'Erover praten kan zo helend zijn'

Gisteren publiceerde ANS de brief van de 23-jarige Simon, waarin hij vertelde over de periode tijdens zijn studententijd waarin hij aan een depressie leed. Studentpsycholoog Annemiek Godefrooy was erg onder de indruk van de brief en met name van de rol die het studiegenootje van Simon speelde. 'Vragen hoe het écht met iemand gaat, is het beste dat je kan doen.'

Tekst: Irene Wilde
Illustratie: Inge Spoelstra

brief deel 2 450xWat dacht u toen u de brief van Simon las?
'Voor mij is het een heel bekend verhaal. Alle facetten waar hij over vertelt, zie ik terug in mijn spreekkamer: jezelf beroerd voelen, nergens meer aan toekomen en jezelf terugtrekken. Dat zijn wel de hoofdkenmerken van een depressie.'

Zou u kunnen uitleggen wat een depressie precies is?
'Het voornaamste kenmerk van een depressie is een lage stemming. Je voelt je niet goed, je voelt je lusteloos en zit niet lekker in je vel. Zelfs dingen die je normaal leuk vindt om te doen, boeien je niet meer. Op een gegeven moment heb je ook het liefst zo min mogelijk mensen om je heen en trek je je steeds verder terug. Mensen met een depressie komen tot niks, waarover ze zich dan schuldig over voelen. Dat schrijft Simon ook mooi in zijn brief: "Ik beloof dat het morgen weer beter gaat", maar dat gaat dus niet.

'Er is tegenwoordig veel aandacht voor burn-outs, maar ik wil wel benadrukken dat dit iets anders in dan een depressie. Een depressie en een burn-out hebben veel overeenkomsten, maar het grote verschil is dat de oorzaak van een burn-out altijd overbelasting is. Een depressie daarentegen kan je gewoon overkomen zonder aantoonbare reden.'

En hoe kom je daar dan uit?
'Het belangrijkste is om erover te praten. Ik geef ook altijd aan mijn cliënten mee dat ze moeten proberen om iemand te vinden bij wie ze het gevoel hebben hun verhaal kwijt te kunnen. Dat kan namelijk heel opluchtend zijn. Juist dat stukje van jezelf durven delen met anderen, kan heel prettig voelen. Je zit er daarna namelijk niet meer alleen mee, waardoor je wereld wat groter wordt.'

Waarom vinden mensen het zo moeilijk om hierover te praten?
'Dat komt vooral doordat mensen met een depressie het schaamtevol vinden om erover te praten en gaan denken voor anderen. Ze denken dat niemand op hun stemming te wachten en niemand hen zal begrijpen. Onder studenten in het bijzonder leeft vaak het idee dat je gezellig móet zijn, vaak mee een biertje moet gaan drinken en dat je een loser bent als je niet aan dat beeld voldoet.'

Wat kun je als buitenstaander het beste doen wanneer je vermoedt dat iemand niet zo'n lekker in zijn vel zit?
'Vragen hoe het met iemand gaat. Maar dan ook écht vragen! Het is vaak gemakkelijk om te meteen door te lopen als het antwoord "goed" is, maar vraag het eens een tweede of zelfs derde keer. Wat dat meisje deed bij Simon is het schoolvoorbeeld van hoe je zoiets moet aanpakken. Ga eens rustig met iemand op een bankje zitten om erover te praten. Het is zo helend voor de ander om erover te kunnen praten, maar ook voor jou kan het bijzonder zijn als iemand aan jou zijn verhaal kwijt durft.'

En wat moet je als buitenstaander vooral niet doen?
'Kom vooral niet aan met oplossingen of tips. Vaak hoor je dat vrienden proberen iemand op te beuren door dingen te zeggen als "ga lekker een rondje fietsen, dan is het zo weer over" of "kom lekker mee een biertje drinken, dan hoef je er even niet aan te denken." Dat zijn manieren om er zelf niet mee bezig te hoeven zijn. En als je het moeilijk vindt, omdat je niet weet waar diegene precies behoefte aan heeft: maak dat ook bespreekbaar. Vraag wat je voor iemand kan doen en op wat voor manier je kunt helpen. Wat je absoluut niet moet doen, is iemand buitensluiten. In zijn brief omschrijft Simon mooi dat zijn ouders meteen zeiden dat hij altijd welkom is thuis. Dat ze altijd van hem hielden, ook met zijn depressie. Dat is de beste reactie die je kan geven als omgeving.'

 

 

Lees meer

'Voor je het weet ben je vijf maanden verder'

Het kiezen van een onderwerp, het houden aan de deadlines: voor veel studenten is het schrijven van je scriptie een van de moeilijkere dingen van het afronden van de bachelor. Mariken de Kok, zelf oud-student van de Radboud Universiteit, is na een carrière in de marketing aan de slag gegaan als scriptiebegeleider. Met haar bedrijf Frisse Colleges helpt ze studenten bij het vinden van motivatie en het verwoorden van hun onderzoek.

Met welke problemen komen studenten het vaakst naar je toe?
'Dat kan van alles zijn: motivatieproblemen, perfectionisme, schrijfproblemen. Over het laatste krijg ik de meeste vragen. Het is vaak niet makkelijk om datgene dat je in je hoofd hebt bedacht, op papier te zetten. Aan de andere kant is het schrijven van een scriptie inhoudelijk ook moeilijk. Het is voor studenten lastig om te bedenken wat wel of niet in een scriptie thuishoort en wat je hoofd- of deelvragen zijn.'

Hoe kies je het beste een onderwerp voor je scriptie?
'Het is het belangrijkst om een onderwerp te kiezen dat je zelf interessant vindt en waar je meer over wil weten, wat dat dan precies is maakt niet zoveel uit. Wel is het slim om van te voren al wat literatuuronderzoek te doen. Het is namelijk een enorme opdracht om een scriptie te schrijven over een onderwerp dat nog zo nieuw is dat er maar weinig literatuur over te vinden is. Ook kan je van te voren al kijken welke docent je graag als begeleider wil hebben, zodat je een onderwerp kan kiezen dat in zijn of haar straatje ligt.'

Welke tips heb je voor studenten die met hun scriptie beginnen?
'Houd je ten eerste aan de deadlines die gegeven worden. Studenten zijn erg gewend aan het maken van tentamens. Omdat dat harde deadlines zijn, lukt dat meestal wel. Een scriptie is echter zo'n groot project dat je al snel denkt "Oh, ik begin morgen wel", maar voor je het weet ben je vijf maanden verder en heb je nog niks op papier staan. In de scriptie-academy, een van de onderdelen van Frisse Colleges, vragen we studenten daarom ook om iedere dag een evaluatie te sturen waarin ze vertellen wat ze die dag hebben gedaan.

'Mijn tweede tip is om tijdens het schrijven continu de hoofd- en deelvragen erbij te houden. Een scriptie moet daar namelijk antwoord op geven. Het gevaar bestaat al snel dat je uitweidt over allerlei onderwerpen die er eigenlijk niet zoveel mee te maken hebben.'

Wat moet je doen als je geen goede klik hebt met je begeleider?
'Je zou om een nieuwe begeleider kunnen vragen, bijvoorbeeld via een vertrouwenspersoon. Aan de andere kant ben je zelf ook verantwoordelijk voor een goede band met je begeleider. Probeer een professionele houding aan te nemen door te zorgen dat je op tijd je dingen inlevert en je afspraken nakomt. Dan bouw je credits op voor als je zelf een keer extra hulp nodig hebt van je docent.'

Heb je zelf ook problemen gehad tijdens het schrijven van je scriptie?
'Ja, over het schrijven van mijn scriptie voor mijn studie Communicatiewetenschappen heb ik langer gedaan dan ik wilde. Ik was te perfectionistisch en wilde een soort masterpiece schrijven waardoor ik totaal blokkeerde. Veel van de problemen waar studenten tegenaan lopen heb ik dus zelf meegemaakt.'

Op de websitevan Frisse Colleges staan meer tips en Youtube-filmpjes over het schrijven van je scriptie. 

 

 

Lees meer

[Ingezonden] Een groenere campus

De campus van de Radboud Universiteit is groen, maar niet groen genoeg. Sander van der Goes van AKKUraatd en Hannah Fröb van AGREEn pleiten daarom voor een steenbreek en een diverser groenbeleid op de campus. Dit is beter voor het klimaat, maar zorgt ook voor een aangenamere campus.

Als je de campus vanuit de Erasmustoren bekijkt, zie je dat er nog veel grijze, versteende plekken op de campus te vinden zijn. Denk hierbij aan het Linnaeusplein, het Erasmusplein, buitenmuren van gebouwen en een flink aantal daken waar nog geen zonnepanelen liggen. Te veel locaties op de campus bestaan nu uit stenen vlaktes en in de groene gebieden kan nog meer worden gedaan om biodiversiteit te stimuleren.

Voorbeeldfunctie waarmaken
Nederlandse steden verstenen steeds meer. Tegelijkertijd verdwijnt hierdoor meer en meer groen. Dit is niet alleen jammer voor onze leefomgeving, het is ook problematisch. Het creëert namelijk hittestress en vergroot de kans op wateroverlast. Stenen houden hitte vast en voorkomen dat de bodem water kan opnemen. Specifiek voor de universiteit is te zeggen dat er, met name op hele hete dagen, bijna geen geschikte locaties voor studenten te vinden zijn om te vertoeven. Op pleinen voel je al snel een verstikkende hitte en op het gras heb je geen schaduw.

Om dit probleem op gemeentelijk niveau aan te pakken zijn er al (private) initiatieven opgezet. Een van deze initiatieven is 'Operatie Steenbreek', een organisatie die de samenleving aanzet om hun leefomgeving te vergroenen. Dit doen ze in samenwerking met gemeenten, waterschappen, het bedrijfsleven en ook enkele universiteiten. Helaas doet de Radboud Universiteit (RU) hier niet aan mee.

De universiteit zou voorop moeten lopen als het gaat om vergroening en klimaat.

Ook in het kader van de European Green Capital probeert de gemeente Nijmegen burgers aan te sporen om hun tuinen te vergroenen, maar de universiteit blijft achter. Met de sloop van de compleet stenen Thomas van Aquinostraat wordt al een goed begin gemaakt: in plaats van deze stenen straat komt er compactere nieuwbouw met veel meer groen eromheen. Wij denken echter dat er nog meer te behalen is op dit gebied. De universiteit heeft in de maatschappij een voorbeeldfunctie, wat betekent dat ze voorop zou moeten lopen als het gaat om zaken als vergroening en klimaat.

Stenen eruit, groen erin
Wij pleiten ten eerste voor een steenbreek rondom het Linnaeusgebouw: Stenen eruit, groen erin. Het motto van de Green Capital Challenge sluit hier ook op aan: 'Nijmegen vergroent'. Ditzelfde willen wij voor het Erasmusplein. Momenteel ligt daar een kring van kiezelstenen. Wij zien graag dat de RU deze vervangt door beplanting. Door het vergroenen worden deze plekken ook aantrekkelijker voor studenten en medewerkers. Zij kunnen dan studeren of werken in een mooie omgeving onder een boom die zorgt voor een koele schaduw, in plaats van tussen de gloeiende stenen.

Ook de muren en de daken van de campus zien we graag vergroenen. Via een verticale tuin of een klimplant is een goed te onderhouden groenconcentratie te realiseren. De gemeente Nijmegen heeft hier zelfs een subsidiepotje voor. Door muren en daken te vergroenen, wordt de campus niet alleen een aangenamere plek om te verblijven, maar wordt ook de riolering van de universiteit minder belast. Zo draagt de universiteit haar steentje bij aan het tegengaan van wateroverlast en creëert zij een aangenamere werkomgeving voor student en medewerker.

De RU heeft veel potentie om groener en aangenamer te worden.

Niet alleen maar groener, ook biodivers
Het vergroenen van de campus is één ding, maar het verkrijgen van een goede biodiversiteit, dus een variatie in flora en fauna, is een tweede. Dit is belangrijk, want de afgelopen 27 jaar is 76 procent van de insectenpopulatie verdwenen. Dit terwijl wij mensen, net als de rest van het ecosysteem, afhankelijk zijn van deze dieren. De universiteit is al begonnen om dit aan te pakken, door in de groenstrook in het midden van de Heyendaalseweg een bloemenberm aan te leggen en insectenhotels te plaatsen. Dergelijke activiteiten om de biodiversiteit te bevorderen zouden op veel meer locaties op de campus kunnen. Daarnaast kan de universiteit nog veel meer doen om biodiversiteit te stimuleren. De University of Exeter hanteert bijvoorbeeld verbeterde plantschema's, een zero green waste policy en een variërend maaibeleid. De RU zou dit ook kunnen doen. Op deze manier voorzie je insecten het hele jaar van voedsel en creëer je voldoende habitats voor deze dieren.

De RU heeft veel potentie om groener en aangenamer te worden dan ze nu is. Door het vervangen van stenen door groen, het plaatsen van groen op muren en daken en ervoor te zorgen dat dit groen bovendien divers is, kan de universiteit niet alleen haar steentje bijdragen op het gebied van wateroverlast, maar stimuleert ze ook biodiversiteit. Op deze manier kan de campus ook nog eens een fijnere verblijfplaats worden.

 

Lees meer

[Ingezonden] Kameleonzalen: een duurzame oplossing voor het probleem van studiewerkplekken

Al het hele collegejaar zijn er, met name tijdens tentamenperiodes, klachten over een te volle Universiteitsbibliotheek en een tekort aan studiewerkplekken. Het College van Bestuur kwam eerder al met een oplossing door onderwijslokalen in tentamenperiodes open te stellen, maar volgens studentenfractie AKKUraatd is dit niet genoeg. Zij pleiten ervoor om deze zalen ook de uitstraling te geven van een studiewerkplek.

Het is weer zover: de tentamenperiode komt er aan. Traditioneel betekent dit goed zoeken naar een werkplek voordat je kan beginnen met studeren. Extra studiewerkplekken zouden dit kunnen verhelpen. Deze extra werkplekken moeten verspreid over de hele campus worden gerealiseerd, zodat studenten van FNWI tot Rechten genoeg werkplekken hebben. Studentenfractie AKKUraatd pleit voor het realiseren van zogenaamde kameleonzalen in alle faculteitsgebouwen.

Kameleonzalen zijn zalen die gedurende de zeven collegeweken 'gewone' onderwijszalen zijn, maar voor de tentamenweken eenvoudig kunnen worden veranderd. Zij krijgen daarmee de inrichting en de sfeer van een volwaardige studiewerkplek. Voor de tentamenweken worden de tafels en stoelen in een andere opstelling gezet, worden geluidsdempende en sfeercreërende objecten als planten neergezet en wordt met behulp van contactdozen ervoor gezorgd dat er genoeg stopcontacten in de zaal zijn. Ook wordt er een poster op de deur geplakt waarop staat dat de zaal drie weken lang een stiltewerkplek is. Als kers op de taart ligt er standaard tapijt. Wanneer de tentamenweken voorbij zijn worden de veranderingen weer ongedaan gemaakt.

    Kameleonzaal1450x  Kameleonzaal2450x

Tijdens de tentamenweken is het soms dringen voor een studiewerkplek. Toch is er op de Radboud Universiteit genoeg ruimte om studenten in hun behoeftes van voldoende studielandschappen te voorzien. De beschikbare ruimte moet alleen beter en flexibeler benut worden. Tijdens de onderwijsvrije tentamenweken staan veel onderwijslokalen leeg. Het College van Bestuur heeft een groot deel van deze lokalen voor studenten opengesteld om tijdens tentamenweken in te kunnen studeren. Alhoewel het College hiermee een goede maatregel heeft getroffen vinden veel studenten nog niet de weg naar deze lokalen. Met het realiseren van kameleonzalen kan hier verandering in komen.

Het hoeft niet moeilijk te zijn om de kameleonzaal "van kleur te laten veranderen". Studenten kunnen nu al als werkactie stoelen en tafels uitklappen om de sportzalen tentamenweekproof te maken. Met eenzelfde constructie zouden studenten de kameleonzalen kunnen veranderen in een studielandschap. Er moet een inschatting per faculteit gemaakt worden hoeveel kameleonzalen nodig zijn om de druk op de studiewerkplekken te verlagen.

Het is van belang dat de gecreëerde studiewerkplekken uiteindelijk ook gevonden worden. Daarom moet tijdens de tentamenweken bij de ingang van iedere faculteit fysiek worden aangegeven welke zalen kameleonzalen zijn en waar je dus kan gaan studeren. Op de iets langere termijn zal met behulp van wifi-tracking digitaal inzichtelijk gemaakt moeten worden in welk studielandschap voldoende ruimte is. Dit mag als vanzelfsprekend alleen als de data hier volledig geanonimiseerd worden en niet worden bewaard.

 

Lees meer

[Ingezonden] Wanneer niets resteert dan grijs

De 23-jarige RU-student Simon (liever geen achternaam) kwam tijdens zijn studententijd in een depressie. In deze ingezonden brief vertelt hij openhartig over hoe deze periode voor hem voelde en wat hem uiteindelijk heeft geholpen om erbovenop te komen.

Illustratie: Inge Spoelstra

depressie400xDe kleine wijzer van de klok werkt zich langzaam maar zeker naar een hoogtepunt, om zich daarna met dezelfde snelheid in het diepe dal van de middag te storten. In het schemerduister van de dag fluister je liefkozend "Werk wacht wel, ik wil je nog even om me voelen."1 tegen je deken.

Niet lang daarna kom je kreunend je bed uit, neem je niet de moeite om iets anders aan te doen dan je pyjama en werk je een lunch-achtig ontbijt naar binnen. De rest van de dag ligt maagdelijk verleidelijk naar je te lonken om jouw inspanningen te mogen ontvangen, maar je negeert haar. Je hebt immers wel wat beters te doen dan studeren: een eindeloze stroom YouTube-filmpjes wacht op jouw kijkplezier.

Het scherm van je mobiel (want waarom de moeite nemen je laptop aan te zetten?) is nu urenlang het enige dat je nodig hebt om je ledigheid te vullen. Is het eerste filmpje afgelopen? Klik door en kijk het volgende en het volgende en het volgende, net zolang totdat de natuurlijke behoeften je dwingen om iets te eten te drinken of die eerder tot je genomen dingen te lozen. Daarna kun je weer kijken. Kijken, kijken, kijken. Net zolang kijken totdat je een keer de moeite neemt om wederom in dat lieflijke bedje van je te kruipen en jezelf in slaap te wiegen met spijtvolle gedachten aan alle dingen die je vandaag eigenlijk had moeten doen.

Herken jij, Lezer, zo’n dag? Een luie dag die je je eigenlijk niet kunt veroorloven, maar waarvan jij vindt dat je je hem kunt veroorloven omdat je de dag erna alles goed gaat maken en dubbel zo hard aan het werk gaat? Vast wel, we zijn tenslotte volwassen studenten en verantwoordelijk genoeg om te doen en laten wat we willen. Zolang we ons werk op tijd af hebben en onze tentamens halen is er niets aan de hand.

Maar wat als zo’n dag meer regel is dan uitzondering? Wat als je dagenlang in het schemerduister van je kamer doorbrengt op min of meer de hierboven beschreven wijze? Wat als je aanwezigheid bij colleges slechts fysiek is en niet mentaal? Je geeft niets meer om het niet af hebben van je werk en je leeft van dag tot dag in een dichte, grijze waas.

Voor de buitenwereld houd je de schijn op dat er niets aan de hand is. De standaardvraag over hoe het met je gaat, beantwoord je zonder tekst en uitleg met het standaardantwoord "Goed." Je gaat gewoon naar activiteiten van je studievereniging, spreekt gewoon af met vrienden, en je hobby beleef je met ogenschijnlijk evenveel plezier als gebruikelijk.

Inwendig schaam je je echter kapot voor je gedrag. Je wéét dat als je niet nu aan je studie begint je nog erger in de problemen zal raken. Je docenten hebben je al meer dan eens aangesproken op je gedrag, je zegt dat het wel goed zal komen, houdt zelf de hoop dat dat daadwerkelijk gaat gebeuren, brengt de nacht voor de deadline slapeloos door met een liter cola en een zak chips om alsnog dat ene stukje af te krijgen om toch iets van een goed gevoel te krijgen, hoewel dat alles averechts werkt: vermoeidheid gaat je parten spelen. Colleges worden een nachtmerrie, niet eens door de niet meer op te brengen concentratie, maar alleen al door de gedachte aan de fietstocht naar de universiteit. Bij binnenkomst in het lokaal duik je het liefst ver weg in je eigen vertrouwde wereld van sombere gedachten aan een tafeltje achterin en je bent de eerste die de deur uit is, om vragen over je welzijn (want dat het slecht met je gaat, zal op den duur niet meer te verbergen zijn) te vermijden en het gelogen antwoord niet te hoeven geven.

Zo kabbelt je leven voort. De wereld is kleurloos, vijftig tinten grijs. Geluk is ver te zoeken. De situatie gaat escaleren. Menselijk contact vermijd je als een vegetariër de slager, je beperkt je hierin tot het hoognodige en je verlaat het eenzame geborgene van je kamer liever niet. Het thuisfront houd je zo veel mogelijk op afstand. Ja mam, alles gaat goed met de studie. Je hebt het heel druk – met nietsdoen, welteverstaan – en dus echt geen tijd voor een goed gesprek.

En dan komt dat ene moment, dat moment waarop een medestudent je vraagt hoe het met je gaat. Ze heeft je net gezien in college: een zielig hoopje ellende waar niet veel meer inzit dan een zich waardeloos voelende loser die bijna zijn studie op wil geven.

Ze stelt haar vraag op een toon die het midden houdt tussen bezorgdheid en begrip. Je hoort dat ze om je geeft. Op dat moment breek je. Je beseft je dat er niets anders meer opzit dan te vertellen wat er speelt, hoe kut je je al tijdenlang voelt, dat je niets meer ziet zitten, geen lust meer hebt voor wat dan ook. Er is geen houden meer aan. Op een bankje op het Erasmusplein doe je in één ruk je verhaal. Zij luistert, knikt af en toe, valt je niet in de rede tot je klaar bent.

Dan zegt zij dat ze je situatie herkent, dat zij ook zoiets heeft doorgemaakt. Ze vertelt hoe zij er mee om is gegaan, dat het niet helpt om weg te kwijnen in zelfbeklag, maar om hulp te zoeken, anders gaat er nooit iets gebeuren.

Het verhaal sterkt je: je bent niet de enige die dit overkomt. Je krijgt weer een beetje motivatie om iets te gaan doen. Om aan jezelf te werken. Om te redden wat er te redden valt. Je maakt een afspraak met de studieadviseur en dan gaat het snel: studentenpsycholoog, aangehouden advies op je BSA en voor je het weet heb je in het tweede jaar alsnog je propedeuse gehaald en mag je door met je studie.

Het is moeilijk voor je om terugkijkend de vinger op deze periode in de lente van 2015 te leggen: kwam het door je studie, die te veel van je eiste? Was het de eenzaamheid van je kamer die je niet goed kon verdragen? Was überhaupt het gaan leven op een studentenkamer een te grote stap in combinatie met je studie? Misschien was het een giftige cocktail van factoren. Het maakt ook niet uit. Je hoopt simpelweg dat deze verschrikking niet terugkeert.

Die hoop blijkt een jaar later ijdel. Je vriendin maakt het onverwacht uit en duwt je onbedoeld terug in het diepe dal waaruit je eerder bent geklommen. Met moeite en nog meer studievertraging krijg je jezelf terug op de rit tot het moment waarop je weer in het zwarte water valt. Dan gaat het zo slecht met je dat je je ouders huilend vertelt wat er nu al die jaren heeft gespeeld. Je bent bang voor hun reactie, maar ze reageren begripvol. Ze zeggen dat ze altijd van je zullen houden. Dat je je niet hoeft te schamen om hierover te praten.

Dat doe je nu niet meer. Je schrijft op wat je op je hart hebt en vertelt op die manier aan eenieder die het maar wilt horen dat je te kampen hebt met depressies. Je schrijft dat je leeft met dieptepunten in je geestesgesteldheid en dat je studie daaronder lijdt. Dat niemand medelijden met je hoeft te hebben. Dat je graag iets wilt doen om het taboe hierop te doorbreken.

1Deze zin heb ik ontleend aan het nummer Liefste van Typhoon.

Herken jij je in bovenstaande tekst? Maak dan een afspraak met de studentpsycholoog van de universiteit.

 

Lees meer

Ambassadeurs van de illustratie

Van bier tot breinscans, Maaike van den Heuvel en Gerco Hiddink van ontwerpstudio Hartebeest hebben ontwerpen gemaakt voor uiteenlopende opdrachtgevers als Oersoep en het Donders Instituut. Hun werk kenmerkt zich door een unieke combinatie van illustratie en grafisch design. 'Wij zien letters ook als illustraties en andersom.'

Tekst en foto's: Vincent Veerbeek

Hartebeest personen 750x

Veel studenten drinken weleens een biertje van Oersoep, maar zullen daarbij vooral oog hebben voor de inhoud van de fles. Wie niet te diep in het glaasje heeft gekeken, zal echter zien dat ook over de etiketten lang is nagedacht. Maaike van den Heuvel en Gerco Hiddink van ontwerpstudio Hartebeest zijn het brein achter deze ontwerpen. Hun bedrijf bestaat nu een jaar of acht, daarvoor werkten Van den Heuvel en Hiddink afzonderlijk. 'Op een gegeven moment kwam er een opdracht vanuit de afdeling Behavioral Sciences van de Radboud Universiteit die we samen moesten doen', vertelt Van den Heuvel. 'Toen besloten we dat het veel voordelen heeft om onze krachten te bundelen en zo samen een identiteit te vormen.' Deze identiteit komt naar voren in de naam Hartebeest, die volgens Hiddink twee elementen bevat. 'We vonden het leuk dat er iets stoers in zit, maar ook iets aaibaars.' Een soortgelijke tweeledigheid is terug te zien in de werkwijze van de ontwerpstudio, waarbij illustratie en grafische vormgeving hand in hand gaan en de nadruk op het geheel ligt.

In hun werk komen de achtergronden van Hiddink en Van den Heuvel als grafisch ontwerper en illustrator duidelijk naar voren. Deze stijl hebben ze inmiddels bij diverse opdrachten ingezet. Zo heeft het duo in het verleden ontwerpen gemaakt voor verschillende afdelingen van de Radboud Universiteit en het Trimbos-instituut. Nu en dan komen er zelfs opdrachten vanuit het buitenland binnen om albumhoezen of omslagen voor proefschriften te ontwerpen. Op dit moment is het duo druk met het ontwikkelen van hun eigen webshop, waar behang te koop is met Hartebeestpatronen. Deze patronen zijn ook in het atelier van de ontwerpers terug te zien, dat is bezaaid met mokken, posters en schetsen voor nieuw werk. Van den Heuvel en Hiddink hebben duidelijk passie voor hun vak en hebben inspiratie om nog even vooruit te kunnen. 'Vaak maak je aan het begin hele idiote dingen, maar dat is nodig om te ontdekken wat werkt voor het uiteindelijke ontwerp.'

'Het is het leukst als je een partner van de opdrachtgever blijft in het hele proces.'

Ontwerp op maatHartebeest Donders bijgesneden 350x
Het creatieve proces begint bij de opdrachtgever, waarbij eerst duidelijk moet zijn wat een organisatie precies wil. 'Als je een opdracht krijgt voor een nieuw logo moet je ook weten waarom dat er eigenlijk moet komen en of het verder gevolgen heeft voor de organisatie', legt Hiddink uit. 'Daarom spreken we altijd af bij de opdrachtgever.' Ter illustratie van het ontwerpproces laat Hiddink in het atelier zien hoe Hartebeest een nieuwe huisstijl ontwierp voor het Donders Instituut. Ook hier stonden de wensen van de opdrachtgever centraal. Niet alleen moest er een nieuwe stijl komen, die moest bovendien voldoen aan bepaalde eisen. 'Wij werden gevraagd om een nieuwe identiteit te ontwikkelen, maar de "d" van Donders moest wel een plek krijgen, want dat is echt hun handelsmerk.'

Wanneer helder is wat de opdrachtgever wil, gaan Hiddink en Van den Heuvel aan de slag met een eerste schets. 'We werken heel procesmatig. Vaak kijken we of een van ons al een idee heeft', legt Van den Heuvel uit. 'Als dat niet zo is, gaan we pingpongen. Dan doen we allebei suggesties tot we iets te pakken hebben om mee te beginnen.' Bij de opdracht voor het Donders vormde de "d" die in het uiteindelijke ontwerp een plek moest krijgen het beginpunt. 'We moesten iets met die "d", dus we gingen eerst kijken wat het precies is. Is het wel een d?' lacht Hiddink, terwijl op zijn computer de tientallen verschillende variaties voorbijkomen die hiervoor werden ontworpen.

Passen en metenHartebeest pp 450x
Zodra Hiddink en Van den Heuvel een aantal ontwerpen hebben waar ze tevreden mee zijn, gaan de ontwerpers opnieuw in gesprek met de opdrachtgever. 'Uiteindelijk komen we op het punt dat we met de opdrachtgever overleggen om te kijken of onze ideeën hen aanspreken. Zo merken we het vanzelf als we een andere richting op moeten', vertelt Van den Heuvel terwijl hij een PowerPoint voor een opdrachtgever toont. Meestal gaat het slechts om kleine aanpassingen, hoewel er ook lastige kwesties zijn. 'Kleurdiscussies zijn altijd heel moeilijk', vult Hiddink grinnikend aan. 'Wij letten bijvoorbeeld op leesbaarheid en contrast, terwijl het voor een opdrachtgever vooral intuïtief is.' Na een aantal gesprekken ligt er zo een voorstel op tafel waar ontwerper en opdrachtgever tevreden mee zijn. Bij Donders viel uiteindelijk de keuze op een bepaalde "d" die aan alle wensen voldeed. Als laatste kijken Van den Heuvel en Hiddink ook wat een opdrachtgever nog meer met het ontwerp kan. 'Het is het leukst als je een partner van de opdrachtgever blijft in het hele proces', vertelt Hiddink, terwijl hij laat zien hoe een ontwerp kan worden ingezet voor banners, visitekaartjes of briefpapier.

'Als een van ons iets niet goed vindt, is het geen Hartebeestdingetje.'

In woord en beeld
Bij het maken van hun ontwerpen onderscheidt Hartebeest zich vooral van andere ontwerpers door de nadruk te leggen op het totaalplaatje. 'Het komt vaak voor dat een bedrijf alleen de lay-out bedenkt en een andere organisatie illustraties of foto's erbij maakt, maar dat er verder geen communicatie is', legt Van den Heuvel uit. 'Wij proberen die twee werelden echt te integreren, dus ik bemoei me met de lettertypes en Gerco met de illustraties. Zo ontstaat een wisselwerking.' Het resultaat is een eigenzinnige stijl die handgemaakte tekeningen integreert in een digitaal ontwerp. 'Sommige mensen zien illustraties als iets voor kinderen, maar dat is onzin', vertelt Hiddink. 'Wij zijn in die zin wel een soort ambassadeurs van de illustratie.' Ook qua werkwijze vullen Van den Heuvel en Hiddink elkaar naar eigen zeggen goed aan. 'We denken totaal andersom', lacht Hiddink. 'Ik ben wat rationeler, Maaike wat intuïtiever.' Op die manier komt er altijd iets uit waar beide partners trots op zijn. 'Als een van ons iets niet goed vindt, is het geen Hartebeestdingetje.'

Hartebeest ontwerpen 750x

Van A tot Z
Naast hun bijzondere manier van werken, geven Hiddink en Van den Heuvel ook een eigen draai aan hun werk met behulp van lettertypes. In het werk van Hartebeest is geen Comic Sans of Times New Roman terug te vinden en veel letters worden helemaal zelf ontworpen. Net als bij de rest van het ontwerp is ook hier de context van de opdrachtgever belangrijk. 'Bij Streekbakker Jorrit hebben we bijvoorbeeld gekeken naar hun dagelijkse praktijk', vertelt Hiddink. 'Ze werken veel met machines, dus daar past een stoer logo bij. Het is mooi als een letter daarbij aansluit, bijvoorbeeld wanneer het eruit ziet als iets wat uit roestvrijstaal kan worden geslagen.'

Letters komen dus vaak voort uit een ontwerp, maar toch is typografie volgens Hiddink een bijzonder vak dat veel oefening vereist. 'Pas als je letters helemaal uit elkaar haalt en opnieuw in elkaar zet, krijg je een beetje gevoel voor wat het eigenlijk zijn.' Hiddink wijst een paar overeenkomsten aan tussen de letters in het ontwerp voor Streekbakker Jorrit, zoals de rondingen van de A en de R, of het eigenwijze karakter van de i. 'Typografie is echt een ambacht en je kunt het wiel telkens opnieuw uitvinden.' Bij het maken van een ontwerp komen volgens Hiddink dan ook vaak dingen naar voren die in eerste instantie niet gepland waren maar wel goed voelen. Om al hun ideeën nog beter tot hun recht te laten komen, zijn de ontwerpers begonnen met het bedenken van patronen die ze in de vorm van behang verkopen in een eigen webshop. Dit geeft hen de mogelijkheid om buiten de opdrachten om hun eigen ontwerpen en producten te ontwikkelen. 'Het zit blijkbaar in onze genen om patronen te ontwikkelen.'

 

Lees meer

Animaties met een hoger doel

Van 3 tot en met 7 april vindt in Nijmegen de 11e editie van het Go Short International Short Film Festival Nijmegen plaats. Tijdens het festival gaat Mind My Mind, de nieuwe film van de Nijmeegse Floor Adams, in Nederland in première als onderdeel van de Dutch Competition. De film, die op het Brusselse ANIMA filmfestival de publieksprijs binnensleepte, gaat over de autistische Chris en hoe het anders werken van zijn brein zijn leven en liefdesleven affecteert. 'Ik vind het heel mooi iets te hebben gemaakt dat een doel dient, dat het meer is dan alleen voor de consumptie.'

Tekst: Zander Evenberg
Foto's: David van Haren
Illustraties: Afbeeldingen uit Mind My Mind

FloorAdams 750x

'Zijn jullie hier voor mij?' vraagt een opgewekte Floor Adams ons, terwijl we zittend op een bankje in de zon aan het wachten zijn. Even later leidt Adams ons naar het bedrijfspand waar haar studio zich bevindt. In de geur van verse baksels, 'hieronder zit een bakkerij', nemen we plaats in het ietwat rommelige kantoor met uitzicht op de Waal waar Adams de afgelopen jaren aan haar nieuwste project heeft gewerkt.

Animatie ambities
Van jongs af aan wilde Adams al iets met animatie doen. Dus toen ze tijdens haar studie creatieve therapie las dat Disney een studio had geopend in Parijs voor de productie van De Klokkenluider van de Notre Dame en daar nog mensen zocht, besloot ze een brief te schrijven. 'Ik kreeg een brief terug met "Dank u wel voor uw interesse en dit zijn de functies waarop u kan solliciteren." En de vraag of ik bereid was te verhuizen naar Burbank of Parijs. Ik dacht "Ho wacht even, misschien over een paar jaar"', vertelt Adams lachend. Hoewel de ambitie om voor Disney te werken tijdelijk bleek, was de interesse in animatie dat niet. Dus besloot Adams om na haar opleiding Creatieve Therapie parttime aan de kunstacademie te gaan studeren. 'Maar', legt ze uit, 'ik studeerde vrije kunst, dat was helemaal geen animatieopleiding. Toen ben ik naast de reguliere vakken als tekenen en schilderen animaties gaan maken. Na een paar jaar kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet op deze school moest blijven als ik hier beter in wilde worden. Daarom ben ik een half jaar naar Gent gegaan.' Als Erasmusstudent aan de Gentse animatieopleiding kreeg Adams de smaak te pakken: 'Die mensen zaten allemaal in het donker te werken achter de lichtbakken en dachten echt: "Oh nóg een klus; ik moet wéér een lopend figuur animeren." Terwijl ik dacht: "Ja! Lopend figuur animeren! Nu kan ik echt leren hoe het moet."' 

MindMyMind700x1

Aanvankelijk kwam het werken in de kunstwereld niet van de grond. 'Ik werkte toen nog parttime in de zorg en in mijn optiek kan je geen goede ondernemer worden wanneer je het er een beetje naast doet. Dus besloot ik te stoppen in de zorg en me volledig op het animeren te storten.' Dit bleek een goede keuze: met opdrachten van Zembla, gemeentes en musea begon het balletje te rollen. 'Toen ben ik echt de wereld in gestapt en durfde ik steeds meer te zeggen "Hier ben ik en dit is wat ik doe". Dat is nu twaalf jaar geleden.' Adams' eerste jaren als animator bestonden vooral uit opdrachtwerk, maar na de financiering voor een eigen film stopte ze daar compleet mee.

'Mensen met autisme zijn overal en er mag best wat meer vriendelijkheid voor ze zijn.'

Een realistisch beeld van autisme
'Het idee voor Mind My Mind is ontstaan in 2009 toen ik op de UNIT academie les gaf aan jongeren met autisme. Daar was een jongen die mij alles kon vertellen over het Japanse metrostelsel: hoe de metro's in Tokio heten en hoeveel suïcidepogingen er per jaar waren. Ik vroeg hem hoe hij dat kon onthouden, al die details en waar hij die informatie laat. Waarop hij zei "Ik weet het niet, maar ik heb er helemaal niets aan. Ik kan m'n dagelijkse dingen niet goed doen of m'n huiswerk onthouden." Aan de buitenkant kan ik niet zien dat er iets aan de hand is, maar het is er wel. Mensen met autisme zijn overal en er mag best wat meer vriendelijkheid voor ze zijn, voor de mensen die social awkward in een hoekje staan op een feestje of die liever sociaal contact mijden. Dat zijn mensen die ook gezien mogen worden.' Adams had al langer de ambitie een film te maken met betekenis en nu had ze daarvoor het goede onderwerp gevonden.

In haar film wilde Adams laten zien hoe de processen in het hoofd van iemand met autisme werken, dus voor ze aan haar script kon beginnen moest er eerst onderzoek worden gedaan. 'Ik had hele vragenlijsten voor vooral mensen met Asperger. Die vroeg ik dingen als "wat betekent flirten voor je?" en "wat zijn je speciale interesses?" Ook had ik toen veel contact met een vriendin van me die promoveerde aan het Leo Kannerhuis centrum voor autisme. Verder heb ik veel boeken gelezen en het internet afgezocht.' Op basis van haar eigen ervaringen met mensen met autisme en gesprekken met ervaringsdeskundigen, creëerde Adams het personage Chris; een jongen met autisme die verliefd wordt op een meisje. 'Chris is een combinatie geworden van verschillende kenmerken die uit mijn onderzoek en ervaringen naar voren kwamen, zoals zijn bijzondere interesse in Duitse bommenwerpers, maar hij is wel echt een op zichzelf staand personage geworden.' Met haar film wil Adams een realistischer beeld geven van autisme dan in de televisiewereld vaak te zien is. 'Autisme wordt nu heel erg weggezet als zo'n alleswetende geek die moordzaken kan oplossen met buitengewone krachten of lucifers op de grond kan laten vallen en dan precies weet hoeveel het er zijn. Terwijl dat helemaal niet zo is of hoeft te zijn. Op mijn film krijg ik vaak de reactie dat mensen het fijn vinden dat er een menselijke film over autisme is. Zo hebben we de film laten zien op een studiedag over seksualiteit en autisme. Daar zaten experts op het gebied van autisme in de zaal die achteraf zeiden: "Ons werk is bijna overbodig met zo'n film." Het klopt natuurlijk niet wat ze zeggen, maar het is wel een groot compliment.'

MindMyMind700x2

Uit de hand gelopen elf minuten
Toen ze in 2012 geld kreeg van de provincie dacht Adams nog dat het een film van elf minuten zou worden, die ze helemaal in haar eentje zou maken. 'Maar het project werd steeds groter en ik had meer geld nodig. Na anderhalf jaar kwam ik in aanraking met Willem Thijssen, een Oscar-winnende producent, die wat zag in het script. Hij stelde voor naar het Filmfonds te gaan en ik weet nog dat ik daar zat en vertelde dat ik van plan was met één animator samen te werken.' Lachend: 'Uiteindelijk zijn er zeven animatoren geweest en heb ik zelf geen animatiewerk meer gedaan, maar heb ik alleen nog mensen aangestuurd. Toen werd het ook een verhaal van een half uur. Uiteindelijk is het echt een enorm project geworden waar 60 mensen aan hebben gewerkt.'

'Ik had het regiewerk onderschat waardoor ik vaak 's avonds en in de weekenden nog zat te werken.'

FloorAdams400xDat het project zo groot werd, weerspiegelde zich ook in de lengte van het maakproces: waar de beoogde voltooiing aanvankelijk 2014 was, duurde het in werkelijkheid 5 jaar langer. Hoe dat komt? 'Misschien een beetje zelfoverschatting. Het schrijven van een goed script, een verhaal dat van alle kanten klopt, kost een hoop tijd. Daar was ik zeker een jaar mee bezig.' Ook het animeren kost veel tijd, legt Adams uit: 'Een seconde animatie is opgebouwd uit 12 tot 24 tekeningen. Ik tekende dan ruwweg het shot, de belangrijkste poses en waar alles zit. Dat gaat dan naar een animator en die zorgt dat elke beweging getekend wordt. Die tekeningen moesten allemaal ingekleurd worden en er moesten achtergronden bij gemaakt worden. Die wilde ik zelf maken, daarmee hield ik de controle over hoe het beeld er uit kwam te zien. Ook het opnemen van het geluid was tijdrovend. Voor een animatiefilm moet ieder geluidje apart worden gemaakt en opgenomen, daar zijn we twee weken mee bezig geweest.' Daarbij merkte Adams dat het werk als regisseur nieuw voor haar was: 'Ik wilde die 700 achtergronden graag zelf tekenen, maar ik had het regiewerk onderschat; hoeveel tijd je bezig bent met het aansturen van iedereen. Dus zat ik vaak 's avonds en in de weekenden nog te werken. Wat ik wel hoor is dat we voor een film van dertig minuten nog redelijk snel zijn geweest, dus dat houd ik maar in m'n achterhoofd.'

Niet voor niets
Uiteindelijk is Adams erg tevreden met het resultaat: 'Het was ook allemaal niet voor niets: de reacties zijn heel positief. Tijdens de première in Brussel zaten er 800 mensen in de zaal die moesten lachen en meegingen in het verhaal, dus dat was heel goed. Daarbij heb ik ook de ambitie

...
Lees meer

Animaties met een hoger doel

Van 3 tot en met 7 april vindt in Nijmegen de 11e editie van het Go Short International Short Film Festival Nijmegen plaats. Tijdens het festival gaat Mind My Mind, de nieuwe film van de Nijmeegse Floor Adams, in Nederland in première als onderdeel van de Dutch Competition. De film, die op het Brusselse ANIMA filmfestival de publieksprijs binnensleepte, gaat over de autistische Chris en hoe het anders werken van zijn brein zijn leven en liefdesleven affecteert. 'Ik vind het heel mooi iets te hebben gemaakt dat een doel dient, dat het meer is dan alleen voor de consumptie.'

Tekst: Zander Evenberg
Foto's: David van Haren
Illustraties: Afbeeldingen uit Mind My Mind

FloorAdams 750x

'Zijn jullie hier voor mij?' vraagt een opgewekte Floor Adams ons, terwijl we zittend op een bankje in de zon aan het wachten zijn. Even later leidt Adams ons naar het bedrijfspand waar haar studio zich bevindt. In de geur van verse baksels, 'hieronder zit een bakkerij', nemen we plaats in het ietwat rommelige kantoor met uitzicht op de Waal waar Adams de afgelopen jaren aan haar nieuwste project heeft gewerkt.

Animatie ambities
Van jongs af aan wilde Adams al iets met animatie doen. Dus toen ze tijdens haar studie creatieve therapie las dat Disney een studio had geopend in Parijs voor de productie van De Klokkenluider van de Notre Dame en daar nog mensen zocht, besloot ze een brief te schrijven. 'Ik kreeg een brief terug met "Dank u wel voor uw interesse en dit zijn de functies waarop u kan solliciteren." En de vraag of ik bereid was te verhuizen naar Burbank of Parijs. Ik dacht "Ho wacht even, misschien over een paar jaar"', vertelt Adams lachend. Hoewel de ambitie om voor Disney te werken tijdelijk bleek, was de interesse in animatie dat niet. Dus besloot Adams om na haar opleiding Creatieve Therapie parttime aan de kunstacademie te gaan studeren. 'Maar', legt ze uit, 'ik studeerde vrije kunst, dat was helemaal geen animatieopleiding. Toen ben ik naast de reguliere vakken als tekenen en schilderen animaties gaan maken. Na een paar jaar kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet op deze school moest blijven als ik hier beter in wilde worden. Daarom ben ik een half jaar naar Gent gegaan.' Als Erasmusstudent aan de Gentse animatieopleiding kreeg Adams de smaak te pakken: 'Die mensen zaten allemaal in het donker te werken achter de lichtbakken en dachten echt: "Oh nóg een klus; ik moet wéér een lopend figuur animeren." Terwijl ik dacht: "Ja! Lopend figuur animeren! Nu kan ik echt leren hoe het moet."' 

MindMyMind700x1

Aanvankelijk kwam het werken in de kunstwereld niet van de grond. 'Ik werkte toen nog parttime in de zorg en in mijn optiek kan je geen goede ondernemer worden wanneer je het er een beetje naast doet. Dus besloot ik te stoppen in de zorg en me volledig op het animeren te storten.' Dit bleek een goede keuze: met opdrachten van Zembla, gemeentes en musea begon het balletje te rollen. 'Toen ben ik echt de wereld in gestapt en durfde ik steeds meer te zeggen "Hier ben ik en dit is wat ik doe". Dat is nu twaalf jaar geleden.' Adams' eerste jaren als animator bestonden vooral uit opdrachtwerk, maar na de financiering voor een eigen film stopte ze daar compleet mee.

'Mensen met autisme zijn overal en er mag best wat meer vriendelijkheid voor ze zijn.'

Een realistisch beeld van autisme
'Het idee voor Mind My Mind is ontstaan in 2009 toen ik op de UNIT academie les gaf aan jongeren met autisme. Daar was een jongen die mij alles kon vertellen over het Japanse metrostelsel: hoe de metro's in Tokio heten en hoeveel suïcidepogingen er per jaar waren. Ik vroeg hem hoe hij dat kon onthouden, al die details en waar hij die informatie laat. Waarop hij zei "Ik weet het niet, maar ik heb er helemaal niets aan. Ik kan m'n dagelijkse dingen niet goed doen of m'n huiswerk onthouden." Aan de buitenkant kan ik niet zien dat er iets aan de hand is, maar het is er wel. Mensen met autisme zijn overal en er mag best wat meer vriendelijkheid voor ze zijn, voor de mensen die social awkward in een hoekje staan op een feestje of die liever sociaal contact mijden. Dat zijn mensen die ook gezien mogen worden.' Adams had al langer de ambitie een film te maken met betekenis en nu had ze daarvoor het goede onderwerp gevonden.

In haar film wilde Adams laten zien hoe de processen in het hoofd van iemand met autisme werken, dus voor ze aan haar script kon beginnen moest er eerst onderzoek worden gedaan. 'Ik had hele vragenlijsten voor vooral mensen met Asperger. Die vroeg ik dingen als "wat betekent flirten voor je?" en "wat zijn je speciale interesses?" Ook had ik toen veel contact met een vriendin van me die promoveerde aan het Leo Kannerhuis centrum voor autisme. Verder heb ik veel boeken gelezen en het internet afgezocht.' Op basis van haar eigen ervaringen met mensen met autisme en gesprekken met ervaringsdeskundigen, creëerde Adams het personage Chris; een jongen met autisme die verliefd wordt op een meisje. 'Chris is een combinatie geworden van verschillende kenmerken die uit mijn onderzoek en ervaringen naar voren kwamen, zoals zijn bijzondere interesse in Duitse bommenwerpers, maar hij is wel echt een op zichzelf staand personage geworden.' Met haar film wil Adams een realistischer beeld geven van autisme dan in de televisiewereld vaak te zien is. 'Autisme wordt nu heel erg weggezet als zo'n alleswetende geek die moordzaken kan oplossen met buitengewone krachten of lucifers op de grond kan laten vallen en dan precies weet hoeveel het er zijn. Terwijl dat helemaal niet zo is of hoeft te zijn. Op mijn film krijg ik vaak de reactie dat mensen het fijn vinden dat er een menselijke film over autisme is. Zo hebben we de film laten zien op een studiedag over seksualiteit en autisme. Daar zaten experts op het gebied van autisme in de zaal die achteraf zeiden: "Ons werk is bijna overbodig met zo'n film." Het klopt natuurlijk niet wat ze zeggen, maar het is wel een groot compliment.'

MindMyMind700x2

Uit de hand gelopen elf minuten
Toen ze in 2012 geld kreeg van de provincie dacht Adams nog dat het een film van elf minuten zou worden, die ze helemaal in haar eentje zou maken. 'Maar het project werd steeds groter en ik had meer geld nodig. Na anderhalf jaar kwam ik in aanraking met Willem Thijssen, een Oscar-winnende producent, die wat zag in het script. Hij stelde voor naar het Filmfonds te gaan en ik weet nog dat ik daar zat en vertelde dat ik van plan was met één animator samen te werken.' Lachend: 'Uiteindelijk zijn er zeven animatoren geweest en heb ik zelf geen animatiewerk meer gedaan, maar heb ik alleen nog mensen aangestuurd. Toen werd het ook een verhaal van een half uur. Uiteindelijk is het echt een enorm project geworden waar 60 mensen aan hebben gewerkt.'

'Ik had het regiewerk onderschat waardoor ik vaak 's avonds en in de weekenden nog zat te werken.'

FloorAdams400xDat het project zo groot werd, weerspiegelde zich ook in de lengte van het maakproces: waar de beoogde voltooiing aanvankelijk 2014 was, duurde het in werkelijkheid 5 jaar langer. Hoe dat komt? 'Misschien een beetje zelfoverschatting. Het schrijven van een goed script, een verhaal dat van alle kanten klopt, kost een hoop tijd. Daar was ik zeker een jaar mee bezig.' Ook het animeren kost veel tijd, legt Adams uit: 'Een seconde animatie is opgebouwd uit 12 tot 24 tekeningen. Ik tekende dan ruwweg het shot, de belangrijkste poses en waar alles zit. Dat gaat dan naar een animator en die zorgt dat elke beweging getekend wordt. Die tekeningen moesten allemaal ingekleurd worden en er moesten achtergronden bij gemaakt worden. Die wilde ik zelf maken, daarmee hield ik de controle over hoe het beeld er uit kwam te zien. Ook het opnemen van het geluid was tijdrovend. Voor een animatiefilm moet ieder geluidje apart worden gemaakt en opgenomen, daar zijn we twee weken mee bezig geweest.' Daarbij merkte Adams dat het werk als regisseur nieuw voor haar was: 'Ik wilde die 700 achtergronden graag zelf tekenen, maar ik had het regiewerk onderschat; hoeveel tijd je bezig bent met het aansturen van iedereen. Dus zat ik vaak 's avonds en in de weekenden nog te werken. Wat ik wel hoor is dat we voor een film van dertig minuten nog redelijk snel zijn geweest, dus dat houd ik maar in m'n achterhoofd.'

Niet voor niets
Uiteindelijk is Adams erg tevreden met het resultaat: 'Het was ook allemaal niet voor niets: de reacties zijn heel positief. Tijdens de première in Brussel zaten er 800 mensen in de zaal die moesten lachen en meegingen in het verhaal, dus dat was heel goed. Daarbij heb ik ook de ambitie

...
Lees meer

Anna in Engeland: De eerste indruk

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Daar sta ik dan op de parkeerplaats van een hotel in Lincoln mijn ouders uit te zwaaien, terwijl ik de tranen van het afscheid uit mijn gezicht veeg. Ik woon al vier jaar niet meer thuis, maar het is toch een raar idee dat ik ze een half jaar niet zal zien. Hoe vaak je ook gehoord hebt dat studeren in het buitenland een ontzettend gave ervaring is, de eerste paar dagen zijn vooral ontzettend spannend en eng.

Wonen in Groot-Brittannië is even wennen. Hoewel ik het een fantastisch land vind, vraagt het alledaagse leven wel om het nodige aanpassingsvermogen. De mensen hier zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam, maar ook eigenwijs. Alles wordt net even anders gedaan dan op het Europese vasteland. Zo weet iedereen wel dat ze hier aan de linkerkant van de weg lopen en rijden. Dit klinkt niet zo ingewikkeld, maar wacht maar tot je de straat over moet steken. Elke keer weer sta ik te denken: 'Van welke kant komt het verkeer nou?' Daarnaast verontschuldigen ze zich voor alles (en dan bedoel ik ook letterlijk alles) en blijkbaar is het ook normaal om om 10 uur 's ochtends je 'full English breakfast' weg te spoelen met een pint bier.

Toch is dit voor mij als (kunst)geschiedenisstudent de perfecte plek om te studeren. Lincoln is gelegen op een heuvel die al zeker tweeduizend jaar bewoond wordt. De prachtige middeleeuwse kathedraal midden in het oude centrum torent uit boven de rest van de stad. Lincoln zelf ademt geschiedenis. Maar wat mijn verblijf juist in deze tijd nog interessanter maakt, is dat ik in Engeland ben terwijl hier geschiedenis wordt geschreven. Zoals het er nu naar uitziet zal Groot-Brittannië op 29 maart de Europese Unie verlaten. Ik ben net een paar dagen in Lincoln als het Britse parlement de voorgestelde deal met de EU massaal wegstemt. De spanning hangt voelbaar in de lucht.

Groot-Brittannië is extreem verdeeld als het gaat om de Brexit en ook in Lincoln is het een gevoelig onderwerp om over te beginnen. Veel studenten zijn tegen het vertrek uit de EU, terwijl de 'locals' er grotendeels een andere mening op na houden. Ergens kan ik de ontevredenheid van de Engelsen wel begrijpen. Terwijl Lincoln's oude centrum de trots van de stad is, kent deze plaats ook zeker haar minder mooie kanten. Tot het einde van de twintigste eeuw was Lincoln een stad met veel zware industrie. Die is inmiddels verdwenen, maar een groot deel van de bevolking bestaat nog steeds uit arbeiders door de nabijgelegen Siemensfabriek. Het gemiddelde uurloon van een fabrieksarbeider is hier nog geen acht pond. Even ter vergelijking: voor een kop koffie betaal je hier makkelijk 2,50 pond. Dat is bijna drie euro. Rondkomen is dus voor een deel van de inwoners een behoorlijke uitdaging.

Dat het leven in Lincoln niet voor iedereen makkelijk is, is dan ook heel goed zichtbaar op straat aan het grote aantal daklozen. Ik praat erover met één van de Italiaanse uitwisselingsstudenten. Ook zij verbaast zich erover. Als we hierover een opmerking maken tegen een Engelse student reageert hij haast laks en haalt hij zijn schouders op: 'Tja, het zijn allemaal drugsverslaafden.' Het is duidelijk dat dit voor hem de normaalste zaak van de wereld is. Ik vraag me af of ik er zo makkelijk aan zal wennen gedurende de komende maanden.

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer

Anna in Engeland: De eerste indruk

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Daar sta ik dan op de parkeerplaats van een hotel in Lincoln mijn ouders uit te zwaaien, terwijl ik de tranen van het afscheid uit mijn gezicht veeg. Ik woon al vier jaar niet meer thuis, maar het is toch een raar idee dat ik ze een half jaar niet zal zien. Hoe vaak je ook gehoord hebt dat studeren in het buitenland een ontzettend gave ervaring is, de eerste paar dagen zijn vooral ontzettend spannend en eng.

Wonen in Groot-Brittannië is even wennen. Hoewel ik het een fantastisch land vind, vraagt het alledaagse leven wel om het nodige aanpassingsvermogen. De mensen hier zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam, maar ook eigenwijs. Alles wordt net even anders gedaan dan op het Europese vasteland. Zo weet iedereen wel dat ze hier aan de linkerkant van de weg lopen en rijden. Dit klinkt niet zo ingewikkeld, maar wacht maar tot je de straat over moet steken. Elke keer weer sta ik te denken: 'Van welke kant komt het verkeer nou?' Daarnaast verontschuldigen ze zich voor alles (en dan bedoel ik ook letterlijk alles) en blijkbaar is het ook normaal om om 10 uur 's ochtends je 'full English breakfast' weg te spoelen met een pint bier.

Toch is dit voor mij als (kunst)geschiedenisstudent de perfecte plek om te studeren. Lincoln is gelegen op een heuvel die al zeker tweeduizend jaar bewoond wordt. De prachtige middeleeuwse kathedraal midden in het oude centrum torent uit boven de rest van de stad. Lincoln zelf ademt geschiedenis. Maar wat mijn verblijf juist in deze tijd nog interessanter maakt, is dat ik in Engeland ben terwijl hier geschiedenis wordt geschreven. Zoals het er nu naar uitziet zal Groot-Brittannië op 29 maart de Europese Unie verlaten. Ik ben net een paar dagen in Lincoln als het Britse parlement de voorgestelde deal met de EU massaal wegstemt. De spanning hangt voelbaar in de lucht.

Groot-Brittannië is extreem verdeeld als het gaat om de Brexit en ook in Lincoln is het een gevoelig onderwerp om over te beginnen. Veel studenten zijn tegen het vertrek uit de EU, terwijl de 'locals' er grotendeels een andere mening op na houden. Ergens kan ik de ontevredenheid van de Engelsen wel begrijpen. Terwijl Lincoln's oude centrum de trots van de stad is, kent deze plaats ook zeker haar minder mooie kanten. Tot het einde van de twintigste eeuw was Lincoln een stad met veel zware industrie. Die is inmiddels verdwenen, maar een groot deel van de bevolking bestaat nog steeds uit arbeiders door de nabijgelegen Siemensfabriek. Het gemiddelde uurloon van een fabrieksarbeider is hier nog geen acht pond. Even ter vergelijking: voor een kop koffie betaal je hier makkelijk 2,50 pond. Dat is bijna drie euro. Rondkomen is dus voor een deel van de inwoners een behoorlijke uitdaging.

Dat het leven in Lincoln niet voor iedereen makkelijk is, is dan ook heel goed zichtbaar op straat aan het grote aantal daklozen. Ik praat erover met één van de Italiaanse uitwisselingsstudenten. Ook zij verbaast zich erover. Als we hierover een opmerking maken tegen een Engelse student reageert hij haast laks en haalt hij zijn schouders op: 'Tja, het zijn allemaal drugsverslaafden.' Het is duidelijk dat dit voor hem de normaalste zaak van de wereld is. Ik vraag me af of ik er zo makkelijk aan zal wennen gedurende de komende maanden.

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer

Anna in Engeland: Halverwege

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Drie maanden zitten erop, nog drie maanden te gaan totdat ik weer terug keer naar het mooie Nijmegen. Afgelopen maand had het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie moeten verlaten, in de afgelopen twee weken is dit ondertussen al twee keer uitgesteld. De Brexit begint aardig te vervelen en ik ben geneigd om mijn voornemen om de ontwikkelingen op de voet te volgen op te geven.

Na de eerste periode van ongeremd enthousiasme over alle nieuwe ervaringen en indrukken, krijg ik ondertussen stiekem toch wel een beetje heimwee naar het leven in een Nederland. Het is enigszins bizar om te ervaren dat ik dingen mis zoals ontbijtkoek en Fries roggebrood, dingen die ik zelden eet thuis. Maar nu ik er niet meer zomaar aan kan komen, is het opeens een gemis. Gelukkig hebben mijn vrienden mij niet laten vertrekken zonder een goede voorraad hagelslag.

Lincoln is een kleine plaats met de helft van de inwoners van Nijmegen en ligt midden in het Engelse platteland. Bij het kiezen van een plaats om te studeren was dit voor mij één van de dingen die deze stad zo aantrekkelijk maakte. Als geboren en getogen stadsmeisje was ik benieuwd hoe het leven in 'the countryside' mij zou bevallen. Ik keek uit naar de rustieke omgeving met de schattige kleine dorpjes waar Engeland bekend om staat. Na drie maanden merk ik echter dat ik al behoorlijke afkickverschijnselen krijg en terugverlang naar het leven in de grote stad. Hoewel Lincoln voorziet in voldoende basisvoorzieningen en de nodige winkels heeft, begint het mij benauwend klein te worden. Niet alleen omdat de stad zelf klein is, maar vooral omdat er verder ook niks in de wijde omtrek is. Waar je in Nederland overal binnen no-time in een grote stad bent met het openbaar vervoer, kost het mij hier minstens een uur om in een grotere stad dan Lincoln terecht te komen. Een weekend in het bruisende Londen was een verademing en ik ervaarde een soort heimwee naar de hoofdstad toen ik na het weekend weer terug keerde in het bescheiden Lincoln.

Hoewel de stad zelf mij te klein begint te worden en een deel van mij uitkijkt om naar huis te gaan, is het tegenovergestelde het geval als het gaat om de universiteit. Met hetzelfde geboortejaar als ik is de Universiteit van Lincoln nog een jonkie in Groot-Brittannië vergeleken met de oude en prestigieuze universiteiten zoals Oxford en Cambridge. Hoewel het veel studenten een droom lijkt om aan één van deze universiteiten te studeren, bevalt mij de universiteit hier juist heel goed. Haar leeftijd lijkt zeker de kwaliteit van het onderwijs niet af te doen. In kleine groepen krijgen de studenten hier geen geen waterval van informatie over zich heen gestort, maar worden echt betrokken in de colleges. De docenten werken niet schools een rijtje vragen af, maar proberen zo goed mogelijk aan te sturen op een interactieve discussie. Daarnaast sta ik perplex van de hoeveelheid hulp die docenten hier aanbieden, aangezien ik bij Kunstgeschiedenis gewend ben om het allemaal zelf uit te zoeken. Maar ja, voor meer dan tienduizend euro collegegeld per jaar mag je die intensieve begeleiding ook wel verwachten.

 

Lees meer

Anna in Engeland: Typisch Nederlands?

Kunstgeschiedenisstudent Anna Koudijs verblijft een half jaar in Lincoln, Groot-Brittannië. Voor ANS schrijft ze elke maand over hoe zij als Nederlandse student de Brexit beleeft, maar ook over haar bevindingen in het land en het contact met de bewoners.

Eindelijk is het dan maart. Een maand waar ik vreemd genoeg naar heb uitgekeken. Al sinds ver voor mijn vertrek verwacht ik dat dit de meest turbulente maand van mijn verblijf zal worden. Momenteel staat op de planning dat het Verenigd Koninkrijk op 29 maart de Europese Unie verlaat. Hoewel ik hier zeker geen voorstander van ben, ben ik stiekem wel razend benieuwd wat ik ervan ga merken.

Na twee maanden in Engeland lijk ik aardig gewend te zijn aan het leven hier. Eigenlijk gaat dat best snel. Net zoals in Nederland kom je vanzelf in een ritme van studie en/of werk, sport, afspreken met vrienden en ga zo maar door. Toch was mijn start van de studie hier zeker niet vlekkeloos. Om de situatie te schetsen: je zit in college, keurig voorbereid met de opgegeven literatuur voor je. De docent begint aan zijn college en je begrijpt er helemaal niks van. Niet omdat het onderwerp te moeilijk is of omdat je niet goed voorbereid bent. Je verstaat simpelweg de docent en je medestudenten niet. Rationeel weet je dat ze Engels spreken, maar het lukt je niet om er wat van te maken. Doordat Lincoln in het midden van Engeland ligt, wonen hier studenten uit alle windstreken van het Verenigd Koninkrijk. Kortom, een heel scala aan verschillende accenten waar je aan moet wennen.

Gelukkig heb ik als Nederlandse een redelijk goed aanpassingsvermogen. Ik begin me langzaamaan echt te realiseren dat bepaalde eigenschappen die je hebt worden beïnvloed door het land of de omgeving waarin je woont. Zo is het voor Nederlanders heel normaal dat je minstens één vreemde taal beheerst. Maar dit is zeker niet vanzelfsprekend voor iedereen. Als ik vertel dat ik op school naast Engels ook verplicht Duits en Frans moest leren word ik enigszins ongelovig aangestaard. Met maximaal twee of drie uur rijden staan wij al in een ander land met een andere cultuur en taal. Als kleine bevolkingsgroep passen wij ons waar we ook gaan constant aan, dat zijn we gewend.

Dit betekent natuurlijk niet dat Nederlanders geen eigen identiteit hebben. Ik heb mezelf overigens nooit beschouwd als een typische Nederlander. Onze geliefde koningin sprak immers de fameuze woorden: 'De Nederlander bestaat niet'. Toch ben ik de afgelopen twee maanden geconfronteerd met het feit dat ik toch wel degelijk karakteristieken heb ik die als typisch Nederlands worden gezien. Overduidelijk is natuurlijk mijn uiterlijk: blond, blauwe ogen en relatief lang. Maar mijn meest prominent aanwezige Nederlandse eigenschap is misschien wel mijn manier van uitdrukken: direct en duidelijk. Of 'blunt' zoals ze het hier noemen. Sommigen kunnen het wel waarderen, maar over het algemeen reageren mensen vrij verbaasd of schrikken er zelfs een beetje van. Op dit gebied valt dan ook nog te werken aan mijn aanpassingsvermogen.

Met de Brexit op komst ben ik benieuwd wat de aankomende paar weken voor mij in petto hebben. Toch is dit geen veelbesproken onderwerp, zeker niet met Britten. Hoewel een enkele politicologiestudent graag met je in discussie gaat, hoef je eigenlijk geen poging te doen om er tegen een Engelsman over te beginnen. Als het toch ter sprake komt, gaat dit met veel gezucht en gesteun. Het is niet alleen een beladen en gevoelig onderwerp, maar mensen zijn er klaar mee. Klaar met de Brexit en met het politieke gekonkel van de afgelopen tweeëneenhalf jaar. Tussen de spannende momenten door, zoals stemmingen in het parlement, is er dan ook vooral sprake van een soort onverschilligheid: 'Let's get it over with'.

 

 

Lees meer

ANS bezocht: Foxlane bij Grote Prijs van Nederland

Zondag lieten de psychedelische melodieën van Foxlane de muren van poptempel Paradiso trillen tijdens de finale van Grote Prijs van Nederland. De Nijmeegse studentenband wist het hele publiek aan het dansen te krijgen en ging er dan ook met de publieksprijs vandoor. 'Dit was toch echt wel ons beste optreden ooit.'

Tekst: Julia Mars
Foto's: Mitzie Samuels en Valerie van Hazendonk

Sinds de Nijmeegse band vorig jaar de studentenband wedstrijd Kaf en Koren won, is de muzikale carrière van frontman Guus Timmermans, bassist Norman Samuels, gitarist Christaan Végh en drummer Joris van der Veeken in een stroomversnelling gekomen. Zo waren ze afgelopen zomer te vinden op meerdere festivals binnen en buiten Nederland, brachten ze hun eerste EP uit en kwam hun nummer Birmingham op de razend populaire Spotify-afspeellijst van Peaky Blinders terecht. Begin dit jaar scheef de band zich in voor Grote Prijs van Nederland, een competitie voor opkomend muzikaal talent. Zonder enige moeite bereikte de band de finale. Zondag was het eindelijk zo ver en namen ze het voor de laatste keer op tegen concurrentie.

Foxlane busNEC supportersbus
Foxlane moet het in de finale opnemen tegen vijf andere finalisten in de categorie bands/electronics Amartey, Samora, Out of Skin, Mexican Surf en Small Town Bandits. Minimaal de helft van het publiek in de zaal is gekleed in Foxlane-shirts en van het balkon hangt een vlag met daarop een enorme penis en de naam van de band, wat flinke indruk maakt op de concurrentie. Geheel in stijl is de entourage van zo'n zestig man sterk met de NEC-supportersbus van Nijmegen naar Paradiso gekomen. 'Het plan om de bus te regelen begon eigenlijk als een grap', legt Guus maandag uit, net wakker en nog met een kater. 'Toen kregen we geld van de Grote Prijs en konden we het plan ineens waarmaken.' Bij het vervoer van de trouwe fans is alles tot in de puntjes verzorgd, met bier gesponsord door Oersoep en liveoptredens van De Naakte Waarheid en Taveneer. Zo kan vanaf het begin van de avond niemand om de Nijmeegse band heen, ook al speelt Foxlane pas als vijfde.

Onheilige moshpit
De zaal is door de andere bands al goed opgewarmd, maar vanaf het moment dat Foxlane het podium betreedt, is duidelijk dat deze band het meeste los maakt bij het publiek. Het leger aan supporters onthaalt de band met een oorverdovend kabaal. De band begint het optreden met hun nog niet uitgebrachte nummer Halley's Comet. Het nummer valt in de smaak en de kenmerkende psychedelische gitaarklanken zorgen ervoor dat het publiek al snel in een flow komt. 'Iedereen kwam al meteen lekker los', zegt Timmermans tevreden. 'Daardoor kwamen wij er ook helemaal in.' Bij de hitsingle Birmingham, waarmee de band een tijdje geleden nog in het nieuws kwam, is het publiek niet meer te houden. Recht voor het podium ontstaat een moshpit waar niemand aan kon ontkomen en op die manier maken de trouwe fans van Foxlane de voormalige kerkzaal behoorlijk onheilig.

Foxlane optredenDe Grootste Winnaar van Nederland
Afropopartiest Amartey Amartey wint de juryprijs, maar na zo'n spectaculair optreden is het eigenlijk geen verrassing meer: aan het eind van de avond gaat Foxlane er met de publieksprijs vandoor. De band wint hiermee 750 euro werkbudget en drie studiosessies bij Q-Factory in Amsterdam. Vanuit hun sponsor komt daar nog een extra prijs bovenop, vertelt Guus. 'Omdat we hebben gewonnen krijgen we nog eens 100 gratis Oersoepbiertjes extra.' Zodra de band het podium verlaat, worden de leden om de hals gevlogen en opgetild door hun fans, die door het dolle heen zijn. Samen met de fans vierde de bandleden hun overwinning tot in de vroege uurtjes. 'Ik lag vanochtend pas om 8:00 uur in bed', zegt Guus nog slaperig. 'Maar Paradiso was echt ons beste optreden ooit.'

 

Lees meer

ANS bezocht: Gemeenteraadsverkiezingendebat

Afgelopen dinsdag gingen jonge kandidaten van de vijf grootste partijen in de Nijmeegse gemeenteraad met elkaar in debat op uitnodiging van ANS, studentenvakbond AKKU en Ovum Novum. Op de sociëteit van Ovum Novum kruisten politici Marieke Smit (GroenLinks), Casper Soetekouw (D66), Yurre Wieken (SP), Jop Tangelder (PvdA) en Nick de Graaf (VVD) de degens over diverse onderwerpen die studenten aangaan.

Minder malafide
Nadat de diverse sprekers zijn geïntroduceerd met een serieuze en een ludieke vraag, is het tijd voor de eerste stelling, die te maken heeft met de aanpak van huisjesmelkers. Het woord 'malafide' wordt herhaaldelijk in een adem genoemd met de term huisbaas. Hoe de verschillende kandidaten ook tegen het huurprobleem aankijken, de dagen van mensen als Ton Hendriks lijken geteld. Hierbij benadrukken met name Smit en Wieken dat er niet per se kwantitatief meer kamers moeten komen, maar wel kwalitatief betere, omdat veel van de kamers die er zijn te wensen overlaten. Soetekouw vindt het belangrijk om malafide pandeigenaren aan te pakken, omdat het grootste deel van de studentenkamers van particulieren is en daar dus ook de meeste problemen liggen.

Debat publiekOntgroeningen
Als tweede onderwerp komen de ontgroeningen van studentenverenigingen en disputen aan bod. Zich bewust van het feit dat dit onderwerp de aanwezige leden van Ovum Novum aan het hart gaat, besluiten de kandidaten het veilig te spelen en het belang van een bruisend studentenleven te benadrukken. Stuk voor stuk keuren ze excessen af, maar welke rol er precies voor de gemeente is weggelegd, is een heikel punt. Tangelder en De Graaf vinden het niet echt iets waar de gemeente veel aan kan doen, Wieken legt de verantwoordelijkheid in eerste plaats bij de Radboud Universiteit. Smit benadrukt het belang van samenwerking tussen studentenorganisaties en de gemeente om extreme voorvallen te voorkomen. Soetekouw sluit zich aan bij het belang van goed contact tussen de verschillende partijen. Hoewel geen van de kandidaten zelf een ontgroening heeft doorgemaakt, lopen de antwoorden op de vraag of ze mee zouden doen uiteen. 'We moeten niet ontgroenen maar vergroenen', vat Smit haar visie op de traditie samen, met het nodige gelach vanuit de zaal tot gevolg.

Geen wietplanten in de raadszaal
Na de pauze blijft het debat in de groene hoek en komt een stelling over de wietteelt aan bod. Op dit punt blijken de kandidaten redelijk eensgezind in hun oordeel. Nijmegen moet deelnemen aan het experiment om wietteelt te reguleren en zo criminaliteit tegen te gaan. Tangelder spreekt gekscherend over het invoeren van 'staatsplantages', waarna duidelijk wordt dat er nog wel onenigheid is over de precieze invulling en de rol die de gemeente krijgt. De teelt moet in elk geval voor een deel worden overgelaten aan experts, of dit nou wiettelers of tuinbouwers zijn, zodat de gemeente dit niet zelf hoeft te doen. Op de vraag wanneer de kandidaten zelf voor het laatst een jointje hebben opgestoken, lopen de antwoorden uiteen van 'vorige week' tot geheelonthouding.

'We moeten niet ontgroenen maar vergroenen.'

Bus, fiets, auto
Bij de vierde stelling, over de bereikbaarheid van Nijmegen en de campus, ontstaat meer discussie. De partijen zijn het erover eens dat bepaalde knelpunten, zoals de Heyendaalseweg, moeten worden aangepakt, maar welke voertuigen de meeste aandacht verdienen is niet duidelijk. Waar Smit en Wieken om milieuredenen vooral de nadruk leggen op fietsers en het openbaar vervoer, benadrukt De Graaf dat de belangen van automobilisten ook niet uit het oog moeten worden verloren. Ook de verbouwing van station Nijmegen en de mogelijkheid van een spoorlijn naar Kleef worden besproken, waar vooral Smit zich positief over uitspreekt. Wieken argumenteert daarnaast voor het behoud van de bussen door de Burchtstraat om het centrum voor iedereen bereikbaar te houden, iets waar de andere partijen fel op tegen zijn. Verder wordt gesproken over de mogelijkheden voor meer parkeerplekken in het centrum, een speerpunt van De Graaf, en nieuwe fietsenstallingen, iets waar vooral Soetekouw zich voor uitspreekt.

Debat kandidaten grootMilieu
Als laatste wagen de kandidaten zich aan het voorstel om een milieuzone in te voeren in de Nijmeegse binnenstad, waarbij bepaalde vervuilende voertuigen uit het centrum worden geweerd, hoewel niet helemaal duidelijk is welke precies. Waar Soetekouw en Tangelder voor maatregelen op dergelijke schaal zijn, hetzij met de nodige kanttekeningen, uiten de andere deelnemers zich om uiteenlopende redenen tegen het plan. De Graaf noemt het onderscheid tussen auto's die voor of na 2005 gemaakt zijn 'totale willekeur'. Wieken legt herhaaldelijk uit dat hij het een hopeloos plan vindt, omdat onderzoek heeft aangetoond dat het niet werkt, maar krijgt weinig reactie. Smit ziet liever een grootschaligere aanpak die op de hele stad betrekking heeft. Tijdens de discussie die volgt, pleit De Graaf voor een Europese aanpak omdat lokaal ingrijpen te veel kost en betrekkelijk weinig oplevert, terwijl de andere partijen hun eigen visies presenteren op hoe er het beste op lokaal niveau kan worden gehandeld.

Nadat de discussies over zijn, wordt de avond afgesloten met een borrel, waarbij sommige kandidaten elkaar nog even opzoeken om standpunten te vergelijken. De studenten gaan naar huis met een hoop nieuwe informatie over de grote thema's en de houding van de diverse partijen. Zo zijn ze hopelijk iets beter voorbereid op de keuze die op 21 maart zal moeten worden gemaakt.

 

Lees meer

ANS bezocht: Happietaria 2018

Voor de tiende keer is pop-uprestaurant Happietaria deze maand te vinden in Nijmegen, waarbij de opbrengst van elk diner wordt gedoneerd aan het goede doel. ANS schoof woensdag aan voor een Afrikaans geïnspireerde maaltijd.

Tekst: Julia Mars en Vincent Veerbeek
Foto’s: Vincent Veerbeek

Happietaria OpbrengstmeterAfrikaanse sfeer met een fotobooth
Het voormalige Bistro Allerlei in de Regulierstraat is omgetoverd tot een knusse eethoek met Afrikaanse details. Aan de muur prijken houten maskers die gedoneerd zijn door het Afrika Museum en boven de bar hangen vlaggetjes met Vlisco print. Hiermee wordt de aandacht getrokken naar het goede doel van dit jaar: een ontwikkelingsproject dat Eritrese vluchtelingen in Ethiopië helpt bij het volgen van een vakopleiding, omdat de situatie in hun thuisland onhoudbaar is. Op een scorebord bij de bar wordt de opbrengst van de actie bijgehouden. De tafels zijn romantisch aangekleed met een kaarsje en een rode roos. Haaks op de knusse sfeer staat in de hoek een twijfelachtige selfie-booth zoals die ook te vinden is in café TweeKeerBellen.

Voor ieder wat wils
Als voorgerecht zijn er verschillende opties, zoals een samboosa. Dit bladerdeeggebakje uit de Eritrese keuken, gevuld met groente, vult nauwelijks, maar is een aangenaam hapje vooraf. Voor wie zich liever aan iets minder exotisch waagt, is er ook de optie van een flinke portie bruschetta. Het is even zoeken onder de berg rucola, maar dan heb je ook wat.

Happietaria Voorgerecht 1Happietaria Voorgerecht 2

Voor de Nederlander
De 'Doro Wat', een Ethiopisch stoofgerecht met kip, wordt geserveerd met rijst en haricot verts. Het gerecht is duidelijk afgestemd op de Nederlandse bezoeker, want de rijst is nat en er moet aardig wat sriracha saus overheen worden gegooid voordat het voldoet aan de Ethiopische peperstandaarden. Ook voor het hoofdgerecht zijn er genoeg opties voor wie het liever wat dichter bij huis zoekt. De vegetarische ‘Happieburger’ smaakt uitstekend en is goed gevuld, met een nephamburger, de nodige groente en een mengsel van curry en mayonaise. Het geheel wordt geserveerd op een heerlijk broodje, dat dit gerecht helemaal afmaakt. De klassieke friet en salade ontbreken niet aan dit gerecht.

Happietaria Hoofdgerecht 2Happietaria Hoofdgerecht 1

Tuntelig toetje
Koffie met popcorn in een chocoladebootje is precies wat de naam doet denken. Creatief bedacht, maar wat lastig te consumeren. Het Eritrese chocoladebootje is ook terug te vinden bij de andere toetjes, zoals het crême brulée ijs. Waar het bootje met popcorn al lastig naar werken viel, brengt het bootje met ijs je poging je nagerecht elegant op te eten pas echt tot een zinken. Gelukkig is er voldoende chocola, banaan en slagroom om het geklungel met de bootjes te compenseren.

Happietaria Nagerecht 1Happietaria Nagerecht 2

Voor een maaltijd betaal je gemiddeld 18 euro en het geld gaat naar een project voor Eritrese vluchtelingen in Ethiopië. Happietaria is nog tot 13 maart te bezoeken.

 

Lees meer

ANS bezocht: Onbederf'lijk Vers 2018

Poëziefestival Onbederf'lijk Vers vulde de binnenstad van Nijmegen in de nacht van 17 oktober opnieuw met mooie en aangrijpende verhalen. Op zes verschillende locaties droegen achttien dichters, waaronder zowel grote namen als opkomende talenten, hun beste poëzie voor.

OBV4 750x

Onbederf'lijk Vers is een gratis poëziefestival dat wordt georganiseerd door studenten van de Radboud Universiteit. Dit jaar stonden grote namen zoals Anne Vegter en Rodaan al Galidi op het programma, aangevuld door opkomende dichters. De avond bestond uit drie rondes waarin op zes verschillende locaties in de binnenstad drie tot vier sprekers gedichten voordroegen.

In café De Wunderkammer stonden Derek Otte, Timo Verbeek, Lev Avitan en Richard Nobbe op het programma. Het knusse café, dat ook wel het rariteitenkabinet van Nijmegen wordt genoemd, leende zich perfect als locatie voor poëzievoordracht. De gedimde sfeerverlichting, luie stoelen en opgezette dieren als decoratie zorgden voor een mysterieuze sfeer.

OBV1 450xStadsdichter van Rotterdam Derek Otte bijt de spits van de ronde af. Nonchalant onderuitgezakt op een stoel leest hij voor uit zijn bundel Regelgeving. Zijn gedichten zijn luchtig met een humoristische ondertoon, zoals zijn gedicht Lover op de cover (uitspraak: luver op de cuver) over stenenkolenengels. Lover of de cover / what is er on the hand / I try to speak English / but I fell through the mand. Vanuit de zaal klinkt gegniffel. Otte weet duidelijk hoe hij het publiek warm moet maken. Na een aantal van deze luchtige poëzie staat hij op. Zijn blik wordt ineens serieus. Antilliaan, zijn volgende voordracht, gaat over vooroordelen die mensen hebben tegenover etnische minderheden. Ondanks de omschakeling naar dit serieuze onderwerp blijft Otte dicht bij zijn eigen stijl en eindigt met een luchtige noot. 'Toch geloof ik dat we, als we er samen aan werken, vooroordelen kunnen voorkomen.'

OBV3 450xNa Otte is Timo Verbeek aan de beurt. De eerste indruk die Verbeek maakt is totaal anders dan die van zijn voorganger. Hij is achttien, nog ietwat onwennig en heeft een opvallende pilotenbril op. Ook Verbeek begint met het voordragen van gedichten uit zijn gedichtenbundel. 'Deze bundel heb ik voor mijn profielwerkstuk geschreven', vertelt hij. 'Daar ga ik jullie uit voorlezen.' De gedichten uit zijn bundel gaan dan ook vooral over tienerzaken: meisjes ontdekken en wilde nachten met vrienden. Zijn voordracht is aardig, maar Verbeek blijft verscholen achter zijn bundel. Pas bij zijn laatste gedicht, dat hij wel uit zijn hoofd kent, komt hij echt los. Het verhaal gaat over het verlies van zijn vader een aantal jaar geleden. Ditmaal gebruikt Verbeek grote handgebaren en een luide stem tijdens zijn voordracht. Het publiek is inmiddels stilgevallen, duidelijk geraakt door het verhaal.

Lev Avitan is de volgende spreker. Avitan is in Nijmegen en omstreken een bekende gast bij andere poëzieëvenementen zoals Mensen Zeggen Dingen. Kenmerkend aan hem zijn zijn harde, confronterende woorden die ieder aan het denken zetten. Dat Avitan sinds een jaar campusdichter van de Radboud Universiteit is, is goed te merken aan de onderwerpen van zijn gedichten. Avitan dicht over klimaatverandering en het vinden van eigen identiteit. In een gedicht dat gaat over seks met een meisje maakt hij ingewikkelde verwijzingen naar mythologie en muzieknoten. Door Avitans gevoel voor ritme en intonatie weet hij het publiek in zijn greep te houden, maar de academische ondertoon zorgt dat zijn gedichten minder persoonlijk aanvoelen dan die van zijn voorgangers.

De laatste spreker van de avond is Richard Nobbe. Nobbe heeft een humoristische stijl en zijn gedichten gaan vooral over dingen die hij in zijn alledaagse leven meemaakt. Zijn eerste gedicht gaat over snackbar Happy Corner. 'Terwijl ik daar laatst betaalde zei de eigenaar me "bedankt, kameraad"', leidt Nobbe zijn gedicht in. '"Kameraad", dat is iets wat alleen communisten zeggen. Daarom heet mijn volgende gedicht: Bij snackbar Happy Corner werken spionnen uit Noord Korea.' Het publiek moet lachen en daarmee is de toon voor zijn voordracht gezet. Gedichten over vloggen en de rijdende rechter volgen en met deze luchtige vorm van poëzie komt de avond tot een eind.

Na afloop was er in De Wunderkammer een afsluitende borrel, waar het publiek met elkaar en de aanwezige dichters konden napraten over de avond. De sprekers op Onbederf'lijk Vers waren ook dit jaar weer verrassend, vernieuwend, maar vooral divers.

 

 

Lees meer

ANS bezocht: Opening Elinor Ostromgebouw en C

Het Elinor Ostromgebouw is inmiddels al een maand in gebruik, maar afgelopen donderdag vond de officiële opening van het gebouw en de nieuwe theaterzaal C plaats. Eerst waren er toespraken met de nodige flauwe woordgrappen in de hal bij de ingang, gevolgd door een divers cultureel programma in C.

Foto's: Ted van Aanholt en Vincent Veerbeek

Geen glazen plafond
Opening EOS 1 ceremoniemeesterJan-Kees Helderman, voorzitter van de facultaire onderzoeksgroep Bedrijfskunde en ceremoniemeester tijdens de opening, trapt de middag af en vertelt over de naamgeving van het gebouw. Elinor Ostrom was de eerste vrouwelijke winnaar van de Nobelprijs voor economie. 'Het gebouw bestaat weliswaar uit veel glas, maar heeft geen glazen plafonds om te doorbreken', zegt Helderman. Later voegt Wilma de Koning, vice-voorzitter van het College van Bestuur, toe dat Ostrom zelf geen economie had gestudeerd maar politicologie, omdat ze als vrouw geen wiskunde op de middelbare school mocht volgen. Ostrom is dus het boegbeeld van gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

Paul Hendriks, decaan van de Faculteit der Managementwetenschappen, blikt terug op het voormalige onderkomen van de faculteit, de Thomas van Aquinostraat (TvA). 'Ik verwacht dat de gemiddelde studietijd omlaag zal gaan, nu studenten niet meer zoveel tijd kwijt zijn met de weg vinden', zegt Hendriks. Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen en alumnus Politicologie is het met Hendriks eens. Bruls vertelt over zijn eigen studententijd en gebruikt een citaat van een Amerikaanse historica. '"Wij kleuren onze kijk op het verleden in door het heden." Niemand in de jaren 80 was positief over TvA.' Bruls is dan ook zeer blij met het nieuwe gebouw dat transparant en licht is, waar afdelingen elkaar zonder veel moeite kunnen vinden. De opening is officieel wanneer de ceremoniemeester na twee mislukte pogingen een fles champagne met een zwaard opent en iedereen het glas heft.

Opening EOS 3 LEFMuzikaliteit alom
Na de officiële opening van de nieuwe Managementfaculteit vinden er enkele optredens plaats in theaterzaal C. De groep LEF houdt een multidisciplinaire voorstelling genaamd Desire waarin onder andere zang, dans en theater verwerkt zijn. Op het podium liggen schijven van glas die ronddraaien en weerspiegelen op een groot doek, waar een schaduwspel te zien is. Na deze bevreemdende voorstelling is het podium voor Merlijn Twaalfhoven. In zijn praatje, getiteld Effects of artistic thinking, legt hij uit dat iedereen een kunstenaar in zich heeft. Dit demonstreert hij door het publiek aan het werk te zetten en zo samen een compositie te creëren. Het resultaat is misschien nog geen meesterwerk, maar het toont wel aan dat kunst maken niet alleen voor kunstenaars is. Het derde optreden van de avond is van Martine Bakker en Bobbie Wall, met de voorstelling Alleen als we samen mogen. Ze nemen het publiek met behulp van countrymuziek en dagboekfragmenten mee op een reis door het Amerikaanse zuiden, van Austin naar Nashville. Bakker vertelt en Wall zingt over hun vriendschap en wat het betekent om alleen of samen te zijn.

Opening EOS 4 operaOp avontuur
Nadat het publiek wat te eten of te drinken heeft gehaald buiten de zaal, gaat de show weer verder. Een lezing van Radboud Reflects volgt, waarin filosofen Simon Gusman en Arjen Kleinherenbrink met elkaar in gesprek gaan over waarom avonturen niet in het echte leven bestaan. 'De werkelijkheid heeft geen plot, want van te voren staat nog niks vast.' Mensen gaan vaak op reis om zichzelf te ontdekken. We hebben namelijk de drang om overal een betekenis achter te zoeken, waardoor we verslaafd raken aan avonturen. Zodra je het avontuur in je dagelijkse leven hebt verwerkt, is het echter geen avontuur meer. Na Radboud Reflects volgt een filmisch intermezzo van Cultuur op de Campus met korte films van Pixar over schattige vogels en robots in de ruimte. Tegen het eind van de avond is een operette van Carmina Ludicra te zien, die Les Cloches de Corneville spelen in N.E.C. t-shirts. Het is een mengsel van klassieke operamuziek in het Nederlands en grapjes tussendoor.

Tot slot speelt de Studenten Big Band Nijmegen tijdens de afterparty een combinatie van funk, jazz en fusion. Het nieuwe gebouw van Managementwetenschappen is in ieder geval feestelijk en creatief ingewijd door studenten en werknemers van de Radboud Universiteit. TvA zal hier niet erg gemist worden.

 

Lees meer

ANS bezocht: Race of the Classics 2018

Van 2 tot en met 8 april vond de dertigste editie van deRace of the Classics plaats, kortweg 'de Rees' genoemd, een studentenzeilrace op tallships. ANS trok een zeiljas aan en voegde zich bij Team Radboud Universiteit.

Tekst: Dennis van der Pligt
Foto's: Kevin May

Zeilen was ooit het pakkie-an van hard werkende zeelieden op vissers-, handels- en oorlogsschepen, met alle ontberingen van dien. Tegenwoordig is het vooral een hobby, volgens de stereotypering met name van kakkers. Bij de Race of the Classics zijn echter studenten van allerlei slag en uit diverse steden van de partij. Deze weeklange studentenzeilwedstrijd over de Noordzee wordt uitgevochten met tallships van dertig, veertig meter lang, die soms zo'n honderd jaar oud zijn. Dit jaar bestond de Rees uit drie etappes: Rotterdam-Ipswich, Ipswich-Scheveningen, Scheveningen-Beverwijk. Ook Nijmegen bracht een twaalfkoppige groep zeilenthousiastelingen bijeen: Team Radboud Universiteit mocht bij een ervaren bemanning aan boord van de Iris.

ANS bezocht RotC groepsfoto groot

Samen uit, samen thuis
Vol inspanning trekken vijf man de 'klauw' omhoog, een stuk hout waarmee de 'piek' vastzit aan de mast. Met evenveel inzet hijsen vier andere teamleden die piek omhoog, de dwarsbalk waaraan het imposante grootzeil is bevestigd. Langzaam maar zeker ontvouwt die witte doek zich in de richting van de lichtgrauwe Noordzeehemel. Het is hierbij belangrijk dat de piek schuin omhoog steekt. Als die omlaag bungelt, gaat het zeil klapperen. Al puffend moet een bemanningslid dus ook nog coördineren tussen de twee groepen. 'Klauw stoppen, piek door!' schalt het over het dek. Nadat negen paar ogen vanuit dikke zeiljassen inderdaad opmerken dat de klauw te hard gaat, klinkt al snel weer 'klauw door!'. Dan is plots een luid en eenvoudig 'ho!' hoorbaar. Het grootzeil staat, de groep hijgt. Samen happen ze naar lucht. Zeilen is een teamsport.

Ben, schipper, eigenaar en bewoner van de Iris, houdt vanaf het roer een oogje in het zeil en stuurt de andere drie bemanningsleden aan. Geregeld zeilen zij recreatief op soortgelijke vaartuigen. Team Radboud krijgt instructies van deze ervaren bemanning. Zonder zeebenen kun je dus gewoon meedoen. Op het tussendek leren enkele teamleden het 'opschieten' van touw, dat wil zeggen het netjes oprollen en vastknopen. Bemanningslid Hans wijst in de verte naar andere schepen in de Rees-vloot, en legt het verschil tussen kitsgetuigd en schoenergetuigd uit. 'De Iris zelf is kitsgetuigd, haar achterste mast is namelijk korter dan haar voorste.' Voor schoenergetuigd geldt het omgekeerde, zulke schepen doen ook mee. Samen vormen al die bolle zeilen van de diverse Rees-vloot een waar spektakel.

ANS bezocht RotC schepen groot

Met overgeven en overgave
Om niet zomaar uit hun nest te rollen, proberen de meesten zoveel mogelijk in de stabielere stuurboordbedden te liggen. Door de wind helt de Iris tijdens de eerste nacht immers flink over stuurboord. Na vier uur slaap zal de helft van het team de anderen afwisselen en het schip besturen, een routine die zich herhaalt. Sommige teamleden worden helaas wat zeeziek en voelen soms vooral de behoefte de Noordzee aan te vullen.

Bovendeks wordt ondertussen besloten dat een topzeil gestreken moet worden om het schip weer rechter te laten varen. Onder andere teamleden Rinske en Kevin krijgen deze taak, en met goede zin trekken ze aan de betreffende lijn. Vol overgave haalt Kevin met links, dan weer met rechts de lijn binnen, totdat hij op een zeker moment een totaal ander touwtje vastpakt. Bij de eerstvolgende ruk blaast ineens Rinskes reddingsvest op - daar was dat koordje dus van. Droogjes grinnikt bemanningslid Jan: 'Rinske is opgeblazen'.

De verbazing en lichte schrik maken plaats voor gelach, terwijl Engeland opdoemt. Eenmaal aan wal in Ipswich maken alle teams zich klaar voor het eerste feest. Hoewel het evenement in naam een race is, lijkt de organisatie helaas meer bezig met de festiviteiten dan met het competitie-element. Hoe de wedstrijd precies in elkaar steekt, blijft ook voor de schippers soms in mist gehuld.

ANS bezocht RotC boegspriet grootDe diepte van de zee
Met de oren gespitst luistert het team benedendeks naar bemanningslid Marjan, die de geheimen van de Noordzee blootlegt. De beginselen van het navigeren worden geleerd. Op de kaart staan allerlei tekens die vragen oproepen. 'Die boei geeft aan dat je er ten westen van moet blijven', legt Marjan uit. 'Daar voorbij is het water immers te laag.' Oude scheepswrakken die ook op de kaart staan, maken duidelijk dat laagwatergebieden ooit veel slachtoffers maakten. Ondanks de overzichtskaarten die enorme gebieden tonen, kan op zee zijn aanvoelen als een kleine wereld. Vanaf het achterdek overzie je immers het hele schip. De kleine deurtjes en bedjes versterken bovendien dit gevoel van een besloten omgeving.

Wanneer je echter over de reling de verre horizon hemel en zee ziet scheiden, begint te dagen hoe majestueus de wijde omgeving is. In de machtige Noordzee liggen uitgestrekte windmolenparken en dichtbevolkte vaarroutes voor reusachtige vrachtschepen. Al die mensencreaties werpen door de ondergaande zon lange schaduwen over het drukke water, een schouwspel waar het Nijmeegse team slaperig maar tevreden van geniet. Met raadselachtige strafpunten op de eindstand in Beverwijk wordt Team Radboud uiteindelijk dertiende van de negentien deelnemende schepen. Hoewel de organisatie maar een gebrekkig wedstrijdgevoel creëerde, werd de ervaring ruimschoots goed gemaakt door het ontstane teamgevoel.

 

Lees meer

ANS eet: Chidoz

Van vreetschuur tot sterrenrestaurant: in deze nieuwe rubriek verkent ANS Nijmeegse restaurants. Bieden ze culinaire hoogstandjes of zou je geld toe moeten krijgen? Deze editie: Chidoz in de Molenstraat.

Er is een nieuwe ster aan de Mexicaanse horizon: Chidoz. Op haar website belooft het restaurant 'Mexicaanse classics in een nieuw jasje' te serveren: 'Legendary burritoz, tacos, salads and bowls, met verrassende ingrediënten van over de hele wereld.' Oftewel: Mexicaanse klassiekers met een twist. Na vestigingen in Utrecht en Eindhoven, is dit het derde restaurant van de keten.

Chidoz hoopt zich vooral op prijs van de Sombrero-dragende concurrentie te onderscheiden. Dat is van het restaurant af te zien: waar bijvoorbeeld Popopopocatepetl en Don Pablo voorwaardige bediening hebben, moet je bij Chidoz zelf aan de toonbank bestellen, waarna je bestelling voor je neus wordt klaargemaakt. Als je gaat zitten zijn alle stoelen zijn aan de grond geschroefd. Het doet enigszins aan de McDonalds aan de overkant denken en ziet er niet heel gezellig uit. Enkele gekleurde banken zien er beter uit, maar deze zijn helaas bezet.

Tomaatoverdaad
De tortillia's, taco's en bowls zijn redelijk betaalbaar, maar niet overdreven goedkoop. Je kan zelf vanaf €8,75 een maaltijd samenstellen. Ook kan je kiezen uit vooraf samengestelde favourites. Ik kies voor het laatste en ga voor de Classic Tortillia (€10,20) met onder andere kip, rijst, zwarte bonen, kaas en guacamole. Als bijgerecht neem ik een Veggie Quesadilla (€3,50): een opgevouwen kleine tortillia met tomaten en kaas.

Die Quesadilla is enigszins waterig door de overdaad aan tomaat. Hier hadden ook gerust andere groenten (zoals mais of bonen) toegevoegd kunnen worden. Dat kan niet worden gezegd over de tortilla: die is werkelijk tot op de nok toe gevuld met verschillende soorten groentes. Elke twijfel over een te kleine maaltijd wordt tijdens de bereiding zorgvuldig de grond in geboord. Het smaakt allemaal prima, al verzuipt de op zich heerlijke kip in de overdaad aan groente.

Lachen verboden
De twee medewerkers zijn beleefd, al lijkt lachen achter de toonbank verboden te zijn. Hinderlijk: de caissière herhaalt de bestelling niet, waardoor het onduidelijk is of ze de juiste bestelling heeft aangeslagen. Omdat ik geen bonnetje krijg, betaal ik maar op hoop van zegen. De mannelijke medewerker vraagt halverwege of het eten smaakt en de vrouwelijke ruimt na afloop onze dienbladen op. Meer service dan je eigenlijk mag verwachten van een fastfood-restaurant, al ben ik met een drankje meegeteld toch bijna €17 kwijt.

Een paar kleine minpunten kunnen niet verhullen dat Chidoz een goede toevoeging is aan de Nijmeegse horecascene. De sfeer kan iets gezelliger en de maaltijden iets verfijnder, maar je krijgt een prima maaltijd voor een redelijke prijs. Eens te overwegen als je écht geen zin hebt om te koken.

Eindoordeel: 7,5

 

Lees meer

ANS kijkt: 13 Reasons Why (2017-heden)

'Aflevering 13, 38.20 min: kijk niet!', dat schreeuwde het internet over het tweede seizoen van ​13 Reasons Why​. De specifieke scène zou te heftig zijn. Veel kijkers zullen echter te nieuwsgierig zijn geweest om zich te laten leiden door die waarschuwing, en zullen dan ook met afkeer op de bank hebben gezeten tijdens die grafische scène in de spannende seizoensfinale.

Tekst: Myrte Nowee

Welkom bij jouw bandje 
Het verhaal van het eerste seizoen draait om de zelfmoord van Hannah Baker (Katherine  Langford). Voordat ze stierf, nam ze dertien opnames op cassettebandjes op waarin  ze uitlegt waarom ze er een einde aan heeft gemaakt, elke reden gericht aan een persoon. De opnames worden afgeleverd bij iedereen die wordt genoemd. Een van die mensen is  Clay Jensen (Dylan Minnette), die de opnames luistert terwijl het gewone leven doorgaat. Alle dertien afleveringen zijn zo ingedeeld dat de cassettebandjes worden afgespeeld als voice-over, waardoor het publiek het heden te zien krijgt, vermengd met flashbacks over het verhaal van Hannah. Zo krijgt de kijker beetje bij beetje een completer beeld van waar Hannah's verdriet vandaan komt en hoe dit zich opbouwt. Ook geeft het inzicht in de onderlinge relaties tussen de hoofdpersonen over wie de opnames gaan. 

 

 

Roodkapje en de wolf 
Het tweede seizoen heeft een soortgelijke indeling, maar dit keer worden de afleveringen vanuit het perspectief verteld van de personen die moeten getuigen in de rechtszaak van Hannah's ouders tegen de school. Dit is heel interessant omdat het verhaal van Hannah nu door de ogen van andere mensen wordt getoond. Zo wordt haar personage van verschillende kanten belicht. Het verhaal van roodkapje is anders als de wolf het vertelt. Ook krijgt het verhaal hiermee meer lading en wordt de serie als geheel realistischer. Niemand is perfect en die imperfectie wordt op deze manier in beeld gebracht zonder dat het afbreuk doet aan je sympathie voor Hannah. 

Ook ziet de kijker de andere hoofdpersonen in het verhaal veranderen doordat zij nu hun eigen verhaal mogen vertellen en ze te maken krijgen met thema's als herstel en rouwverwerking. Daarnaast wordt door de rechtszaak goed in twijfel getrokken of de school wel daadwerkelijk verantwoordelijk is geweest voor Hannah's dood, wat de ouders van Hannah in de rechtszaak tegen de school claimen. Toen de makers de verhaallijn af hadden, stemden ze zelf over de zaak alsof zij het juryoordeel gaven, en werd het vijf tegen vijf. Missie geslaagd dus. 

Maatschappelijke problemen 
Het verhaal wordt in het tweede seizoen ook een stuk uitgebreider. Het verhaal draait allang niet meer alleen om Hannah, maar pakt ook andere kwesties aan die in Amerika voor veel problemen zorgen, zoals wapengeweld, seksueel geweld tegen vrouwen, racisme en het falen van het rechtssysteem. De makers willen met de serie dan ook een dialoog op gang brengen, en dat lijkt te zijn gelukt. Nog geen maand nadat het tweede seizoen van de Netflix serie online vond de Parents Television Council, een Amerikaanse lobbygroep tegen vloeken, geweld en seks in de media, dat hij offline gehaald moest worden. Hun belangrijkste reden hiervoor was een erg gewelddadige scène in de laatste aflevering. Maar is het censureren van geweld dat ook in het echt voorkomt verstandig? 

Voor ons in Nederland is het moeilijk te bevatten hoe waarheidsgetrouw de serie is gemaakt. Zelfs al gaat het er niet op iedere Amerikaanse middelbare school zo aan toe, het is minder aangedikt dan het misschien lijkt voor een Nederlands publiek. Dat wordt vooral duidelijk in Beyond the Reasons, een soort talkshow waarbij de makers en acteurs in gesprek gaan over de serie met specialisten, zoals doktoren, advocaten en psychiaters. De producenten leggen de keuzes uit die ze maakten en vertellen over het onderzoek dat ze hebben gedaan om de verhaallijnen te schrijven. Zo zijn ze bijvoorbeeld met een van de acteurs bij een afkickkliniek geweest om de fases van afkicken te bestuderen voor diens personage. 

En toen 
Dat de serie veel losmaakt is duidelijk, maar of hij meer problemen veroorzaakt of juist bijdraagt aan de oplossing moet nog blijken. Qua verhaalopbouw en acteerprestaties is de serie zelf in ieder geval van hoog niveau. Seizoen twee is wel wat minder sensationeel en wordt op IMDB ook iets lager beoordeeld. Waar in het eerste seizoen vanaf aflevering zes ongeveer de spanning er echt in ging zitten, moet het tweede seizoen het vooral van de laatste twee afleveringen hebben. Desalniettemin geeft het een mooie aanvulling op het verhaal. Het tweede seizoen heeft wederom een open einde en een derde seizoen is al beloofd. Katherine Langford heeft aangegeven niet mee te willen doen omdat het verhaal van Hannah nu af is naar haar idee, dus het is afwachten hoe de makers hiermee omgaan. 

Bij de spraakmakende scène in de laatste aflevering scène moet iedereen zelf beslissen of hij hem kijkt of niet. Zonder geluid terugkijken op YouTube is ook een goede optie. Het hele seizoen erom niet kijken is in ieder geval niet nodig.

 

 

Lees meer