De minst inspirerende studenten van 2017

Het zal je niet zijn opgevallen, maar vorige week presenteerde Nultweevier een lijst met de meest inspirerende studenten van 2017. ANS komt daarom nu, net als in 2016, met een lijst van studenten die het afgelopen jaar het minst inspirerend waren.

De lijst wordt aangevoerd door Auke van der Veen, dit jaar voorzitter van de Organisatiecommissie van de Batavierenrace. Hoe Van der Veen deze positie heeft weten te bemachtigen, is voor iedereen een raadsel, omdat hij in zijn leven nog geen meter heeft gerend. Vermoedelijk gaat het hier om een uit de hand gelopen grap die allerminst inspirerend te noemen is.

Nummer twee op de lijst is Sander Nederveen, die zijn dagen in het ESC slijt. Daar observeert hij andere studenten die wel hard aan het werk zijn onder het genot van een bakje koffie. In plaats van studeren, spuugt hij om de zoveel tijd een woordenbrij uit als column voor ANS. Daar heeft werkelijk niemand iets aan.

Ook Pim ten Broeke kan niet op de lijst ontbreken. Nultweevier omschrijft hem heel optimistisch als lid van de Universitaire Studentenraad, maar Ten Broeke heeft de medezeggenschap al een half jaar verlaten. Blijkbaar beweegt Ten Broeke zo weinig mensen dat zijn afwezigheid niet verschilt van zijn aanwezigheid.

Tot slot een eervolle vermelding voor Tijs Sikma, sinds 2015 het prototype van een niet-inspirerende student, die al drie jaar op rij Nijmegen niet weet te inspireren. Ook na zijn vertrek als hoofdredacteur bij ANS heeft hij nauwelijks zijn best gedaan om iets aan die positie te veranderen. De redactie prijst de apathie die nodig is om al drie jaar achter elkaar zo weinig mensen te beroeren.

 

Lees meer

De slag om een Nijmeegse volkswijk

Deze week is het 38 jaar geleden dat in Nijmegen de Piersonrellen plaatsvonden. Krakers en andere Nijmegenaren verzetten zich in 1981 tegen de bouw van een parkeergarage in het centrum. Die actie liep uit op een gewelddadige confrontatie met de marechaussee en ME. ANS ging op pad met oud-kraker Rob Berends om de week opnieuw te beleven.

Tekst: Noor de Kort en Dennis van der Pligt
Foto's: depierson.nl en Noor de Kort

De telefoon gaat, Rob Berends neemt op. Een ander lid van de Nijmeegse kraakbeweging vertelt dat er een actie op handen is. Of Berends naar de Arksteestraat wil komen voor verdere instructies en zich een beetje onopvallend wil gedragen. Het is zondagavond 15 februari 1981.

Ron Berends400xIn een kraakpand aan de Arksteestraat wordt duidelijk wat de honderdvijftig aanwezige krakers te doen staat: op drie plekken rond de Piersonstraat moeten barricades worden gebouwd. In groepjes vertrekken zij richting de Piersonstraat. Scheikundestudent Berends komt met een groepje in een naastgelegen straat, de Karrengas, terecht.

'Het moet hier ergens geweest zijn', zegt Berends (61), terwijl hij met zijn arm een op en neer gaande beweging over de Karrengas maakt. De oud-kraker woont nog steeds Nijmegen, waar hij tegenwoordig werkt voor het artiestenboekingsbureau Paperclip Agency. Al sinds de jaren '80 is hij geen lid meer van de kraakbeweging. 'Ik had mijn diensttijd erop zitten', zegt hij lachend. 'Dat waren wel tropenjaren.'

Vandaag heeft Berends zich in een lange, zwarte jas gehuld, want net als in de nacht van 15 op 16 februari 1981 is de temperatuur net boven nul. Toch lijkt hij weinig last te hebben van de kou: Berends is gedurende de wandeling rondom de Piersonstraat continu aan het woord. 'Je moet me bijsturen hoor, want ik kan hier weken over vertellen', zegt hij glunderend.

Carte blanche
De aanleiding voor de krakersactie in 1981 is het besluit van de Nijmeegse gemeenteraad om een parkeergarage te bouwen in de Piersonstraat, waarvoor veertien woningen tegen de vlakte moeten. Bewoners van de Piersonbuurt – "echte Nimweegse mensen" – willen niet dat hun huizen verdwijnen. 'Ze wilden gewoon bij elkaar blijven wonen', legt Berends uit. In 1980 komt de sloop steeds dichterbij. De bewoners van de Piersonstraat hebben dan al jarenlang vele gerechtelijke procedures doorlopen, en verloren. Berends vertelt dat kunstenaar Jos Sloot destijds een leegstaand pand in de Karrengas kraakte en goede contacten had opgebouwd in de wijk. 'Toen de buurt in 1980 niet meer wist wat te doen tegen de komst van de parkeergarage, zei Jos: "Ik ken wel een paar mensen in de kraakbeweging, misschien kunnen zij helpen." De buurtbewoners waren enthousiast en gaven Jos en een aantal andere krakers carte blanche; ze mochten doen wat ze wilden.'

De krakers komen in 1980 al in actie, vertelt Berends. De oorspronkelijke bewoners van de Piersonstraat verlaten hun huizen om hun huissleutel aan iemand uit de kraakbeweging te geven. 'Een bed, een stoel en een tafel waren toen nog genoeg', zegt Berends. 'Dan was het pand "bewoond" en mocht het niet zomaar worden ontruimd.' Uiteindelijk worden alle woningen die gepland staan voor de sloop op deze manier gekraakt.

piersonblokkades400xBouten, staaldraad en beddenspiralen
Na een maandenlange voorbereiding bouwen krakers in de nacht van 15 op 16 februari 1981 in de Piersonstraat, Karrengas en Zeigelhof barricades rond de gekraakte panden. 'Die nacht was het heel erg koud, dus het was prettig om flink aan de slag te zijn', zegt Berends. Het enige voorwerp dat nog herinnert aan de barricades van toen, is een bout in de muur. 'Tussen die bouten werd staaldraad gespannen. Daar zetten we beddenspiralen tegenaan, en toen zijn we zand gaan graven en ophopen.' Toch stelden de barricades niet veel voor. 'In een halve nacht maak je niet zo veel.'

Berends en zijn medekrakers krijgen die nacht amper tegenstand van de politie. Terwijl zij draden spannen en zand scheppen, organiseren honderd krakers op een andere plek in het centrum een afleidingsdemonstratie. 'Alle agenten gingen met autootjes achter die demonstratie bij de C&A op de Grote Markt aan. Ondertussen waren wij hier', zegt Berends hard lachend. 'De gemeente schrok de volgende dag zo van de omvang van onze actie, dat ze besloot om niets te doen. Er moest landelijke hulp bijkomen.'

In eerste instantie kunnen de krakers op weinig steun van de Nijmeegse bevolking rekenen. 'Jongetjes gooiden eieren en tomaten, maar ook stenen, naar ons', zegt Berends. Agenten hebben op dat moment nog de opdracht om de krakers te beschermen. Zelf spuiten de krakers water richting de jongens. 'Het bevroor meteen, dus ze gleden uit en gingen op hun bek.' Volgens de oud-kraker begrepen veel Nijmegenaren op dat moment nog niet wat het doel van de krakersactie was. Daarom organiseerde de kraakbeweging in de daaropvolgende dagen met docenten en de Katholieke Werkende Jongeren (KWJ) voorlichtingsacties.

'Op woensdag sloeg het om', vervolgt hij. 'Een aantal jochies dat stenen had gegooid, kwam achter de blokkade kijken. "Wat doen jullie? Kunnen we ook wat doen?"' Andere Nijmeegse bewegingen, zoals de antikernenergiebeweging, de vrouwenbeweging en milieubeweging, gaan zich vanaf dan met de actie bemoeien. Zij protesteren tegen de komst van de parkeergarage en willen iedere vorm van geweld voorkomen. Berends wijst op het wegdek richting de Eerste Walstraat. 'Zij zaten hier met honderden mensen op de grond in de kou, net als in de Piersonstraat en de Zeigelhof. Op deze manier creëerden ze een fysieke barrière tussen die gooiende jochies en ons.'

piersonzitblokkades400xZielig hobbyspul
Berends is in de week van 16 februari niet constant op het Piersonplein te vinden. Af en toe slaapt hij op zijn studentenkamer, gaat naar zijn bijbaantje in een platenzaak en in het weekend bezoekt hij zijn ouders in Eerbeek. Op zondagavond 22 februari komt hij terug in Nijmegen. De nacht verloopt voor de krakers aanvankelijk zoals de nachten daarvoor. Om warm te blijven drinken ze veel koffie en eten ze soep. 'Café De Plak, Moeke Nas en andere cafetaria's zorgden de hele week voor eten en drinken.'

In de vroege ochtend van maandag 23 februari is de relatieve rust voorbij: de marechaussee begint met een actie. Eerst zijn de zitblokkades aan de beurt. 'Die mensen hebben het meeste geweld over zich heen gekregen', zegt Berends stellig. 'Ze zijn echt finaal in elkaar geslagen. Marechaussees draaiden hun wapenstok om, zodat met de dikkere kant kon worden gemept. Dat is tegen de dienstinstructie. Mensen zijn echt kapotgeslagen.' Terwijl Berends over de acties tegen de zitblokkades vertelt, is hij nog steeds zichtbaar ontdaan en gefrustreerd. 'Ik zat met mijn broer op een afdakje naast het Piersonplein. We schrokken enorm van het geweld dat er juist tegen de vreedzame blokkades werd gebruikt. We zagen het gebeuren en dachten: "Straks zijn wij aan de beurt. Ze gaan ons gewoon kapotschieten."'

Gedurende de actie van de marechaussee hangt boven de Piersonbuurt al enige tijd een helikopter. Plots vallen er strooibiljetten uit het toestel. Op de vraag wat er op de biljetten stond, steekt Berends triomfantelijk zijn vinger in de lucht en zoekt in zijn zwarte aktetas. Uit de tas komen drie boeken tevoorschijn. Berends zet zijn leesbril op en bladert er een door. 'Hier', wijst hij op een afbeelding van het strooibiljet. In CapsLock verzoekt burgemeester Frans Hermsen de krakers om de barricades te verlaten.

Overheidspamflet400xDe krakers hebben hier weinig boodschap aan: ze blijven zitten. 'Over de daken zagen wij agenten aankomen', vertelt Berends. 'Ze waren met heel veel. Met karabijnen schoten ze traangas naar ons. Sommigen van ons hadden katapulten, waarmee ze stalen kogels of bouten terug schoten. Dat was gewoon zielig hobbyspul waarmee je nog geen konijn raakt. Een steen zou natuurlijk wel effect hebben, maar de afstand was hiervoor te groot.'

'Boven ons hing ondertussen de helikopter om het traangas geconcentreerd te houden. Ik merkte dat ik gedesoriënteerd raakte, dat ik me langzamerhand minder bewust was van wat er gebeurde en dat ik minder controle had over mijn gedachtegang. Daardoor werd ik angstig. Mijn ogen en keel gingen prikken en mijn huid raakte geïrriteerd. Ik wist niet of ik zou gaan neerploffen. Ik moest weg. Langs de Piersonstraat ben ik weggelopen, met mijn helm aan mijn broekriem hangend.'

Van sloop tot bouw
Terwijl Berends het Piersonplein op maandagochtend 23 februari achter zich laat, komt een tank hem tegemoet. Het is een van de vijf exemplaren die op dat moment door de

...
Lees meer

De Speld: 'Bij de PVV kun je niet meer in de overtreffende trap'

'Wilders overweegt samenwerking met PVV-fractie', 'Consumentenbond: brandalarm met snoozeknop onveilig' en 'Facebook komt met like-like button'. Satirische website De Speld - 'uw vaste prik voor betrouwbaar nieuws' - brengt parodieën op de actualiteit alsof zij werkelijkheid zijn. Inmiddels heeft de site meer dan 109 duizend volgers op Facebook en vormt zij een dagelijkse portie vermaak voor liefhebbers van de actualiteit. Oprichter en hoofdredacteur Jochem van den Berg verzorgt vandaag een masterclass op de campus tijdens de eerste dag van het Wintertuinfestival. ANS sprak hem alvast over morele grenzen, zijn redactie en een maatschappijkritische houding. Het idee voor De Speld kreeg Jochem van den Berg tijdens het lezen van de Metro in de trein. 'Ik dacht: eigenlijk zouden we veel betere onzin moeten hebben.' Geïnspireerd door het Amerikaanse The Onion - 'America's finest news source' - ging hij op onderzoek uit en zo ontdekte hij dat de meeste moderne, westerse landen al een satirisch nieuwsplatform hadden. In 2007 besloot Van den Berg samen met een groep vrienden in de Nederlandse variant te voorzien. Dienden deze buitenlandse voorgangers als een voorbeeld voor jullie? 'Ja en nee. Wij pretenderen niet het idee van een satirische nieuwssite te hebben bedacht, natuurlijk  keken wij naar buitenlandse collega's. Toch heeft ieder land weer zijn eigen taal en cultuur en bovendien ander nieuws, dus wij moesten zelf uitvinden wat in Nederland het beste werkt. 'Bij ons zie je bijvoorbeeld minder sierlijk taalgebruik, we schrijven meer sec. Of we ook harder zijn dan in andere landen? Dat denk ik niet. The Onion bijvoorbeeld kan ook flink uithalen bij tijd en wijlen.' amsterdam 13-02-2012, Jochem vd Bergfoto Leonard FäustleOver dat hard zijn gesproken: jullie trekken allerlei gebeurtenissen en ontwikkelingen in het absurde, dat kan pijnlijke situaties opleveren. Hebben jullie binnen de redactie wel eens discussies over morele kwesties? 'Met satire zoek je grenzen op, natuurlijk hebben we daar dan discussie over. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij rampen of mensen die overleden zijn, het kan heel gevoelig liggen als je hier iets mee doet. Zo hadden wij voor de begrafenis van prins Friso een stuk met een verwijzing naar het Koningslied klaarliggen waarvan wij uiteindelijk toch besloten het niet te plaatsen.' Met 'Nabestaanden hinderen NOS-berichtgeving Filipijnen' haaktenjullie toch in op orkaan Haiyan. Waarom was dit wel acceptabel? 'Daar hebben wij helemaal geen discussie over gehad. De NOS deed in meerdere items verslag van mensen die geen tickets meer konden krijgen om de rampgebieden te verlaten. Vervolgens zeiden ze dat ze zelf gelukkig wel tickets hadden kunnen bemachtigen. Dit stuk was gewoon regelrechte kritiek op de NOS.' Het is voor te stellen dat bepaalde opvallende situaties of personen zich goed lenen voor jullie stukken. Waren jullie bijvoorbeeld blij met de komst van Geert Wilders? 'Nee, de PVV werkte zelf al met uitvergrotingen en dat maakte het voor ons lastig. Wilders ging zoveel rare voorstellen doen dat je met satire niet meer in de overtreffende trap kon. De partij was het absurde zelf al voorbij. We hebben toen op andere manieren naar de situaties moeten kijken en dat is ook wel gelukt. Toen zoveel leden uit de partij werden gegooid vanwege dubieuze carrières, hebben wij geschreven over een PVV'er die werd weggezet omdat zijn intellectuele verleden aan het licht kwam.'
Satire is snel maatschappijkritisch. Is dit ook een van jullie doelen?  'Soms nemen we een duidelijk standpunt in, ja. Dat gebeurde onder andere bij de Zwarte Piet-discussie. In reactie op de Pietitiekwamen wij met een Koloniepetitie.' Op deze Facebookpagina riepen zij de mensen op om te strijden 'tegen het kwijtraken van onze koloniën'. Een duidelijke verwijzing naar het racistische verleden van de Sinterklaastraditie. Op de site bekritiseerden ze de eeuwige discussie met berichtenals 'Columnisten in training voor Zwarte Pieten-discussie'. Toch neemt De Speld bij lang niet alle onderwerpen bewust een standpunt in. 'Ideologische discussies hebben we binnen de redactie nooit. Daar komen we toch niet uit, want er lopen hier zowel veel linkse als rechtse mensen rond.' Na lancering van de website werd het schrijversteam geleidelijk uitgebreid tot de huidige groep cabaretiers, journalisten en promovendi. 'Zo is het een beetje een bij elkaar geraapt zooitje geworden.' Hoe verloopt het denkproces binnen deze redactie? 'We werken heel veel samen. Als iemand een idee heeft gooit hij het in de groep. Alle slechte voorstellen worden met stilte beantwoord en alle goede worden aangemoedigd. Hard, maar eerlijk dus.'
Jochem van den Berg geeft vanmiddag van 12.30 tot 14.00 uur een masterclass in de zijzaal van de Refter. Meer informatie over deze lezing of andere onderdelen van het Wintertuinfestival - waaronder natuurlijk ANS Presenteert - vind je in het programmaboekje. Tekst: Kiki Kolman Foto uit eigen archief Jochem van den Berg

 

Lees meer

Doof op de RU

Tashi is een dove PhD-student die van Florida naar Nederland verhuisde voor haar promotieproject over cross-signing: een communicatievorm die dove mensen gebruiken wanneer ze geen gemeenschappelijke taal hebben. ANS interviewde haar om meer te weten over de wereld der doven.

Tekst: Myrte Nowee en Katarina Laken
Foto's: Ted van Aanholt


Wanneer we het kantoor van Tashi binnenkomen, blijkt haar aandacht trekken de eerste hindernis van onze andere manier van communiceren. Haar horende collega's merken onze entree op en adviseren ons op haar bureau te tikken. Ze voelt de trilling, kijkt op en glimlacht. Ze nodigt ons uit om naast haar voor de computer te gaan zitten. We typen om de beurt en leren over haar leven.
 

tashi 370x 2Hallo Tashi! Hoe is het om doof te zijn in de Verenigde Staten (VS) in vergelijking met Nederland?
De Nederlandse overheid geeft dove mensen een jaarlijkse toelage voor het huren van een doventolk in zowel werk- als levenssituaties. In de VS is het de verantwoordelijkheid van de werkgever om tolken of een andere communicatiemanier aan te bieden. Het systeem hier omvat meer werk van onze kant maar ik waardeer de vrijheid van het zelf kunnen kiezen van een tolk. Ook de Radboud Universiteit biedt tolken aan als ik naar een conferentie ga. 

Een van de weinige dingen die ik mis vanuit de VS is de Video Relay Service, een 24/7 video-interpretatieservice. Hiermee kan een doof persoon op ieder moment van de dag of nacht telefoneren via een tolk op webcam of videotelefoon. Geen enkel ander land ter wereld heeft een soortgelijk systeem, behalve de VS dus en sinds vorig jaar ook Canada.'

Ervaar je een taalbarrière met het Nederlands?
'Ik zie dit meer als een taalkans dan een barrière. Ik hou namelijk van het leren van nieuwe talen, en het Nederlands ligt redelijk dicht bij Engels. Het is daarom niet zo moeilijk als andere talen die ik heb geleerd. Daarnaast is de vertaling van digitale documenten er flink op vooruitgegaan. Ik zal je een nieuwe app laten zien die ik net dit jaar heb gekregen.'

- Tashi pakt haar telefoon en vraagt ​​ons om iets te zeggen in het Nederlands of Engels. Terwijl we 'wat moet ik zeggen?' zeggen verschijnen de woorden op het scherm. -

'Ik oefen Nederlands in gesprekken door de bijschriften in de app te lezen. Mensen kunnen kiezen of ze liever spreken of typen. De app werkt helaas niet zo goed met achtergrondgeluiden en is ook het meest nauwkeurig met VS Engels, maar ook andere talen zijn opmerkelijk goed tegenwoordig.'

Je fietst hier ook regelmatig, hoe zit het wanneer auto's toeteren of fietsers bellen om je te waarschuwen?
'Dat bewijst alleen maar dat je nooit mag aannemen dat iemand je hoort. Ook bind ik mijn krukken op de achterkant van mijn fiets, zodat mensen hopelijk merken dat er iets anders is en me een beetje extra ruimte geven. Ik heb een paar close calls gehad maar op een acceptabel niveau. Gelukkig is het fietsen hier sowieso redelijk veilig door de aparte fietspaden.'

Heb je vooral dove of juist horende vrienden? Welke taal gebruik je met hen?
'Ik heb beide en de meesten gebruiken gebarentaal. Het is natuurlijk vrij normaal dat je vriendenkring een gemeenschappelijke taal heeft, anders wordt het lastig om bevriend te raken. Ik heb mijn vrienden leren kennen op de universiteit maar ook door dove gemeenschappen. Er zijn niet veel dove mensen in Nijmegen, dus de meeste van mijn sociale contacten in de dove gemeenschap wonen in andere steden. Het uitstekende Nederlandse treinsysteem maakt het gemakkelijk om naar andere steden te reizen. Dit is bijna net zo belangrijk als de fietspaden voor mij. Daarnaast vindt er sinds vorige maand weer maandelijks een gebarencafé plaats in The Yard bij het sportcentrum. Iedereen is welkom, maar je moet natuurlijk wel gebaren.'

interview 370x boeken 370x

 

 

 

 

 


Je vertelde dat je een kat hebt. Hoe communiceer je met haar? Gebruik je ook gebarentaal?

'Jazeker! Daarnaast spreek ik ook Khmer tegen haar, de Cambodjaanse taal. De Khmer-taal is bij uitstek geschikt voor katten, vanwege de nadruk op de 'aa' klinker die katten goed kunnen herkennen. Zoals het woord voor kat: chmaa, mama: maa en eet: nyaam.

Mijn kat lijkt te begrijpen dat ik doof ben. Wanneer ze iets wil tikt ze me met haar poot en ze waarschuwt me voor geluiden zoals een klop op de deur of mijn huisbaas die thuis aankomt. Ik heb dus ook geen deurbel met knipperlicht nodig en ben me bewust van veel geluiden om me heen. Ze is een soort dienstkat. Ze is niet expliciet getraind, maar we hebben een hechte band. Ze staat altijd aan mijn zijde - of bovenop me - dus alle reacties die ze heeft, merk ik meteen op.'

Wat is het grootste verschil tussen dovencultuur en horende cultuur?
'Over het algemeen zijn dove mensen directer. Ik voel me daarom hier in Nederland erg thuis omdat ook horende mensen hier direct zijn. Het is heel verfrissend, zeker in vergelijking met het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast zijn we erg goed in het delen van informatie onderling. Historisch gezien hadden doven namelijk veel minder toegang tot informatie dan het grote publiek. Vaak is dit nog steeds het geval.

Ook zijn we erg touchy. We krijgen elkaars aandacht door op elkaar te tikken of van een afstand te zwaaien en we hebben de neiging om veel te knuffelen. Soms moet ik mezelf herinneren dat horende mensen niet zo gewend zijn om aangeraakt te worden door vreemden.'

Herken je andere dove mensen snel?
'Jazeker! Twee of meer dove mensen samen zijn natuurlijk gemakkelijk te herkennen vanwege het gebaren, maar er is ook een soort "doven radar". Soms herken ik een dove in het openbaar zonder dat ik of die ander aan het gebaren is. Ik weet niet precies hoe dat komt, misschien door gedrag dat door anderen over het hoofd wordt gezien. Misschien kijken we meer rond, maken we een ander soort oogcontact.'

Welk advies heb je voor horende mensen om te communiceren met dove mensen?
gebaren 350x
'Zoals met alles: vraag het. Sommige dove mensen vinden het niet erg om te liplezen. In die situatie kun je het beste gewoon normaal te spreken en dus niet te overdrijven of heel langzaam te spreken. Persoonlijk heb ik heel weinig geduld om te raden wat mensen zeggen - wat liplezen eigenlijk is - dus typ ik het liefst zoals nu, of gebruik ik mijn app. Dat maakt het gesprek gelijkwaardiger. Het is daarnaast belangrijk om te onthouden dat tolken er niet alleen 'voor dove mensen' zijn, maar ook voor de horende mensen die bij het gesprek betrokken zijn. Tolken omvat ten minste twee talen.'

Beschouw je doof zijn als een beperking of als een verrijking van jouw leven?
'Vooral als een verrijking. Ik denk dat mijn leven er heel anders uit zou zien als ik kon horen. Onze gemeenschap is geweldig en ik kan me niet voorstellen dat ik die niet zou hebben. Wat betreft een beperking, de betekenis van dat woord is niet voor iedereen hetzelfde. Ik identificeer me als gehandicapt, maar enkel omdat de samenleving barrières opwerpt, niet omdat ik zelf vindt dat ik een beperking heb.'

Stel je voor dat er een nieuwe uitvinding gedaan zou worden die ervoor zorgt dat je zou horen, zou je daar interesse in hebben?
'Daar heb ik geen interesse in, nee. Ik zou misschien voor een dag nieuwsgierig zijn, maar zonder de optie om het te kunnen uitzetten, nee bedankt. Ik ben blij zoals ik ben.'

 

 

 

 

 

Lees meer

Door het oog van de fotograaf

Van de oevers van de Waal tot uitgestrekte meren in Nieuw-Zeeland: leden van studentenfotografievereniging De Cycloop zijn altijd op zoek naar het perfecte plaatje. Dertig van hun beste foto's zijn de hele maand juli te zien bij een expositie in Bibliotheek de Mariënburg.

Tekst: Joep Dorna
Foto's: Syl Bogers, Roelof Hoeksema, Steven Huls en Rutger van Loo /De Cycloop

Studentenfotografievereniging De Cycloop bestaat al sinds 1980, maar veel studenten weten volgens voorzitter Roelof Hoeksema niet van het bestaan van de vereniging af. 'Met de expositie hopen we wat meer aandacht voor onze vereniging te genereren', vertelt hij. Ook denkt Hoeksema, zelf student Informatica, dat de meeste studenten niet weten hoe leuk het is om foto's te maken. 'We schieten overal foto's van. Laatst hadden we als fotografieopdracht het eten van rode pepers, waarna we foto's van elkaars gezichten gingen schieten', grinnikt hij.

Beginnende fotografen kunnen zich ook aanmelden bij de fotografievereniging voor een basiscursus fotografie. Volgens Cycloop-lid Rutger van Loo, die de expositie mede-organiseert, hoeven zij niet per se veel geld te investeren om mooie foto's te maken. 'Veel mensen investeren veel in een dure camera voordat ze beginnen met foto's maken', vertelt Van Loo. 'Je moet eerst beginnen met foto's maken voor je een dure camera koopt.' De fotograaf lacht wanneer hij wordt gevraagd naar een tip voor beginnende fotografen. 'Als je beter wil worden, moet je je foto's aan mensen laten zien die kritisch zijn. Niet aan je moeder – zij zegt toch wel dat je foto's mooi zijn.'

Cycloop expo foto Rutger

Van Loo is zelf met drie foto's op de expositie te vinden. Hij hanteert een simpel recept bij het maken van het perfecte plaatje. 'Ik kies vaak een mooie achtergrond uit, dan wacht ik tot iemand voorbij loopt die ik fotogeniek vind, en vervolgens maak ik een foto. Bij de mooiste plaatjes kan je zelf achteraf een verhaal bedenken. Je ziet iets, weet niet waarover het gaat, maar je kan je toch voorstellen wat er op de foto aan de hand is.' Een van zijn foto's toont een oud echtpaar in de sneeuw. 'Het voordeel van fotograferen in de sneeuw is dat niemand het merkt wanneer ze worden gevolgd', lacht hij.

Cycloop expo foto Steven

Als student Biologie fotografeert Steven Huls graag levende wezens. 'Voor deze tentoonstelling heb ik getwijfeld om vlinders te laten zien. Vlinders vind ik zelf erg mooi, maar ik weet niet of veel anderen die ook aan de muur zouden willen hebben.' Met die gedachte heeft Huls twee foto's van Nijmegen ingezonden, waaronder een foto van de Waalbrug. 'Het mooie aan deze foto is hoe het licht valt. Je ogen gaan meteen naar de lichte vlekken in het gras, en pas daarna naar de rest van de foto.'

Cycloop expo foto Roelof

Voor zijn eigen foto's zijn voor voorzitter Hoeksema een aantal zaken van belang, waaronder kleur. 'In deze foto klopt de kleur van de jurk precies met het schilderij dat achter haar hangt en de kleuren in het tapijt. Daardoor komen de verschillende elementen mooi met elkaar overeen. Kleur kan een belangrijk hulpmiddel zijn om een link tussen je hoofdonderwerp en de rest van de omgeving te creëren.'

Cycloop expo foto Syl

Syl Bogers heeft haar foto's in Nieuw-Zeeland geschoten, waar haar vriend woont. 'De rust en ruimte van Nieuw-Zeeland raakt mij', vertelt ze gepassioneerd. 'Dat gevoel probeer ik vast te leggen in mijn foto's.' Alle vier inzendingen van de student Natuurkunde tonen uitgestrekte landschappen rondom schilderachtige meren. 'Voor deze foto had ik wel wat geluk. Ik was met mijn vriend aan het eten op onze camping toen de maan schitterend opkwam. De maan lijkt ook heel groot omdat hij heel dicht bij de berg staat. Vaak kan je zulke dingen plannen door tijdens zonsopgang of zonsondergang te gaan fotograferen, maar in dit geval was het puur toeval.'

Deze en 26 andere foto's zijn de hele maand juli nog te zien in Bibliotheek de Mariënburg.

 

Lees meer

Een nieuwe partij, gewoon omdat het kan - De Hooiberg

Scherper dan De Speld, en ook makkelijker te vinden: De Hooiberg. De nieuwsrubriek waar je zo doorheen prikt. Deze keer: Een nieuwe partij, gewoon omdat het kan                                                                                                                       
Tekst: Vincent Veerbeek    
Illustratie: Roos in't Velt

 

'A specter is haunting the RU.' Met deze illustere woorden begon de algemene Nijmeegse studentenpartij (aNs) deze week haar manifest. 'Leuker kunnen we het wél maken', aldus de verveelde studenten die de verkiezingen op willen schudden.

Naar eigen zeggen wil de partij het gat vullen dat is geslagen in het politieke landschap van de Universitaire Studentenraad (USR) na het vertrek van De Vrije Student (DVS) vorig jaar. Niet op ideologisch gebied, alleen voor het entertainment. 'Bier en moppen tappen, daar was DVS goed in en die markt ligt nu volledig open', aldus een kopstuk van aNs die anoniem wil blijven. 'Het gaat niet om ons maar om de student. Je moet wel een flink ego hebben om foto's van je eigen hoofd gigagroot over de hele campus op te hangen.'

Grote ambities
Acht zetels, twee partijen: hoe zou het aflopen? Inderdaad, met een berg flyers en een hoop gekleurde stoepen. Geen lol aan, vindt aNs. 'Of we de USR minder saai kunnen maken, is de vraag. We beginnen klein en mochten we per ongeluk een zetel winnen, zetten we het feestje daar gewoon voort.' Zo niet, dan zal de gevestigde orde nog een jaar ongestoord aan hun stokpaardjes kunnen werken, of dat nu middelbare scholieren wegpesten uit de bieb is of de jaren zestig proberen te laten herleven.

Naast hun droom om de USR-verkiezingen weer leuk te maken, heeft aNs ook een aantal beleidspunten. 'Een aantal ja, geen populistisch manifest van 10 punten of een encyclopedie waar je drie weken op moet blokken. Gewoon zoveel als we er konden bedenken.' Zo zou de partij het Green Office een veto geven op alle duurzaamheidsbeslissingen van de universiteitstop. Verder moet het muziekbeleid op de campus op de schop. 'Geen gezeik met technodeuntjes of Skyradio, gewoon 24/7 het Radboudlied uitgevoerd door een Schots doedelzakkwartet. Daar is de universiteitspopulatie ten minste onverdeeld over.'

Pilsmaatjes
De lijsttrekker van asap reageert gelaten op het nieuws: ‘Zolang ze zich maar niet gaan inzetten voor poortjes in de UB vinden wij het alleen maar gezellig.’ Studentenfractie AKKUraatd noch studentenvakbond AKKU waren bereikbaar voor commentaar, naar verluidt staan ze te roepen in de woestijn. Rector magnificus Han van Krieken is in elk geval enthousiast: 'Ik vind het helemaal mooi, meer studenten om mee te pilzen – wel na half vier uiteraard!'

 

Lees meer

Even helemaal iets anders: bijzondere vakken aan de RU

Vorig jaar besteedde ANS al aandacht aan het belang van interdisciplinair onderwijs. Buiten de grenzen van je eigen vakgebied kijken, kan erg nuttig zijn. En er is voor ieder wat wils aan de Radboud Universiteit (RU). De vakken die studenten kunnen volgen variëren van ‘Sterevolutie’ tot ‘Goederenrecht’. Maar voor wie eens helemaal iets anders wil doen, zijn er ook genoeg bijzondere vakken te vinden. ANS zocht er vijf voor je uit.

I made the devil do it: Conjuring Spirits in Late Medieval England (5 EC)
Voor wie de boeken van Harry Potter allang heeft verslonden of voor wie de boeken net iets te simpel vond, bestaat er een vak over magie in Engelse literatuur. Tenminste, magie in literatuur uit de middeleeuwen. Bij dit vak leren studenten hoe magie als consistent, logisch systeem werkte, voordat de moderne tijd aanbrak. Volgens de vakomschrijving is het behulpzaam om te kijken naar hoe onze voorouders omgingen met vraagstukken, die de mens nu nog steeds bezighouden. In de middeleeuwen was magie hierbij een belangrijk element. Het vak stelt geen voorkenniseisen en is dus voor iedereen te volgen.

Biodiversiteit (6 EC)
Haal je liever een frisse neus dan dat je met je neus in de boeken zit, dan is dit vak ideaal. Het tentamen voor ‘Biodiversiteit’ bestaat namelijk uit een persoonlijke toets over het herkennen van planten en insecten. Die moet je natuurlijk eerst vinden, dus ga je de velden in op zoek naar vlinders en planten. Met deze kou misschien geen pretje, maar dan is een kop warme chocolademelk extra verdiend. En je hebt wel mooi zes studiepunten binnengesleept.

Gelukkig leven (5 EC)
Hoe word ik gelukkig? Het antwoord op deze vraag zouden we allemaal wel willen weten.
Maar waar worden we gelukkig van? En wat is geluk eigenlijk? Tijdens dit vak benader je geluk op een wetenschappelijke manier en onderzoek je welke factoren daarbij een rol spelen. De colleges worden gegeven door docenten met verschillende deskundigheden. Zo wordt er een college gegeven over de psychologie achter geluk, maar ook een over de economische kant van geluk. Of je helemaal zen wordt van het college geluk en mindfulness, moet nog blijken, maar interessant klinkt het wel. Als je dit vak volgt ben je niet alleen een paar EC, maar ook een boel levensinzichten rijker.

Extreme makeover. Lichaamstransformaties cultuur en ideale zelf (v/m) (5 EC)
Het schoonheidsideaal verandert met de tijd en is binnen elke cultuur anders. Tegenwoordig is het streven naar dat ideaalbeeld vergemakkelijkt door de komst van plastische chirurgie. Daarnaast lijken de grenzen tussen de geslachten te vervagen. Hoewel de naam van het vak dus suggereert dat het om mannen en vrouwen gaat, behandelt het vak ook alles er tussenin. Voor wie zich afvraagt waar het ideaalbeeld eigenlijk vandaan komt en of het wel echt zo is dat onze (gender)identiteit vrijer is dan ooit, kan zijn hart ophalen bij het vak ‘Extreme makeover’ van de Faculteit der Sociale wetenschappen.

Mechanical engineering: designing and manufacturing instruments (2 EC)
In twee weken worden studenten klaargestoomd om ingenieur te worden, dat is de bedoeling van het vak Mechanical engineering: designing and manufacturing instruments. Aan het eind van deze cyclus heb je niet alleen geleerd om te denken als ingenieur, maar ga je ook naar huis met een zelfgemaakte bankschroef. De toetsing bestaat namelijk uit het ontwerpen en maken van dit gereedschap.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Extreme Radboudrakkers

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wanneer ik op de Radboud Universiteit (RU) mensen rond zie lopen in die verschrikkelijke rode hoodies, dan denk ik vrijwel direct dat ik te maken heb met nieuwelingen. In het begin denken zij namelijk dat het dragen van een Radboudhoodie een statussymbool is. Het duurt niet lang voordat alle nieuwe studenten doorhebben dat dit wel meevalt en dat het qua stijl de lelijkheid van het Erasmusgebouw evenaart. Van openbare 'Radboudliefde' is vervolgens gelukkig weinig sprake.

Hoe anders is het aan de andere kant van de oceaan. Toen ik me voor de eerste keer naar de boekwinkel op de campus begaf, verwachtte ik een soort Roelants 2.0: een stoffige winkel maar dan net wat groter, zoals alles in Canada groter is. Ik kwam bedrogen uit. Als de universiteit hier N.E.C. is, dan is de 'boekwinkel' de fanstore. Terwijl ik verwoed zocht naar een theorieboek over generatieve syntaxis, raakte ik verdwaald in een woud van hoodies, shirts, baseball-caps, ondergoed, sjaals, sokken, jassen voor ieder seizoen, tassen, thermosmokken, gewone mokken, agenda's, collegeblokken en nog veel meer rommel bedrukt met het universiteitslogo.

Als leider van het verzet tegen affectie in het openbaar werd ik vervuld met afschuw. Dit werd alleen maar erger toen ik erop ging letten of studenten zich ook tentoonstellen met al deze gigantische meuk. Dat doen ze namelijk zoals ik m'n Schultenbräu altijd dronk: zonder mate. Studenten uit alle jaarlagen lijken minstens vier keer per week solidariteit uit te dragen met de universiteit waar ze een godsvermogen aan collegegeld aan hebben betaald.

Het is een schaamteloze vertoning van universitair chauvinisme waarbij bescheidenheid een waarde is die klakkeloos het raam uit wordt gedonderd. Begrijp me niet verkeerd, het is een prima universiteit met goede faciliteiten en een prettige campus, maar daarin zal het vast niet verschillen met andere universiteiten. Een extreme vertoning van verbondenheid met deze universiteit maakt je geen betere student. Integendeel, het laat eigenlijk alleen maar zien dat je te lui bent om naar een fatsoenlijke kledingwinkel te gaan. Geef mij maar de nuchtere houding op de RU, waar extreme Radboudrakkers met hun rode hoodies een uitstervend ras zijn.

 

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Geen fratsen

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wonen in Canada, ik kan het iedereen aanraden. Of nou ja, eigenlijk niet, want het fijne aan dit land is nou juist dat het niet heel dichtbevolkt is. Zelf ben ik, na het inleveren van mijn scriptie aan de Radboud Universiteit in juni, vertrokken naar Vancouver. Dat is dan weer precies zo'n stukje Canada dat juist heel dichtbevolkt is. Desalniettemin kost het niet veel tijd om je alleen op de wereld te voelen, op de top van een berg, met enkel een racefiets en een lege bidon. Kortom, goed toeven.

Het dient wel gezegd te worden dat het niet alleen maar rozenkleur en maneschijn is als je voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Met langere tijd bedoel ik niet de standaard uitwisseling die getypeerd kan worden als een alle-dagen-feest-periode. Ik heb het over twee jaar. Dat is dusdanig lang dat het noodzakelijk is om een ritme te vinden, een leven op te bouwen, en een plek te vinden in 'de samenleving', zoals men dat noemt. Dat laatste is het ergste wat er is. Eerlijk is eerlijk: de mensen hier zijn heel aardig, zeer verwelkomend, en doen hun uiterste best om je thuis te laten voelen. Zij vergeten alleen een heel belangrijk ding: ik ben een Nederlander. Sterker nog, ik ben een calvinistische Hollander. Mijn jaren aan de katholieke Radboud Universiteit hebben mij niet minder calvinistisch gemaakt en ik verafschuw ieder enthousiasme dat niet voortkomt uit een geslaagde graanoogst.

Het zal geen verrassing zijn dat mijn afschuw voor uitbundigheid niet bevorderlijk is voor de poging mij hier thuis te voelen. Noord-Amerikanen – Canadezen dus niet uitgezonderd – worden enthousiast van iedere zucht en scheet. De volgende anekdote laat ik als bewijs dienen.

Tijdens een weekend weg besloot ik nieuwe hardloopschoenen te kopen. Niet veel eerder had ik in Nederland nieuwe schoenen gekocht, maar de zolen vielen er vrij snel vanaf. Een leven zonder hardlopen is voor mij zo goed als onmogelijk, dus ik moest en zou nieuwe hardlooppattas kopen. Toen ik de verkoopster vertelde dat ik nieuwe schoenen zocht, was haar eerste antwoord: 'Awesooooooome'. Dit vond ik enigszins overdreven, want het vooruitzicht om $230 uit te geven, vind ik niet bepaald geweldig. Hier was ik nog wel tolerant voor het cultuurverschil, dus ik legde geduldig uit dat ik een ander merk wilde omdat van mijn huidige, ook nog nieuwe schoenen, de zolen afbladderden. Haar reactie was volkomen identiek: 'Awesooooooome'. Nu was het niet enkel overdreven, maar simpelweg ongepast. Schoenen zonder zolen zijn allesbehalve Awesooooooome. Dat is juist iets heel vervelends. Na nog enkele keren dit gewauwel aangehoord te hebben en een godsvermogen te hebben betaald aan nieuw schoeisel, was mijn geduld wel op en was ik blij dat ik de winkel uit was.

Op dat moment verlangde ik weer even terug naar Nijmegen, waar het Erasmusgebouw streng over de campus waakt; waar je in de refter soms niet eens een glimlach toegeworpen krijgt; waar zelfs eduroam een hekel aan je heeft; waar sarcasme de meest uitbundige emotie is en waar dingen hooguit 'stom', 'oke', of heel misschien 'wel leuk' zijn. Eigenlijk verlangde ik het meest naar de C1000, die jaren lang een succesvol verdienmodel hadden met een onuitbundige slogan: Geen fratsen, dat scheelt.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Gegijzelde superster

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Leven als een superster, wie wil dat nou niet? Lang leek het voor mij een onbereikbare droom, maar het is werkelijkheid geworden. Sinds ik bijlessessies organiseer voor de tentamenweken kom ik om in de fans. Of ja, eigenlijk heb ik slechts een fan en de situatie is misschien wat minder simpel dan ik het nu laat klinken.

Wanneer ik bijles geef aan een grotere groep studenten ben ik vooral bezig met de stof en herken ik hooguit enkele gezichten. De rest sla ik niet eens op. De bijleskindjes hebben exact het tegenovergestelde. Zij onthouden mijn hoofd bijzonder goed en vergeten vervolgens alle stof. Dat heb ik geweten, want er bleek een fanatieke groupie te zijn die mij sindsdien telkens confronteert met haar bestaan.

Het begon met een calvinistische knik bij wijze van begroeting, maar nu de frequentie van ontmoetingsmomenten toeneemt, wordt de uitbundigheid van begroeten significant groter. Toen ik eens als vanouds zat te wachten tot de deuren van het ESC voor mij open gingen, zat zij er ook. Zij wachtte alleen niet op de opening, maar op mij. Althans, dat is wat ik er van maak. Dit leek mij het toppunt, maar er komt meer. Laatst zat ik nietsvermoedend aan mijn scriptie te werken en plots maakte zij haar aanwezigheid bekend, waarna zij de plaats naast mij bezette.

Wat een ongemak, want ik moest nu wel de nodige small talk verrichten. In supersterterminologie heet dat ook wel een Meet and Greet. Eigenlijk viel het zo erg nog niet tegen en sindsdien ben ik zelf ook iets enthousiaster geworden. Tegenwoordig groet ik haar iedere keer uit mezelf. Als tegenprestatie ontvang ik dan een stralende glimlach. Het voelt fantastisch om zo'n fan te hebben: daar kan Lady Gaga nog een puntje aan zuigen.

De laatste tijd zwelg ik in narcistische zelfadoratie en ik was ook uiterst beledigd toen een vriend laatst vroeg of ik 'nog last had van die stalker'. Zo zag ik het inmiddels niet meer. Of had hij een punt?

Stalker, groupie, fan, wat is het verschil? Het lijntje tussen een supersterrenbestaan en het Stockholmsyndroom blijkt erg dun te zijn. Ondertussen begin ik vast met het opzetten van mijn eigen modelijn.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Helemaal Loco

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek 

De Radboud Universiteit heeft de lente in de bol, wat betekent dat de studenten mogen uitkijken naar Radboud Rocks. Zo'n universiteitsfestival klinkt leuk, maar het resultaat is niet bepaald iets om je vingers bij af te likken. De organisatoren hebben een groot scala aan belachelijke activiteiten uit de kast getrokken, waarvan de een nog erger is dan de ander.

De grootste gruwel die ik tot zover langs heb zien komen, is de Grote Studenten Battle. Nieuw is het niet, maar velen zullen er net als ik nog nooit van hebben gehoord. Het idee is dat tien studie- of studentenverenigingen de strijd met elkaar aangaan. Mijn eerste hoop was dat ik de kans zou krijgen om ouderwets te apenkooien zoals vroeger bij gymles. Jeugdsentiment in optima forma, dacht ik. Valse hoop, want de spelleiding is namelijk in handen van de zogenaamde Loco Loco Discoshow. Er wordt niet uitgelegd wat dat precies inhoudt, maar afgaande op de naam dacht ik in eerste instantie dat dit de line-up was voor de festiviteiten bij het kinderdagverblijf op de campus. Dat is dus niet zo, want zij zijn toch echt ingehuurd voor de Studentenbattle. Sterker nog, de universiteit dikt de aanwezigheid van die Loco's nog even aan. De studenten kunnen, in de woorden van de universiteit, 'een hilarisch programma met bizarre opdrachten en maffe spelletjes' verwachten, en dat dus allemaal dankzij de Loco Loco Discoshow.

Het is onvermijdelijk dat dit een gênante vertoning gaat worden, maar het wordt nog erger. De winnaar van deze Loco Loco Studentenbattle krijgt namelijk een prijs die zo mogelijk nog idioter is dan het spel zelf: een stoeptegel. Zelfs als een mislukte grap is het niet leuk, desondanks heeft de organisatie besloten dat de winnaar van het spel voor eeuwig een litteken van deze verschrikking zal overhouden in de vorm van een stoeptegel op de campus.

Het idee van een Studentenbattle met Loco Loco's aan het roer is natuurlijk al een infantiel dieptepunt, maar die stoeptegel maakt het af. Ik weet nog dat als ik als kind losse stoeptegels verfde voor mijn ouders, die dan met een zuur gezicht zeiden dat ze het erg mooi vonden. Zij haalden het niet hun hoofd om die stoeptegel echt een plaats te geven, want zij begrepen ook wel dat je lelijke kunstzinnigheid niet moet stimuleren. Daar denkt de Radboud Universiteit duidelijk anders over en dus mogen we uitkijken naar een kleurrijke verrijking van de campus in de vorm van een stoeptegel.

Het is uiteraard het beste om dit hele idee van tafel te vegen, al vermoed ik dat zoiets niet zal gebeuren. Laat ik dan in ieder geval een tip geven voor een alternatieve prijs: onbeperkt bier drinken in het Cultuurcafé voor alle deelnemers. Dan kunnen ze de nare herinneringen aan de Studentenbattle zo snel mogelijk weer vergeten.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Koffiedeksels nog aan toe!

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als doorgewinterd koffieslurper beschouw ik mezelf toch wel als expert op het gebied van dat zwarte goedje. Toen enkele maanden terug C opende, in het Elinor Ostromgebouw (EOS), was ik nogal kritisch op de gevleugelde slogan "De lekkerste koffie van de campus." Dat leek nogal hoogmoedig, om voor de opening al met die slogan te strooien. Hoe kun je nou weten of het echt de lekkerste is als niemand nog heeft kunnen ervaren hoe je koffie smaakt? Daarbij ziet het er allemaal nogal hipster uit, wat vaak gelijk staat aan buitenproportionele prijzen voor een bakkie pleur.

Op voorhand was ik dus niet erg positief. Van mijn ouders heb ik geleerd dat vooroordelen niet goed zijn, dus voor een eerlijk oordeel zat er niets anders op dan diep in de buidel te tasten voor wat een halfvol bekertje koffie bleek te zijn. Het kostte slechts enkele flinke teugen om twee dingen vast te stellen. Het eerste was dat een halfvol bekertje heel erg weinig is. Het is echt snel op. Het tweede, en misschien ook wel belangrijkste, is dat de koffie zeker erg goed is. Sterker nog, mijn cynisme over de slogan is verdwenen.

Mijn negatief kritische houding is dus zeker veranderd, als het om de koffie gaat althans. Want laten we eerlijk zijn, er schort nogal wat aan C. Als je bedenkt dat de Radboud Universiteit (RU) het nieuws haalde met het opkopen van emissierechten om deze vervolgens niet te gebruiken, dat het EOS staat vol staat met bakken voor afvalscheiding, en dat alle bekertjes bij C van hernieuwbaar materiaal zijn, dan lijkt de RU net Greenpeace. Hartstikke goed dus, lekker duurzaam, toch? Dat denkt C ook, zij hebben boven hun bar een bord hangen met daarop 'Soep van de Verspillingsfabriek' en 'Stop Waste.' Klinkt goed, maar volgens mij is het niet meer dan symbolisch. Want je kunt er niet omheen dat bij C schaamteloos plastic deksels voor op bekers liggen en dat er, voordat je het af kunt slaan, een rietje in de fritz-kola wordt gedaan.

Het valt niet uit te leggen dat de RU met haar duurzaamheidsstreven de eenvoudigste dingen links laat liggen. Om geen rietjes te gebruiken en geen koffiedeksels uit delen is geen grote mentaliteitsverandering nodig. Dat is iets kleins, waar je makkelijk aan went. Daarbij is C ook niet echt de plek waar mensen met een beker koffie in de auto stappen en dus een deksel op hun beker nodig hebben tegen het morsen. En als C wel zo'n plek zou zijn geweest, zit er zo weinig koffie in die bekers dat een deksel nog steeds geen verschil maakt.

Ik kom graag weer terug voor de lekkerste koffie van de campus, maar dan wel nadat de mooie woorden 'Stop Waste' ook zijn omgezet in daden.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Radboud in de Top2000?

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Na het opstappen van Pechtold bij D66 kan de Radboud Universiteit (RU) zich op haar borst kloppen dat de fractievoorzitter van de regeringspartij een Radboud-alumnus is. Daar mag wel een borrel op gedronken worden, al heeft Arjen Lubach direct pijnlijk blootgelegd dat de opleiding bestuurskunde niet gelijkstaat aan mediatraining. Dit is natuurlijk direct een smetje op Rob Jetten en daarmee ook een beetje de RU. Zo stoer is die jongen ineens niet meer.

Gelukkig kan 2018 nog gered worden, en daar kunnen alle huidige Radboud-studenten verantwoordelijk voor zijn! In oktober heeft een bandje uit Utrecht een single uitgebracht. Niet heel boeiend zou je denken, maar niets is minder waar. Mr. Top2000 Leo Blokhuis heeft het al op NPO Radio 2 gedraaid, en exclameerde de gevleugelde woorden: 'mooi hoor!' Daarbij heeft ook Nico Dijkshoorn enkele karakters op Twitter over dit nummertje verspreid en was hij te spreken over het nummer en de rest van het album. Inmiddels heeft het volledige album ook al een vier-sterren recensie van De Volkskrant ontvangen.

Genoeg introductie, terzake. De band waar ik het over heb is The Yearlings. Door 3voor12 Utrecht zijn zij al eens 'het Nederlandse vlaggenschip van de alternatieve country' genoemd, en ze krijgen nu behoorlijk positieve recensies – zelfs over de grens! Het is deze band die de eer van de RU kan redden. Onder studenten Engelse Taal en Cultuur is deze band al jaren legendarisch. De syntaxis docent Olaf Koeneman is namelijk frontman van deze band. Jazeker, een universitair docent aan de RU is frontman van een door Nico Dijkshoorn geprezen band.

D66 koningskind Rob 'we hebben een goed gesprek met de fractie gevoerd' Jetten is met zijn neoliberale gedachtengoed op z'n minst een controversiële parel van de RU, maar op het lekkere liedje Evelene (You've got to know it) is weinig aan te merken. Lekkere gitaren, dubbele vocalen en een videoclip in de Nederlandse polders. In het ergste geval hou je niet van de muziekstijl, maar kwalitatief zit het goed. Dit moeten we als RU-studenten belonen.

Als het op politiek aankomt geef ik niet graag stemadvies, maar stemmen voor de Top2000 is minstens net zo belangrijk. Bij dezen wil ik alle Radboudianen (studenten, alumni, docenten, etc.) aanmoedigen om de vrije keuze van de Top2000 stemlijst optimaal te benutten. Op 1 december is de grote dag. De eerste stap is om naar de website te gaan om te stemmen. Vervolgens voer je bij de vrije keuze The Yearlings als artiest in, en als liedje Evelene (You've got to know it).

Of je nu D66 stemt of PVV, dat maakt helemaal niet uit. Robje Jetten doet er niet toe. De belangrijkste verkiezingen die eraan komen zijn die voor de Top2000, en de RU heeft iets te winnen. Let's make Radboud University great again!

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Slechte voornemens

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Terwijl iedereen zich onder het genot van zoetgevooisde kerstmuziek aan het voorbereiden is op schandalige overconsumptie tijdens het kerstdiner, is het ook weer tijd om na te denken over de voornemens voor het nieuwe jaar. Stoppen met roken, beginnen met sporten, een paar keer komen opdagen bij college en gezonder eten: het zijn bij veel mensen toch eigenlijk dezelfde voornemens als vorig jaar.

Het is natuurlijk erg demotiverend om ieder jaar te moeten concluderen dat er wederom niets terecht is gekomen van alle goede voornemens. Daarom is het hoog tijd om het eens over een heel andere boeg te gooien. Voor 2018 heb ik dus alleen nog maar slechte voornemens. Ik heb er even over nagedacht en volgens mij kan ik op het einde van 2018 wat positiever terugkijken op hoe het jaar geweest is. 

Mijn belangrijkste voornemen is meer koffie drinken. Ik geloof dat het anatomisch onmogelijk is om mijn koffie-inname te verhogen en dus ook levensbedreigend. Bij voorbaat weet ik al dat dit gaat mislukken (of ik haal het einde van 2018 niet) en ik verkneukel me er nu al over dat ik volgend jaar mag concluderen dat dit slechte voornemen niet is gelukt. Heb ik toch iets goed gedaan. 

Ook heb ik me voorgenomen mijn studie dit jaar niet te halen. Aangezien ik al in een uitloopjaar zit, is dit financieel niet een bijster verstandig idee. Toch is dit een veilige optie, want mocht het zo zijn dat ik het wel af weet te maken, dan mag ik hoe dan ook tevreden zijn. Komt mijn slechte voornemen uit, dan kan ik tenminste zeggen dat ik een van mijn voornemens voor 2018 heb gehaald. Win-win.

Het wordt nog beter wanneer ik begin januari de beste wensen aan mijn familie mag doorgeven. Wanneer die vervelende oom of veel te nieuwsgierige tante vraagt naar de goede voornemens voor 2018, kan ik toch even lelijk uit de hoek komen: "Nou, tante Josefien, ik heb alleen maar slechte voornemens!" Vervolgens neem ik verbeten een hap uit een taaie oliebol en geloof me: tante Josefien zal verdere vragen wijselijk voor zich houden.

Het is bijna jammer dat ik niet eerder aan slechte voornemens heb gedacht, maar beter laat dan nooit. Nu kan het zijn dat de lat voor het nieuwe jaar nogal laag ligt, maar dankzij al deze slechte voornemens zal het in ieder geval een mooi jaar worden. 2018, kom maar op!

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Tweede thuis

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als student aan de Radboud Universiteit voel ik me behoorlijk anoniem. Dat is een buitengewoon goed gevoel, want grootschalige anonimiteit vergroot de waarde van de niet anonieme momenten. Het Erasmus Studiecentrum (ESC) is zo'n plek waar ik me niet anoniem voel. Voorheen heette dat het MMS en voor intimi is dat nog steeds zo.

Nu komt het weleens voor dat ik nog voordat het ESC geopend is sta te wachten tot de deur opengaat, alsof het Black Friday is. De baliemedewerkers gunnen mij telkens weer een hartelijk knikje als ik binnenwandel en steevast loop ik naar dezelfde PC. Als iemand mij nodig heeft, loopt men ook direct naar diezelfde plek, want daar hebben zij de grootste kans mij te vinden. Ergens in Nijmegen heb ik een kamer, maar het ESC is mijn echte thuis. Ik ben niet de enige, want iedere dag zijn het precies dezelfde mensen die dezelfde plek in het ESC innemen. Je zou kunnen stellen dat ik samenwoon met mensen waarvan ik de naam niet eens weet. Dat is eigenlijk veel erger dan niet weten wie de overbuurman is. Desondanks blijft het ESC bij uitstek de plek waar ik meer ben dan mijn studentnummer. Hoewel alle medebewoners naamloos zijn, erkennen we elkaar, en zo vormen wij een stil verbond.

Zoals dat ook gaat bij huisgenoten, merk je dat iedereen een andere levensstijl heeft. Mijn territoriuminstinct drijft mij ertoe iedere keer weer dezelfde plek te bemachtigen en dat doen de meesten. Een van de medebewoners doet het anders. Iedere ochtend kiest zij een andere plek. Zij houdt niet vast aan een vaste plek of een vaste computer, maar aan de ruimte in het algemeen. Vloeiend verplaatst ze zich langs alle computers en zorgvuldig strijkt zij neer bij de computer die haar vandaag het meest bekoort. Vol bewondering kijk ik iedere dag weer hoe zij de ruimte naar haar hand weet te zetten, en zich zo als leider van de woongroep ontpopt. Zo gaat het iedere week weer, van maandag tot en met vrijdag.

Studeren is geen pretje en de constante druk om deadlines te halen evenmin. Lange avonden, vroege ochtenden: soms vraag ik me af waarvoor ik het allemaal doe. Iedere ochtend loop ik dan het ESC binnen, en dan weet ik dat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Die individuele opdracht is ineens niet zo individueel meer. Mijn ESC-huisgenoten, they have my back.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Wannabèta

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Het einde van het collegejaar komt angstig dichtbij, evenals de deadline van mijn scriptie. Dat betekent dat ik het me niet meer kan veroorloven om enkel te doen alsof ik productief ben. Ik moet daadwerkelijk productief worden. Een verschrikkelijk idee, maar de waarheid is nu eenmaal hard.

Gelukkig kwam een goede vriendin laatst met het verstandige idee om samen een dag een samenwerkplek te bezetten en daar een hele kantoordag aan de slag te gaan. Op papier een goed idee, maar de praktijk pakte net even anders uit. Dat lag niet zozeer aan de productiviteit, want ik heb weldegelijk wat nuttigs gedaan. Welnee, het probleem zat in het feit dat we een ruimte in het Huygensgebouw hadden gereserveerd.

Het Huygensgebouw! Zelden heb ik mij zo ontheemd gevoeld. Als inheems bewoner van het Erasmusgebouw was ik volledig uit mijn comfortzone en ik voelde me toerist op mijn eigen universiteit. Omdat ik me niet wilde gedragen als een Duitser in Renesse, had ik me voorgenomen om altijd te doen alsof ik wist waar ik naartoe ging. Dat betekende dat ik bij binnenkomst van het gebouw de vitale onderdelen moest lokaliseren: de toiletten en een koffieautomaat. Schichtig keek ik om me heen, en ik had gelukkig snel in de gaten waar ik mijn plasje kon doen indien ik daartoe behoefte voelde.

Het begin was goed en zoals gebruikelijk had ik na een kwartier druk bezig te zijn geweest recht op mijn eerste pauze. Met stevige tred liep ik vastberaden naar de koffieautomaat, die ik al vakkundig had gelokaliseerd. De koffie druppelde geduldig mijn beker in, waarna ik blakend van zelfvertrouwen terugmarcheerde naar mijn gekoloniseerde computer. Kon het nog misgaan?

Jazeker. Ik had nog geen twee stappen in de bibliotheek gezet, of mijn Huygens-onervarenheid had me verraden. De bibliothecaresse riep mij tot een halt en sprak onverbiddelijk: 'Jongeman, je mag alleen koffie mee naar binnen nemen als er een deksel op zit. Jij komt hier zeker niet zo vaak?'

Mijn hart stond stil. Ik was verraden en er was geen weg meer terug. Ik was een indringer in het territorium van de bèta's. Volledig in paniek keek ik om me heen. Een plan B had ik niet. Het enige wat in mij opkwam was om met het schaamrood op de kaken te erkennen dat ik niet thuis was in het Huygensgebouw. De bibliothecaresse legde vervolgens geduldig uit dat de muizen van het Huygens dol zijn op automaatkoffie, en bood mij een deksel aan. Die Huygensmuizen hoefden wat mij betreft niet uit mijn bekertje slurpen, dus dat dekseltje timmerde ik gehoorzaam op mijn beker.

De volgende dag nestelde ik me comfortabel in het Erasmusgebouw, blij dat ik weer thuis was.

 

Lees meer

Frisse tegenzin: Weermannenmonogamie

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wanneer ik tijdens de tentamenweken bijna ten onder ga aan de studiedruk, kijk ik altijd reikhalzend uit naar het nieuwe semester, want dan wordt alles weer rustig. Niets blijkt echter minder waar, aangezien ik altijd methoden blijf vinden om niet te studeren op momenten dat ik dat wel moet doen. Dan maakt het dus helemaal niet uit of het tentamenweek is of niet.

De grootste afleiding is Facebook. Vol schuldgevoel scrol ik uren door mijn tijdlijn. Als ik me dan minder schuldig wil voelen, verdiep ik me in de comment sections van Facebookberichten, zodat ik me in al mijn arrogantie beter voel dan de mensen die elkaar voor lelijke dingen uitmaken. Zo plaatste De Volkskrant laatst een interview met Gerrit Hiemstra. Behalve een scheepslading negatieve commentaren, viel het ook op dat sommige mensen zwoeren bij Gerrit Hiemstra als de weerman der weermannen. Een zekere Nathan tagde zijn vriend Thom, met de bezwerende woorden: 'Je weet het, Gerrit weet het weer als de beste. Fuck Jan Pieter Kuipers Munneke, Gerrit for life!'

Nathan was zeker niet de enige, want er waren veel commentaren met dezelfde strekking. Ik ontdekte een patroon: mensen die tegen Hiemstra zijn, zijn altijd voor een andere weerman, en zij die van Hiemstra houden, zijn daarin weer heel monogaam. Er was sprake van heuse Weermannenmonogamie. In het kader van academische nuance besloot ik op YouTube fragmenten van zowel Kuipers Munneke als Hiemstra op te zoeken. Gezien de krachtige termen van Nathan had ik sterke tegenstellingen verwacht, maar dat viel behoorlijk mee. Het verschil zat met name in het feit dat Hiemstra voor de dinsdag een noordoostenwind voorspelde en dus koud weer. Kuipers Munneke voorspelde voor de woensdag een zachte dag met een matige westenwind en hier en daar een bui. Na archiefonderzoek in het KNMI-weeroverzicht bleek uiteindelijk dat het die dinsdag inderdaad erg koud was en de woensdag nat.

Ik was verward. Ik zag geen verschil in betrouwbaarheid en gezien het oerdegelijke karakter van beide weermannen kan ik geen doorslaggevend verschil vinden. Het onderzoek heeft me niets gebracht, Weermannenmonogamie is simpelweg ongrijpbaar. Tegelijkertijd voel ik me een buitenbeetje, want ik ben Weermannenpolygaam. Ook voor het weerbericht geldt: Monogamie, Yay. Polygamie, Nay.

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: De kracht van een naam

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: ongemakken, oplossingen en trucs met de eigennaam.

Vorige week zaterdag, de verjaardag van een vriendin. Ik kom de huiskamer binnen en kijk om me heen: weinig tot geen bekende gezichten. Het voorstellen kan dus beginnen. 'Hallo, Noor', 'Noor', 'Noor'... Natuurlijk is de gespreksstof onder de aanwezigen net op, dus iedereen is met zijn volle aandacht bij mijn voorsteltafereel. Halverwege heeft iedereen al lang begrepen dat ik Noor heet, maar voorstellen is niet iets dat je voor jezelf doet. Je doet het, omdat je een pure, intrinsieke, hardnekkige motivatie hebt om erachter te komen hoe die andere persoon heet. Ik ploeter me dus stug langs alle handen. 'Noor, Noor, Noor, Noor, Noor.' Einde van de kring. Zestien keer je eigen naam gehoord, en geen enkele andere naam onthouden. Ik plof neer op een vrije stoel. 'Euh, hoe heet je ook alweer?', vraag ik schaapachtig lachend aan mijn buurvrouw.

Er bestaan personen die dit probleem op een amicale wijze weten te tackelen. Het is het type mens dat met een grote zelfverzekerdheid naast de eigen naam 'Dag Noor'/ 'Hallo Noor'/ 'Leuk je te ontmoeten Noor' terugzegt. Een automatisch stemmetje in mijn hoofd reageert dan meteen: 'Oeh, wat een sympathiek persoon', maar in wezen is het gewoon een slimme truc. Diegene vergeet jouw naam zo nooit meer.

Het nog amicalere type mens kan geen genoeg krijgen van het zeggen van je naam. Aan het begin of aan het einde van iedere willekeurige zin wordt plotseling jouw naam geplakt. Net alsof je die zelf niet kan onthouden. Shanne, een enthousiaste deelnemer aan het tv-programma VT Wonen, is zo'n naamzegger. Het begint al bij de eerste kennismaking met presentator Kees Tol (kijk hierhet fragment terug vanaf min. 12.50). Wanneer Shanne aan het begin van de aflevering haar deur opendoet, zegt ze meteen: 'Hee Kees!' Ook de rest van de aflevering lijkt ze haar band met de presentator te willen versterken door hem continu bij naam te noemen. Kees – zelf ook hoog scorend op de schaal der amicaliteit – lijkt het allemaal wel best te vinden.

Niet alleen in gezellige contexten komen namen veel voor. Juist in een grimmige setting vallen ze vaker. Ik moet bekennen dat ik zelf de neiging heb om mijn zusjes in een felle discussie bij voor- én achternaam te noemen. Als statement. Het lijkt je argument net wat meer zwaarte te geven, en het bekt gewoon lekker. Daar denken mijn zusjes overigens anders over. 'Ik weet heus wel hoe ik heet hoor!', beet een van hen laatst terug.

Op een familiefeest ontdekte ik laatst dat ik niet de enige ben met deze – toch wat sneue – eigenschap. Mijn achternichtje ging stoeiend over het grasveld met haar nog net wat kleinere en minder gespierde achterneefje, die deze worstelpartij voor peuters met geen mogelijkheid leek te gaan winnen. Plots begon mijn achterneefje te huilen. De moeder van mijn achternichtje, die toch al in hoge staat van paraatheid verkeerde, brulde op dat moment de volledige naam van haar dochter door de tuin. Alleen de tweede en derde naam misten nog. Misschien een idee voor de volgende keer. De meeste doopnamen zijn immers op zichzelf al reden om in janken uit te barsten.

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: De NS, altijd blijven lachen

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: positiviteitsgoeroe NS.

Afgelopen week besloot de NS minder treinen te laten rijden. Er werd namelijk sneeuw verwacht. Enkele Facebook-reacties: 'Stelletje hufters de ligt geen vlok sneeuw..Check voortaan alles ff goed!', en: 'Toen mijn man nog bij NS werkte reden de treinen altijd. Ook al lag er een meter sneeuw. Zielig dat dat niet meer kan.'

Velen zouden moedeloos worden van dit soort opmerkingen. De NS niet. Iedereen die reageert op een post van de NS kan rekenen op een immer positief gestemd antwoord van een medewerker. De NS laat zich niet snel op de kast jagen. Altijd blijven lachen, is het motto. Treinen op tijd laten rijden is voor de NS een uitdaging, maar positieve framing, daar is de spoorwegmaatschappij verdraaid goed in.

Neem de naam van de treinen. Tot 2012 heette een trein die bij elk station stopte een 'stoptrein'. Hierdoor lag de nadruk op het stilstaan van de trein. Dat moest anders, besloot de NS. 'Stoptrein' werd 'sprinter'. Nu was duidelijk dat de trein bewoog! En dat doet het beter in de marketing. Ditzelfde geldt voor het vermijden van de term 'vertraging'. Nooit zal je de NS horen omroepen dat een trein te laat is. Je hoort alleen wanneer de trein vertrekt. Dat dit ook vandaag weer later is dan gepland, daar zwijgt de NS liever over.

Het spoorwegbedrijf spreekt ook liever van een 'aangepaste dienstregeling' dan toe te geven dat er minder treinen rijden. 'Aangepast' is namelijk lekker neutraal. Eigenlijk betekent 'aangepast' helemaal niets. Je weet alleen dat er iets is veranderd in de dienstregeling. Wat er is veranderd, is een grote verrassing. Misschien rijden er juist méér treinen! Of misschien is de trein tussen Maastricht en Den Bosch plots afgeschaft en heeft de NS ervoor gekozen hier iedereen per kameel te vervoeren. Of misschien worden er bij een flinke sneeuwval van 1 centimeter voortaan sleehonden ingezet. Misschien is de conducteur vervangen door een dansmarieke, en de machinist door een yogalerares. Je weet het niet. Alles is onzeker.

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik minder naïef ben dan ik lijk. Ik trap er niet meer in, in de 'aangepaste dienstregeling'. Keer op keer stapte ik vol verwachting het perron op, om er daar achter te komen dat de verrassing van de dag alwéér een kleiner aantal treinen was. Dan gaat de lol er voor mij toch een beetje af. De NS zelf lijkt de 'aangepaste dienstregeling' nog steeds als een zegen voor de mensheid te zien. Zie bijvoorbeeld onderstaand bericht, dat afgelopen week op de site van de NS verscheen:

'Omdat voor morgen, 30 januari, sneeuwval wordt verwacht, nemen NS en ProRail het zekere voor het onzekere en passen de dienstregeling aan. Ondanks deze aanpassing kan het winterse weer leiden tot extra hinder voor treinreizigers.'

Waarom het woord 'Ondanks'? 'Dankzij' of 'Door' had mij hier passender geleken. Nee, ook dit bericht weet de NS positief te framen. Wij, reizigers, moeten de grote weldoener NS op onze blote knieën danken dat de dienstregeling is aangepast. Want het is toch ook puur genieten dat je buiten de coupé, naast de wc, tussen meerdere onbekende medereizigers met zweetoksels, ochtendgeuren en natgeregende jassen ingeklemd mag staan, omdat er minder treinen rijden?

 

 

Lees meer

Goed verhaal, lekker kort: Het treurige lot van succesvolle spreekwoorden

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer:het treurige lot van succesvolle spreekwoorden en gezegden.

Bij gebrek aan vermaak in het openbaar vervoer luister ik graag gesprekken van medereizigers af. 'Mam! Ik ben aangenomen bij de Aldi!", riep een meisje naast mij laatst in haar telefoon. 'Ik werd net gebeld door een van de bedrijfsleiders. Hij zei: "We gaan de zee in met jou."' Bijzondere cao-voorwaarden hebben ze bij de Aldi, dacht ik, terwijl ik mijn gezicht in de plooi probeerde te houden. Ik zag voor me hoe de bedrijfsleider zijn nieuwe werknemer door het zand bij Bergen aan Zee sleurde, waarna zij kopje onder ging in de golven.

Omdat veel spreekwoorden en gezegden lang geleden zijn ontstaan, is de betekenis niet altijd meer makkelijk uit te leggen. Als gevolg van de onwetendheid over de herkomst van uitdrukkingen ontstaan bijzondere taalvondsten. Ik hoorde een man ooit bloedserieus zeggen: 'Je moet een gegeven paard niet op de bek slaan' en nieuwslezer Rik van de Westelaken meldde eens droogjes tijdens het NOS-journaal: 'Van een kale kut kun je niet plukken.'

Kortom: het leven van een spreekwoord of gezegde in de 21e eeuw gaat niet over rozen. Het is vechten voor een plekje in de vocabulaire van het Nederlandse volk. In deze heuse survival of the fittest wordt de succesvolle uitdrukkingen ook nog het leven zuur gemaakt, weet ik sinds afgelopen week.

Tijdens een van mijn colleges van de master Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam kregen we een lijst met clichés uitgereikt, een soort zwarte lijst voor taalgebruik in artikelen. De lijst was opgesteld door een aantal redacteuren van NRC, want, zo stond in een korte toelichting: 'Clichés zijn een zwaktebod. Er is altijd een betere formulering te bedenken dan een cliché.' De lijst van drie kantjes bestond uit opvallend veel spreekwoorden en gezegden zoals 'De neuzen dezelfde kant op krijgen', 'Een visitekaartje afgeven' en 'Van het kastje naar de muur gestuurd worden'. De journalistiek had voor deze uitdrukkingen besloten dat ze hun beste tijd hadden gehad. Ze waren 'mainstream' geworden, en 'mainstream' is niet cool.

Ik begrijp dat origineel en concreet taalgebruik de journalistiek ten goede komt. Toch had ik te doen met de spreekwoorden en gezegden op de lijst. Heb je jezelf nét lekker op de kaart gezet, moet je alweer het veld ruimen. Terug bij af. Typisch Nederlands: waag het eens je kop boven het maaiveld uit te steken.

Via deze weg wil ik daarom een lans breken voor spreekwoorden en gezegden. Laten we hen steunen in deze woelige tijden. Ze kunnen dan worden verbannen uit journalistieke artikelen, gesproken taal laat zich niet de les lezen. Gooi af en toe eens een spreekwoord in een gesprek. Wat dacht je van mijn favoriete uitdrukking: 'Dat slaat als een tang op een varken'? Ik gooi de handdoek in ieder geval niet in de ring.

 

 

Lees meer