoets Engels te doorstaan met een score die goed is voor beperkte werkeisen, aldus de site van een van de betreffende tests. Verder wordt bij de bovengenoemde cursus Engels aan een universiteit niet duidelijk van welk niveau die lessen moeten zijn. Dat niveau kan aan de betreffende instelling hoger zijn dan hier, maar ook lager. Het is dus moeilijk in te schatten hoe goed buitenlandse studenten het uiteindelijk zullen doen met deze taaleisen. Ondanks het eerder genoemde voorval daarmee vindt Wissenburg uitwisselingsstudenten niet vervelend. ‘Problemen kunnen er uiteraard zijn, maar toch vind ik het waardevol om verschillende perspectieven bij elkaar te hebben. Een buitenlandse student kan iets in een heel ander licht zien en zo nieuwe inzichten genereren over zaken die in Nederland als vaststaand worden beschouwd. Zo word ik als docent ook gedwongen anders na te denken over mijn stof, en dat is alleen maar positief’. Erasmusstudenten kunnen dankzij hun verschillende culturele perspectieven dus nuttige bijdragen leveren aan een college. Toch vormt taal daarbij in sommige gevallen een barrière. Wellicht moeten daarom op zijn minst de eisen voor Engels aangescherpt worden. Als iemand niet voldoende kan communiceren en ook de academische vaardigheden niet op peil zijn, moet strenger worden gekeken naar de toelating van die persoon. Alleen als het basisniveau van uitwisselingsstudenten wordt gewaarborgd kan diversiteit een verrijking zijn. Klik hier voor de overige artikelen uit de oktober-ANS.

 

Lees meer

Actiepunten Algemene Studentenenquête stellen teleur

Je hebt er waarschijnlijk tienduizend mails over ontvangen die meteen de prullenbak in zijn gegaan, maar de Algemene Studentenenquête is weer afgenomen. Met de dank aan de helden die toch de kleine moeite hebben genomen hem in te vullen, kan de RU weer vooruit met een hoop actiepunten. Wat voeren de studenten toch in hemelsnaam uit? Studenten van de RU besteden volgens de enquête in 2014 minder tijd aan zowel studeren en werken. Toch lijken de studenten er niet financieel op achteruit te zijn gegaan - qua inkomsten dan. Het gemiddelde maandinkomen van studenten was in 2014 902 euro; bij de vorige meting was dit €835 euro. Om toch aan genoeg geld te komen, leent een derde van de respondenten. De doelstelling dat 50 procent van de studenten over enkele jaren een  studie- of stageverblijf in het buitenland heeft doorgebracht, lijkt zo gek niet te zijn: 17 procent van de studenten is al naar het buitenland geweest en 43 procent heeft het nog op de planning staan. RU-studenten lijken het helemaal niet zo slecht te hebben, maar de vragen waren dan ook niet enorm kritisch. De actiepunten zijn verder niet bijster revolutionair en meestal zo algemeen dat je er niet heel veel mee opschiet. Punten zoals 'Uitwerking van de vraag of de RU ook verantwoordelijk is voor ergonomisch goed uitgeruste faciliteiten om met laptops te werken' helpen studenten niet veel verder. Ook eerder aangekondigde maatregelen, zoals de extra werkplekken in de UB, raadt de RU zichzelf nog eens aan. Een serieus middel voor medezeggenschap voor de RU-student, kun je de studentenenquête in ieder geval niet noemen, blijkt maar weer.

 

Lees meer

AKKU geeft lesje medezeggenschap

Door de bezetting van het Bungehuis en het Maagdenhuis in Amsterdam staat de studenteninspraak op universiteiten in de spotlights. In hoeverre kunnen studenten meepratenop de RU en hoe kun je ervoor zorgen dat jouw stem wordt gehoord? Studentenvakbond AKKU geeft donderdag een college over inspraak op de RU en maakt de balans op. Tijdens een bijeenkomstvan De Nieuwe Universiteit Nijmegen bleek dat de gemiddelde student bar weinig weet van de medezeggenschap op de RU. Het college gaat daarom in op de werking van de medezeggenschap en laat zien wat er gebeurt als je aan een van de knoppen draait. De les Democratie op de RUwordt gevolgd door een discussie over de inspraak en rechten van studenten. Het college vindt op donderdag 19 maart van 13.45 tot 15.30 plaats in Grotius -1.070.

 

Lees meer

Alles flex?

De druk op de student wordt tegenwoordig steeds meer opgevoerd. Flexstuderen, oftewel de keuzevrijheid om per vak te betalen, moet dit volgens de bedenkers oplossen. Is dit optimisme terecht?

Tekst:Tijs Sikma en Annemarie Verschragen
Illustratie:
Jurgen Tesselaar

Dit artikel verscheen eerder in de november-ANS

De huidige student is een magnetronstudent. Waar vroeger een studie van tien jaar niet uitzonderlijk was, is ‘langstudeerder’ tegenwoordig bijna een scheldwoord. Met de komst van het leenstelsel wordt langer studeren duurder en zal de druk nog verder opgevoerd worden. Wie meer tijd wil, kan nauwelijks nog terecht bij deeltijdstudies: in tien jaar tijd is de hoeveelheid deeltijdstudies in Nederland gehalveerd en bestaan er op de Radboud Universiteit nog slechts vier. Volgens de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) zou een nieuwe inschrijvingsvorm, het flexstuderen, de druk van de ketel kunnen halen. De student betaalt in dit nieuwe systeem geen collegegeld per jaar, maar per vak. Hierdoor kunnen studenten makkelijker bepalen op welke universiteit en in welk tempo ze vakken willen volgen. Flexstuderen moet deeltijd studeren een nieuwe impuls geven en zou volgens de LSVb in de toekomst ook het voltijd studeren grotendeels kunnen gaan vervangen. Inmiddels zijn er zelfs nog positievere geluiden - met in de voorhoede Volkskrant-columnist Aleid Truijens – die het flexstuderen bombardeerde tot dé nieuwe manier van studeren. Deze bejubeling is echter niet terecht. Dit is niet de oplossing voor de student die wat langer wil sudderen.

snacks van jos grootGoed werk vergt tijd
Betalen per vak in plaats van per collegejaar heeft volgens Tom Hoven, voorzitter van de LSVb, als belangrijkste voordeel dat er meer keuzevrijheid in het hoger onderwijs komt. ‘De student kan er niet alleen voor kiezen hoeveel vakken hij wenst te volgen, maar bepaalt zelf ook of hij deze vakken allemaal op dezelfde universiteit gaat doen.’ Als iemand meer gaat werken, stage wil lopen of ziek is, kan hij ervoor kiezen minder vakken te volgen. Het curriculum en de contacturen blijven bestaan zoals dat nu het geval is, alleen worden het collegegeld en de studiefinanciering op de hoeveelheid studiepunten afgestemd. Truijens schrijft in haar column dat je in de hoop op je 22ste een topbaan te vinden, snel kan studeren en daarmee jezelf diep in de schulden kan werken. Jarenlang genoegen nemen met een baantje in een café en daarnaast studeren in eigen tempo, zonder hier een lening aan over te houden, kan echter ook. Ook mensen met een gezin of werk, hebben in het huidige onderwijsmodel vaak niet genoeg mogelijkheden (tijd en aanbod) om een volledige opleiding te volgen. Flexibel studeren maakt het mogelijk de opleiding over een langere periode uit te spreiden en verbetert daarmee de toegankelijkheid van het hoger onderwijs.

Lekker sociaal doen
Het flexstuderen klinkt als een verlossing voor de tegenstanders van het magnetronstuderen. De studievorm heeft echter ook een hoop nadelen. Mark Vlek de Coningh, voorzitter van de Nijmeegse Universitaire Studentenraad, stelt dat flexstuderen een goed plan kan zijn, mits het een aanvulling blijft op de voltijd opleiding. ‘De inschrijvingsvormen zouden inwisselbaar moeten zijn, zodat je na twee jaar kunt besluiten een jaar flexibel te studeren. Als de meerderheid van de studenten flexstudent wordt, zullen zij waarschijnlijk minder betrokken zijn bij het studentenleven en loopt de campus leeg.’ Hoewel de LSVb benadrukt dat contacturen behouden moeten blijven, zal dit wel in wisselende groepen zijn. Ook Martijn Gerritsen, woordvoerder van de Radboud Universiteit, hamert op sociale binding binnen een studie. ‘Voor ons is de sociale component belangrijk. Samen een opleiding doorlopen draagt sterk bij aan het studiesucces. Mensen die flexibeler willen studeren, kunnen daarvoor al bij de Open Universiteit terecht.’ Miranda de Kort, woordvoerder van deze instelling, bevestigt dit. Hoewel De Kort voorstander is van flexibiliteit, waarschuwt zij voor de nadelen die daarmee samenhangen: ‘Bijna 90 procent van de nieuwe studenten aan de Open Universiteit haakt af, dit is mede te wijten aan het gebrek aan structuur en sociale binding.’ De instelling biedt daarom sinds 1 september ook een gestructureerd curriculum met vaste startmomenten en meer begeleiding.

Bureaucratische beperkingen
Het is nog maar de vraag of flexibel studeren administratief te regelen is. Alle flexstudenten die staan ingeschreven, kiezen individueel wanneer en waar zij vakken gaan volgen en hebben dus geïndividualiseerde programma’s. Voor elke student moet het collegegeld en de studiefinanciering apart worden geregeld, om nog maar te zwijgen over de aanpassingen van regelingen als het BSA en het verval van studiepunten. De extra administratieve kosten worden in het voorstel van de LSVb opgevangen door het collegegeld per studiepunt met 15 procent te verhogen. Het huidige financieringsstelsel is ook nog niet geschikt voor het flexibel studeren. Als studenten kunnen shoppen bij verschillende universiteiten, krijgt maar één instelling geld voor het diploma.

Onbekende prak
Hoewel meer keuzevrijheid en slechts betalen voor de vakken die je afneemt als muziek in de oren klinkt, bevat het voorstel over flexstuderen een hoop valse noten. Sterker nog, het roept vooral veel vraagtekens op. Het is onduidelijk hoe flexstuderen concreet moet gaan werken. Deeltijdstudies worden juist in de avonduren gegeven. Het flexibel maken van het gewone curriculum van alle studies kan niet zomaar fungeren als vervanging omdat deze colleges overdag zijn. Tevens is het onbekend of er wel genoeg vraag is naar deeltijd studeren en zijn de nadelen van flexstuderen als grootste onderwijsvorm onderbelicht. Voor het concept de hemel in te prijzen, is het verstandig eerst concreet onderzoek te doen. Liever een goede magnetronmaaltijd dan een onbekende half gare prak.

 

 

Lees meer

ANS bezocht: de campuscantus

Dinsdag was het zo ver, de allereerste campuscantus aan de Radboud Universiteit ging van start. Het evenement op het Erasmusplein was bij lange na niet uitverkocht en werd op het laatste moment opengesteld voor niet-introlopers. ANS nam een kijkje om te zien of de 1200 aanwezigen er een spetterend feestje van maakten. Tekst: Evy van der Aa en Mitchel Suijkerbuijk 'Als je het Nijmeegs volkslied niet kent, hoor je geen diploma te halen aan deze universiteit' herhaalt rector magnificus Bas Kortmann de woorden van burgemeester Bruls, die het 'Al mot ik krupe' aankondigde tijdens de cantus. De studenten zingen verder uit volle borst op liedjes als I will survive en Wat zullen we drinken. De muziek wordt verzorgd door de huisband van Phocas, de Beruchte Achelous Band, afgekort BAB. Op het podium zingen vier studenten van verschillende studentenverenigingen de stukken voor. 'Ik vind het enorm gezellig. Het is helaas wel koud' vertelt eerstejaars student Bedrijfskunde Sophie (19). Luuk (19) van Carolus Magnus vindt het knap dat de cantus zo is opgezet dat het toegankelijk is voor iedere deelnemer. 'Het is een goede start van een onvergetelijke studententijd.' Ondanks de gezelligheid en de vele liederen, is dit evenement geen echte cantus. Zo zijn er geen straffen en is er geen presidium. Eline (18), eerstejaars student Frans, vindt de cantus leuk, maar had het strenger verwacht. 'De mentoren hadden ons voorbereid op een strenge cantus, waarbij mensen naar voren worden gehaald en gestraft worden. Dat is niet het geval.'Ook blijkt dat er niet nagedacht is over het feit dat het nog weleens regent in Nederland. Er zijn geen tenten. Als het regent, moet je blijkbaar maar sneller drinken. Volgens Anton van Looijengoed, afdelingshoofd Retail en Catering, zou een buitje geen drama zijn: 'Regen zorgt ook voor verbroedering, zolang het niet enorm aan het plenzen is.' Dronken taferelen zijn uitgebleven, de beveiliging heeft niemand ontboden van het terrein. Het is de taak van de mentoren en de door de RU aangestelde tafelhoofden om het alcoholgebruik binnen de perken te houden. Op de vraag of er volgend jaar weer gezongen kan worden op het Erasmusplein zijn de organisatoren het eens. 'Absoluut'.  

 

Lees meer

ANS bezocht: diesviering

'Ik vraag elke RU-wetenschapper zich in te zetten voor het stimuleren van vrije toegankelijkheid van wetenschappelijke publicaties.' Die oproep deed collegevoorzitter Gerard Meijer donderdag tijdens de academische zitting van de diesviering aan de RU. Later dit jaar vinden er onderhandelingen plaats tussen de wetenschappelijke wereld en grote uitgeverijen over het zogenaamde open access-publiceren. Eerder dit jaar verscheen in de papieren ANS al een artikel over open access. Meijer is niet de eerste die zich uitspreekt voor vrije toegang tot kennis. Staatssecretaris Sander Dekker en Eurocommissaris Neelie Kroes gingen hem voor. 'De technische mogelijkheden en de wil bestaan al langer, nu is het aan de academische gemeenschap om de grote uitgevers te overtuigen', laat Meijer in zijn rede weten. Tweetalig onderscheiden Aftredend rector magnificus Bas Kortmann praatte de middag, deels in het Engels, aan elkaar. 'De tweetaligheid past bij een internationaal georiënteerde universiteit als de onze', spreekt Kortmann het publiek toe. Wanneer hij echter overgaat op het Engels, wordt pijnlijk duidelijk dat de rector de taal niet helemaal beheerst. 'I invite you to cum forward, sank you', spreekt Kortmann de aartsbisschop van Canterbury toe. Wellicht kan de rector samen met AKKUraatd een cursusje Engels gaan volgen. De bisschop, Lord Williams of Oystermouth, ontving een eredoctoraat, onder andere voor zijn verdiensten met betrekking tot het verbinden van geloof en wetenschap. Student van het jaar Naast het eredoctoraat werd een aantal andere onderscheidingen uitgereikt. Twee RU-medewerkers ontvingen de Radboud Universiteitspenning. Verder mocht wiskundestudent Tessa Matser dit jaar de studentenonderscheiding in ontvangst nemen. Ze kreeg de onderscheiding onder andere voor haar uitmuntende studieresultaten, haar grote betrokkenheid bij wiskunde-opleidingen in heel Nederland en het organiseren van het wiskundetoernooi.

 

Lees meer

ANS bezocht: Onbederf'lijk Vers

Op Onbederf’lijk Vers, een jaarlijks poëziefestival in Nijmegen, waren gisteren gedichten van zowel doorgewinterde als kersverse dichters te horen. Grootse dichters als Ingmar Heytze, Ellen Deckwitz, Daniël Vis en Lieke Marsman lazen voor uit hun bundels en werden afgewisseld door ontspruitende dichters met hun literaire hoogstandjes. Zeven verschillende plekken in Nijmegen, van cafés tot aan de bibliotheek , stelden zich open voor de dichttalenten. ANS bezocht brouwerij De Hemel en voer mee op de metrische klanken van de dichters. Dichters Lieke Marsman, Loren Brouwers en Jochem Aben vormen het poëtische trio dat op deze avond is toegewezen aan de brouwerij De Hemel. Het programma verliep in drie rondes, in elke ronde draagt iedere dichter een kwartier lang voor. De eerste ronde start met de Amsterdamse dichteres Lieke Marsman, die de dichtbundels Wat ik mijzelf graag voorhoud (2011) en De eerste lezer (2014) uitbracht en al meerdere keren in de prijzen is gevallen. Met een monotone, maar standvastige stem draagt Marsman gedichten voor die gaan over herinneringen, over oud worden en de angsten die daarbij gepaard gaan en over de goede en slechte kanten van liefde. Marsman staat krachtig voor het intens luisterende publiek, alsof zij niet langer bang is voor de angst waarover ze praat. Ze sluit af met een gedicht dat ze zelf een ‘test’ noemt. 'Het is niet af en eigenlijk moet het nooit afkomen', zegt ze ter inleiding over het gedicht dat gaat over verschil. Ze laat ruimte over voor ironie, al klinkt deze niet door in haar stem. Loren Brouwers, dit jaar de campusdichter van de Radboud Universiteit, is de dromerige gestalte die opeens bruisend tot leven komt wanneer ze begint met voordragen. Haar actieve houding laat zien dat deze jonge dichteres zich in het zweet werkt en schrijft om zich goed voor te bereiden op het NK Poetryslam in 2015. Haar gedichten gaan ook onder andere over liefde en ze weet het publiek te amuseren met een tip: 'Kennen jullie Voorvecht? Ik had daar een keer een date…', begint Brouwers aan het begin van een ‘liefdesgedicht’. ‘Nooit doen!’ De derde dichter van de avond is Jochem Aben, die eind september debuteerde op de Kunstnacht. Zijn gedichten zijn zeer humoristisch en hij weet de lachers op zijn hand te krijgen. Het publiek, dat nipt van het zelfgebrouwen bier van De Hemel, is verbaasd over de vindingrijkheid van de jonge dichter. Niet alleen het publiek wordt aangesproken, maar ook een van de bedienende obers van de avond speelt een rol in een van zijn gedichten: 'Barkeeper, mag ik een glas water?' eist de jonge dichter. Een slok brengt hem in een hoestbui waarop hij met cynische stem verkondigt dat hij niet vaak zo metrisch hoest.

 

Lees meer

ANS en Soeterbeeck: Democratie aan de Radboud Universiteit

Deze weken wordt het (studenten)nieuws gedomineerd door de studentenbezettingen in het Bungehuis en Maagdenhuis. De roep om meer inspraak in het universiteitsbestuur van de UvA bereikt langzamerhand zijn hoogtepunt. Hoe is het gesteld met het democratische gehalte van de Radboud Universiteit? Om hier achter te komen, organiseert ANS in samenwerking met het Soeterbeeck Programma een actualiteitencollege. Vanochtend berichtte ANS over de oprichting van De Nieuwe Universiteit Nijmegen, een groep studenten die binnen de RU ook genoeg bestuurlijke problemen voorzien. Jan Brabers, universiteitshistoricus, gaat tijdens het college dieper in op de recente ontwikkelingen. Daarnaast gaan Gerard Meijer, voorzitter van het College van Bestuur, en Floor Albers van der Linden, voorzitter van studentenvakbond AKKU, met elkaar in debat over de inspraak van studenten. Het college vindt aanstaande woensdag van 12.45 tot 13.30 uur plaats in de hal (onder de trappen) van het Erasmusgebouw.

 

Lees meer

ANS feliciteert Leon Wecke

Vandaag wordt Leon Wecke, de oudste onderzoeker en docent van de RU, tachtig jaar en vanochtend was er een receptie om dit te vieren. Hij is nog altijd werkzaam aan het Centrum voor Internationaal Conflict Analyse en Management (CICAM) als docent en onderzoeker. De nestor had zijn eigen taartjes met een foto van hem erop. Op de vraag waarom hij het werk nog doet, reageerde hij laconiek. 'De studenten vinden het leuk, ik vind het leuk, de faculteit vindt het goed en als ik wegga, wordt mijn vak niet meer gegeven.' Negatieve reacties op zijn leeftijd krijgt hij dan ook nauwelijks. 'Sommigen vinden dat ik beter de vissen zou kunnen gaan voeren. Dat doe ik dan ook af en toe. Ik heb vanochtend nog een verwarmingselement voor in mijn vijver gekocht.' ANS feliciteert de held Wecke en hoopt dat hij nog vele jaren werkzaam zal zijn aan de RU. Zijn vrouw heeft inmiddels kunnen bedingen dat hij een dagje minder gaat werken. 'Misschien kan de woensdag er wel af.' Hij heeft echter ook plannen voor na zijn werkzame leven. 'Ik ga nog een boek schrijven als ik met pensioen ga.'

 

Lees meer

asap lanceert app als campagnestunt

De studentenverkiezingen zijn weer van start: vier dagen lang proberen de studentenpartijen je ervan te overtuigen dat ze je stem waard zijn door ludieke acties te organiseren en je te voorzien van ontzettend veel informatie. Een van deze ludieke acties is de asapp, een app die studentenpartij asap heeft opgericht. 'Het tweede punt op onze lijst is "Betere communicatie: tijd voor de RU-app"', aldus Roel Gremmen, fractievoorzitter van asap. 'Met deze app willen we de communicatie met onze achterban verbeteren door informatie over onze tienpuntenlijst en onze kandidaten te geven - ook in het Engels. Na de verkiezingen willen we de asapp blijven gebruiken om studenten op de hoogte te houden van wat er speelt binnen de Universitaire Studentenraad (USR).' Beter communiceren met de eigen achterban is niet het enige doel van de app: asapp dient als voorbeeld voor de RU. 'Een student heeft deze app voor ons gemaakt. In totaal zijn er drie mensen mee bezig geweest en kostte het 150 euro.' Een RU-app lijkt dus verre van onmogelijk. De studentenpartij helpt de universiteit alvast een handje: zo zou je via een RU-app je cijfers, rooster, Blackboard-pagina en het Refter-weekmenu moeten kunnen inzien. De Google Playstore geeft aan dat de app pas tien keer is gedownload, desalniettemin is het een goed initiatief om de RU een spiegel voor te houden.

 

Lees meer

BeestFeest: Buiten zuipen met de politie als buurman?

Vanavond gaat het dak eraf bij het onlangs geopende Doornroosje tijdens het BeestFeest. Voor het feest van de bètafaculteit mogen de studenten in de rij gewoon drinken. Olympus, de koepelvereniging van de studieverenigingen van de Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica, heeft een dealtje gesloten met de politie. Door de ligging van het nieuwe Doornroosje, is de beruchte rij voor de ingang van het feest niet te missen door de politie. Mits de alcohol met mate wordt gedronken en er geen ophef op straat wordt veroorzaakt, zal mild tot niet worden gecontroleerd op alcoholgebruik van de studenten. Olympus roept de feestbeesten op om goed naar de rijwachten te luisteren, dat is belangrijker dan ooit volgens de koepelvereniging. Volgens Jeroen Schouten van Olympus is de rij een gewaardeerd element van het feest, veel studenten willen graag dat dat behouden blijft. 'Het zal waarschijnlijk wel een minder prominent onderdeel van het feest worden, het zal in de toekomst meer om het feestje binnen gaan.'

 

Lees meer

Bestaat de herfstvakantie nog wel?

Flink wat openingstijden van RU-faciliteiten moeten het deze week ontgelden: het is herfstvakantie. Voor het Facilitair Bedrijf reden om het Cultuurcafé pas om 15.30 uur de deuren te laten openen en de restaurants in het Spinozagebouw en bij de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica al in de middag te sluiten. Sporters kunnen pas in de avond terecht in het Sportcafé. De UB is niet tot middernacht open, ondanks dat er tentamens plaatsvinden. Dit terwijl in april door het College van Bestuur is toegezegd dat gedurende tentamenweken de UB ruimer open is. Ook de fietsenkelder onder het Erasmusgebouw is deze week gesloten. Maar wie heeft er nou eigenlijk herfstvakantie? In ieder geval maar weinig studenten, want de meeste faculteiten hebben gewoon colleges of tentamens. Na een inventarisatie van ANS blijken zo'n 4.000 studenten herfstvakantie te hebben: de 15.000 andere studenten zijn deze week in de collegebanken of tentamenzalen te vinden. De faculteiten der Rechtsgeleerdheid en Filosofie, Theologie en Religiestudies hebben herfstvakantie en de eerste- en tweedejaars Bètastudenten hoeven deze week ook niet op de RU te verschijnen. Her en der zijn nog opleidingen te vinden die hun studenten vrijaf hebben gegeven, wat vooral te maken heeft met aanstaande tentamens. Officieel is er geen herfstvakantie meer, dat werd al in 2007 door de toenmalig voorzitter van het College van Bestuur, Roelof de Wijkerslooth, toegegeven. Tijdens de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (UGV) van 5 november 2007, gaf hij aan dat 'de herfstvakantie inmiddels voor studenten geen vakantieweek meer betreft'. Toch wordt deze week aangegrepen om voorzieningen beperkter te openen. Gusta Cirkel, directeur van het Facilitair Bedrijf: 'We hebben al een paar jaar aangepaste openingstijden tijdens de herfstvakantie. Zo'n vijf jaar geleden hebben we wel alles open gehouden, maar er was toen nauwelijks omzet.' Ook geeft Cirkel aan dat er veel medewerkers op vakantie zijn en dat er puur naar de bedrijfsmatige kant wordt gekeken: 'als we nu alles open zouden houden volgens normale tijden, dan moeten we er geld op toe leggen. Dat kan niet, want we moeten extra scherp zijn op de kosten die we maken.' In maart bleek namelijk al uit een rapport van de Universitaire Studentenraad (USR) dat de financiële situatie van het Facilitair Bedrijf zorgwekkend is. De herfstvakantie bestaat dus niet meer, maar de zwoegende student moet nog wel rekening houden met beperkte voorzieningen.

 

Lees meer

Beurzen voor Eymaal

Fervent RU-aanklager en rechtenstudent Pepijn Eymaal heeft zijn bestuursbeurzen voor zijn medezeggenschapsjaar alsnog gekregen. Eerder won Eymaal zijn vierde rechtszaak tegen de RU. Dat Eymaal de rechtszaak tegen de RU over zijn niet-uitgekeerde bestuursbeurzen won, betekende niet direct dat hij ook zijn geld zou krijgen. De procedure werd slechts opnieuw doorlopen. Eymaal droeg in eerste instantie als argument aan dat hij toestemming had van de examencommissie om tentamens uit de master te mogen afleggen. Later besloot het College van Bestuur dat dit toch reden genoeg was om Eymaal tot eerstejaarsmasterstudent te rekenen en beurzen toe te kennen. De aanvullende beurs werd in eerste instantie niet overgemaakt. 'Excuses voor de rekenfout', aldus het College van Bestuur. Het eerste deel van de renteschade staat ook al op de bankrekening van Eymaal geparkeerd, het tweede deel van ongeveer 11 euro moet nog volgen. Wie denkt dat het na deze vierde rechtszaak gedaan is met de Eymaal-versus-RU-soap zit ernaast. Vermoedelijk komt er een vijfde rechtszaak aan, maar de dossiers voor de nieuwe zaak worden nog bestudeerd.

 

Lees meer

Blackboard streeft naar minder haat

De CEO van Blackboard, Jay Bhatt, heeft een duidelijke missie: zorgen dat mensen zijn bedrijf minder gaan haten. Het bedrijf dat ook de elektronische leeromgeving van de RU verzorgt, wordt door veel gebruikers niet bepaald gewaardeerd. Het softwarebedrijf ziet haar marktaandeel steeds verder dalen en probeert daarom de ervaringen van studenten met het bedrijf te verbeteren. 'We focussen ons nu totaal op studenten', vertelt Bhatt. Dat is opmerkelijk omdat niet de studenten, maar de onderwijsinstellingen de rekening van Blackboard betalen. Voorheen werd alleen gekeken naar de wensen van de beheerders van de instellingen. USR-voorzitter Mark Vlek de Coningh ontvangt van veel studenten op de RU signalen dat zij Blackboard niet altijd als prettig ervaren. De elektronische leeromgeving wordt meegenomen in de werkgroep digitalisering van de studentenraad.

 

Lees meer

Blind betalen

De ambitieuze student die na een afgeronde studie nog een bachelor of master wil doen, betaalt zich vaak scheel. Waar deze enorme bedragen instellingscollegegeld aan worden uitgegeven, houden de universiteiten voor zich. Hebben studenten niet het recht om te weten waarvoor ze betalen?

Tekst:Marit Willemsen
Illustratie:
Sanne Reckman

Dit artikel verscheen eerder in de maart-ANS

7.000 euro voor een collegejaar Rechten of 17.000 euro voor een jaartje Geneeskunde: wie na zijn afgeronde studie besluit een tweede bachelor of master te beginnen, moet diep in de buidel tasten. Sinds 2010 is de bijdrage van de overheid voor een tweede studie weggevallen. Universiteiten mogen hierdoor zelf bepalen wat ze vragen voor een collegejaar, dit bedrag noemt men instellingscollegegeld. Hoewel je voor een tweede bachelor gemiddeld 7.500 en een master 11.500 euro mag neerleggen, word je compleet in het duister gelaten over de berekening en opbouw van deze bedragen. Waar komt het geld aan ten goede en hoe weet je zeker dat je niet veel te veel betaalt? Begin januari stelde Tweede Kamerlid Mohammed Mohandis (PvdA) hierover kamervragen aan Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zij stelde een landelijk onderzoek in naar de openheid van universiteiten aangaande het instellingscollegegeld. Deze maand wordt duidelijk of Bussemaker naar aanleiding van het onderzoek meer transparantie zal afdwingen. Dit moet echt gebeuren, hoge prijzen verdienen een onderbouwing.

Verschil moet er niet zijn
Op de websites van Nederlandse universiteiten vind je tabelletjes met tarieven en chique collegegeldmeters, maar een uitleg over de instellingsbedragen ontbreekt. ‘Wanneer studenten om uitleg vragen, krijgen ze geen antwoord’, vertelt Mohandis. Studenten snappen volgens hem heus wel dat er meer moet worden betaald voor een tweede studie. ‘De extreme verschillen tussen universiteiten zijn echter onbegrijpelijk en onduidelijk.’ De voorbeelden liegen er niet om: een tweede studie Rechten hier aan de Radboud Universiteit (RU), kost je bijna 7.000 euro per jaar, aan de Universiteit van Amsterdam mag je 9.000 euro afrekenen. Ook de verschillen in de duurdere disciplines zijn opmerkelijk. Zo rekent de Universiteit Utrecht voor een bachelorjaar Geneeskunde 11.000 euro, de RU vraagt 17.300 euro en de Universiteit van Maastricht een verbijsterende 32.000 euro.

Verplichting en zekerheid
‘Onderbouwing van het instellingscollegegeld is niet alleen belangrijk, het is een wettelijke plicht’, zegt Cees Zweistra, voorzitter van de Stichting Collectieve Actie Universiteiten (SCAU). De SCAU vraagt al sinds de invoering van het instellingscollegegeld om meer transparantie over de hoge bedragen en is nog steeds verwikkeld in een rechtszaak hierover met acht Nederlandse universiteiten. Uitleggen waarom bepaalde prijzen worden gehanteerd, geeft de student een verzekering tegen misbruik. Mohandis: Zijn de hoge bedragen niet gewoon een manier om aan de student te verdienen? Een universiteit zou eens naar andere instellingen moeten kijken en vervolgens beargumenteren waarom zij meer of minder vraagt. Zijn er bijvoorbeeld meer contacturen of gespecialiseerde hoogleraren?’ Openings illu

Kop in het zand
Hoewel de RU niet de hoogste bedragen hanteert en je als RU-student voor een aansluitende studie het normale collegegeld betaalt, heeft ook onze universiteit lak aan de tarieven ‘van de overkant.’ Dit wordt pijnlijk duidelijk wanneer ANS de RU vraagt naar haar mening over de kwestie. ‘Wat andere universiteiten doen is aan hen’, meent RU-woordvoerder Martijn Gerritsen. Volgens hem is de opbouw van het instellingscollegegeld wel duidelijk genoeg. ‘Het instellingscollegegeld voor de RU is een aantal jaar geleden vastgesteld op basis van het wettelijk collegegeld, aangevuld met de overheidsbijdrage die we eigenlijk zouden ontvangen.’ ‘Zeggen dat je vroeger een bedrag kreeg en dit nu doorberekent, is echt niet voldoende’, vindt Zweistra. De Rijksbijdrage is gekoppeld aan de graad, de gehele duur van de bachelor of master, en niet aan één jaar zoals bij het Instellingscollegegeld.’ Bovendien heeft het SCAU in 2011 laten berekenen hoe hoog de gemiddelde bijdrage per student aan de RU zou zijn, namelijk 4.328 euro. Dit is de studentgebonden bijdrage in de onderwijskosten, exclusief wettelijke collegegeld. Tel hier volgens de logica van de RU het collegegeld bij op en je komt hoogstens op 6200 euro uit. Aangezien de rijksbijdrage niet ineens is verdubbeld, lijken tarieven als 17.000 euro erg absurd. ‘Ik heb de cijfers niet paraat’, aldus Gerritsen wanneer hij deze berekening hoort. Hij verwijst naar het jaarverslag van de RU, waarin niet wordt gerept over instellingscollegegeld. De woordvoerder sluit af met een laffe belofte. ‘De suggestie om over deze tarieven een algemene vermelding op de website te plaatsen, zullen we in overweging nemen.’

Kwestie van kunnen?
Willen de RU en andere onderwijsinstellingen gewoonweg geen duidelijkheid bieden, of weten zij echt niet hoe ze bijvoorbeeld de kosten voor een studie per student moeten berekenen? Volgens Zweistra zou het tweede mogelijk kunnen zijn, maar het boekhoudsysteem is in dat geval zwaar verouderd. ‘In bijvoorbeeld België en Australië zijn de kosten per student wel heel nauwkeurig in kaart gebracht’, stelt hij. Een andere reden voor de slechte transparantie is wat minder onschuldig. Zweistra: ‘Een zorgwekkend klein deel van de rijksbijdrage wordt daadwerkelijk aan onderwijs besteed, daar willen universiteiten mogelijk geen aandacht op vestigen.’ De ontbrekende of vage uitleg op universiteitswebsites is hoe dan ook niet voldoende om de hoge bedragen te verantwoorden. De student weet niet of hij gebruikt wordt als ‘melkkoe’, terwijl de universiteiten blijven zwijgen. Het is te hopen dat Bussemaker deze maand met harde maatregelen over de boeg komt, of dat universiteiten zo fatsoenlijk zijn zelf het zwijgen te doorbreken.

Klik hier voor de overige artikelen uit de maart-ANS.

 

Lees meer

Boekhandel Roelants op Nijmeegse campus?

Boekhandel Roelants zal waarschijnlijk de Studystore op gaan volgen als de nieuwe campuswinkel voor leesvoer, dat meldde De Gelderlander vanochtend. Collegevoorzitter Gerard Meijer laat er na het vertrek van de Studystore geen gras over groeien en deed de boekenwinkel een aanbod. Helemaal zeker is het plan volgens eigenaar Wouter Roelants nog niet. 'Ik wil een winkel op de campus en de universiteit wil het, maar alles moet nog worden uitgewerkt. Op dit moment schat ik de kans dat de winkel er komt op 50 procent.' Roelants kan niet zeggen wanneer de intrek van de winkel precies zou zijn, volgende week gaan beide partijen om de tafel om het plan uit te werken. Op dit moment kun je al bij Roelants in de Broekhuysenstraat en bij het LUX terecht om boeken te kopen, binnenkort hoef je wellicht niet 'helemaal' naar het centrum op de fiets als je om leesmateriaal verlegen zit.

 

Lees meer

Broodje bal: De Loefbijter (2)

In de hoop op nieuwe zieltjes proberen zichzelf respecterende verenigingen de nieuwe eerstejaars van een bodem te voorzien. Er zijn genoeg eetacties om uit te kiezen. ANS test de kwaliteit en de gezelligheid van deze acties en prikt een vorkje mee. Wegens een hoge beoordeling vorig jaar, schuift ANS nogmaals aan bij zeilvereniging De Loefbijter. Kunnen zij de druk aan? Door: Evy van der Aa en Daan van Acht Vereniging: Deze zeilers vormen ook buiten de boot een goed team. Ondanks het volle terras is er geen greintje stress te bekennen bij de Loefbijters. Het eten staat snel op tafel en de verenigingsleden zorgen goed voor de gasten. Daarnaast schuiven de leden af en toe aan voor een gezellig praatje en vergeten daarbij niet te vragen of alles naar wens is. Een promo-praatje heeft ANS niet gekregen, maar is wel gesignaleerd bij andere tafels. De strekking van het verhaal is duidelijk: de Loefbijter is een vrijblijvende vereniging die regelmatig op het water vertoeft maar ook niet vies is van een biertje. Locatie: Ondanks het tegenvallende weer, heerst op het terras van Sjors en Sjimmie een gemoedelijke sfeer. De parasols zorgen ervoor dat de 225 studenten droog hun maaltijd naar binnen kunnen schuiven. De locatie is aangekleed met een vlag van de vereniging en de constant voorbijrijdende bierfietsen van Herendispuut Los Hombres Locos en Damesdispuut Carmen dragen bij aan het introductiegevoel. eten loefbijterSmaak: Het menu van vorig jaar is grotendeels overgenomen en ook deze keer zijn de geserveerde tapas een succesnummer. Voor een studentenmenu zijn de smaak, ingrediënten en producten hoogstaand te noemen. Daarbij vertelt de voorzitter dat al het eten zelfgemaakt is. De verschillende tapas hadden niet misstaan in menig restaurant. Met name de tweede gang, die bestaat uit een samenstelling van soorten vis waaronder kreeft, trekt de aandacht. ANS heeft deze gang echter niet op andere tafels gespot. Desalniettemin is dit menu voor tien euro inclusief drie drankjes een buitengewoon goede deal. Gezelligheid: De introgroepjes zitten ieder aan een eigen tafel en bemoeien zich onderling niet met elkaar. Toch lijkt de sfeer aan de tafels zelf goed. Spontaan begint een groepje rechtenstudenten te zingen. Vanuit een andere tafel klinkt de uitspraak 'Ik heb een 3,9 gehaald, was zo trots op mezelf!', waarmee de avond ten einde komt. Eindoordeel: 9 Ook vorig jaar beoordeelde ANS de eetactie van De Loefbijter.

 

Lees meer

Bussemaker propageert leenstelsel op RU

Aankomende zaterdag mogen toekomstige studenten weer een kijkje komen nemen op de RU tijdens de Open dag. Minister van Onderwijs Jet Bussemaker brengt die dag ook een bezoek aan de Nijmeegse universiteit. Tijdens de Open dag geeft Bussemaker een presentatie om het leenstelsel te promoten dat per september ingaat. Ze zal ook vragen van scholieren en ouders over het 'studievoorschot' beantwoorden. Altijd de beruchte minister al eens willen zien? Zorg dan dat je zaterdag om 10.15 uur aanwezig bent op de Open dag.

 

Lees meer

Bussemaker ziet heil in MOOCs

Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet mogelijkheden voor de zogenaamde Massive Online Open Course (MOOC) in Nederland, schrijft ScienceGuide naar aanleiding van Kamervragen.

MOOCs zijn cursussen die ontworpen zijn voor massale deelname online, waardoor de student die de cursus deelneemt dus niet gebonden is aan een locatie. Het was in de Tweede Kamer lang stil rond deze ontwikkelingen in het onderwijs maar na Kamervragen van VVD-onderwijswoordvoerders Karin Straus en Pieters Duisenberg komt het onderwerp weer in de schijnwerpers.

Minister Bussemaker zegt in het antwoord grote kansen te zien in de ontwikkeling van online cursussen in het hoger onderwijs. Nederland heeft, volgens Bussemaker, de potentie een koploper te worden op het gebied van open online onderwijs. Momenteel is de minister aan het bekijken wat de mogelijkheden zijn voor deze MOOCs. Komend najaar komt er een beleidsbrief waarin staat hoe de politiek moet meerwerken aan online onderwijs, maar een ding staat vast: ‘De wet- en regelgeving mag niet in de weg zitten deze ontwikkeling te doen groeien.’

Aan de RU is nog weinig enthousiasme voor MOOCs. Het College van Bestuur heeft er zelfs geen mening over. Benieuwd of collegevoorzitter Gerard Meijer positiever over online cursussen is gaan denken? Lees het in de juni-ANS, die morgen in de bekende bakken ligt.

 

Lees meer