Frisse tegenzin: Gegijzelde superster

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Leven als een superster, wie wil dat nou niet? Lang leek het voor mij een onbereikbare droom, maar het is werkelijkheid geworden. Sinds ik bijlessessies organiseer voor de tentamenweken kom ik om in de fans. Of ja, eigenlijk heb ik slechts een fan en de situatie is misschien wat minder simpel dan ik het nu laat klinken.

Wanneer ik bijles geef aan een grotere groep studenten ben ik vooral bezig met de stof en herken ik hooguit enkele gezichten. De rest sla ik niet eens op. De bijleskindjes hebben exact het tegenovergestelde. Zij onthouden mijn hoofd bijzonder goed en vergeten vervolgens alle stof. Dat heb ik geweten, want er bleek een fanatieke groupie te zijn die mij sindsdien telkens confronteert met haar bestaan.

Het begon met een calvinistische knik bij wijze van begroeting, maar nu de frequentie van ontmoetingsmomenten toeneemt, wordt de uitbundigheid van begroeten significant groter. Toen ik eens als vanouds zat te wachten tot de deuren van het ESC voor mij open gingen, zat zij er ook. Zij wachtte alleen niet op de opening, maar op mij. Althans, dat is wat ik er van maak. Dit leek mij het toppunt, maar er komt meer. Laatst zat ik nietsvermoedend aan mijn scriptie te werken en plots maakte zij haar aanwezigheid bekend, waarna zij de plaats naast mij bezette.

Wat een ongemak, want ik moest nu wel de nodige small talk verrichten. In supersterterminologie heet dat ook wel een Meet and Greet. Eigenlijk viel het zo erg nog niet tegen en sindsdien ben ik zelf ook iets enthousiaster geworden. Tegenwoordig groet ik haar iedere keer uit mezelf. Als tegenprestatie ontvang ik dan een stralende glimlach. Het voelt fantastisch om zo'n fan te hebben: daar kan Lady Gaga nog een puntje aan zuigen.

De laatste tijd zwelg ik in narcistische zelfadoratie en ik was ook uiterst beledigd toen een vriend laatst vroeg of ik 'nog last had van die stalker'. Zo zag ik het inmiddels niet meer. Of had hij een punt?

Stalker, groupie, fan, wat is het verschil? Het lijntje tussen een supersterrenbestaan en het Stockholmsyndroom blijkt erg dun te zijn. Ondertussen begin ik vast met het opzetten van mijn eigen modelijn.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Helemaal Loco

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek 

De Radboud Universiteit heeft de lente in de bol, wat betekent dat de studenten mogen uitkijken naar Radboud Rocks. Zo'n universiteitsfestival klinkt leuk, maar het resultaat is niet bepaald iets om je vingers bij af te likken. De organisatoren hebben een groot scala aan belachelijke activiteiten uit de kast getrokken, waarvan de een nog erger is dan de ander.

De grootste gruwel die ik tot zover langs heb zien komen, is de Grote Studenten Battle. Nieuw is het niet, maar velen zullen er net als ik nog nooit van hebben gehoord. Het idee is dat tien studie- of studentenverenigingen de strijd met elkaar aangaan. Mijn eerste hoop was dat ik de kans zou krijgen om ouderwets te apenkooien zoals vroeger bij gymles. Jeugdsentiment in optima forma, dacht ik. Valse hoop, want de spelleiding is namelijk in handen van de zogenaamde Loco Loco Discoshow. Er wordt niet uitgelegd wat dat precies inhoudt, maar afgaande op de naam dacht ik in eerste instantie dat dit de line-up was voor de festiviteiten bij het kinderdagverblijf op de campus. Dat is dus niet zo, want zij zijn toch echt ingehuurd voor de Studentenbattle. Sterker nog, de universiteit dikt de aanwezigheid van die Loco's nog even aan. De studenten kunnen, in de woorden van de universiteit, 'een hilarisch programma met bizarre opdrachten en maffe spelletjes' verwachten, en dat dus allemaal dankzij de Loco Loco Discoshow.

Het is onvermijdelijk dat dit een gênante vertoning gaat worden, maar het wordt nog erger. De winnaar van deze Loco Loco Studentenbattle krijgt namelijk een prijs die zo mogelijk nog idioter is dan het spel zelf: een stoeptegel. Zelfs als een mislukte grap is het niet leuk, desondanks heeft de organisatie besloten dat de winnaar van het spel voor eeuwig een litteken van deze verschrikking zal overhouden in de vorm van een stoeptegel op de campus.

Het idee van een Studentenbattle met Loco Loco's aan het roer is natuurlijk al een infantiel dieptepunt, maar die stoeptegel maakt het af. Ik weet nog dat als ik als kind losse stoeptegels verfde voor mijn ouders, die dan met een zuur gezicht zeiden dat ze het erg mooi vonden. Zij haalden het niet hun hoofd om die stoeptegel echt een plaats te geven, want zij begrepen ook wel dat je lelijke kunstzinnigheid niet moet stimuleren. Daar denkt de Radboud Universiteit duidelijk anders over en dus mogen we uitkijken naar een kleurrijke verrijking van de campus in de vorm van een stoeptegel.

Het is uiteraard het beste om dit hele idee van tafel te vegen, al vermoed ik dat zoiets niet zal gebeuren. Laat ik dan in ieder geval een tip geven voor een alternatieve prijs: onbeperkt bier drinken in het Cultuurcafé voor alle deelnemers. Dan kunnen ze de nare herinneringen aan de Studentenbattle zo snel mogelijk weer vergeten.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Koffiedeksels nog aan toe!

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als doorgewinterd koffieslurper beschouw ik mezelf toch wel als expert op het gebied van dat zwarte goedje. Toen enkele maanden terug C opende, in het Elinor Ostromgebouw (EOS), was ik nogal kritisch op de gevleugelde slogan "De lekkerste koffie van de campus." Dat leek nogal hoogmoedig, om voor de opening al met die slogan te strooien. Hoe kun je nou weten of het echt de lekkerste is als niemand nog heeft kunnen ervaren hoe je koffie smaakt? Daarbij ziet het er allemaal nogal hipster uit, wat vaak gelijk staat aan buitenproportionele prijzen voor een bakkie pleur.

Op voorhand was ik dus niet erg positief. Van mijn ouders heb ik geleerd dat vooroordelen niet goed zijn, dus voor een eerlijk oordeel zat er niets anders op dan diep in de buidel te tasten voor wat een halfvol bekertje koffie bleek te zijn. Het kostte slechts enkele flinke teugen om twee dingen vast te stellen. Het eerste was dat een halfvol bekertje heel erg weinig is. Het is echt snel op. Het tweede, en misschien ook wel belangrijkste, is dat de koffie zeker erg goed is. Sterker nog, mijn cynisme over de slogan is verdwenen.

Mijn negatief kritische houding is dus zeker veranderd, als het om de koffie gaat althans. Want laten we eerlijk zijn, er schort nogal wat aan C. Als je bedenkt dat de Radboud Universiteit (RU) het nieuws haalde met het opkopen van emissierechten om deze vervolgens niet te gebruiken, dat het EOS staat vol staat met bakken voor afvalscheiding, en dat alle bekertjes bij C van hernieuwbaar materiaal zijn, dan lijkt de RU net Greenpeace. Hartstikke goed dus, lekker duurzaam, toch? Dat denkt C ook, zij hebben boven hun bar een bord hangen met daarop 'Soep van de Verspillingsfabriek' en 'Stop Waste.' Klinkt goed, maar volgens mij is het niet meer dan symbolisch. Want je kunt er niet omheen dat bij C schaamteloos plastic deksels voor op bekers liggen en dat er, voordat je het af kunt slaan, een rietje in de fritz-kola wordt gedaan.

Het valt niet uit te leggen dat de RU met haar duurzaamheidsstreven de eenvoudigste dingen links laat liggen. Om geen rietjes te gebruiken en geen koffiedeksels uit delen is geen grote mentaliteitsverandering nodig. Dat is iets kleins, waar je makkelijk aan went. Daarbij is C ook niet echt de plek waar mensen met een beker koffie in de auto stappen en dus een deksel op hun beker nodig hebben tegen het morsen. En als C wel zo'n plek zou zijn geweest, zit er zo weinig koffie in die bekers dat een deksel nog steeds geen verschil maakt.

Ik kom graag weer terug voor de lekkerste koffie van de campus, maar dan wel nadat de mooie woorden 'Stop Waste' ook zijn omgezet in daden.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Radboud in de Top2000?

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Na het opstappen van Pechtold bij D66 kan de Radboud Universiteit (RU) zich op haar borst kloppen dat de fractievoorzitter van de regeringspartij een Radboud-alumnus is. Daar mag wel een borrel op gedronken worden, al heeft Arjen Lubach direct pijnlijk blootgelegd dat de opleiding bestuurskunde niet gelijkstaat aan mediatraining. Dit is natuurlijk direct een smetje op Rob Jetten en daarmee ook een beetje de RU. Zo stoer is die jongen ineens niet meer.

Gelukkig kan 2018 nog gered worden, en daar kunnen alle huidige Radboud-studenten verantwoordelijk voor zijn! In oktober heeft een bandje uit Utrecht een single uitgebracht. Niet heel boeiend zou je denken, maar niets is minder waar. Mr. Top2000 Leo Blokhuis heeft het al op NPO Radio 2 gedraaid, en exclameerde de gevleugelde woorden: 'mooi hoor!' Daarbij heeft ook Nico Dijkshoorn enkele karakters op Twitter over dit nummertje verspreid en was hij te spreken over het nummer en de rest van het album. Inmiddels heeft het volledige album ook al een vier-sterren recensie van De Volkskrant ontvangen.

Genoeg introductie, terzake. De band waar ik het over heb is The Yearlings. Door 3voor12 Utrecht zijn zij al eens 'het Nederlandse vlaggenschip van de alternatieve country' genoemd, en ze krijgen nu behoorlijk positieve recensies – zelfs over de grens! Het is deze band die de eer van de RU kan redden. Onder studenten Engelse Taal en Cultuur is deze band al jaren legendarisch. De syntaxis docent Olaf Koeneman is namelijk frontman van deze band. Jazeker, een universitair docent aan de RU is frontman van een door Nico Dijkshoorn geprezen band.

D66 koningskind Rob 'we hebben een goed gesprek met de fractie gevoerd' Jetten is met zijn neoliberale gedachtengoed op z'n minst een controversiële parel van de RU, maar op het lekkere liedje Evelene (You've got to know it) is weinig aan te merken. Lekkere gitaren, dubbele vocalen en een videoclip in de Nederlandse polders. In het ergste geval hou je niet van de muziekstijl, maar kwalitatief zit het goed. Dit moeten we als RU-studenten belonen.

Als het op politiek aankomt geef ik niet graag stemadvies, maar stemmen voor de Top2000 is minstens net zo belangrijk. Bij dezen wil ik alle Radboudianen (studenten, alumni, docenten, etc.) aanmoedigen om de vrije keuze van de Top2000 stemlijst optimaal te benutten. Op 1 december is de grote dag. De eerste stap is om naar de website te gaan om te stemmen. Vervolgens voer je bij de vrije keuze The Yearlings als artiest in, en als liedje Evelene (You've got to know it).

Of je nu D66 stemt of PVV, dat maakt helemaal niet uit. Robje Jetten doet er niet toe. De belangrijkste verkiezingen die eraan komen zijn die voor de Top2000, en de RU heeft iets te winnen. Let's make Radboud University great again!

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Slechte voornemens

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Terwijl iedereen zich onder het genot van zoetgevooisde kerstmuziek aan het voorbereiden is op schandalige overconsumptie tijdens het kerstdiner, is het ook weer tijd om na te denken over de voornemens voor het nieuwe jaar. Stoppen met roken, beginnen met sporten, een paar keer komen opdagen bij college en gezonder eten: het zijn bij veel mensen toch eigenlijk dezelfde voornemens als vorig jaar.

Het is natuurlijk erg demotiverend om ieder jaar te moeten concluderen dat er wederom niets terecht is gekomen van alle goede voornemens. Daarom is het hoog tijd om het eens over een heel andere boeg te gooien. Voor 2018 heb ik dus alleen nog maar slechte voornemens. Ik heb er even over nagedacht en volgens mij kan ik op het einde van 2018 wat positiever terugkijken op hoe het jaar geweest is. 

Mijn belangrijkste voornemen is meer koffie drinken. Ik geloof dat het anatomisch onmogelijk is om mijn koffie-inname te verhogen en dus ook levensbedreigend. Bij voorbaat weet ik al dat dit gaat mislukken (of ik haal het einde van 2018 niet) en ik verkneukel me er nu al over dat ik volgend jaar mag concluderen dat dit slechte voornemen niet is gelukt. Heb ik toch iets goed gedaan. 

Ook heb ik me voorgenomen mijn studie dit jaar niet te halen. Aangezien ik al in een uitloopjaar zit, is dit financieel niet een bijster verstandig idee. Toch is dit een veilige optie, want mocht het zo zijn dat ik het wel af weet te maken, dan mag ik hoe dan ook tevreden zijn. Komt mijn slechte voornemen uit, dan kan ik tenminste zeggen dat ik een van mijn voornemens voor 2018 heb gehaald. Win-win.

Het wordt nog beter wanneer ik begin januari de beste wensen aan mijn familie mag doorgeven. Wanneer die vervelende oom of veel te nieuwsgierige tante vraagt naar de goede voornemens voor 2018, kan ik toch even lelijk uit de hoek komen: "Nou, tante Josefien, ik heb alleen maar slechte voornemens!" Vervolgens neem ik verbeten een hap uit een taaie oliebol en geloof me: tante Josefien zal verdere vragen wijselijk voor zich houden.

Het is bijna jammer dat ik niet eerder aan slechte voornemens heb gedacht, maar beter laat dan nooit. Nu kan het zijn dat de lat voor het nieuwe jaar nogal laag ligt, maar dankzij al deze slechte voornemens zal het in ieder geval een mooi jaar worden. 2018, kom maar op!

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Tweede thuis

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als student aan de Radboud Universiteit voel ik me behoorlijk anoniem. Dat is een buitengewoon goed gevoel, want grootschalige anonimiteit vergroot de waarde van de niet anonieme momenten. Het Erasmus Studiecentrum (ESC) is zo'n plek waar ik me niet anoniem voel. Voorheen heette dat het MMS en voor intimi is dat nog steeds zo.

Nu komt het weleens voor dat ik nog voordat het ESC geopend is sta te wachten tot de deur opengaat, alsof het Black Friday is. De baliemedewerkers gunnen mij telkens weer een hartelijk knikje als ik binnenwandel en steevast loop ik naar dezelfde PC. Als iemand mij nodig heeft, loopt men ook direct naar diezelfde plek, want daar hebben zij de grootste kans mij te vinden. Ergens in Nijmegen heb ik een kamer, maar het ESC is mijn echte thuis. Ik ben niet de enige, want iedere dag zijn het precies dezelfde mensen die dezelfde plek in het ESC innemen. Je zou kunnen stellen dat ik samenwoon met mensen waarvan ik de naam niet eens weet. Dat is eigenlijk veel erger dan niet weten wie de overbuurman is. Desondanks blijft het ESC bij uitstek de plek waar ik meer ben dan mijn studentnummer. Hoewel alle medebewoners naamloos zijn, erkennen we elkaar, en zo vormen wij een stil verbond.

Zoals dat ook gaat bij huisgenoten, merk je dat iedereen een andere levensstijl heeft. Mijn territoriuminstinct drijft mij ertoe iedere keer weer dezelfde plek te bemachtigen en dat doen de meesten. Een van de medebewoners doet het anders. Iedere ochtend kiest zij een andere plek. Zij houdt niet vast aan een vaste plek of een vaste computer, maar aan de ruimte in het algemeen. Vloeiend verplaatst ze zich langs alle computers en zorgvuldig strijkt zij neer bij de computer die haar vandaag het meest bekoort. Vol bewondering kijk ik iedere dag weer hoe zij de ruimte naar haar hand weet te zetten, en zich zo als leider van de woongroep ontpopt. Zo gaat het iedere week weer, van maandag tot en met vrijdag.

Studeren is geen pretje en de constante druk om deadlines te halen evenmin. Lange avonden, vroege ochtenden: soms vraag ik me af waarvoor ik het allemaal doe. Iedere ochtend loop ik dan het ESC binnen, en dan weet ik dat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Die individuele opdracht is ineens niet zo individueel meer. Mijn ESC-huisgenoten, they have my back.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Wannabèta

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Het einde van het collegejaar komt angstig dichtbij, evenals de deadline van mijn scriptie. Dat betekent dat ik het me niet meer kan veroorloven om enkel te doen alsof ik productief ben. Ik moet daadwerkelijk productief worden. Een verschrikkelijk idee, maar de waarheid is nu eenmaal hard.

Gelukkig kwam een goede vriendin laatst met het verstandige idee om samen een dag een samenwerkplek te bezetten en daar een hele kantoordag aan de slag te gaan. Op papier een goed idee, maar de praktijk pakte net even anders uit. Dat lag niet zozeer aan de productiviteit, want ik heb weldegelijk wat nuttigs gedaan. Welnee, het probleem zat in het feit dat we een ruimte in het Huygensgebouw hadden gereserveerd.

Het Huygensgebouw! Zelden heb ik mij zo ontheemd gevoeld. Als inheems bewoner van het Erasmusgebouw was ik volledig uit mijn comfortzone en ik voelde me toerist op mijn eigen universiteit. Omdat ik me niet wilde gedragen als een Duitser in Renesse, had ik me voorgenomen om altijd te doen alsof ik wist waar ik naartoe ging. Dat betekende dat ik bij binnenkomst van het gebouw de vitale onderdelen moest lokaliseren: de toiletten en een koffieautomaat. Schichtig keek ik om me heen, en ik had gelukkig snel in de gaten waar ik mijn plasje kon doen indien ik daartoe behoefte voelde.

Het begin was goed en zoals gebruikelijk had ik na een kwartier druk bezig te zijn geweest recht op mijn eerste pauze. Met stevige tred liep ik vastberaden naar de koffieautomaat, die ik al vakkundig had gelokaliseerd. De koffie druppelde geduldig mijn beker in, waarna ik blakend van zelfvertrouwen terugmarcheerde naar mijn gekoloniseerde computer. Kon het nog misgaan?

Jazeker. Ik had nog geen twee stappen in de bibliotheek gezet, of mijn Huygens-onervarenheid had me verraden. De bibliothecaresse riep mij tot een halt en sprak onverbiddelijk: 'Jongeman, je mag alleen koffie mee naar binnen nemen als er een deksel op zit. Jij komt hier zeker niet zo vaak?'

Mijn hart stond stil. Ik was verraden en er was geen weg meer terug. Ik was een indringer in het territorium van de bèta's. Volledig in paniek keek ik om me heen. Een plan B had ik niet. Het enige wat in mij opkwam was om met het schaamrood op de kaken te erkennen dat ik niet thuis was in het Huygensgebouw. De bibliothecaresse legde vervolgens geduldig uit dat de muizen van het Huygens dol zijn op automaatkoffie, en bood mij een deksel aan. Die Huygensmuizen hoefden wat mij betreft niet uit mijn bekertje slurpen, dus dat dekseltje timmerde ik gehoorzaam op mijn beker.

De volgende dag nestelde ik me comfortabel in het Erasmusgebouw, blij dat ik weer thuis was.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Weermannenmonogamie

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wanneer ik tijdens de tentamenweken bijna ten onder ga aan de studiedruk, kijk ik altijd reikhalzend uit naar het nieuwe semester, want dan wordt alles weer rustig. Niets blijkt echter minder waar, aangezien ik altijd methoden blijf vinden om niet te studeren op momenten dat ik dat wel moet doen. Dan maakt het dus helemaal niet uit of het tentamenweek is of niet.

De grootste afleiding is Facebook. Vol schuldgevoel scrol ik uren door mijn tijdlijn. Als ik me dan minder schuldig wil voelen, verdiep ik me in de comment sections van Facebookberichten, zodat ik me in al mijn arrogantie beter voel dan de mensen die elkaar voor lelijke dingen uitmaken. Zo plaatste De Volkskrant laatst een interview met Gerrit Hiemstra. Behalve een scheepslading negatieve commentaren, viel het ook op dat sommige mensen zwoeren bij Gerrit Hiemstra als de weerman der weermannen. Een zekere Nathan tagde zijn vriend Thom, met de bezwerende woorden: 'Je weet het, Gerrit weet het weer als de beste. Fuck Jan Pieter Kuipers Munneke, Gerrit for life!'

Nathan was zeker niet de enige, want er waren veel commentaren met dezelfde strekking. Ik ontdekte een patroon: mensen die tegen Hiemstra zijn, zijn altijd voor een andere weerman, en zij die van Hiemstra houden, zijn daarin weer heel monogaam. Er was sprake van heuse Weermannenmonogamie. In het kader van academische nuance besloot ik op YouTube fragmenten van zowel Kuipers Munneke als Hiemstra op te zoeken. Gezien de krachtige termen van Nathan had ik sterke tegenstellingen verwacht, maar dat viel behoorlijk mee. Het verschil zat met name in het feit dat Hiemstra voor de dinsdag een noordoostenwind voorspelde en dus koud weer. Kuipers Munneke voorspelde voor de woensdag een zachte dag met een matige westenwind en hier en daar een bui. Na archiefonderzoek in het KNMI-weeroverzicht bleek uiteindelijk dat het die dinsdag inderdaad erg koud was en de woensdag nat.

Ik was verward. Ik zag geen verschil in betrouwbaarheid en gezien het oerdegelijke karakter van beide weermannen kan ik geen doorslaggevend verschil vinden. Het onderzoek heeft me niets gebracht, Weermannenmonogamie is simpelweg ongrijpbaar. Tegelijkertijd voel ik me een buitenbeetje, want ik ben Weermannenpolygaam. Ook voor het weerbericht geldt: Monogamie, Yay. Polygamie, Nay.

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: De kracht van een naam

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: ongemakken, oplossingen en trucs met de eigennaam.

Vorige week zaterdag, de verjaardag van een vriendin. Ik kom de huiskamer binnen en kijk om me heen: weinig tot geen bekende gezichten. Het voorstellen kan dus beginnen. 'Hallo, Noor', 'Noor', 'Noor'... Natuurlijk is de gespreksstof onder de aanwezigen net op, dus iedereen is met zijn volle aandacht bij mijn voorsteltafereel. Halverwege heeft iedereen al lang begrepen dat ik Noor heet, maar voorstellen is niet iets dat je voor jezelf doet. Je doet het, omdat je een pure, intrinsieke, hardnekkige motivatie hebt om erachter te komen hoe die andere persoon heet. Ik ploeter me dus stug langs alle handen. 'Noor, Noor, Noor, Noor, Noor.' Einde van de kring. Zestien keer je eigen naam gehoord, en geen enkele andere naam onthouden. Ik plof neer op een vrije stoel. 'Euh, hoe heet je ook alweer?', vraag ik schaapachtig lachend aan mijn buurvrouw.

Er bestaan personen die dit probleem op een amicale wijze weten te tackelen. Het is het type mens dat met een grote zelfverzekerdheid naast de eigen naam 'Dag Noor'/ 'Hallo Noor'/ 'Leuk je te ontmoeten Noor' terugzegt. Een automatisch stemmetje in mijn hoofd reageert dan meteen: 'Oeh, wat een sympathiek persoon', maar in wezen is het gewoon een slimme truc. Diegene vergeet jouw naam zo nooit meer.

Het nog amicalere type mens kan geen genoeg krijgen van het zeggen van je naam. Aan het begin of aan het einde van iedere willekeurige zin wordt plotseling jouw naam geplakt. Net alsof je die zelf niet kan onthouden. Shanne, een enthousiaste deelnemer aan het tv-programma VT Wonen, is zo'n naamzegger. Het begint al bij de eerste kennismaking met presentator Kees Tol (kijk hierhet fragment terug vanaf min. 12.50). Wanneer Shanne aan het begin van de aflevering haar deur opendoet, zegt ze meteen: 'Hee Kees!' Ook de rest van de aflevering lijkt ze haar band met de presentator te willen versterken door hem continu bij naam te noemen. Kees – zelf ook hoog scorend op de schaal der amicaliteit – lijkt het allemaal wel best te vinden.

Niet alleen in gezellige contexten komen namen veel voor. Juist in een grimmige setting vallen ze vaker. Ik moet bekennen dat ik zelf de neiging heb om mijn zusjes in een felle discussie bij voor- én achternaam te noemen. Als statement. Het lijkt je argument net wat meer zwaarte te geven, en het bekt gewoon lekker. Daar denken mijn zusjes overigens anders over. 'Ik weet heus wel hoe ik heet hoor!', beet een van hen laatst terug.

Op een familiefeest ontdekte ik laatst dat ik niet de enige ben met deze – toch wat sneue – eigenschap. Mijn achternichtje ging stoeiend over het grasveld met haar nog net wat kleinere en minder gespierde achterneefje, die deze worstelpartij voor peuters met geen mogelijkheid leek te gaan winnen. Plots begon mijn achterneefje te huilen. De moeder van mijn achternichtje, die toch al in hoge staat van paraatheid verkeerde, brulde op dat moment de volledige naam van haar dochter door de tuin. Alleen de tweede en derde naam misten nog. Misschien een idee voor de volgende keer. De meeste doopnamen zijn immers op zichzelf al reden om in janken uit te barsten.

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: De NS, altijd blijven lachen

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: positiviteitsgoeroe NS.

Afgelopen week besloot de NS minder treinen te laten rijden. Er werd namelijk sneeuw verwacht. Enkele Facebook-reacties: 'Stelletje hufters de ligt geen vlok sneeuw..Check voortaan alles ff goed!', en: 'Toen mijn man nog bij NS werkte reden de treinen altijd. Ook al lag er een meter sneeuw. Zielig dat dat niet meer kan.'

Velen zouden moedeloos worden van dit soort opmerkingen. De NS niet. Iedereen die reageert op een post van de NS kan rekenen op een immer positief gestemd antwoord van een medewerker. De NS laat zich niet snel op de kast jagen. Altijd blijven lachen, is het motto. Treinen op tijd laten rijden is voor de NS een uitdaging, maar positieve framing, daar is de spoorwegmaatschappij verdraaid goed in.

Neem de naam van de treinen. Tot 2012 heette een trein die bij elk station stopte een 'stoptrein'. Hierdoor lag de nadruk op het stilstaan van de trein. Dat moest anders, besloot de NS. 'Stoptrein' werd 'sprinter'. Nu was duidelijk dat de trein bewoog! En dat doet het beter in de marketing. Ditzelfde geldt voor het vermijden van de term 'vertraging'. Nooit zal je de NS horen omroepen dat een trein te laat is. Je hoort alleen wanneer de trein vertrekt. Dat dit ook vandaag weer later is dan gepland, daar zwijgt de NS liever over.

Het spoorwegbedrijf spreekt ook liever van een 'aangepaste dienstregeling' dan toe te geven dat er minder treinen rijden. 'Aangepast' is namelijk lekker neutraal. Eigenlijk betekent 'aangepast' helemaal niets. Je weet alleen dat er iets is veranderd in de dienstregeling. Wat er is veranderd, is een grote verrassing. Misschien rijden er juist méér treinen! Of misschien is de trein tussen Maastricht en Den Bosch plots afgeschaft en heeft de NS ervoor gekozen hier iedereen per kameel te vervoeren. Of misschien worden er bij een flinke sneeuwval van 1 centimeter voortaan sleehonden ingezet. Misschien is de conducteur vervangen door een dansmarieke, en de machinist door een yogalerares. Je weet het niet. Alles is onzeker.

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik minder naïef ben dan ik lijk. Ik trap er niet meer in, in de 'aangepaste dienstregeling'. Keer op keer stapte ik vol verwachting het perron op, om er daar achter te komen dat de verrassing van de dag alwéér een kleiner aantal treinen was. Dan gaat de lol er voor mij toch een beetje af. De NS zelf lijkt de 'aangepaste dienstregeling' nog steeds als een zegen voor de mensheid te zien. Zie bijvoorbeeld onderstaand bericht, dat afgelopen week op de site van de NS verscheen:

'Omdat voor morgen, 30 januari, sneeuwval wordt verwacht, nemen NS en ProRail het zekere voor het onzekere en passen de dienstregeling aan. Ondanks deze aanpassing kan het winterse weer leiden tot extra hinder voor treinreizigers.'

Waarom het woord 'Ondanks'? 'Dankzij' of 'Door' had mij hier passender geleken. Nee, ook dit bericht weet de NS positief te framen. Wij, reizigers, moeten de grote weldoener NS op onze blote knieën danken dat de dienstregeling is aangepast. Want het is toch ook puur genieten dat je buiten de coupé, naast de wc, tussen meerdere onbekende medereizigers met zweetoksels, ochtendgeuren en natgeregende jassen ingeklemd mag staan, omdat er minder treinen rijden?

 

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: Het treurige lot van succesvolle spreekwoorden

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer:het treurige lot van succesvolle spreekwoorden en gezegden.

Bij gebrek aan vermaak in het openbaar vervoer luister ik graag gesprekken van medereizigers af. 'Mam! Ik ben aangenomen bij de Aldi!", riep een meisje naast mij laatst in haar telefoon. 'Ik werd net gebeld door een van de bedrijfsleiders. Hij zei: "We gaan de zee in met jou."' Bijzondere cao-voorwaarden hebben ze bij de Aldi, dacht ik, terwijl ik mijn gezicht in de plooi probeerde te houden. Ik zag voor me hoe de bedrijfsleider zijn nieuwe werknemer door het zand bij Bergen aan Zee sleurde, waarna zij kopje onder ging in de golven.

Omdat veel spreekwoorden en gezegden lang geleden zijn ontstaan, is de betekenis niet altijd meer makkelijk uit te leggen. Als gevolg van de onwetendheid over de herkomst van uitdrukkingen ontstaan bijzondere taalvondsten. Ik hoorde een man ooit bloedserieus zeggen: 'Je moet een gegeven paard niet op de bek slaan' en nieuwslezer Rik van de Westelaken meldde eens droogjes tijdens het NOS-journaal: 'Van een kale kut kun je niet plukken.'

Kortom: het leven van een spreekwoord of gezegde in de 21e eeuw gaat niet over rozen. Het is vechten voor een plekje in de vocabulaire van het Nederlandse volk. In deze heuse survival of the fittest wordt de succesvolle uitdrukkingen ook nog het leven zuur gemaakt, weet ik sinds afgelopen week.

Tijdens een van mijn colleges van de master Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam kregen we een lijst met clichés uitgereikt, een soort zwarte lijst voor taalgebruik in artikelen. De lijst was opgesteld door een aantal redacteuren van NRC, want, zo stond in een korte toelichting: 'Clichés zijn een zwaktebod. Er is altijd een betere formulering te bedenken dan een cliché.' De lijst van drie kantjes bestond uit opvallend veel spreekwoorden en gezegden zoals 'De neuzen dezelfde kant op krijgen', 'Een visitekaartje afgeven' en 'Van het kastje naar de muur gestuurd worden'. De journalistiek had voor deze uitdrukkingen besloten dat ze hun beste tijd hadden gehad. Ze waren 'mainstream' geworden, en 'mainstream' is niet cool.

Ik begrijp dat origineel en concreet taalgebruik de journalistiek ten goede komt. Toch had ik te doen met de spreekwoorden en gezegden op de lijst. Heb je jezelf nét lekker op de kaart gezet, moet je alweer het veld ruimen. Terug bij af. Typisch Nederlands: waag het eens je kop boven het maaiveld uit te steken.

Via deze weg wil ik daarom een lans breken voor spreekwoorden en gezegden. Laten we hen steunen in deze woelige tijden. Ze kunnen dan worden verbannen uit journalistieke artikelen, gesproken taal laat zich niet de les lezen. Gooi af en toe eens een spreekwoord in een gesprek. Wat dacht je van mijn favoriete uitdrukking: 'Dat slaat als een tang op een varken'? Ik gooi de handdoek in ieder geval niet in de ring.

 

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: Hokjesdenken in reclameland

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: plezierdobberaars, slootjesspiekers en stormtrotseerders.

Ben jij een 'waterwoner'? Of een 'miezerfietser'? Nee? Een 'oeververtoever' dan? Geen idee waar dit over gaat? Dan ben je duidelijk nog niet voorbereid op de aankomende waterschapsverkiezingen.

De waterschappen doen er alles aan om ons, het stemvolk, over te halen op 20 maart onze stem uit te laten brengen. Er is zelfs een heuse promovideo gemaakt, die zo veel mogelijk mensen moet aanspreken; mensen in alle soorten en maten. Daarom worden alle kijkers op een voor hen geschikte manier begroet: 'Hallo waterwoners', 'hallo miezerfietsers', 'hallo slootjesspiekers', 'hallo stormtrotseerders', 'hallo oeververtoevers', 'hallo visfanaten', 'hallo plezierdobberaars'. Want wie zich aangesproken voelt, scheurt eerder die envelop met het stembiljet open.

Van de zeven 'watertypes' hebben de meeste een leuke band met water: de ene soort vist graag en de andere dobbert het liefst het hele jaar rond op een roze opblaasflamingo. Nadat de marketingafdeling ongelofelijk druk was geweest met het bedenken van zes gezellige categorieën, bleven er echter nog miljoenen stemgerechtigden over die hier waarschijnlijk niet onder vielen. Voor personen zonder watergerelateerde hobby heeft de afdeling daarom de categorie 'miezerfietser' bedacht. Als je wel eens verzopen je college binnenloopt, mag je ook gaan stemmen. Wat een geluk.

Categoriseren om te binden is populair in reclameland. Vorige maand hingen overal nog posters van telefoonprovider KPN met de tekst 'Hé slimmerik' en 'Hé datavreter'. Ik stel me de werking van deze marketingtruc als volgt voor: terwijl je hersenloos, muziek luisterend door het raam van de bus naar buiten staart, is daar plots in enorme blokletters de tekst 'Hé slimmerik'. Je veert overeind. Deze boodschap moet voor jou bedoeld zijn! Jij bent immers geniaal. Zonder verder na te denken pak je direct je telefoon om van provider over te stappen.

Ook Bol.com stopt de mensheid graag in hokjes. Het bedrijf profileert zich als 'de winkel van ons allemaal', maar 'ons allemaal' is te onpersoonlijk om potentiële kopers naar de website te trekken. Daarom onderscheidt Bol.com in zijn reclames vaak verschillende soorten mensen, zoals de 'actieve kluner' en 'ontspannen kluner', de 'vogelliefhebber' en 'gevogelteliefhebber' en de 'winterduiker' en 'winterontduiker'. De laatst ontdekte diersoort van het bedrijf is 'de last minute carnavaller'. Voel je je al aangesproken?

Nog even terug naar de waterschapsverkiezingen: ook met mensen die in een identiteitscrisis verkeren, wordt rekening gehouden. Voor deze zieltjes bestaat de test 'Wat voor watertype ben jij?'. Na acht vragen over jouw relatie met het vocht van moeder natuur, heeft het waterschap bepaald in welk hokje jij het best past. Té leuk! Wat dat betekent voor je stem op 20 maart? Vrij weinig.

 

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: Klimaatvocabulaire

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: een positief verhaal over het klimaat.

Het klimaat heeft betere tijden gekend. Een temperatuurstijging, daarmee gepaard een smeltende ijskap, een stijgende zeespiegelstijging, uitgehongerde ijsberen; over het klimaat valt weinig leuks te melden. Je zou bijna vergeten dat het klimaat, vanuit een ander perspectief bezien, juist een succesvolle periode beleeft. Taalkundig gezien is het ontegenzeggelijk een erg vruchtbare periode.

Ik sta werkelijk versteld van de productiesnelheid van het klimaat. Konijnen zijn er niets bij. Het klimaat heeft haar ene taalkundige koter nog niet gebaard, of de andere maakt alweer zijn opwachting. Wat dacht je van klimaatneutraal, klimaatakkoord, klimaattafel, klimaatsceptici, klimaatmars, klimaatbestendig, klimaateffecten, klimaattop, klimaatplannen, klimaatbeheersing, klimaatdoelen. Lijkt me duidelijk zo.

De vruchtbaarheid van het woord 'klimaat' zit hem in de commotie rondom het onderwerp. Is een fenomeen nieuw of plots veelbesproken, dan ontstaan altijd nieuwe woorden. Zo ook met 'klimaat'. Iedere gebeurtenis rondom dit onderwerp - en dan zijn er nogal wat - willen we goed benoemen. En dan helpt ook de vorm van het woord mee. Het slechts tweelettergrepige 'klimaat' leent zich goed voor weer een nieuwe samenstelling.

Door de politieke beladenheid van het onderwerp zijn er veel nieuwe jargonwoorden als 'klimaattop' en 'klimaatambitie'. Gelukkig zorgen politici voor wat jeu in de klimaatpraat. Tijdens een klimaatdebat in februari betoogde Geert Wilders dat de Nederlandse samenleving slachtoffer wordt van 'klimaatterreur' (natuurlijk met de typische Wilders-beklemtoning van 'ter' en 'reur').

Ook de media spelen een grote rol in de productie en verspreiding van nieuwe woorden. Voor de verwekking van de bekendste nakomeling van de klimaatfamilie, 'klimaatdrammer', waren bijvoorbeeld een politicus en omroep verantwoordelijk. Klaas Dijkhoff (VVD) noemde Rob Jetten (D66) een 'drammer' in de discussie over klimaatmaatregelen. 'Drammer' werd 'klimaatdrammer' in een kop van de NOS: 'Dijkhoff neemt afstand van 'klimaatdrammer' Jetten'. Zo snel kan voorplanting gaan.

 

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: Liefde voor de samenstelling

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer:samenstellingen.

Zij stond alleen. Hij ook. Tussen hen in een onoverbrugbare spatie. Hoewel de twee woorden voor elkaar bestemd waren, waren ze nu plots toch van elkaar losgerukt. Terwijl de pen onverstoord doorschreef, keken zij elkaar bedremmeld aan. Dit was toch niet de bedoeling?

Bekend met het fenomeen 'samenstelling'? Vast wel. Dit eenvoudige taalverschijnsel wordt al op de basisschool onderwezen. Zoals de term zelf al verraadt, is er een nieuw woord gevormd door het samenvoegen van twee op zichzelf staande woorden. Simpel, zou je zeggen. Niet dus. Mensen houden het in Nederland tegenwoordig niet lang met elkaar uit (een op de drie huwelijken strandt), maar ook veel Nederlandse woorden verkeren in een relatiecrisis. Overal kom ik ze tegen: samenstellingen die zonder goede reden doormidden zijn gescheurd, waarna de overgebleven woorden verspreid over het papier liggen. Vooral bij eet- en drinkbare producten worden de delen van een samenstelling als Romeo en Julia van elkaar losgerukt, zo ook op de website van onze eigen universiteit. Op de pagina over de Refter staat dat er verschillende 'grill maaltijden' verkrijgbaar zijn en het Cultuurcafé heeft volgens de website een rijk assortiment aan 'speciaal bieren'. Waarom die spatie? Waarom die afstand? Hebben de woorden sinds kort een latrelatie? Ik kom er niet uit.

In een restaurant waar ik ooit werkte, schreef een collega op het krijtbord: 'chocolade mousse'. Geweldige collega verder, en normaal gesproken hou ik braaf mijn mond wanneer ik een taalfout zie, maar kapotgescheurde samenstellingen maken mij verdrietig. Dus ik met de stift naar het bord om de woorden met een geforceerd streepje te herenigen. Want: wat is die mousse nu zonder die chocola? Lekker hoor, een paar blokjes Verkade naast een hoopje opgeklopt eiwit. Mij hoef je er niet voor wakker te maken. Voor chocolademousse dan weer wel, graag zelfs.

Dit doormidden hakken, openrijten, splijten (of hoe je het ook wil noemen) van de samenstelling heeft te maken met de invloed van de Engelse taal op het Nederlands. Engelsen zijn gek op afscheiding, en de Engelse taal doet vrolijk mee in deze afzonderingsdrang. Nee, Engelse woorden houden niet van samenwerken. Ze opereren het liefst op hun eigen eilandje, zonder de liefdevolle bemoeienis van het andere deel van de samenstelling. Een spatie ter breedte van het Kanaal houdt de woorden uit elkaar. 'Buschauffeur' is 'bus driver' en 'weersvoorspelling' 'weather forecast'.

Goed, voordat ik alle studenten Engels over me heen krijg: er bestaan inderdaad samenstellingen in het Engels die wel aan elkaar worden geschreven. Vooral bij veelvuldig gebruikte samenstellingen trekken de woorden in de loop van de tijd naar elkaar toe. Zo was 'deadline' in het Engels eerst 'dead line', toen 'dead-line’ en tegenwoordig 'deadline'. Toch blijft het uitgangspunt in de Engelse taal dat delen van een samenstelling single door het leven moeten. Dat gebeurt nu dus ook in het Nederlands. Ik pleit voor meer liefde in de Nederlandse taal. Gun de delen van een samenstelling hun innige omhelzing en laat ze weer lekker dicht tegen elkaar aan kruipen.

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: Ouderen, gedraag u/jullie!

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer:het aanspreken van oude mensen.

Ik voel me de laatste tijd vaak bedreigd, voornamelijk door ouderen. Aan dit gevoel ligt het volgende ten grondslag: bij een eerste kennismaking zeg ik "u" tegen mensen die veel eerder dan ik ter wereld kwamen, maar dat pikken ouderen van tegenwoordig niet.

Ik ben fatsoenlijk opgevoed. 'Spreek een ouder persoon altijd eerst aan met "u". Als diegene wil dat je "je" gebruikt, zegt hij of zij dat wel', kreeg ik van thuis mee. Deze strategie werkte tot een paar jaar geleden goed. Mijn gesprekspartners accepteerden "u", of zeiden op vriendelijke toon dat ik "je" tegen hen mocht zeggen, waarna ik dat deed.

Die tijd is voorbij. Ik krijg tegenwoordig regelmatig te maken met semi-agressieve benaderingen wanneer ik iemand vousvoyeer. Pas geleden was het weer raak. Ik raakte in gesprek met een vrouw die overduidelijk van de babyboomgeneratie was. Tijdens die kennismaking stelde ik haar een vraag met daarin het blijkbaar zo gevoelig liggende woord. De vijftigplusser in kwestie rolde met haar ogen, keek alsof ik een net ontdekte spatader was en besloot zwaar geërgerd: 'Ik krijg echt heel erg jeuk van "u"!' Mijn gedachte: 'Och, jeetje, kan uw – correctie, jouw - verrimpelde, tere huidje dit niet eens aan?', waarna ik mij natuurlijk keurig herpakte en een krachtige "je" in de conversatie gooide.

Hoewel een studentenblad waarschijnlijk het verkeerde medium is om vijftigplussers te bereiken, moet ik dit toch even kwijt:
Vooropstellend, ik vind het prima als mensen willen worden aangesproken met "je". Ik snap ook de overweging. "U" zou afstandelijk of onpersoonlijk klinken. Maar, er is daarnaast geen enkele reden om mij kwalijk te nemen dat ik in eerste instantie vousvoyeer. Etiquetteregels zijn ooit ontstaan om rekening te houden met de gevoelens van anderen. Ik zeg "u" uit respect. Ik zeg heus geen "u" om te pesten, om u te attenderen op het feit dat u gewoon veel en veel ouder bent, om erin te wrijven dat uw haarlijn gênant ver terugloopt, om u even fijntjes te herinneren aan het einde van uw eisprong of om te benadrukken dat u naar grote waarschijnlijkheid eerder tussen zes planken zal liggen dan ik. Ik zou niet durven.

Een iets volwassenere reactie op mijn uiting van respect zou dus wenselijk zijn. Ik heb immers ook gevoelens. En die moeten nog wél even mee.

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: Ruttes buitengewoon opvallende stopwoord

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer:het buitengewoon opvallende, favoriete woord van Mark Rutte.

In de New York Times verscheen enkele weken geleden een anonieme briefover het functioneren van Trump, waarop een heuse zoektocht naar de auteur volgde. Plots deed het woord 'lodestar' in de brief de verdenkingen in de richting van vicepresident Mike Pence gaan. Pence laat dat blijkbaar vaker vallen, zoals iedereen wel woorden gebruikt die typisch zijn voor die persoon. Mijn zusje zegt 'barfen' in plaats van 'kotsen', een vriendin noemt een prullenbak altijd 'de ton' (schijnbaar iets Twents) en mijn vader gebruikt – god mag weten waarom – het woord 'infuus' voor 'telefoonoplader'. Genoeg over mijn vader, laten we het hebben over een iets invloedrijker persoon op deze aardbol: onze minister-president. Ik wil Mark Rutte via deze weg – niet geschoten, altijd mis - ten zeerste afraden ooit een anonieme brief te sturen naar een Nederlandse krant. Ik zou hem ook in geschreven vorm, zonder die typische lach, namelijk direct herkennen.

Onze premier is immers ook maar een mens. En net als ieder mens heeft Mark Rutte een flinke batterij aan favoriete woorden, waaronder een opvallend bijwoord. In Marks wereld is alles 'buitengewoon'. De ministerraad verliep 'buitengewoon goed', het terughalen van mensen uit Syrië is 'buitengewoon risicovol' en journalisten moeten 'buitengewoon kritisch' te werk kunnen gaan. Er gaat geen interview of toespraak voorbij zonder dat de term meerdere keren uit de lucht komt vallen. Voor wie het niet gelooft, ga eens lekker een avondje interviews met Rutte bingewatchen. Het YouTubekanaal 'Wekelijkse Persconferentie' telt inmiddels maar liefst 342 afleveringen, met steevast onze premier in de hoofdrol. Ultiem genieten.

Mocht je toch andere prioriteiten hebben dan achterhaalde feiten terugkijken: hieronder een compilatie van Ruttes 'buitengewoontjes'.

Dat Rutte zich van 'buitengewoon' bedient als hij in zijn maatpak rondhuppelt op het Binnenhof, à la. Maar wanneer roept hij dit nog meer? Als hij om vijf uur 's nachts, ladderzat, een bamischijf uit de muur van de Febo trekt, zegt hij dan ook zonder een spier te verrekken 'Wat buitengewoon lekker'? Als hij na een rondje hardlopen met vrienden, rood aangelopen, klotsend van het zweet, een laatste rekoefening doet, zegt hij dan bemoedigend 'We hebben buitengewoon goed gelopen'?

Ik hoop stiekem van wel. En Mark, mocht je ooit een anonieme brief willen schrijven, hou het binnen het gewone.

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: Speciaalbiertaal

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: speciaalbiertaal.

Ik beken het maar direct: ik ben geen speciaalbierkenner. Dit betekent niet dat ik bier niet lekker vind, integendeel. Mijn probleem met speciaalbier is dat het minder speciaal is dan de naam doet vermoeden. De 'speciale' bieren zijn met zó veel dat ik langer doe over het kiezen van een biertje dan over het drinken van de uiteindelijke keuze. Ik was pas in een Amsterdams café waar ze de bierkaart de naam 'Bierbijbel' hadden gegeven. Mocht je nog nooit een Bijbel hebben gezien, dat ding is dik. In een café laat ik dus liefst iemand anders de knoop doorhakken, of ik neem lekker veilig, alweer een Tripel Karmeliet.

De gemiddelde bierkaart is niet alleen uitgebreid vanwege het aantal brouwsels. De tweede, veel belangrijkere reden is dat ieder bier een uitleg van minstens vier regels nodig heeft. 'Uitleg! Nu kan ik een weloverwogen keuze maken', denkt de eeuwige twijfelaar. Vrijblijvend advies: trap er niet in. Ik heb het voor de zekerheid nog even opgezocht, maar 'uitleg' betekent toch echt: 'woorden waarmee je iets begrijpelijk maakt'. Als er iets is wat die aanvullende tekst niet doet, is dat het. Steeds nadat ik heb besloten me toch aan het lezen te wagen en het menu ter grootte van een pamflet heb ontvouwd, worstel ik me door een dikke stront aan speciaalbierjargon. Zoekend naar een heldere omschrijving raak ik verstrikt in termen als 'gebalanceerd', 'tonen', 'complex' en 'afdronk'. Terwijl mijn hersenen verwoede pogingen doen om 'gebalanceerd' te duiden in de context van bier, ben ik de ingrediënten alweer vergeten.

De ingrediënten vormen een punt van aandacht op zichzelf. Op de bierkaart van café In de Blaauwe Hand las ik: 'Tonen van onder meer denne en citrus'. Ho. Momentje, 'denne'? Excuses voor de onwetendheid, maar ik voel zelden de behoefte om aan mijn kerstboom te knagen. Op dezelfde kaart stond: 'Met ijzertonen en subtiele hopbitters in de afdronk.' De trend 'likken aan je regenpijp' is blijkbaar aan mij voorbijgegaan.

De bieren zijn zelfs zo speciaal dat ze als heuse personen worden omschreven. De Leffe Dubbel heeft volgens het menu van Café Jos een 'stout karakter'. Fout figuur, was mijn eerste associatie. Toch maar even Wikipedia erbij gepakt, want ik laat me inmiddels niet meer gek maken. Bleek het donker bier met een verbrande smaak te zijn. Schrijf dat dan op.

Het toppunt van personificatie is de beschrijving van een Westmalle Tripel die ik aantrof in de eerder genoemde Bierbijbel. Ik citeer: 'De moeder aller tripels. Een echte zware meid.' Dit biertje is blijkbaar een vrouw. Nooit geweten dat de bierbrouwer het geslacht kan vaststellen bij kleine biertjes. De Westmalle Tripel is daarnaast een moeder, met obesitas. Terwijl ik me afvroeg wat dit laatste betekende voor de ingrediënten (was de brouwer met Happy Meals in de weer geweest?), pulkte de serveerster ongeduldig aan haar opschrijfboekje. Ik bestelde een Tripel Karmeliet.

 

Lees meer

Helpende hand in het buitenland

Elk jaar reizen duizenden studenten af naar verre oorden om vrijwilligerswerk te doen. Engelse les geven aan kinderen in Indonesië, werken in een weeshuis in Oeganda of tienermoeders begeleiden in Peru: dat klinkt allemaal heel nobel. Toch doet vrijwilligerswerk in sommige gevallen meer kwaad dan goed. 

voluntourism750x

Het klinkt aantrekkelijk: een paar weken aan de andere kant van de wereld vertoeven om vakantie te vieren en vrijwilligerswerk te doen. Dit fenomeen staat sinds enkele jaren bekend als voluntourism. Het wordt vaak verkocht als een prachtige reis waarbij je als vrijwilliger een ontzettend grote bijdrage kunt leveren aan minderbedeelden. Daarnaast draagt het bij aan je persoonlijke ontwikkeling, staat het goed op je CV en werpt het een andere blik op je luxeleventje. Daarom combineren veel jongeren hun exotische trip met vrijwilligerswerk. Ook Lisa Meijer, student Psychologie aan de Radboud Universiteit (RU), deed vrijwilligerswerk in het buitenland. In haar tussenjaar werkte ze in drie verschillende weeshuizen in Zuid-Afrika. 'Op het moment zelf was het erg bijzonder, omdat het leerzaam is voor jezelf en het je doet beseffen hoe goed we het in Nederland hebben.'

Toch is niet iedereen blij met de toenemende stroom aan vrijwilligers. Voornamelijk het vrijwilligerswerk in weeshuizen ligt zwaar onder vuur. 'Wanneer je mensen voor een korte periode met kwetsbare kinderen laat optrekken kan dat tot hechtingsproblemen bij de kinderen leiden. Ze hechten zich aan de vrijwilliger, die vervolgens weer weggaat waardoor het natuurlijke hechtingsproces wordt verstoord', vertelt Lau Schulpen, ontwikkelingssocioloog aan de RU. In 2017 startte Unicef daarom een campagne #StopWeeshuistoerisme. Ook in de Tweede Kamer wordt het onderwerp regelmatig aangekaart. VVD-Kamerlid Wybren van Haga diende in maart 2019 een initiatiefnota in bij minister Sigrid Kaag (D66) van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Hierin riep hij op om keurmerken toe te kennen aan partijen die stages en vrijwilligerswerk in het buitenland aanbieden, zodat kan worden voorkomen dat mensen zonder het te weten meewerken aan iets slechts. Vrijwilligerswerk roept zo de nodige commotie op. Hoe gaan de betrokken partijen om met deze kritiek, en is het beter om helemaal te stoppen met het sturen van vrijwilligers naar het buitenland?

'Het kan zijn dat de kinderen al problemen hebben met het vertrouwen van mensen. De komst van een vrijwilliger kan daarom voor hen slecht zijn.'

Weeshuizen
Lisa besefte in Zuid-Afrika wel dat ze te maken had met kwetsbare kinderen die in het verleden al door hun ouders zijn verlaten. Omdat vrijwilligers vaak voor korte perioden in een weeshuis werken, wisselen de gezichten snel. 'Ik was er maar voor twee weken. Je kunt in zo'n korte periode wel wat doen, maar je kunt niks blijvends achterlaten. Daarom denk ik dat het misschien beter is om het werk helemaal niet te doen, zodat de kinderen zich niet al te veel aan je hechten', vertelt ze

Het probleem dat Lisa beschrijft, wordt vaak aangedragen als kritiekpunt op het werken met kwetsbare kinderen in het buitenland. Sommige vrijwilligers worden heel erg close met de kinderen in bijvoorbeeld een weeshuis. Omdat ze dan vervolgens weer weggaan, wordt de vertrouwensband die is opgebouwd, verstoord. 'Het kan zijn dat de kinderen al problemen hebben met het vertrouwen van mensen. De komst van een vrijwilliger kan daarom voor hen slecht zijn', vertelt Vera Huisman, hoofdonderzoeker bij stichting Muses, een organisatie die vrijwilligers traint voor hun vertrek.

De juiste training
Ondanks de kritiek op het werken in weeshuizen vindt AIESEC, een wereldwijde organisatie die vrijwilligerswerk en stages in het buitenland aanbiedt aan studenten, dat het wel mogelijk is om goed vrijwilligerswerk te doen in weeshuizen. 'AIESEC heeft contracten opgesteld waarin staat beschreven hoeveel vrijwilligers per periode ergens kunnen werken. Daarnaast zijn onze projecten voor minimaal zes weken. De gezichten die de kinderen zien, wisselen wel, maar er zijn ook genoeg vaste krachten', vertelt Lonneke Oosterbaan, vicevoorzitter bij AIESEC Nijmegen. 'Er wordt samengewerkt met de lokale bevolking die goed weet hoe het land in elkaar zit en wat de problemen zijn. Ik verwacht dat het hechtingsprobleem niet zo groot is, omdat de vrijwilligers niet in de plaats komen van de vaste medewerkers', voegt Fé van Teeffelen, voorzitter bij AIESEC Nijmegen, toe.

Huisman is echter van mening dat het hechtingsprobleem wel degelijk aanwezig is, en vertelt dat het belangrijk is om vrijwilligers hier van te voren goed op voor te bereiden. 'Tijdens de trainingen van Muses wordt hechtingsproblematiek uitvoerig besproken en leren de vrijwilligers hoe ze niet te close worden met de kinderen', vertelt ze. Een voorbeeld van een dergelijke training is de 'Wijzer met Kids', een trainingsdag die in het teken staat van werken met kinderen. Tijdens deze training wordt gekeken naar de ontwikkeling van een kind in een ontwikkelingsland en hechting bij kinderen. Daarnaast wordt een lesplan ontwikkeld. 'Door de training weten de vrijwilligers van hechtingsproblemen af en kunnen ze anderen aansporen om er ook over na te denken', legt Huisman uit.

Ook AIESEC geeft trainingen, maar hierin wordt meer gefocust op de vrijwilliger zelf. 'De overtuiging bij AIESEC is dat je jezelf ontwikkelt wanneer je in het buitenland bent en je daardoor bewuster wordt van wat er in de wereld speelt', vertelt Van Teeffelen. 'Er zijn coaches die samen met de student gaan zitten om persoonlijke doelen en verwachtingen te bespreken. Er wordt zo gekeken wat de student zelf uit het werk wil halen. Aan het begin en het einde van het project wordt ook een toets afgenomen om de persoonlijke ontwikkeling in kaart te brengen', voegt Oosterbaan toe.

Bredere problematiek
Volgens Schulpen wordt er de laatste jaren juist te veel nadruk gelegd op de vrijwilliger zelf. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld. 'Als je het puur vanuit de kant van de vrijwilliger bekijkt, kun je een zeer positief verhaal ophangen over het werk. Je kunt door het werk veel over jezelf leren, het staat goed op je CV en je leert een nieuwe cultuur kennen.' Schulpen vindt het daarom goed dat de discussie over het werken in een weeshuis wordt gevoerd en dat organisaties zich bezighouden met specifieke trainingen. 'De afgelopen jaren werd het voornamelijk vanuit de vrijwilliger zelf bekeken. Ik ben blij dat er nu wat meer aandacht komt voor de betekenis van het werk en dan met name voor de mensen daar', vertelt hij.

Schulpen vertelt dat het belangrijk is om je af te vragen wat de mensen daar aan het werk hebben. 'De afweging die moet worden gemaakt, is: is dat wat het werk mij als individu oplevert het waard om voor het collectief problemen te veroorzaken. Dat is geen makkelijke afweging', zegt hij. Om een volledig beeld te krijgen van de impact van vrijwilligerswerk moet er volgens hem daarom zowel worden gekeken naar de vrijwilliger zelf als naar de mensen waarvoor het werk wordt gedaan. 'Wanneer je daadwerkelijk iets wilt maken van interculturele communicatie, moet je daar wel energie in stoppen en het vanuit twee kanten bekijken', stelt Schulpen.

'Ik heb echter niet het idee dat ik heel veel heb kunnen betekenen voor de mensen daar.'

Verwachtingen
Voor Lisa was haar werk in Zuid-Afrika een prachtige ervaring, maar ze weet niet of ze het nog een keer wil doen. 'Toen ik nadacht of ik het nog een keer wilde doen, besefte ik dat ik het niet meer op deze manier wil doen. Het was een prachtige ervaring voor mezelf. Ik heb echter niet het idee dat ik heel veel heb kunnen betekenen voor de mensen daar', vertelt ze.

Dit heeft te maken met het tegenstrijdige verwachtingspatroon. Veel vrijwilligers verwachten grote veranderingen teweeg te brengen in de korte periode dat ze ergens werken. Toch blijkt dit in de praktijk mee te vallen. Niet alleen de vrijwilliger zelf heeft verwachtingen, ook de mensen voor wie het werk wordt gedaan, hebben verwachtingen en vooroordelen over degene die het werk komt doen. 'We zijn ons er niet altijd van bewust dat de mensen daar ons zien als vrijwilliger met financiële bronnen. Hierdoor bestaat een ongelijke basis waardoor de oorspronkelijke bewoners van een land, je nooit zo behandelen als ze hun eigen kinderen, buurman of vrienden behandelen. Zij zitten net zo goed met een heleboel verwachtingen en vooroordelen over ons', vertelt Niko Winkel, secretaris van Vereniging Volunteer Correct. Dit is een organisatie die onderzoek doet naar manieren om eerlijk, duurzaam en verantwoord vrijwilligerswerk te doen.

Op welke manier dan wel
Is het dan een goed idee om in de toekomst vrijwilligerswerk in het buitenland helemaal niet meer te overwegen? Nee, stelt Winkel. 'Volunteer Correct raadt het werken in een weeshuis af, maar je kunt bijvoorbeeld best assisteren bij het geven van Engelse les. Als je maar geen vaste krachten vervangt. Daarnaast kun je ook denken aan werk waarbij contact met

...
Lees meer

Het laatste oordeel: Sinterklaascollege

Het Sinterklaascollege van Prof. Dr. Roel Schutgens is een waar fenomeen onder Rechtenstudenten. Elk jaar zeult hij zijn piano mee naar de collegezaal en zingt samen met een overvolle zaal Sinterklaasliedjes. ANS wist een felbegeerd plekje te bemachtigen voor dit college met muzikale interactie.

Tekst: Rindert Oost
Foto's: Joep Dorna

Sinterklaascollege 350xStudie: Rechten
College: Inleiding tot de rechtswetenschap, 2 december, 10:30-12:15, GR0.100
Docent: Prof. Dr. Roel J. B. Schutgens
Uitstraling: Nieuwe dorpsdominee
Publiek: Student met jeugdsentiment
Inhoud: 'Sinterklaas, wie kent hem niet?'

Open de deuren van de grote collegezaal in het Grotiusgebouw op de maandagochtend voor 5 december en je mond valt open van verbazing. Het lijkt alsof de voltallige lichting eerstejaars rechtenstudenten 's nachts buiten het Grotiusgebouw heeft gebivakkeerd voor een reünieconcert van One Direction. Die gelijkenis is zo gek nog niet, want de maestro van de Radboud Universiteit treedt vandaag hier op. Niet Martijn Gerritsen, singer-songwriter van het officiële Radboudlied, maar Prof. Dr. Roel Schutgens, de componist van het Sinterklaascollege, staat vandaag in de spotlights.

Bij de binnenkomst van Schutgens trappelen de voetjes van de eerstejaars even hard als de hoeven van Amerigo, maar zodra hij voorin de zaal gaat staan valt het abrupt stil. De aria kan elk moment losbarsten. Hij schraapt zijn keel, maar in plaats van kinderliedjes over de Goedheiligman, rolt er zuiver juridisch jargon uit zijn mond. Zuchtend maken de studenten aantekeningen over vermogens- en publieksrecht. Voorlopig is de enige muziek het melodieuze getik op de honderden aanwezige laptops, wat doet denken aan het geluid van het strooien van pepernoten. Schutgens huppelt ondertussen van de ene naar de andere kant van de zaal en illustreert de gortdroge stof over de verschillende wetsartikelen met wilde voorbeelden. Zo wordt een verhaal over dwergwerpen snel opgevolgd door woonadvies: 'Blijf niet wonen in Helmond, het is daar saai', en is er tussendoor een sneer naar de roddelpers. Zelfs zonder de Sinterklaasliedjes is dit college levendiger dan een Afro-Amerikaans gospelkoor op zondag.

'Hebben jullie nog iets in je schoen gekregen?' vraagt Schutgens tien minuten voor het einde van het college. Iemand antwoordt dat hij zelf iets in zijn schoen had moeten doen, maar daar wil Schutgens niet aan geloven. 'Een Sinterklaasatheïst', grapt hij, 'die horen op de brandstapel.' In een duet tussen student en docent vraagt Schutgens waarom er niks in de schoenen van de studenten zat en luidkeels antwoorden ze in koor: 'omdat we niet hard genoeg gezongen hebben.' Dan volgt een serieuze noot. Schutgens belicht dat zijn Sinterklaascollege bijna niet door was gegaan door de 'verziekte Pietendiscussie', maar hij wil toch doorzetten en de demonstranten een toontje lager laten zingen. Terwijl hij de piano tevoorschijn tovert, geeft hij nog wat instructies. 'Uit volle borst meezingen en niet filmen, anders krijg ik een tik op de vingers van mijn vader die op internet ziet wat voor puinzooi ik van deze compositie maak.' De roe was kennelijk een bekende methode in huize Schutgens.

Het concert wordt ingeluid met een voorspel op de piano van de meester zelf en wat stemoefeningen voor het studentenkoor in spe. Vervolgens zingen de toekomstige juristen net zo hard mee met het scala aan Sinterklaasliedjes als dat ze doen met Africa van Toto om vier uur 's nachts in Stretto. Alleen bij Sinterklaas is jarig zijn ze even de tekst kwijt en bij Hoor wie klopt daar kinderen wordt er zonder effect een beroep gedaan op het ritmegevoel waarbij elke student zelf de maatsoort invult. Als afsluiting volgt er nog een heuse solo op de piano bij Zie ginds komt de stoomboot en applaudisseren de eerstejaarsstudenten luid voor de bijzondere uitvoering. Misschien dat ze net als de verdwaalde zesdejaars studenten volgend jaar weer terugkomen voor deze sentimentele samenzang. 

 

Lees meer