Je goed recht: "De directie is niet aansprakelijk", of toch wel?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot het DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: de waarde van bordjes met de tekst "de directie is niet aansprakelijk".

Tekst: Lieke Oosterveld

Eens in de zoveel tijd een goed avondje stappen mag in het leven van de gemiddelde student niet ontbreken. Met de typisch Nederlandse weersomstandigheden is het dan zeker geen overbodige luxe om een jas mee te nemen op de fiets. Eenmaal op de plaats van bestemming aangekomen, is het dan erg fijn om je jas in de garderobe te kunnen ophangen. Enkele uren later sta je met je ophaalbewijs in de aanslag bij de garderobe om je jas weer op te halen, maar wanneer je eindelijk aan de beurt bent, blijkt je jas uit de garderobe te zijn verdwenen. Tot overmaat van ramp vertelt de garderobehouder dat je pech hebt, en hij de jas niet hoeft te vergoeden. Hierbij wijst hij naar een bordje met de mededeling 'de directie is niet aansprakelijk voor verlies, diefstal en/of beschadiging van uw eigendommen'. Maar klopt dat bordje wel? Heb je dan echt gewoon pech als jouw jas na een avondje stappen uit de garderobe is verdwenen? En hoe zit het als de garderobehouder aangeeft maximaal €50 te zullen vergoeden?

Bewaarnemingsovereenkomst
Zonder dat je het misschien door hebt, sluit je bij het afgeven van je jas een overeenkomst met de garderobehouder. Deze overeenkomst wordt een bewaarnemingsovereenkomst genoemd. De kern van de bewaarnemingsovereenkomst is dat je er vanuit mag gaan dat de garderobehouder maatregelen treft om diefstal of beschadiging van jouw jas te voorkomen. Als je vervolgens jouw jas komt ophalen en deze blijkt weg of beschadigd te zijn, dan kan je de garderobehouder hiervoor in veel gevallen aansprakelijk stellen

Uitsluiting van aansprakelijkheid
Omdat veel horecaondernemers hier niet op zitten te wachten proberen zij hun aansprakelijkheid uit te sluiten door een bordje op te hangen met een mededeling zoals 'de directie is niet aansprakelijk voor verlies, diefstal en/of beschadiging van uw eigendommen'. Het bordje van de horecaondernemers dient als algemene voorwaarde die je accepteert als je besluit je jas in de garderobe op te hangen. De horecaondernemer probeert er op die manier voor te zorgen dat hij minder snel aansprakelijk kan worden gesteld. Desondanks kan hij hier meestal geen geslaagd beroep op doen. De wet bepaalt namelijk dat een algemene voorwaarde waarin staat dat de garderobehouder zijn aansprakelijkheid (deels) uitsluit, in principe wordt beschouwd als 'onredelijk bezwarend'. Dit houdt kort gezegd in dat de wetgever het in de meeste situaties oneerlijk vindt als de garderobehouder er op die manier voor kan zorgen dat hij niet (volledig) aansprakelijk is. Het is daarom aan de garderobehouder om aan te tonen dat het in zijn geval wél redelijk was om zich op het bordje te beroepen. In het geval van een bewaakte garderobe is dit niet eenvoudig. Hierbij maakt het in principe niet uit als er geen of slechts een kleine vergoeding voor de garderobe is .

Als het gaat om een gratis, onbewaakte garderobe, dan ligt het mogelijk anders. Van de horecaondernemer kan niet worden verlangd dat hij de schade vergoedt voor een jas die is verdwenen uit een gratis, onbewaakte garderobe in een druk café. In dat geval is een bordje met de tekst 'het gebruik van deze onbewaakte garderobe is kosteloos en voor risico van de gebruiker' in de meeste gevallen wél voldoende om de aansprakelijkheid uit te sluiten. Is het daarentegen verplicht om je jas in een onbewaakte garderobe op te hangen, dan kunnen de omstandigheden weer anders zijn. Hierbij zal het probleem zich met name voordoen dat het lastig is om aan te tonen dat je daadwerkelijk een jas hebt opgehangen. In zo'n garderobe krijg je immers geen ophaalbewijs bij het afgeven van je jas, waardoor iedereen wel kan zeggen daar een jas te zijn kwijtgeraakt.  

Hoogte van de schadevergoeding
Wanneer het je gelukt is om een schadevergoeding te krijgen, willen garderobehouders nog wel eens het standpunt innemen dat zij slechts een bepaald maximumbedrag hoeven te vergoeden van bijvoorbeeld €50 of €100. Zo heeft een rechter enkele jaren geleden geoordeeld dat een horecaondernemer een jas van maar liefst €688 moest vergoeden, terwijl er slechts €1,50 was betaald voor de garderobe. Het aanbod van de horecaondernemer om €300 te vergoeden was volgens de rechter niet redelijk. De garderobehouder zal in principe dus altijd de werkelijke waarde van jouw jas moeten vergoeden als hij deze kwijtraakt. Hierbij geldt natuurlijk wel dat je zult moeten aantonen hoeveel je voor je jas hebt betaald.

Samenvattend
Bordjes met de tekst 'de directie stelt zich niet aansprakelijk voor vermissing, diefstal en/of beschadiging van uw eigendommen' kom je overal tegen. Niet alleen in cafés of andere uitgaansgelegenheden, maar ook in restaurants, bioscopen, fietsenstallingen of andere plaatsen waar veel publiek komt. In de meeste gevallen kun je de ondernemer echter wel degelijk aansprakelijk stellen. Als jij je eigendommen aan iemand toevertrouwt, dan mag je er namelijk vanuit gaan dat diegene jouw spullen in dezelfde staat zal teruggeven. Doet hij dit niet, dan heb je recht op een schadevergoeding. Deze schadevergoeding is dan in ieder geval net zo hoog als de waarde van jouw spullen. Dit is slechts anders als het gaat om een onbeveiligde situatie. In dat geval kan de ondernemer vaak niet aansprakelijk worden gesteld. Kortom, laat je niet zomaar afschrikken door bordjes met deze welbekende tekst.

 

Lees meer

Je goed recht: aansprakelijkheid bij ski-ongevallen

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer:aansprakelijkheid bij ski-ongevallen.

Voor de echte fanatieke wintersporter is de wintersport dé vakantie van het jaar. Een aantal dagen heerlijk skiën of snowboarden op de (hopelijk) witte pistes en daarna nog even de kroeg in voor de après-ski. Helaas eindigt een wintersportvakantie niet voor iedereen altijd even goed, want ongevallen op de skipistes komen regelmatig voor. In de meeste gevallen komt een wintersporter ongelukkig ten val door zelf een verkeerde manoeuvre te maken, maar hoe zit het met de aansprakelijkheid als je door een andere wintersporter omver wordt geskied?

Pisteregels
Dat ongevallen op de piste nogal eens voorkomen is niet zo verwonderlijk. Vaak zijn er veel skiërs en snowboarders tegelijkertijd op de piste te vinden. Daar komt nog bij dat niet iedere wintersporter evenveel controle heeft over zijn ski's of snowboard. Denk eens aan de beginnende skiër die in een pizzapunt de berg af sjeest, of de après-skiër die het met een paar biertjes op een goed idee vindt om toch nog een keer de piste af te gaan. De drukte in combinatie met het grote niveauverschil tussen de verschillende wintersporters kan snel tot een botsing leiden.

Om het risico op ongevallen zoveel mogelijk te beperken heeft de Internationale Ski Federatie (FIS) tien algemene verkeersregels opgesteld. Iedere skiër of snowboarder is verplicht om zich aan deze regels te houden zodra hij de piste opgaat. Zo dien je rekening te houden met anderen en je snelheid en skistijl te beheersen, maar ook het juiste spoor te kiezen en voldoende afstand van mede-wintersporters te houden. Daarnaast ben je verplicht om zonder gevaar te stoppen en te vertrekken, en de piste zo snel mogelijk vrij te maken na een val of een tussentijdse stop. Lopen over de piste mag alleen aan de zijkant en iedereen die de piste betreedt dient de verkeersborden in acht te nemen. Ten slotte is hulpverlenen bij een ongeval verplicht en moet iedereen zich op de piste kunnen legitimeren. Niet-naleving van deze verkeersregels kan ervoor zorgen dat je in sommige situaties aansprakelijk wordt gesteld voor een ongeval.

Welk recht is van toepassing op het ongeval?
Ski-ongevallen hebben veelal een internationaal karakter. Dit komt doordat ski-ongevallen vaak plaatsvinden tijdens de wintersportvakantie in het buitenland. Bovendien zijn er op de piste veel mensen met verschillende nationaliteiten te vinden. Als een Nederlander en een Duitser een ski-ongeval hebben op de skipiste in Zwitserland, rijst al snel de vraag welk recht er precies van toepassing is. Als hoofdregel geldt dat het ongeval zal worden beheerst door het recht van het land op welks grondgebied het ongeval heeft plaatsgevonden. Maar als de betrokken partijen beide hun woonplaats hebben in hetzelfde land, is het recht van dát land van toepassing. Dit betekent dat twee botsende Nederlanders op de skipiste in Oostenrijk hun gelijk kunnen halen in eigen land en het Oostenrijkse recht mogen laten voor wat het is.

Doordat het toepasselijke recht per incident kan verschillen, bestaan er ook uiteenlopende regels voor het vaststellen van de schuld en de schade. Behalve de internationale regels van de Internationale Ski Federatie, kunnen landen immers ook eigen regels opstellen. Zo geldt in sommige Zwitserse regio's een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur en kent Oostenrijk een helmplicht voor kinderen. Het niet-naleven van zulke regels kan je als slachtoffer al snel duur komen te staan.

Aansprakelijkheid naar Nederlands recht
In de Nederlandse wet is geen specifieke regeling opgenomen voor wintersportongelukken. Voor de vraag wie voor het ongeval aansprakelijk is, dient daarom te worden gekeken naar de zorgvuldigheid van de betrokken wintersporters. Hierbij vindt een beoordeling plaats aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Zo kunnen het weer, het zicht op de piste, de drukte, de sneeuw- en pisteconditie en de ervaringsgraad van de betrokkenen worden meegewogen. Daarnaast zal worden gekeken of de eerdergenoemde pisteregels zijn nageleefd. Of iemand aansprakelijk is voor een ski-ongeval, is dus afhankelijk van veel factoren en zal per incident verschillen. Het is dan ook niet zo dat niet-naleving van de pisteregels automatisch leidt tot aansprakelijkheid. Bovendien is er op de skipiste sprake van een zogeheten 'sport- en spelsituatie', waardoor een ongeval minder snel zal leiden tot aansprakelijkheid. De Nederlandse rechter is namelijk van mening dat deelnemers in zo'n situatie tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde of onvoldoende doordachte gedragingen van elkaar mogen verwachten.

Conclusie
Het is dus wel degelijk mogelijk om op de skipiste aansprakelijk te worden gesteld. Hoewel wintersporters over het algemeen het liefst met volle vaart de berg af sjezen, is het van groot belang om je te allen tijde aan de regels te houden. Doe je dit niet, dan kun je mogelijk aansprakelijk worden gesteld voor een ongeval. Welk recht er in dat geval van toepassing is, is afhankelijk van het grondgebied waarop het ongeval plaatsvindt en de nationaliteit van de betrokken wintersporters. Het recht is dus overal, óok op de wintersportvakantie.

 

 

Lees meer

Je goed recht: aansprakelijkheid van bestuursleden

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Dit keer: aansprakelijkheid van bestuurders van verenigingen.

Menig student staat te springen om een bestuursjaar bij een vereniging te doen. Oude bestuurders vertrekken, kersverse bestuurders beginnen met goede moed aan hun taak en doen een veelheid aan nieuwe vaardigheden op. Een bestuursfunctie brengt echter ook verantwoordelijkheden met zich mee waar niet iedere student bij stil staat. Wat als de penningmeester een greep uit de kas doet, of de vereniging afstevent op een faillissement? Wat zijn de gevolgen als het bestuur de vereniging bindt aan verplichtingen die ze niet kan nakomen, of als de statuten niet worden nageleefd? In dit artikel zal de bestuurdersaansprakelijkheid aan een nader licht worden onderworpen.

Externe aansprakelijkheid
Stel dat de vicevoorzitter van een studievereniging het nodig vindt om stickers met het logo van de vereniging aan te schaffen om daarmee meer bekendheid te genereren voor de vereniging. Indien de vicevoorzitter deze stickers bestelt, ontstaat de vraag wie nu gebonden is door de koopovereenkomst met de leverancier van de stickers, oftewel: wie moet er betalen?

Het bestuur is slechts een orgaan van een vereniging, net zoals de algemene ledenvergadering (ALV) ook een orgaan is. De vereniging zelf is een zogenaamde 'rechtspersoon' en is zelf partij bij juridische overeenkomsten. Zolang de vereniging haar statuten bij de notaris heeft vastgelegd, betekent dit dat het bestuur niet meer is dan het orgaan dat verantwoordelijk is voor het binden van de vereniging aan overeenkomsten. De vereniging draagt in principe zelf de aansprakelijkheid tegenover anderen. De vicevoorzitter uit het voorbeeld hoeft dus niet zelf te betalen voor de stickers; dat moet de vereniging doen.

In het geval dat de vereniging haar statuten niet bij een notaris heeft vastgelegd, is er sprake van een zogenaamde informele vereniging. De bestuurders van dergelijke verenigingen zijn 'hoofdelijk aansprakelijk' voor de handelingen van de vereniging. Dat wil zeggen dat ieder bestuurslid aansprakelijk kan worden gesteld voor het gehele bedrag, indien de vereniging een verplichting niet nakomt. De vicevoorzitter die de stickers heeft gekocht kan in dat geval dus door de leverancier gedwongen worden uit eigen zak te betalen, als de vereniging zelf niet betaalt. In de praktijk zullen echter vrijwel alle studie- en studentenverenigingen hun statuten bij de notaris vastgelegd hebben. In dat geval zijn de bestuurders in principe niet aansprakelijk voor de gedragingen van de vereniging.

Interne aansprakelijkheid
Het kan echter voorkomen dat de vereniging schade lijdt als gevolg van bestuurlijk handelen. Wat bijvoorbeeld als de vicevoorzitter een zeer dure partij stickers aanschaft, terwijl hij weet dat de vereniging de prijs met geen mogelijkheid kan betalen? De vereniging heeft in bepaalde gevallen de mogelijkheid bestuurders intern aansprakelijk te stellen bij de rechter.

Bestuurders van verenigingen kunnen aansprakelijk gesteld worden, indien zij hun bestuurstaak 'onbehoorlijk uitvoeren'. Een deel van de bestuurstaak is specifiek omschreven in de statuten van de vereniging. Een ander deel van de bestuurstaak blijkt uit het Burgerlijk Wetboek. Zo is het bestuur wettelijk verplicht na ieder boekjaar een financiële balans op te maken. Het bestuur handelt onbehoorlijk, indien het deze wettelijke plicht niet nakomt. Ook algemenere taken die nodig zijn voor een behoorlijke gang van zaken binnen de vereniging worden in het algemeen tot de taak van het bestuur gerekend. Er is sprake van onbehoorlijk bestuurshandelen als het bestuur bijvoorbeeld in het jaarverslag misleidende gegevens over de financiële positie van de vereniging opneemt, of als de penningmeester een greep uit de kas doet. Ook als de vicevoorzitter veel te dure stickers koopt, terwijl hij weet dat dit de vereniging in financiële problemen brengt, handelt hij onbehoorlijk.

Alle schade die het 'onbehoorlijk handelen' de vereniging oplevert, kan op de bestuurders verhaald worden. Indien twee of meer bestuurders verantwoordelijk zijn voor een bepaalde aangelegenheid, wordt aangenomen dat dit een taak voor het bestuur als geheel is en geldt een hoofdelijke aansprakelijkheid; elk bestuurslid is dus wederom voor de gehele schade aansprakelijk. De totale schade hoeft dus niet over de bestuurders verdeeld te worden.

Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat financiële aangelegenheden vaak als collectieve bestuurstaak worden beschouwd en dus niet alleen de penningmeester aansprakelijk gesteld kan worden, indien hij zijn bestuurstaak onbehoorlijk uitvoert. Bovendien wordt van het bestuur van een vereniging over het algemeen een bepaalde mate van deskundigheid verondersteld. Als de vereniging bijvoorbeeld overduidelijk failliet dreigt te gaan, moet het bestuur tijdig faillissement aanvragen. Doet het dit niet, dan kunnen de bestuursleden hiervoor aansprakelijk gesteld worden.

Decharge
Na een bestuurstermijn moet aan de oud-bestuurders standaard de zogenaamde decharge worden verleend. Door middel van de decharge laat de vereniging aan de oud-bestuurders weten dat deze niet langer intern aansprakelijk zijn voor hun bestuurshandelen. Heeft de vicevoorzitter erg dure stickers gekocht, maar heeft de ALV dit door de vingers gezien en decharge verleend, dan kan de vicevoorzitter niet meer aansprakelijk gesteld worden als de vereniging door de dure aankoop alsnog in de problemen komt. De decharge geldt echter alleen voor het handelen dat tijdens de verlening van de decharge bekend was. De feiten moeten blijken uit het jaarverslag of expliciet vermeld zijn tijdens de ALV. Zou de vicevoorzitter voor de ALV hebben verzwegen dat hij door de aankoop van de stickers de vereniging op het randje van een faillissement heeft gebracht, dan is het bestuur nog altijd intern aansprakelijk.

Conclusie
We kunnen concluderen dat een bestuursfunctie de nodige verantwoordelijkheid met zich meebrengt en niet vrijblijvend is. Het is niet ondenkbaar dat door onwetendheid onbehoorlijk gehandeld wordt en de vereniging de bestuursleden de schade laat vergoeden. Wegens de hoofdelijke aansprakelijkheid kan voor aangelegenheden die meerdere bestuursleden aangaan zelfs aansprakelijkstelling van een bestuurslid plaatsvinden, terwijl deze bestuurder niet direct met het onbehoorlijk handelen te maken heeft gehad. Gelukkig is het vrij uitzonderlijk dat bestuurders aansprakelijk worden gesteld. De gang naar de rechter is voor veel verenigingen uit het studentenwezen nogal hoog gegrepen en het is niet altijd gemakkelijk te bewijzen of het bestuur onbehoorlijk heeft gehandeld. Bovenal is het gebruikelijk dat de bestuursleden elkaar controleren en zich op behoorlijke wijze van hun bestuurstaak kwijten zonder in de problemen te geraken. Beginnende bestuurders doen er dus goed aan zich te verdiepen in hun verplichtingen en elkaar goed op de hoogte te houden van hun bestuurshandelingen.

 

Lees meer

Je goed recht: algemene voorwaarden

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot het DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: algemene voorwaarden.

Tekst: Bregt Martens

Bijna iedereen heeft er dagelijks, gemerkt of ongemerkt, wel mee te maken: algemene voorwaarden. Is het niet bij het binnenlopen van een festival of het plaatsen van een online bestelling, dan is het wel bij de zelfscankassa in de supermarkt. Vaak klikken we achteloos het vinkje aan of gaan er stilzwijgend mee akkoord. Niet voor niets worden deze vaak ook wel 'de kleine lettertjes' genoemd. Betekent dit dan gelijk dat je in alle gevallen aan die vervelende kleine lettertjes gebonden bent? Niemand leest immers toch honderd pagina's juridische tekst? In dit artikel zullen we de praktische werking van algemene voorwaarden bespreken.

Naaktschilders B.V.
Stel dat Diederik-Jan met zijn jaarclub een weekendje weg wil om het eerste lustrum van zijn jaarclub te vieren. Ze hebben dit keer een originele activiteit bedacht, namelijk naaktschilderen. DJ vindt een leuke workshop bij Naaktschilders B.V. en laat per mail weten deze workshop te willen boeken. Ondertussen gaat hij akkoord met de algemene voorwaarden van het bedrijf, zonder er echt bij stil te staan. In de offerte stond namelijk een link naar de algemene voorwaarden, maar deze heeft DJ niet opgemerkt. Een paar dagen later vindt hij echter precies zo'n zelfde cursus, maar dan voor de helft van het geld. Hij krabt zich even achter de oren en besluit toch maar de goedkopere optie te nemen, aangezien het toch zo'n vijftig bier scheelt. Hij laat twee weken voor de geplande activiteit aan Naaktschilders B.V. weten toch af te zien van de cursus omdat hij een andere heeft gevonden. Eind goed al goed lijkt het, totdat hij opeens een factuur van Naaktschilders B.V. ontvangt. Hij moet annuleringskosten ter hoogte van 90% van de afgesproken prijs betalen omdat de annuleringstermijn van drie weken al was verstreken. DJ schrikt zich rot en mailt terug dat hij dat zeker niet gaat betalen. Hij heeft toch immers helemaal niets voor dat geld gekregen? Het bedrijf mailt vervolgens dat dit gewoon in de algemene voorwaarden staat, en DJ er daarom aan gebonden is.

Is DJ nu verplicht het gevorderde bedrag te betalen? Aan de hand van verschillende wettelijke regelingen zullen we de werking van de algemene voorwaarden in deze casus bespreken.

Inzichtelijkheid van de algemene voorwaarden
Ten eerste wist DJ überhaupt niet dat er algemene voorwaarden in het spel waren, laat staan dat hij ze gelezen heeft. Dit laatste is in ieder geval niet relevant. De wet bepaalt namelijk dat iemand ook aan algemene voorwaarden is gebonden in het geval ze niet zijn gelezen. Het maakt ook niet uit of de verstrekker van de algemene voorwaarden dit wist. Wél moet de consument een redelijke gelegenheid hebben gekregen de algemene voorwaarden te kunnen lezen. Er zijn verschillende manieren waarop dit mogelijk is: bij online overeenkomsten is bijvoorbeeld een directe link naar de voorwaarden genoeg. Daarentegen is het niet genoeg om alleen te verwijzen naar de website en te noemen dat ze daar ergens te vinden zijn. Ook mag niet achteraf, nadat de overeenkomst gesloten is, verwezen worden naar algemene voorwaarden. DJ heeft in dit geval dus pech: het bedrijf had keurig een link geplaatst naar de algemene voorwaarden en heeft zo voldaan aan de plicht de algemene voorwaarden kenbaar te maken.

Onredelijk bezwarend
DJ moet 90% van de kosten betalen omdat de annuleringstermijn van drie weken al was verstreken. Is dit niet een beetje veel omdat DJ niet drie maar twee weken van tevoren heeft geannuleerd? In sommige gevallen kunnen algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn. De wet beschermt consumenten tegen dit soort algemene voorwaarden. Een algemene definitie van onredelijk bezwarend is lastig te geven. Het hangt vaak namelijk af van de omstandigheden van het geval. Het gaat erom of de consument heel erg benadeeld wordt door de voorwaarden. De wet kent wel twee lijsten als uitgangspunt: de zwarte lijst en de grijze lijst. Bepalingen die onder de zwarte lijst vallen, zijn altijd onredelijk bezwarend. Stel dat DJ een abonnement op het tijdschrift Quote heeft, dan mag in de algemene voorwaarden van het abonnement niet worden opgenomen dat binnen drie maanden een prijsverhoging kan worden doorgevoerd zonder dat DJ het abonnement kan opzeggen. Dat is namelijk een bepaling die op de zwarte lijst staat.

Daarnaast is er nog de grijze lijst. De bepalingen die hierop staan zijn in de meeste gevallen onredelijk bezwarend maar kunnen door bepaalde omstandigheden soms wel geldig zijn. De annuleringskosten waar Naaktschilders B.V. een beroep op doet, vinden we op deze grijze lijst. Annuleringskosten mogen in principe niet in algemene voorwaarden worden opgenomen, tenzij de partij kan aantonen dat hij door de annulering kosten heeft gemaakt of winst is misgelopen. Daarnaast moeten die kosten ongeveer hetzelfde zijn als het gevraagde bedrag in de voorwaarden. Hoe zit het dan in het geval van DJ? De aanbieder van de workshop zal aannemelijk moeten maken dat hij bijna alle kosten voor de workshop al heeft gemaakt en veel winst is misgelopen. Waarschijnlijk gaat hem dit niet lukken, zeker niet omdat DJ nog relatief op tijd is met annuleren. Het gevolg is dat de grijze lijst bescherming biedt tegen deze bepaling.

Vernietigbaarheid
Indien de zwarte of grijze lijst bescherming biedt tegen een bepaling, houdt dit in dat deze vernietigbaar is door de consument: de rechtsgevolgen worden ongedaan gemaakt Dit klinkt vrij abstract, maar iets concreter betekent dit dat er wordt gedaan alsof de bepaling nooit heeft bestaan. DJ hoeft de annuleringskosten dan ook niet te betalen indien hij de bepaling vernietigt. Vernietigen kan op twee manieren: zowel door naar de rechter te stappen als door een brief te sturen naar de wederpartij waarin je verklaart de bepaling te willen vernietigen. Een brief sturen is natuurlijk veruit het makkelijkst, maar biedt wel minder zekerheid aangezien de wederpartij kan aangeven het niet eens te zijn met de vernietiging.

Conclusie
Het uitgangspunt blijft dat je algemene voorwaarden het beste gewoon kunt lezen. In principe ben je er namelijk aan gebonden. Wel biedt de wet op sommige plaatsen bescherming aan de consument. Bij het sluiten van een overeenkomst moet namelijk wel duidelijk zijn dat er algemene voorwaarden gelden en welke dat dan zijn. Doet een bedrijf dit niet duidelijk genoeg, dan kunnen de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn. Hetzelfde geldt wanneer de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn. Of de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn hangt af van veel omstandigheden, maar de zwarte en grijze lijst bieden wel goede uitgangspunten. DJ lijkt in dit geval geluk te hebben en kan met het bespaarde geld een paar extra rondjes geven in de stad.

 

 

Lees meer

Je goed recht: De auteursrechtrichtlijn: als muziek in de oren?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: de nieuwe Auteursrechtrichtlijn en het uploadfilter.

Tekst: Bauke Spoor

Het is de afgelopen maanden meermaals in het nieuws geweest: artikel 13 van de nieuwe Auteursrechtrichtlijn. De richtlijn is onlangs goedgekeurd door de Europese wetgever en zou er volgens velen voor zorgen dat het moeilijker wordt foto's, filmpjes of zelfs memes te delen op internet. Maar wat wordt er nu echt bepaald in het omstreden 'artikel 13' en welke gevolgen heeft dit artikel voor het internetverkeer? En is het nog mogelijk om leuke foto's en filmpjes zomaar te delen op Facebook?

Auteursrecht
De richtlijn is enkel van toepassing op het auteursrecht. Een auteursrecht is, simpel gezegd, het recht van de maker van een 'werk' om als enige te beslissen over het openbaar maken – bijvoorbeeld het delen op Facebook – van het werk. Zo'n werk kan bijvoorbeeld een schilderij of sculptuur zijn, maar ook een foto, gedicht, videoclip of liedje. Als iemand een auteursrecht heeft op zo'n werk, mag een ander dit werk niet zomaar gebruiken of bijvoorbeeld delen op Facebook. Vaak is de toestemming van de maker van het werk vereist. Heb je die niet, maar plaats je toch die leuke foto op Instagram, dan kan de rechthebbende van het auteursrecht jou vragen om de foto te verwijderen en bijvoorbeeld een vergoeding te betalen. Betaal je dit niet, dan kan de rechthebbende naar de rechter om dit af te dwingen.

Artikel 13
Vaak worden hun werken door individuele gebruikers online geplaatst, zonder het besef dat dit eigenlijk helemaal niet is toegestaan. De Auteursrechtrichtlijn is bedoeld om makers, zoals muzikanten en fotografen, te compenseren. Het is alleen erg moeilijk om elke individuele gebruiker aan te spreken voor elke inbreuk op het auteursrecht. De nieuwe richtlijn maakt het makkelijker voor makers om een vergoeding te krijgen wanneer een ander hun werk online zet. Door artikel 13 van de richtlijn wordt er iemand anders namelijk aansprakelijk. In plaats van de uploader aan te spreken, kan de rechthebbende van het auteursrecht het platform dat gebruikt wordt om materiaal te delen, aanspreken om een vergoeding te betalen. Bij zulke platforms valt te denken aan sites als Facebook, YouTube, maar ook aan Nederlandse media zoals Dumpert. Aan hen wordt de verplichting opgelegd om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat er geen inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van anderen. Zij zullen dus afspraken moeten maken met de makers van o.a. foto´s, filmpjes en muziek om deze te mogen publiceren.

'Sommige vormen van gebruik van werken zijn echter geen inbreuk op het auteursrecht. Denk bijvoorbeeld aan een parodie.'

Uploadfilters
Voor toestemming om een werk te delen wordt door de auteur vaak een vergoeding gevraagd. Waarschijnlijk zullen de sociale-mediaplatforms daarom niet zo happig zijn op het maken van afspraken met auteurs. Zijn die afspraken er niet, dan mogen de beschermde werken niet online worden gezet. Om te bepalen of werken beschermd worden door het auteursrecht, zal waarschijnlijk gebruik worden gemaakt van automatische uploadfilters. Deze filters zullen de immense hoeveelheid aan uploads beoordelen om te kijken of er sprake is van een beschermd werk en of de upload online mag worden gezet.

Uitzonderingen en het uploadfilter
Sommige vormen van gebruik van werken zijn echter geen inbreuk op het auteursrecht. Denk bijvoorbeeld aan een parodie: een grappige nabootsing van een werk. Ook vrijwel alle memes kunnen worden aangemerkt als een parodie. Het delen hiervan is dus in principe wel toegestaan. Ook is het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om een werk van een ander te citeren: het citaatrecht. Wel is het de vraag of de toekomstige uploadfilters in staat zijn om deze uitzonderingen te onderscheiden van de originele werken, die wel auteursrechtelijk beschermd zijn. Het verschil tussen de originele werken en parodieën is vaak niet heel groot en misschien wel onherkenbaar voor een algoritme. Gevolg hiervan kan zijn dat het erg moeilijk wordt om parodieën en citaten online te delen en dat de internetvrijheid ernstig wordt ingeperkt, terwijl het in een democratische samenleving belangrijk is dat communicatie via het internet open en toegankelijk is en dat men zijn of haar mening kan verspreiden. Bovendien zullen de makers van auteursrechtelijk beschermde werken graag hun materiaal blijven verspreiden via grote platforms. Door een uploadfilter wordt het voor sommigen van hen een stuk moeilijker om naamsbekendheid te genereren en hun werk te publiceren. De beperkingen die uploadfilters teweeg kunnen brengen, zouden dus een nadelig effect kunnen hebben voor zowel de internetgebruiker, als voor de makers van werken.

Conclusie
De Europese richtlijn is een stap in de goede richting om makers van auteursrechtelijk beschermde werken te compenseren voor hun werk. Er bestaan echter nog veel vragen over de internetvrijheid in combinatie met de zogenaamde uploadfilters. Wat de gevolgen van de richtlijn precies zullen zijn, zullen we pas over enkele jaren zien. Europese lidstaten hebben namelijk nog twee jaar om de richtlijn om te zetten in bindende nationale regelgeving. Pas dan zullen we merken hoe de sociale media zich gaan aanpassen aan de regelgeving en zien of de gevolgen van artikel 13 daadwerkelijk zo onheilspellend zijn als het getal zelf doet vermoeden.

 

Lees meer

Je goed recht: Hoe kom ik van mijn abonnement af?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: stilzwijgende verlenging en prijsverhoging van abonnementen.

De tijd van de chocoladeletters, champagne, oliebollen en gevulde kalkoenen is voorbij en we staan weer aan de start van een gloednieuw jaar. Om de goede voornemens na te leven, gaat men weer naar de sportschool om de bijgekomen kilo's eraf te sporten. Zoals het vaak gaat bij goede voornemens, lopen de mooie plannen na een paar maanden tot een einde. Iedereen heeft het druk met tentamens, waardoor sporten een bijzaak wordt. Desondanks blijven we wel betalen voor deze abonnementen. Als klap op de vuurpijl voeren sportscholen vaak een prijsverhoging door. Wat nu? Is er nog een manier om van het abonnement af te komen?

Tussentijdse opzegging
De meeste abonnementen worden voor een bepaalde tijd afgesloten. Het contract wordt in dat geval ook wel een duurovereenkomst genoemd. Als een abonnement bijvoorbeeld voor een jaar wordt afgesloten, zitten beide partijen er in principe ook daadwerkelijk een jaar aan vast. Of het abonnement in dat jaar nog tussentijds kan worden opgezegd, is afhankelijk van de algemene voorwaarden van het bedrijf. Deze kunnen bepalen dat het contract tussentijds kan worden opgezegd. Is dit niet het geval, dan is tussentijdse opzegging in principe niet mogelijk. Vaak is de klant bij het ondertekenen van het contract akkoord gegaan met deze algemene voorwaarden. Het moet wel duidelijk zijn voor een klant dat deze van toepassing zijn.

Stilzwijgende verlenging
Nadat de afgesproken duur van het abonnement voorbij is, kan de klant het abonnement opzeggen. Bedrijven willen hun klanten vaak echter niet verliezen en verlengen daarom zonder iets te zeggen de duur van het abonnement. Dit heet een stilzwijgende verlenging. Ook als het abonnement stilzwijgend is verlengd, is opzegging nog mogelijk; een abonnement mag namelijk alleen stilzwijgend worden verlengd als de klant het contract hierna te allen tijde kan opzeggen, waarbij de opzegtermijn niet langer mag zijn dan een maand. Dit betekent dat de sportschool het abonnement niet automatisch met een jaar mag verlengen, zonder de mogelijkheid te bieden het abonnement tussentijds op te zeggen. Als een sportschool van tevoren aan de klant meldt dat het contract voor een bepaalde duur weer wordt verlengd en de klant gaat akkoord, dan is er geen sprake van stilzwijgende verlenging. Tussentijdse opzegging van het contract is in dat geval uitgesloten.

Stilzwijgende prijsverhoging
In veel gevallen zullen klanten voor het betalen van het abonnement toestemming geven voor een automatische incasso. Het kan voorkomen dat een sportschool na een paar maanden een hoger bedrag afschrijft dan in de eerste maanden. In principe mag een prijsverhoging niet, maar omdat er altijd uitzonderingen gelden binnen het recht, is een prijsverhoging toegestaan als het in de algemene voorwaarden van het bedrijf is opgenomen. In de algemene voorwaarden staan vaak vanwege welke redenen de prijs mag worden verhoogd. Deze bepalingen mogen echter niet onredelijk zijn. De wet bepaalt bijvoorbeeld dat het onredelijk is de prijs al te verhogen binnen drie maanden na het afsluiten van het abonnement. Een verhoging in verband met de verhoging van de btw, zou bijvoorbeeld wel redelijk zijn.

Als de sportschool in de algemene voorwaarden niks heeft bepaald over een prijsverhoging of als de prijsverhoging niet redelijk is, geldt de oude prijs van het sportabonnement. Indien de sportschool zich hier niet aan houdt, kan de overeenkomst worden ontbonden. Het abonnement stopt en het resterende bedrag kan worden teruggevraagd.

Conclusie
Ondanks alle goede voornemens, zit de gemiddelde student in de zomer vaak liever op het terras dan in de sportschool. Zonde van het geld, want een duurovereenkomst kan meestal niet tussentijds worden opgezegd. Toch nog maar even een paar maanden volhouden dus. Het stilzwijgend verlengen mag immers alleen als het abonnement te allen tijde kan worden opgezegd. Of een prijsverhoging acceptabel is, hangt af van wat er is bepaald in de algemene voorwaarden van het bedrijf. Een prijsverhoging kan in bepaalde gevallen namelijk onredelijk zijn, waardoor de overeenkomst kan worden ontbonden. Want wie wil er nou twintig euro extra betalen om te zweten en spierpijn te hebben?

 

Lees meer

Je goed recht: Klikken, delen, boete?

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot het DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: portretrecht

Tekst: Caya Lagrouw

Snel even een foto maken voor op Snapchat van een volle treincoupé, je vrijdagavond op het terras vastleggen of een memorabele nacht in de plaatselijke karaokebar vereeuwigen. Een spontane foto is snel gemaakt en gedeeld. Maar wat nu als andere mensen herkenbaar op je foto's staan? Of als je jezelf ineens herkent op een niet zo charmant kiekje op Instagram? Kun je iets tegen die foto’s doen en waar moet je op letten als je zelf foto’s maakt? In dit artikel zullen we het portretrecht in deze situaties bespreken.

Wat is een portret?
Het portretrecht vinden we terug in de Auteurswet. Het begrip 'portret' wordt hierin ruim geïnterpreteerd: er is namelijk al sprake van een portret als iemand herkenbaar is afgebeeld. Niet alleen de gelaatstrekken van de geportretteerde zijn van belang, ook een karakteristieke lichaamshouding of een omgeving kan bepalend zijn. Als het gezicht van de geportretteerde onherkenbaar is gemaakt, maar de identiteit van die persoon uit andere aspecten van de afbeelding kan blijken, kan daarom toch sprake zijn van een portret volgens de Auteurswet.

Verder maakt het voor de toepasselijkheid van het portretrecht niet uit hoe het portret is gemaakt: gefotografeerd, geschilderd, getekend of op andere wijze vormgegeven. Zelfs een karikatuur geldt als een portret: de geportretteerde is er immers in te herkennen. Ook een in het geheim gemaakte foto of een foto waarop iemand toevallig staat afgebeeld, is een portret zodra de gefotografeerde herkenbaar is. Hieronder vallen dus ook de spontane foto's in de trein, op het terras of in de karaokebar.

Portret in opdracht of niet in opdracht gemaakt
De wet maakt vervolgens onderscheid tussen portretten die in opdracht van de geportretteerde zijn gemaakt en portretten die niet in opdracht zijn gemaakt.  Als een portret in opdracht is gemaakt, dan is voor publicatie altijd toestemming vereist van de afgebeelde persoon. Als een portret niet in opdracht van de geportretteerde is gemaakt, mag het in principe vrij gepubliceerd worden. De geportretteerde kan het immers vervelend of ongepast vinden dat zijn portret wordt gebruikt.  In sommige gevallen heeft de afgebeelde persoon een ‘redelijk belang’ om zich tegen publicatie van zijn portret te verzetten.


Redelijk belang
Wat een redelijk belang is en of dat opweegt tegen het belang van de publicatie, hangt af van de precieze omstandigheden van het geval. De privacy van de geportretteerde zal in dat geval moeten worden afgewogen tegen andere factoren. Sommige factoren kunnen namelijk zwaarder wegen dan de privacy, zoals de nieuwswaarde van een nieuwsbericht of de vrijheid van meningsuiting. 

Een video waarop je met een dubbele tong aan het meezingen bent in een karaokebar kan dus een inbreuk op het portretrecht opleveren als er verder geen andere factoren meespelen. De context van de publicatie kan daarbij ook nog invloed hebben. Als bijvoorbeeld iets op Snapchat met enkele vrienden wordt gedeeld is het natuurlijk minder ernstig dan wanneer het filmpje op landelijke televisie wordt uitgezonden.

Ben je nou een echte influencer of een bekende artiest, politicus of topsporter? Dan kun je in sommige gevallen een beroep doen op een commercieel belang, namelijk de zogenoemde ‘verzilverbare populariteit’. Beroemde mensen gebruiken hun portretten namelijk vaak voor commercieel gewin. Het is daarom niet toegestaan om mee te liften op die populariteit door hun portret te gebruiken zonder hun toestemming. Een T-shirt verkopen met een foto van Beyoncé erop mag bijvoorbeeld niet zonder haar toestemming. Het commerciële belang dat Beyoncé bij haar portretrecht heeft, maakt haar recht namelijk sterker.

Wat als er een inbreuk is gemaakt?
Als de geportretteerde een redelijk belang heeft, dan beschikt de geportretteerde over een aantal middelen die hij kan gebruiken tegen de schending van zijn portretrecht. Zo kan de benadeelde een verbod van publicatie en openbaarmaking eisen. De foto zal dan uit de publiciteit moeten worden gehaald, bijvoorbeeld door de foto te verwijderen van sociale media. Ook kan hij een verbod van de afbeelding in zijn geheel eisen. De foto zal dan vernietigd moeten worden. De benadeelde kan ook een schadevergoeding eisen. Degene die het portret dan onrechtmatig gebruikt heeft, zal dan geld moeten betalen aan de geportretteerde. Daarnaast is de maker door het openbaar maken van de afbeelding in overtreding en kan hij een boete krijgen. Deze geldboete betreft ten hoogste € 20.750 bij particulieren en bij bedrijven € 83.000. Bij een enkele foto op Instagram zal de boete niet gauw zo hoog zijn, maar een spontane foto kan in theorie dus wel degelijk een dure grap worden.

Conclusie
Het is meestal toegestaan foto's te maken van mensen en die te publiceren zonder dat je aan de personen die toevallig in beeld komen toestemming hoeft te vragen. Als maker van de foto moet je je echter wel bewust zijn van de belangen die deze toevallig gefotografeerde mensen zouden kunnen hebben. Bij twijfel is het daarom toch beter om vooraf toestemming te vragen, want het kunnen mogelijk dure foto’s worden. Misschien iets om over na te denken de volgende keer dat je je camera erbij pakt in de karaokebar?

 

Lees meer

Je goed recht: Nijmeegse studenten op straat door strengere verhuurvergunningen

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Dit keer: verhuurvergunningen.

Steeds meer buurten in Nijmegen worden overspoeld door studenten. Vooral in de wijken Bottendaal en Nijmegen-Oost zijn er veel klachten van buurtbewoners met betrekking tot het aantal studentenhuizen, zoals het veroorzaken van geluidsoverlast en rotzooi rondom het huis. De gemeente Nijmegen gaat daarom actie ondernemen en heeft de voorwaarden voor de verhuurvergunningen aangescherpt. Het nieuwe beleid heeft als motto: 'De aanpak van overlast en illegale kamerverhuur.' Nijmegen telt op dit moment ongeveer vijftienhonderd studentenhuizen die niet aan de regels voldoen en dus illegaal zijn. De vraag is of huisbazen kunnen voldoen aan de strenge eisen van de gemeente. En zo niet, komen de studenten dan op straat te staan?

Strengere voorwaarden
Sinds 1 januari 2018 zijn de eisen waar huurbazen aan moeten voldoen aangescherpt en geldt een omzettingsregeling. Verhuurders die geen vergunning hebben, kunnen alsnog een vergunning krijgen als ze voldoen aan de lichtere voorwaarden van de oude regeling. Wanneer de verhuurders dit niet kunnen aantonen, zijn de studentenhuizen illegaal en hebben ze tot 1 juli de tijd om aan de eisen van de nieuwe regeling te voldoen. Onder de nieuwe regeling zijn verhuurders die aan drie of meer personen verhuren verplicht een vergunning aan te vragen. Ook zijn er strengere normen voor geluidsisolatie en brandveiligheid en moet er zijn voldaan aan de zogeheten leefbaarheidstoets. Aan de hand van meldingen van omwonenden toetst een commissie dan onder andere de mate van overlast in de wijk. Aangezien de leefbaarheidstoets vrij subjectief is, is het voor huisbazen echter moeilijk te voorspellen of hun vergunningsaanvraag zal worden goedgekeurd. Ten slotte wil de gemeente meer verantwoordelijkheid leggen bij de verhuurders. Onder de nieuwe regeling is de verhuurder verplicht goede afspraken te maken met de huurders om overlast te voorkomen. Bij aanhoudende overlast kan de gemeente een boete opleggen of besluiten de vergunning in te trekken.

De verhuurder van een illegale huurwoning is verplicht om een vergunningsaanvraag in te dienen.

Kunnen studenten zomaar op straat worden gezet?
Stel, een verhuurder verhuurt al enkele jaren een illegale huurwoning. Het huis moet worden aangepast om aan de eisen van de nieuwe regeling te voldoen. Daarbij is het nog maar de vraag of er is voldaan aan de leefbaarheidstoets. De verhuurder vindt de kosten voor de aanvraag van de vergunning te hoog en wil de studenten liever uit het huis zetten. Dit kan echter niet zomaar. De verhuurder van een illegale huurwoning is namelijk verplicht om een vergunningsaanvraag in te dienen. Als hij vervolgens geen vergunning krijgt, kan hij de huurovereenkomst wel ontbinden. In dit geval kan de student in aanmerking komen voor een schadevergoeding. Of de studenten op straat komen te staan, is dus afhankelijk van de vraag of de vergunningsaanvraag van de verhuurder door de gemeente wordt goedgekeurd.

Conclusie
Dankzij de nieuwe regeling van de gemeente Nijmegen gaan de huurbazen van illegale studentenhuizen het lastig krijgen. Naast het feit dat de illegale verhuurders moeten voldoen aan de nieuwe strengere voorwaarden, gaat de gemeente kijken of de leefbaarheid van de wijk achteruitgaat. Aangezien de leefbaarheidstoets minder objectieve maatstaven bevat, heeft de gemeente meer vrijheid bij de beoordeling van een aanvraag. Huurders en verhuurders van illegale studentenhuizen verkeren hierdoor in onzekerheid. Of duizenden studenten op straat komen te staan, is afhankelijk van hoe streng de gemeente de eisen zal handhaven. Wel kan met zekerheid worden gezegd dat de gemeente harder gaat optreden tegen illegale kamerverhuur.

 

Lees meer

Je goed recht: nulurencontracten

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost tweemaandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: nulurencontracten.

Veel studenten hebben naast hun studie een bijbaantje op basis van een nulurencontract. Een nulurencontract is een arbeidsovereenkomst waarin geen afspraken worden gemaakt over de te werken uren. De werkgever kan de werknemer flexibel oproepen en hoeft in beginsel alleen loon te betalen voor de uren die de werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat het nulurencontract onder de werkgevers razend populair is. Hoewel het een veelvoorkomend fenomeen betreft, roept het nulurencontract nog vaak vraagtekens op. Ben je verplicht om gehoor te geven aan de oproepen van je werkgever? Heb je recht op doorbetaling van loon bij ziekte? En wat als de ingeroosterde uren achteraf komen te vervallen?

Vrijheid blijheid
Dat oproepkrachten flexibel zijn, wil niet zonder meer zeggen dat het altijd vrijheid blijheid blijft. Op grond van het zogeheten 'goed werknemerschap' is een werknemer verplicht om zoveel mogelijk gehoor te geven aan oproepen van zijn werkgever. Hij mag een oproep slechts afwijzen als daar zwaarwegende redenen voor zijn. Denk bijvoorbeeld aan een geplande vakantie, ziekte of het hebben van colleges. Daar staat tegenover dat de werkgever op grond van het 'goed werkgeverschap' verplicht is zijn werknemer op te roepen als er werk beschikbaar is. Hierbij geldt dat het beschikbare werk eerlijk moet worden verdeeld over de verschillende oproepkrachten.

Hoewel deze verplichtingen over en weer enige zekerheid met zich mee lijken te brengen, is grote wisselvalligheid kenmerkend voor het nulurencontract. In principe hoeft de werkgever in de eerste zes maanden van het nulurencontract namelijk alleen loon te betalen voor de uren die de werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt. Als de werknemer niet wordt opgeroepen, heeft hij geen recht op loon. Daarbij geldt dat het zeker niet ondenkbaar is dat een werknemer de ene week fulltime werkt en de andere week na zijn colleges thuis op de bank zit. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat grote verschillen in het loon kunnen ontstaan. Voor veel studenten is dit onwenselijk gelet op onder meer de maandelijks te betalen kamerhuur, het sportabonnement en de vaste stapavonden. De wetgever heeft deze grote onzekerheid onwenselijk gevonden en daarom enkele gunstige maatregelen getroffen.

Eén uur werken, toch drie uur loon
De flexibiliteit van het nulurencontract kan ertoe leiden dat een werknemer te pas en te onpas wordt opgeroepen om een paar uurtjes te werken. Daarnaast is het goed mogelijk dat een werknemer eerder naar huis wordt gestuurd dan de eindtijd op het rooster. Zo is het voor een horecamedewerker op een regenachtige dag niet onwaarschijnlijk is dat hij al snel weer naar huis wordt gestuurd omdat het te rustig is. De werknemer die misschien wel afspraken heeft afgezegd om te kunnen werken, was natuurlijk liever afgebeld. Om deze situatie zoveel mogelijk te voorkomen heeft de wetgever bepaald dat bij iedere oproep het recht ontstaat op ten minste drie uur loon. Op deze manier heeft de horecamedewerker die slechts één uur heeft gewerkt, toch recht op loon voor drie uur. Deze regeling geldt ook als de werknemer meerdere keren per dag wordt opgeroepen. In dat geval heeft hij voor iedere afzonderlijke oproep recht op drie uur loon. Hoewel deze regeling beoogt te voorkomen dat werkgevers hun werknemers zomaar oproepen, is het uiteraard fijn voor de werknemers dat zij op deze manier sneller aanspraak kunnen maken op meer loon.

Gemiddeld meer werken, altijd meer loon
De werknemer kan door het nulurencontract de ene week veel meer werken dan de andere. Om grote verschillen in de arbeidsuren te voorkomen, is het zogeheten rechtsvermoeden van arbeidsomvang in het leven geroepen. De werknemer kan zich er na het verstrijken van zes maanden op beroepen dat een arbeidsovereenkomst met een vast aantal arbeidsuren is ontstaan. Vanaf dat moment heeft de werknemer recht op doorbetaling van loon bij ziekte en bij ingeroosterde uren die naderhand zijn komen te vervallen. Bij het bepalen van de hoogte van het loon wordt dan gekeken naar het aantal uren dat uit het rechtsvermoeden van arbeidsomvang voortvloeit.

Voor het vaststellen van het rechtsvermoeden van arbeidsomvang geldt als voorwaarde dat gedurende een periode van minimaal drie maanden ten minste twintig uur per maand is gewerkt. De werknemer kan vanaf dat moment aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst voor het aantal uren dat hij in de laatste drie maanden gemiddeld heeft gewerkt. Hiertegen kan de werkgever zich slechts verweren als hij kan aantonen dat bijvoorbeeld sprake is van seizoensarbeid of piekdrukte. Zo zal de student die tijdens de zomervakantie op een terras werkt gemiddeld veel meer uren maken dan gedurende de rest van het jaar. Het is in zo'n geval niet eerlijk om een arbeidsovereenkomst op basis van dat aantal uren aan te houden.

Conclusie
Met name in de beginfase gaat het nulurencontract gepaard met grote onzekerheid voor de werknemer. De werkgever hoeft immers slechts loon te betalen voor de uren die de werknemer feitelijk heeft gewerkt. Bovendien heeft de werknemer geen zekerheid over de te werken uren. Om hier enigszins aan tegemoet te komen heeft de werknemer voor iedere oproep recht op ten minste drie uur loon. Na een half jaar komt hier nog eens bij dat het rechtsvermoeden van een vaste arbeidsomvang kan ontstaan. De werknemer krijgt vanaf dat moment ook loon als hij bijvoorbeeld ziek is of als achteraf ingeroosterde uren komen te vervallen. Als je een bijbaantje hebt op basis van een nulurencontract is het dus zeker de moeite waard om in de gaten te houden of je wel krijgt waar je recht op hebt.

 

 

Lees meer

Je goed recht: ome DUO

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Dit keer: DUO.

De 24e van de maand: het is voor veel studenten een hoogtepunt. De bankrekening schiet weer fijn in de plus met het 'gratis geld' dat DUO te bieden heeft. Stappen, lunchen, shoppen, je kunt weer zorgeloos geld uitgeven. Zelfs in een andere stad als je dit wil, want ook daar heeft DUO een fijne regeling voor: het gratis reizen met het OV door heel Nederland. Deze regelingen klinken in eerste instantie te mooi om waar te zijn, maar is dat het ook? In dit artikel leggen we uit welke haken en ogen aan de diensten van DUO kleven.

Gratis reizen! Of toch niet?
We beginnen bij misschien wel het fijnste wat de DUO studenten te bieden heeft: het gratis reizen. Wie staat ingeschreven voor een voltijdstudie en het studentenreisproduct heeft aangevraagd, kan naar hartenlust door Nederland toeren met het openbaar vervoer zonder dat het een cent kost. Het 'studenten-ov' is in ieder geval geldig gedurende de officiële duur die voor de studie staat. Dit is meestal vier jaar. Als een student langer studeert, mag daar maximaal één jaar bij worden opgeteld. Na die vijf jaar wordt het echter opletten geblazen.

In eerste instantie is het studenten-ov namelijk niet gratis. Dat is pas het geval wanneer men binnen tien jaar een diploma behaalt. Tot die tijd wordt het studenten-ov gezien als een lening tegen een bepaald maandelijks bedrag, dat jaarlijks varieert. Op dit moment wordt voor het gebruik van het studentenreisproduct elke maand €91,62 aan de studieschuld bijgeschreven. Als je niet op tijd een diploma hebt behaald, wordt de schuld niet kwijtgescholden en blijken al die ritjes in de Heyendaalshuttle toch niet gratis te zijn.

Daarnaast is DUO, ondanks de vergevorderde staat van de technologie, niet in staat het studenten-ov automatisch stop te zetten. Studenten worden geacht zelf bij een automaat op het station het product van hun OV-kaart af te halen, zodra ze geen recht meer hebt op het reisproduct. Als zij dit niet doen, kunnen ze na de studie nog steeds genieten van de tekst "Ingecheckt student week/weekend vrij" op het schermpje van het poortje op het station, maar dat feestje is snel over. Voor iedere halve maand die je als niet-gerechtigde het studentenreisproduct niet hebt stopgezet, wordt een boete van €97 gerekend. Het maakt hierbij niet uit of er daadwerkelijk gebruik van is gemaakt of niet, ome DUO wil knaken zien. Het is mogelijk om bezwaar te maken tegen de boete, maar dan moet de student wel bewijzen dat het stopzetten van het reisproduct buiten zijn schuld om is mislukt en deze niet met het ongeldige reisproduct heeft gereisd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de automaten op het station dienst weigeren en men als gevolg daarvan niet op tijd het product van de OV-kaart heeft kunnen verwijderen.

Tot slot zit er nog een addertje onder het gras als een student in het buitenland gaat studeren. Indien een student een tijd in het buitenland verblijft in het kader van de studie, kan hij van DUO een 'OV-vergoeding buitenland' ontvangen, omdat het studentenreisproduct niet geldig is in het buitenland. Als een student deze vergoeding ontvangt, heeft hij gedurende het buitenlandverblijf geen recht op het studentenreisproduct en moet hij handmatig het studentenreisproduct tijdelijk stopzetten om te voorkomen dat ome DUO hem nadien met opgehouden hand tegemoet treedt. Voor de duur dat studenten de OV-vergoeding voor het buitenlandverblijf krijgen, mogen zij namelijk niet het standaard studentenreisproduct op hun OV-kaart hebben staan, op straffe van de eerdergenoemde boete van €97 per halve maand.

Goedkoop lenen?
Naast de OV-chipkaart, ontvangen studenten van DUO maandelijks geld. Zoals iedereen waarschijnlijk wel weet, valt iedereen die na 2015 aan zijn of haar bachelor is begonnen onder het nieuwe leenstelsel. In dit leenstelsel krijg je de mogelijkheid je studieschuld binnen maximaal 35 jaar terug te betalen. Tevens hoef je in de zogenaamde 'aanloopfase', de eerste twee jaar nadat je afgestudeerd bent, niets af te lossen. Prima voorwaarden toch? Als je dan uiteindelijk toch moet gaan aflossen, dan hangt de hoogte van de maandelijkse aflossing af van twee omstandigheden. Dit zijn de hoogte van je studieschuld en de hoogte van je verzamelinkomen (dit is het gezamenlijke inkomen van jou en je eventuele partner) van twee jaar geleden. Daarnaast betaal je iedere maand rente bovenop de aflossing. Velen denken dat die rente toch niets voorstelt. Enerzijds is dat waar, zo is de rente voor mensen die in 2016 zijn begonnen met aflossen vastgesteld op 0,00%. Wat veel mensen echter niet weten is dat dit percentage dus alleen geldt voor mensen die op dat moment zijn begonnen met aflossen. De hoogte van de rente die je daadwerkelijk zal moeten betalen als je nog moet beginnen met aflossen, is nog helemaal niet bekend. De enige zekerheid die je hebt, is dat het rentepercentage dat wordt vastgesteld wanneer je begint met aflossen, vaststaat voor vijf jaar. Na die vijf jaar wordt er weer een percentage voor vijf jaar vastgesteld enz. enz. De kans dat het rentepercentage de komende 35 jaar 0,00% blijft, is volledig onzeker. Ook al zou het 'maar' 1% worden, over 35 jaar en een schuld van bijvoorbeeld 30.000 euro maakt dat zeker wel wat uit.

Gevolgen voor een hypotheek en BKR-registratie
Waarschijnlijk zijn studenten met de gevolgen van hun lening helemaal niet bezig. Toch is het iets om over na te denken. De lening heeft namelijk wel degelijk invloed op de hoogte van het mogelijke hypotheekbedrag dat je in de toekomst zal kunnen krijgen, ondanks het feit dat onze lening niet BKR-geregistreerd wordt. Een BKR-registratie houdt in dat een schuld wordt geregistreerd, zodat banken en andere kredietverstrekkers dit kunnen inzien. Op dit moment mag dit niet bij de studielening, maar bij een gesprek over een hypotheek zal de hypotheekverstrekker wel vragen naar de hoogte van je studieschuld. De hoogte hiervan mag je verzwijgen, maar dit levert je waarschijnlijk alleen maar een moeilijke financiële situatie op, omdat je maandelijkse lasten dan hoger uitvallen dan je eigenlijk aan kan. Om een goede berekening te kunnen maken van de mogelijke hoogte van je hypotheek moet namelijk rekening worden gehouden met al je maandelijkse lasten, waarvan de aflossing van je studielening er dus eentje is. Volgens het Nibud rekenen hypotheekverstrekkers 0,45% van je totale schuld als maandelijkse last voor het aflossen van je studielening. Bij een studieschuld van 35.000 euro komt dit dus al neer op 157,50 euro per maand. Dit is dus niet per se het bedrag dat je dan per maand aflost, maar dit wordt als fictie genomen. Iets concreter uitgedrukt betekent die (fictieve) maandelijkse last dat je al snel tienduizenden euro's minder aan hypotheek zal kunnen krijgen indien de schuld wordt meegenomen bij de hypotheekberekening.

Conclusie
In eerste instantie lijkt hetgeen DUO studenten te bieden heeft zeer redelijk. Toch moeten studenten zich ervan bewust zijn dat de OV-chipkaart niet gratis is. Je kunt een boete krijgen voor het niet-tijdig stopzetten van het product, en als je niet binnen tien jaar een diploma haalt, moet je de OV-kosten helemaal terugbetalen. Wat ook terugbetaald moet worden, is de lening. Deze lening kan van invloed zijn op jouw toekomstige hypotheek. Tot slot moet in gedachten worden gehouden dat de aflossingsrente kan gaan stijgen, want de 0% die de overheid ons heeft beloofd, staat niet zo vast als gedacht. Desalniettemin is het lenen nog erg goedkoop, dus wat ons betreft hebben studenten weinig excuses om dat éne biertje toch niet te gaan drinken.

 

Lees meer

Je goed recht: Schadevergoeding in sport- en spelsituaties

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: wanneer ben je aansprakelijk voor toegebrachte schade in een sport- en spelsituatie?

Tekst: Bregt Martens

Waarom mag Badr Hari tijdens een gevecht in de ring Rico Verhoeven wel een gebroken neus slaan, maar tijdens een feestje niet? Is een voetballer aansprakelijk voor de schade wanneer de tegenstander ernstig letsel oploopt door een stevige tackle? Beide vragen zijn niet gemakkelijk te beantwoorden, aangezien er in het Nederlandse recht andere regels gelden voor de aansprakelijkheid tijdens een zogenoemde 'sport- en spelsituatie' dan in normale situaties. Dit artikel gaat in op het verschil tussen strafrecht en civielrecht en legt uit in welke gevallen deelnemers aan sport- en spelsituaties een schadevergoeding kunnen eisen.

Strafrecht vs. civiel recht
Via het civielrecht kan degene die letsel heeft opgelopen schadevergoeding eisen, indien dit onrechtmatig is toegebracht door de dader. Denk hierbij aan een schadevergoeding, omdat iemand nooit meer kan lopen door het opgelopen letsel. Dit kan dus ook tijdens een voetbalwedstrijd gebeuren. Daar tegenover staat de strafrechtelijke aansprakelijkheid, waarbij iemand door het openbaar ministerie vervolgd kan worden voor een begane misdaad of overtreding. In sport- en spelsituaties komt dit alleen in extreme gevallen voor. Zo werd ex-profvoetballer Bouaouzan ooit veroordeeld voor mishandeling toen hij een zware overtreding maakte op zijn tegenstander die daardoor een gecompliceerde open beenbreuk opliep. Daarnaast was hij ook civielrechtelijk aansprakelijk voor de geleden schade van zijn tegenstander. De rest van dit artikel gaat alleen in op de civielrechtelijke aansprakelijkheid.

Verhoogde aansprakelijkheidsdrempel
Als tijdens het uitgaan iemand een gebroken neus wordt geslagen bij een vechtpartij is het niet meer dan logisch dat de dader de opgelopen schade van de ander moet dragen. Gebeurt dit echter tijdens een bokswedstrijd, dan zou het juist onlogisch zijn als de bokser daarvoor schadevergoeding moet betalen. Dit is dan ook niet het geval, omdat door vrijwillig mee te doen aan de sport of het spel men in feite accepteert te worden blootgesteld aan bepaalde risico's en gevaren. Zeker bij contactsporten als voetbal en boksen zijn deze gevaren en risico's een stuk groter dan in het dagelijks leven. Tijdens sport- en spelsituaties geldt daarom een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Dit houdt in dat de schade die is toegebracht minder snel onrechtmatig wordt geacht, waardoor het dus minder snel mogelijk is een schadevergoeding te eisen.

Sport- en spelsituatie
Wat wordt precies verstaan onder een sport- en spelsituatie en wanneer geldt de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel? Deze vraag valt eigenlijk niet concreet en eenduidig te beantwoorden. Zoals vaker in het recht, hangt dat af van alle omstandigheden van het geval. Er zijn veel gevallen waarbij het duidelijk is dat er sprake is van een sport- en spelsituatie, zoals een voetbalwedstrijd waarbij de schade tijdens de speeltijd wordt opgelopen door een tackle. Het wordt al lastiger om te beoordelen wanneer er na de wedstrijd een opstootje ontstaat en daarbij iemand schade oploopt. En wat als een team na hun kampioenswedstrijd besluit uit blijdschap de trainer in de sloot te gooien en hij daarbij hoofdletsel oploopt? Dit is geen sterk verhaal, maar is daadwerkelijk ooit gebeurd. Hierbij oordeelde de rechter uiteindelijk dat er geen sprake meer was van een sport- en spelsituatie, omdat dit geen verband meer had met de wedstrijd en de trainer er niet vanuit hoefde te gaan dat er zoiets zou kunnen gebeuren. Ook in een rechtszaak waarbij een voetballer letsel opliep door natrappen van de tegenstander oordeelde de rechter dat er geen sprake meer was van de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Volgens de rechter was hier sprake van een 'abnormale en onvoorzienbare gedraging'. Degene die de schade had toegebracht, was dus gewoon aansprakelijk voor de schade. Of de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel geldt, hangt dus af van veel omstandigheden, maar wordt grofweg beoordeeld door te kijken of de gedraging 'normaal' is en te verwachten valt in de desbetreffende situatie.

Conclusie
Gezien de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel die geldt in sport- en spelsituaties hoeft een sporter niet extra voorzichtig te zijn tijdens een wedstrijd. Alle normale en te verwachten gedragingen en binnen de spelregels vallende gedragingen zullen zeker niet tot aansprakelijkheid leiden binnen een sport- en spelsituatie. Tot op welke hoogte deze drempel geldt, is lastig vast te stellen. Als algemene vuistregel geldt dat 'normale' en te verwachten gedragingen eronder vallen. De tegenstander even een flinke trap na geven valt dus niet onder een sport- en spelsituatie. In dat geval gelden de 'normale' aansprakelijkheidsregels, waarbij geldt dat iedereen verplicht is de schade te vergoeden die is aangericht door een onrechtmatige gedraging.

 

 

Lees meer

Je goed recht: Uitgemolken door mijn verhuurder

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: welke rechten heb je als huurder van een studentenkamer?

Tekst: Evelyn van Oijen

Waarom betaal ik 50 euro per maand meer aan kale huur dan mijn vriend met een even grote kamer? Waarom ontvangt mijn verhuurder van al mijn huisgenoten veel te veel geld aan servicekosten? En waarom moet ik soms nog steeds geld betalen voor het herstel van iets in mijn huis? Als op zichzelf wonende student is de kans zeer groot dat een studentenkamer wordt gehuurd. Er wordt een grote som geld betaald en daar krijgt de huurder vier muren voor terug met een dak boven het hoofd: het is zijn plekje voor de komende jaren. Als huurder wil je voorkomen dat je op straat komt te staan, waardoor de afgesproken huurprijs netjes wordt betaald. Echter wil een huurder waar voor zijn geld en daarvoor is het van belang dat de verhuurder zich aan de wettelijke regels houdt. Deze geven de huurder namelijk veel bescherming. Helaas komen verhuurders vaak hun verplichtingen niet na en weten huurders niet waar zij recht op hebben. Dit artikel zal aandacht besteden aan enkele veelvoorkomende misstanden in het huurrecht.

De huurprijs
Een pijnpunt dat altijd zal blijven spelen betreft de hoogte van de huurprijzen: veel studenten betalen wettelijk gezien te veel huur. In de wet is opgenomen dat studentenkamers, met uitzondering van studio's, een maximale huurprijs hebben. De maximale hoogte ervan wordt berekend via een door de wetgever bepaald puntensysteem. Er worden hierbij aan verschillende onderdelen plus- of minpunten toegekend. Voorbeelden zijn de oppervlakte van de kamer en de gemeenschappelijke voorzieningen, maar er wordt ook rekening gehouden met bijvoorbeeld geluidsoverlast.

Het aantal punten dat uit het puntensysteem voortvloeit, wordt vervolgens gekoppeld aan een bepaalde tabel. Hieruit blijkt hoeveel kale huur je maximaal voor de kamer mag betalen. Blijkt dat je te veel huur betaalt, dan moet je eerst schriftelijk een voorstel tot huurverlaging doen aan de verhuurder. Gaat de verhuurder hiermee niet akkoord, dan staat de optie open om naar de Huurcommissie te stappen. Door deze instantie wordt de hoogte van de huurprijs getoetst en vervolgens een oordeel gegeven: de verhuurder moet wel of geen huurverlaging doorvoeren. Als student kun je hier in ieder geval veel geld op besparen. Een huurverlaging van slechts 10 euro per maand betekent op jaarbasis toch weer 120 euro.

'Een huurder hoeft alleen die kosten te betalen die in de huurovereenkomst staan omschreven.'

De servicekosten
Naast de kale huur die een huurder betaalt, worden elke maand servicekosten afgedragen. Dit is een voorschot dat wordt betaald voor de zaken en diensten die de verhuurder levert. Hieronder vallen bijvoorbeeld gas, water en licht, maar ook internet- en schoonmaakkosten kunnen doorberekend worden. Belastingen daarentegen vallen meestal niet onder de servicekosten. Een voorbeeld hiervan is de onroerendezaakbelasting. Deze dient door de eigenaar van het pand zelf betaald te worden.

Van belang is dat de servicekosten in het contract staan omschreven. Een huurder hoeft namelijk alleen die kosten te betalen die in de huurovereenkomst staan omschreven. De reden hiervoor is dat de huurder alleen verplicht is de servicekosten te vergoeden die de verhuurder daadwerkelijk heeft gemaakt. Helaas gebeurt het vaak dat de huurder meer servicekosten betaalt dan nodig. Wettelijk gezien moet een verhuurder elk jaar, uiterlijk zes maanden na het beëindigen van het jaar waarop de servicekosten betrekking hebben, een specificatie geven. Hieruit kan worden opgemaakt of de huurder een teveel betaald bedrag terug moet krijgen, of juist moet bijbetalen. Indien een verhuurder deze specificatie niet uit zichzelf geeft en de huurder vermoedt te veel te betalen, kan deze eisen dat de verhuurder deze specificatie alsnog geeft. Daarbij is het belangrijk te weten dat een verhuurder de servicekosten niet mag verhogen , zolang hij geen overzicht verschaft. Laat de verhuurder dit na, dan kan wederom de Huurcommissie ingeschakeld worden. Zij kan de hoogte van de servicekosten vaststellen en ook dit kan uiteindelijk leiden tot een grote besparing van de uitgaven.

Mijn kamer toont gebreken
Een laatste vervelend punt dat ook kosten met zich mee kan brengen betreft de reparatie van een gebrek. Het kan zijn dat een huurder de kosten voor de reparatie ervan zelf moet betalen, ondanks dat er al servicekosten worden betaald. Of de huurder hiertoe verplicht is, hangt af van wat er in de huurovereenkomst is besproken. Is hierin niets in opgenomen, dan moet het gebrek zijn opgenomen in het zogenoemde 'Besluit kleine herstellingen'. In dit besluit wordt opgesomd wanneer een huurder zelf de rekening moet betalen. Dat is bijvoorbeeld het geval als de huurder zijn eigen kamer wil schilderen, maar ook gaten ontstaan door spijkers zal de huurder zelf moeten dichten. Gaat het echter over gebreken waar noemenswaardige kosten mee gepaard gaan, dan zal de verhuurder deze kosten moeten dragen, mits er geen schuld is aan de kant van de huurder. Wil de verhuurder deze kosten niet betalen, dan biedt de wet verschillende opties om dit alsnog af te dwingen. Een daarvan is dat de huurder zelf de reparatie uitvoert waarna deze kosten bij de verhuurder kunnen worden verhaald. Voorwaarde is daarbij wel dat het moet gaan om redelijke kosten.

Conclusie
Of het nu gaat om een te hoge huur, servicekosten die niet kloppen of een gebrek in de woning, als huurder zijn er mogelijkheden om deze misstanden aan de kaak te stellen bij de verhuurder of de Huurcommissie. Een huurder wordt in ons Nederlandse recht namelijk extra beschermd tegen de macht van de verhuurder. Heb je zelf een probleem met jouw verhuurder? Ook bij Rechtswinkel Nijmegen-Oost kun je altijd terecht met vragen over je studentenkamer.

 

Lees meer

Je goed recht: Vlucht vertraagd of geannuleerd? Dit zijn je rechten

Van huisjesmelkers tot illegaal downloaden en van stagevergoedingen tot het DUO. Studenten komen het recht overal tegen. Op ANS-Online geeft Rechtswinkel Nijmegen-Oost maandelijks uitleg over juridische zaken waar studenten mee te maken krijgen. Deze keer: de rechten van passagiers bij de vertraging of annulering van een vlucht.

Tekst: Lieke Oosterveld

Na urenlang op het internet te hebben gezocht naar de ideale vakantiebestemming, is dan eindelijk het moment aangebroken om de zomervakantie te boeken. Vanaf dat moment kan de voorpret écht beginnen. Nog even de laatste tentamens knallen en daarna zo snel mogelijk het vliegtuig in. Helaas komt het nog wel eens voor dat een vlucht is vertraagd. Als het om één of twee uurtjes gaat, is dit meestal niet zo'n ramp. Een vertraging van een halve dag of annulering van een vlucht kunnen de vakantiestemming echter behoorlijk bederven. Gelukkig heeft de Europese Unie aan gedupeerde vliegtuigpassagiers bepaalde rechten gegeven om het leed te verzachten.

Recht op compensatie
Bij een langdurige vertraging van ten minste drie uur of een annulering van de vlucht kan een passagier aanspraak maken op een financiële compensatie. Dit bedrag komt dan naast de eventuele terugbetaling van het vliegticket. De hoogte van de compensatie is afhankelijk van het aantal kilometers van de vlucht en kan op basis daarvan variëren tussen de 250 en 600 euro per passagier. Zo bedraagt de compensatie voor alle vluchten tot en met 1500 kilometer 250 euro en daarbuiten 400 euro. Wanneer je naar een bestemming buiten de Europese Unie gaat met een vlucht van meer dan 3500 kilometer, kan de compensatie zelfs 600 euro bedragen.

Of een passagier recht heeft op een financiële compensatie, is van meerdere omstandigheden afhankelijk. In de eerste plaats zal bij een annulering worden gekeken hoe lang van tevoren een passagier hierover is geïnformeerd. Je krijgt bijvoorbeeld geen compensatie als je meer dan twee weken voor vertrek bent geïnformeerd over de annulering. Ben je korter dan twee weken voor vertrek geïnformeerd over de annulering, dan heb je alleen recht op compensatie als het tijdstip van de vervangende vlucht te veel afwijkt van die van de geannuleerde vlucht.

Vervolgens kan de reden van de vertraging of annulering aan een financiële compensatie in de weg staan. Als de annulering of vertraging het gevolg is van zogeheten 'bijzondere omstandigheden', heb je namelijk geen recht op een financiële compensatie. Van zulke 'bijzondere omstandigheden' kan bijvoorbeeld sprake zijn bij zeer slechte weersomstandigheden, terrorisme of onaangekondigde stakingen van externe partijen. De achterliggende gedachte is dat het niet eerlijk is om de luchtvaartmaatschappij in zulke situaties verantwoordelijk te houden. Wel is vereist dat de luchtvaartmaatschappij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging of annulering te voorkomen.

Recht op verzorging
Zodra er sprake is van een vertraging of annulering van de vlucht, heeft een passagier mogelijk ook recht op verzorging. Bij vluchten van 1500 kilometer of korter kan dit al vanaf een vertraging van twee uur. Gaat het echter om een vlucht van meer dan 1500 kilometer, dan heeft een passagier pas recht op verzorging bij een vertraging van drie uur. Voor vluchten naar een bestemming buiten de Europese Unie van meer dan 3500 kilometer moet er ten minste een vertraging van vier uur zijn.

De precieze inhoud van het recht op verzorging is heel erg afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zo heeft een passagier recht op maaltijden en verfrissing, maar alleen als dit in een redelijke verhouding staat tot de wachttijd. Hiernaast heeft een passagier recht op een hotelovernachting als een verblijf van één of meer nachten noodzakelijk wordt. Het vervoer tussen de luchthaven en de accommodatie komt in dat geval ook voor rekening van de luchtvaartmaatschappij. Indien de luchtvaartmaatschappij deze verplichtingen niet nakomt, kunnen eventueel gemaakte kosten achteraf alsnog worden gedeclareerd. Het is daarom van groot belang de betaalbewijzen goed te bewaren. Hierbij geldt overigens wel de voorwaarde dat het geen buitenproportionele kosten mogen zijn ten opzichte van de extra wachttijd. Zo hoeft de luchtvaartmaatschappij bij een vertraging van twee uur niet de kosten te dragen voor drie uitgebreide maaltijden met bijbehorende drankjes.

Recht op terugbetaling of een andere vlucht
Bij een vertraging van ten minste vijf uur of het annuleren van de vlucht heeft de passagier een keuzemogelijkheid. Allereerst kan worden gekozen voor de volledige terugbetaling van het gekochte vliegticket. Een eventuele vervangende reis zal dan zelf moeten worden bekostigd. Hiernaast kun je kiezen voor een andere vlucht, eventueel op een andere datum, onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. Als je deze laatste optie kiest en in een hogere klasse moet worden geplaatst, mag door de luchtvaartmaatschappij geen bijbetaling worden gevraagd. Bij een plaatsing in een lagere klasse heb je daarentegen recht op terugbetaling van een gedeelte van de ticketprijs.

Conclusie
Een lange vertraging of zelfs een annulering van de vlucht kunnen heel vervelend zijn. Gelukkig heeft de Europese Unie vliegtuigpassagiers in die situaties verschillende rechten toegekend. Je kunt soms aanspraak maken op financiële compensatie voor de ongelukkige situatie. In de meeste gevallen heeft een passagier recht op een maaltijd en indien nodig een hotelovernachting. Ten slotte bestaat het recht op alternatief vervoer of terugbetaling van het vliegticket. Heb je helaas zelf te maken gehad met vertraging of wordt je vlucht geannuleerd? Kom dan langs bij Rechtswinkel Nijmegen-Oost en wij kijken graag wat wij voor jou kunnen betekenen!

 

Lees meer

Kennis of kletspraat: Sportdag dinsdag

Nijmeegse kroegen, de rector magnificus van de Radboud Universiteit en de infrastructuur op de campus. Hebben de aankomende studenten hun kennis over Nijmegen en de RU op peil of moeten ze nog wat vaker Wikipedia bezoeken? Tijdens de introductieweek legt ANS een aantal vragen over hun toekomstige woon- en studieplaats Nijmegen voor aan verschillende introgroepjes.

Op dag drie van de introductie wordt het bier even aan de kant gezet voor een zogenaamd gezondere activiteit: de sportdag. Buiten het Elinor Ostromgebouw zit de nieuwe lichting van International Business Communication in de zon te wachten op hun volgende wedstrijd. Na enig aarzelen stappen drie studenten naar voren die denken het een ander te weten over Nijmegen.

Vraag 1: Kunnen jullie vijf kroegen in Nijmegen opnoemen?
'El Sombrero', zegt de Duitse student Konstantin direct. Daarna valt het even stil, terwijl Yannick nadenkt. 'Malle Babbe, Drie Gezusters, Riley's', klinkt het uiteindelijk snel achter elkaar. Konstantin probeert nog een duit in het zakje te doen. 'Is Ovum Novum een kroeg?' Yannick neemt het snel weer over om hun groepje naar de eindstreep te krijgen: 'Bascafé, De Fuik, Van Rijn.'

Vraag 2: Hoe hoog is het Erasmusgebouw?
Met cijfers hebben de businessstudenten duidelijk geen enkele moeite. 'Ongeveer tachtig meter, 88?' zegt Yannick zonder moeite. Ook het tweede antwoord is een schot in de roos.

Vraag 3: Hoeveel kost een sportkaart?
Bij de derde vraag blijkt opnieuw dat de mannen hun cijfers kennen. 'Honderdtwintig', suggereert Yannick. 'Nee, 108', verbetert Koen hem snel. Dat is wederom precies goed, de ijverige studenten hebben duidelijk goed opgelet tijdens de voorlichtingsrondes.

Vraag 4: Wat is de straattaalnaam voor Nijmegen?
Het goede antwoord is snel gevonden. 'Nimma', verklaart Yannick zonder aarzelen. Dat klopt, maar de student heeft meer ideeën. 'Of Nimsko, net zoals ze Amsterdam Damsko noemen.' Deze nieuwe benaming is vooralsnog niet echt aangeslagen, maar Yannick zegt hard zijn best te gaan doen om deze naam te introduceren.

Vraag 5: Wie was Radboud en wanneer leefde hij?
Bij het horen van deze vraag kijken ze elkaar beduusd aan. 'Het klinkt als een professor of zoiets', oppert Koen. Dat is niet goed, dus Konstantin besluit het antwoord in een iets andere hoek te zoeken en gokt dat Radboud een wetenschapper was. Helaas, de Radboud naar wie de universiteit is vernoemd, is een Utrechtse bisschop die rond 850 na Christus leefde en van wetenschap waarschijnlijk evenveel wist als deze studenten van geschiedenis.

Vraag 6: Hoeveel lopers doen er mee aan de Nijmeegse Vierdaagse?
'Zo'n 20.0000?' stelt Konstantin aarzelend voor. De studenten zijn verbaasd om te horen dat het er meer zijn. '30.000. Misschien 37.000', zegt Yannick. Konstantin besluit zijn oorspronkelijke antwoord een stukje naar boven bij te stellen: '60.000.' Het goede antwoord ligt ongeveer in het midden, met 41.000 lopers.

Na een sterke start lopen de kersverse studenten International Business Communication toch tegen een paar hindernissen aan bij de laatste vragen. De perfecte score die ze tot dan toe met de diverse onderdelen van de sportdag hebben behaald, zit er voor hun kennis van Nijmegen helaas nog niet in.

Kennis of kletspraat 1 groot

 

Lees meer

Kennis of kletspraat: Sportdag donderdag

Nijmeegse kroegen, de rector magnificus van de Radboud Universiteit en de infrastructuur op de campus. Hebben de aankomende studenten hun kennis over Nijmegen en de RU op peil of moeten ze nog wat vaker Wikipedia bezoeken? Tijdens de introductieweek legt ANS een aantal vragen over hun toekomstige woon- en studieplaats Nijmegen voor aan verschillende introgroepjes.

Tekst: Irene Wilde
Foto: Vincent Veerbeek

Ook op donderdag wisselen de studenten hun stapschoenen om voor sportschoenen om zich te bewijzen op de verschillende onderdelen van de sportdag. In het zonnetje staat een grote groep toekomstige bestuurskundigen te wachten op hun volgende wedstrijd. Aangemoedigd door het enthousiasme van hun mentorpapa doen ze allemaal mee met onze kleine quiz.

Vraag 1: Hoe heet de uitgaansstraat in Nijmegen?
'Molenstraat!' zegt een van de jongens vrijwel meteen. Het is duidelijk dat dit introgroepje er al meerdere uitgaansdagen op heeft zitten.

Vraag 2: Sinds wanneer bestaat de Radboud Universiteit?
Er valt een lange stilte en aan de vragende blikken van de eerstejaars is duidelijk te zien dat ze geen flauw idee hebben. Wanneer blijkt dat ook de Radboudhoodie geen hulp kan bieden, geeft een van de mentoren een grote hint: 'Dit jaar is het lustrum, de universiteit is nu 95 jaar oud.' Het kwartje valt echter nog steeds niet. '1925?' oppert een van de meisjes. De mentor wordt nu wat strenger. 'Kom op jongens, het is nu 2018 en de universiteit bestaat 95 jaar, zo moeilijk is het niet.' Het gaat moeizaam, maar uiteindelijk komen de studenten dan toch tot het goede antwoord: 1923.

Vraag 3: Noem vijf faculteiten van de universiteit.
Als eerste wordt de Faculteit der Managementwetenschappen genoemd, waartoe de studie Bestuurskunde behoord. Ook de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de Faculteit der Medische Wetenschappen worden al snel genoemd. Hierna wordt het toch een stukje moeilijker. 'Nederlandse taal en cultuur zal er vast ook wel een zijn toch?' Probeert iemand. 'Of iets van Filosofische wetenschappen?' Maar nee, die studies zijn helaas allebei niet groot genoeg voor een eigen faculteit. De vierde goede faculteit die wordt geraden is die van Sociale Wetenschappen. Na nog een paar gokjes helpt een van de mentoren zijn introkinderen uit de brand door de Faculteit der Letteren als vijfde toe te voegen.

Vraag 4: Hoe heet het Nijmeegse park waar Frank Boeijen een liedje over schreef?
Dat de studenten Bestuurskunde een stuk meer thuis zijn in de Nederlandstalige volksmuziek dan in de organisatie van de universiteit is wel duidelijk. Ze roepen zonder na te denken in koor: 'Dat is het Kronenburgerpark!'

Vraag 5: Hoeveel studenten heeft de Radboud Universiteit?
Dit lijkt in eerste instantie misschien een moeilijke vraag, maar een van de nieuwe eerstejaars heeft duidelijk zijn huiswerk gedaan. 'Dat zijn er 21.000', zegt hij meteen. 'Dat heb ik gelezen op de website.'

Hoewel hoofdrekenen niet een van de sterkste punten van deze groep studenten Bestuurskunde, hebben ze na vijf dagen introductie al veel kennis over Nijmegen paraat. Dit belooft alvast veel goeds voor het aankomende collegejaar.

Kennis of Kletspraat donderdag Facebook

 

Lees meer

Leestips 'Lees een boek dag'


Kinderboekenweek, boekenweek, poëzieweek, wereldboekendag, er bestaan genoeg evenementen die er op aansturen het lezen van boeken te stimuleren. Zo ook vandaag: 6 september is het officieel de nationale 'Lees een boek dag', en speciaal voor deze gelegenheid is ANS de boeken ingedoken voor de beste leestips te om deze literaire dag te vieren. 



1.Sana Krasikov, The Patriots (2017) 
De Verenigde Staten staan bekend als een land van immigranten, maar hoe vergaat het Amerikanen die juist besluiten te vertrekken? Krasikov's debuutroman vertelt het verhaal van Florence Fein die in de jaren dertig een veilig leven in Brooklyn achter zich laat om in de Sovjet-Unie haar dromen na te jagen. The Patriots schildert het persoonlijke verhaal van Flora prachtig af tegen de achtergrond van grote en kleine historische gebeurtenissen.


2
. Dave Eggers, The Parade(2019)
Het Nederlandse publiek zal Eggers vooral kennen van The Circle, maar ook zijn andere werk is de moeite waard. Zeker voor liefhebbers van boeken die tegelijkertijd doodgewoon en prettig gestoord zijn. Ook zijn nieuwe novelle The Parade is hierop geen uitzondering. Het verhaal over twee naamloze mannen die een snelweg aan moeten leggen in een eveneens naamloos ontwikkelingsland is minimalistisch maar daardoor komen de humor en het absurdisme alleen maar beter tot hun recht.

3. Godfried Bomans, Erik of het klein insectenboek (1941):

Wél lezen op lees-een-boekdag, maar geen zin in een dikke pil? Wellicht is Erik of het klein insectenboekiets voor jou. In dit 153 pagina’s tellende boek belandt Erik Pinksterblom per ongeluk in de wereld der insecten. Bomans omschrijft de miniatuurwereld op sprookjesachtige wijze en voorziet menig insect van een goed verhaal. Wie denkt dat sprookjes alleen voor kinderen zijn, heeft het mis betreffende dit staaltje volwassenenfantasie.

4.A.N. Ryst, De Harpij:Een kleine geschiedenis van het paradijs (2014)
Wél lezen op lees-een-boekdag, én zin in een dikke pil? Dan is De Harpijwat voor jou. Ryst schreef een verhaal dat doet denken aan zowel Griekse mythologieën als Bijbelse vertellingen en creëerde hiermee een unieke roman. Dit Nederlandstalige fantasyboek wisselt continu van verhaallijn zonder langdradig te worden. 

 

Lees meer

Leestips zomer

Het is (bijna) zomervakantie en voor veel mensen is dat dé tijd om weer eens een boek op te pakken. Of je nu gaat kamperen in Frankrijk, backpacken door Australië of een vakantie rundumhause hebt gepland: een boek mee is nooit verkeerd. ANS maakte daarom een literatuurtip-lijstje met 5 recente en minder recente boeken voor mee in de koffer. 

 

 


1.
Aafke Romeijn, Concept M (2018)
In Concept M maak je kennis met de Nijmeegse Hava. Hava is anders dan anderen: haar haren zijn grijs, haar huid is doorschijnend en haar ogen diepzwart: ze lijdt aan de mysterieuze ziekte 'kleurloosheid'. Steeds meer Nederlanders krijgen de ziekte en het land komt voor een groot probleem te staan: de medicatie is onbetaalbaar. Een groep radicalen voorspellen dat kleurlozen binnen een paar jaar in de meerderheid zijn. Dit zou betekenen dat de mensheid langzaam uitsterft. Hava sluit zich aan bij deze groep en besluit dat het tijd is voor actie.

2. Alain Mabanckou, Broken Glass (2011)
Broken Glass is een voormalig docent die zijn dagen slijt in een Congelese bar genaamd Credit Gone Away. In één lange, ratelende zin zonder punten vertelt hij over de bar en diens bezoekers. Grappig en tragisch tegelijk, en voor de ongeruste lezers: van dat gebrek aan punten merk je al snel bijna niets meer.

3. Bill Bryson, Een kleine geschiedenis van bijna alles (2003)
In Een kleine geschiedenis van bijna alles vertelt Bill Bryson op een toegankelijke manier over allerlei wetenschapsgebieden waar normaliter nogal droog over wordt verteld: natuurkunde, sterrenkunde, geografie en meer. Leerzaam, maar vooral grappig, zelfs als je de betreffende vakken op de middelbare school bewust zo snel mogelijk uit je pakket hebt gekieperd.

4. Frans de Waal, Mama’s laatste omhelzing (2019)
In 2016 overlijdt Mama, de matriarch van de chimpanseekolonie in Burgers’ Zoo. Op haar sterfbed neemt ze afscheid van bioloog Jeff van Hoof. Deze emotionele anekdote is het startpunt van het nieuwe boek van primatoloog Frans de Waal, waarin hij zich richt op emoties en zelfbewustzijn bij dieren.

5. George R.R. Martin, Het lied van ijs en vuur (reeks, 1996 – heden)
Voor de mensen die alleen de serie hebben gezien, is de zomer na het allerlaatste seizoen natuurlijk een perfect moment om te starten met de boekenreeks. Veel uitgebreider en intrigerender dan de serie, en als je niet te snel doorleest is het zesde boek misschien zelfs al uit als je klaar bent.





 

Lees meer

Lijstjestijd: ANS en 2017

Het einde van 2017 is nabij. Over enkele dagen wordt het nieuwe jaar ingeluid met het geknal van vuurwerk en champagnekurken. Voor veel mensen de perfecte gelegenheid om goede of slechte voornemens op te stellen. Daarnaast is het ook een mooi moment om de hoogtepunten van het afgelopen jaar op een rijtje te zetten. Wat was het meest opvallende ANS-nieuws van 2017?

Als een lopend vuurtje
De campus gaat de komende jaren flink op de schop, met de sloop van de Thomas van Aquinostraat en de verbouwing van de Refter, maar het had niet veel gescheeld of daar waren nog meer bouwprojecten bij gekomen. Op 14 februari vloog een koeltoren op het dak van het Spinozagebouw in brand. Het gevolg was een grote rookpluim die van verre te zien was, maar gelukkig betrekkelijk weinig schade veroorzaakte. Alsof dat nog niet genoeg was, moest op 17 oktober ook het Grotiusgebouw eraan geloven. Gelukkig bleef ook hier de schade beperkt, maar er kwam veel rook vrij en een deel van het gebouw bleef enkele weken buiten gebruik. Al met al was het dus een vlammend jaar voor de Radboud Universiteit (RU), maar de universiteit hield het hoofd koel.

Geen internet, wel gratis naar de film
Netflix en chill zat er voor veel SSH&-bewoners begin dit jaar niet in. De studentenhuisvestingsorganisatie ging eind vorig jaar in zee met Ziggo, maar de overstap verliep niet erg soepel. De ene storing was nog niet verholpen of de volgende diende zich alweer aan, met veel ontevreden studenten als gevolg. Om bewoners die zonder internet zaten tegemoet te komen, besloot de SSH& gedupeerde studenten eind februari een schamele bioscoopbon cadeau te doen. Je moet toch iets als je je favoriete series niet kunt bingewatchen.

Wisseling van de wacht
2017 was het jaar van de Tweede Kamerverkiezingen. ANS interviewde lijsttrekkers Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren en Sylvana Simons van Art1kel voor het blad. Ook kwam toenmalig SP-fractievoorzitter Emile Roemer op uitnodiging van ANS en ismus op bezoek bij de RU. Daarbij vertelde hij over de plannen van zijn partij en vond er een interactief interview plaats. Na de verkiezingen van 15 maart duurde het even voordat de hoge heren in Den Haag eruit waren, maar uiteindelijk lag er een regeerakkoord op tafel voor Rutte-III. Daarin werd onder meer gesproken over korting op het collegegeld van aankomende eerstejaars ter compensatie van het leenstelsel. Toch hadden de Landelijke Studentenvakbond en het Interstedelijk Studentenoverleg direct flinke kritiek op de kortingsplannen, die ook in 2018 onderwerp van discussie zullen blijven. Het aantreden van het nieuwe kabinet betekende bovendien een einde aan het bewind van Jet Bussemaker als minister van onderwijs, die plaatsmaakte voor opvolger Ingrid van Engelshoven.

Begrotingsperikelen
Niet alleen in Den Haag brak men zich het hoofd over de vraag hoe het geld dat is vrijgekomen met de afschaffing van de basisbeurs moet worden besteed. In Nijmegen werd besloten dat een groot deel van dat bedrag zou worden geïnvesteerd in de Radboud Honours Academy (RHA), wat veel leden van de Universitaire Studentenraad (USR) in het verkeerde keelgat schoot. Na het nodige gesteggel stemde de USR toch in met de voorlopige begroting, maar daarbij werd wel afgesproken dat de medezeggenschap mee mag praten over de nieuwe invulling van de RHA. Tot ieders verbazing is dat tot op heden nog niet gebeurd, maar het staat op de agenda voor volgend jaar. Wordt vervolgd.

Steenkolenengels in Spinoza
Studenten Psychologie die in september aan hun tweede jaar begonnen, stond een onaangename surprise te wachten. Hun colleges werden opeens in het Engels gegeven. Het was geen nieuws dat de studie in een overgangsfase was en er steeds minder les in het Nederlands gegeven zou worden. Dat het de huidige studenten zo zou beïnvloeden was echter niet volgens afspraak. Bovendien was het Engels van docenten van dusdanig slechte kwaliteit dat het niet bij Freudiaanse versprekingen bleef en de stof niet meer te begrijpen was. Reden genoeg dus voor psychologiestudenten om een petitie te starten, waarna gesprekken werden gevoerd met opleiding en universiteit. Gelukkig verliep de introductie van Engelstalige content op ANS-Online soepeler.

 

Lees meer

Lijstjestijd: ANS en 2018

Vanavond is het zover. Met een oliebol in de ene hand en een glaasje champagne in de andere, wordt het nieuwe jaar ingeluid. Vuurwerk wordt afgestoken, goede voornemens worden gemaakt, maar niet voordat alle hoogtepunten van afgelopen jaar zijn besproken. Daarom blikt ANS terug op afgelopen jaar. Wat was het meest opvallende nieuws van 2018?

ANS twijfelde
In maart vond op de Radboud Universiteit (RU) een heuse Radboud Song Contest plaats. Er moest een Radboudliedkomen. Iedereen die wilde, kon meedoen en kreeg de kans om zijn nummer ten gehore te brengen in een idols-achtige show in theaterzaal C. Na een avond vol goede en minder goede nummers, kreeg het publiek te kans om een stem uit te brengen. Dit maakte voor het eindoordeel echter niet uit. De vakjury had het eindoordeel en besloot om de winst in eigen huis te houden en koos voor het nummer van RU-vertegenwoordiger Martijn Gerritsen, Dare to Doubt. Sindsdien is geen evenement op de campus meer hetzelfde. Steevast wordt het afgesloten met het Radboudlied. Gezongen door een koor, door docenten of door het publiek, liefst zo nationalistisch mogelijk met de hand op het hart.

Buiten de lijntjes kleuren
Vlak voor de zomer ontstond een hype in België die ook in Nederland wel wat weerslag vond. Studenten uit Leuven die tijdens het studeren in de Universiteitsbibliotheek (UB) rode oortjes kregen van een studiegenoot, konden dit uiten door een markeerstift onder de stoel van de persoon in kwestie zijn stoel te leggen. Wanneer deze teruggebracht werd naar de rechtmatige eigenaar, wist die dat hij geen blauwtje had gelopen. Met de code 'Ik heb liever pastelkleuren', werd de stift in ontvangst genomen en was er witte rook. De daad kon daarna worden verricht in het dichtstbijzijnde toilet. In Nijmegen keken veel studenten geel en groen van jaloezie naar hun Belgische collega's, maar helaas zijn studenten hier te preuts om kleur te bekennen en is er nog geen markeerstift gespot in de UB.

Met spandoeken de straat op
Verschillende ontwikkelingen en gebeurtenissen in de politiek zorgden ervoor dat studenten dit jaar vaak protesteerden. Niet alleen op het Erasmuspleinstonden studenten en docenten met spandoeken tegen de bezuinigingen in het onderwijs, ook in Den Haagvonden twee protesten plaats om aandacht te vragen voor de kwaliteit van het onderwijs. Net voor de kerstvakantie stonden in de berm van de Heyendaalsewegook nog spandoeken. Deze waren echter niet in het kader van WOinactie. Langstudeerder Moshin Saeed mocht niet aan zijn master Natuurkunde beginnen, en weet dat aan discriminatie van desbetreffende docent. 

Duister verleden Berchmanianum
Vanaf het nieuwe collegejaar is het Berchamanianumgebouw officieel in gebruik genomen. Onder andere het College van Bestuur zetelt in dit RU-hoofdkwartier, dat een duister verledenbleek te hebben. Waar nu de propedeuses worden uitgereikt, vonden ongeveer 65 jaar geleden omstreden activiteiten plaats. De paters die tot 1942 in het gebouw woonden, werden op een doordeweekse ochtend bruut van het bed gelicht door een contingent Duitsers. In het geheim werd het Nazi-project Lebensborn in gang gezet. Bedoeling was dat een 'fokprogramma' werd opgezet om 'echte Arische kinderen' groot te brengen. Hoewel er plaats was voor zo'n zestig vrouwen en honderd kinderen, is het project nooit van de grond gekomen en zijn er in het Berchmanianum nooit kinderen als onderdeel van Lebensborn geboren.

 

Lees meer

Lijstjestijd: ANS en de RU

Het is december en dat betekent lijstjestijd. In de kerstvakantie presenteert ANS tot aan Oud en Nieuw iedere dag een lijstje waarin wordt teruggeblikt op 2014. Wat waren de leukste reacties? De leukste quotes? Welke interviews zijn het lezen waard? ANS duikt in het archief en rakelt het voor je op. Deze lijstjes kunnen er voor jou overigens anders uitzien, dus schroom niet te reageren met jouw rangorde. Het lijstje van vandaag: ANS en de RU

5. Van Share naar Microsoft Exchange Het mailprogramma van studenten is dit jaar overgezet naar Exchange. In april werd bekendgemaakt dat de studentenmail, in tegenstelling tot eerdere berichten, wel op de RU-server zou blijven. Privacy was hier de voornaamste reden voor. In november stapten de laatste studenten over naar het nieuwe programma. Volgens projectmanager Marien de Clercq, verandert er weinig aan de functionaliteit; je moet nu naar mail.ru.nl gaan in plaats van share.ru.nl en ru\ voor je studentnummer plaatsen. Een belangrijke kanttekening bij deze overgang is dat je door Exchange met je laptop of telefoon te synchroniseren, je de RU rechten geeft om instellingen te wijzigen en gegevens te verwijderen.

4. Hoogleraren met bijbaantjes  ANS berichtte over een onderzoek waaruit blijkt dat in Nederland van de in totaal 5800 hoogleraren, ruim 80 procent er nevenactiviteiten op nahoudt. Eenderde van die activiteiten wordt door hoogleraren niet gemeld. Bij de Radboud Universiteit maakt eenvijfde van de hoogleraren volgens het onderzoek van de Onderzoeksredactie geen afspraken over de verdeling van inkomsten uit nevenwerk, het hoogste percentage van alle Nederlandse universiteiten. Bij eenderde van de gevallen zou er sprake zijn van belangenverstrengeling. Gerard Meijer, voorzitter van het College van Bestuur, gaf aan geschrokken te zijn van de uitkomsten.

3. Onoverzichtelijke informatievoorziening In de intro-editie schreef ANS over de onoverzichtelijke en onvolledige informatievoorziening van de RU, waardoor het studenten met een functiebeperking moeilijk werd gemaakt. ‘Eigenlijk staat de regelgeving over de speciale voorzieningen nergens duidelijk aangegeven.’ In de 95e Gezamenlijke Vergadering werd gerefereerd naar dit artikel. De website kwam eerder in het jaar ook al in het nieuws. De hoofdwebpagina's van de RU, de website van de UB en de pagina's van de afzonderlijke faculteiten zijn veranderd. De websites waren al sinds 2008 in hun huidige vorm in gebruik. ‘Het werd dus wel eens tijd’, aldus Jeroen Buijs, een van de eindverantwoordelijken van het project.

2.Vraagtekens bij het Honoursprogramma Afgelopen jaar kwam het Honoursprogramma veel in opspraak. In februari startte het College van Bestuur een onderzoek naar dit paradepaardje van de RU. Vraagtekens werden gesteld bij de uitdaging die het programma zou moeten bieden en het hoge aantal studenten dat wordt aangenomen. Later dit jaar werd het management van de Radboud Honours Academy op non-actief gesteld. De aanleiding hiervoor was een klacht die valt onder de Klokkenluidersregeling. Meer informatie heeft de RU hierover niet willen prijsgeven.

1. Het aftreden van de rectorIn juni maakte Bas Kortmann bekend dat hij per 17 oktober zijn functie als rector magnificus van de RU neer zou leggen: ‘Dit is mijn laatste dies als rector, maar vandaag is niet de start van mijn afscheid. Jullie zijn nog niet van me af.’ Tijdens de opening van het academisch jaar gaf Kortmann nog een kritische speech over de inperking van de vrijheid van universiteiten door de overheid. Kort voor de wisseling interviewde ANS de voormalige rector over zijn zeven jaar rectoraat. Kortmann heeft plaatsgemaakt voor Theo Engelen, die sinds 2013 decaan van de Letterenfaculteit was.

 

Lees meer