'Erover praten kan zo helend zijn'

Gisteren publiceerde ANS de brief van de 23-jarige Simon, waarin hij vertelde over de periode tijdens zijn studententijd waarin hij aan een depressie leed. Studentpsycholoog Annemiek Godefrooy was erg onder de indruk van de brief en met name van de rol die het studiegenootje van Simon speelde. 'Vragen hoe het écht met iemand gaat, is het beste dat je kan doen.'

Tekst: Irene Wilde
Illustratie: Inge Spoelstra

brief deel 2 450xWat dacht u toen u de brief van Simon las?
'Voor mij is het een heel bekend verhaal. Alle facetten waar hij over vertelt, zie ik terug in mijn spreekkamer: jezelf beroerd voelen, nergens meer aan toekomen en jezelf terugtrekken. Dat zijn wel de hoofdkenmerken van een depressie.'

Zou u kunnen uitleggen wat een depressie precies is?
'Het voornaamste kenmerk van een depressie is een lage stemming. Je voelt je niet goed, je voelt je lusteloos en zit niet lekker in je vel. Zelfs dingen die je normaal leuk vindt om te doen, boeien je niet meer. Op een gegeven moment heb je ook het liefst zo min mogelijk mensen om je heen en trek je je steeds verder terug. Mensen met een depressie komen tot niks, waarover ze zich dan schuldig over voelen. Dat schrijft Simon ook mooi in zijn brief: "Ik beloof dat het morgen weer beter gaat", maar dat gaat dus niet.

'Er is tegenwoordig veel aandacht voor burn-outs, maar ik wil wel benadrukken dat dit iets anders in dan een depressie. Een depressie en een burn-out hebben veel overeenkomsten, maar het grote verschil is dat de oorzaak van een burn-out altijd overbelasting is. Een depressie daarentegen kan je gewoon overkomen zonder aantoonbare reden.'

En hoe kom je daar dan uit?
'Het belangrijkste is om erover te praten. Ik geef ook altijd aan mijn cliënten mee dat ze moeten proberen om iemand te vinden bij wie ze het gevoel hebben hun verhaal kwijt te kunnen. Dat kan namelijk heel opluchtend zijn. Juist dat stukje van jezelf durven delen met anderen, kan heel prettig voelen. Je zit er daarna namelijk niet meer alleen mee, waardoor je wereld wat groter wordt.'

Waarom vinden mensen het zo moeilijk om hierover te praten?
'Dat komt vooral doordat mensen met een depressie het schaamtevol vinden om erover te praten en gaan denken voor anderen. Ze denken dat niemand op hun stemming te wachten en niemand hen zal begrijpen. Onder studenten in het bijzonder leeft vaak het idee dat je gezellig móet zijn, vaak mee een biertje moet gaan drinken en dat je een loser bent als je niet aan dat beeld voldoet.'

Wat kun je als buitenstaander het beste doen wanneer je vermoedt dat iemand niet zo'n lekker in zijn vel zit?
'Vragen hoe het met iemand gaat. Maar dan ook écht vragen! Het is vaak gemakkelijk om te meteen door te lopen als het antwoord "goed" is, maar vraag het eens een tweede of zelfs derde keer. Wat dat meisje deed bij Simon is het schoolvoorbeeld van hoe je zoiets moet aanpakken. Ga eens rustig met iemand op een bankje zitten om erover te praten. Het is zo helend voor de ander om erover te kunnen praten, maar ook voor jou kan het bijzonder zijn als iemand aan jou zijn verhaal kwijt durft.'

En wat moet je als buitenstaander vooral niet doen?
'Kom vooral niet aan met oplossingen of tips. Vaak hoor je dat vrienden proberen iemand op te beuren door dingen te zeggen als "ga lekker een rondje fietsen, dan is het zo weer over" of "kom lekker mee een biertje drinken, dan hoef je er even niet aan te denken." Dat zijn manieren om er zelf niet mee bezig te hoeven zijn. En als je het moeilijk vindt, omdat je niet weet waar diegene precies behoefte aan heeft: maak dat ook bespreekbaar. Vraag wat je voor iemand kan doen en op wat voor manier je kunt helpen. Wat je absoluut niet moet doen, is iemand buitensluiten. In zijn brief omschrijft Simon mooi dat zijn ouders meteen zeiden dat hij altijd welkom is thuis. Dat ze altijd van hem hielden, ook met zijn depressie. Dat is de beste reactie die je kan geven als omgeving.'

 

 

Lees meer

'Evenblij maakt vrienden' in café 't Haantje

Dinsdagavond werd in het Nijmeegse Café 't Haantje een aflevering opgenomen van het nieuwe seizoen van 'Evenblij maakt vrienden', een programma van BNNVARA.

Tekst: Myrte Nowee

Het programma, waarin de oud-Jakhals Frank Evenblij bekende mensen interviewt, had deze aflevering een lokaal tintje. De geïnterviewde van deze week was namelijk de Nijmeegse Sinan Can - wie ANS toevallig eerder sprak over zijn leven als oorlogsverslaggever. Als extra gasten waren de Nijmeegse zanger Frank Boeijen en televisiemaker Fons de Poel ook aanwezig. 

Informele setting
Tijdens de opnames hebben de gasten gewoon hun gebruikelijke avond. Naast een aantal camera-  en geluidsmannen valt het nauwelijks op dat het café vanavond een aantal grootheden rijker is. Het interview heeft duidelijk een wat informelere setting, wat goed past bij de sfeer die het lokale café uitstraalt. De tv-personages keuvelen dan ook alsof het groepje wekelijks bijeenkomt.

Dan vraagt Evenblij luid of iedereen even stil kan zijn. 'Frank Boeijen wil even een liedje zingen voor Sinan'. Het babbelen verstomd snel en in het doodstille café zingt Boeijen een van zijn bekendste nummers 'Zwart Wit'. Het schijnt het lievelingslied van Sinan Can te zijn. Ingetogen luisteren alle aanwezigen en bekijken ze de intieme setting waarin Boeijen in het nummer loepzuiver nog wat hoge noten fluit.

Oude bekenden
Na de opnames wordt het duidelijk waarom voor dit Nijmeegse café is gekozen. 'Frank en Fons kwamen hier vroeger als student al', vertelt Evenblij, 'daarom vonden ze het leuk om hier af te sluiten. Hiervoor hebben we namelijk eerst een rondje door de stad gelopen.' De barman is dan ook geen vreemde van een deel van het gezelschap en vindt het erg leuk dat jaren later nu juist voor zijn café is gekozen.

De aflevering wordt halverwege januari uitgezonden.

 

Lees meer

'Ik houd ervan als lezers niet kunnen slapen door mijn boeken'

Thomas Olde Heuvelt werd in één klap beroemd met de bloedstollende thriller HEX over het Gelderse dorpje Beek dat vervloekt is door een eeuwenoude heks. Drie jaar lang worstelde hij met het plotselinge succes, maar nu verschijnt een nieuw boek. 'Echo is een rollercoaster: het laat je lachen, het laat je huilen, het maakt je bang. Het is een soort storm die over je heen komt. Letterlijk.'

Tekst: Floor Toebes
Foto's: Vincent Veerbeek

Thomas Olde Heuvelt 750x

In 2013 publiceerde Olde Heuvelt zijn roman HEX. Het kwam onopgemerkt uit in Nederland en dreigde al snel in de vergetelheid te raken, totdat het in 2016 in Amerika doorbrak. Binnen no-time was de thriller het gesprek van de dag: in The Guardian verscheen een lovende recensie, Warner Bros kocht de filmrechten en niemand anders dan Stephen King plaatste een enthousiaste tweet over HEX. Na dit internationale succes belandde het boek ook in Nederland op de bestsellerlijst en gingen lezers massaal naar de boekhandel om HEX te kopen.

Zelf lijkt hij het nog niet helemaal te beseffen, maar Echo is nu écht helemaal af. 'Ik heb zojuist de definitieve versie naar de uitgever gestuurd', zegt hij, alsof het een alledaagse mededeling is. 'Ik heb vanochtend nog de laatste edits gedaan.' Het afgelopen jaar heeft Olde Heuvelt van 's ochtends vroeg tot 's avond laat hard gewerkt aan zijn nieuwe roman Echo. 'Het is enger dan HEX', vertelt de schrijver, duidelijk tevreden.

Gefeliciteerd met het inleveren van je nieuwe boek. Ben je tevreden met het resultaat?
'Ik ben daar heel tevreden over, ja. Ik wilde er alles aan doen om het écht weer nieuw te maken. Ik had in een veel kortere tijd een soort aftreksel van HEX kunnen schrijven, maar dan had ik niemand verrast. Dat is een fout die veel net-succesvolle schrijvers maken. Ik wilde vernieuwing aanbrengen in mijn werk, en je weet van tevoren niet hoe dat gaat vallen. Toch heb ik het gevoel dat ik mezelf heel goed heb verbeterd. Ik vind het absoluut een beter boek geworden.'

'Ik denk dat Echo veel unieker is. Het is én een gelaagd verhaal én stilistisch.'

In welke zin heb je jezelf verbeterd?
'Ik denk dat ik stilistisch veel beter ben geworden. HEX is een gelaagd verhaal en werkt op spanning, maar het is stilistisch niet heel bijzonder. Het is redelijk normaal proza. Ik denk dat Echo veel unieker is. Het is én een gelaagd verhaal én stilistisch.'

Hoe is het om weer een boek uit te geven na het grote succes van HEX?
'Anders natuurlijk. Er is sinds het succes van HEX best veel veranderd. Zo kan ik nu financieel gezien leven van mijn boeken en heb ik in de afgelopen jaren de wereld rondgereisd voor de promotie.' Olde Heuvelt denkt even na. 'Alle aandacht die erbij kwam kijken toen HEX doorbrak, was aan de ene kant supervet. Aan de andere kant zorgde juist die aandacht ervoor dat het opeens serieus is. Ik had ontzettend het gevoel dat ik me moest gaan bewijzen met het volgende boek. Daardoor merkte ik dat ik het schrijven veel moeilijker ben gaan vinden. Die druk om het nóg beter te doen, heeft lang het ongedwongene uit het schrijven gehaald.'

Zou je ergens willen dat HEX niet zo'n groot succes was geworden?
'Nee, dat zeker niet. Voor mij heeft schrijven twee kanten: ik wil enerzijds een mooi verhaal vertellen maar ik geloof anderzijds dat een verhaal in feite helemaal niets is als het niet gelezen wordt. Als een boek dicht is, zijn het gewoon woorden op dood papier.' Enthousiast: 'Ik heb jouw fantasie nodig om het verhaal tot leven te laten komen. Dat is het mooie van fictie: de lezer maakt het zelf. Daarom vind ik het heel belangrijk dat mijn verhalen gelezen worden. En het is altijd mijn droom geweest om wereldwijd gelezen te worden. Dus nee, ik ben heel blij dat het is gebeurd. Het is nu vooral een ding voor me om die onbevangenheid weer terug te vinden met het idee dat nu de hele wereld meeleest.'

'Ik wil een emotie aanwakkeren. Ik wil de lezer raken.'

Heb je die onbevangenheid weer terug kunnen vinden?
'Ik heb veel met mensen gepraat die al wat verder in hun carrière zijn en deze druk dus ook hebben ervaren. Ik heb bijvoorbeeld met George R.R. Martin, de schrijver van Game of Thrones, hierover gesproken. Het succes van Game of Thrones had hem ontzettend overvallen. De TV-serie is inmiddels verder dan zijn boekenreeks. Daardoor wachten lezers wereldwijd continu op zijn nieuwe boek. Er wordt aan alle kanten aan hem getrokken. Dat is heel frustrerend voor hem.' Olde Heuvelt herkent dat gevoel: 'Door er met veel mensen over te praten, is het me toch gelukt om een manier te vinden om alles te combineren. Het is niet één advies dat mij uiteindelijk heeft geholpen, maar alles bij elkaar zorgde ervoor dat ik het ongedwongene in het schrijven terug heb kunnen vinden.'

De fantasie tot leven laten komen deed je met je vorige boek zeker. Veel lezers vonden je boeken enorm eng. Vind je het leuk om angst op te wekken?
'Ik hou er eerlijk gezegd van als lezers niet kunnen slapen vanwege mijn boeken. De boeken die je het beste bijblijven, zijn de boeken die emoties raken. Die je laten lachen, je laten huilen of je bang maken. En het maakt me niet eens uit of je lacht om een boek of dat je er niet van kan slapen. Ik wil een emotie aanwakkeren. Ik wil de lezer raken.' Olde Heuvelt denkt even na. 'Ik denk dat ik altijd op zoek ben geweest naar zekere controle.'

                 Thomas Olde Heuvelt Beek1    Thomas Olde Heuvelt Beek2

Hoe bedoel je dat, controle?
'Mijn vader is heel erg jong overleden. Als in één keer iemand uit je directe omgeving wordt afgenomen als je heel jong bent, heeft dat een hele grote impact op je. Dan verlies je de controle over wat het leven je biedt. En ik denk dat het grootste issue van mijn leven is dat je accepteert dat je lang niet alles in de hand hebt. Dat het leven je soms opeens iets voorschotelt dat heel erg lelijk en naar is.' Even is het stil. 'Het leven is niet altijd mooi, je hebt er lang niet iets over te zeggen, daar gaat horror uiteindelijk over. Soms staan er verrassingen voor je deur die je niet verwacht, die absoluut niet mooi zijn. Hoe deal je daarmee?'

Is dat de reden waarom je thrillers schrijft?
'Ja, onder andere. Maar ik ben er ook mee grootgebracht.' Olde Heuvelt glimlacht. 'Ik ging als kind met mijn oom naar Duivelsberg om te wandelen in het bos. Hij vertelde daar allerlei enge verhalen. Zo vertelde hij wel eens dat je met je ogen dicht langs heksenkringen moest lopen. Als je dat niet deed, had je zeven jaar lang ongeluk. Vroeger geloofde ik dit natuurlijk en liep ik altijd met gesloten ogen langs paddenstoelen. Door de verhalen van mijn oom is er eigenlijk een zaadje geplant. Als kind heb ik altijd een speciale belangstelling voor thrillers gehad. Ik las veel boeken van Ronald Dahl en Paul van Loon, maar later natuurlijk ook Stephen King.'

Over thrillers gesproken, waar gaat Echo eigenlijk over?
'Echo gaat over twee vrienden die in Zwitserland in de bergen klimmen. Eén van de jongens verongelukt en de ander komt verminkt terug. Wat eerst een obsessie voor de bergen was, slaat na het ongeluk om in bezetenheid. Hij heeft iets mee naar beneden genomen wat in hem blijft zitten en binnenin hem raast.'

Eerst Beek, nu Zwitserland. Hoezo Zwitserland?
'Ik klim wel eens in Zwitserland. Daardoor ken ik de omgeving goed.' Enthousiast: 'als klimmer raak ik overweldigd door een berg. Er lijkt dan bijna een soort leven in zo'n berg te zitten. Dat gevoel heb ik in Echo willen uiten.'

Thomas Olde Heuvelt 350xWaar haal je je inspiratie vandaan?
'Als Stephen King de vraag kreeg hoe hij op zijn ideeën kwam, antwoordde hij altijd met "in een klein winkeltje ergens op 21th street in New York City." Omdat er eigenlijk geen antwoord op die vraag te geven is, maakt hij er een grapje van. Je krijgt inspiratie door te leven. Letterlijk. Alles wat je mee maakt, de emoties die je beleeft, de boeken die je leest. Alles destilleert zich in wat je maakt. Een boek is eigenlijk een combinatie van alles wat je bent. En al schrijf je fictie, de emoties in het boek zijn echt.'

Je zei net dat je met HEX de angst van mensen wilde vatten. Wat wil je met

...
Lees meer

'Voor je het weet ben je vijf maanden verder'

Het kiezen van een onderwerp, het houden aan de deadlines: voor veel studenten is het schrijven van je scriptie een van de moeilijkere dingen van het afronden van de bachelor. Mariken de Kok, zelf oud-student van de Radboud Universiteit, is na een carrière in de marketing aan de slag gegaan als scriptiebegeleider. Met haar bedrijf Frisse Colleges helpt ze studenten bij het vinden van motivatie en het verwoorden van hun onderzoek.

Met welke problemen komen studenten het vaakst naar je toe?
'Dat kan van alles zijn: motivatieproblemen, perfectionisme, schrijfproblemen. Over het laatste krijg ik de meeste vragen. Het is vaak niet makkelijk om datgene dat je in je hoofd hebt bedacht, op papier te zetten. Aan de andere kant is het schrijven van een scriptie inhoudelijk ook moeilijk. Het is voor studenten lastig om te bedenken wat wel of niet in een scriptie thuishoort en wat je hoofd- of deelvragen zijn.'

Hoe kies je het beste een onderwerp voor je scriptie?
'Het is het belangrijkst om een onderwerp te kiezen dat je zelf interessant vindt en waar je meer over wil weten, wat dat dan precies is maakt niet zoveel uit. Wel is het slim om van te voren al wat literatuuronderzoek te doen. Het is namelijk een enorme opdracht om een scriptie te schrijven over een onderwerp dat nog zo nieuw is dat er maar weinig literatuur over te vinden is. Ook kan je van te voren al kijken welke docent je graag als begeleider wil hebben, zodat je een onderwerp kan kiezen dat in zijn of haar straatje ligt.'

Welke tips heb je voor studenten die met hun scriptie beginnen?
'Houd je ten eerste aan de deadlines die gegeven worden. Studenten zijn erg gewend aan het maken van tentamens. Omdat dat harde deadlines zijn, lukt dat meestal wel. Een scriptie is echter zo'n groot project dat je al snel denkt "Oh, ik begin morgen wel", maar voor je het weet ben je vijf maanden verder en heb je nog niks op papier staan. In de scriptie-academy, een van de onderdelen van Frisse Colleges, vragen we studenten daarom ook om iedere dag een evaluatie te sturen waarin ze vertellen wat ze die dag hebben gedaan.

'Mijn tweede tip is om tijdens het schrijven continu de hoofd- en deelvragen erbij te houden. Een scriptie moet daar namelijk antwoord op geven. Het gevaar bestaat al snel dat je uitweidt over allerlei onderwerpen die er eigenlijk niet zoveel mee te maken hebben.'

Wat moet je doen als je geen goede klik hebt met je begeleider?
'Je zou om een nieuwe begeleider kunnen vragen, bijvoorbeeld via een vertrouwenspersoon. Aan de andere kant ben je zelf ook verantwoordelijk voor een goede band met je begeleider. Probeer een professionele houding aan te nemen door te zorgen dat je op tijd je dingen inlevert en je afspraken nakomt. Dan bouw je credits op voor als je zelf een keer extra hulp nodig hebt van je docent.'

Heb je zelf ook problemen gehad tijdens het schrijven van je scriptie?
'Ja, over het schrijven van mijn scriptie voor mijn studie Communicatiewetenschappen heb ik langer gedaan dan ik wilde. Ik was te perfectionistisch en wilde een soort masterpiece schrijven waardoor ik totaal blokkeerde. Veel van de problemen waar studenten tegenaan lopen heb ik dus zelf meegemaakt.'

Op de websitevan Frisse Colleges staan meer tips en Youtube-filmpjes over het schrijven van je scriptie. 

 

 

Lees meer

[Gedicht] Cynisch leven in Ravenstein

Columnist Niek van Ansem vertelt in een gedicht over zijn moeilijke frustrerende zoektocht naar een kamer in Nijmegen.

Kamerjacht in Nijmegen: een bittere pil.
Wie zegt dat ik júllie als mijn huisgenoten wil?
Ik hoor het mezelf zeggen, zittend op jullie sofa
als ware ik jullie patiënt.
'Wat is je liefste hobby? Wat is je dierbaarste talent?'
Wat gaat het je godverdomme aan? Wie wil het nou écht weten?
Want eer ik de drempel over ben, ben je mij allang vergeten.
Als ik niet diegene was die ik voor jullie had moeten zijn,
dan leg ik me wel neer bij het cynisch wonen in Ravenstein.


Of Dukenburg? Of Beuningen? - daar ooit van gehoord?
Het is er cynisch wonen, de dag kruipt er langzaam voort.
Daar zie ik mezelf leven; het zal er voelen als thuis zijn,
met de koeien als mijn publiek.
'De naam is Niek van Ansem. Ik doe aan rockmuziek.'
De zin rolt als massa over mijn lippen, de woorden van een automaat.
Ik wens de wanhopige na mij 'veel succes' op dat ze vlotter praat.
Als ik niet diegene bleek, dan heeft het vast zo moeten zijn.
En dan ga ik wel cynisch wonen, ergens in Ravenstein.


En eerlijk gezegd, ben ik blij, want ik verlangde naar die rust.
Het onverschillige platteland dat me in een coma sust.
Voorbij zijn dan de dagen van de kille industrie.
't Was niet aan mij besteed.
'Mijn naam? Die doet er niet toe! Vergeet maar hoe ik heet!'
Hoe vaak heb ik dat niet willen zeggen? En hoe vaak ben ik eerlijk geweest?
Hopelijk ben ik niet een van die mensen die je als open boeken leest.
Want als ik zo iemand was, dan zouden het tragische pagina's zijn.
Over een kluizenaar die koos voor het cynisch leven in Ravenstein.

 

illustratie ravenstein 700x

 

Lees meer

[Ingezonden] Een groenere campus

De campus van de Radboud Universiteit is groen, maar niet groen genoeg. Sander van der Goes van AKKUraatd en Hannah Fröb van AGREEn pleiten daarom voor een steenbreek en een diverser groenbeleid op de campus. Dit is beter voor het klimaat, maar zorgt ook voor een aangenamere campus.

Als je de campus vanuit de Erasmustoren bekijkt, zie je dat er nog veel grijze, versteende plekken op de campus te vinden zijn. Denk hierbij aan het Linnaeusplein, het Erasmusplein, buitenmuren van gebouwen en een flink aantal daken waar nog geen zonnepanelen liggen. Te veel locaties op de campus bestaan nu uit stenen vlaktes en in de groene gebieden kan nog meer worden gedaan om biodiversiteit te stimuleren.

Voorbeeldfunctie waarmaken
Nederlandse steden verstenen steeds meer. Tegelijkertijd verdwijnt hierdoor meer en meer groen. Dit is niet alleen jammer voor onze leefomgeving, het is ook problematisch. Het creëert namelijk hittestress en vergroot de kans op wateroverlast. Stenen houden hitte vast en voorkomen dat de bodem water kan opnemen. Specifiek voor de universiteit is te zeggen dat er, met name op hele hete dagen, bijna geen geschikte locaties voor studenten te vinden zijn om te vertoeven. Op pleinen voel je al snel een verstikkende hitte en op het gras heb je geen schaduw.

Om dit probleem op gemeentelijk niveau aan te pakken zijn er al (private) initiatieven opgezet. Een van deze initiatieven is 'Operatie Steenbreek', een organisatie die de samenleving aanzet om hun leefomgeving te vergroenen. Dit doen ze in samenwerking met gemeenten, waterschappen, het bedrijfsleven en ook enkele universiteiten. Helaas doet de Radboud Universiteit (RU) hier niet aan mee.

De universiteit zou voorop moeten lopen als het gaat om vergroening en klimaat.

Ook in het kader van de European Green Capital probeert de gemeente Nijmegen burgers aan te sporen om hun tuinen te vergroenen, maar de universiteit blijft achter. Met de sloop van de compleet stenen Thomas van Aquinostraat wordt al een goed begin gemaakt: in plaats van deze stenen straat komt er compactere nieuwbouw met veel meer groen eromheen. Wij denken echter dat er nog meer te behalen is op dit gebied. De universiteit heeft in de maatschappij een voorbeeldfunctie, wat betekent dat ze voorop zou moeten lopen als het gaat om zaken als vergroening en klimaat.

Stenen eruit, groen erin
Wij pleiten ten eerste voor een steenbreek rondom het Linnaeusgebouw: Stenen eruit, groen erin. Het motto van de Green Capital Challenge sluit hier ook op aan: 'Nijmegen vergroent'. Ditzelfde willen wij voor het Erasmusplein. Momenteel ligt daar een kring van kiezelstenen. Wij zien graag dat de RU deze vervangt door beplanting. Door het vergroenen worden deze plekken ook aantrekkelijker voor studenten en medewerkers. Zij kunnen dan studeren of werken in een mooie omgeving onder een boom die zorgt voor een koele schaduw, in plaats van tussen de gloeiende stenen.

Ook de muren en de daken van de campus zien we graag vergroenen. Via een verticale tuin of een klimplant is een goed te onderhouden groenconcentratie te realiseren. De gemeente Nijmegen heeft hier zelfs een subsidiepotje voor. Door muren en daken te vergroenen, wordt de campus niet alleen een aangenamere plek om te verblijven, maar wordt ook de riolering van de universiteit minder belast. Zo draagt de universiteit haar steentje bij aan het tegengaan van wateroverlast en creëert zij een aangenamere werkomgeving voor student en medewerker.

De RU heeft veel potentie om groener en aangenamer te worden.

Niet alleen maar groener, ook biodivers
Het vergroenen van de campus is één ding, maar het verkrijgen van een goede biodiversiteit, dus een variatie in flora en fauna, is een tweede. Dit is belangrijk, want de afgelopen 27 jaar is 76 procent van de insectenpopulatie verdwenen. Dit terwijl wij mensen, net als de rest van het ecosysteem, afhankelijk zijn van deze dieren. De universiteit is al begonnen om dit aan te pakken, door in de groenstrook in het midden van de Heyendaalseweg een bloemenberm aan te leggen en insectenhotels te plaatsen. Dergelijke activiteiten om de biodiversiteit te bevorderen zouden op veel meer locaties op de campus kunnen. Daarnaast kan de universiteit nog veel meer doen om biodiversiteit te stimuleren. De University of Exeter hanteert bijvoorbeeld verbeterde plantschema's, een zero green waste policy en een variërend maaibeleid. De RU zou dit ook kunnen doen. Op deze manier voorzie je insecten het hele jaar van voedsel en creëer je voldoende habitats voor deze dieren.

De RU heeft veel potentie om groener en aangenamer te worden dan ze nu is. Door het vervangen van stenen door groen, het plaatsen van groen op muren en daken en ervoor te zorgen dat dit groen bovendien divers is, kan de universiteit niet alleen haar steentje bijdragen op het gebied van wateroverlast, maar stimuleert ze ook biodiversiteit. Op deze manier kan de campus ook nog eens een fijnere verblijfplaats worden.

 

Lees meer

[Ingezonden] Huilkamer normaliseert mentale problemen

Het nieuws van woensdagmiddag over de huilkamer op de Radboud Universiteit viel niet bij iedereen goed. Ook Mae Boevink, oud-studente aan de Radboud Universiteit, had moeite met het concept. Zij heeft zelf mentale klachten (gehad) en ziet de huilkamer als het normaliseren van stress om tentamens door de universiteit. In deze open brief vertelt zij haar kijk op de actie van de universiteit. 


Op 19 juni verscheen er in een WhatsApp groep waar ik in zit een foto van een poster van de Cry Room #Radbreak. Waar ik in eerste instantie dacht dat het hier om een slechte grap ging bleek iets later, na de Facebook van de universiteit te bekijken, dat het hier wel degelijk om een bestaande poster ging.

Mijn eerste reactie was die van verbazing, vlug gevolgd door woede en verdriet. Als alumna met een geschiedenis (en heden) met geestelijke gezondheidsproblematiek doet het mij pijn om te zien hoe de Radboud Universiteit omgaat met mental health.

'Depressie is uiteraard iets wat met even een potje janken gewoon voorbij is.'

De universiteit doet het op deze manier af alsof het normaal is dat studenten in paniek raken en huilen om hun resultaten. Alsof in huilen uitbarsten terwijl je in college zit omdat je het allemaal niet meer trekt simpelweg opgelost wordt door naar een 'huiskamer' te gaan waar wat tissues staan, wat post-its hangen en wat 'zielige' muziek opstaat. Want dat is hoe je dit soort dingen oplost. Depressie is uiteraard iets wat met even een potje janken gewoon voorbij is. De enorme prestatiedruk die studenten voelen gaat uiteraard weg wanneer je op een post itschrijft dat je tentamen slecht ging en dat je bang bent dat je je jaar niet haalt en iedereen in je leven gaat teleurstellen en je een nóg grotere studieschuld oploopt.

Wat belachelijk.

Depressie, angststoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, al deze dingen komen zo veel vaker voor dan de universiteit nu doet voorkomen. En het zijn dingen niet zomaar opgelost worden door de bovengenoemde manieren. Waarom moet de universiteit zich verlagen tot zo’n publiciteitsstunt, terwijl die tijd beter besteed kan worden?

Hoe hebben er mensen van Dienst Marketing en Communicatie bij elkaar gezeten en dit goedgekeurd? Heeft niemand bedacht dat er misschien meer tijd in studentenwelzijn an sich kon worden gestoken? Misschien is het een idee om meer voorlichting te geven aan studenten, om ze meer te wijzen op de mogelijkheden voor wanneer je je als student belachelijk KUT voelt maar niet weet waar je naartoe moet. Misschien zou er meer geld moeten komen voor meer studentenpsychologen in plaats van er soort van een verwijzing naar te doen op de poster. Misschien wordt het tijd om studenten serieus te nemen en een groter algeheel gesprek over te voeren in plaats van ze drie dagen lang de kans te geven om zich op te sluiten in een kamertje waar ze zich gepatroniseerd voelen en denken dat het daarbuiten niet oké is om je zo te voelen.

Ik werd verdrietig, en misschien moet ik maar even gaan huilen in het Erasmusgebouw. Maar mijn woede zal er dan wel voor zorgen dat ik onderweg ernaartoe meteen elke poster die ik tegen kom van de muur zal rukken.

 

Lees meer

[Ingezonden] Kameleonzalen: een duurzame oplossing voor het probleem van studiewerkplekken

Al het hele collegejaar zijn er, met name tijdens tentamenperiodes, klachten over een te volle Universiteitsbibliotheek en een tekort aan studiewerkplekken. Het College van Bestuur kwam eerder al met een oplossing door onderwijslokalen in tentamenperiodes open te stellen, maar volgens studentenfractie AKKUraatd is dit niet genoeg. Zij pleiten ervoor om deze zalen ook de uitstraling te geven van een studiewerkplek.

Het is weer zover: de tentamenperiode komt er aan. Traditioneel betekent dit goed zoeken naar een werkplek voordat je kan beginnen met studeren. Extra studiewerkplekken zouden dit kunnen verhelpen. Deze extra werkplekken moeten verspreid over de hele campus worden gerealiseerd, zodat studenten van FNWI tot Rechten genoeg werkplekken hebben. Studentenfractie AKKUraatd pleit voor het realiseren van zogenaamde kameleonzalen in alle faculteitsgebouwen.

Kameleonzalen zijn zalen die gedurende de zeven collegeweken 'gewone' onderwijszalen zijn, maar voor de tentamenweken eenvoudig kunnen worden veranderd. Zij krijgen daarmee de inrichting en de sfeer van een volwaardige studiewerkplek. Voor de tentamenweken worden de tafels en stoelen in een andere opstelling gezet, worden geluidsdempende en sfeercreërende objecten als planten neergezet en wordt met behulp van contactdozen ervoor gezorgd dat er genoeg stopcontacten in de zaal zijn. Ook wordt er een poster op de deur geplakt waarop staat dat de zaal drie weken lang een stiltewerkplek is. Als kers op de taart ligt er standaard tapijt. Wanneer de tentamenweken voorbij zijn worden de veranderingen weer ongedaan gemaakt.

    Kameleonzaal1450x  Kameleonzaal2450x

Tijdens de tentamenweken is het soms dringen voor een studiewerkplek. Toch is er op de Radboud Universiteit genoeg ruimte om studenten in hun behoeftes van voldoende studielandschappen te voorzien. De beschikbare ruimte moet alleen beter en flexibeler benut worden. Tijdens de onderwijsvrije tentamenweken staan veel onderwijslokalen leeg. Het College van Bestuur heeft een groot deel van deze lokalen voor studenten opengesteld om tijdens tentamenweken in te kunnen studeren. Alhoewel het College hiermee een goede maatregel heeft getroffen vinden veel studenten nog niet de weg naar deze lokalen. Met het realiseren van kameleonzalen kan hier verandering in komen.

Het hoeft niet moeilijk te zijn om de kameleonzaal "van kleur te laten veranderen". Studenten kunnen nu al als werkactie stoelen en tafels uitklappen om de sportzalen tentamenweekproof te maken. Met eenzelfde constructie zouden studenten de kameleonzalen kunnen veranderen in een studielandschap. Er moet een inschatting per faculteit gemaakt worden hoeveel kameleonzalen nodig zijn om de druk op de studiewerkplekken te verlagen.

Het is van belang dat de gecreëerde studiewerkplekken uiteindelijk ook gevonden worden. Daarom moet tijdens de tentamenweken bij de ingang van iedere faculteit fysiek worden aangegeven welke zalen kameleonzalen zijn en waar je dus kan gaan studeren. Op de iets langere termijn zal met behulp van wifi-tracking digitaal inzichtelijk gemaakt moeten worden in welk studielandschap voldoende ruimte is. Dit mag als vanzelfsprekend alleen als de data hier volledig geanonimiseerd worden en niet worden bewaard.

 

Lees meer

[Ingezonden] RU zoekt wetenschappelijke helden om de aarde te redden

De promotievideo van de Radboud Universiteit (RU) die vorige week maandag verscheen, zette PhD student Boris van Meurs tot denken. In onderstaande brief bekijkt hij de video vanuit een filosofisch perspectief en stelt zichzelf de vraag welke rol wetenschappers spelen in het doembeeld dat de RU schetst. 

 

 

 

'Je bent nodig' 
De Radboud Universiteit Nijmegen
heeft deze weekeen videoboodschap de wereld ingestuurd om personeel te werven. Gezocht: wetenschappelijke helden, bereid de aarde te redden. In het filmpje zien we een indrukwekkende animatie van onze planeet, geteisterd door geopolitieke drama's en klimaatrampen.Vanuit een positie in de ruimte blikken wij op de tollende globe en nemen we waar hoe het Verenigd Koninkrijkrichtingloos wegdrijft van Europa over de Atlantische Oceaan. We zien hoe het Antarctische ijs slinkt, de aarde verdort en er verschijnt een tekst in beeldterwijl wij fragmenten van een speech van klimaatheldin GretaThunberg horen. 'Je bent nodig.' Kom werken bij de Radboud Universiteit.

'Als we de aarde willen redden, dan bedoelen we vooralvan onszelf.'

Uit deze video spreekt eenbelangrijkezelfopvatting van de wetenschap in de moderne tijd, namelijk dat zij in staat is om eenlege ruimtein te nemen.In het filmpje zien wij de aarde vanaf een afstand vanuit het heelal,zodat wij vanaf deze, letterlijk, lege ruimte een goede blik hebben op wat er gaande is op onze verwarde planeet.Deze lege ruimte staat symbool voor de mogelijkheid van de wetenschapper om zich te onttrekken aan de wereld om zich heen, om vanuit een 'perspectief vanaf nergens' zonder vooroordelen tot kennis te kunnen komen. Je kan je voorstellen dat de video van de Radboud een stuk verwarrender was geweest als we over de schouders van Boris Johnson hadden meegekeken of gepositioneerd waren middenin in een protest van gele hesjes tegen hogere accijns op benzine. De blik vanuit de lege ruimte illustreert juist de mogelijkheid van de wetenschap om zich boven conflict te verheffen en de beste beschrijving te geven van wat er aan de hand is. Maar verbloemt ditverheffingsideaal niet depolitieke rol en taak van wetenschap?

Noodzaak van de lege ruimte
Waarom blikken wij in deze video van zo’n grote afstand opde aarde? Misschien is deze afstand nodig, omdat het aardse perspectief ons hopeloos maakt.De Duitse filosoof Peter Sloterdijk merkte ooit op dat iedere tijd zijn eigen manier heeft om ontevreden te zijn met de wereld.In hetoude, christelijke Europa werd de stoffelijke kant van de scheppingverafschuwd. Theologenbeoefendenretorische acrobatiek om de ontsnappingsclausule van de onsterflijke geest open te houden. Ons misnoegen richt zich tegenwoordigniet opde stoffelijke wereld zonder meer, maarvooralop onszelf. De catastrofes waarnaar westaren in de video zijneen confrontatie met het voorheen ongekende vermogen van de mens om de voorwaarden van haar materiële bestaan weg te vagen. Als we de aarde willen redden, dan bedoelen we vooralredden van onszelf. Als we ontevreden zijn met de wereld, dan zijn we vooral ontevreden met onszelfals mensheiden de wereld die we gemaakt hebben.

'We hebben de aarde dan misschien tot nu toe zwaar toegetakeld, maar we geloven er nog steeds indat we kunnen veranderen wie wezijn.'

De lege ruimte is eenutopie om deze ontevredenheid dragelijk te houden.Tegenover een verslagenheid over de menselijke conditie plaatsen wij een geloof in de mogelijkheidde mens te ontstijgen.We hebben de aarde dan misschien tot nu toe zwaar toegetakeld, maar we geloven er nog steeds indat we kunnen veranderen wie wezijn.Een betere mens, een betere aarde.We zoekendaaromnaar de lege ruimte, vanuit waar we onszelf als een project kunnen zien om te verbeteren. Als we vanaf daar met een objectieve, rationele blik naar de mens zouden kijken, dan kunnen enkele technische ingrepen in onze manier van leven allicht verlichting brengen.

Frustratie van de lege ruimte
De bezetter van de lege ruimte wordt helaasnietzonder meerals autoriteit in de wereld erkend. Dat ligt niet aan de wetenschap zelf, die is helder genoeg in haar bevindingen.De desastreuze gevolgen van de industrialisering zijn inmiddels bijna live te volgen via talloze satellieten en meetapparatuur.

...
Lees meer

[Ingezonden] Studenten zijn ervaringsdeskundigen mentale gezondheidsproblemen

Niet alleen de vorige schrijver heeft moeite met de 'ludieke' actie van de Radboud Universiteit. Onderstaande schrijver, die graag anoniem wil blijven, legt uit dat de mentale gezondheidsproblemen voor studenten een groot probleem zijn. De tranenkamer neemt de studenten hierin niet serieus. 

De universiteit zag de stress rondom tentamens aankomen en dacht: we maken een tranenkamer. En 'voor studenten die écht problemen hebben', de contactgegevens van de studentpsycholoog. Even negerend dat de onderzoeken die we hebben over dit onderwerp erop wijzen dat al snel de helft van de studenten 'echte' mentale gezondheidsproblemen heeft, en dat de wachttijd voor een paar sessies met de studentpsycholoog regelmatig meer dan een maand is.

Ik kan me bij dit soort acties nooit onttrekken aan de vraag hoeveel paniekaanvallen de betrokkenen dit jaar hebben gehad. Hoe vaak zij hele nachten wakker hebben gelegen van de stress of het verdriet. Hoe vaak ze hun telefoons aan hebben laten staan, de hele nacht door, voor het geval die ene vriend(in) waar het niet zo lekker mee gaat om 3 uur 's nachts iemand moet spreken. Hoe vaak de grap 'dat zegt mijn psycholoog nou ook altijd' in hun gesprekken voorbij komt. Hoe vaak zij niet uit bed konden komen de afgelopen maanden. Hoe vaak zij dagenlang elke paar uur een huilbui hebben gehad.

'Ik had niet gedacht dat je in één beweging de mentale gezondheidscrisis op campus en de Holocaust zou kunnen bagatelliseren.'

Het feit is dat de mentale gezondheid van studenten zo massaal zo slecht is, dat het niet meer gaat om 'een paar studenten met problemen'. Het gaat om halve collegezalen. Studenten praten elkaar door paniekaanvallen heen, zitten huilbuien met elkaar uit, verwerken trauma’s met elkaar, en, in de ergste gevallen, horen ze elkaars suïcidale neigingen aan. We zijn massaal, zonder het ooit gewild te hebben, ervaringsdeskundigen geworden in onze eigen mentale gezondheidsproblemen en die van iedereen om ons heen. Het minste wat de universiteit zou kunnen doen, is dat serieus nemen.

En dan is er nog het detail van de muziekkeuze: Schindler's List. Een film over de Holocaust en Nazi-Duitsland. Ik moet het de universiteit nageven, ik had voor vandaag niet gedacht dat je in één beweging de mentale gezondheidscrisis op campus en de Holocaust zou kunnen bagatelliseren. Toch een prestatie. Maar misschien niet helemaal het type prestatie dat nastrevenswaardig is.

Als de universiteit zich daadwerkelijk zorgen zou maken over de mentale gezondheid van studenten zou ze, bijvoorbeeld, kunnen investeren in meer studentpsychologen (die overig wel even aan collectieve zelfreflectie mogen doen over hun instemming met dit project), zodat mensen geen weken of maanden op de wachtlijst hoeven voordat ze een paar sessies krijgen en weer door mogen met hun leven. Ze zou studenten informatie kunnen geven over hoe je het beste met je docenten en examencommissie kan praten over je problemen. Ze zou docenten en studieadviseurs kunnen trainen in het respectvol omgaan met studenten met mentale gezondheidsproblemen. Ze zou rondetafelgesprekken kunnen houden met studenten met mentale gezondheidsproblemen over wat ze nodig hebben van de universiteit. Ze zou iets kunnen doen aan het gigantische tekort aan docenten op veel van de faculteiten, waardoor docenten ook wat minder vaak een burn-out of andere mentale gezondheidsproblemen oplopen, waardoor de universiteit als instituut misschien wat gezonder wordt. Ze zou kunnen lobbyen om het leenstelsel af te schaffen en de exorbitante schulden van studenten vrij te schelden om ervoor te zorgen dat één gemist tentamen je niet potentieel 10.000 euro kost.

Ik zie momenteel in mijn omgeving geen groter probleem onder studenten dan de epidemie aan mentale gezondheidsproblemen. Misschien verdient dat van een 'studentgerichte' universiteit als de Radboud Universiteit iets meer aandacht dan een jankhok.

 

Lees meer

[Ingezonden] Wanneer niets resteert dan grijs

De 23-jarige RU-student Simon (liever geen achternaam) kwam tijdens zijn studententijd in een depressie. In deze ingezonden brief vertelt hij openhartig over hoe deze periode voor hem voelde en wat hem uiteindelijk heeft geholpen om erbovenop te komen.

Illustratie: Inge Spoelstra

depressie400xDe kleine wijzer van de klok werkt zich langzaam maar zeker naar een hoogtepunt, om zich daarna met dezelfde snelheid in het diepe dal van de middag te storten. In het schemerduister van de dag fluister je liefkozend "Werk wacht wel, ik wil je nog even om me voelen."1 tegen je deken.

Niet lang daarna kom je kreunend je bed uit, neem je niet de moeite om iets anders aan te doen dan je pyjama en werk je een lunch-achtig ontbijt naar binnen. De rest van de dag ligt maagdelijk verleidelijk naar je te lonken om jouw inspanningen te mogen ontvangen, maar je negeert haar. Je hebt immers wel wat beters te doen dan studeren: een eindeloze stroom YouTube-filmpjes wacht op jouw kijkplezier.

Het scherm van je mobiel (want waarom de moeite nemen je laptop aan te zetten?) is nu urenlang het enige dat je nodig hebt om je ledigheid te vullen. Is het eerste filmpje afgelopen? Klik door en kijk het volgende en het volgende en het volgende, net zolang totdat de natuurlijke behoeften je dwingen om iets te eten te drinken of die eerder tot je genomen dingen te lozen. Daarna kun je weer kijken. Kijken, kijken, kijken. Net zolang kijken totdat je een keer de moeite neemt om wederom in dat lieflijke bedje van je te kruipen en jezelf in slaap te wiegen met spijtvolle gedachten aan alle dingen die je vandaag eigenlijk had moeten doen.

Herken jij, Lezer, zo’n dag? Een luie dag die je je eigenlijk niet kunt veroorloven, maar waarvan jij vindt dat je je hem kunt veroorloven omdat je de dag erna alles goed gaat maken en dubbel zo hard aan het werk gaat? Vast wel, we zijn tenslotte volwassen studenten en verantwoordelijk genoeg om te doen en laten wat we willen. Zolang we ons werk op tijd af hebben en onze tentamens halen is er niets aan de hand.

Maar wat als zo’n dag meer regel is dan uitzondering? Wat als je dagenlang in het schemerduister van je kamer doorbrengt op min of meer de hierboven beschreven wijze? Wat als je aanwezigheid bij colleges slechts fysiek is en niet mentaal? Je geeft niets meer om het niet af hebben van je werk en je leeft van dag tot dag in een dichte, grijze waas.

Voor de buitenwereld houd je de schijn op dat er niets aan de hand is. De standaardvraag over hoe het met je gaat, beantwoord je zonder tekst en uitleg met het standaardantwoord "Goed." Je gaat gewoon naar activiteiten van je studievereniging, spreekt gewoon af met vrienden, en je hobby beleef je met ogenschijnlijk evenveel plezier als gebruikelijk.

Inwendig schaam je je echter kapot voor je gedrag. Je wéét dat als je niet nu aan je studie begint je nog erger in de problemen zal raken. Je docenten hebben je al meer dan eens aangesproken op je gedrag, je zegt dat het wel goed zal komen, houdt zelf de hoop dat dat daadwerkelijk gaat gebeuren, brengt de nacht voor de deadline slapeloos door met een liter cola en een zak chips om alsnog dat ene stukje af te krijgen om toch iets van een goed gevoel te krijgen, hoewel dat alles averechts werkt: vermoeidheid gaat je parten spelen. Colleges worden een nachtmerrie, niet eens door de niet meer op te brengen concentratie, maar alleen al door de gedachte aan de fietstocht naar de universiteit. Bij binnenkomst in het lokaal duik je het liefst ver weg in je eigen vertrouwde wereld van sombere gedachten aan een tafeltje achterin en je bent de eerste die de deur uit is, om vragen over je welzijn (want dat het slecht met je gaat, zal op den duur niet meer te verbergen zijn) te vermijden en het gelogen antwoord niet te hoeven geven.

Zo kabbelt je leven voort. De wereld is kleurloos, vijftig tinten grijs. Geluk is ver te zoeken. De situatie gaat escaleren. Menselijk contact vermijd je als een vegetariër de slager, je beperkt je hierin tot het hoognodige en je verlaat het eenzame geborgene van je kamer liever niet. Het thuisfront houd je zo veel mogelijk op afstand. Ja mam, alles gaat goed met de studie. Je hebt het heel druk – met nietsdoen, welteverstaan – en dus echt geen tijd voor een goed gesprek.

En dan komt dat ene moment, dat moment waarop een medestudent je vraagt hoe het met je gaat. Ze heeft je net gezien in college: een zielig hoopje ellende waar niet veel meer inzit dan een zich waardeloos voelende loser die bijna zijn studie op wil geven.

Ze stelt haar vraag op een toon die het midden houdt tussen bezorgdheid en begrip. Je hoort dat ze om je geeft. Op dat moment breek je. Je beseft je dat er niets anders meer opzit dan te vertellen wat er speelt, hoe kut je je al tijdenlang voelt, dat je niets meer ziet zitten, geen lust meer hebt voor wat dan ook. Er is geen houden meer aan. Op een bankje op het Erasmusplein doe je in één ruk je verhaal. Zij luistert, knikt af en toe, valt je niet in de rede tot je klaar bent.

Dan zegt zij dat ze je situatie herkent, dat zij ook zoiets heeft doorgemaakt. Ze vertelt hoe zij er mee om is gegaan, dat het niet helpt om weg te kwijnen in zelfbeklag, maar om hulp te zoeken, anders gaat er nooit iets gebeuren.

Het verhaal sterkt je: je bent niet de enige die dit overkomt. Je krijgt weer een beetje motivatie om iets te gaan doen. Om aan jezelf te werken. Om te redden wat er te redden valt. Je maakt een afspraak met de studieadviseur en dan gaat het snel: studentenpsycholoog, aangehouden advies op je BSA en voor je het weet heb je in het tweede jaar alsnog je propedeuse gehaald en mag je door met je studie.

Het is moeilijk voor je om terugkijkend de vinger op deze periode in de lente van 2015 te leggen: kwam het door je studie, die te veel van je eiste? Was het de eenzaamheid van je kamer die je niet goed kon verdragen? Was überhaupt het gaan leven op een studentenkamer een te grote stap in combinatie met je studie? Misschien was het een giftige cocktail van factoren. Het maakt ook niet uit. Je hoopt simpelweg dat deze verschrikking niet terugkeert.

Die hoop blijkt een jaar later ijdel. Je vriendin maakt het onverwacht uit en duwt je onbedoeld terug in het diepe dal waaruit je eerder bent geklommen. Met moeite en nog meer studievertraging krijg je jezelf terug op de rit tot het moment waarop je weer in het zwarte water valt. Dan gaat het zo slecht met je dat je je ouders huilend vertelt wat er nu al die jaren heeft gespeeld. Je bent bang voor hun reactie, maar ze reageren begripvol. Ze zeggen dat ze altijd van je zullen houden. Dat je je niet hoeft te schamen om hierover te praten.

Dat doe je nu niet meer. Je schrijft op wat je op je hart hebt en vertelt op die manier aan eenieder die het maar wilt horen dat je te kampen hebt met depressies. Je schrijft dat je leeft met dieptepunten in je geestesgesteldheid en dat je studie daaronder lijdt. Dat niemand medelijden met je hoeft te hebben. Dat je graag iets wilt doen om het taboe hierop te doorbreken.

1Deze zin heb ik ontleend aan het nummer Liefste van Typhoon.

Herken jij je in bovenstaande tekst? Maak dan een afspraak met de studentpsycholoog van de universiteit.

 

Lees meer

Achtergebleven spullen UB worden na 20 minuten gezamenlijk goed - De Hooiberg

Scherper dan De Speld, en ook makkelijker te vinden: De Hooiberg. De nieuwsrubriek waar je zo doorheen prikt. Deze keer: Achtergebleven spullen UB worden na 20 minuten gezamenlijk goed. 

Tekst: Myrte Nowee
Illustratie: Roos in't Velt

De Universitaire Bibliotheek (UB) barst uit haar voegen. De laatste tentamenperiode van het jaar is in volle gang en hordes studie-uitstellende studenten proberen hun schamele resultaten van het jaar op te krikken zodat ze met een schijnheilig goed gevoel ‘verdiend’ op vakantie kunnen gaan. Het resultaat: vechtende studenten over kleine tafeltjes.

De UB is een bekend fenomeen onder Nijmeegse studenten. 10m2 grote studentenkamertjes blijken niet de beste studieomgeving en dus trekken studenten massaal naar de grootste leeromgeving van de campus. De capaciteit is echter al tijden te klein om het grote enthousiasme te kunnen bergen. Daarnaast claimen veel studenten bureaus om vervolgens na een uur plotseling te verdwijnen om bijvoorbeeld lekker te roken of ergens een hapje te eten. Andere studenten blijven vervolgens staand studerend achter in de gangpaden.

Leerplicht
De Radboud Universiteit (RU) heeft een nieuw beleid gepresenteerd dat het aangename met het nuttige moet combineren: achtergebleven spullen worden na 20 minuten gezamenlijk goed verklaard. Elke stoel zal uitgerust worden met een druksensor en timer. Wanneer de studerende student de stoel verlaat start te timer. Als de student niet binnen 20 minuten weer op de stoel zit waarschuwt een vriendelijk belletje omringende studenten dat de spullen van de desbetreffende persoon vrij op te halen zijn. Alles wordt ter beschikking gesteld aan de aanwezige behoeftigen: laptops, markers, samenvattingen, enzovoorts. De RU hoopt dat studenten door deze maatregel niet onnodig hun tafel bezet houden. Een extra bijkomstigheid is dat wanneer het bureau leeggeplunderd wordt door skeere studenten het bureau direct gebruiksklaar is voor de volgende laat-studeerder.

De woordvoerder van de RU vertelt rekening te houden met inventieve studenten: ‘Wij zijn natuurlijk niet gek. We weten dat studenten er alles aan zullen doen loopholes te vinden in het systeem. We hebben daarom een speciale kliklijn opgericht: www.UBslay.com.’ Studenten kunnen een melding maken op de site wanneer ze zien dat andere studenten bijvoorbeeld tassen op de stoel zetten om de timer te verwarren, of dan maar dáár Game of Thrones gaan kijken. De persoon in kwestie zakt dan automatisch voor alle aankomende tentamens en krijgt per direct een UB verbod. ‘Wie niet wil leren zal het leren’ aldus de ingenieuze bedenker van het systeem.

Forse buit
Inmiddels zijn de eerste testen zijn al uitgevoerd in Library of Science. 5 laptops, 2 tablets, 4 mobiele telefoons, 8 flesjes water en 12 potloden en pennen verder heeft de RU de test als succesvol bestempeld. ‘Wanneer studenten zelf de bureautjes na 20 minuten niet opruimen laten we een bibliothecaresse dit doen. De spullen kunnen we dan weer mooi verkopen in onze webshop.’

De regeling gaat vanaf 2019-2020 voor de gehele RU in. Studenten reageren nog niet echt enthousiast op de maatregel: 'Straks moet ik daadwerkelijk gaan studeren in de UB. Dan kan ik net zo goed thuis blijven.' 

 

Lees meer

Afwezigheidsplicht aangescherpt - De Hooiberg

Scherper dan De Speld en ook makkelijker te vinden: De Hooiberg. De nieuwsrubriek waar je zo doorheen prikt. Deze keer:Afwezigheidsplicht aangescherpt.

In de Facultair Gezamenlijke Vergadering (FGV) werd unaniemvoor de aangescherpte afwezigheidsplicht aan de Letterenfaculteit gestemd. Studenten reageren verontwaardigd: 'je kunt toch niet van studenten verwachten dat ze tachtig procent van de colleges afwezig zijn? Soms is een college best wel interessant', aldus een enthousiaste eerstejaars.

Tekst: Floor Toebes
Illustratie: Roos in 't Veld

Deze week maakte de Faculteit der Letteren bekend dat studenten beter online colleges kunnen volgen. Daarom heeft de faculteit met ingang van dit collegejaar de afwezigheidsplicht aangescherpt. 'Eindelijk geen zweetlucht in de collegezaal, geen onzinnige koffiepauzes meer en geen domme vragen. Ik kan mijn verhaal nu gewoon afmaken' vertelt een hoogleraar, die niet met zijn naam genoemd wil worden, opgelucht. 'In het verleden waren colleges heel intens door de aanwezigheid van studenten. Het is heel wat luchtiger geworden met lege zalen.'

Studentenleven voor studieleven
Ook voor de student bieden online colleges veel voordelen. 'Niet iedere student heeft concentratie om 8:30 uur. Waarom zou je dan naar college gaan als je ook kan uitslapen?', aldus de FSRL. D
e OnlineWebcourses kun je namelijk volgen op elk tijdstip en je kan ze pauzeren en hele stukken terug- en vooruit spoelen. Ideaal te combineren metNetflix, een huisfeestje of andere activiteiten. Zo heeft de student ook nog echt een studentenleven in plaats van een studieleven.

In plaats van de eerder afgesproken vijfenzestig procent, kunnen studenten verplicht worden om maar liefst tachtig procent afwezig te zijn. Wanneer een student vaker dan twintig procent aanwezig is bij een vak waar de afwezigheidsplicht geldt, zal hij het recht op het tentamen verliezen en het desbetreffende vak niet halen. De voorzitter van de Facultaire Studentenraad Letteren (FSRL) reageert trots op de uitslag. 'Wij hebben ons als FSRL al jaren ingezet voor deze nieuwe regeling.' De maandenlange campagne van afgelopen collegejaar en banners met Online college? Das pas een feestje!' en 's Avonds een vent, 's ochtends absent! hebbeneindelijk hun vruchten afgeworpen.

Toch zijn er volgens de FSRL studenten die zich verplicht voelen om hun gezicht te laten zien op de vroege ochtend. 'Volle treinen, geïrriteerde docenten; dat is allemaal niet nodig. Blijf toch lekker thuis.'

 

Lees meer

Ambassadeurs van de illustratie

Van bier tot breinscans, Maaike van den Heuvel en Gerco Hiddink van ontwerpstudio Hartebeest hebben ontwerpen gemaakt voor uiteenlopende opdrachtgevers als Oersoep en het Donders Instituut. Hun werk kenmerkt zich door een unieke combinatie van illustratie en grafisch design. 'Wij zien letters ook als illustraties en andersom.'

Tekst en foto's: Vincent Veerbeek

Hartebeest personen 750x

Veel studenten drinken weleens een biertje van Oersoep, maar zullen daarbij vooral oog hebben voor de inhoud van de fles. Wie niet te diep in het glaasje heeft gekeken, zal echter zien dat ook over de etiketten lang is nagedacht. Maaike van den Heuvel en Gerco Hiddink van ontwerpstudio Hartebeest zijn het brein achter deze ontwerpen. Hun bedrijf bestaat nu een jaar of acht, daarvoor werkten Van den Heuvel en Hiddink afzonderlijk. 'Op een gegeven moment kwam er een opdracht vanuit de afdeling Behavioral Sciences van de Radboud Universiteit die we samen moesten doen', vertelt Van den Heuvel. 'Toen besloten we dat het veel voordelen heeft om onze krachten te bundelen en zo samen een identiteit te vormen.' Deze identiteit komt naar voren in de naam Hartebeest, die volgens Hiddink twee elementen bevat. 'We vonden het leuk dat er iets stoers in zit, maar ook iets aaibaars.' Een soortgelijke tweeledigheid is terug te zien in de werkwijze van de ontwerpstudio, waarbij illustratie en grafische vormgeving hand in hand gaan en de nadruk op het geheel ligt.

In hun werk komen de achtergronden van Hiddink en Van den Heuvel als grafisch ontwerper en illustrator duidelijk naar voren. Deze stijl hebben ze inmiddels bij diverse opdrachten ingezet. Zo heeft het duo in het verleden ontwerpen gemaakt voor verschillende afdelingen van de Radboud Universiteit en het Trimbos-instituut. Nu en dan komen er zelfs opdrachten vanuit het buitenland binnen om albumhoezen of omslagen voor proefschriften te ontwerpen. Op dit moment is het duo druk met het ontwikkelen van hun eigen webshop, waar behang te koop is met Hartebeestpatronen. Deze patronen zijn ook in het atelier van de ontwerpers terug te zien, dat is bezaaid met mokken, posters en schetsen voor nieuw werk. Van den Heuvel en Hiddink hebben duidelijk passie voor hun vak en hebben inspiratie om nog even vooruit te kunnen. 'Vaak maak je aan het begin hele idiote dingen, maar dat is nodig om te ontdekken wat werkt voor het uiteindelijke ontwerp.'

'Het is het leukst als je een partner van de opdrachtgever blijft in het hele proces.'

Ontwerp op maatHartebeest Donders bijgesneden 350x
Het creatieve proces begint bij de opdrachtgever, waarbij eerst duidelijk moet zijn wat een organisatie precies wil. 'Als je een opdracht krijgt voor een nieuw logo moet je ook weten waarom dat er eigenlijk moet komen en of het verder gevolgen heeft voor de organisatie', legt Hiddink uit. 'Daarom spreken we altijd af bij de opdrachtgever.' Ter illustratie van het ontwerpproces laat Hiddink in het atelier zien hoe Hartebeest een nieuwe huisstijl ontwierp voor het Donders Instituut. Ook hier stonden de wensen van de opdrachtgever centraal. Niet alleen moest er een nieuwe stijl komen, die moest bovendien voldoen aan bepaalde eisen. 'Wij werden gevraagd om een nieuwe identiteit te ontwikkelen, maar de "d" van Donders moest wel een plek krijgen, want dat is echt hun handelsmerk.'

Wanneer helder is wat de opdrachtgever wil, gaan Hiddink en Van den Heuvel aan de slag met een eerste schets. 'We werken heel procesmatig. Vaak kijken we of een van ons al een idee heeft', legt Van den Heuvel uit. 'Als dat niet zo is, gaan we pingpongen. Dan doen we allebei suggesties tot we iets te pakken hebben om mee te beginnen.' Bij de opdracht voor het Donders vormde de "d" die in het uiteindelijke ontwerp een plek moest krijgen het beginpunt. 'We moesten iets met die "d", dus we gingen eerst kijken wat het precies is. Is het wel een d?' lacht Hiddink, terwijl op zijn computer de tientallen verschillende variaties voorbijkomen die hiervoor werden ontworpen.

Passen en metenHartebeest pp 450x
Zodra Hiddink en Van den Heuvel een aantal ontwerpen hebben waar ze tevreden mee zijn, gaan de ontwerpers opnieuw in gesprek met de opdrachtgever. 'Uiteindelijk komen we op het punt dat we met de opdrachtgever overleggen om te kijken of onze ideeën hen aanspreken. Zo merken we het vanzelf als we een andere richting op moeten', vertelt Van den Heuvel terwijl hij een PowerPoint voor een opdrachtgever toont. Meestal gaat het slechts om kleine aanpassingen, hoewel er ook lastige kwesties zijn. 'Kleurdiscussies zijn altijd heel moeilijk', vult Hiddink grinnikend aan. 'Wij letten bijvoorbeeld op leesbaarheid en contrast, terwijl het voor een opdrachtgever vooral intuïtief is.' Na een aantal gesprekken ligt er zo een voorstel op tafel waar ontwerper en opdrachtgever tevreden mee zijn. Bij Donders viel uiteindelijk de keuze op een bepaalde "d" die aan alle wensen voldeed. Als laatste kijken Van den Heuvel en Hiddink ook wat een opdrachtgever nog meer met het ontwerp kan. 'Het is het leukst als je een partner van de opdrachtgever blijft in het hele proces', vertelt Hiddink, terwijl hij laat zien hoe een ontwerp kan worden ingezet voor banners, visitekaartjes of briefpapier.

'Als een van ons iets niet goed vindt, is het geen Hartebeestdingetje.'

In woord en beeld
Bij het maken van hun ontwerpen onderscheidt Hartebeest zich vooral van andere ontwerpers door de nadruk te leggen op het totaalplaatje. 'Het komt vaak voor dat een bedrijf alleen de lay-out bedenkt en een andere organisatie illustraties of foto's erbij maakt, maar dat er verder geen communicatie is', legt Van den Heuvel uit. 'Wij proberen die twee werelden echt te integreren, dus ik bemoei me met de lettertypes en Gerco met de illustraties. Zo ontstaat een wisselwerking.' Het resultaat is een eigenzinnige stijl die handgemaakte tekeningen integreert in een digitaal ontwerp. 'Sommige mensen zien illustraties als iets voor kinderen, maar dat is onzin', vertelt Hiddink. 'Wij zijn in die zin wel een soort ambassadeurs van de illustratie.' Ook qua werkwijze vullen Van den Heuvel en Hiddink elkaar naar eigen zeggen goed aan. 'We denken totaal andersom', lacht Hiddink. 'Ik ben wat rationeler, Maaike wat intuïtiever.' Op die manier komt er altijd iets uit waar beide partners trots op zijn. 'Als een van ons iets niet goed vindt, is het geen Hartebeestdingetje.'

Hartebeest ontwerpen 750x

Van A tot Z
Naast hun bijzondere manier van werken, geven Hiddink en Van den Heuvel ook een eigen draai aan hun werk met behulp van lettertypes. In het werk van Hartebeest is geen Comic Sans of Times New Roman terug te vinden en veel letters worden helemaal zelf ontworpen. Net als bij de rest van het ontwerp is ook hier de context van de opdrachtgever belangrijk. 'Bij Streekbakker Jorrit hebben we bijvoorbeeld gekeken naar hun dagelijkse praktijk', vertelt Hiddink. 'Ze werken veel met machines, dus daar past een stoer logo bij. Het is mooi als een letter daarbij aansluit, bijvoorbeeld wanneer het eruit ziet als iets wat uit roestvrijstaal kan worden geslagen.'

Letters komen dus vaak voort uit een ontwerp, maar toch is typografie volgens Hiddink een bijzonder vak dat veel oefening vereist. 'Pas als je letters helemaal uit elkaar haalt en opnieuw in elkaar zet, krijg je een beetje gevoel voor wat het eigenlijk zijn.' Hiddink wijst een paar overeenkomsten aan tussen de letters in het ontwerp voor Streekbakker Jorrit, zoals de rondingen van de A en de R, of het eigenwijze karakter van de i. 'Typografie is echt een ambacht en je kunt het wiel telkens opnieuw uitvinden.' Bij het maken van een ontwerp komen volgens Hiddink dan ook vaak dingen naar voren die in eerste instantie niet gepland waren maar wel goed voelen. Om al hun ideeën nog beter tot hun recht te laten komen, zijn de ontwerpers begonnen met het bedenken van patronen die ze in de vorm van behang verkopen in een eigen webshop. Dit geeft hen de mogelijkheid om buiten de opdrachten om hun eigen ontwerpen en producten te ontwikkelen. 'Het zit blijkbaar in onze genen om patronen te ontwikkelen.'

 

Lees meer

Animaties met een hoger doel

Van 3 tot en met 7 april vindt in Nijmegen de 11e editie van het Go Short International Short Film Festival Nijmegen plaats. Tijdens het festival gaat Mind My Mind, de nieuwe film van de Nijmeegse Floor Adams, in Nederland in première als onderdeel van de Dutch Competition. De film, die op het Brusselse ANIMA filmfestival de publieksprijs binnensleepte, gaat over de autistische Chris en hoe het anders werken van zijn brein zijn leven en liefdesleven affecteert. 'Ik vind het heel mooi iets te hebben gemaakt dat een doel dient, dat het meer is dan alleen voor de consumptie.'

Tekst: Zander Evenberg
Foto's: David van Haren
Illustraties: Afbeeldingen uit Mind My Mind

FloorAdams 750x

'Zijn jullie hier voor mij?' vraagt een opgewekte Floor Adams ons, terwijl we zittend op een bankje in de zon aan het wachten zijn. Even later leidt Adams ons naar het bedrijfspand waar haar studio zich bevindt. In de geur van verse baksels, 'hieronder zit een bakkerij', nemen we plaats in het ietwat rommelige kantoor met uitzicht op de Waal waar Adams de afgelopen jaren aan haar nieuwste project heeft gewerkt.

Animatie ambities
Van jongs af aan wilde Adams al iets met animatie doen. Dus toen ze tijdens haar studie creatieve therapie las dat Disney een studio had geopend in Parijs voor de productie van De Klokkenluider van de Notre Dame en daar nog mensen zocht, besloot ze een brief te schrijven. 'Ik kreeg een brief terug met "Dank u wel voor uw interesse en dit zijn de functies waarop u kan solliciteren." En de vraag of ik bereid was te verhuizen naar Burbank of Parijs. Ik dacht "Ho wacht even, misschien over een paar jaar"', vertelt Adams lachend. Hoewel de ambitie om voor Disney te werken tijdelijk bleek, was de interesse in animatie dat niet. Dus besloot Adams om na haar opleiding Creatieve Therapie parttime aan de kunstacademie te gaan studeren. 'Maar', legt ze uit, 'ik studeerde vrije kunst, dat was helemaal geen animatieopleiding. Toen ben ik naast de reguliere vakken als tekenen en schilderen animaties gaan maken. Na een paar jaar kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet op deze school moest blijven als ik hier beter in wilde worden. Daarom ben ik een half jaar naar Gent gegaan.' Als Erasmusstudent aan de Gentse animatieopleiding kreeg Adams de smaak te pakken: 'Die mensen zaten allemaal in het donker te werken achter de lichtbakken en dachten echt: "Oh nóg een klus; ik moet wéér een lopend figuur animeren." Terwijl ik dacht: "Ja! Lopend figuur animeren! Nu kan ik echt leren hoe het moet."' 

MindMyMind700x1

Aanvankelijk kwam het werken in de kunstwereld niet van de grond. 'Ik werkte toen nog parttime in de zorg en in mijn optiek kan je geen goede ondernemer worden wanneer je het er een beetje naast doet. Dus besloot ik te stoppen in de zorg en me volledig op het animeren te storten.' Dit bleek een goede keuze: met opdrachten van Zembla, gemeentes en musea begon het balletje te rollen. 'Toen ben ik echt de wereld in gestapt en durfde ik steeds meer te zeggen "Hier ben ik en dit is wat ik doe". Dat is nu twaalf jaar geleden.' Adams' eerste jaren als animator bestonden vooral uit opdrachtwerk, maar na de financiering voor een eigen film stopte ze daar compleet mee.

'Mensen met autisme zijn overal en er mag best wat meer vriendelijkheid voor ze zijn.'

Een realistisch beeld van autisme
'Het idee voor Mind My Mind is ontstaan in 2009 toen ik op de UNIT academie les gaf aan jongeren met autisme. Daar was een jongen die mij alles kon vertellen over het Japanse metrostelsel: hoe de metro's in Tokio heten en hoeveel suïcidepogingen er per jaar waren. Ik vroeg hem hoe hij dat kon onthouden, al die details en waar hij die informatie laat. Waarop hij zei "Ik weet het niet, maar ik heb er helemaal niets aan. Ik kan m'n dagelijkse dingen niet goed doen of m'n huiswerk onthouden." Aan de buitenkant kan ik niet zien dat er iets aan de hand is, maar het is er wel. Mensen met autisme zijn overal en er mag best wat meer vriendelijkheid voor ze zijn, voor de mensen die social awkward in een hoekje staan op een feestje of die liever sociaal contact mijden. Dat zijn mensen die ook gezien mogen worden.' Adams had al langer de ambitie een film te maken met betekenis en nu had ze daarvoor het goede onderwerp gevonden.

In haar film wilde Adams laten zien hoe de processen in het hoofd van iemand met autisme werken, dus voor ze aan haar script kon beginnen moest er eerst onderzoek worden gedaan. 'Ik had hele vragenlijsten voor vooral mensen met Asperger. Die vroeg ik dingen als "wat betekent flirten voor je?" en "wat zijn je speciale interesses?" Ook had ik toen veel contact met een vriendin van me die promoveerde aan het Leo Kannerhuis centrum voor autisme. Verder heb ik veel boeken gelezen en het internet afgezocht.' Op basis van haar eigen ervaringen met mensen met autisme en gesprekken met ervaringsdeskundigen, creëerde Adams het personage Chris; een jongen met autisme die verliefd wordt op een meisje. 'Chris is een combinatie geworden van verschillende kenmerken die uit mijn onderzoek en ervaringen naar voren kwamen, zoals zijn bijzondere interesse in Duitse bommenwerpers, maar hij is wel echt een op zichzelf staand personage geworden.' Met haar film wil Adams een realistischer beeld geven van autisme dan in de televisiewereld vaak te zien is. 'Autisme wordt nu heel erg weggezet als zo'n alleswetende geek die moordzaken kan oplossen met buitengewone krachten of lucifers op de grond kan laten vallen en dan precies weet hoeveel het er zijn. Terwijl dat helemaal niet zo is of hoeft te zijn. Op mijn film krijg ik vaak de reactie dat mensen het fijn vinden dat er een menselijke film over autisme is. Zo hebben we de film laten zien op een studiedag over seksualiteit en autisme. Daar zaten experts op het gebied van autisme in de zaal die achteraf zeiden: "Ons werk is bijna overbodig met zo'n film." Het klopt natuurlijk niet wat ze zeggen, maar het is wel een groot compliment.'

MindMyMind700x2

Uit de hand gelopen elf minuten
Toen ze in 2012 geld kreeg van de provincie dacht Adams nog dat het een film van elf minuten zou worden, die ze helemaal in haar eentje zou maken. 'Maar het project werd steeds groter en ik had meer geld nodig. Na anderhalf jaar kwam ik in aanraking met Willem Thijssen, een Oscar-winnende producent, die wat zag in het script. Hij stelde voor naar het Filmfonds te gaan en ik weet nog dat ik daar zat en vertelde dat ik van plan was met één animator samen te werken.' Lachend: 'Uiteindelijk zijn er zeven animatoren geweest en heb ik zelf geen animatiewerk meer gedaan, maar heb ik alleen nog mensen aangestuurd. Toen werd het ook een verhaal van een half uur. Uiteindelijk is het echt een enorm project geworden waar 60 mensen aan hebben gewerkt.'

'Ik had het regiewerk onderschat waardoor ik vaak 's avonds en in de weekenden nog zat te werken.'

FloorAdams400xDat het project zo groot werd, weerspiegelde zich ook in de lengte van het maakproces: waar de beoogde voltooiing aanvankelijk 2014 was, duurde het in werkelijkheid 5 jaar langer. Hoe dat komt? 'Misschien een beetje zelfoverschatting. Het schrijven van een goed script, een verhaal dat van alle kanten klopt, kost een hoop tijd. Daar was ik zeker een jaar mee bezig.' Ook het animeren kost veel tijd, legt Adams uit: 'Een seconde animatie is opgebouwd uit 12 tot 24 tekeningen. Ik tekende dan ruwweg het shot, de belangrijkste poses en waar alles zit. Dat gaat dan naar een animator en die zorgt dat elke beweging getekend wordt. Die tekeningen moesten allemaal ingekleurd worden en er moesten achtergronden bij gemaakt worden. Die wilde ik zelf maken, daarmee hield ik de controle over hoe het beeld er uit kwam te zien. Ook het opnemen van het geluid was tijdrovend. Voor een animatiefilm moet ieder geluidje apart worden gemaakt en opgenomen, daar zijn we twee weken mee bezig geweest.' Daarbij merkte Adams dat het werk als regisseur nieuw voor haar was: 'Ik wilde die 700 achtergronden graag zelf tekenen, maar ik had het regiewerk onderschat; hoeveel tijd je bezig bent met het aansturen van iedereen. Dus zat ik vaak 's avonds en in de weekenden nog te werken. Wat ik wel hoor is dat we voor een film van dertig minuten nog redelijk snel zijn geweest, dus dat houd ik maar in m'n achterhoofd.'

Niet voor niets
Uiteindelijk is Adams erg tevreden met het resultaat: 'Het was ook allemaal niet voor niets: de reacties zijn heel positief. Tijdens de première in Brussel zaten er 800 mensen in de zaal die moesten lachen en meegingen in het verhaal, dus dat was heel goed. Daarbij heb ik ook de ambitie

...
Lees meer

Anna in Engeland: Bijna thuis

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Het is juni en in Engeland is het semester dan ook echt afgelopen. Het wordt steeds stiller in de stad. Het weer voldoet in elk geval aan het stereotype van een Britse zomer: koud en regenachtig. Met vijftien graden en regen lijkt het eerder het vroege voorjaar te zijn dan de eerste zomermaand. Tussen de buien door probeer ik mijn tijd goed te gebruiken om nog wat te reizen voordat ik per boot het land verlaat en weer terugkeer naar het mooie Nijmegen.  

Als typische Nederlander heb ik, tot verbazing van mijn omgeving hier, een fiets meegenomen uit Nederland. Op de oude racefiets van mijn vader fiets ik van dorpje naar dorpje door het idyllische Engelse platteland. Alhoewel, idyllisch is het idee dat ik ervan had voordat ik eraan begon. Hoewel de dorpjes zelf zeker iets romantisch hebben, zou ik de weg ernaar toe niet zo beschrijven. Om te beginnen kent Engeland bij lange na niet de goede en uitgebreide fietsinfrastructuur die wij in Nederland hebben. Met het aanleggen van fietspaden zijn de Britten, in tegenstelling tot met veel andere dingen, behoorlijk zuinig geweest. Naïef als ik was besloot ik op weg naar een dorpje te vertrouwen op de fietsfunctie van Google Maps, waardoor ik uiteindelijk op een 80 km/u landweg belandde. Dit leidde niet alleen tot enig ongemak van mijn kant, terwijl ik fietsend zonder helm voorbij werd gescheurd door bussen en vrachtwagens, maar ook tot frustratie van automobilisten die net achter mij beland raakten in een onoverzichtelijke bocht. Tot dusver het mooie Engelse landschap. Mijn ontspannen fietstochtje leek veranderd te zijn in een zelfmoordmissie. Ik had het kunnen weten: 'never trust Google'.

Niet alleen het gebrek aan fietspaden doet afbreuk aan de schoonheid van het Engelse platteland. Wat misschien nog wel storender is, is de hoeveelheid afval in de bermen langs de weg. Tussen de prachtige klaprozen, fluitenkruid en boterbloemetjes, ligt het langs de weg vol met plastic flesjes en fastfood verpakkingen. Waar in de supermarkten en coffeeshops zoveel moeite wordt gedaan om plastic verpakkingen te verminderen en je zelfs wordt gevraagd om je eigen koffiemok mee te nemen voor je take-away, lijkt het milieubeleid hierin  beperkt. De opkomst en prominente aanwezigheid van Extinction Rebellion die ik twee maanden geleden in Londen zag, verbaast me na dit gezien te hebben dan ook zeker niet meer. Het lijkt alsof de Britse politiek is opgeslokt door de hele crisis rondom Brexit waardoor er nog weinig aandacht is voor andere onderwerpen.

Anders dan verwacht zal, wanneer ik over een paar weken dit land verlaat, dit land nog steeds deel uitmaken van de Europese Unie. Sinds het Verenigd Koninkrijk in april opnieuw uitstel kreeg is het redelijk stil in de media. Waarschijnlijk zal de spanning gedurende de komende paar maanden weer stijgen, nu Theresa May heeft aangekondigd af te treden en het land op zoek is naar een nieuwe premier. Haar waarschijnlijke opvolger? Zoals het er nu naar uitziet is dat Boris Johnson, in verschillende Europese media ook wel bekend als de mini-Trump. Afgelopen week grapte mijn vader al dat hij een plan om mij te evacueren in werking heeft gesteld: het land per boot verlaten over een paar weken.   

 

Lees meer

Anna in Engeland: De eerste indruk

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Daar sta ik dan op de parkeerplaats van een hotel in Lincoln mijn ouders uit te zwaaien, terwijl ik de tranen van het afscheid uit mijn gezicht veeg. Ik woon al vier jaar niet meer thuis, maar het is toch een raar idee dat ik ze een half jaar niet zal zien. Hoe vaak je ook gehoord hebt dat studeren in het buitenland een ontzettend gave ervaring is, de eerste paar dagen zijn vooral ontzettend spannend en eng.

Wonen in Groot-Brittannië is even wennen. Hoewel ik het een fantastisch land vind, vraagt het alledaagse leven wel om het nodige aanpassingsvermogen. De mensen hier zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam, maar ook eigenwijs. Alles wordt net even anders gedaan dan op het Europese vasteland. Zo weet iedereen wel dat ze hier aan de linkerkant van de weg lopen en rijden. Dit klinkt niet zo ingewikkeld, maar wacht maar tot je de straat over moet steken. Elke keer weer sta ik te denken: 'Van welke kant komt het verkeer nou?' Daarnaast verontschuldigen ze zich voor alles (en dan bedoel ik ook letterlijk alles) en blijkbaar is het ook normaal om om 10 uur 's ochtends je 'full English breakfast' weg te spoelen met een pint bier.

Toch is dit voor mij als (kunst)geschiedenisstudent de perfecte plek om te studeren. Lincoln is gelegen op een heuvel die al zeker tweeduizend jaar bewoond wordt. De prachtige middeleeuwse kathedraal midden in het oude centrum torent uit boven de rest van de stad. Lincoln zelf ademt geschiedenis. Maar wat mijn verblijf juist in deze tijd nog interessanter maakt, is dat ik in Engeland ben terwijl hier geschiedenis wordt geschreven. Zoals het er nu naar uitziet zal Groot-Brittannië op 29 maart de Europese Unie verlaten. Ik ben net een paar dagen in Lincoln als het Britse parlement de voorgestelde deal met de EU massaal wegstemt. De spanning hangt voelbaar in de lucht.

Groot-Brittannië is extreem verdeeld als het gaat om de Brexit en ook in Lincoln is het een gevoelig onderwerp om over te beginnen. Veel studenten zijn tegen het vertrek uit de EU, terwijl de 'locals' er grotendeels een andere mening op na houden. Ergens kan ik de ontevredenheid van de Engelsen wel begrijpen. Terwijl Lincoln's oude centrum de trots van de stad is, kent deze plaats ook zeker haar minder mooie kanten. Tot het einde van de twintigste eeuw was Lincoln een stad met veel zware industrie. Die is inmiddels verdwenen, maar een groot deel van de bevolking bestaat nog steeds uit arbeiders door de nabijgelegen Siemensfabriek. Het gemiddelde uurloon van een fabrieksarbeider is hier nog geen acht pond. Even ter vergelijking: voor een kop koffie betaal je hier makkelijk 2,50 pond. Dat is bijna drie euro. Rondkomen is dus voor een deel van de inwoners een behoorlijke uitdaging.

Dat het leven in Lincoln niet voor iedereen makkelijk is, is dan ook heel goed zichtbaar op straat aan het grote aantal daklozen. Ik praat erover met één van de Italiaanse uitwisselingsstudenten. Ook zij verbaast zich erover. Als we hierover een opmerking maken tegen een Engelse student reageert hij haast laks en haalt hij zijn schouders op: 'Tja, het zijn allemaal drugsverslaafden.' Het is duidelijk dat dit voor hem de normaalste zaak van de wereld is. Ik vraag me af of ik er zo makkelijk aan zal wennen gedurende de komende maanden.

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer

Anna in Engeland: Halverwege

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Drie maanden zitten erop, nog drie maanden te gaan totdat ik weer terug keer naar het mooie Nijmegen. Afgelopen maand had het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie moeten verlaten, in de afgelopen twee weken is dit ondertussen al twee keer uitgesteld. De Brexit begint aardig te vervelen en ik ben geneigd om mijn voornemen om de ontwikkelingen op de voet te volgen op te geven.

Na de eerste periode van ongeremd enthousiasme over alle nieuwe ervaringen en indrukken, krijg ik ondertussen stiekem toch wel een beetje heimwee naar het leven in een Nederland. Het is enigszins bizar om te ervaren dat ik dingen mis zoals ontbijtkoek en Fries roggebrood, dingen die ik zelden eet thuis. Maar nu ik er niet meer zomaar aan kan komen, is het opeens een gemis. Gelukkig hebben mijn vrienden mij niet laten vertrekken zonder een goede voorraad hagelslag.

Lincoln is een kleine plaats met de helft van de inwoners van Nijmegen en ligt midden in het Engelse platteland. Bij het kiezen van een plaats om te studeren was dit voor mij één van de dingen die deze stad zo aantrekkelijk maakte. Als geboren en getogen stadsmeisje was ik benieuwd hoe het leven in 'the countryside' mij zou bevallen. Ik keek uit naar de rustieke omgeving met de schattige kleine dorpjes waar Engeland bekend om staat. Na drie maanden merk ik echter dat ik al behoorlijke afkickverschijnselen krijg en terugverlang naar het leven in de grote stad. Hoewel Lincoln voorziet in voldoende basisvoorzieningen en de nodige winkels heeft, begint het mij benauwend klein te worden. Niet alleen omdat de stad zelf klein is, maar vooral omdat er verder ook niks in de wijde omtrek is. Waar je in Nederland overal binnen no-time in een grote stad bent met het openbaar vervoer, kost het mij hier minstens een uur om in een grotere stad dan Lincoln terecht te komen. Een weekend in het bruisende Londen was een verademing en ik ervaarde een soort heimwee naar de hoofdstad toen ik na het weekend weer terug keerde in het bescheiden Lincoln.

Hoewel de stad zelf mij te klein begint te worden en een deel van mij uitkijkt om naar huis te gaan, is het tegenovergestelde het geval als het gaat om de universiteit. Met hetzelfde geboortejaar als ik is de Universiteit van Lincoln nog een jonkie in Groot-Brittannië vergeleken met de oude en prestigieuze universiteiten zoals Oxford en Cambridge. Hoewel het veel studenten een droom lijkt om aan één van deze universiteiten te studeren, bevalt mij de universiteit hier juist heel goed. Haar leeftijd lijkt zeker de kwaliteit van het onderwijs niet af te doen. In kleine groepen krijgen de studenten hier geen geen waterval van informatie over zich heen gestort, maar worden echt betrokken in de colleges. De docenten werken niet schools een rijtje vragen af, maar proberen zo goed mogelijk aan te sturen op een interactieve discussie. Daarnaast sta ik perplex van de hoeveelheid hulp die docenten hier aanbieden, aangezien ik bij Kunstgeschiedenis gewend ben om het allemaal zelf uit te zoeken. Maar ja, voor meer dan tienduizend euro collegegeld per jaar mag je die intensieve begeleiding ook wel verwachten.

 

Lees meer

Anna in Engeland: Time flies

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

'Time flies by when you're having fun', en al helemaal als je het ook nog eens heel drukt hebt. Vier maanden geleden kwam ik aan in Lincoln. Aan de ene kant voelt het als de dag van gisteren, maar tegelijkertijd ook weer als een eeuwigheid geleden. Er is in de tussentijd zoveel gebeurd. Het semester loopt hier op zijn eind en terwijl ik de laatste opdrachten inlever, vertrekken de eerste uitwisselingsstudenten alweer terug naar hun eigen land. Ik ben hier gelukkig nog twee maanden om rustig alles af te maken. Daarnaast ga ik die tijd goed gebruiken om nog wat rond te reizen en zo nog te kunnen genieten van de Britse cultuur.

Niet alleen de uitwisselingsstudenten, maar ook steeds meer Engelse studenten beginnen de stad te verlaten nu het semester aan zijn einde komt. Hieraan kan ik merken dat het studentenleven in het Verenigd Koninkrijk toch beduidend anders is dan in Nederland. Waar je in Nederland als je eenmaal op kamers gaat, ook echt op kamers blijft, wonen Britse studenten tijdens de zomer gedurende een paar maanden weer bij hun ouders. Ook zodra ze afstuderen gaan ze vaak weer (tijdelijk) bij hun ouders wonen. Heel begrijpelijk als je kijkt naar de huurprijzen hier, maar zelf zou ik er niet aan moeten denken. Als je eenmaal gewend bent om op jezelf te wonen lijkt het mij een behoorlijke uitdaging om weer rekening te moeten houden met een hele familie in huis. Kortom, Lincoln begint langzaamaan leeg te lopen en schijnt een behoorlijke 'ghosttown' te worden zodra alle studenten naar huis zijn.

Hoewel het nog twee maanden duurt voordat ik weer naar huis ga, betrap ik mezelf erop dat ik af en toe al terugdenk aan mijn tijd hier. Hoe deze tot nu toe is verlopen, wat er terecht gekomen is van mijn soms toch wat irrealistische doelen en verwachtingen. Zo heb ik ondertussen de hoop op dat prachtige Britse accent wel opgegeven. Want ten eerste, wat is een Brits accent? Zoals ik in mijn column van maart al aangaf hebben ze hier om de twintig kilometer wel weer een ander. Daarnaast heb ik studenten om mij heen uit zoveel verschillende landen, dat mijn accent nu eerder een rare mengeling van Brits, Amerikaans, Nederlands en Italiaans lijkt te zijn. Ach, wat maakt het ook uit, als mensen me maar verstaan.

Ik kijk niet alleen terug op mijn tijd in Engeland, maar ik begin ook al een beetje vooruit te kijken naar mijn terugkeer in Nederland. Hoewel ik aan de ene kant best wel weer zin heb om terug naar huis te gaan, vind ik het ook wel eng. Ik heb het gevoel dat ik in een soort limbo beland ben. Doordat ik hier maar een half jaar woon, is er niet echt sprake van integratie. Je weet immers dat het voor een korte periode is, je weer naar huis gaat en de mensen om je heen weten dat ook. Echte relaties met mensen ga je niet aan. Maar een paar weken geleden bekroop mij opeens de angst of ik straks nog wel in mijn vertrouwde omgeving pas. Ik kijk er zo naar uit om weer terug te gaan naar mijn vrienden en familie, maar is die omgeving nog wel zo vertrouwd tegen die tijd als dat ik mij voorstel? Of ben ik door dat half jaar weg eigenlijk best wel vervreemd van mijn leefomgeving?

 

Lees meer

Anna in Engeland: Twee maanden thuis...

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Het is twee maandengeleden dat ik na een halfjaar studeren in het Verenigd Koninkrijk weer ben teruggekeerd naar de Lage Landen. Als ik het rationeel benader lijkt het pas twee maanden te zijn, maar het voelt als een eeuwigheid. Misschien zelfs alsof ik nooit weg ben geweest, alsof het allemaalmaareen droom was. Toch heb ik voor zes maanden in Engeland mogen wonen en is dit alweer mijn laatste column.

Het is echteenontzettend cliché, maar wat zijn die zes maanden snel gegaan. Nou ja, dat kan ik achteraf nu wel zeggen. Tijdens mijn buitenlandminor voelde het soms helemaal niet alsof de tijd voorbijvloog.Zo zag ikhalverwege mijn verblijf in Engelandsoms ontzettend op tegen demaandendie nog volgden. Eigenlijk besef je pas echt wat voor emotionele rollercoaster het is als je er al tot je nek toe inzit. Begrijp me niet verkeerd, het was een hele goede en leerzame ervaring en ik heb er zeker geen spijt van,ik denk alleen datsomsonderschat wordt hoe zwaar hetaf en toekan zijn.

Van andere studenten die mij voorgingen hoorde ik vooral de gave en onvergetelijke ervaringen en herinneringen die zij hebben meegemaakt en eraan over hebben gehouden. Natuurlijk geldtdatook absoluut voor mij en na een tijdje zijn dat de herinneringen die je waarschijnlijk het meest bij blijven. De ontzettend leuke mensen die ik heb mogen ontmoeten, mijn positieve ervaring met het onderwijs aan de universiteit in Lincoln,de mooie plekken die ik bezocht hebt, maar ook de lieve en leuke berichten die ik vanuit thuis heb mogen ontvangen en de mensen diebij mij op bezoek zijn gekomen.

Toch was afgelopen half jaar zeker geen vakantie (dusbij deze een waarschuwing: vraag me niet of mijn buitenlandminor niet gewoon een soort van vakantie was).Los van alle goede en leuke ervaringen was het namelijk gewoonkeihard werken.Hoe ik mijzelf ontwikkeld heb over de afgelopen paar maanden was alle moeite echter meer dan waard.Ikdurf dan ook best te zeggen dat ik trots ben op mezelf enopwat ik bereikt heb. Ongetwijfeldheeft iedereen tijdens een buitenlandverblijfzijneigen uitdaging. Voor de eenzit de moeilijkheid in het leren van een nieuwe taal, voor de ander misschienin het proberen vanzelfredzaam en zelfstandigtezijn. Hoewel ik mij op allerlei gebieden heb ontwikkeld, was de grootste uitdaging voor mij om me sociaal op te stellen en tegelijkertijd dicht bij mijzelf te blijven.Ik ben van naturevrijintrovert, maar heb mezelfgeleerd om medaar af en toe overheen te zetten.Misschien is dat wel waar een buitenlandminor het meeste omdraait, niet het zo ver weg zijn of het leren van een andere taal, maardie persoonlijke overwinningen, stapje voor stapje.

Wat ik hetmeest lastig vindsinds ik terug ben in Nederland zijn twee hele praktische dingen: fatsoenlijk Nederlands spreken en deelnemen aan het verkeer. Het lijkt alsof ik binnen een halfjaar de helft van mijn Nederlandse woordenschat kwijt ben geraakt, om overmijngrammatica maar niet te spreken. Het afschrijven van mijn scriptie in het Nederlandswerddaardooreen nog grotere uitdaging dan het al was. Ook voor het eerst weer autorijden wasmoeilijker dan ik had gedacht. Binnen een halfjaar was ik zo gewend aan het verkeer in het Verenigd Koninkrijk, dat ik in Nederland automatisch aan de linkerkant van de wegbegon te rijden. Ondertussen verzocht mijn moeder naast mij of ik toch maar even aan de rechter kant wilde gaan rijden, waarop ik dacht: 'huh, maar dat doe ik toch al?'.Vreemd genoeg lijkt het nu moeilijker en duurt het langer om weer te wennen, dan toen ik net in Engeland was.Misschien komt dit omdat ikditgewenningsprocesnualleen onderga, terwijl ik in Engeland allemaal andere studenten om mij heen had die in dezelfde situatie zaten.

Een vraag die mij al meerdere keren gesteld is, is of ik ooit terug zou willen.Wie weet wat de toekomst zal brengen. Voor nu ben ik in elk geval

...
Lees meer